Anloo, Hervormde kerk

Informatie over de kerk.

Concerten
Artikel van Henk van Eeken


Foto: Dennis Wubs

1716/1723: In 1716 begon men in de kerk te Anloo met een grote ingreep. De balkenzoldering, die niet origineel was, werd vervangen door een houten tongewelf. De verhoging van de zolder was nodig omdat men het plan had een nieuw orgel in de kerk te laten maken (02). Het orgel werd geschonken door de rijke weduwe Anna Geertruyd Ellents, geboren Sichterman en haar zonen Wolter Hendrik, Gerard Coenraad, Hendrik Jan en Coenraad (03) Voor de bouw van het orgel richtte men zich tot de toen in deze omgeving werkzame orgelmakers Jan Radeker en Rudolf Garrels eertijds knechten bij de in Groningen toen zeer befaamde Arp Schnitger (04) Er werd een bestek en tekening gemaakt gedateerd 5 maart 1717. De dispositie was als volgt:

Manuaal. C-c3 Borstpositief C-c3
1. Principaal 8' * 1. Gedakt 8'
2. Quintadena 16' 2. Fluit 4'
3. Holpijp 8' 3. Octaaf 2'
4. Octaaf 4' 4. Sifflet 1 1/2'
5. Spitspijp 4' 5. Scherp 3 sterk
6. Quint 3' 6. Dulciaan 8'
7. Super Octaaf 2'    
8. Sexquialter 2 sterk    
9. Mixtuur 4-5-6 sterk    
10. Trompet 8'    
11. Vox Humana 8'    

*" van claer Engels tin soo veele in het gesighte te staen komen van groot C Cs etc. en soo voorts".

Aangehangen pedaal van C-d1. De klavieren 49 toetsen. 4 blaasbalgen 8 voet lang en 5 voet breed. Tot ieder klavier een sperventiel en een tremulant. Het werk werd gemaakt voor 1450 Caroli gulden (05). Het orgel werd in gebruik genomen op 16 oktober 1718 (06). Er moest echter nog het een en ander afgewerkt worden en veel beeldhouwwerk nog worden vervaardigd. Pas 14 november 1719 werd het orgel "gekeurd" door de Groningse Martini-organist Petrus Havingha en diens zoon Gerardus Havingha, die toen organist was te Appingedam. Later zou deze organist worden van de Laurenskerk te Alkmaar (07). Zowel het bestek als het keuringsrapport werden te Zuidlaren getekend, vermoedelijk bij Wolter Hendrik Ellents die toen huize Laarwoud bewoonde. (08) Hierna zal Jan Radeker het onderhoud gehad hebben tot ca. 1723 wanneer hij naar Friesland vertrekt.

1723-1729: Frans Casper Schnitger werd daarna de logische opvolger Hij verricht in 1728 enkele reparaties.

1729-1785: Na de dood van Franz Caspar Schnitger in 1729 nam A. A. Hinsz het onderhoud over. In 1738 repareert hij voor 230 Caroli gulden het orgel en in 1741 voor 36 gulden wegens een lekkage van de blaasbalgen voor 36 Caroli gulden. Voor het jaarlijks onderhoud en stemmen rekent hij vijftien Caroli gulden. Tot 1785, het jaar van zijn dood, blijft hij dit werk doen, hoewel op het laatst van zijn leven in werkelijkheid zijn knechten die arbeid verricht zullen hebben (09).

1787-1820: Van 1787 tot 1789 had de Dirk Lohman te Groningen het onderhoud, terwijl in 1790 F.C. Schnitger jr. hiervoor genoteerd staat. (10) In de Ommelander Courant van 23 mei 1794 komt een bericht voor van de volgende inhoud: "De kerkvoogden van 't Karspel Anloo, zijn voornemens aan de minst aanneemende uittebesteeden: Eenige Reparatie aan 't Orgel tot Anloo. Die daar aan gadinge heeft koome, op Donderdag den 12 Juny 1794 's agtermiddags om 1 uur, ten Huize van Luicas Hollander tot Anloo, en neemt aan, op Conditiën als dan te hooren". Ook in de Groninger Courant van 8 juli 1794 komt dit bericht voor. Uit de kerkrekeningen blijkt dat voor dit werk de orgelmaker Rudolf Knol heeft ingeschreven. Hij kreeg voor deze reparatie 280 Caroli gulden (11). Hierna keert men weer terug naar de Groningse firma Lohman, want in op 20 september 1806 is er een post van 122.13.6 Caroli gulden voor een reparatie aan het orgel te Anloo. Uit een heel ander hoek kwam van 1816 tot 1820 de te Coevorden wonende orgelmaker J. C. Scheuer die dan voor reparatie, stemmen en onderhoud in de rekeningen voorkomt (12).

1820-1847: Toen Scheuer in de jaren twintig naar Zwolle vertrok, kwam Groningen weer aan de beurt en nu zien we een lid van de familie Freytag als reparateur optreden, namelijk B.J. Freytag, die van 1821 tot 1828 het instrument stemde en onderhield. In 1823 repareerde hij het orgel, in 1824 werd het door hem geverfd en in 1827 maakte hij twee nieuwe klavieren. Een ander lid van deze familie zijn broer H. E. Freytag kwam in 1829 voor stemmen en onderhoud in de boeken te staan. In 1831 kwam weer een lid van de Lohman-familie voor, namelijk N. A. Lohman, die voor f. 43,20 repareerde en stemde. Een onbekende orgelmaker kwam daarna lange jaren voor. Van 1833 tot 1847 stemde, onderhield en repareerde H. Groenewoud het orgel (13).

1847-1940: Omstreeks 1850 komt de dispositie van het orgel voor in de Orgelbeschrijvingen van Broekhuyzen:

Manuaal C-c3 Borstwerk C-c3
Prestant 8' Gedakt 8'
Quintadena 16' Fluit 4'
Holpijp 8' Octaaf 2'
Octaaf 4' Quint 1 1/2'
Spitsfluit 4' Sesquialter 2 sterk
Quint 3' Vox humana 8'
Octaaf 2'    
Mixtuur 4-5 sterk    
Cornet 4 sterk    
Trompet 8'    

4 blaasbalgen; aangehangen pedaal C-d1; afsluitingen; koppeling; tremulant; ventiel. Broekhuyzen geeft als orgelmaker op F.C. Schnitger en voor reparatie in 1816 N.A. Lohman. Zijn berichtgever maakte hier twee fouten, daar de bouwers van het orgel, zoals uit het bestek van 1716 blijkt, J. Radeker en R. Garrels waren. Het jaartal voor de reparatie is niet 1816 maar 1806. In vergelijking met de bestek-dispositie van 1716 blijkt dat er op het Hoofdwerk een Cornet 4 sterk is bijgekomen, de Mixtuur is nu in plaats van 4-5-6 sterk 4-5 sterk geworden. De Sexquialter en Vox Humana werden verplaatst naar het Borstwerk, terwijl de Scherp 3 sterk en de Dulciaan verdwenen. (14)

Nadat van 1850 tot 1856 G. W. Lohman het orgel had onderhouden voor f. 12,- per jaar, kwam hierna de laatste tak van deze familie in het archief te staan. Op 26 maart 1856 is er de post voor de orgelmaker N. A. G. Lohman te Assen. Hij ontving f. 7,10: "aan de heer Lohman te Assen voor het maken van een akte". In 1857 ontving hij f. 15,- voor onderhoud en in 1858 kreeg zijn knecht J. Schaaffelt f. 12,-. Van 1860 tot 1867 kwam het onderhoud aan N. A. G. Lohman te Assen voor f. 12,- per jaar (15).

