Assen Gereformeerde Noorderkerk. (Nu Kandelaarkerk Gereformeerd Vrijgemaakt)

Kerk.
De kerkelijke gemeente werd gesticht bij de akte van Afscheiding 24 november 1834 en werd daarmee één der oudste kerken der Christelijke Afgescheidenen in Nederland. Het eerste kerkgebouw was van 1840 en stond aan de Molenweg. In 1876 werd het nu nog bestaande kerkgebouw aan de Molenstraat in gebruik genomen. In 1895 uitgebreid met een kruispand (01). In 1970 werd de Noorderkerk/Kandelaar door de Gereformeerd Vrijgemaakte kerk aangekocht als vervanger van de Bethelkerk (nu Christelijk Gereformeerde kerk). Nadien bleven de zalen achter de Bethelkerk in gebruik voor het kerkelijk leven.


Foto Drents Archief

Orgel.
1883-1885: Onder leiding van dominee J. D. van der Munnik werden er in 1883 plannen gemaakt voor de aanschaf van een orgel. Bij een rondgang door de gemeente in 1884 met intekenlijst voor gelden bestemd voor het orgel werd f. 1400, -- opgehaald. Bij de firma C. en A. van Oeckelen orgelmakers te Haren werd in dat jaar een orgel gekocht "frank en vrij" voor f. 2000, -- contant. Het orgel werd geplaatst op een galerij die hiervoor speciaal werd gemaakt (02).
De dispositie van dit orgel luidde vermoedelijk:

Manuaal  
Bourdon 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Viola di Gamba 8'
Fluit Travers 8'
Octaaf 4'
Speelfluit 4'
Octaaf 2'
Trompet 8'
Aangehangen pedaal; mechanisch sleepladen (03).


Stemmen voor waarheid en vrede jrg 21, 1884 [volgno 2] 01-01-1884 (schatting)


Provinciale Drentsche en Asser courant 02-04-1884 Assen


Het nieuws van den dag 05-04-1884


Tot 1926: Het onderhoud was tot 1918 in handen van de firma Van Oeckelen. Daarna werd dit werk gedaan door diens meesterknecht Hermannus Thijs tot 1926.

1926: Daarna kwam het onderhoud en stemwerk bij de firma Joh. Meek, orgelhandel te Assen (04).

1931-1932: Tijdens de plannen voor de nieuwbouw van een orgel in de Gereformeerde Zuiderkerk aan de Zuidersingel te Assen in 1931 werd besproken dat de nieuwbouw van het orgel in die kerk gepaard zou gaan met modernisering van het orgel in de vergrote en nu zo geheten Noorderkerk. Men besloot toen om hiervoor f. 2000, --- uit te trekken. De ombouw werd opgedragen aan de firma Valckx en van Kouteren, orgelmakers te Rotterdam, die ook het nieuwe orgel in de Zuiderkerk zouden leveren (05). In 1932 werd het verbouwde orgel in gebruik genomen. Voor de orgelbespeling had men de musicus H. Pijlman uit Meppel uitgenodigd. Uit het vorige Van Oeckelen-orgel werden 8 registers overgenomen. Door de verandering in 1932 werd het orgel van mechanisch omgezet in rein-pneumatisch en het verkreeg 2 klavieren en een vrij pedaal met in totaal 19 stemmen. Het oude front bleef gehandhaafd (06).



Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant 30-09-1931


Provinciale Drentsche en Asser courant 20-04-1932


Het Orgel 1932-04

1939: In dit jaar werd de Noorderkerk verbouwd en het orgel werd weggenomen. Bij de wederopbouw werd een nieuw front gemaakt ontworpen door de architect J. Smallenbroek.
De dispositie werd uitgebreid met een Prestant 16' op Manuaal I. Ook ditmaal werd het werk gedaan door de firma Valckx en van Kouteren te Rotterdam. Op 6 december 1939 werd het orgel in gebruik genomen.

Informatie uit het boek van Jaap Brouwer "Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur"
In 1939 waren Meek en Van Meurs als adviseurs betrokken bij de herplaatsing van het Valckx & van Kouteren-orgel (1932) in het vergrote kerkgebouw.
Kennelijk was het adviseurschap van Van Meurs (nog) niet aan Valckx & van Kouteren doorgegeven want zij schreven hem op 9 mei 1939:488 "Met belangstelling namen wij er kennis van dat U, nadat U zich had aangeboden eventueel advies te geven, een onderhoud met Ds. Bos had. Alhoewel de Ds. deze aangelegenheid met U heeft besproken, denken wij toch niet dat men bij dit werkje, temeer daar de Heer Meek ook hier reeds toezicht houdt J en op verzoek van den Kerkenraad behulpzaam is, nog een adviseur zal aanvragen."
Uit een latere aantekening van Van Meurs blijkt dat het nieuwe door architect Jan Smallenbroek ontworpen front 37 sprekende Prestant 16'-pijpen had en dat van de Bourdon 16' op II slechts de discant in de zwelkast stond. Kerk en orgel werden 6 december 1939 ingewijd.

