anloo02.jpg (37283 bytes)Anloo, Hervormde kerk

Voor uitgebreide informatie zie de website Oude Drentse kerken in beeld

De fraai aan de brink gelegen kerk te Anloo heeft evenals die te Vries een romaans schip van tufsteen. Bij de restauratie (1941-'44) is de vroegere muurindeling hersteld. Noord- en zuidmuur hebben in de bovenzone zeven brede rondbogige spaarvelden, waarin kleine romaanse vensters geplaatst zijn, uitgezonderd de buitenste velden. Deze eenvoudige decoratie maakt datering rond 1100 of eind 11de eeuw waarschijnlijk. De muren zijn later met baksteen verhoogd en ze hebben een romaanse ingang (de noordelijke is gedicht).
De romaanse toren is jonger dan het schip, daar hij grotendeels in baksteen is opgetrokken; alleen de zone rond de onderste galmgaten is van tufsteen: kennelijk een partijtje dat hier of elders bij tufsteenbouw was overgebleven. De eenvoudige versiering van de toren bestaat beneden uit brede rondbogige spaarvelden, in het midden galmgaten met gemetselde middenstijl en boven galmgaten met natuurstenen deelzuiltje. Gezien de baksteen is te denken aan tweede helft of eind 12de eeuw. Het spitsje dateert uit 1757 en de merkwaardige trapgevel uit 1895.
Zoals bij verschillende romaanse kerken is ook in Anloo de romaanse absis waarvan de vorm onbekend is, naderhand door een gotisch koor vervangen. Zocht men in Zuidlaren en Vries de uitbreiding vooral in de hoogte, in Anloo werd in de lengte gewerkt. Gezien de bol geprofileerde ribben bij de kruisribgewelven is volgens Ozinga het koor niet voor de 14de eeuw gebouwd. Bij de restauratie van 1936 zijn smalle rondbogige vensters aangebracht ter vervanging van de evenmin originele spitsboogvensters. Deze vergaande ingreep van de restaurateur kan de bezoeker overigens gemakkelijk op een dwaalspoor brengen wat de datering betreft.

Evenals in Vries heeft ook in Anloo het volledig in romaanse trant terugrestaureren van de muren een vrij donker schip ten gevolge gehad. In de koormuren zijn verschillende nissen te zien (vergelijk Sleen). Het meubilair werd op herenbanken en orgel na praktisch geheel vernieuwd, waarbij merkwaardigerwijs een gemetselde preekstoel en dito doopvont verrezen. Onderaan de fraai gesneden orgelkas staat op de balustrade een opzetstuk met vijf wapenschilden en onderschriften voor leden van de familie Ellents. De onder het orgel weggedrukte bank draagt het wapen Ellents/Jullens. De eveneens uit de 18de eeuw daterende herenbank tegen de noordwand heeft een goed gesneden overhuiving in Lodewijk XIV-trant. Het zware offerblok dateert uit 1716.

Uniek voor Drenthe zijn de muurschilderingen op de oostelijke schipmuur rond de triomfboog en het aangrenzende deel van de noordmuur. Op laatstgenoemde plaats zijn episoden uit het leven van Maria te zien: links de aankondiging van de engel GabriŽl aan Maria (van de engel bleef alleen een vleugel bewaard); rechts de ontmoeting van Maria met Elizabeth. Daarboven de geboorte in Bethlehem; op aandoenlijk eenvoudige wijze is het verbaal uitgebeeld: Maria ligt met kind op bed met daarachter de os en de ezel. De stal is niet in perspectief getekend, maar alleen in omtrek aangegeven. Op de achterwand van de aangrenzende nis in de oostmuur is de vlucht naar Egypte uitgebeeld. Rechts van de nis een tronende Maria met kind. Het is werk uit de vroeg gotische periode naar oudere iconografische traditie, waarschijnlijk eind 13de, begin 14de eeuw.

Een tweede laag schilderingen (15de eeuw?) betreft de rij heiligen boven de triomfboog; deze zes figuren binnen strakke nissen zijn kennelijk het restant van de 12 apostelen. De derde laag betreft een grote figuur links boven, die over de apostelen been geschilderd is. De vierde laag betreft cartouches uit het begin van de 17de eeuw. De rechtse heeft als tekst: "Non clamor, sed amor sonat in aure Dei" (niet het geschreeuw, maar de liefde weerklinkt in Gods oor), terwijl in de linker een bijbeltekst (Spreuken 3, 1 en 2) in een oude Nederduitse vertaling is geschilderd:

"Mijn kindt Vorgett mun Gesette Nob (?)
Unde dijn Harte Beware mijne Gebode
wente se werde dij eijn Tanek levent unde Go
ede Jaren Unde F(re)de Bringen. Proverb. 3 ca."

Deze teksten tonen aan dat de protestanten weliswaar de heiligen e.d. overwitten, maar de muren niet kaal lieten. Zij versierden ze met bijbelteksten.

Het laatste onderwerp dat in Anloo aandacht verdient zijn de verschillende stenen doodkistdeksels. Merkwaardig is de boven de noordingang ingemetselde steen met biddende mannenfiguur. Blijkens de trapeziumvorm is het een sarcofaagdeksel geweest, die naderband hier geplaatst is. Over de voorstelling zelf is veel gespeculeerd: de apostel Willehad, een zekere Theodgrim of de patroonheilige, maar hieromtrent is niets bekend. In Beets en Roodkerk zijn stenen met soortgelijke figuren gevonden. Een ander doodkistdeksel, eveneens van gele zandsteen, ligt in de vloer van de kerk. Het toont een kruis, plantenmotieven (levensboom) en zonne-raderen. Mogelijk stammen beide stukken uit de 12de eeuw. Elders in de kerk zijn nog enkele deksels of delen daarvan aan te treffen.

Bronnen: Dr. Regn. Steensma Lang de oude Drentse kerken (1977) ISBN 90 246 4213 2 (Bosch & Keuning - Baarn)