In het laatst van de 19e eeuw en het eerste kwart van de 20e eeuw zien we de firma Doornbos, orgelmakers te Groningen voor onderhoud en stemwerk in de archieven verschijnen. Van 1875 tot 1896 en wellicht ook daarna werd dat Jan Doornbos. Uit de kerkvoogdijvergadering van 8 april 1906 blijkt, dat Jan Doornbos een herstelling, begroot op f. 400,-, noodzakelijk acht. Hij zou hierop twee jaar garantie geven. Men besloot echter voor f. 200,- werkzaamheden te laten verrichten. In 1922 kwam zijn zoon A. Doornbos een standaard-reparatie doen. Van 1923 tot 1926 voerde de orgelmaker H. Vegter te Usquert werkzaamheden als stemmen, onderhoud en reparatie uit (16).


Foto uit Drents Archief

1940-1983: Van 1944 tot 1948 vond een restauratie plaats onder toezicht van de Nederlandse Klokken- en Orgelraad met als adviseur Mr. A. Bouman. Er werd een overeenkomst gemaakt op 15 maart 1944 tussen de kerkvoogdij de Nederlandse Hervormde gemeente te Anloo en de Groningse orgelmaker Mense Ruiter.

Het orgel had in 1943 de volgende dispositie:

Hoofdwerk   Borstwerk  
Prestant 8' Gedakt 8'
Quintadena 16' Fluit 4'
Roerfluit 8' Octaaf 2'
Octaaf 4' Sifflet 1 1/3'
Speelfluit 4' Vox humana 8'
Quint 3'    
Octaaf 2'    
Trompet 8'    

Op beide werken was een plaats onbezet: op het Hoofdwerk verdween de Mixtuur 4-5 sterk en de Cornet 4 sterk en op het Borstwerk ontbrak de Sesquialter 2 sterk. Het orgel was dus van zijn vulstemmen beroofd. Voor Sifflet 1 1/3 ' moet gelezen worden Quint(fluit) 1 1/2' Wie verantwoordelijk was voor het verwijderen van deze stemmen is niet bekend. Dit moet echter na ongeveer 1850 plaats hebben gevonden en dan komt de orgelmaker Jan Doornbos het meest in aanmerking (17). Mense Ruiter constateerde nog een aantal gebreken aan het orgel. Zo waren een aantal pijpen van de Quintadena 16' ingezakt. De kast vertoonde een knik naar voren op de overgang van de onder- naar de bovenkast. De borstwerklade bleek een chromatische lade te zijn die wellicht niet uit de bouwtijd was aldus Mense Ruiter. Het pijpwerk van deze lade was moeilijk bereikbaar vanwege de registerwellen van het Hoofdwerk. In het rapport worden in 18 punten verbeteringen opgesomd die het orgel weer zo goed mogelijk zouden herstellen. Van reconstructie was toen nog geen sprake. De voornaamste punten waren:

  1. uitbreiding van de manualen tot f3.
  2. ombouw van de registratuur.
  3. nieuwe windkanalen.
  4. herstel van de Sifflet (of Quintfluit 1 1/2') met bijmaken van de kleinste pijpjes; herstel van de Quintadeen 16' met het hergieten van de grootste pijpen.
  5. verplaatsing van de Trompet 8' om plaats te maken voor de nieuwe Mixtuur 4-5 sterk.
  6. intonatie in Barokkarakter.
  7. de winddruk zal worden gebracht op 70 mm waterdruk (18).

Wegens oorlogsomstandigheden kon de opleveringstermijn van 16 februari 1945 niet gehaald worden. Na de oorlog kon nog niet direct worden doorgewerkt zodat pas op 24 oktober 1948 het orgel weer in gebruik genomen kon worden. Bij die gelegenheid werd het orgel bespeeld door Aart Smink, organist en conservatoriumleraar te Den Haag (19).

Na de restauratie door Mense Ruiter was de dispositie als volgt:

Hoofdwerk. C-f3 Borstwerk. C-f3
1. Prestant 8' 1. Holpijp 8'
2. Quintadena 16' 2. Gedekt Fluit 4'
3. Roerfluit 8' 3. Quintfluit 1'
4. Spitsfluit 4' 4. Octaaf 4'.
5. Octaaf 4' 5. Onbezet register  
6. Nassat 2 2/3' 6. Vox humana 8'
7. Superoctaaf 2'    
8. Sesquialter 2 '    
9. Onbezet register      
10. Mixtuur IV-V    
11. Trompet 8'    

Samenstelling vulstemmen:

Sesquialter 2 sterk:

C : ? ?
c : 1 1/3 4/5
c1: 2 2/3 1 3/5

Mixtuur 4-5 sterk:

C : 1 1 1/3 2/3 1/2
c : 2 1 1/3 1 2/3
c1 : 4 2 2/3 2 1 1 1/3 1
c2 : 5 1/3 4 2 2/3 2 1 1 1/3

Tremulant; aangehangen pedaal C-d1; 4 blaasbalgen; koppeling Hoofdwerk-Bovenwerk als trede;2 afsluitingen; ventiel (20).


Foto vanuit het Archief van http://www.kerkeninbeeld.nl


Foto vanuit het Archief van http://www.kerkeninbeeld.nl

1983
: Sinds 1983 is de kerkvoogdij bezig om tot de reconstructie van het Radeker-Garrels orgel te komen. Een inmiddels in het leven geroepen orgelcommissie had als adviseur Klaas Bolt aangetrokken, die echter in 1990 is overleden. Hij werd opgevolgd door Stef Tuinstra en Harald Vogel. Ook werd het restauratieproject ondersteund vanuit het North German Organ Research Project uit Gothenburg (Zweden).

