Coevorden, Hervormde kerk

Concertoverzicht sinds 1975

Fotoreportage door Ronald IJmker

Informatie over de kerk

 Kerk:
De stad Coevorden wordt al in een oorkonde van de twaalfde eeuw genoemd (1). Reeds in de 13e eeuw moet er een kerk gestaan hebben. Begin 15e eeuw werd er een hoofdkerk gewijd aan St. Joris en er stonden drie kapellen. Omstreeks 1508 werd de hoofdkerk verwoest, die echter in 1512 weer was herbouwd. In 1588 bestond deze nog, daar er luidklokken voor besteld werden. In de 16e eeuw had de kerk veel te lijden van beschietingen door de legers in de tachtigjarige oorlog. In 1592 veroverde prins Maurits destad en in 1597 kreeg Coevorden het zware dubbele bolwerk waardoor het ťťn der sterkste vestingen van de Republiek werd (2). In de jaren 1624 en 1638 kwamen er veel klachten bij de synode over de slechte toestand van het kerkgebouw. Door allerlei heffingen, collecten en giften ook van buiten Drenthe kwam er geld bij elkaar om de bouw van een geheel nieuwe kerk te bekostigen. Bij de bouw werd waarschijnlijk nog de hulp ingeroepen van Pieter Post, zoals blijkt uit een schrijven van Constantijn Huygens 25 februari 1641 (3). In 1645 was de kerk klaar. Het werd een typisch protestant kerkgebouw met als grondslag een Grieks kruis, naar het voorbeeld van kerken te Emden, Groningen en Amsterdam (4). Tijdens de belegeringen in 1672 kregen kerk en pastorie het weer zwaar te verduren. De kerk werd als gevangenis gebruikt (5). In 1890 kreeg het torentje dat op de as van het kruis was geplaatst grote schade door blik-seminslag. Van 1953 tot 1954 werd de kerk inwendig gerestaureerd. Ook tijdens de bouw van het orgel in 1970-1972 werden nog verbeteringen zowel in- als uitwendig aangebracht (6).

Orgel:
1510: Er is een brief bewaard gebleven gedateerd 28 juli 1510 waarin de Schepenen en "Geschworen meente ende gemeijne meente" te Coevorden verklaren, met toestemming van de drost Rudolf van Munster en Cornelis Decker, pastoor aldaar, te hebben gesticht een altaar ter ere van het Heilig Sacrament en de Heilige moeder St. Anna. Op voorwaarden dat de priester die dit altaar zal bedienen een burger van Coevorden moet zijn en op het "Orgaen" kan spelen, of zal beloven binnen twee maanden na zijn aanstelling op het orgel zal leren spelen. Het altaar werd speciaal gesticht om de priester op het orgel te laten spelen en om in de week drie missen te bedienen (7). Hieruit volgt dat er waarschijnlijk al een orgel in de kerk te Coevorden aanwezig was of dat er toen een werd aangeschaft. Het was wellicht niet meer dan een positief. Wat er van dit orgel terecht gekomen is kan niet meer worden achterhaald.

1657-1659:

Tien jaar na de bouw van de nieuwe kerk omstreeks 1657 begon men aan een orgel te denken. Er zijn stukken die handelen over een loterij ten bate van een nieuw orgel. Op 15 april 1657 werd een reisje gemaakt naar Amsterdam om inkopen te doen voor de prijzen van deze loterij (8). Op 4 mei 1657 keurden de drost Rutger van den Boetselaer, de kolonel en gouverneur der stad Bijma en de burgemeesters en raad van de stad goed dat de loterij voor dit orgel mocht worden gehouden (9). Alles werd reglementair vastgelegd en de trekkingslijsten geven de gang van zaken weer. In 1658 komen er rekeningen en nota's voor die betrekking hebben op de bouw van het orgel (10). Van een bestek of dispositie is in het archief niets te vinden. Zodat over de bouw en hoedanigheid van het instrument geen gegevens te vinden zijn. Het uiterlijk van het orgel is echter bewaard gebleven. Een glasplaatfoto bewaard in het Provinciaal Museum te Assen, vermoedelijk vlak voor de verplaatsing van dit instrument in 1897 gemaakt, toont een haarscherp beeld van het front (11). Het was een orgel met luiken gebouwd in renaissance stijl. De verdeling van het front in twee zijtorens en een middentoren met twee zijvelden en onder de laatste drie een gesneden veld met op de onderrand een opschrift. De kast staat verhoogd en het onderste deel is verjongd. De kast lijkt ondiep, want het orgel staat vrij op de tribune met de speeltafel aan de voorkant. De uiterste velden van de luiken zijn voorzien van emblemen. De frontpijpen zijn gedeeltelijk geciseleerd. De zijtorens hebben scherp uitstekende driehoekige grondvlakken rustend op vierzijdige consoles. Het opschrift onder het middenschot verraad de maker: "1658. Gemaeckt door T. Faber, S. S. T. Cand. ". Een nader onderzoek bracht aan het licht, dat het hier de Groningse orgelmaker Theodorus Faber betrof, die leefde van ca. 1600 tot 1659 (12). In het oud-archief van Coevorden zijn nog een tweetal stukken te vinden die betrekking hebben op Faber: 13 oktober 1658 een door Faber ondertekende nota van 100 car. gulden als afbetaling op het derde termijn van het nieuwe orgel en een afrekening 6 december1658 van Lucas Steenhuis, een vrachtrijder uit Groningen, die "uth last van Munsr. Faber" vervoer en vracht verrekende met Jan Luyntiens, de betaalmeester van de stad Coevorden (13). In het Gemeentearchief van de stad Groningen wordt een schrijven bewaard van burgemeester Bernardus Onias te Coevorden, 16 november 1658 waarin deze zijn collega's te Groningen verhaalt van de ziekte van Faber tijdens diens verblijf te Coevorden. Deze ziekte zou leiden tot diens dood begin 1659 (14). In de volgende jaren van 1660 tot 1666 zijn er nog steeds stukken te vinden die handelen over de afrekening van de loterij. Uit een stuk gedateerd 26 januari 1660 blijkt dat in totaal 4832. -. - caroli gulden werd opgebracht. Dat dit dan ook ongeveer de prijs van het orgel geweest zou kunnen zijn is niet waarschijnlijk. Van dit bedrag zal naar we aannemen ook de tribune en alles wat bij de bouw zich aan kosten voordeed zijn betaald. Het lijkt erop dat de prijs van het orgel ca. 685 car. gld was (15). Dat het orgel al zo spoedig na de bouw van de kerk kon worden geplaatst zal ook wel gelegen hebben aan de omstandigheid dat er een organist aanwezig was, vermoedelijk een muzikant uit het garnizoen, en uit de regeling die de Landschap ingesteld had voor de betaling van organisten (16). De hoedanigheid van het instrument is uit de stukken uit 1658 niet gebleken. Gelukkig zijn er nog twee stukken bewaard gebleven waaruit de dispositie kan worden opgemaakt.
Overzichtsfoto met het Faber-orgel

1733: Het eerste stuk 23 juni 1733 is van de orgelmaker Dierick Marttens uit Vreden (Dtsl. ). Hij schrijft een reparatierapport, waaruit de volgende dispositie valt op te maken:

1. Prestant 4 voet (enkele pijpen spreken niet meer)
2. Quintadeen 8 voet (idem)
3. Holpijp 8 voet (is onbruikbaar)
4. Octaaf 2 voet (idem)
5. Fluit 2 voet (is niet naar behoren)
6. Mixtuur 1 voet (idem)
7. Quint 4? voet (idem)
8. Cimbaal 1/2 voet (onbruikbaar)
9. Trompet 8 voet (het meest onbruikbaar)

De blaasbalgen zijn lek, vooral de achterste; het pedaal is onbruikbaar en moet opnieuw aangehangen worden; de lade heeft doorspraak. Martens wil de reparatie verrichten voor 100 car. gld. (17). Of deze reparatie heeft plaats gevonden blijkt niet uit het archief.

1745: Het tweede stuk is gedateerd 5 juli 1745 en is een bestek van 6 artikelen opgemaakt door de orgelmaker Albert Anthony Hinsz uit Groningen. Hieruit is de volgende dispositie op te maken:

1. Prestant 8 voet
2. Quintadeen 8 voet
3. Holpijp 8 voet
4. Quintfluit 3 voet
5. Super Octaaf 2 voet
6. Fluit 1 voet
7. Mixtuur 3-4-5 sterk
8. Scherp 2 sterk
9. Trompet 8 voet

Al deze stemmen van de lade halen en schoonmaken en verder waar nodig repareren. De springlade in kort octaaf met "de kleine sprinkklapjes" moet schoongemaakt worden. Handklavier en aangehangen pedaal repareren. De twee blaasbalgen zijn lek, terwijl een derde blaasbalg moet worden bijgemaakt. Hinsz vraagt hiervoor 170 car. gld. , 12 gld voor het verfoelien van de frontpijpen en 5 gulden voor het veranderen van de Scherp in een Sesquialter. Totaal dus 187 car. gld. Hieruit blijkt, dat de gebreken door Martens genoemd nog aanwezig waren. De disposities verschillen enigszins. Martens noemt de Scherp een Cimbaal uit 1/2 voet en geeft voor de Mixtuur en de Cimbaal geen sterkte op. Verder zijn de voethoogten van de Fluit en de Quint afwijkend. In 1745 heeft het orgel bijna negentig jaar dienst gedaan. Het is zeer waarschijnlijk dat het onderhoud in die periode door de organisten zelf gedaan is. Uit de bestekken hierboven is niet op te maken of het orgel in 1658 door Theodorus Faber nieuw gemaakt werd. Wat de kast en de versiering betreft lijkt dit wel het geval te zijn. Van 1651 tot 1653 was Faber werkzaam te Zeerijp, waar hij een geheel nieuw orgel maakte. In 1654 begon hij aan een nieuw groot orgel voor de A-kerk te Groningen. Niet onmogelijk gebruikte hij voor het orgel te Coevorden elementen uit oude orgel in de A-kerk. Dit orgel stamde nog uit de 16e eeuw en was door Andreas de Maregemaakt (18). Vermoedelijk heeft na 1745 A. A. Hinsz het onderhoud van het orgel gekregen.

