Dalen, Hervormde kerk


Klik op de afbeelding om een grotere versie te bekijken. Foto door Geert Meendering. (03)

Informatie over de kerk

Reportage orgellessen Cees Roubos door Tv Drenthe zie Youtube

Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 23 september 2016
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576
 - Healey Willan (1880-1968): Christe, Redemptor omnium

Bron: Zie literatuurlijst





Foto's oude situtatie vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

1849: Drentsche courant 24-04-1849


1849: Blijkbaar wordt er naar een schoolmeester gezocht die goed kan orgelspelen.

Zie onderstaand berichten:

Vergelijkend examen te Dalen. Drentsche courant 24-04-1849, 03-07-1849 en 06-07-1849

1850: Bericht voorgang bouw orgel in de Drentsche courant 07-06-1850



1850:
"Een werk dat gemaakt is om met lof en bidgezangen den hoogen God en zijnen zoon Jezus Christus te verheerlijken" (Meester J.H.Baning, de eerste organist van Dalen.) "Sedert jaren was erbij de Hervormde ingezetenen van Dalen en onderhorige dorpen de wensch ontstaan om ter begeleiding van het gezang bij de openbare Godsdienst van Orgelmuziek gebruik te kunnen maken. De nodige fondsen tot daarstelling daarvan waren echter niet aanwezig, waarop dit tot latere tijden moest worden uitgesteld". Deze verklaring van Kerkvoogden en Notabelen van de Hervormde Gemeente Dalen gaf precies weer, waarom men in Dalen relatief laat een orgel in de kerk kreeg. Er was geen geld. In 1848 kreeg de Kerkvoogdij echter een belangrijke steun in de rug. In dat jaar werd namelijk bij testament door een zekere Geesje Snoeijing, weduwe van Jan Mepschen, "eenen hoogbejaarde zeer geachte godsdienstige vrouw alhier woonachtig aan Kerkvoogden een legaat geschonken groot driehonderd gulden, hetgeen volgens haar uiterste wil tot bouwing van een orgel in de Hervormde Kerk zou moeten strekken, en na haaren dood vrij van succesie-rechten worden uitgekeerd." Nu was driehonderd gulden voor die tijd wel een groot bedrag, maar het was te weinig, veel te weinig om er een orgel van te bouwen. Zoals later zou blijken, was er veel meer nodig. Toen lieten de inwoners van Dalen zich echter van hun beste kant zien. Er werd een actie gevoerd en in zes dagen tijd haalde men maar liefst zeventienhonderd gulden op! Dominee Van Ingen, die een vurig pleitbezorger was van het begeleiden van de gemeentezang door een orgel, tekende als eerste op de lijst. Hij gaf een bedrag van vijfenzeventig gulden! Er was geld en er werd na een gehouden examen, vrijwel unaniem, een organist benoemd. Meester Baning was de uitverkorene. Niets stond er meer in de weg om een orgel te laten bouwen. Plaats was er in overvloed; in 1844 had men een ruime gaanderij laten bouwen door aannemer Steven Lanjouw. In 1849 werd, na beoordeling van de binnengekomen tekening en na opgave van de kosten, het werk uitbesteed aan de orgelbouwer J.C. Scheuer en Zonen te Zwolle. Op 4 april 1849 tekende Scheuer in Dalen de overeenkomst voor het te bouwen orgel die, in verkorte vorm, als volgt luidde: "Bestek en Dispositie wegens het maken en daarstellen van een orgel in de kerk der Hervormde Gemeente te Dalen, aangenomen door J.C.Scheuer te Zwolle".
"
Het orgel zal bestaan uit één clavier en aangehangen pedaal bevattende de volgende registers:

Prestant 8 voet van zuiver tin (de frontpijpen.R.H.)
Prestant 16 voet discant: van metaal
Bourdon 16 voet De grootste pijpen van wagenschot, de overige van metaal
Holpijp 8 voet als boven
Octaaf 4 voet van metaal
Quint 3 voet
Flute douce 4 voet
Octaaf 2 voet
Gemshoorn 2 voet
Flageolet 1 voet
Trompet 8 voet
Afsluiting
Windlozing