1986:
Reformatorisch Dagblad 24 januari 1986
„Anloo, de kerk...."
Er zijn van die plaatsjes waarmee men, zonder dat er enige aanleiding is, een zekere gebondenheid voelt. Zo'n dorpje is Anloo in Drenthe. Waarschijnlijk komt dat voort uit het feit dat ik in mijn diensttijd nogal eens in de buurt van Anloo was gelegerd. Kennismaking met het historische Garrels-orgel bleef natuurlijk niet achterwege.
De kerk van Anloo wordt als een der oudste van Drenthe beschouwd. Ongetwijfeld is zij ook een van de boeiendste. Belangrijke historische gebeurtenissen in en rond deze kerk werden onlangs gebundeld en uitgegeven door de kerkvoogdij der hervormde gemeente te Anloo. Uit de netto-opbrengst hoopt men een bijdrage te kunnen leveren om het waardevolle orgel van deze kerk te kunnen restaureren. Het is de moeite waard. Want het orgel is een werkstuk van Johannes Radeker en Rudolf Garrels.
Ellents
Het instrument werd aan de kerk geschonken door de van 1620 tot 1838 in dit dorp wonende familie Ellents. Men gunde de bouw aan Arp Schnitger die het werk echter deed uitvoeren door twee van zijn meesterknechten. Het orgel vertoont echter wel zo overduidelijke Schnitgerkenmerken dat er eigenlijk ook wel van een Schnitger gesproken kan
Op 16 oktober 1718 maakte men voor het-eerst muziek op dit instrument. Door de loop der tijden werd het orgel vele malen onder handen genomen door orgelmakers van uiteenlopend vakmanschap. De laatste keer verrichtte Mense Ruiter — destijds gevestigd te Groningen, thans te Zuidwolde — in 1944-1948 handelingen aan het instrument. Thans verkeert het echter in zodanig slechte staat dat het binnen afzienbare tijd opnieuw moet worden gerestaureerd, wil het voor de toekomst behouden blijven.
Commissie
Er vormde zich te Anloo een actieve orgelcommissie die onder meer door het organiseren van concerten een deel van het benodigde geld bijeen tracht te krijgen. Een andere activiteit was het uitbrengen van een zeer lezenswaardig boekje waarin de gehele kerkgeschiedenis van het dorp wordt beschreven. Ook de orgelhistorie wordt in extenso belicht.
Mede vanwege het sympathieke doel willen we het boekje van harte bij u aanbevelen. En, komt u eens in de buurt van Anloo: de kerk is altijd te bezichtigen en wekelijks worden er concerten gegeven. Overtuig u zelf van de schoonheid van kerk en orgel van Anloo.
N.a.v.: „Anloo, de kerk..."; Uitg. Orgelcom. Herv. kerk Anloo; te best. door overmaking van ƒ 18,- op bankrek. 30.29.25.104 Rabobank Annen, onder vermelding van ,,orgelboekje".

 

 

 

 





Reformatorisch Dagblad, 13 oktober 1986, p. 9



Reformatorisch Dagblad, 11 november 1989, p. 8.

1990: De restauratie wordt door Henk van Eeken gestart.


Reformatorisch Dagblad, 26 augustus 1991, p. 9.

1994: Financiering van het toe te voegen vrij pedaal

Nieuwsblad van het Noorden  of Drentse Courant 20-07-1994 (35)


Dagblad van het Noorden NvhN 1994 (35)

1995: Op 12 april 1995 brak er brand uit in de werkplaats van Van Eeken. Een kleine 400 orgelpijpen verbrandden, (het orgel heeft ongeveer 1200 pijpen) alsmede de claviatuur en wat houtsnijwerk. (21) De oude kas en de windladen bleven gespaard. Na een gevecht met de verzekeringsmaatschappij kon de restauratie worden voortgezet.


Drentse Courant, omstreeks 20 april 1995 (35)


Reformatorisch Dagblad, 13 april 1995, p. 15


Drentse Courant, ca. 26-06-1996 (35)


Drentse Courant, 1997 (35)

1998/1999: Uitgangspunt bij de restauratie was het bestek uit 1717. Ook de voor de brand opgebouwde documentatie was hierbij van onschatbare waarde. Van grote betekenis voor de restauratie van het Radeker-Garrels orgel is het North German Organ Research Project van de universiteit van Gothenburg (Zweden) geweest. In dit project vindt interdisciplinair wetenschappelijk onderzoek plaats naar tal van processen in historische orgels. Naar aanleiding van dit onderzoek is bij de restauratie en reconstructie van het Anlooer orgel een aantal volstrekt nieuwe technieken toegepast. Zo konden voor het eerst in deze eeuw de nieuwe orgelpijpen volledig volgens de oorspronkelijke werkwijze uit 1717 worden gemaakt. Daarbij zijn de platen orgelmetaal op een zandbed gegoten en uitsluitend met de hand geschaafd. Het orgel heeft de oude stemming en toonhoogte terug gekregen.
De ingebruikname van het gerestaureerde (gereconstrueerde) orgel is op zaterdag 26 juni 1999 om 16.00 uur. De burgemeester van de gemeente Aa en Hunze de heer drs. R.W. Munniksma neemt dan het orgel officieel in gebruik. Op 25 juni 1999 was er een persconferentie in de Magnuskerk van Anloo, van 10.30 uur tot 11.30 uur. Daarbij is o.a. het stichtingbestuur en het kerkbestuur aanwezig, alsmede de orgelbouwer en de adviseurs van de stichting.

1999-2001: Uitbreiding orgel: De firma van Eeken breidt het orgel uit met een zelfstandig pedaal. Om het pedaal te financieren hebben vele donateurs, het Anjerfonds, de gemeente Aa en Hunze en anderen een orgelpijp geadopteerd. De naam van de adoptant wordt als dank in de pijp gegraveerd.


Drentse Courant 23-12-2000 (35)


Gezinsblad nr 49 2000


De Schakel, 16-06-1999 (35)


De Schakel, 30-06-1999 (35)


De Koerier, 14-07-1999 (35)

Dispositie na de restauratie en voltooing van het pedaal:

Hoofdwerk   Borstwerk   Pedaal  
Quintadena 16' Gedackt 8' Bourdon 16'
Principael 8' Floit 4' Octaaf 8'
Roerpijp 8' Octav 2' Basuyn 16'
Octav 4' Sijfloit 1 1/3 Cornet 4'
Spitspijp 4' Scherp III    
Quint 2 2/3' Dulciaen 8'    
Super Octav 2'        
Sesquialter II        
Mixtuir IV-VI        
Trompet 8'        
Vox Humana 8' b/d        


