Roden, Hervormde kerk

Kerk
Oorspronkelijk 13e eeuwse, éénbeukige Romaanse dorpskerk. In de gotische periode uitgebreid met het vroeg 15e eeuwse koor. Daarna kwamen de zijbeuken met halve tongewelven. Na de Reformatie verkeerde de kerk in een desolate toestand. Omstreeks 1636 werd de kerk hersteld. De kerk heeft een mooi interieur oa. een preekstoel uit 1717 en een 18e eeuwse herenbank in het koor. In de jaren 1931-1932 werd kerk gerestaureerd (01.
De muren werden, zoals in die tijd vaak gebruikelijk ontpleisterd. Dit heeft helaas een zeer nadelig uitwerking op de akoestiek.


Foto Reliwiki

Orgel

CD "Handel & Friends" Boeijenga BECD002 2009 Erwin Wiersinga en Theo Jellema
Erwin Wiersinga speelt van Georg Friedrich Händel (1685-1759)  de Suite in g (1720) in Roden
 - Ouverture
 - Andante
 - Allegro
 - Sarabande
 - Gigue


1776-1780: Het moet wel een grote verrassing geweest zijn voor kerkelijk Roden toen Maria Catharina Hoppinck in 1776 een bedrag van tienduizend Caroli gulden legateerde aan de Nederlandse Hervormde gemeente aldaar. De gulle geefster was een nazaat van een der eerste predikanten te Roden dominee Gajus Hopping, die hier predikant was van 1608 tot 1638. In het testament werd tevens besloten dat het bedrag mede zou dienen voor het onderhoud van het orgel en voor het traktament van een organist. Op 18 december 1776 kwam de milde schenkster te overlijden. Als executeur werd aangesteld de heer Mr. Coenraad Wolter Ellents, raad en secretaris van het Landschap Drenthe en bewoner van huize Mensinga te Roden (02).
Men ging voortvarend te werk want op 15 mei 1777 werd een bestek opgemaakt voor het nieuwe te bouwen orgel door de vermaarde Groningse orgelmaker Albertus Anthoni Hinsz. Verder werd op 31 juli 1778 de organist Hendrik Stoll aangesteld. Hij ontving bij besluit van 3 oktober 1778 van het Landschap de 60 Caroli gulden als salaris van deze instantie (03).
Op zondag 5 december 1779 werd het orgel voor het eerst in de dienst bespeeld. Pas op 7 april 1780 werd het orgel onderzocht en goedgekeurd door de hoogbejaarde Groningse Martini-organist J. W. Lustig. Eindelijk op 4 juni 1780 werd het orgel plechtig in gebruik genomen met een predikatie over Psalm 144 vers 9 door Ds. Regnerus Tjaarda de Cock, predikant te Nieuwe Pekela, die een bloedverwant was van Maria Catharina Hopping, de geefster van het orgel (04).
Ondertussen had Albertus Anthoni Hinsz gezorgd dat er volgens bestek een prachtig orgel ontstond op een nieuw gemaakte balustrade, die evenals het orgel rijk versierd was door de Groningse beeldhouwer Antoony Dzn. Smit en voorzien van wapens, schilden en opschriften. De dispositie van het orgel werd als volgt:

Manuaal. C - f3 Rugpositief. C - f3
1. Praestant 8 voet (1) 1. Praestant 4 voet (4)
2. Bordon 16 voet 2. Fluite Does 8 voet
3. Holpijp 8 voet 3. Gedakt fluit 4 voet
4. Octaaf 4 voet 4. Octaaf 2 voet
5. Speelfluit 4 voet 5. Spitsfluit 2 voet
6. Waltfluit 2 voet 6. Sexquialter 2-3 sterk
7. Nassat 3 voet 7. Dulciaan 8 voet
8. Mixtuur 4, 5, á 6 sterk (2)  
9. Trompet 8 voet (3)  
10. Voxhumana 8 voet (3)  
(1) "in de Discant Dubbelt aanspreekende, en groot C: in ‘t gesigt etc."
(2) "de grootste pijp 2 voet. ’t begin op groot C: c, e, g, c1" en gehalveerd;
(3) gehalveerde stemmen;
(4) groot C: in ‘t gesigt.