Tekst van het contract met Scheuer: blz. 01 en 02 (14)
De orgelkast zal van grenenhout worden vervaardigd, voor de bovendekken en de achterschotten zal vurenhout voldoende zijn. Achter het orgel komen 3 schepbalgen. De blaasbalgen zullen worden voorzien van een afsluitbare kast. De orgelkast zal "porcelijn wit" geverfd worden en alle pijpstukken verguld. Ter "versiering" zullen de consoles en het houtsnijwerk aan de zijkanten van het orgel gebronsd worden met goudbrons. De ornamenten boven op het orgel zullen wit geverfd worden en met goud en brons hier en daar smaakvol worden afgezet. De aannemers beloofden zich naar deze regelen "getrouw" te zullen gedragen en het orgel "duurzaam en in de beste orde" te bouwen, "zodat hetzelve de beste goedkeuring van deskundigen zal moeten wegdragen, blijvende de aannemers voor de deugd van het werk voortdurend instaan". Kerkvoogden verbonden zich voor de leverantie van het hier omschreven orgel te betalen "eene som van tweeduizend vierhonderd en vijftig gulden, en wel in twee gelijke termijnen, het eerste bij de overeenkomst van het contract te Dalen en het tweede een jaar later". Het laatste artikel van de overeenkomst bevatte het volgende: "Zoo ver de materialen per water vervoerd kunnen worden, is zulks voor rekening van de aannemers, zullen de aanbesteders voor het verdere vervoer per as tot Dalen zorg dragen".
Meester Baning wordt door de kerkvoogden verzocht om het bestek van zijn commentaar te voorzien en hij meldt in zijn "Aanmerkings en bijvoegings op 't Bestek": "De registers opgegeven in art. 1 laten niets te wensen over, maar", zo probeert hij, "evenwel zou het nog goed zijn er nog bij te voegen T. Fluit travers S voet, en Fox Humana van Metaal 8 voet". Hij moet straks op het orgel spelen en dan is het logisch om het orgel zo uitgebreid mogelijk te krijgen. Kennelijk vinden de kerkvoogden het zo al duur genoeg; de twee extra registers komen er niet! Baning dringt er op aan om het pijpwerk zwaar en vooral wijd te maken en "vooral niet te digt of opeengedrongen te plaatsen. Wij bevelen hem bovenal de Bourdon 16 voet aan, opdat het orgel eenen goeden grond verkrijgt"
Met betrekking tot het klavier heeft hij de volgende wens: "Het ijvoor, waarmee de toetsen opgelegd zijn, dient met nagels van zwart ebbenhout te worden bevestigd, uithoofde de ondervinding leert, dat de lijm bij weersverandering, ofbij het bespelen met bezwete handen, maar al te dikwijls loslaat". Hoewel het orgel voor de kerk van Dalen een grote aanwinst is, is de omvang van het orgel bescheiden met z'n elf registers en één klavier. Meester Baning besluit dan ook met de volgende aanbeveling:
"Zal het goede begin, dat met dit werk gemaakt wordt, op den duur geheel voltooid worden, dan moet de gelegenheid open blijven om een tweede clavier te plaatsen. Het werk volgens tegenwoordig bestek, kan zeer goed, zelfs uitmuntend worden, maar zal toch altijd onvolmaakt blijven, zolang een tweede clavier ontbreekt. Een en ander moet met den orgelmaker worden besproken, opdat die gelegenheid niet voor altijd voorbij is. Dit een en ander moge zijn plaats vinden en opgenomen worden in zoverre het verdient; alles in eenen eenvoudige raadgeving en mogt er eenig gebruik van worden gemaakt, dan is mijn wens vervuld."
Met achting uwe J.Baning."
Meester Baning wil natuurlijk op een zo groot mogelijk orgel spelen, moeten de kerkvoogden gedacht hebben, maar voorlopig is het zo mooi genoeg. Toch stemmen ze erin toe om onderin een ruimte te reserveren voor het tweede klavier, een z.g. "onderwerk".
Hoewel Johan Christoff Scheuer het contract met de kerkvoogdij persoonlijk ondertekende en hij nog steeds de leiding had van de orgelbouw-werkplaats aan de Goudsteeg te Zwolle, hoefde hij het orgel niet in zijn eentje te maken. Alleen zijn leeftijd al zou dat niet toelaten, want hij was inmiddels 72 jaar oud. Hij was zoals reeds vermeld in Coevorden getrouwd met de dochter van zijn baas, Johanna Eek. Het echtpaar kreeg twaalf kinderen, waarvan er echter verschillende op jeugdige leeftijd stierven. De oudste zoon Jan Eek, (op deze wijze maakte men in die tijd heel simpel een tweede voornaam door de meisjesnaam van de moeder hiervoor te gebruiken) werd in 1815 in Coevorden geboren. Hij kwam als eerste in het orgelbedrijf gevolgd door z'n broers Georg Albrecht en Ernst August, die in Zwolle geboren werden. Hiermee traden deze zonen in de voetsporen van hun vader. Voor het orgel van Dalen werden de tekeningen door Jan Eek Scheuer gemaakt. In Zwolle waren de bouwers de rest van het jaar 1849 en het eerste halfjaar van 1850 bezig met het vervaardigen van het orgel. Hout, dat jarenlang gedroogd was, werd geselecteerd; pijpen werden vervaardigd en zelfs in de voorkamer opgeslagen. Verschillende metalen onderdelen werden gemaakt en schapenleer voor de blaasbalgen werd bewerkt en ivoor en ebbehout voor de klavieren geschikt gemaakt. Kortom, er werd hard gewerkt om het orgel volgens afspraak in de zomer van 1850 speelklaar te hebben. En het lukte, want in de Provinciale Drentsche & Asser courant van 7 juni van dat jaar lezen we het volgende:
"Dalen, 6 Junij. Gisteren werd te Coevorden per schip aangevoerd, om heden per as naar hier gebragt te worden, het door de Heeren Schuyer te Zwolle voor de Hervormde kerk te Dalen vervaardigde orgel. Nog eenen korten tijd zal er voor de plaatsing van hetzelfde benoodigd zijn, en de Hervormde ingezetenen van Dalen zullen zich alsdan mogen verheugen, voor hunnen gezamelijke opofferingen, hunnen reeds lang gekoesterden wensch vervuld te zien, door hun gemeenschappelijke kerkgezang door orgelmuzijk te hooren begeleiden."
De gebroeders Scheuer gaan in de kerk aan de slag om het orgel op te bouwen. Sinds een aantal jaren gaat hun vader niet meer mee. Hij blijft in Zwolle, maar heeft met z'n zonen een uitvoerige briefwisseling, waarin hij ze op de hoogte houdt van alle mogelijke grote en kleine nieuwsfeiten. Hij voelt zich nog steeds verantwoordelijk voor de opbouw van het instrument. Daarom geeft hij voortdurend adviezen en aanwijzingen om vooral op bepaalde dingen te letten. Er wordt stevig doorgewerkt. Nauwlettend worden de vorderingen in de kerk gevolgd door de Dalenaren, waaronder de correspondent van bovengenoemde krant. Hij schrijft op 26 juli:
"Het orgel in de Hervormde Kerk te Dalen nadert zijne voltooijing; spoedig zal daaraan de laatste hand worden gelegd; het uitwendig aanzien laat niets te wenschen over, ook de toon van hetzelve wordt aanvankelijk door beoordeelaars geprezen. Mochten de vervaardigers van hetzelve, welke geene moeite sparen, om daaraan eenen zoveel mogelijke volkomenheid te geven, verder met vrucht hun werk volbrengen, dan zullen de ingezetenen zich met genoegen herinneren het tijdstip7 waarop vooreerst het plan van een daarstelling van een orgel bij hen tot rijpheid kwam. De inwijding van hetzelve is bepaald op zondag den 5e Augustus aanstaande".
Als de bewuste zondag aanbreekt is het een drukte van belang in Dalen. Van heinde en ver komende speciaal genodigden en de gewone kerkgangers om maar niets te missen van deze belangrijke gebeurtenis. Voor een aantal mensen is het wellicht de eerste keer, dat ze een orgel zien en horen. Ze worden niet teleurgesteld volgens het verslag in de Prov. Drentsche & Assercourant van vrijdag 9 augustus 1850:
"Dalen 6 Aug. Gepasseerde Zondag had alhier de inwijding plaats van het nieuwe orgel in de Hervormde kerk, een groot aantal ingezetenen benevens velen uit omliggende en verafgelegene plaatsen woonden deze plegtigheid bij; deed het uitwendig aanzien van het orgel wegens deszelfs netheid en sierlij ken bouw reeds eene gunstige uitwerking op de aanwezigen, het hooren der rede, bij die gelegenheid door den leeraar uitgesproken, die tot text had gekozen 2 Croniken 5: vers 13 en 14, als mede de begeleiding van het orgelmuzijk bij het Godsdienstig gezang overtrof bij vele nog de hiervan gekoesterde verwachting. Onder dankbaar opzien tot den Algoeden, die ons in de gelegenheid heeft gesteld, door eigene bijdragen ons gemeenschappelijk godsdienstig kerkgezang door orgelmuzijk te doen geleiden, werd door de leeraar namens de gemeente ten slotte eene gepaste dank toegebragt aan heeren kerkvoogden dezer gemeente, welke reeds lang door eene wijze en zuinige besturing der kerkelijke goederen de grondslagen daarvoor hadden gelegd, alsmede aan de heeren Schuijer te Zwolle, aan wie de vervaardiging daarvan was opgedragen, wegens hunnen welvolbragten taak, waarmede, na het geven van een Orgel-concert met zang door het alhier bestaande zanggezelschap, des namiddags de feestvreugde een einde nam."
"Met het orgelmuzijk ter begeleiding van het godsdienstige gezang hogelijk ingenomen", zoals de kerkvoogden zelf vinden, werd het orgelloze tijdperk als het ware "uitgezongen". Op hele noten en uit volle borst, zoals toen gebruikelijk was. Meester Baning, de eerste organist van Dalen zal z'n best gedaan hebben om de zang zo goed mogelijk te begeleiden en omdat er heel langzaam werd gezongen, kon hij tussen de zangregels mooie tussenspelen maken. Hij moet een gelukkig mens geweest zijn, temeer omdat een van zijn belangrijkste aanbevelingen opgevolgd werd. Onderin het orgel was ruimte gereserveerd voor het tweede klavier. "Dat is in elk geval een goed begin", moet Baning gedacht hebben, "voorlopig maar wachten en denken over een plan om het orgel te kunnen voltooien!"