Touwtrekken in Anloo
Orgelmaker Henk van Eeken verlangt erkenning na restauratierel
"Orgelmaker maakt kapitale blunders bij orgelrestauratie in Anloo." "Orgelrestauratie in Anloo is zeer geslaagd." "Het geleverde werk is van Europees formaat." Drie kwalificaties van drie respectabele orgeladviseurs. Ieder voor zich legt hiervan rekenschap af in forse keuringsrapporten. Tegelijkertijd vliegen brieven, waarin met modder wordt gegooid, over tafel. De orgelrel ligt op straat. Mensen zijn beschadigd en instanties zitten met de handen in het haar. Maar de oplossing is in zicht.
De restauratie van het orgel in de Magnuskerk in Anloo, de oudste kerk van Drenthe, houdt de gemoederen bezig. In 1718 bouwen de Schnitger-leerlingen Radeker en Garrels een instrument voor deze hervormde kerk. In later jaren werken de orgelmakers Hinsz, Knol, Lohman, Freytag en Doornbos aan het orgel. Een integrale restauratie door de Groningse orgelmaker Mense Ruiter volgt in 1944-1948.
Eind jaren tachtig neemt de onvrede over het klankresultaat van deze laatste restauratie toe. Groeiende inzichten in het historische orgelpatrimonium zijn daarvan de oorzaak. In 1986 ontwikkelt adviseur Klaas Bolt een restauratieplan. Drie jaar later wordt daarbij ook Stef Tuinstra, dan nog adviseur in opleiding, betrokken. Vanaf 1991 vindt een nieuwe restauratie door Henk van Eeken plaats. Doel is een zo zorgvuldig mogelijk herstel van de oorspronkelijke toestand. Harald Vogel volgt in 1990 de in dat jaar overleden Bolt op.
Reconstructie
In 1995 gaan bij een brand in de werkplaats van de orgelmaker meer dan 400 oude pijpen, de pijpstokken, de manualen en delen van de orgelkas verloren. Omdat het orgel op het moment van deze ramp reeds verregaand is gedocumenteerd, blijkt een minutieuze reconstructie mogelijk. Belangrijke rol daarbij spelen enkele initiatieven die vanaf 1989 vanuit Nederland, Duitsland en Zweden zijn ontwikkeld en vanaf 1993 zijn gebundeld in het "North German Organ Research Project" van het Göteborg Organ Art Center (GOArt) aan de Universiteit van Gotenburg in Zweden.
Dit project heeft onder meer tot doel processen te onderzoeken die zich hebben afgespeeld bij de bouw van historische orgels. Het gaat daarbij om omvangrijk interdisciplinair onderzoek naar onder meer eigenschappen van het metaal en akoestische, thermodynamische, organologische en muzikale aspecten van de klassieke orgelbouw. Naar aanleiding van deze ontwikkeling wordt besloten de productiewijze en intonatie van de nieuwe pijpen voor het Anlooër orgel zo nauw mogelijk bij de oorspronkelijke werkwijze van Radeker en Garrels te laten aansluiten. Van Eeken noemt dit "procesherhaling", met als resultaat "een nieuwe stap op de weg naar een klank die zo goed is als oud." De orgelmaker voegt ook een nieuw pedaal toe.
Zandbed
Orgelmaker Van Eeken beschouwt Anloo als een proefproject, waarbij onderzoek en ontwikkeling centraal staan. "Dit heeft meer tijd gekost dan aanvankelijk was voorzien. Een element dat ik van meet af aan met de opdrachtgever, de adviseurs en de Rijksdienst voor de Monumentenzorg heb besproken", zegt hij. "Zo is het metaal voor de orgelpijpen op een zandbed gegoten en zijn de pijpen kernsteekloos geïntoneerd. De restauratie is ook vertraagd omdat ik door activiteiten die in de kerk plaatsvonden enkele maanden niet kon werken." Vanaf najaar 1997 kon het instrument in de kerkdiensten gebruikt worden, hoewel het nog niet af was. Tot zover is er geen vuiltje aan de lucht.
Daarna groeien er problemen. De samenwerking tussen adviseur Tuinstra en orgelmaker Van Eeken loopt stuk. "Tuinstra toont nauwelijks belangstelling voor onderzoek en ontwikkeling binnen het project", zegt Van Eeken. "Van Eeken verstrekt mij geen informatie meer, terwijl resultaat uitblijft", zegt Tuinstra. Volgens de Groningse adviseur komt ook Monumentenzorg op de proppen, omdat de subsidietermijn in gevaar dreigt te raken. Tuinstra: "Monumentenzorg wil de eindafrekening van de subsidie -waarin het honorarium van de adviseur is inbegrepen- pas voldoen als er een eindrapport van de adviseur ligt. Van Eeken krijgt een schema opgelegd, maar kan het niet waarmaken. Hij komt afspraken niet na." Tuinstra vergeet dat de orgelmaker Monumentenzorg bericht dat het opgelegde schema niet realistisch is.
Wanprestatie
Op grond van wat er tot dan toe is gerealiseerd, stemt Monumentenzorg in met de subsidieverstrekking. "Wat er is gerealiseerd klinkt niet slecht, er klinken hele mooie dingen", aldus adviseur Tuinstra in zijn rapport. Besloten wordt de eindkeuring te verrichten wanneer alles klaar is. Het is de vraag of de Rijksdienst voor de Monumentenzorg een dergelijke eindrappo rtage op grond van wetgeving kan eisen. Tuinstra toont zich zeer ingenomen met het technisch resultaat van het werk. "Van Eeken heeft een prachtig en duurzaam orgel gemaakt. De materialen geven alle aanleiding om het hoogste niveau te (kunnen) bereiken." Van de klankgeving en de samenwerking met Van Eeken laat hij echter geen spaan heel. De Groningse adviseur constateert dat het orgel windziek is en gebreken in de technische aanleg vertoont, en stelt tal van intonatiegebreken vast. Hij spreekt zelfs van een wanprestatie en een kapitale blunder.
Hij brengt de Vereniging van Orgelmakers in Nederland (VON) op de hoogte van zijn bevindingen. "Wij schrokken daarvan", zegt VON-secretaris mr. C. J. W. Steenbergen. De VON heeft Van Eeken echter nooit om een reactie gevraagd. Volgens Tuinstra heeft Van Eeken vervolgens eenzijdig de samenwerking met hem opgezegd.
Patstelling
Adviseur Harald Vogel schrijft ook een rapport. Hij sluit zich aan bij Tuinstra''s conclusie dat er prachtig en duurzaam werk is geleverd. Vogel heeft, anders dan Tuinstra, het onderzoek daaromtrent goed gevolgd. Op dit punt is hij het volstrekt oneens met zijn collega-adviseur. Hij constateert enkele kleine dingen die de orgelmaker nog moet vereffenen, maar spreekt van het hoogste niveau dat in Europese context is bereikt. Een patstelling dus.
Henk van Eeken vindt dat hij als orgelmaker de eindverantwoordelijkheid heeft voor de klank. "De adviseur is geen klankarchitect en moet ook niet denken dat de intonateur een soort tovenaar is, die uit een pijp haalt wat de adviseur denkt te willen horen. Tuinstra heeft duidelijk laten blijken dat hij van dit proefproject niets heeft begrepen. Bovendien betrekt hij mij niet bij een tussentijdse keuring van het orgel. Volstrekt tegen hetgeen in het contract is vastgelegd. Dan ontbreekt het aan een elementaire vertrouwensbasis."
Kleine correcties
Een periode van touwtrekken volgt. Ten diepste doet niemand iets. Van Eeken wil zo niet verder. Ook de VON neemt het niet voor hem op. Uiteindelijk weet burgemeester R. W. Munniksma van Aa en Hunze de impasse te doorbreken. Hij verzoekt Monumentenzorg een niet bij het project betrokken adviseur in te schakelen. Deze stelt voor de Orgelcommissie van de Hervormde Kerk in te schakelen. Die vraagt de onafhankelijke adviseur Koos van de Linde de kar weer vlot te trekken en een eindoordeel over het geleverde werk te geven.
Van de Linde keurt het orgel in bijzijn van de orgelmaker en Tuinstra. Hij constateert dat de technische afwerking van het orgel tot het beste behoort wat momenteel internationaal gepresteerd wordt. Bij de restauratie zijn geen fouten gemaakt in de opzet van de windvoorziening. De intonatie als geheel is goed tot zeer goed. Wel zijn nog enkele kleine correcties nodig. Op alle vragen van de opdrachtgever -de Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen in Groningen en Drenthe (SBKGD), handelend namens de kerkvoogdij- geeft Van de Linde een bevredigend antwoord.
Ook in de vragen die door de Stichting Muziek in Anloo -die de financiële kant van de restauratie behartigt- zijn opgeworpen ziet Van de Linde geen reden om het werk af te keuren. Koos van de Linde wijst de technische en artistieke bezwaren die door Tuinstra zijn ingebracht in alle opzichten van de hand.
De ontknoping volgt. De opdrachtgever spreekt vertrouwen uit in de orgelmaker. Adviseur Tuinstra wordt bedankt voor de bewezen diensten. Van Eeken wil eerst nog een aantal zaken helder hebben. Hij wil dat zijn naam van blaam wordt gezuiverd en denkt enkele weken nodig te hebben om het Anlooër orgelproject tot een goed einde te brengen. Anloo is opgelucht.
Reformatorisch Dagblad, 22 januari 2001, p. 15


De Koerier, 23-07-2001 (35)


Dagblad van het Noorden 29-04-2006 p23 (35)


Reformatorisch Dagblad, 9 oktober 2002, p. 18.