488 GrA, toegang 1618, inv. nr. 12.





Foto verkregen via Bert Koetsier (14)

De dispositie was toen:

Gegevens van der Kleij:
Manuaal I C - g3   Manuaal II C - g3 Pedaal C - f1
Prestant 16' b/d Bourdon 16' * Subbas 16'
Prestant 8' * Concertfluit 8' Octaafbas 8'
Holpijp 8' * b/d Aeoline 8' Violon 16'
Viola di Gamba 8' * Voix Celeste 8'    
Fluit travers 8' * Fluit 4'    
Octaaf 4' * Woudfluit 2' *    
Speelfluit 4' * Tremolo      
Octaaf 2'        
Mixtuur 3 sterk        
Trompet 8' *        
De met * gemerkte stemmen zijn nog uit het oorspronkelijke Van Oeckelen-orgel. Systeem pneumatische-kegelladen. Manuaal II in Zwelkast bediend door zweltrede. Bourdon 16' en Violon 16' als trede. Koppelingen: Man. I. - Man. II. ; Man. I. - Ped. ; Man. II. - Ped. ; Sub Octaafkoppelingen Man. I en Man. II. ; Super Octaafkoppeling Man. I. , Man. II en Ped. ; Wijzerplaat Generaal Crescendo. Knoppen voor: Vrije Combinatie; PP. , P. , MF. , F. , T. , Oplosser , TA. , O. , AP. , Oplosser. Fluit Travers 8', vanaf klein c en het groot octaaf gecombineerd met Holpijp 8'. Violon 16' transmissie van Bourdon 16' en Octaafbas 8' transmissie van Prestant 8' (07).

Dispositie volgens Bert Koetsier: (Hij studeerde in de jaren '60 op dit instrument) (14)
Manuaal I C - g3   Manuaal II C - g3 Pedaal C - f1
Prestant 16' b/d Bourdon 16' * Subbas 16'
Prestant 8' * Concertfluit 8' Octaafbas 8'
Holpijp 8' * b/d Aeoline 8' Violon 16'
Viola di Gamba 8' * Voix Celeste 8'    
Trafierfluit 8' * Fluit 4'    
Octaaf 4' * Woudfluit 2' *    
Speelfluit 4' * Tremolo      
Octaaf 2'        
Mixtuur 3 sterk        
Trompet (buiten werking) 8' *        

Koppelingen: Manual II-I, Manuaal I-Pedaal, Manuaal II-Pedaal, Suboctaaf Manuaal I, Suboctaaf Manuaal II- Manuaal I, Superoctaafkoppel Manuaal II-Manuaal I, Superoctaafkoppel Manuaal I, Superoctaafkoppel Pedaal
Speelhulpen: Zwelkast Manuaal II, Genraal Crescendo, Automatisch pedaal, Vrije combinatie, Vast combinatie, PP, P, MF, F, T (14)


Tekening verkregen via Frits Kaan. Tekening door Lukas Kwant (12)                                    Detail vanuit een overzichtsfoto vanuit een oude krant gecopieerd door Wietse Meinardi (13)
                                                                                                                             (2 pijpen ontbreken, deze werden met kooruitvoeringen verwijderd om de dirigent te kunnen zien.)

Opmerkingen van E.R. Helder uit Zwolle: (11)
De Violon 16 was een transmissie van de Prestant 16 (zoals vaker bij Valckx en Van Kouteren), dus niet van de Bourdon.
De Octaafbas 8 was zelfstandig, het was de oude Prestant 8 van Van Oeckelen. De Prestant 8 op het Hoofdwerk was van zink.

Het Generaal-Crescendo was - volgens een wijzerplaatje op de speeltafel - als volgt opgebouwd:

  Manuaal I Manuaal II Pedaal
1. Holpijp 8 Aeoline 8 Koppel II
  Koppel I-II    
2. Viola da gamba 8   Koppel I
3. Travers fluit 8 Concertfluit 8 Subbas 16
4. Speelfluit 4    
5. Prestant 8 Fluit 4 Octaafbas 8
6. Prestant 16    
7. Octaaf4 Woudfluit 2 Koppel superoctaaf
8. Mixtuur Koppel suboctaaf  
  Koppel I-II suboctaaf    
9. Octaaf 2    
  Trompet 8    
10. Koppel superoctaaf    
  I-II superoctaaf    


Foto verkregen via Bert Koetsier (14)

1953:
In juli 1953 schreef Johan van Meurs, organist van de der Aa-kerk in Groningen,  een rapport over het orgel (blz. 01 en 02)
Hij start zijn betoog met de opmerking dat het orgel door de combinatie tussen oud pijpwerk en nieuw pijpwerk geen eenheid is. De dispositie en intonatie is hierdoor niet erg geslaagd.
Hij constateert de volgende gebreken:
 - De pneumatiek van het pedaal is in slechte staat
 - De winddruk is te hoog
 - De opstelling van het 2e manuaal is ongunstig voor de klank
 - Samenstelling van de Mixtuur is te laag
 - De Trompet 8' is onbruikbaar en de 12 baspijpen ontbreken
Hij raadt aan geen grote kosten meer voor dit orgel te maken en de werkzaamheden te beperken tot:
 - Pneumatiek schoonmaken en opnieuw afregelen. Vooral het pedaal.
 - Enkele stemmen sterker te intoneren
 - Offerte vragen voor het vervangen van de Mixtuur en de Trompet 8'. (15)