1776: In 1776 is er sprake van een accoord voor het schoonmaken van het orgel (19).

1785: Na 1785 zal het onderhoud aan F. C. Schnitger en H. H. Freytag gekomen zijn.

1812: In 1812 werd J. C. Scheuer organist, hij was ook orgelmaker zodat onderhoud en stemwerk verzekerd waren. Als Scheuer in 1823 naar Zwolle vertrekt om zich daar als orgelmaker te vestigen blijft hij het onderhoud en stemwerk doen, zoals blijkt uit posten van 1824 tot 1826 voor stemwerk door Scheuer.

1848: In de maanden maart-april vond een herstelling plaats maar door wie dit gebeurde en wat er gedaan werd is niet bekend (20).

1862: In de jaren 1862 tot 1868 werd er door J. Poestkooke gerepareerd en gestemd.

1876: Het orgel werd volgens accoord schoongemaakt, terwijl in datzelfde jaar J. Wallis het orgel stemde voor f. 10, -.

1877: Stemming door P. van Oeckelen en Zn, zij stemden voor f 12, - per beurt.

1879: Stemming door W. Imkes voor f. 6, -.

1887: H. van Oeckelen voert een stembeurt uit namens de Wed. Meijer uit Veendam.


Beeldbank Drents Archief

1890: Het torentje werd door blikseminslag getroffen. Er ontstond brand, waardoor bij het blussen veel schade ontstond aan kerk en orgel.

1894: Reparatie door H. v. Oeckelen voor f. 9,20 ook werden de zijkanten van het orgel geschilderd.


Tekst op het orgel: "A O. 1658 Gemaakt Door T. Faber ( S. S. T. Cand.). "
Beeldbank Drents Archief

1895: Een verzekeringsmaatschappij keerde een bedrag van f. 2250, - wegens brand- en waterschade. Deze ontwikkeling heeft er wellicht toe geleid dat men het orgel wilde vervangen door een nieuw.


Provinciale Drentsche en Asser courant 17-06-1895


Beeldbank Drents Archief

 1896: In een collecte werd een gesloten enveloppe gevonden met daarin een bedrag van f. 2500, - "voor een nieuw orgel". Men besloot het oude orgel af te danken en een nieuw orgel te plaatsen. De milde geefster was mevr. Aleida Kramer, die ook veel deed voor de stichting van het ziekenhuis (21). In 1897 kreeg de Kampense orgelmaker J. Proper de opdracht een nieuw orgel te leveren. Op zondag 29 augustus 1897 werd het orgel met "een keurige rede" door Ds. Van der Vlugt ingewijd en door de keurmeester J. C. van Apeldoorn, organist van de Grote kerk te Zwolle, in gebruik genomen (22). Het tijdschrift "Het Orgel" uit 1897 zegt hierover: "Bijzonder in de smaak vielen het adagio van Mendelssohn, de VariatiŽn op "Wien NeÍrlands bloed" van de Lange en het Halleluja van Hšndel". (52)


Meppeler Courant 1896-06-10 citeert uit de Coevorder krant

Proper orgel voor de ombouw van 1972


Nieuwsblad van het Noorden 31-08-1897


De grondwet 08-09-1896

17-06-1896 De Kleine Courant

Op het orgel stond toen te lezen:
"Met dankbare erkentelijkheid Voor de milde gave van Mejuffrouw A. G. Kramer te Coevorden. Het nieuwe orgel ingewijd op Zondag 29 Augustus 1897"

Dit orgel, een instrument met twee klavieren, 14 sprekende registers en een aangehangen pedaal had de volgende dispositie:

Manuaal I C-f''' Manuaal II C-f'''
Bourdon 16' Salicionaal 8'
Prestant 8' Viola di Gamba 8'
Holpijp 8' Voix Celeste 8'
Octaaf 4' Fluit Dolce 4'
Speelfluit 4' Fluit Harmonie 4'
Quint 2 2/3'    
Octaaf 2'    
Cornet 4 sterk    
Trompet 8' (gehalveerd)    

Het groot octaaf van de Viola di Gamba was gecombineerd met de Fluit Dolce. Manuaalkoppel als trede. Aangehangen pedaal van C-d'. Afsluiter als trede. Ventiel. Loze registers: op Manuaal I: Clarinet 8' en op Manuaal II: Dulciaan 8". Samenstelling van de Cornet: C': 4 - 22/3 - 2 - 13/5.


Ingebruikname bericht uit Het Orgel 1897/08 oktober

Op het instrument werd door J. Proper tien jaar garantie gegeven (23). Het oude Faber-orgel kreeg een nieuwe bestemming. J. Proper heeft het orgel in 1897 geplaatst in de Remonstrantse kerk te Hoogeveen. Proper herstelde het orgel en met de plaatsing mee kostte het circa f. 800, -. Als afmetingen werden genoemd 5 meter breed, 4 meter hoog en 2 meter diep. In 1926 werd het aldaar vervangen door een instrument van A. Standaart, orgelmaker te Schiedam. Het Faber-orgel werd verkocht aan de heer J. Kroon te Winterswijk voor f. 500, -. Het orgel werd geplaatst in de kerk van de Rekkense Inrichtingen te Rekken, waar het in 1934 werd vervangen door een orgel van de firma Valckx en van Kouteren te Rotterdam. Hierna zijn we het spoorbijster (24).


Ansichtkaart: Het Faber-orgel in de kerk van de Rekkense Inrichtingen (53)


Het Orgel-1934-januari                                   Het Orgel-1934-mei


1904: Aan het orgel wordt schade geconstateerd vanwege de gasverlichting die men vergeten was uit te draaien. Reparatie was nodig (25).

1907: Proper meldde dat dit jaar het laatste jaar was van de garantie op het door hem geleverde orgel. Hierna werd het orgel nog eens geheel nagezien (26).

1941: Er werd besloten het orgel geheel te laten nazien en stemmen en tevens over te gaan tot het aanschaffen van een "windmachine". De firma Valckx en van Kouteren te Rotterdam leverde een windmachine voor f. 225, - en gaf aan dat het orgel nodig gerepareerd moest worden, kosten f. 475, -. Voor f. 32, 50 zou deze firma het orgel jaarlijks stemmen. De firma Ruijf te Dedemsvaart zou de reparatie voor f. 225, - verrichten en tevens het orgel jaarlijks stemmen voor f. 20, - en gaf 10 jaar garantie op het geleverde werk. De laatste firma werd het werk gegund (27).

1946: De firma Vierdag uit Enschede maakte een begroting op voor reparatie van het orgel voor f. 1297, 50 met f. 250, - voor logies en f. 195, - voor een pedaal.

1947: Vierdag voerde een gedeeltelijke reparatie van het orgel uit, namelijk het plaatsen van een nieuw voetklavier van C - f' voor f. 303, 75, de jaarlijkse stemming zou f. 35, - kosten (28). Toeveoging van een tremulant (56)

1949: Rekening van de firma J. Reil uit Heerde, die voor f. 614,30 op Manuaal I een Mixtuur 3-4 sterk plaatste en de Voix Celeste 8' en de Fluit Dolce 8' verving door een Quintadeen 8' en een Nasard 2 2/3'. De Fluit Harmonie 4' werd omgebouwd in een Fluit 4'. De Tremulant was in 1947 door Vierdag gemaakt (29).

1965/1966: De organist van de kerk dhr. Plasman vraagt op een onbekende datum Reil om een offerte uit tebrengen voor een orgel. Hij doet ook al een voorstel voor een dispositie. Ook wordt gevraagd wat de meerprijs van het plaatsen van het bovenwerk in een zwelkast.
Reil komt op 10 april met een voorstel. (blad 01 en 02). Hij neemt de gevraagde dispositie over. Zowel de versie met rugwerk als met een bovenwerk komen uit op ruim F 87.000 Een zwelwerk voor de bovenwerk-versie komt op F 1500,=. Op 31 oktober 1966 vraagt Reil naar de stand van zaken rond de uitgebrachte offerte.
Op 22 november 1966 schrijft Plasman dat de financiŽle middelen nog niet dusdanig zijn dat bouw van een nieuw orgel mogelijk is. (60)

1968: Er gingen stemmen op om het orgel te vernieuwen en uit te breiden. Vooral toen Coevorden een muziekschool kreeg en orgelconcerten en zanguitvoeringen werden gegeven bleek het orgel niet aan de gestelde eisen te voldoen. (30)

Onbekende periode: Gedurende een onbekende periode (vanaf 1954?)was het orgel wit geschilderd.