Reportage 11 mei 2015 Orgeldag Noord -Nederland door RTV Drenthe: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/94961/Trillende-kerkbanken-tijdens-de-orgeldag-Noord-Nederland

Organisten:

1718-1754: D. J. Pothof Ook deze kerk profiteerde van de in 1649 in het leven geroepen regeling dat zodra een orgel speelvaardig in de kerk stond de fungerende organist een salaris uit de landschapskas zou ontvangen van 60 Caroli gulden. Op 17 oktober 1718 werd hiertoe dan ook besloten. D.J. Pothof overleed op 16 juni 1754 (22).

1754-1803: Jannes Bruins Deze organist was tevens schoolmeester en koster. In 1757 werd hem een bedrag van 127-16-0 Caroli gulden uitbetaald, maar het is niet bekend waarvoor hij dit bedrag ontving. Hij was getrouwd met Klaasje Roelofs (23).

1803-1831: Jan Roelof Bruins Hij was een zoon van de vorige organist. Hij werd geboren te Anloo 24 oktober 1768 en overleed aldaar 2 februari 1861. Hij was getrouwd met Jeichien Jans Schuiling, geboren te Annen 10 oktober 1772, dochter van Jan Schuiling en Francien Geugjes en overleden te Anloo 2 april 1828. In 1830 verscheen in de Drentsche Courant een oproep voor de betrekking van schoolmeester, koster en organist op een salaris van totaal f. 450,-, echter onder beding, dat als blijvend pensioen voor de aftredende functionaris f. 100,- per jaar aan hem diende te worden afgedragen. Daar Jan Roelof Bruins pas in 1861 overleed profiteerde hij nog ruim dertig jaar van deze bepaling! Zijn graf met daarop een zerk is nog op het kerkhof te Anloo te zien (24).

1832-1848: Lambert Niemeijer. Hij werd per 1 mei 1832 benoemd, het geen we opmaken uit de betaling van het salaris, namelijk van 1 januari tot 30 april 1832 nog uitbetaling aan J. R. Bruins f. 20,- en per 1 mei 1832 f. 40,- aan Niemeijer. Hij was onderwijzer en was " een kreupel man" wat hem niet belette organist te zijn (25).

1848-1885: Jan Hendrik van Veen: Vanaf 2 november 1848 wordt hij als organist genoemd hij was koster en onderwijzer (26).

1885-1922: J. H. Veltmeijer: Hij was schoolmeester, koster, organist en voorlezer (27).

1922-1926: K. v.d. Werff: Volgens Het Orgel (1922-1923)94 was hij lid van de Nederlandse Organisten Vereniging (28).

1926-1927: L. P. Bol: In de vergadering van de kerkvoogdij 13 februari 1926 werd hij uit een drietal: de heren L. v. d. Glas van Annerveenschekanaal, I. F. Westrup van Annen en L. P. Bol gekozen op een salaris van f. 200,- voor één jaar met de mogelijkheid tot verlenging. Hij was tevens schoolmeester en koster of was diens echtgenote Mevr. Bol-Eertmans de organiste? (29).

1927-1961: I. F. Westrup: Deze organist komt voor onder het drietal uit 1926. In deze periode wordt ook no 19. de heer Friese als organist genoemd (30).

1961-1969: A.H. Vlietstra: Deze organist, later arts te Nieuwe Pekela liet zich soms vervangen door Jan Welmers, de bekende componist en organist van de Grote kerk te Nijmegen, zoon van S. Welmers, organist van de Gereformeerde kerk te Zuidlaren (31).

1969-1971 Interim-periode: In deze periode was er geen vaste organist aangesteld.

1971-19?? Ben Kleefstra: Naast deze organist treden als zodanig sinds 1984 op: de heren Wim van der Laar en Harry Slot (32)

1984-heden: Wim van der Laar en Doewe Kraster.

Bronvermelding:

  1. Zie informatie over de kerk
  2. Ozinga Historische kerkgebouwen Drenthe Handboek (1943) 339 Eekhof Aanteekeningen Anloo. Ned. Archief Kerkgsch. XXIV (1931) 254 Bijlage 1.
  3. Panman Anloo (1984)19-21. Op de orgelbalustrade vijf uitgekapte wapenschilden (2e, 3e en 4e gedeeld), waaronder deze opschriften: 1."H:J:Ellents/(raad en landschrijver)/Van de Lant-/schap Drenthe".2."W:H:Ellents/(Raat en Lantschrijver)der/landschap Dre-/nthe en vrouwe/Roedolphina Anna/Ellents geboren/Lemker"3."A:G:Sichterman/wed:wijlen de He/er C:Ellents(ontfanger Gene/raall)van de lantschap/Drenthe 1719".4."G:C:Ellents/mede(Gedeputeerde State?)van de lantschap Drent/he en vrou E:Ell/ents geboren Jullens".5."C:Ellents sc-/holt van Anloo/Gieten en suyd/L:Bank.scholt/int Oostermoer/en Rolderding-/spil".Zie Belonje,Van Holthe.Gedenkwaardigheden Drenthe(1937)3.
  4. RAD. Archief Etstoel (1715-1730).Inv.nr.137. Zie ook Eelde, Zuidlaren en Meppel.
  5. Idem. Bijlage 2.
  6. Romein. Predikanten(1861)19.
  7. RAD. Archief Etstoel (1715-1730).Inv.nr.137. Bijlage 3 Jongepier Alkmaar(1987) 23 en 30. Hij was aldaar organist van 1722 tot 1753.
  8. Wolter Hendrik Ellents woonde van 1715 tot 1724 op huize Laarwoud te Zuidlaren en daar zullen genoemde stukken getekend zijn. Zie ook noot 8 Zuidlaren.
  9. RAD. Rekeningen Kerkvoogdij Anloo (1738-
  10. Idem.
  11. Idem. Rudolf Knol wordt door Gregoir in Historique (1865)een leerling van Dirk Lohman genoemd.
  12. Idem. Gregoir. Historique(1865)131 schrijft: "1806,Anlo réparé l'orgue de 2 clav. et 16 reg.".
  13. Idem. B.J. Freytag was een broer van H.E. Freytag. Hij overleed 19-4-1829 DTB Groningen: Overleden 16-7-1845 Harmannus Groenewout, ruim 51 jaar oud van beroep orgelmakersknecht, gewoond hebbende Kruidgracht letter P no 79a, laatst man van Zwaantje Jacobs Nieman, zn. v. wijlen Jan Groenewout en Jantien Suidema. Was hij knecht bij G.W. Lohman?
  14. Idem. G.W. Lohman overleed in 1856 aan de typhus. Na hem komt de zoon van H.B. Lohman, een broer van G.W. Lohman, in de rekeningen voor.
  15. Idem. Nicolaas Anthonie Gerhardus Lohman is een van de weinige orgelmakers die op Drentse bodem vestigde. J. Schaaffelt was eerst knecht bij H.B. Lohman, die te Leiden woonde en in 1854 overleed. Zie voor uitgebreide informatie over de fam. Lohman,Talstra in de Mixtuur 17 en 18.
  16. Idem. Notulen Kerkvoogdij 28-9-1906 en Rekeningen Kerkvoogdij 26-1-1906 en 20-8-1906. Idem. 20-51922. Kwitantie van A. Doornbos, Kerkorgelmaker, Riouwstraat 2, Groningen van f.300,- voor het schoonmaken, nazien, stemmen, intoneren van pijpwerk en het leveren van 2 pedaaltoetsen en registerplaatjes voor het kerkorgel. 18-11-1922. Idem stemmen 17,50 20-5-1922. Vegter was de opvolger van de orgelmaker Eertman te Noordwolde. Hij ontving f.15,- per beurt.
  17. AHGA. Bestek Mense Ruiter 15-3-1944. Bijlage 4.
  18. Idem.
  19. Drenthe Prov. Maandbl. (1948) 176.
  20. De Mixtuur 4-5 sterk werd nieuw gemaakt.
  21. De Orgelvriend(1995)no 5, pag.11. De brand vond plaats in het atelier van Henk van Eeken op 12-4-1995. Het betreft de klavieren en de kleinere labialen vanaf 3 voet van het orgel te Anloo. H. v. Nieuwkoop. Haarlemse Orgelkunst.(1988)201-203. Gregoir in Historique (1865) 158-159 noemt hem als medewerker van Christiaan Müller. Bijlage 5.
  22. De uitbetalingen aan de organisten administreerde men of uit Rekeningen van de Ontvanger der Contributiën (RAD. Statenarchief. Inv.nr. 1775 of uit de Rekeningen van de Rentmeesters der Domeinen (Rad. Statenarchief. Inv.nr. 1777).Na 1810 moest de kerkvoogdij de kerkelijke beambten echter uit eigen middelen gaan betalen.
  23. RAD. AHGA. Inv.nr. 1931. Kerkvoogdijrekeningen.
  24. Drentsche Courant 7-9-1830. Nieuwe Drentse Volkalmanak(1930)46.Belonje, Van Holthe Gedenkwaardigheden(1934).Anloo. Kerkhof:zerk 10 en 11.
  25. RAD. AHGA. Inv. 1931/24. Rek .kerkv. R. Reinsma. Lager onderw. Nieuwe Drentse Volksalmanak(1965)120 en idem (1976)83.
  26. Idem.
  27. Idem.
  28. Het Orgel (1922-1923) 94.
  29. RAD. Inv. 1931. nr. XVII/1. Notulen kerkvoogdij. Verg.13-2-1926.
  30. Hij wordt ook al in 1926 genoemd. In 1927 ontving hij nog salaris van 31-5 tot 31-12-1927 ad f.93.75 = 3 kwartalen. Jaarsalaris dus f.125,-.
  31. RAD. AHGA.
  32. Met dank Ds. H.D. Hendriks, de heer J. Havinga, administrerend kerkvoogd, koster Matthijsen, de organist B. Kleefstra en de oud-organist I.F. Westrup.
  33. www: http://reliwiki.nl/index.php/Anloo,_Kerkbrink_3_-_Magnuskerk 
  34. Boek: Het historische orgel in Nederland 1479-1725 blz. 354-356
  35. E-Mail van Frits Kaan d.d. 3 januari 2015

 

Bijlagen.

Bijlage 1
Uit: M.D. Ozinga "De historische kerkgebouwen van Drenthe" in: Drenthe-Handboek voor het kennen van het Drentse leven in voorbije eeuwen deel I Meppel (1943)339.

Opschrift gevonden bij de restauratie in 1936: Op de gewelven uit het schip afkomstige balken, waarop in gouden letters met blauw fond geschreven was: "In t' jaar 1716 is dese solderingh tot een gewelf verheven, wanneer predikant en kerkvoogden waren U.D. (=de) Vries, den ontvanger-generaal H. Jan Ellents ende Ette Barelt Homan".

Bijlage 2.

RAD. Archief Etstoel (1715-1730) no 137.

Opstell van een Nieuw Orgel"/Soo tot Anloo sal werden gebouwt./

1. Nemen de Orgelmakers J. Radeker en R. Garls an/de striktuir en het gesneden werk volgens dese afteike/ninge te maken van goet eiken hout mits dat de Eede/Heeren bestederen de solderinge en trappen tot haren lasten/hebben te houden en de Orgelmakers de bekledinge/van de trap sullen maken naer het fatsoen van de borst/wering en het puisterhuis.

2. In 't manuael een geheel Nieuwe sleep wintlade/met Registractuir en abstracktuir op welke lade/ navolgende stemmen te staen komen/voeten/

1. Principael 8 van claer Engels tin/soo veele in het ge/sighte te staen komen/van groot C Cs etc./en soo voorts/
2. Quintadena 16/
3. Hol oft roerpijp 8/
4. Octav 4/
5. Spitspijp 4/
6. Quint 3/
7. Super Octav 2/ _ =
8. Sexquialter 2 sterk r c/
9. Mixtuir 4/5/6/
10. Trompet 8/
11. Vox humana 8/

3. In 't Borstpositijf een geheel Nieuw sleep/wintlade met Registractuir en abstractuir,alwaer navolgen/de stemmen op te staen komen/voeten/

1. Gedact 8/
2. floit 4/
3. Octav 2/
4. Sijfloit 1 1/2/
5. Scherp 3 sterk/
6. Dulciaen 8 voet/

4. Tot werk behoren 4 puisters van 8 voet langh/en 5 voet breet/

5. Hijr toe behoren 2 hant clavieren van C Cs D Ds F Gs/tot c''' in alles 49 Claves bveneffens een aenhenght/pedael van C tot d' in alles 27 Claves/

6. Tot jeder Clavier een speerventiel en een tremulant/gemaeckt worden/

7. Als mede dat de Orgelmakers het werk an't boort/van 't schip moeten leveren en dan vervolgens ten laste/van de Eedele Heren bestederen blijft om schip en/wagenvraght te bekostigen/

8. Als mede hebben de orgelmakers angenomen nae/de leverantie van 't werk nogh drie jaren te onderhouden/en de defecten daer an komende te restitueren/

9. De Capitelen van de pilaren onder 't orgel met sneden/werk te leveren als mede tusschen de beide pilaren an de/borstweringe een geproportioneert loofwerk/

10. Wanneer de orgelmakers hier toe alle materialen/verschaffen als al het pijpwerk dat voor in 't gesighte/koomt(namelijk C Cs D Ds etc. en soo vervolgens)/van goet Engels tin, het ander pijpwerk van goet me/tael,alle angehengen en veren van messingh en messigh/draet, en vervolgens alles eerlijk verveerdigen wanneer door/Lieden hijr van kennis hebbende is gevisiteert opgenomen/en vervolgens geapprobeert mits dat de Eedele Heren/bestederen sullen leveren het hout tot de pilaren onder de/borstweringe en de balken onder het orgel mitsgaders de/solderingh van 't orgel en geduirende het stemmen an de/Orgelmakers een puistertreder werde verschaft en wil het/als dan kosten de somma van etc./

Dit werk is bedongen en van de orgelmakers angenomen/met de schilden al waer het loofwerk om zijn sal om de/wapens op te staen voor de somma van Een Duisent vier hondert/en vijftig Car. gld. Hijr van twie gelijkluidende gemaeckt en van werkanten getekent. Actum Zuidlaren den 5 Mart 1717./

(w.g.) A.G. Scichterman/ (w.g.) J. Raidker orgelmaker/
weduwe Ellents/ Rudolph Garrels orgelmaker/
voor mij en mijn sonen/".