Samenstelling van de Mixtuur 4-5-6 sterk:
C: 2 - 1 3/5 - 1 1/3 - 1
c: 2 - 1 3/5 - 1 1/3 - 1
c1: 3 1/5 - 2 2/3 - 2 2/3 - 2
c2: 5 1/3 - 4 - 3 1/5 - 2 2/3 - 2 2/3 - 2
c3: 5 1/3 - 4 - 3 1/5 - 2 2/3 - 2 2/3 - 2

Samenstelling van de Sexquialter 2-3-4 sterk:
C: 1 1/3 - 4/5
c: 1 1/3 - 4/5
c1: 2 2. 3 - 2 - 1 3/5
c2: 2 2/3 - 2 - 1 3/5
fis2: 2 2/3 - 2 2/3 - 2 - 1 3/5

Aangehangen pedaal C - d1; 3 blaasbalgen; 2 windafsluiters; 1 windlosser; 2 tremulanten, één doorslaande voor de Voxhumana en één voor de andere stemmen (05).

Op de schilden op de balustrade kwamen de volgende teksten te staan:

Op een schild terzijde van het orgel staat:

"Dit orgel, versierd met deze Wapens, strekt ter /
gedagtenisse van den heer Albert Hoppink, en des= /
selfs Huis vrouw Elizabeth Johanna Hoppinck, Gebo- /
ren Clarcq; en derzelver twee nagelaten kinderen, /
wylen de Heer Mr Jacob Willem Hoppinck, en Meiuf /
frouw Maria Catharina Hoppinck: en is vervaardigt uit /
een Legaat, door laatsgemelde Iuffrouw op den V Maart /
MDCCLXXVI aan de Kerke van Roden daartoe expres gemaakt.
"

Aan de andere zijde is te lezen:

"Zing Roden! Hoppincks Naame en God ter Eer! /
Een Gaius leerde U ‘T Eerst de zuivre leer: /
Nu steunt een Katharijne uw Tempelzangen. /
Bij milde gift van ‘t Konstig Orgelwerk. /
Hij schoont den Kansel op; zij siert de Kerk. /
Uw God bezorgt Uw Heiligdoms belangen /
Door Hoppincks, nader, dan in vleesch en bloed, /
Tot Sions dienst vermaagschapt naar ‘t Gemoed. /
Trip.
"
Op een cartouche aan de binnenzijde staat:

"Dit orgel is verveerdigt in het jaar 1779/
Door de Directie van Den WelEdele/
Geboren Gestrenge Heer en Meester/
C. W. Ellents Raed en Secretaris Van/
Het Lantschap Drenthe Etc. Etc. Die daar/
Toe Expreslijk Is Geautoriseert/
Geworden En Is Gemaakt Door Den/
Orgelmaker A. A. Hins te Groningen.
"

Verder zijn nog twee wapens te zien: het eerste van Albert Hoppinck, de vader van de testatrice; het tweede van Elisabeth Johanna Clarcq, haar moeder (06).

In 1781 werd de laatste termijn aan Hinsz uitbetaald.