Beeldbank Drents Archief

1970-1972: Na veel beraad aan de firma Van den Berg en Wendt te Zwolle/Nijmegen de opdracht gegeven het orgel geheel te vernieuwen met behoud van een aantal registers of delen ervan en met gebruikmaking van de Properkast van 1897. Het bestek dateert van 18 juni 1970 en geeft de volgende dispositie:

Hoofdwerk   Bovenwerk   Pedaal  
Bourdon 16' Holpijp 8' Bourdon 16'
Prestant 8' Salicionaal 8' Octaaf 8'
Roerfluit 8' Prestant 4' Octaaf 4'
Octaaf 4' Roerfluit 4' Nachthoorn 2'
Fluit 4' Nasard 3' Ruispijp IV
Quint 2 2/3' Octaaf 2' Bazuin  16'
Octaaf 2' Woudfluit 2' Trompet 8'
Cornet III disc Sesquialter  II    
Mixtuur IV-VI  Scherp  IV    
Trompet 8' b/d  Dulciaan  8'    

Koppelingen: Pedaal-Hoofdwerk; Pedaal-Bovenwerk en Hoofwerk-Bovenwerk; Tremulant op het Bovenwerk; systeem mechanisch-sleeplade; de pedaallade werd gedeeld in C en Cis. De Properkast werd ondieper gemaakt en naar achteren geplaatst, de onderkast werd nieuw. (31) Op 23 juni 1972 werd het orgel door een concert van de adviseur Willem Retze Talsma uit Amsterdam in gebruik genomen. Het orgel werd mede onder auspiciŽn van het bureau Monumentenzorg van het Provinciaal Museum te Assen gerestaureeerd terwijl de kosten voor een deel door subsidies van het rijk, de provincie en de gemeente Coevorden werden gedekt. Dit mede omdat tijdens de verbouwing de historische balustrade uit 1658 weer in zijn oorspronkelijke vorm werd teruggebracht. (32)
Proper-orgel na de ombouw van 1972


1975: De Stichting Orgelconcerten Coevorden werd opgericht, met als doel jaarlijks een vijftal concerten te organiseren. Deze serie loopt nu (2014) nog steeds.

1993: Plaatsing door de firma Kaat en Tijhuis te Kampen van een nieuwe tremulant.

1998: In Bremen-Wallewordt een nieuw orgel gebouwd naar het voorbeeld het oude Faber-orgel in Coevorden.
Bijgaande foto's werden beschikbaar gesteld door Roelof Hopster.
Meer informatie over Theodorus Faber is te vinden op deze website.


Foto Geert Jan Pottjewijd

 

 

 

Organisten.

1658-1677: Pieter Racquet: De eerste organist op het Faber-orgel wordt in het archief "auditeur" genoemd. Deze funktie werd waarschijnlijk in het garnizoen te Coevorden uitgeoefend. Al in 1657 werd hij in verband met de loterij voor het orgel genoemd. Hij ontving voor zijn organistschap het salaris van 60. -. -. car. gld. zoals de Landschap per resolutie had vastgesteld. Tijdens de woelige dagen van 1672 tot 1674 blijkt er achterstallig salaris te zijn ontstaan, immers "met de oorloch alle subsidien, en giften aen organisten in dese Landschap zijn komen te cesseeren". In 1661 ontving hij 100 car. gld. daar hij meer te doen had: "vermits de labeuren die hij moet doen binnen Coevorden, alwaer meer gepredigt wordt als ten platten lande, veel grooter, jae meer als noch eens soo groot zijn als respective dorpen deser Landtschap". Hij overleed in 1677, daar 19 februari 1678 zijn weduwe genoemd wordt (33).

1677-1717: Jonas Gerardy Š Welt: De naam Š Welt of van Welt komt ook te Groningen voor. In Loppersum wordt ene Jonas Š Welt als organist genoemd. Of hij dezelfde persoon is, kan niet worden aangetoond. In 1717 stond hij zijn organistplaatsaf (34).

1717-1745: Gerardus Š Welt: Deze organist, een zoon van de vorige, had al enige tijd waargenomen voor zijn vader. Bij zijn benoeming werd als voorwaarde gesteld dat hij op zich zou nemen zijn vader en moeder te onderhouden. In 1745 stond hij zijn plaats af aan Harm Hartman wegens verval van krachten. Hij behield echter zijnsalaris (35).

1745-1765: Harm Hartman: Ook deze organist was al enige tijd voor zijn voorganger ingevallen. Hij ontving geen salaris gedurende de tijd dat zijn voorganger nog leefde. Bovendien moest hij 150 car. gld. aan de kerk betalen voor de reparatie van het orgel dat niet meer bespeeld kon worden. De kerk was niet in staat dit geld te betalen. Hij behoefde dit echter pas te doen na het overlijden van Gerardus Š Welt. Harm Hartman overleed in 1756 (36).

1765-1812: Harman Kosters: Deze organist was afkomstig van "Noorthoorn" in het graafschap Bentheim. Hij had al blijk gegeven van zijn vaardigheden zowel als organist als in het schrijven en "cijfferen". In 1774 maakte hij bezwaar tegen diensten die hij moest spelen voor de Lutherse gemeente en vroeg twee gulden. Wegens dit verzet ontsloeg men hem voor zes weken met verlies van salaris. De dienst werd waargenomen door de "Custos" H. Hoyting. In 1799 vroeg hij om uitbetaling van achterstallig salaris. Hij overleed 8 mei 1812 als weduwnaar van Johanna Palthe, oud 68 jaar (37).

1812-1823: Johan Christof Scheuer: Hoewel hij niet door een benoemingsbesluit tot organist staat aangegeven, blijkt uit de opgave van zijn beroep in 1815 en 1818, dat hij organist was te Coevorden. Hij kwam al in 1801 te Coevorden en was afkomstig van Emlichheim waar hij geboren werd op 27 december 1776. Hij trouwde 1803 met Johanna Hendrika Eek, geboren 1785 te Coevorden, dochter van een meubelmaker, de werkgever van Scheuer. Tijdens zijn verblijf te Coevorden staat hij vermeld als organist en als orgelmaker. In 1823 vestigde hij zich te Zwolle als orgelmaker (38).

1823-1824: Hendrik Clewitz: In 1816 werd Hendrik Clewitz tot onderwijzer en koster benoemd afkomstig van Schiermonnikoogen oud 27 jaar. In 1823 werd hij met algemene stemmen tot organist benoemd maar vroeg een jaar later alweer ontslag. Hij overleed 26 oktober 1847, weduwnaar van Aaltien Cremer oud 59 jaar (39).

1824-1827: D. Blank: In de vergadering van de kerkvoogdij van 16 juli 1824 werd besloten D. Blank afkomstig van Elst tot organist te benoemen op een salaris van f. 120, -. Hij overleed echter al op 22 augustus 1827 zijn vrouw Susanne Elisabeth Luinge en een kind nalatend (40).

1828-1847: F. A. Beins: Nadat Hendrik Clewitz de orgeldienst tot 30 mei 1828 had waargenomen, werd op die datum F. A. Beins benoemd. Deze organist zal begin 1847 vertrokken zijn. Na zijn vertrek neemt Hendrik Clewitz opnieuw waar, Clewits overleed in oktober 1847 (41).

1848-1871: F. Huis: Na eerst nog te hebben waargenomen vroeg deze organist per schrijven van 9 mei 1848 of hij de betrekking van organist voor vast kon verkrijgen. Hij was organist tot zijn overlijden 6 november 1871, 79 jaar oud. Hij was gehuwd met Wilhelmina Ottens (42).

1871-1890: Lucas Meijer: Deze organist bleek al geruime tijd de vorige organist te hebben vervangen. In een schrijven van 7 juni 1871 verzocht hij als organist te worden benoemd. Nadat F. Huis 21 juni 1871 bedankte als organist werd L. Meijer benoemd op een salaris van f. 100, - per jaar. Hij was tevens hoofd der school te Coevorden. Hij overleed 23 april 1890, oud 59 jaar Hij was gehuwd met Hendrika Maria Rebenscheidt (43).

1890-1897: Jantine Aline Meijer: Jantine Aline Meijer, werd geboren 21 oktober 1870 als dochter van Lucas Meijer en Hendrika Maria Rebenscheidt. Zij was de laatste die het oude Faber-orgel zou bespelen. Zij bedankte als organiste 27 november 1897 (44).

1897-1940: H. Mulder: Bij de benoeming van de nieuwe organist waren er drie kandidaten: R. J. Roos, onderwijzer te Coevorden, C. Geerts zadelmakersknecht aldaar en H. Mulder, leerling van het blindeninstituut te Amsterdam. De laatste werd met eenparigheid van stemmen per 1 mei 1897 op een salaris van f. 100, - benoemd. In 1911 verhoogde men het salaris tot f. 225, -. H. Mulder overleed in 1940, na meer dan 40 jaar trouwe dienst (45).

1940-1944: J. B. van Lintel: Deze organist was van beroep administrateur. In september 1944 was hij plotseling verdwenen. In april 1945 werd hij gearresteerd en officieel ontslagen. Het salaris bedroeg toen f. 240, -. Op 21 maart 1940 werden de instructies voor de organist opgesteld in acht artikelen. Dan is er nog steeds sprake van een blaasbalgtrapper (46).

1944-1945: De heer Bolder: Deze plaatsvervangende organist was leraar aan de H. B. S. te Coevorden. Door de oorlogsomstandigheden kwam het nog niet tot de benoeming van een vaste organist (47).

1945-1954: Willem Hendrik Zwart: Toen de oorlog ten einde was ging men over tot het benoemen van een organist. Uit vijf sollicitanten: W. Zorgman te Velp, B. Hollander te Zwolle. J. Zijlstra te Leeuwarden, C. J. de Koning te Meppel en W. H. Zwart te Wieringerwaard, werd de laatste per 15 november 1945 benoemd. Behalve organist werd hij dirigent van het kerkkoor en van diverse koren in de omgeving. Ook aanvaardde hij een benoeming als muziekleraar aan het Chr. Lyceum en de Kweekschool te Emmen. In 1946 tijdens de vervulling van zijn militaire dienstplicht werd hij vervangen door zijn broer Piet Zwart. De opbrengsten van orgelconcerten werden besteed aan de verbetering van het orgel. W. H. Zwart werd geboren te Zaandam 26 mei 1925 als zoon Jan Zwart, organist van de Hersteld Evangelisch Lutherse kerk te Amsterdam. In 1954 werd hij benoemd als organist van de Sionskerk te Groningen en in 1955 als organist van de Bovenkerk te Kampen waar hij 40 jaar organist zou blijven (48).