Bijlage 3.
"Door order van Haer Eedel Achtbaerheden/(Mevrouw A.G.Sichterman weduwe van de Eedele Hr./Ontfanger Generael C.Ellents de Hr.Lantschriver/W.H.Ellents de Hr.Gedeputeerde G.Ellents de Hr./Ontfanger Generael H.I.Ellents de Hr.Schulte/C.Ellents)geroepen zijnde om het nieuwe Orgel/tot Anloo, soo door de orgelmakers J.Radeker en/R.Garrels is gemaekt te visiteren en examineren,/verklaren wij ondergeschreven mits desen,dat wintladen/registractuir en abstractuir, puisters, pijpen, canalen/alle angehengen en veeren van Messingh draet conform/het bestek in alle stucken goet en dughtigh gemaekt/zijn, soo dat wij het selve in een goeje oodre gevonden/hebbende en nae onse beste geweten van stuk tot/stuck nagesien,en in een goet accoort t'samen/gestemt,dit de waerheit zijnde,hebben desen met/onse eigene handen verteikent, gegeven tot Zuitlaren/in den jare onses Heeren Een Duisent Seven Hondert/en Negentien den 14 November 1719./
(w.g.) Pet/ organist in Groning/
Gerh. Havingha/ organist in Appingadam/11-14-1719/".

Bijlage 4.

Overeenkomst betreffende de restauratie van het orgel in de Hervormde kerk te Anloo.

Op heden den vijftienden Maart 1900 vier en veertig zijn de Kerkvoogdij der Ned. Hervormde Gemeente te Anloo, in deze overeenkomst aangeduid met "de aanbesteder", contractant ter eene zijde en Mense Ruiter, orgelbouwer, gevestigd te Groningen aan de Bankastraat nr.9a, in deze overeenkomst aangeduid met "de aannemer", contractant ter andere zijde, overeengekomen als volgt:

Art.1. De aanbesteder heeft aanbesteed aan den aannemer, gelijk de aannemer verklaart van den aanbesteder te hebben aangenomen, het restaureeren en geheel voltooid en speelklaar opleveren van het orgel met 14 stemmen in het kerkgebouw van den aanbesteder, te weten in de Hervormde kerk te Anloo.

Art.2. Dit orgel zal worden gerestaureerd geheel overeenkomstig onderstaande voorschriften en voor de eindkeuring geheel voltooid worden opgeleverd op vrijdag 16 Februari 1900 vijf en veertig. Voor de goede uitvoering der werkzaamheden zal de aannemer ontvangen een bedrag van f.3300,-(zeege drie duizend drie honderd gulden),na schriftelijke goedkeuring door den Nederlandschen Klokken- en Orgelraad, gevestigd te Amsterdam aan de Reguliersgracht 114, die met de Directie van het werk is belast.

Art.3. De restauratiewerkzaamheden zijn de volgende:

a. algeheele demontage, schoonmaak, herstel en waar noodig vernieuwing van onbruikbare onderdeelen in dezelfde materialen, montage en speelklare afstelling.

b. deugdelijk wegnemen van door- en bijspraak uit de windladen, door demontage, vlakschaven, waar noodig vernieuwen van gescheurde sponsels, hard leer en pulpeetdraden, potlooden der sleepen, montage en zuivere afregeling.

c. bijmaken in dezelfde materialen van nieuwe sleeplaadjes voor cis3 t/m f3.

d. uitbreiden van de manualen en bijbehoorende mechaniek in dezelfde materialen en vorm tot f3(54 toetsen),inclusief herstellen van de bestaande manuaaltoetsen met hun beleg.

e. omwerken van het pedaal tot een indeeling van 99,6, inclusief het wijzigen van het welbord in verband hiermede, en het vernieuwen van kromgetrokken wellen.

f. wegnemen van rammelen of kloppen van de toetsen en het mechaniek, door het aanbrengen van nieuwe stiften en opnieuw invoeren van de draaipunten en het bevilten der toetsen. Zwak geworden draadwerk wordt vernieuwd met roodkoper. De toetsaanslag zal zoo licht mogelijk zijn en de diepgang der manuaaltoetsen ongeveer 10 mm.

g. ombouwen van de registratuur, zoodat de registerknoppen ongeveer 20 cm. dichter bij de manualen komen. Onder de knoppen worden langwerpige zwartgelakte houten plankjes aangebracht, waarop in vergulde barokletters de volgende registernamen worden geschilderd(het schilderen buiten de aanneemsom):Quintadena 16', Praestant 8', Roerfluit 8', Octaav 4', Spitsfluyt 4', Nassat 3', Super-octaav 2', Mixtuur 4 à 5 sterk, Trompet 8', Holpijp 8', Gedaktfluyt 4', Octaav2', Quintfluyt 1 1/2', Vox humana 8', Coppeling. Een nieuwe eikenhouten manuaalkoppel wordt aangebracht.

h. aanleggen van grenenhouten windkanalen(inwendig met lijmverf, uitwendig met lak bestreken) tusschen balg en windladen waarin de bochten verkropt zullen zijn. De winddruk wordt op 70 mm. waterdruk afgesteld.

i. schoonmaken en keurig in de oorspronkelijke vorm herstellen van het pijpwerk, waarbij te hooge opsneden zullen worden verlaagd.

j. de bestaande frontpijpen worden van de aluminiumverflaag ontdaan, opnieuw gepolijst en met matte zaponlak gelakt.

k. De grootste 5 of 6 pijpen der Quintadena 16' worden versmolten en onder bijvoeging van orgelmetaal van voldoende wanddikte in dezelfde mensuren hermaakt en op een nieuwe pneumatische lade terzijde in de orgelkast geplaatst. Indien geen orgelmetaal hiervoor beschikbaar wordt gesteld, worden deze pijpen hermaakt van zwaar glanzend gelakt zink, in welk geval de aanneemsom met f.50,-(zegge vijftig gulden)zal worden verminderd. De opsneden van dit register worden verlaagd.

l. De opsneden der Gedaktfluyt 4' worden verlaagd en nieuwe metaalhoeden aangebracht, die met stevig papier op de corpora worden bevestigd.

m. De hoogste pijpen der Quintfluyt 1 1/2', die te wijd van mensuur zijn, worden door nieuwe engere in aansluitende mensuren vervangen.

n. De stevels der Trompet 8' en Vox humana 8' worden met Xylamon tegen houtworm geprepareerd.

