koeka01.jpg (16236 bytes)Koekange Hervormde kerk 

Koekange is een heel oud dorp, omstreeks 1262 vestigden zich hier de eerste boeren. De kolonisten groeven sloten en verbreedden en verdiepten de Koekanger A, hiertoe aangezet door de Heer van Echten. Het land werd droger en men begon met de verbouw van gerst en rogge. Verder naar het westen was de grond drassiger en werd het gebruikt voor veeteelt. De streek werd Koekange genoemd, later verbasterd tot Koekange.
Sinds 1331 heeft Koekange een eigen kerk. In dat jaar gaf de bisschop van Utrecht toestemming om in de kolonie Koekange een kerk te stichten. Daarvoor waren de kerkgangers aangewezen op de kerk van Blijdenstein in Ruinerwold. Vooral bij de winterdag leverde dit grote problemen op als de wegen onbegaanbaar waren en de landerijen onder water stonden. Aan pastoor Rudolf van Vollenhove gaf de bisschop opdracht voorbereidingen te treffen om voor de kolonie een zelfstandige kapel te bouwen De heren Egbert en Menso van Echten, de toenmalige eigenaren van de kolonie, schonken de helft van hun boerderij de Venehof als pastorie, terwijl de kolonisten naar rato gaven. Dit kerkje stond op de huidige begraafplaats en was gewijd aan Johannes de Doper. De heren van Echten kregen het recht om de priesters voor te dragen en te benoemen: het collatierecht.

Klokkenstoel en kerk:
De huidige kerk is gebouwd in 1834. De eerste steen werd gelegd op 16 april 1834 door Ds. Buning en is in de buitenmuur achter de preekstoel ingemetseld. Deze steen is afkomstig uit de oude kerk die in 1834 werd afgebroken. De toren is in 1912 toegevoegd. Voordien stond er een klokkenstoel bij de kerk. De consistorie stamt uit 1920.

Interieur:
Aan de muur een bord. Hierop staat geschreven: "Koekange vraagt aan bisschop Jan, of hij een kerk bouwen kan, voor hen, zodat ze voor trouwen en dopen niet meer naar Blijdenstein hoeven te lopen, aldus geschiedde te Vollenhove op 14 augustus 1331".
Bij de restauratie van de kerk in 1982 ontdekte men dat er onder het gipsplafond geverfde planken zaten. De koepelbetimmering is toen weggehaald en er is een nieuwe betimmering aangebracht. Ook de muren zijn opnieuw bepleisterd en wit geschilderd.
De Avondmaalstafel is nieuw en is door Provinciale Staten van Drenthe geschonken bij het gereedkomen van de restauratie. Bij de visitatie van 1665 werd in Koekange geen avondmaalsbeker aangetroffen, terwijl ook het tafellaken ontbrak. Daarnaast "waeren de kerckebijbels door den vyant wech genomen". Ook in 1697 was er geen avondmaalsbeker. In 1763 is de zilveren avondmaalsbeker van midden zeventiende eeuw in het bezit van de kerk gekomen en draagt als opschrift: "Nagtmaalsbeker van Coekange in Drenthe 1763". Er staat een zwaan als meesterteken in. Op de bodem zijn een huismerk en de initialen HL gegraveerd. De eikenhouten preekstoel heeft een vierkant grondpatroon. De panelen zijn versierd met bloem- en bladmotieven. Op de middenkuip staan de Hebreeuwse woorden "ad absalom", hetgeen de hand van Absalom betekent (2 SamuŽl 18-18). Het doopbekken zit vast aan de trap van de achttiende-eeuwse kansel. De Statenbijbel stamt uit 1718.
De preekstoel, de bank van de collator met overkapping en de kleinere bankjes tegen de zijmuur zijn afkomstig uit het eerste kerkje. De preekstoel en de genoemde banken zijn allemaal gemaakt door predikant Hartman, die van 1743 tot 1781 in Koekange heeft gestaan. Ook zijn eigen doodkist heeft deze dominee/timmerman gemaakt.


Bronnen: Dr. Regn. Steensma Lang de oude Drentse kerken (1977) ISBN 90 246 4213 2 (Bosch & Keuning - Baarn)
Drentse Courant 2000/2001 Serie kerken in Drenthe
H.D. Minderhoud: Dwars door Drenthe