1954-1964: J. C. de Koning: Deze organist, bekend onder de naam "Co" de Koning werd eveneens koorleider te Coevorden en omgeving. Hij vertrok in 1964 en werd organist te Harderwijk (49).

Nieuwsblad van het Noorden 15-07-1961

1964 tot 2010: Henk Plasman (50).
www.coevordenhuisaanhuis.nl d.d. 4-2-2010
Na maar liefst 46 jaar cantororganist van de Nederlandse Hervormde kerk te zijn geweest neemt Henk Plasman afscheid in een speciale kerkdienst op zondag 7 februari. Plasman, geboren en getogen in Coevorden, is alleen voor zijn studie in Utrecht weggeweest. 'Ik ben bezeten van orgel en piano. En ja, musici kunnen onderling nauwelijks ergens anders over praten.'
Plasman kijkt met grote tevredenheid terug, maar 'ik ben in mijn vak wel altijd alleen geweest, als organist, als docent en als dirigent. Soms ben ik wel eens jaloers geweest om mensen, die samenwerkten.'
Henk Plasman is tot zijn besluit om te stoppen gekomen, door wat onvrede. 'Daardoor voel ik me niet thuis in de kerk. Ik ben het met diverse besluiten van de kerkenraad niet eens, zodat ik heb besloten weg te gaan.'
Liefde voor muziek
Al op jonge leeftijd vatte Plasman liefde op voor het orgel en de piano. 'Wij hadden thuis, zoals zoveel gezinnen, een harmonium. Dat werd ook wel een psalmpomp genoemd.' Hij kreeg eerst les van een juffrouw uit Nieuw-Amsterdam, daarna van Willem Hendrik Zwart, de toenmalige organist van de hervormde kerk in Coevorden. Na zo'n negen jaar werd Co de Koning zijn leraar. De Koning volgde Zwart op en leidde Plasman op voor het conservatorium. Toen Plasman op de hbs zat, vatte hij het plan op naar het conservatorium te gaan. Mijn moeder stond er eerst wat sceptisch tegenover, maar toen bij mijn toelatingsexamen het oordeel was: 'dat zit wel goed', heeft zij mij altijd gestimuleerd. Ik had in die tijd een heel oude piano, zo'n tingeltangel, maar voor mijn studie had ik een andere nodig. Ik heb zo'n driekwart jaar gewerkt, tot ik het geld daarvoor bij elkaar had.'
Militaire dienst en studietijd
In 1957 ging Henk Plasman naar het conservatorium, maar hij werd drie maanden later opgeroepen voor militaire dienst. Hij kreeg geen uitstel, omdat hij door driekwart jaar te werken zijn studie had onderbroken. Na het vervullen van de militaire dienst ging hij verder naar zijn studie. 'Ik studeerde onder andere in de Dom in Utrecht. Ik liet de moed wel eens zakken, maar mijn moeder stimuleerde mij dan weer. Wij woonden aan de Sallandsestraat 7. Daar had eerder een kapperszaak gezeten en de kamer aan de voorzijde noemden wij daarom de salon. Daar musiceerde ik altijd. Dan ging mijn moeder stilletjes zitten luisteren. Daar heb ik mooie momenten aan.' Tijdens zijn studie kreeg Henk Plasman orgelles van Stoffel van Viegen en Cor Kee en pianoles van Ludwig Schonk. Henk Plasman: 'Ludwig wist precies hoe het moest, maar zei altijd 'Jullie spelen veel beter'. Van hem heb ik erg veel geleerd. Van Viegen was een leeuw aan het orgel, geweldig was dat. Verder studeerde ik kerkmuziek en behaalde mijn diploma Gregoriaans. Daar heb ik veel aan gehad. 'Dat valt mee'
Nog tijdens het conservatorium werd Plasman organist in Wierden. 'Ik werd gekozen uit dertien kandidaten en ik werd gekozen om er op een groot drieklaviersorgel te spelen. Het was nogal een 'zware' kerk. Na een kwartier preken gingen de mensen zingen en ik dacht 'Nou, dat valt wel mee', maar daarna ging de preek verder.... Er zaten in zo'n dienst wel 1.400 mensen in de kerk.'
Leraar
Een tijdje erna vroeg Co de Koning of Henk hem wilde helpen bij het lesgeven in Coevorden. 'Ik gaf toen twee middagen per week pianoles. In 1962 of 1963 werd de muziekschool opgericht, waarvan Piet Santing de eerste voorzitter was. Iedereen die muziekles gaf, werd gevraagd naar de muziekschool te komen. Vanaf dat moment was ik leraar aan de muziekschool. Eerst was dat voor piano en orgel en later kwam daar muziektheorie bij. Ik leidde de leerlingen op voor het toelatingsexamen van het conservatorium.' Naast leraar was Plasman gedurende dertien jaar adjunct-directeur. Daarenboven was hij dirigent van het kerkkoor, het Coevorder Mannenkoor en twee jeugdkoren van de kerk. Uiteindelijk was ik 40 uur werkzaam in de muziekschool. Het kerkkoor heb ik vanaf het begin tot 2004 -ruim veertig jaar- geleid. We hebben bij dat afscheid het oratorium 'Als de graankorrel sterft' uitgevoerd.' Daarmee was hij cantororganist af en bij zijn pensionering werd Plasman aangenomen als organist; hij speelde sindsdien zo'n dertig diensten per jaar.
Plasman antwoordt desgevraagd. 'Ik heb overal in den lande gespeeld. De mooiste orgels zijn die in de Dom in Utrecht, de St. Bavo in Haarlem en de Martinikerk in Groningen.' Op de vraag welk werk hij het liefst speelt, zegt Plasman: 'Het liefst speel ik de Triosonates van Bach, maar ik houd ook van moderne orgelmuziek. Bach heeft zes Triosonates geschreven, het is voor mij de hogeschool van de orgelmuziek. Nu ik afscheid neem, ga ik me daar helemaal op storten.' Wat dat betreft kan Plasman vooruit, want hij heeft thuis zo'n 1.200 muziekboeken. Niemand gezakt Henk Plasman heeft altijd genoten van de concerten en van de begeleiding van solisten. Leerlingen noemden mij vrij streng, maar rechtvaardig. Ja,' zegt hij, 'ik heb leerlingen gehad, die het ver geschopt hebben. Zij zijn in het hele land terechtgekomen als organist of pianist. En wat mooi is: van mijn leerlingen is niemand gezakt voor het conservatorium.

Vanaf 2010: Organisten zijn Johan Westerbeek, Geert Meendering en Ronald IJmker.