Vordering van de bouw in de Drentsche courant 26-07-1850


Bericht van de ingebruikname uit de Nieuwe Rotterdamsche courant van 8 augustus 1850 (02)



Bericht ingebruikname in de Drentsche courant 09-08-1850



Drentsche courant 13-08-1850


Dalen had z'n eerste en enige kerkorgel. In een witte kast met gouden versieringen stak het helder af tegen het blauwe plafond. Geen wonder dat men er trots op was! De gebroeders Scheuer zouden het orgel echter nooit vergroten. In 1854 stierf hun vader Johan Cristoff. Ze bouwden zelfstandig nog wel een aantal orgels, maar kennelijk misten ze toch de bezielende leiding van hun vader. Was het een gebrek aan opdrachten of werd de concurrentie te groot? We weten het niet, maar de drie zonen Scheuer besloten om, samen met twee van hun zusters, te emigreren naar Zuid-Afrika!
Omdat er in die tijd nogal wat Hollandse kolonies in Zuid-Afrika gesticht werden met bijbehorende Nederduitsch-Gereformeerde kerken, zagen ze misschien mogelijkheden om daar kerken te voorzien van orgels. Wat de werkelijke reden ook geweest is, in 1858 namen ze alle gereedschappen en tekeningen van de in Nederland door hen gebouwde orgels mee en ze scheepten zich in op weg naar een nieuwe toekomst in Port Natal, Zuid-Afrika!


We doen even een flinke stap in het nabije verleden en zijn aangeland in het jaar 1970. In Zwitserland is een zendingscongres georganiseerd en uit de gehele wereld komen zendingspredikanten bijeen om ervaringen uit te wisselen. Een van de deelnemers is ds. O.D. Scheuer uit Zuid-Afrika. Hij is goed op de hoogte van zijn voorouders en weet dat zijn familie van oorsprong uit Nederland komt en dat ze hier orgelbouwers zijn geweest. Bij een tussenstop op Schiphol raadpleegt hij nieuwsgierig het telefoonboek en komt daar de naam Scheuer tegen! Hij neemt contact op en blijkt te maken te hebben met een nazaat van een broer van Johan Christoff die in het begin van de negentiende eeuw van Emlichheim naar Amsterdam vertrokken is. Aangezien deze Amsterdamse Scheuer weet, dat schrijver dezes bezig is met een onderzoek naar zijn familie, komt ds. Scheuer naar Coevorden. Het toeval wil, dat ik dan woon in het huis, waar Johan Christoff Scheuer in 1801 zijn intrek nam en waar de orgelbouwerij begonnen is. Natuurlijk staat er een bezoek aan de kerk van Dalen op het programma. De laatste keer dat een Scheuer voet in dit Godshuis heeft gezet, is meer dan honderdtien jaar geleden! Ds. Scheuer is erg onder de indruk van de schepping van zijn voorouders, hoewel het orgel dan in een slechte staat is. We hebben reeds vermeld dat de fam. Scheuer een groot gedeelte van de tekeningen van de door hen vervaardigde orgels naar hun nieuwe vaderland meenam. In 1949 hielden de nazaten in een schuur een soort tentoonstelling van deze tekeningen. Men had ze allemaal aan de wand bevestigd. Helaas trok een windhoos over het land en ging de schuur letterlijk de lucht in met als dramatisch gevolg, dat bijna alle tekeningen verloren gingen. Slechts één exemplaar wist men te redden. Ds Scheuer stuurde een copie van deze tekening en ... .het bleek de oorspronkelijke tekening van het Daler orgel te zijn, in 1849 getekend door Jan Eek Scheuer! Het orgel heeft nog de oorspronkelijke kleur: "Porcelijnwit". De originele bouwtekeningen teruggevonden in een ander werelddeel; je houdt het haast niet voor mogelijk!