Informatie uit het boek van Jaap Brouwer "Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur"
Begin 1953 was sprake van onvrede over de orgels in zowel de Noorder-489 als de Zuiderkerk en werd Van Meurs om zijn oordeel over deze instrumenten gevraagd.490
In zijn rapportage uit juli van dat jaar ging hij uitgebreid op geconstateerde gebreken in en deed voorstellen voor wijziging (zie blaz 01 en 02 van het rapport in de tekst hierboven)
Het advies van Van Meurs werd overgenomen. Afgezien van een Trompetrestauratie door Blank in 1973, werden aan dit orgel geen grote kosten meer gespendeerd.
489 De vroegere Gereformeerde Noorderkerk is thans de Kandelaarkerk van de Gereformeerde kerk vrijgemaakt.
490 Lukas D. Kwant z.j., 6.

1955: Na verloop van jaren kwamen er klachten over storingen en moest veel onderhoud worden gedaan. In 1955 adviseerde de organist van de A-kerk te Groningen Johan van Meurs om het orgel maar weg te doen en een nieuw orgel te plaatsen (08).

1970: De Noorderkerk wordt verkocht aan de Vrijgemaakt Gereformeerde gemeente te Assen en kreeg de nieuwe naam Kandelaarkerk (09).

1973: Restauratie Trompet 8' door de fa. Blank, die toen een nieuw orgel bouwde in de Maranathakerk. (10)

Noten.
  1. B. A. Bos. Wat God heeft gedaan, de gesch. der Geref. kerk te Assen. (1934)48-50. De eerste kerk werd 15-11-1840 in gebruik genomen. Bos. a. w. (1934)106. De kerk van 1876 had een mooie gevel die helaas later met cement werd bepleisterd.
  2. Bos. a. w. (1934)165. De galerij gemaakt door G. van Grampel kostte f. 601, --. In gebruikname 12-1--1884. Bos. a. w. (1934)171. De Bazuin 1884 no 42. Predikatie over Ps. 100. Stemmen voor Waarheid en Vrede. (1884)1250.
  3. Het bestek van het orgel uit 1884 is niet bewaard gebleven. Ondanks veel navraag naar de oorspronkelijke dispositie was deze slechts gedeeltelijk bekend. Wel kregen we gegevens hierover van de heer A. Meek te Loon bij Assen, zoon van Joh. Meek. Verder nog wat uit het orgel zelf nog viel na te gaan.
  4. In 1918 overleed de laatste telg uit de familie van P. van Oeckelen. Thijs werd bij testament opvolger. Dat betekende dat hij vooral het stemwerk en onderhoud bleef doen. Johan Meek was organist van de Zuiderkerk en handelde ook in kerkorgels.
  5. RAD. AGKA. Not. kerkeraad (1928-1931)8-9-1931; 18-9-1831; 6-10-1931; 3-11-1931.
  6. RAD. AGKA. Not. kerkeraad (1932-1936)8-3-1932; 3-4-1932; 12-4-1932. Het orgel werd gratis geverfd door de heer Buning. Het Orgel(1931-1932)4, 55, 64; De Harp(1931)85 en idem(1932)38; Organist en Eredienst(1932)no 6.
  7. RAD. AGKA. Not. kerkeraad(1936-1941)14-2-1939; 21-2-1939; 28-2-1939; 10-3-1939; 4-7-1939; 17-10-1939; 21-11-1939. Volgens een brief van Valckx en van Kouteren 15-12-1939 bedragen de kosten voor demontage, schoonmaken, herplaatsen, uitbreiden en het nieuw front f. 1008, --. Het Orgel(1939-1940)20; De Harp(1940)87. Organist en Eredienst(1939)128.
  8. Van Mechelen in Geref. kerkblad 2-9-1993.
  9. Idem als noot 8. Zie verder onder Vrijgem. Geref. Kandelaarkerk.
  10. E-mail van Robert Helder d.d. 04-03-2001 21:30
  11. E-Mail van Robert Helder d.d. 30-12-2001 17:50
  12. E-Mail van Frits Kaan d.d. 15.09.2011
  13. E-Mail van Wietse Meinardi d.d. 22-09-2011
  14. E-Mail van Bert Koetsier d.d. 17-03-2014
  15. Drents Archief 0412 - Christelijk Afgescheiden Gereformeerde Gemeente -1836-1980 2. Inventaris 2.3. Archief van de Commissie van Beheer 2.3.2. Stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen 2.3.2.5. Vermogensbeheer: onroerend goed 2.3.2.5.4 . Orgels 405. Rapporten van J. van Meurs, organist van de Aa-kerk in Groningen, over de toestand van de orgels in de Noorder- en Zuiderkerk, 1953. 2 stukken