Noten

  1. Zie Veenhoven, Coevorden. (1969)10.
  2. Idem, pag. 50-52, 58-61 en 70-71. De brief van Willem Wegewart, klokkengieter, is afgedrukt in de Nieuwe Drentsche Volksalmanak (1895)178-179.
  3. idem, pag. 72.
  4. idem, pag. 72.
  5. idem, pag. 74.
  6. AHKC. Notulen Kerkvoogdij 1856-1908, 20-12-1895. Zie ook noot 32.
  7. Bijlage 1. RAD. OAC. Inv. 831. Copie van de fundatie van het Heilig Sacramentsaltaar Coevorden 15 juli 1510. Zie ook Geschiedenis Drenthe met Annotatie. Redactie J. Heringa e. a. (1985)221 en noot 170. Volgens Talstra, Nederlandse orgels (1979)16, kwam de organist van de Jacobijnerkerk, Petrus Christiani in 1580 naar Coevorden, dat toen weer Katholiek geworden was. Wellicht was toen het orgel nog aanwezig en werd het in 1592 verwoest.
  8. RAD. OAC. Inv. 844. 26 april 1657.
  9. RAD. OAC. Inv. 657. Pertinent Register. Begonnen 4-5-1657.
  10. idem als aant. 9. en RAD. OAC. Inv. 820 en 844. De lijst loopt van 28 oktober 1657 tot 3 december 1657. Bijlage 2.
  11. Een foto hiervan toont het interieur van de kerk, met op de tribune het orgel. Een uitvergroting geeft een haarscherpe weergave van het orgel. Het glasplaatnegatief werd gemaakt door J. C. Kramer in 1892 (formaat 24, 5 x 30 cm). Bewaard in het Provinciaal Museum te Assen onder no E 5-12.
  12. Zie foto. In het archief komt Tomas Aman voor, die 50. -. -. car. gld. ontvangt voor het leun- en traliewerk om het orgel. Coevorden 8 februari 1658. Het opschrift wordt ook vermeld in Romein, Predikanten (1861)250. Hij schrijft per abuis F. Faber. Over Faber zal nog een aparte studie verschijnen.
  13. RAD. OAC. Inv. 844.
  14. OAGG. Register Feith no 13. Adidem van Ber. Onias, Coevorden 16 november 1658. Bijlage 3.
  15. RAD. OAC. Inv. 844. 26 januari 1660; 16 juni 1663 en 13 augustus 1666.
  16. RAD. OAC. Inv no 6. Resoluties van Ridderschap en Eigenerfden, folio 258, 18 febr. 1649.
  17. RAD. OAC. Inv. no 845. Bestek Dierick Marttens, orgelmaker, 23 juni 1733. Bijlage 4.
  18. RAD. OAC. Inv. no 846. Bestek van A. A. Hinsz, orgelmaker, 5 juli 1745. Bijlage 5. Het orgel werd in 1558 door Andreas de Mare omgebouwd. In 1656 is er sprake van dat het oude orgel in de A-Kerk werd weggenomen. OAGG. Rekeningboek 1656-1659. Zie verder onder organisten bij Harm Hartman.
  19. RAD. OAC. Inv. 83.
  20. Al in 1808 komt Scheuer als orgelmaker voor. Zie ook Wullink, Scheuer, pag. 4. RAD. NAC. Inv. 385. Notulen kerkvoogdij 1821-1855, folio 270, 20 december 1847. Inv. 393. Intekenlijst tot een bedrag van f. 247, 20. Achterop de lijst staat: 1848. In Maart en April hersteld.
  21. AHKC. Rekeningboeken. Datum resp. : 1862-1868; 29-7-1869; 3-3-1869; 13-3-1872; 23-7-1874; 1874; 1876; 1877; 1879; 1-1-1878; 19-8-1880; 15-8-1882; 2-8-1885; 1887; 1890; 12-12-1894; 1895. Notulen kerkvoogdij 1856-1908, 12-8-1896.
  22. Het opschrift is op een oude foto nog te lezen, maar is later verdwenen. Zie ook Belonje, Gedenkwaardigheden (1937). Aleida Gerridina Kramer, geboren Coevorden, 20-8-1835 en overleden aldaar 3-6-1902, was een dochter van Jan Hesterus Aleidanus Kramer (1801-1873) en Jantien Brink (1803-1844). Zie zerk 16 t/m 23, Belonje, Gedenkwaardigheden (1937).
  23. Het Orgel (1897)130.
  24. Zie hiervoor ook onder Hoogeveen, Remonstrantse kerk. Deze gegevens verkregen door eigen onderzoek en door mededeling van J. R. Nienhuis predikant van de Remonstrantse gemeente te Hoogeveen, waarvoor onze dank.
  25. AHKC. Notulen kerkvoogdij 1856-1908, 3-9-1904.
  26. idem. 11-12-1907. Hierna heeft J. Proper het onderhoud tot 1922.
  27. AHKC. Map kerkorgel. In 1935 werden offertes gevraagd om het orgel te komen nazien aan de firma's M. Spiering te Dordrecht, M. Ruiter te Groningen en J. de Koff te Utrecht. Hierbij werd ook gevraagd naar de kosten van een electrische windvoorziening. Er is ook een rapport van 20-4-1939 door K. M. Luiten organist te Delden waarin de gebreken van het orgel worden opgesomd. Verder brieven van Valckx en Van Kouteren 4-2-1941 en firma J. Th. Ruijf 15-11-1941 en opdracht aan hem door kerkvoogdij 20-11- 1-1941. Hierna heeft Ruijf het onderhoud en stemwerk.
  28. Brieven firma H. J. Vierdag 27-7-1946; 2-10-1946; 15-10-1946; 13-1-1947; 27-1-1947; 8-2-1947; 26-6-1947 en 1-10-1947. Hierna echter stemwerk door de firma Madern's orgelbouw Oldenzaal.
  29. Rekening 20-10-1949. Advies Jan Matter, namens N. O. V. , f. 40, -.
  30. Zie artikelen in Drenthe, provinciaal maandblad (1965)90 en (1968)105 en in Emmer Courant 13-8-1969.
  31. Bijlage 6. Bestek firma Van den Berg en Wendt, Zwolle-Nijmegen 18-6-1970.
  32. Het Orgel (1972) 300-301.
  33. RAD. OAC. Inv. no 652-658. "Junij 1657, P. Raquet, Auditeur op Credijt an lotten 2. 10. -. " Idem Inv. no 820 en Inv. no 77, folio 37. Inv. no 628-633 Stadsrekeningen 14-1-1674. RAD. Statenarchief. Inv. no 6(IV) Resoluties Ridderschap en Eigenerfden, folio 34, 19-2-1678.
  34. RAD. Inv. 628-633 Stadsrekeningen 1679-1717. Zie voor de familie Š Welt, Feith e. a. Grafschriften (1910). Loppersum graf no 21, Toebyna Derks, overl. 6-3-1674 huisvrouw van Jonas Š Welt, organist te Loppersum. Deze was organist, instrumentmaker en uurwerkmaker. Huwde 12-12-1675 voor de tweede maal met Sara Venhuizen en kreeg 8 kinderen. Onder wie Jonas Š Welt jr. , geboren 31-3-1678. Nederlandsche Leeuw(1914): Welt, Stamboom Welt.
  35. RAD. OAC. Inv. no 77. Resoluties Burgemeesters en Raad Coevorden, folio 120, 28-1-1717; en idem, folio 206-207, 26-1-1717.
  36. RAD. OAC. Inv. no 82, folio 1908-111, 5-1-1745; idem, folio 320-321, resolutie 20-4-1745. De reparatie van het orgel, die zeer noodzakelijk was, kwam op rekening van de organist! Het betreft hier de reparatie uitgevoerd door de orgelmaker A. A. Hinsz. Hij werd 150. -. - car. gld. gekort op zijn salaris. In 1748 kreeg hij er 50. -. - car. gld. bij.
  37. RAD. OAC. Inv. 83, folio 319, 204-1765; idem folio 259, 13-5-1774. RAD. Joosting 1910, stuk no 218. 1799 Beschikking van de eerste Kamer van het vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen Volks op het request van H. Koster, organist bij de Gereformeerde Gemeente te Coevorden, een bevel op het plaatselijk bestuur aldaar tot uitbetaling van zijn Tractement over den tijd van 3 jaren, hem verwijzend naar "den duidelijken letter der publikatiebetrekkelijk de betaaling der kerkelijke beampten geŽmaneert". Idem, no 207, Notulen van de kerkeraad 12-6-1812: Harm Koster blijkt dan te zijn overleden.
  38. Het is niet duidelijk waar Scheuer het orgelmaken geleerd heeft. Gezien zijn later gebouwde orgels blijkt hij onder invloed geweest te zijn van de in het Graafschap Bentheim voorkomende orgelmakers, zoals Wilhelm SchrŲder uit Neuenhaus, die evenals G. H. Quellhorst weer invloed onderging van Jacob Courtain. Scheuer had in 1808 het onderhoud van het orgel in de kloosterkerk te Frenswegen (zie Schlepphorst, Niedersachsen, pag. 266).
  39. RAD. NAC. Inv. no 168. Brief 12-4-1816. Hij werd voor onderwijzer en koster gekozen uit 12 sollicitanten. Vergelijkend examen 4 en 5 juli 1816, uitslag 8-8-1816. Brief 16-11-1816. Deze benoeming hield verband met het vertrek van de onderwijzer J. K. Meis naar Java in 1816. In Inv. no 167, is een stuk opgemaakt 25-2-1842 waaruit blijkt dat Clewits onderwijzer, koster en voorzanger is.
  40. RAD. NAC. Inv. no 385 Notulen Kerkvoogdij 1821-1855, 30-3-1824. Het salaris zou f. 120, - bedragen. Een oproep werd geplaatst in de Haarlemse Courant. Idem, vergadering 16-7-1824 uit 2 sollicitanten werd D. Blank benoemd.
  41. RAD. NAC. Inv. no 385. Vergadering 15-11-1827. Er kan een tweede onderwijzer benoemd worden voor f. 200, - per jaar en wil deze post combineren met die van organist. Voor deze laastste post werd f. 60, - vastgesteld (verg. 20-5-1828). In 1830 krijgt hij echter f. 75, -. Of hij in het voorjaar van 1848 overleed of vertrok is niet bekend.
  42. RAD. NAC. Inv. no 385. Brief 9-5-1848. F. Huis verzoekt om een vaste aanstelling. In 1868 ontvangt hij f. 100, - voor deze baan.
  43. RAD. NAC. Inv. no 386. Notulen kerkvoogdij 1856-1908. Hij werd per 1 juli 1871 benoemd.
  44. RAD. NAC. In. no 386. Vergadering 27-11-1896 ontslagaanvrage en bedanken voor de post van organiste per 1-4-1897.
  45. RAD. NAC. Inv. no 386. Vergadering 30-12-1896 en 27-1-1897.
  46. J. B. van Lintel, solliciteert naar de betrekking per brief van 27-1-1940.
  47. Na de kwestie met Van Lintel werd de heer Bolder tijdelijk organist van 28-9-1944 tot 15-11-1945.
  48. AHKC. Brief 17-7-1945 van George Stam, organist te Leeuwarden, waarin hij drie mogelijke candidaten noemt. De kerkvoogdij stelt een brief op waarin eventuele sollicitanten wordt aangeboden: Als organist f. 240, - per jaar; als dirigent van het kerkkoor f. 300, - per jaar; mogelijkheid tot benoeming als dirigent Harmonieorkest Coevorden, Dalen en Hardenberg en mogelijkheden als leraar piano, orgel en viool. De door Stam genoemde sollicitanten haken na inlichtingen af. Cornelis J. de Koning, die ook solliciteerde, werd benoemd te Vollenhove. W. H. Zwart, geboren 26-5-1925 solliciteerde per brief 9-10-1945. Hij werd benoemd 15-11-1945.
  49. J C. de Koning werd geboren 20-9-1932.
  50. H. H. Plasman werd geboren 27-2-1938.
  51. Foto uit de verzameling van Aart de Kort. Aangeleverd op 5-8-2010
  52. Uit "Herziene en uitgebreide werklijst Properorgels" door R. Walsma april 2011
  53. E-mail d.d. 23 januari 2014 Bart van Buitenen ansichtkaart
  54. www: http://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Kruiskerk_%28Coevorden%29
  55. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Coevorden,_Kerkstraat_6_-_Kruiskerk
  56. Boek: Het historische orgel in Nederland 1894-1901 blz. 155-157
  57. Tijdschrift: Het Orgel 1970/11 Orgelbouwnieuws
  58. Tijdschrift: Het Orgel 1972/12 Orgelbouwnieuws door Henk Plasman
  59. Tijdschrift: Het Orgel 1973/02 Orgelbouwnieuws
  60. Archief orgelmaker Reil

 

Bijlagen:

Bijlage 1.