1852: Vervolg legaat voor orgel vanuit krantebericht Drentsche courant 27-02-1852:



1856:

Terug naar 1856; zes jaar speelt meester Baning inmiddels op het orgel. Met veel plezier, dat wel. Maar steeds als hij de kerk betreedt en naar het orgelfront kijkt, ziet hij de planken in de onderkast op de plaats, waar eigenlijk de frontpijpen van het tweede klavier horen te staan. Het orgel zou zoveel mogelijkheden meer hebben om de gemeentezang te begeleiden, maar ja, dat kost natuurlijk geld: minimaal f500,-. Als het uitgebreid gebeurt misschien wel f1.500,-! En waar haal je dat geld vandaan? Hij is in het dorp een gezien en invloedrijk figuur en hij besluit daar gebruik van te maken. Dalen heeft nogal wat ingezetenen, die niet tot de armsten behoren. Hij legt hier en daar een bezoekje af en vraagt of men eventueel zijn aktie voor de uitbreiding van het orgel financieel zou willen steunen. Dat blijkt een goede aanpak te zijn. Hij krijgt voldoende toezeggingen om zijn plan aan de kerkvoogden voor te leggen; zij moeten er natuurlijk mee instemmen! Meester Baning schrijft hun een brief, die hij zo begint:

"Mijne Heren,

Gedachtig aan het gezegde dat de maatschappij meer lijdt van hen die niets doen dan van hen die te veel doen neemt ondergeteekende, met de noodige bescheidenheid en verschuldigde achting, de vrijheid het volgende aan het bescheiden oordeel van U, mijne Heren, te onderwerpen, in de hoop, dat ik als tolk van velen, een gunstig antwoord moge terug ontvangen."


Hij maakt de kerkvoogden er nog eens op attent, dat hij de tijd rijp vindt om werk te maken van het plaatsen van het tweede klavier. Hij pakt het slim aan, want hij maakt de kerkvoogdij een compliment voor het goede financiële beleid in de afgelopen jaren: "Voorat, Mijne Heren, ben ik zoo vrij u te betuigen, dat het mij een aangenaam gevoel verwekte, op het vernemen, dat de wonden in de beurs der Kerk, bij de plaatsing van het tegenwoordige werk geslagen, - dat deze wonden niet alleen zijn genezen, maar dat we onze Kerk heden weder in eenen financieel gezonden toestand en zeer welvarend aantreffen". Hij stelt ze op de hoogte van de schriftelijke toezeggingen en ondersteuning: "Niet alleen door velen die betuigen, dat het kerkgebouw, waarin zij hunnen God vereeren en dienen, waarin ze alle week 1 à 2 maal vergaderen, - al mogen anderen hieromtrent meer onverschillig zijn, - dat het gebouw hunne grootste belangstelling waardig is. Vooral met het oog op den tegenwoordigen bloei onzer gemeente."
Baning waarschuwt deze gelegenheid niet zondermeer voorbij te laten gaan. Het is een manier om op eenvoudige wijze aan het geld te komen en het zal de kerkvoogdij niet veel geld kosten. "Het is maar eenmalig. Noch onze kleinkinderen, noch onze achterkleinkinderen zullen, wanneer ze bewaren, wat wij hun hebben achtergelaten, eenig verval of verandering bespeuren".
Baning belooft, dat hij er alles aan zal doen om voor zoveel mogelijk renteloze leningen te zorgen. Hij wil de hele gang van zaken op zich nemen onder "oppertoezigt" van de kerkvoogdij. Het college ziet er wel wat in en geeft Baning toestemming om actie te ondernemen maar wijst hem erop, dat hij niet meer geld moet verzamelen, dan echt noodzakelijk is. Baning gaat met de lijst rond:"Lijst van inteekening voor het vergrooten en verifaaien van het orgel in de Kerk te Dalen. Voor eene geringe som kan het orgel meer dan de helft in grootte en fraaiheid winnen en derwijl het er op gemaakt is om eeninaal zoodanig te maken zoals het behoort, is, dunkt ons, de tijd geschikt, daar de landsman zoo bijzonder gezegend wordt en uit dankbaarheid daarvoor, wet eene gave geven voor een werk, dat gemaakt is om met lof- en bidgezangen den hogen God en zijnen zoon Jezus Christus te verheerlijken".
Korte tijd later schrijft Baning een brief met de uitkomst van de aktie: "Het verheugd mij, dat ik in staat ben Kerkvoogden te kunnen verzekeren, dat bij de gegoede klasse als mede en vooral bij den minderen stand, de meeste sympathie voor ons plan te hebben ondervonden. Ik heb een som van f 1 .025 beschikbaar en zoo noodig meer. Wanneer ik elk had laten teekenen, 't geen ik op aanraden van de Kerkvoogden heb nagelaten, dan had ik zeker de dubbele som van het benoodigde kunnen aanbieden. Welvaart en een door de partijen opgewekt godsdienstig gevoel mogen daarvan de reden zijn. Eenige Heeren willen, zo nodig verhogen, ja hunne ingeschrevene som verdubbelen. Het hoofd van het plaatselijk Bestuur heeft mij onbewimpeld zijne belangstelling en deelneming betuigd. Zoo zijn er meer geweest. Ik stel mij verder onder de orders der H.H.Kerkvoogden", besluit hij zijn brief
Het resultaat? In korte tijd doen veertien personen een toezegging voor eenenveertig aandelen à f25,- totaal dus f1.025,-.
Dokter Heymaat doet er aan mee, evenals P. ten Hool in Dalerveen en J. Caspers (met acht aandelen maar liefst!). Baning neemt er zelf vier. Het zijn renteloze voorschotten. Tussen 1859 en 1863 worden, door middel van loting, de aandelen weer afgelost en krijgen de deelnemers hun geld terug. Er wordt een protocol opgemaakt, hoe het allemaal moet verlopen. Alle 41 aandelen zijn keurig terugbetaald en bewaard gebleven! Meester Baning laat het nu verder over aan de kerkvoogdij. Hij dringt wel aan op een spoedige beslissing, want, hij vindt het houtwerk, dat 's zomers gemaakt wordt 10 à 20% beter dan het in de herfst of winter vervaardigde. In een bijlage van de brief geeft hij in hoofdlijnen aan, hoe de gewenste uitbreiding van het orgel zou moeten geschieden, alsmede de veranderingen aan de kast en de technische wijzigingen. Hij geeft ook aan welke nieuwe registers er zouden moeten komen. Twee registers van het huidige orgel zullen verplaatst worden naar het nieuwe klavier, de Gemshoorn 2 voet en de Flageolet 1 voet. Op de vrijgekomen plaats kan dan een Mixtuur 4 à 5 sterk geplaatst worden. De kosten raamt hij op ongeveer duizend gulden. Als laatste merkt hij op: "Er zijn nog kleinigheden die allen behoorlijk moeten beschreven worden. Niets mag aan de eerlijkheid van de orgelmakers worden overgelaten. Wij bepalen de zaken".
Dat hij zuinig met het geld om wil gaan, bewijst z'n idee om de veranderingen aan het houtwerk voor rekening van de kerkvoogdij te nemen. "Een knappe timmerman kan het onder het oog van de orgelmaker ook doen". Van de uitvoering van dit idee is echter niets gebleken!
Het geld voor de uitbreiding is, mede door de vasthoudendheid van meester Baning binnen en zo lezen we in de Provinciale Drentsche en Asser courant 18-10-1856:
"Door Kerkvoogden en Notabelen dezer Hervormde Gemeente is eenpariglijk besloten, het orgel in de kerk te verfraaijien en te vergrooten. Het tegenwoordige werk, door vrijwillige bijdragen tot stand gekomen en door de heeren Scheuer en Zn. te Zwolle in 1850 gemaakt, is op breede schaal aangelegd en ziet er nog zoo frisch uit, alsof het gisteren is gemaakt. De vergrooting en verfraaijing is opgedragen aan den heer van Oeckelen van Groningen. Wij hebben alle verwachting van dien alom bekenden meester in zijn vak die elders met zooveel roem heeft gewerkt."
Dus niet de gebr. Scheuer, zoals voor de hand zou liggen, maar Petrus van Oekelen, in het noorden beslist de bekendste bouwer van zijn tijd, mag het orgel uitbreiden.