0. De Trompet 8' wordt vooraan op de lade geplaatst, en op de vrij gekomen plaats komt een nieuwe Mixtuur 4-5 sterk van 33% tin, met breede steminsnijdingen tot aan de 1/4 voet, van de samenstelling:

C : 1 1/3 1 2/3 1/2
c : 2 1 1/3 1 2/3
c1: 4 2 2/3 2 1 1/3 1
c2: 5 1/3 4 2 2/3 2 1 1/3

en van de mensuren:

C c c1 c2 c3
Æ 32,1 26,5 25,5 19,8 11,4
lbr. 28,6 23,1 22 17,3 10
Æ 24 18,6 19,1 14,6 8,5
lbr. 20,9 16,3 17 12,8 7,4
Æ 18 13,9 15,4 11,1 6,4
lbr. 16 12,1 13,4 9,7 5,6
Æ 13,4 10,4 10,7 8,9 5,2
lbr. 11,7 9,3 9,5 8 4,7
Æ 8 6,2 3,7
lbr. 7,1 5,5 3,3

p. Voor elke stem worden in aansluitende mensuren en gelijke constructie vijf pijpen bijgemaakt voor cis3, d3, dis3, e3, f3.

q. De intonatie van het pijpwerk geschiedt in het Barokkarakter en zal draagkracht aan duidelijkheid paren. Voor afzonderlijke stemmen wordt deze als volgt:

Quintadeen 16' vooral in de bas vrij volle Quintadena, met snuivende quintboventoon.
Praestant 8' vrij volle, verzadigde, zangerige, doch nergens fluitachtige Praestant 8'.
Roerfluit 8' vrij volle en heldere, weeke Roerfluit.
Octaav 4' als Praestant 8', doch iets strijkender.
Spitsfluit 4' vrij volle en zangerige Baarpijp.
Nassat 3' weeke, goed versmeltende Gemshoornquint.
Superoctaav 2' als Octaav 4', doch iets strijkender.
Trompet 8' vrij volle, doch steeds heldere en snaterende Trompet.
Holpijp 8' weeke, doch heldere Gedekt.
Gedaktfluyt 4' ronder dan Holpijp 8'.
Octaav 2' als Praestant 8'.
Quintfluyt 1 1/3' heldere,ronde Open fluit.
Vox humana 8' zangerige, strijkende kegelregaal.

r. de stemming van het pijpwerk zal geschieden in de gelijkzwevende temperatuur a van de Octaav 4' ingesteld op 870 trillingen bij 15 graden Celsius.

Art.4. Buiten de aanneemsom vallen de volgende werkzaamheden, die voor rekening van den besteder naar aanwijzingen van den aannemer zullen worden verricht:

a. het schilderen van de registernamen volgens art.3 sub. g.

b. het 8 cm. hooger plaatsen van de geheele kast, en het ongeveer evenveel onderuit brengen van de regel, waarop de manualen rusten.

c. het verplaatsen van de stijlen naast de manualen en het aanvullen daarvan naast het pedaal, met inbegrip van een vergrooting van de lessenaar en het dichtmaken van de oude registertrekgaten.

d. het draaibaar of uitneembaar maken van een paneel rechts van de manualen op de hoogte van de borstwerklade voor het nieuwe ladegedeelte.

e. de opstelling van de blaasbalg en het maken van een geluiddempende omkisting voor een toekomstige electrische ventilator met aanleg van kabels en schakelaar.

f. het maken van een opklapbare stemloopplank aan de achterzijde van het orgel met bijbehoorend trapje.

Art.5. De aannemer zal gedurende de werkzaamheden aan aanbesteder kosteloos een kabinetorgel in bruikleen verschaffen.

Art.6. Tenzij de aannemer overmacht kan aantoonen, zal een boet van f.5,- worden afgehouden van de aanneemsom voor elke dag overschrijding na de opleveringstermijn. De aannemer ontvangt een derde van de aanneemsom bij den aanvang van het werk en twee derde na algeheele schriftelijke goedkeuring door den Ned. Klokken- en Orgelraad. Bij afkeuring worden van de aanneemsom afgehouden de vergeefs veroorzaakte reiskosten van de keurmeesters, naar een maatstaf van f.7,50 per uur. Mocht de aannemer en binnen een door de directie naar redelijkheid vast te stellen termijn niet in slagen, de geconstateerde gebreken weg te nemen, dan zal een andere orgelbouwer in de gelegenheid worden gesteld, dit op zijn kosten te doen.

Art.7. De aannemer verbindt zich tot het geven van een garantie na de restauratie-voltooiing gedurende tien jaren. Hij verplicht zich, alle fouten of gebreken in het orgel of zijn onderdeelen, voortkomende uit materiaal, constructie of afwerking, op eerste aanmaning geheel kostloos en afdoende te herstellen. Gebreken, klaarblijkelijk veroorzaakt door verkeerde of ondeskundige behandeling van derden, natuurlijke slijting, onvoldoende zorg tot onderhoud vanwege de aanbesteder, stof ongedierte of uiterlijk geweld, vallen buiten deze garantie. Deze garantie-verplichting vervalt, wanneer tusschen den aanbesteder en den aannemer geen onderhoudsovereenkomst bestaat, die tenminste een algeheele revisie en stemming per jaar omvat, berekend naar een tarief, dat het tarief van den Bond van orgelbouwers in Nederland niet te boven gaat.

Art.8. Geschillen over de uitlegging of uitvoering van deze overeenkomst worden in eerste en hoogste instantie beslist door den Ned. Klokken- en Orgelraad, behoudens het beroep van partijen op de bevoegde instanties der rechterlijke macht, op grond, dat de gegeven uitspraak in strijd is met de redelijkheid, billijkheid en goede trouw, die bij de tenuitvoerlegging van overeenkomsten moet worden in acht genomen. Aldus overeengekomen en in tweevoud geteekend te Anloo/Groningen, op 15 Maart 1944.

De aanbesteder, De aannemer,
Kerkvoogdij der Ned. Hervormde Gemeente te Anloo. Mense Ruiter, orgelmaker te Groningen.
Voorzitter:
Secretaris: Gezien door de Directie,
Nederlandsche Klokken- en Orgelraad
secretaris: Mr. A. Bouman

Bijlage 5.
Uit E.G.J.Gregoir Historique de la facture et des facteurs d'orgues. Anvers(1865)158-159.
"Radeker, facteur hollandais,elève de Ch.Muller,qui plaça un orque à l'église luthérienne à Groningue.Il paraît que Radeker a travaillé au grand orgue de Harlem(1738),et qu'on ne connaît pas d'instruments de lui. Il reçut à l'achèvemant de ce gigantesque instrument un cadeau d'une montre en argent et f.25, cadeau qu'on fit aussi plusieurs ouvriers."
Vertaling: Radeker, Nederlandse orgelmaker, leerling van Christiaan Müller, plaatste een orgel in de lutherse kerk te Groningen. Het schijnt dat Radeker aan het grote orgel te Haarlem(1738) gewerkt heeft. Er zijn orgels van hem bekend. Hij ontving bij de voltooiing van dit reusachtige instrument een zilveren horloge en f.25,- als cadeau evenals andere medewerkers.