Rijksarchief Drenthe. Oud Archief Coevorden. Inv. no 831. Kopie van de fundatie van het Heilig Sacramentsaltaar. Coevorden, 15 juli 1510.

Fragment: In den Namen godes Amen Wy Schepene, Gesworene meente end gemeyne Meente der stadt van Covorden, Bekenne end maken kundt van ons end onsen nacomelinge dat wy myt gsint des Eerbare Roloffs van Munster, Drost to Covorden ende myt gsint des Eersame heer Corneliuns Decker inder tydt pastoer to Covorden ter eren end to love goits almachtich ende synre gebenedyde lieve moder maria hebben begunt inder kercken bynnen der stadt van Covorden to funderen end to stichten een altaer in die ere des Eerweerdyge hillyge Sacrements ende des hillyger moder Sunte Anna. In maniere en vorwarden dat die priester, den dyt altaer mach gegund worden, sal eynes borgeren sone bynnen Covorden wesen, end sal opt Orgaen konne spelen, offt sal sekeren en loven bynnen tween Maent tydts, na der tyt dat hem dyt voers Altaer gegeven ys op dat Orgaen te leren spelen des soelen hem die Schepene end gesworene meente to Covorden alsdan, myt gsint des Drosten indertydt wth der gemeynten marcken van Covorden wysen ten mynesten twe dachwerk hoylants, die tot ewygen tijds tot dat Orgaen soelen blyven Ende als dyt Altaer vaciert end ledich sunder priester ys Werden dan gheven borger kynderen die bequeme werden, dyt voers Altaer te bedienen ende opte Orgaen konden spelen, en oick nyet wolen loven opte Orgaen te leren spelen als voers ys so moeghen Schepene end gesworene meente myt gesynt des Drosten and pastoer te Covorden dat Altaer voers. wal ene guden eerlijk priester geven die opt Orgaen kan spelen, oft willen loven binnen twee maent tyts als voers opte Orgaen te leren spelen, Want dyt voers Altaer principalyk daer mede ome gefundeert ys dat die priester op Orgaen sal spelen End sal verbonden wesen alle weke tot drie myssen op dyt voers Altaer te doen, Die ene Mysse opten Donredach solempniter te singen vande weerden hillyge Sacrament Die ander Mysse opte Maendach van Requiem voer alle geloevige zielen, end die derde mysse op ene bequeme dach inder weken. (. . . . . . . ) Gegeven inde Jaer onses heren Dusent vijffhondert end thyne, opten eersten Sondach na Sunte Jacobs dach.

Bijlage 2.

Stukken over de bouw van het orgel te Coevorden in 1658.

Rijksarchief Drenthe. Oud Archief Coevorden. Inv. no 844.

Anno 1657 den 15 April wegens die lotterij voor ‘t orgel nae Amsterdam, afgeveerdicht tot oncosten gedaen als volgt:

1. In‘t afreysen met die voerman als oock andere verteert an t ontbyten en brandewijn 1. --. --
2. Ten Hardenbergh 1. 5. --
3. In der Arenshorst voor eten, drinkewn ende paerdevoer 1. 14. --
4. Des nachts an die Barkemerbruggh voor eten, drinken ende paerdevoer voor mij ende die voerman 2. 10. --
5. An die Swolse veerman 0. 12. --
6. Met de veerman gegeten ende gedroncken 0. 10. --
7. Tot Amsterdam voor vertering in drie dagen 7. 10. --
8. Voor slepers ende crujers 0. 18. --
9. In ‘t wederom reysen an die schipper voor spijse, drank, vracht in twe dagen en twe nachten ende uitsetten en wagenvracht 2. 15. --
10. Tot Gelmujen verteert 0. 14. --
11. Voor d’vracht van‘t goet an die schipper ende an die krane 3. 9. --
12. An Vriesemans Willem van vracht 6. --. --
13. Voor willems verteringe end d’paerden tot Swolle 1. 14. --
14. Mijn eigen verteringe tot Swolle voor drie ŗ vier maeltijden 4. 1. --
15. In der Arentshorst des‘s nachts voor verteringe 1. 5. --
16. Ten hardenbergh middachmael geholden 1. 10. --
17. Voor d’voerman van Swolle op Coevorden 11. -5. --
18. Voor 9 dagen vacatij, stelle 9. --. --
--------------
Summa 57. 12. --

 

Idem.

Rekening van Lucas Hansen Smyt ten bedrage van 25. 1. 8 Car. gld. , getekend door Jan Luyntiens, Berendt Bartlinck en Arent Hoch. Order tot betaling 26 october 1658. (de rekening gaat over geleverde schotspijkers, anker nagels, latspijkers, hantspijkers en tengenagels. Op de achterzijde blijkt dat B: Onias [burgemeester] de rek. 27-10-1658 betaalt heeft).

Idem. Inv. 820.

Rekening 8-2-1658. Ontfangen van Borgemester Bern. Onias op rekeninge van leun of tralij-wark om het orgel vijftich car: gl. Coevorden den 8 Febr. 1658 (getekend: Tomas Aman).

Idem.

Anno 1660. Den 26: Jan: Heeft Borgmr. Bern: Onias, voor ons ondergescrevene Borgemesteren ende gesworen gemeente, rekeninge gedaan, van die lotterije; als mede van eenige kerken-restanten, ende in summa van d’geheele ontfangh ende uijtgave van het tegenwoordige niewe orgel, in voegen als volgt.

1. Eerstelijck D’ontfanck van die penningen soo uijt getrockene lot seedeltjes sijn geprocedeert bedragen in alles f. 1776. 6. --
2. D’Ontfanck van vercofte lotwaren 581. 19. 6
3. D’Ontfanck van beloften 1010. 6. 8
4. D’Ontfanck van Eenige olde Kerkenrestanten 119. 17. --
5. D’Ontfanck van D’gecollecteerde penn. 144. --. --
6. D’opgenomene Penningen, tot d’lotterije 1200. --. --
--------------
Summa totalis f. 4832. 8. 14

 

Waer ende tegens, die uijtgave ende ter summ’ 665. 1. --
Drie restant seedullen, (: an ons overgelevert: ), na gesien sijnde bevint sich, Dat Borgmr. Ber: Onias, noch souden Competeren In alles, van t’gefourneerde nije Orgel soo hij meeder uijtgegeven als ontfangen 13. --. --
--------------
f. 685. --. --

 

Hem D’Heer Huijsinck, een obligatie met twe Jaren intresse, op maij 1660 672. --. --

Actum ter vergaderinge ut supra getekend

(Nicolas Remthoffen, Berendt[ter Loen?],

Gerrit Wilms, Berendt Bartlinck, Bartelt Roeloffs[hacht]).

Idem. Inv. no 657.

Pertinent Register.

Van alle lotten en waeren soo in dese Lotterie ingelecht ende volgens het welcke alle prisen uijt gelanget sullen worden: Aengestelt ende opgerichtet, met Consent ende Approbatie van sijn HoochEd: Gestr. den Heere Drost van den Boetzelaer, en oock sonderlinge aenraeden ende goetvindenvan sijn Hooch Ed: Gestr. den Heere Colonnel ende Gouverneur Bijma, ende Bij Borgmren en Raedt der Stadt Covorden, ten profijt van de Kercke, ende specialijcken, tot opbouwinge van een Orgell. Godt die Heere will sijns segen darto verleenen, begonnen op den 4 Meij Ao. 1657.

(Volgen 180 lotnummers met daarachter de prijzen).

ConditiŽn waer op d’ Bewinthebbers, van die lotterij, sullen vercoopen all soo danige waren alsaldaer noch sijn overgebleven, op de na volgende maniere.

1. Sal men vercoopen bij Car: Gl: St: en Penn:
2. Sal den cooper geholden sijn alles wat onder een Gl: gemijnt wordt met gereeden gelde betalen.
3. Sal den cooper alles wat over een Car: Gl: gemijnt wort geholden sijn over ses weken praijse te betalen.

 

 

Bijlage 3.

Oud Archief Gemeente Groningen. Register Feith no 13.

Adidem van Bern. Onias, Coevorden, 16 november 1658.

Edl: Moog: Heeren Borgemesteren ende Raadt der Stadt Groningen. Wij hebben U. Edl: moogende niet willen veronthouden, den toestant van Mr. Faber bekent te maken; bij wat ocasie sijn E. alhijr booven belofte ende gissinge tot onse groete scade ende leedtwesen, heeft moeten verblijven; Het is seker, dat vorn: Mr. Faber soo seer Febre Hectiea, van t’begin sijner ancomst alhijr, tot het af sceiden van hijr als noch is laborerende, immers soo seer, dat die selve naulijcks crachten hebbe gehadt, om van sijn bedde op te staan, veel min na sijn affairen te gaan; ja, geheele weken lang niet eens, een handt an t’werk heeft konnen slaen; waer over wij U. Edl: moogende sijnen t’halven willen gebeden hebben, sijn E. verexcuseert te houden; ende voort hartelijck gedanckt hebben, over die goede gratie ende toelatinge, dat sijn E. het orgel tot Coevorden wel ende curieuselijck tuschen tijden, heeft moogen leveren ende in statum te brengen. Weswegen wij oock in alle voorvallende occasien, na onse kleine vermoogen, wederom verobligeert sullen sijn met sculdige danckbaerheit; Godt biddende, om continuatij van U. Edl: Moog: gelucklijcke ende voorsichtige regeringe, met recommendatij, om ons voortaen antenemen in U. Edl: Moog: gode gratie. Coevorden den 16. Nov: MDCLVIII. ter vergaderinge van Borgm(n). ende raadt.