Van Oeckelen maakte een bestek, waarin de uitbreiding beschreven werd. Er kwamen zeven nieuwe registers bij op het tweede klavier, te weten:

Prestant 4 vt van Engels gepolijst tin
Holfluit 8 vt.
Viola di Gamba 8 vt. (de vijf laagste tonen uit de holfluit)
Speelfluit 4 vt
Gemshoorn 2 vt van het bestaande klavier
Flageolet 1 vt overgeplaatst
Dulciaan 8 vt

Tekst van het contract met Van Oekelen blz. 01, 02, 03, 04 en een supplement. (14)

Op de open plaatsen van het bestaande klavier werden de registers Cornet 5 sterk en een Mixtuur 3-4 sterk geplaatst.
Van Oeckelen paste veel eigen vindingen in z'n orgels toe. Hij wist de kerkvoogden over te halen om in plaats van het tongwerk-register Dulciaan het door hem ontworpen register clarinet te plaatsen. Voor deze verandering ontving hij honderd gulden extra. Dat Van Oeckelen gezag afdwong bij de kerkvoogden, blijkt uit de voorstellen die hij deed en die aanvaard werden. Het tweede werk kwam niet in de gereserveerde ruimte onder het orgel. Nee, deze ruimte verviel door het bestaande gedeelte lager en het tweede werk op het bestaande orgel te plaatsen als bovenwerk, waardoor "het geheel dan alzoo veel in schoonheid en uiterlijk aanzien zoude winnen". Ook de zijvleugels werden vergroot en de labiums van de frontpijpen met bladgoud versierd. Hiermee waren de veranderingen nog niet afgelopen, want zoals de kerkvoogden zelf vastlegden: "Door den heeren van Oeckelen werden kerkvoogden opmerkzaam gemaakt, om de sierlijkheid van het gehele orgel als mede de glans der pijpen en het aangebragte goud te verhoogen de gewelfde zolder der kerk, hetwelk eene blauwe kleur had, geheel door witte doen vervangen en de kast van het orgel de kleur van pallisander te geven. Kerkvoogden zulks goedvindende hebben daartoe besloten".
Op zondag 4 november 1857 werd het nu complete orgel ingewijd. Alweer de Provinciale Drentsche en Asser courant op 7-11-1857 berichtte:


Zo was dan uiteindelijk het orgel compleet. Anders dan oorspronkelijk bedoeld, een synthese van twee heel verschillende bouwers die, elk op hun wijze, zich ingespannen hadden om het zo mooi mogelijk te maken. (In de Grote Kerk van Hoogeveen had Scheuer in 1843 ook een orgel gebouwd met één klavier. Waarschijnlijk hebben de Hoogeveners zich in Dalen op de hoogte gesteld van de uitbreiding door Van Oeckelen, waardoor ze hem in 1861 opdracht gaven ook hun orgel met een tweede klavier te vergroten.)
Opdat het nageslacht zou weten, wat er mede door hen tot stand gebracht was, legden de kerkvoogden de gang van zaken summier vast in een "Verzameling van offcieuze Besluiten en verrigtingen van Kerkvoogden en Notabelen der Hervormde Gemeente van Dalen. Aangelegd in den jare 1857".
Tevens werd, ook wel een beetje uit ijdelheid, besloten om op de balk onder het orgel de namen van de kerkvoogden, de predikant en de organist, alsmede het bouwjaar en het jaar van uitbreiding, met goudkleurige letters aan te brengen. Ook hier maakte schilder J.J.Glas met vakmanschap iets moois van. De ogen van menig kerkvoogd zullen tijdens de preek wel eens afgedwaald zijn van de predikant naar het orgel met de twaalfvermelde namen en ongetwijfeld zal een gevoel van tevredenheid zich van hem meester hebben gemaakt! M.b.t. tot dit schilderwerk zou zich een conflict voordoen dat voor de rechtbank werd uitgevochten.



Foto door Geert Meendering (03)


1862:
Bericht uit de Provinciale Drentsche en Asser courant 11-10-1862 dat de inrichting zoveel mogelijk moet passen bij het orgel!


1907:

Jarenlang houdt het orgel zich prima. Zo'n vijftig jaar lang hoeft er aan het orgel geen noemenswaardige reparatie verricht te worden. Als in 1907 het kerkgebouw helemaal opgeknapt en van de neoklassieke gevel voorzien wordt, blijkt het orgel nogal geleden te hebben. De kerkvoogdij besluit dan op 23 januari 1908 "het zoo fraaije instrument te repareeren". De kosten worden geschat op f260,- en dit bedrag zal bijeengebracht worden door "eene vrijwillige bijdrage te vragen aan de ingezetenen van Dalen". Achteraf blijkt de schatting wat aan de lage kant, want op de officiële intekenlijst wordt de twee van 't genoemde bedrag veranderd in een drie. Dominee Hefting tekent als eerste voor f20,- en president-kerkvoogd Albert ten Hool, die daar natuurlijk niet voor onder wil doen, ook. De gebroeders Snijders tekenen voor f 0,15 en dat is de laagste bijdrage. Maar zo komt het geld toch bij elkaar. Wat er echter aan het orgel "gerepareerd" wordt, is niet bekend.

1920:
Het instrument ondergaat een algehele schoonmaakbeurt. De kerkvoogden zijn hier zo voldaan over, dat ook zij hun namen en die van dominee Bakker op de balk onder het orgel laten aanbrengen.

