Emmen, Hervormde Hoofdstraatkerk

Van het middeleeuwse kerkgebouw bleef alleen de zware romaanse toren bewaard die waarschijnlijk uit het einde van de 12de eeuw dateert. Het onderste deel bestaat uit behakte granieten zwerfkeien, zoals we die ook bij het koor in Odoorn aantreffen. Daarboven bestaat het muurwerk uit grote baksteen, die echter alleen aan de noordzijde nog te zien is, want de andere zijden zijn in 1907 ommetseld. Daarbij bleef echter wel de decoratieve behandeling met drie langwerpige spaarvelden, gedekt door twee rondboogjes, intact. In 1855 werd de hoge spits vervangen door het huidige achtkant met korte spits.

Afbeelding van het interieur van de middeleeuwse kerk In 1855 werd de oude kerk helaas afgebroken. Het was blijkens tekeningen een drieschepig gotisch gebouw met kruisgewelven tussen spitse bogen, dat waarschijnlijk uit de 15de eeuw dateerde. De zijmuren hadden smalle spitse vensters en eenvoudige steunberen, terwijl één dak het schip en de lagere zijbeuken overdekte, zoals nu nog in Sleen het geval is. In 1965 werden de fundamenten opgegraven, waarbij bleek dat het koor iets ouder was dan het schip. Eveneens werden sporen van een houten voorganger gevonden.

Hij de afbraak van deze kerk werden muur- en gewelfschilderingen aangetroffen. Op het koorgewelf zat een voorstelling van Het Laatste Oordeel, waarbij duidelijk duivels en figuren met blaasinstrumenten te zien waren. Op de zuidmuur van het koor waren vier lijdensvoorstellingen zichtbaar: Christus met rietstaf, Christus wordt bespot of weggeleid, drie personen rond het graf (een stenen tombe met afbeelding van Christus) en de nederdaling ter helle. De tekening van de voorstelling op de noordmuur van het koor is te onduidelijk voor nadere identificatie. Deze primitieve tekeningen van J. Reijnders (1855) geven weinig houvast voor datering. Waarschijnlijk betrof het laat-middeleeuws werk.













Provinciale Drentsche en Asser courant 02-07-1856

In 1856 werd de huidige kerk gebouwd: een eenvoudige bakstenen kruiskerk met pilasters en spitsboogvensters. Omstreeks 1920 bracht ds. H. de Groot schilderingen aan op de muren, voorstellende de aarde met haar lasten en lusten, haar verleidingen en verlokkingen, haar lijden en einde. Een groot tafereel hoven de preekstoel stelde voor hoe Christus op verschillende manieren door de mensen wordt ontvangen. Zie ook krantenbericht hiernaast uit de Provinciale Drentsche en Asser courant 02-07-1856



In 1964-'65 onderging het interieur een restauratie waarbij de inrichting, die uit historisch oogpunt overigens weinig waarde had, geheel werd gemoderniseerd. Ook verdwenen de schilderingen van ds. de Groot. Het nieuwe liturgische centrum is een voorbeeld van moderne protestantse kerkinrichting. Aan de ene zijde van kansel en vont een ruimte voor huwelijksdiensten, aan de andere zijde de avondmaalsruimte met een grote vaste avondmaalstafel. Bijzonder sfeerversterkend is de lange abstracte schildering langs de wanden van Dora Tuijnman.

Bronnen:
Dr. Regn. Steensma Lang de oude Drentse kerken (1977) ISBN 90 246 4213 2 (Bosch & Keuning - Baarn)