Nomime Collegij

getekend (Bern: Onias) praeses.

 

 

Bijlage 4.

Rijks Archief Drenthe. Oud Archief Coevorden. Inv. no 845.

Anno 1733 Den 23 Junij

Hebbe ik ondergeschrevene het orgel tot Coevorden gevisiteert en bevonden dat het gantsch nootsakelijk is om gerepareert te worden welke reparatie bestaat in dit navolgende.

Voor eerst moeten de navolgende Registers gerepareert worden als de:

Eerste de Praestant zijnde vier voet waar in verscheijde pijpen bevonden die niet meer konnen gebruikt worden.
ten tweden de quintadeena zijnde agt voet is van gelijken.
ten darden de Holtpijpe zijnde ook agt voet is ook onbruikbaar.
ten vierden de octava zijnde twe voet is desgelijken bevonden.
ten vijfden de fluute zijnde ook twe voet is ook niet na behooren.
ten sesden de mixtuur zijnde eenen voet is ook bevonden gelijk als die voorheene zijn genoemt.
ten sevenden de quinta zijnde vier voet is van gelijken.
ten agsten de Cimbaal zijnde een halven voet is ook onbruikbaar.
ten negenden de trompette zijnde agt voet welke boven alle andere Registers onbruikbaar is bevonden.
hier bij komen nog de puisters dewelke lek bevonden zijn waar van de eene agter gantsch los genomen moet worden.
de lade moet ook los genomen worden dewijle deselve door spreekt.
nog moet het pedaal dat ook heel onbruikbaar is, weder nieuws angehangen worden.
tot welke nodige reparatie ik alle materialen zal beschaffen en op mijn eijgen kost en drank ook sal repareeren waar van ik dan moet hebben /: mits dat mij de puister treder daar bij beschaffet moet worden: / op het Civijlste gestelt, de somma van hondert Carolij gulden, waar na die Heeren Borgemeesters haar gelieven te reguleeren. getekend

(Dierich Marttens, orgelmacker, zu Vreden).

 

 

Bijlage 5.

Rijks Archief Assen. Oud Archief Coevorden. Inv. no 846.

Bestek van het Orgel te Coevorden zoals het zelve moet gerepareert en verbetert worden, om bestandigte blyven: hier onder gespecificeert.

1. De windlade is een Sprinklaad, verdeelt in korte Octaav: Woorop volgende Stimmen staan.

1. Praestant 4 Voet
2. Quintadeen 8 Voet
3. Holpijp 8 Voet
4. Quintfluyt 3 Voet
5. Super Octaav 2 Voet
6. Fluyt 1 Voet
7. Mixtuuir 3-4 a 5 Sterk
8. Scherp 2 Sterk
9. Trompet 8 Voet

Deese stemmen moeten van de Windlaad worden afgenomen en van stof en vuiligkeit gesuivert die lek zijn moeten soldeert, en dy van de Mixtuuir te swak en verbogen zijn moeten nieuwe van Metal voor worden gemaakt; als ook voor het corpus van groot C in de Trompet 8 voet, hetwelk te dun en reets seer gelapt is, en de toon na behoren niet kan geeven; insgelijks een nieuwe corpus voor een van de kleinen dat weg is. Verders de mondstukken schoon gemaakt en met eenige nieuwe tongen en stemkrukken verbetert, en met andere stimmen weer op de Laad gebragt en ingestimpt worden.

2. Moeten de uittreksels met de kleine sprinkklapjes van de Windlaad worden genomen en schoongemaakt; en terwyl eenige veeren te swak zijn, het welk een doorspraak of bijklank veroorzaakt, moeten nieuwe van coper voor worden gemaakt: gelyk meede moet worden verholpen verscheyden pompeten dy in stukken zijn; en de Windlaad van alle lekkasie digt gemaakt worden.

3. Het HandClavier hetwelk eens zo diep kan neer drukt worden, als het behoort, moet op behoorlyke maate worden verandert; aan het Welbort zijn verscheyden angehenk versleten, moeten nieuwe van coperdraat voor. Insglijks moet het pedaal Clavier woorvan de meesten lam neerleggen, tot een goed gebruik worden bequaam gemaakt, en alles in goede order herstelt worden.

4. De twee blaasbalgen dewelke zeer gelapt egter nog geheel lek zijn, en met meerder lappen van geen duuirzaamheid konnen worden; daar en boven zijn mijns oordeels zulke twee blaasbalgen te weinig om na vereys wind te konnen geeven, behalven dat het nadeelig is voor het Orgel en de blaasbalgen vermits dy in een geduirige bewegung moeten worden gehouden. Dierhalven moet nog een nieuwe blaasbalg worden daartoe gemaakt, van zelve grote als de anderen van droeg Eyken Wagenschot, gelijk ook de nog vereyste Canalen daarvan zullen worden gemaakt. De beyden ouden blaasbalgen moeten worden uitgenomen, en geheel van malkanderen worden gemaakt; het oude leer afgetrokken en de voegen van binnen, als ook geheel van buiten met nieuw leer beleedert en zo digt als nieuwe gemaakt worden.

5. Blijft tot last van de Respective Heeren Besteederen, het bezorgen van een bequame werkplaats en de benodigde vuirung; de verhogung van het beschot weegens de nieuwe blaasbalg; als ook de kosten om de Orgelmaker met zijn goet heen en weer naer Groningen, een handlanger geduirend het werk,

6. Wanner de Orgelmaker A: Anthoni Hinsz de benodige materialen bezorgt, verders trouwe en eerlyk verveerdigt, en gevisenteert en na dit opstel voor goet is bevonden; moet het kosten, 170 guld: De heeren Borgem(ren) nevens de Kerkvoogden sijn met bovengenoemde A: Anthonij Hinsz: Orgelmaker veraccordeert en overeengekomen dat denselven het orgel alhier wederom goet en in staat te brengen dat daar uit weg is wederom in te maken en alles te maken en repareren dat nodig is waar voor Borgem(ren) en Kerkvoogden daar voor aanemen te betalen volgens de orgelmaker eijgen oordeel dat daar aan verdient en heeft en na gedaan werk voort betalinge, Actum ter vergaderinge Coevordenden 5 Julij 1745

M: ter Poorten

H: Wessels, ter ordonn: van Haar Agtbaarheden

G. Wildrick Secretaris

Ondergeschreven bekenne ontfangen te hebben, van de Praesiderende Kerkvoogd Mijn Heer Wesselde Som(e): 170 guld: Volgens de accoord van dit bestek als meede 12 guld voor het verfolien van de toonpijpen en nog vijf gulden voor het veranderen en verbeteren van de Scherp tot een Sexquialter bedragende zamen een hondert en zeeven en taggentig guld: passere deesen voor Quitantie. Coevorden 1745 den 14 Octob(r):

getekend (Alb: Anthoni Hinsz: )Orgelmaker.

 

 

Bijlage 6.

Bestek van de restauratie en uitbreiding van het orgel in de Nederlandse Hervormde kerk te Coevorden door Van den Berg en Wendt orgelbouw Zwolle-Nijmegen. 18 juni 1970.

 

Dispositie en omschrijving van het pijpwerk.

Hoofdwerk C-g’’’
Prestant 8  56 stuks, de bestaande frontpijpen te restaureren. Deze pijpen zullen voorzien worden van nieuwe kernen, de expressions zullen uitgewerkt worden tot grotere openingen, de buitenzijde van de pijpen zullen worden gepolijst. Voor de binnenpijpen zullen nieuwe pijpen gemaakt worden van 40% tin.
Bourdon 16 G-g’’’ 49 stuks te maken van 15% tin.
Roerfluit 8  56 stuks, C-H van eikenhout, c-g’’’ van 15% tin.
Octaaf 4  56 stuks van 40 % tin.
Fluit          4          56 stuks van 15% tin.
Quint 3  56 stuks van 40% tin.
Octaaf 2  56 stuks van 40% tin.
Cornet III  96 stuks van 15% tin.
Mixtuur 1 1/3 IV-VI  28 stuks van 40% tin.
Trompet 8  56 stuks, tongen en kelen te monteren in eikenhouten koppen en stevels van 40% tin.
Bovenwerk. C-g’’’
Prestant 4  56 stuks van 40% tin.
Salicionaal 8 C-H combinatie met Holpijp 8, c-g’’’ = 44 stuks van bestaande pijpen welke gerestaureerd zullen worden.
Holpijp 8  56 stuks van 15% tin.
Roerfluit 4  56 stuks van 15% tin.
Nasard 3  56 stuks van 15% tin.
Octaaf 2  56 stuks van 40% tin.
Woudfluit 2  56 stuks van 15% tin.
Sesquialter II  96 stuks van 40% tin.
Quartaan 1 1/3-1 II  112 stuks van 40% tin.
Dulciaan 8  56 stuks, tongen en kelen gemonteerd in houten koppen en stevels, bekers van 40% tin.
Pedaal C-f’
Bourdon 16  30 stuks van eikenhout, de bestaande voorhanden zijnde pijpen hiervoor te gebruiken en te restaureren, de ontbrekende 3 stuks nieuw bij te maken in aansluitende mensuur.
Octaaf 8  30 stuks van 40% tin.
Octaaf 4  30 stuks van 40% tin.
Nachthoorn 2  30 stuks van 15% tin.
Ruispijp 2 2/3 IV  120 stuks van 40% tin.
Bazuin 16  30 stuks, tongen en kelen te monteren in eikehouten koppen en stevels, bekers halve lengte van 40% tin.
Trompet 8  30 stuks, tongen en kelen te monteren in eikehoutenkoppen en stevels, bekers van 40% tin.

Speelhulpen.
Koppeling Pedaal-Hoofdwerk
Koppeling Pedaal-Bovenwerk
Koppeling Hoofdwerk-Bovenwerk
Tremulant Bovenwerk.