1946 of 1948?: (Zie krantenbericht uit 1948)
Vermoedelijk is er toen door de orgelbouwer Arie Bik uit Amsterdam (01) een elektrische windmotor aangebracht, waardoor de orgeltrapper overbodig werd. Ook werd er een tremulant in het orgel geplaatst. Van een gedeelte van het register Flageolet werden de pijpjes vervangen door andere met een engere mensuur. Zo kwam het orgel zijn eerste honderd jaar door zonder al te veel ingrepen.


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-05-1947


Foto http://kerkeninbeeld.nl

1948: Onbekende werkzaamheden aan het orgel

Provinciale Drentsche en Asser courant 13-04-1948

1969-1971:
Midden jaren zestig werd de conditie van het instrument langzamerhand zo slecht, dat er veel kunstgrepen nodig waren om de zondagse eredienst te kunnen begeleiden.
De boosdoeners waren de twee cokeskachels, die in de kerk stonden en te heet werden gestookt. Hierdoor droogden de windladen steeds meer uit en gingen scheuren.
Monumentenzorg werd ingeschakeld om te kijken hoe het orgel gerestaureerd zou kunnen worden en wat dat zou gaan kosten en of er subsidie mogelijk was.
In 1969 kwam de Rijks-gecommiteerde Dr. L. Oussoren naar de kerk om zich van de situatie op de hoogte te stellen. Het inwendige van het orgel werd onderzocht en organist Roelof Hopster werd gevraagd te laten horen en zien, wat er voor problemen waren. Natuurlijk werd door hem bereidwillig gedemonstreerd in wat voor slechte staat het orgel was en het had succes! Er werd van overheidswege een subsidie toegezegd onder de voorwaarde, dat er een erkende adviseur werd benoemd. Dat werd Klaas Bolt. Omdat Bolt veel met de orgelbouwers Gebr. Reil uit Heerde werkte en daar goede ervaringen mee had, werd door hen de restauratie uitgevoerd. In januari 1970 schrijft Klaas Bolt een een rapport omtrent de toestand van het orgel Blz. 01, 02 en 03 en daaraan gekoppeld een restauratieplan in samenwerking met Reil. Blz. 01, 02 en 03
Op 21 april 1970 werd op basis van de offerte van Reil de opdracht aan het toegekend en op 27 april werd de opdracht door Reil bevestigd.
Op 28 maart 1971 wordt het contract tussen kerkvoogdij en Reil getekend Blz. 01 en 02 (14)

In het rapport van Klaas Bolt wordt vastgesteld dat het orgel aan een grondige restauratie toe is:
Windvoorziening: de windmotor staat in een slechte dempkist
Windladen: zij vertonen grote scheuren en hebben veel door- en bijspraak. De pulpeten zijn zwart uitgeslagen
Pijpwerk: Het pijpwerk is bijna origineel bewaard, maar de beschadigingen dient te worden gerepareerd; de lijmnaden van de houten pijpen laten los en de trompet is gedeeltelijk onbruikbaar en moet veel mooier kunnen klinken.
Klaviatuur:Bovenklavier van Van Oekelen en onderklavier van Scheuer. Er ontbreken 6 opschriften op de registerknoppen. Het pedaalklavier is later vernieuwd.
Mechaniek
: Zware speelaard
Kas: Houtworm aangetroffen (14)

In het restauratierapport wordt voorgesteld de volgende werkzaamheden uit te voeren:
Windvoorziening: Alle drie de spaanbalgen worden weer in werking gesteld en nagezien op scheuren en lekkages; nieuw leer op de kanalisatie;  er komt een nieuwe dempkist voor de windmotor en hij wordt op veren gezet
Windladen: De windladen worden uit elkaar genomen en opnieuw verlijmd; De pulpeten worden vervangen; Nieuw leer op de ventielen; telescoop-ringen om temperatuursinvloeden zoveel mogelijk uit te schakelen.
Pijpwerk: Repareren beschadigingen veroorzaakt door het vele stemwerk als gevolg van de ondichte windladen; vervangen van de niet origineel van de discant van de Flageolet door nieuw pijpwerk;repareren losgelaten lijmnaden houten pijpen; vervangen leer van de stoppen in de houten pijpen; repareren van klarinet en trompet; vooral de trompet moet veel beter kunnen klinken. De wijziging door van Oekelen worden integraal gehandhaafd.
Klaviatuur: De speeltafel wordt uit elkaar genomen en geheel nagezien en gereinigd; Vermindering van de speling in het klavier door het invoeren met perkament; vervangen van leer en kernlaken; bijmaken missende registerplaatsjes; Omdat het pedaalklavier ook niet meer oorspronkelijk is, zal er een nieuw vervaardigd worden. Men kiest voor een kopie van het pedaalklavier van het Scheuer-orgel in de Hervormde kerk van Oldemarkt.
Mechaniek: Geheel nazien en schoonmaken
Kas: Houtworm wordt bestreden en reparatie van beschadigingen. Restauartie van het lofwerk en vervangen van totaal verwormde delen. (14)

De kerkvoogdij, met als president-kerkvoogd de heer K.H.van Tarel, stelt alles in het werk om deze restauratie door te laten gaan. Buiten de Rijkssubsidie komt het grootste gedeelte van de kosten voor rekening van de kerkvoogdij. Voor de zoveelste keer gaat men in het dorp "met de pet rond" en weer laten de inwoners van Dalen zich van hun beste kant zien. Het benodigde bedrag komt bij elkaar! Zo wordt het orgel in 1971, op de kas en de frontpijpen na, overgebracht naar de orgelwerkplaats van de Gebr.Reil in Heerde. Nadat alles volgens plan is gerestaureerd, wordt het orgel weer opnieuw opgebouwd.
Op zaterdagavond 13 november werd het weer in gebruik genomen en kon de heer Van Tarel, na een kort verslag van de restauratie, het orgel voor hernieuwd gebruik in de eredienst overdragen aan ds.W.de Jong, voorzitter van de kerkeraad.
De heer J.L.Reil gaf een toelichting op de restauratie. Aan deze ingebruikneming werd ook meegewerkt door het Hervormd Kerkkoor o.l.v. Fokke Gnodde, terwijl de gemeente-zang begeleid werd door de pas benoemde organist, de heer G.Huizing uit Coevorden.
Een nieuwe organist? Jazeker! Na zeven jaar op een steeds beroerder spelend en klinkend orgel geploeterd te hebben, was het Roelof Hopster niet meer mogelijk om vast aan de Daler kerk verbonden te blijven. Een nieuwe baan in de nieuwe woonplaats Rotterdam maakte dat vrijwel onmogelijk. Het orgel in perfecte staat en het dan niet meer "het jouwe" te mogen noemen! Gelukkig kwam van de kerkvoogdij de uitnodiging om bij de ingebruikname van het orgel een paar solo's te laten horen. Een blijk van waardering voor het werk van al die jaren.

Dispositie:

Hoofdwerk C-f3 Bovenwerk C-f3 Pedaal
Prestant 16' disc. (S) Holfluit (O) 8' Aangehangen
Bourdon 16' (S) Viola da(O) Gamba 8'  
Prestant 8' (S) Preastant (O) 4'  
Holpijp 8' (S) Fluit (O) 4'  
Octaaf 4' (S) Gemshoorn(S) 2'  
Fluit 4' (S) Flageolet (S) 1'  
Quint 3' (S) Clarinet (O) 8' b/d  
Octaaf 2' (S)      
Cornet V disc. (O)      
Mixtuur  III-IV (O)      
Trompet 8' (S)      

Afsluiter
3 spaanbalgen
Gedeelde koppel bas/discant
Tremulant op het gehele orgel
Windlosser


Beeldbank Drents Archief


Foto: Geert Jan Pottjewijd

1977: Bij de tweede fase van de kerkrestauratie in 1977 krijgt de orgelkas na eerst in wit en later in palissander uitgevoerd te zijn geweest, z'n huidige rode kleur. Ook wordt er nieuw verguldsel op aangebracht en krijgt het houtsnijwerk aan de zijkanten en aan de achterkant een bekleding van groene stof. Monumentenzorg vindt de in gouden letters uitgevoerde namen op de balk onder het orgel niet passend bij het geheel. Daarom worden ze verwijderd en als compensatie wordt een houten herinneringsbord vervaardigd. Dit wordt opgehangen onder de orgelgalerij en vermeldt de namen van de kerkvoogden en de dominee in 1850, van de kerkvoogden en de organist in 1857, van de kerkvoogden en de dominee in 1920 en van de kerkvoogden en de dominee in 1977. Het orgel te zien en te horen is een lust voor oog en oor en zo bezit de Hervormde Gemeente van Dalen weer een uniek orgel met, zoals gebleken, een uitermate boeiende geschiedenis!



1990: Er werden plannen gemaakt voor het toevoegen van een vrij pedaal met een Subbas 16' en een Prestant 8'. Reil bracht op 5 september een offerte hiervoor uit. De plannen werden echter niet gerealiseerd.(14)

Tekening van het plan. Klik op de afbeelding voor een vergroting

2002/2003: Reil voert groot onderhoud uit aan het orgel onder advies van Jan Jongepier. Zie het adviesrapport d.d. 13 november 1999 blz. 00, 01, 02, 03, 04, 05, 06, 07, 08, 09 10 en het contract d.d. 21 maart 2002.(14)
Uitgevoerde werkzaamheden:
Klaviatuur: Schoonmaken; speling wegnemen; beledering tussenlijst vernieuwen ca. 8 toetsplaatjes bijzoeken en vernieuwen; pedaalrammel terugbrengen
Speel- en registermechaniek: schoonmaken en nalopen; geleidingen, sleepgang en trekstangen nazien/verbeteren
Kas: Schoonmaken; nazien van hang- en sluitwerk; controle houtworm
Windvoorziening: Controle balgen en kanalen
Pijpwerk: Schoonmaken; steminrichtingen herstellen, normaliseren stemlapjes in korte pijpen verwijderen; bovenranden herstellen; beschadigde voeten herstellen; De Cometbanken zullen een kwart slag worden gedraaid en naast elkaar in de middenas van het orgel worden geplaatst; De voeding wordt uitgevoerd in loden conducten of houten vervoeiblok; Blaasvorming op de pijpen door vernieuwing te herstellen na rapportage adviseur.
Opgang stemvloer: De opgang naar de stemvloer van het Bovenwerk te vervaardigen door plaatselijke timmerman in overleg met Orgelmakerij Gebr. Reil b.v.

Op 12 december 2002 schrijft Jan Jongepier het eindrapport. Blz. 01 en 02 (14)

Het orgel wordt op 26 april 2003 weer in gebruik genomen met een concert door Jan Jongepier.
Programma door Jan Jongepier:
1. Moritz Brosig (1815-1887) Fantasie 'Christ ist erstanden'
2. Max Reger (1873-1916) Jesus meine Zuversicht (op. 67 no. 20)
3. Joh. Chr. Oley: (1738-1789) Jesus meine Zuversicht
4. Johann Seb. Bach (1685-1750) Adagio uit fluitsonate in g BWV 1020
5. Alexandre Guilmant (1837-1911) Marche upon Handels 'Lift up your headsí, op. 15

Van de Stichting tot Behoud van het Nederlands Orgel werd een subsidie verkregen van EUR 1.000,= (15)


Foto: Geert Meendering (03)

2014-2016: Er wordt onderzocht of de groene kleurstelling achter de ornamenten van het orgel. kan worden bijgesteld  Er wordt overlegd gepleegd met Reil en de dienst Cultureel erfgoed. (13)
De kleurstelling is inmiddels na overleg met orgelmaker Reil en cultuurambtenaar van de gemeente Coevorden gewijzigd.
De volgende wijzigingen werden aangebracht:
 -De groene beplating achter de zijvleugels is verwijderd.
 -De achterzijde is bijgekleurd in de mahoniehouten kleur, die er reeds gedeeltelijk op was aangebracht. Na verwijdering van de beplating kwam er een kale achterzijde van het snijwerk tevoorschijn.
 -Van de ornamenten op de torens is de groene kleur verwijderd en geverfd in Bentheimer zandsteen wit.
 -De bladgoud versieringen zijn ongewijzigd gebleven. (16)

2016: Groot onderhoud door Reil op basis van een rapportage van orgeladviseur Aart van Beek.
1. Vervanging van de leermoeren door nieuwe onder de laden.
2. De lederen verbindingsstroken van aanhaakdraden van ondermanuaal met het pedaal zijn vervangen door gefestonneerde messing aanhaakdraden.
3. Binnenin de orgelkas was er sprake van een soort droge aanslag/schimmel; dit is voorzover bereikbaar verwijderd.
4. Er zijn enkele metalen pijpen verlengd en van het houten pijpwerk , waarvan de stoppen vastzaten (Bourdon 16 en Holpijp 8), is nieuw vilt en leer aangebracht.
5. Klaviermechanieken zijn opnieuw afgeregeld en voorzover nodig is pijpwerk bijgestemd.
Verder wordt een klimaatonderzoek door Cultureel Erfgoed nog overwogen. (17)