Systeem.
Het orgel zal worden gebouwd volgens het mechanisch sleeplade systeem waarbij alle delen wat betreft hun maatgeving nauwkeurig zijn berekend. De voor hun doel meest geschikte materialen, alle in de best verkrijgbare kwaliteit, zullen voor de bouw van het instrument gebruikt worden. Het technisch maaksel en de afwerking daarvan zal met zorg en vakbekwaamheid uitgevoerd worden. Aan de intonatie van het orgel in het kerkgebouw zal de grootst mogelijke zorg worden besteed, en in nauw overleg met uw adviseur te werk worden gegaan.

Windladen.
Voor het orgel zullen 4 sleepladen gemaakt worden, te weten ťťn windlade voor het Hoofdwerk, ťťn windlade voor het Bovenwerk en twee windladen (C en Cis zijde) voor het pedaal. De sleepladen zullen gemaakt worden van quartier gezaagd Slavonisch eikenhout en volgens een constructie welke bestand is tegen alle hier te lande voorkomende klimatologische omstandigheden. Hiertoe worden de windladeramen aan de onderzijde voorzien van houten sponseldelen tussen de dammen, ter hoogte van de ventieleinden, waarvan de houtnerven in de lengterichting van de windladen lopen. Deze sponseldelen zijn zo ver mogelijk in de ladedammen ingelaten Bovendien worden meerdere dikkere dammen voorzien van ingezaagde expansie-sleuven, waardoor de windladeramen nog weer in afzonderlijke compartimenten worden onderverdeeld, welke ten opzichte van elkaar kunnen krimpen en zwellen. De bovenzijden van de windladen worden voorzien van trekvrije dekplaten van Supra hechthout in een dikte van 7 mm. Deze dekplaten worden op de windladen gelijmd met een speciale "Racol" lijm, en bovendien met koperen nagels in de ladedammen vernageld. Ook de constructie van de slepen is aangepast aan de klimatologische eisen. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van dubbele, verend gemonteerde dekplaatdelen, deze verende delen worden doormiddel van fosforbrons veren onder alle omstandigheden met een gelijke kracht tegen de slepen gedrukt. Een absolute dichtheid zonder kans op door- of bijspraak wordt onbeperkt gegarandeerd. De pijpstokken en pijproosters worden in verband met de invloed van looizuur in eikenhout, niet van eikenhout doch van sipo mahonie gemaakt, zodat het metaal van de pijpvoeten niet door looizuur aangetast kan worden. De voorslagen en ventielkasten worden weer gemaakt van Slavonisch eikenhout. De voorslagen worden voorzien van messing voorslaghaken. De ventielen worden voorzien van eerste soort leer en vilt. Voor de pulpeten wordt gebruik gemaakt van Celeron pulpeetschijven. De fosforbrons mechaniek-draden worden aan binnen- en buitenzijde van de windladen voorzien van zware tuig-lederen schakels, om een soepele en rechte geleiding door de pulpeet te verzekeren.

Toets- en Registermechaniek.
De klavieren hebben en omvang van C-g’’. Het klavierbeleg zal bestaan uit dik ongebleekt ivoor. De verhoogde toetsen zullen gemaakt worden van Ebbenhout. De bakstukken naast de klavieren zullen evenals de omlijsting van de klavieren onder en boven gemaakt worden van Ebbenhout, om aan te passen bij de stijl van de orgelkas. De registerknoppen zullen worden gemaakt van massief Coromandel met ivoren registerplaatjes in de knoppen.

Het pedaalklavier met een omvang van C-f’, heeft ondertoetsen gemaakt van slijtvast Roemeens eikenhout, de verhoogde toetsen zullen worden gemaakt van donkerkleurig Wengť.

De omlijsting van het pedaalklavier wordt evenals de orgelbank gemaakt van eikenhout.

De gehele mechaniek van het orgel wordt zuiver uitgebalanceerd geconstrueerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van z. g. zwevende hefboom- en winkelhaakregels welke er toe dienen, ontregeling van de klavieren te voorkomen, en bovendien de gehele mechaniek onder een gelijk blijvende spanning te houden.

Voor de draaipunten in de mechaniek wordt gebruik gemaakt van zeer slijtvaste materialen zoals Delrin en Celeron. De hefbomen in de mechaniek worden gemaakt van eikenhout, en op de draaipunten gepropt met Celeron waarin de vaste fosforbrons stiften geperst worden. De winkelhaken in gesloten driehoek constructie worden gemaakt van tropen pertinax, de winkelhaken en hefboomregels van teakhout. De abstracten van Red Cedar worden aan de einden waar de messing vernikkelde abstractdraden ingehangen worden omlijmd met linnen.

De wellenborden, gemaakt van 18 mm watervast verlijmd en tropenbestendig mahonie plaatmateriaal, worden voorzien van gemoffelde hoogwaardig stalen precisie walsen uit staal no 55. In deze walsen worden de messing vernikkelde walsarmpjes geklonken. Op de wellenborden worden Delrin nokjes gemonteerd. Ook in de wellen worden Delrin proppen geperst, zodat de vernikkelde fosforbronzen asjes volgens een zuivere passing in Delrin lopen waarbij slijtage, ook na vele tientallen jaren van intensief gebruik niet kan voorkomen. Alle te gebruiken stiften - veren - mechaniekdraden enz worden gemaakt van fosforbrons en/of hardmessing, ten dele vertint, ten dele vernikkeld.

De registermechaniek bestaat uit een stelsel van gemoffelde hoogwaardig stalen walsen uit staal 55, waaraan de hefbomen zijn bevestigd. In de armen der walsen komen Nylon proppen waarin passende gaten worden gemaakt voor bevestiging van registertrekkers en slepen.

Windvoorziening.
Voor de windvoorziening wordt gebruik, gemaakt van een Meidinger of Ventus orgel-ventilator, geplaatst in een dubbelwandige ventilatorkast met ingebouwde reguleer-kastjes, ťťn voor elk der aanwezige windladen. Onder de windladen worden regulateurs gebouwd met enkele inspringende vouw, de regulateurs zullen van voldoende capaciteit zijn, worden gemaakt van eikenhout en zwaar beleerd. De regulateurs worden voorzien van speciale veren uit verenstaal. De windkanalen worden gemaakt van sipo mahonie. In de windkanalen zullen op verschillende plaatsen regelschuiven gemaakt worden. De gehele aanleg van de windvoorziening, de afmetingen van de windkanalen, de maten van de cancellen in de windladen, alsmede de constructie van de regulateurs zijn er op gericht om een soepele en ademende windvoorziening naar het pijpwerk te verzekeren.

Orgelkas.
De orgelkas zal, nadat het oude binnenwerk daaruit weggenomen is, ondieper gemaakt worden, en zoveel mogelijk naar de kerkmuur achter het orgel worden geplaatst. Een nieuwe onderkas van eerste soort grenenhout zal onder de bestaande kas gebouwd worden. Door de toepassing van gescheiden pedaal windladen zal dit nieuwe onderkas gedeelte in de breedte ingesnoerd worden, doch vertikaal naar beneden lopen. Bij het ondieper maken van de oorspronkelijke kas, en het maken van een aanvullend onderdeel zal alles gedaan worden om tot een goed en verantwoord constructie geheel te komen.

Pijpwerk.
Het pijpwerk zal worden gemaakt overeenkomstig de omschrijving zoals die bij de dispositie en omschrijving van het pijpwerk aangegeven is. De pijpen zullen gemaakt worden van voldoende wanddikte en van een lood - tin legering zoals die bij de dispositie is aangegeven. De constructie van de pijpen zal klassiek en deugdelijk zijn. Bij het intoneren zullen geen kernsteken aangebracht worden. De kerndikte en kernfase zullen overeenkomstig toonhoogte en registersoort worden gemaakt.

Levertijd.
Aannemende, dat het contract voor de bouw van het orgel zoals besproken uiterlijk op

1 juni 1970 in ons bezit zal zijn, wordt de bouw van het orgel volgens hewt besproken schema gerealiseerd, te weten:

Onmiddellijk na 1 juli wordt begonnen met het uitwerken van de benodigde tekeningen. Op diezelfde datum worden ook de voor de bouw van het orgel benodigde materialen gereserveerd, en worden de nog ontbrekende materialen zoals grenenhout voor de orgelkas en tin voor het pijwerk ingekocht.

Nadat alle tekeningen voor het orgel gemaakt zijn, wat ongeveer 2Ĺ maand in beslag zal nemen, zullen naar de te maken houtstaten, in de werkplaats alle delen voor het orgel uitgezaagd en machinaal voorbewerkt worden. Na een acclimatiserings-periode van ca. 3 maanden voor de uitgezaagde en voorbewerkte delen, wordt omstreeks half december 1970 met het maken van de onderdelen begonnen.

Op 1 februari 1971 zal daarna het oude orgel worden gedemonteerd, de orgelkas aan de bovenliggende balklagen worden opgehangen, en wordt verder gegaan met de onderdelen voor het orgel in de werkplaats en verbouwing van de orgelkas. Bij demontage van het orgel zal ook het blinderings- en snijwerk van de orgelkas worden genomen en veilig opgeborgen.

In augustus 1971 wordt een begin gemaakt met de montage van het orgel in de kerk. Het schilderen van de orgelkas na montage van het orgel, doch voor de intonatie zal omstreeks begin oktober dienen plaats te vinden. Na beŽindiging van de montage volgt de intonatie. Het orgel zal volgens dit schema op of omstreeks 1 december 1971 opgeleverd kunnen worden.

Fotoreportage door Ronald IJmker

 


Foto uit de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw door C. van 't Wout uit Wateringen (51)