Foto Geert Meendering (2016) (16)


Foto's Geert Jan Pottjewijd

Organisten:

Roelof Hopster: (1945-2015) organist in Dalen van 19xx-19xx

Meppeler Courant 2013-12-06 Klik op de afbeelding voor een vergroting

Sinds 2006 hebben de volgende organisten diensten begeleid: Geert Meendering uit Borger, Johan Westerbeek (2006-2013) uit Stieltjeskanaal, Mw. E. Blom (2006-2014) uit Schoonebeek, Dre Kruizenga uit Beilen en Bert Otten uit Beilen. (13)

Bronvermelding:

  1. E-Mail van Jaap Brouwer d.d. 29-12-2002 18:39
  2. Victor Timmer maakte mij op 10-07-2010 attent op een bericht uit de Nieuwe Rotterdamsche courant van 8 augustus 1850
  3. E-Mail door Geert Meendering d.d. 13-03-2011
  4. Boek: De kerk van Dalen door Huib D. Minderhoud Hoofdstuk Daler kerkorgel door Roelof Hopster
  5. Brochure: Klankschoonheid der Drentse orgels door Maarten Seybel
  6. Boek: Nederlandse Orgelencyclopedie
  7. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Dalen,_Hoofdstraat_25_-_Hervormde_Kerk (17-02-2014)
  8. www: http://kerkeninbeeld.nl/
  9. Boek: Het Nederlandse historische orgel 1850-1858 blz. 36-39
  10. Tijdschrift: Het Orgel 1970/11 Orgelbouwnieuws
  11. Tijdschrift: Het Orgel 1972/01 Orgelbouwnieuws
  12. Tijdschrift: Het Orgel 1972/04 Orgelbouwnieuws door Jan Jongepier
  13. E-Mail d.d. 17 oktober 2014 en 3 februari 2016 door Geert Meendering
  14. Archief orgelmakerij Reil
  15. Mededelingen nr. 61 1e halfjaar 2003 van de Stichting tot Behoud van het Nederlands Orgel werd een subsidie verkregen van EUR 750,=
  16. E-Mail Geert Meendering d.d. 21 september 2016
  17. E-Mail van Geert Meendering d.d. 27 december 2016

De kerkvoogdij voor de rechtbank
Het is oktober 1861 en de deurwaarder van Dalen, Harm Schut, is bezig met een van de merkwaardigste opdrachten, die hij ooit heeft uitgevoerd. Hij is onderweg met een deurwaardersexploot naar niemand minder dan Jan Caspers, voorzitter van het College van kerkvoogden van de Hervormde kerk. Wat is er aan de hand? Het is schilder Jan Jacobs Glas, die het leven van de kerkvoogden er niet gemakkelijker op maakt. Er is een flinke ruzie over de rekening voor het schilderen van het nieuwe orgel ontstaan. De kerkvoogdij had dit schilderwerk niet aanbesteed, maar aan de orgelbouwer Van Oeckelen gevraagd, wat het schilderen van het orgel ongeveer zou gaan kosten. Van Oeckelen schatte het verfwerk op dertig à vijfendertig gulden en van dit bedrag uitgaande, gaf de kerkvoogdij schilder Glas opdracht het orgel te schilderen. Toen de schilders-werkzaamheden in november 1857 gereed waren, vroeg men de rekening. Die liet even op zich wachten en kwam pas in maart 1858. In plaats van vijfendertig gulden vermeldde de rekening een bedrag van meer dan honderdtachtig gulden! De kerkvoogdij was hevig verontwaardigd. Dat was toch niet mogelijk! Men bestudeerde de gespecificeerde nota nauwkeurig en kwam tot de conclusie, dat er zaken op de rekening voorkwamen, die veel te hoog gesteld waren. Dat er bijvoorbeeld meer verfstoffen op voorkwamen, dan gebruikt hadden kunnen worden en dat er meer werkuren (à f 0,15) waren opgegeven, dan in die tijd van het jaar gewerkt konden worden. Kortom, de kerkvoogdij vond de rekening van schilder Glas veel te hoog en was niet van plan te betalen. Ondanks de aanmaningen, die ze ontvingen. Na meer dan twee jaar vruchteloos gepoogd te hebben om z'n geld te krijgen, blijft er voor Glas niets anders over dan een advocaat in de arm te nemen en een rechtzaak tegen de kerkvoogdij aan te spannen bij het Kantongerecht te Hoogeveen. De rechter, Jhr.mr. Van Holthe tot Echten, hoort beide partijen en merkt al gauw, dat men niet goedschiks tot overeenstemming kan komen. De partijen houden hardnekkig aan hun standpunt vast. Om tot een rechtvaardig vonnis te komen, besluit hij op 15 oktober 1861 zelf naar de kerk van Dalen te gaan, om hoogstpersoonlijk poolshoogte te nemen. Hij komt niet alleen, maar roept Jacob Seijdel, Hermannus Stoter en Jacob Scholten op als getuige-deskundigen. Ze zijn alle drie huisschilder te Hoogeveen. Dit gezelschap betreedt op zaterdagmorgen 2 november om tien uur de kerk. De schilders beoordelen de werkzaamheden van hun collega Glas en delen hun bevindingen mee aan de Edelachtbare. Er wordt een proces-verbaal van opgemaakt. Op 19 november 1861 wijst de kantonrechter "In naam des Konings" vonnis. Hij is tot de conclusie gekomen, dat de overeenkomst tussen de kerkvoogdij en schilder Glas erg onduidelijk is. Glas heeft ondermeer de banken op de orgelgalerij geverfd en de muur achter het orgel gewit. Ook heeft hij de ramen van de kerk schoongemaakt. De kerkvoogdij ontkent echter hiervoor opdracht te hebben gegeven en Glas kan niet aantonen, dat dit wel het geval is. De rechter bepaalt, dat er dan ook geen geld voor toegewezen kan worden en beslist, dat de kerkvoogdij aan Glas het bedrag van f61,- plus de daarover verschuldigde rente moet betalen. Een heel verschil met de f 184,- die in rekening gebracht was. Elk van de partijen wordt veroordeeld tot het betalen van de helft van de kosten van de rechtzaak, zijnde f49,-.