Foto Geert Jan Pottjewijd

Na 1785: Na de dood van Hins in 1785 kregen diens opvolgers F. C. Schnitger jr. en zijn compagnon H. H. Freytag het onderhoud. In 1792 vond nog reparatie van het snijwerk plaats door F. G. Reuscher en in 1793 werd 174 Caroli gulden uitbetaald aan Schnitger en Freytag in Compag-nie. Na de dood van F. C. Schnitger in 1799 kreeg H. H. Freytag het onderhoud alleen tot diens dood in 1811. Daar diens Zoon H. E. Freytag pas 15 jaar was werd het onderhoud voortgezet door de Wed. H. H. Freytag, die haar meesterknecht Matthias Martin dit werk liet doen. Vanaf 1818 worden de Gebr. Freytag hiervoor genoemd en sinds 1829 werd dit H. E. Freytag alleen (07).
In 1838 was, na vijftig jaar trouwe notitie van alle uitgaven en rente-inkomsten in een in leer gebonden boek getiteld "Het orgelboek tot Rhooden", een batig saldo onstaan van f. 569, 80½. Dit saldo werd door de kerkvoogdij op 10 december 1838 overgenomen uit handen van de toenmalige administrateur en collator C. W. Kymmell (08).
Nog altijd had H. E. Freytag het onderhoud van het orgel. In 1849 begon hij door middel van brieven de kerkvoogdij er opmerkzaam op te maken dat het orgel nodig een grote beurt moest hebben daar jaarlijks stemmen en onderhoud niet voldoende was. Men bleek van de kant van de kerkvoogdij aan de zuinige kant want pas in 1856, wellicht onder in vloed van een schenking van f. 200, -- van de laatste organist Joh. C. Gerritse per testament voor het orgel bestemd, werd in 1856 besloten een reparatie te laten uitvoeren, die in 1857 zijn beslag kreeg (09). Hierna, in 1863, trekt Freytag zich als orgelmaker uit de zaken terug en vestigt zich samen met zijn zuster te Peize waar hij in 1869 overleed (10).

1851: Provinciale Drentsche en Asser courant 05-09-1851: Roden, 3Sept. Zondag jl. hadden wij het genoegen, den heer Kamerling die thans te Peïze woont, op het orgel een concerl te hooren geven , hetwelk door eene grote menigte toehoorders werd bijgewoond en algemeen bijzonder voldeed. De heer Kamerling is van zijne kindschheid af blind geweest en toch was zijn spel overheerlijk. Het concert werd afgewisseld door gezangen van ons uitmuntend zanggezelschap, onder directie van onzen verdienstehlijken onderwijzer van Dalen.



1855: Nalatenschap te besteden aan het orgel Provinciale Drentsche en Asser courant 18-04-1855



Algemeen Handelsblad 13-04-1855 & De Tijd 14-04-1855 & Groninger courant 15-04-1855


1856
: Groot onderhoud door Freytag (Provinciale Drentsche en Asser courant 19-11-1856)


1869: Het onderhoud en stemwerk kwam aan de firma P. van Oeckelen en Zonen. Vader P. van Oeckelen kwam in 1878 te overlijden en de zonen Cornelis en Anthonius zetten de zaak voort. In 1905 overleed Cornelis en de zaak ging over op Anthonius, die echter het werk wel zal hebben overgelaten aan zijn meesterknecht Harmannus Thijs. Anthonius overleed in 1918. Tot 1931 staat Thijs voor stemmen en onderhoud genoteerd.


1912: Stand van zaken kerk uit Synodeverslag 1912

Handelingen van de 97ste Gewone Vergadering van de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1912


1932-1933: Restauratie van de kerk. Het interieur van de kerk werd "ontpleisterd" zodat de bakstenen zichtbaar werden. Dit bleek zeer nadelig te zijn voor de akoestiek van de kerk.


Foto oude situtatie (kerk is nog gepleisterd) vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl


1932: Het is bekend dat Thijs connecties had met de firma M. Spiering te Dordrecht die in het vervolg een rol zal gaan spelen (11). In 1932 kreeg Spiering de opdracht om het orgel te restaureren wat helaas tot een ontluistering van het orgel leidde. De beide vulstemmen Mixtuur 4-5-6 sterk en Sexquialter 2-3 sterk en de beide tongwerken Vox Humana 8’ en Dulciaan 8’ legden het loodje. Dit betekende dat van de 1234 pijpen er 534 voorgoed verdwenen. Ook de beide tremulanten en de afsluitingen werden weggenomen. Een onbegrijpelijke ingreep toegestaan tijdens de restauratie van het kerkgebouw in 1931-1932. (12) De dispositie werd toen:

Manuaal. Rugwerk.
Prestant 8’ Prestant 4’
Bourdon 16’ Flute douce 8’
Holpijp 8’ Gedakt fluit 4’
Octaaf 4’ Octaaf 2’
Speelfluit 4’ Spitsfluit 2’
Waltfluit 2’  
Gamba 8’  
Trompet 8’  

Informatie uit het boek Van Jaap Brouwer: Johan van Meurs een studie over een pionierend orgeladviseur
18 juli 1932 werd Van Meurs door kerkvoogd Zondag op persoonlijke titel gepolst of hij bereid was de keuring te verrichten van het door Spiering gerestaureerde Hinsz-orgel.683
Uit vervolgcorrespondentie blijkt dat Van Meurs tevens de ingebruikneming op 26 augustus zou gaan verzorgen. Al snel gingen zaken kennelijk langs elkaar lopen en schreef Zondag hem op 8 augustus het volgende: "Heden had ik hier de orgelmakers om gebreken te herstellen. Maar nu hadden zij van U een attest, dat het orgel goed was en wilden zich daarmee dekken. Had Spiering van Dordrecht U om een attest gevraagd? Het schijnt nu ook bezwaarlijk om met kerkvoogden verder te overleggen of U het orgel zult komen keuren".
Kennelijk was de sfeer toch niet helemaal vertroebeld, want Van Meurs bespeelde het orgel bij de her-ingebruikneming.684
Eind 1932 schreef Van Meurs onder aan een brief aan Spiering: ‘P.S. De mechaniek in Roden werkt uitstekend. Heden bespeeld’.685
Wat zich exact heeft afgespeeld laat zich niet meer reconstrueren, omdat Zondag Van Meurs benaderde buiten de kerkvoogdij om.
Verdere correspondentie is helaas niet aanwezig.686 Ook eventuele stukken bij Spiering zijn niet meer raadpleegbaar, omdat het archief van deze firma bij een bedrijfsbrand in de jaren vijftig verloren is gegaan.
Voor zover uit de schaarse bronnen valt te reconstrueren, heeft Van Meurs mogelijk te snel een attest afgegeven, waardoor hij speelbal kon worden in het conflict tussen Spiering en de kerkvoogdij rond de aflevering van het gerestaureerde orgel.
Hoewel Thys en Spiering na hun werkzaamheden alle hulde kregen, gold de verbouwing in Roden al vrij snel na de oplevering als omstreden.687
Bouman eindigde zijn brief aan Van Meurs van 8 juli 1937 met de volgende passage: ‘Zoudt U de N.K.O. op de hoogte willen houden als men aan een oud Groningsch orgel denkt te moderniseren? Alles moet in het werk gesteld, om afslachtingen als bv Zeerijp, Roden, Pelstergasthuiskerk te voorkomen’. 688 Op 27 mei 1939 stelde Bouman een negatief rapport over het Roder orgel op (‘een ergerlijke staat van verwaarlozing689) en de Amsterdamse orgelmaker Spanjaard stelde eind jaren veertig voor het binnenwerk te ruimen.690

193x: Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel 2x in zijn dispositiecahier. Voor en na de werkzaamheden door Spiering.


Klik op de afbeelding voor een vergroting
Uit het boek van Jaap Brouwer: Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur

683 Tale Zondag (1850-1941), hoofdonderwijzer, daarnaast koster, voorlezer en organist.
684 Nieuwsblad van het Noorden, 24 augustus 1932,10 en 29 augustus 1932,10.
685 De brief gaat over de voortgang van de werkzaamheden in Eenrum en moet daarom uit de tweede helft van 1932 zijn.
686 Veej correspondentie, ook die met betrekking tot het Hinsz-orgel, liep trouwens via het architectenbureau Kuiler & Drewes, dat de kerkrestauratie begeleidde.
687 Nieuwsblad uan het Noorden, 27 augustus 1932,17.
688 GrA, toegang 1618, inv. nr. 1.
689 www.hinszorgel.nl, 11 juni 2012, geraadpleegd 25 maart 2013.
690 Stef Tuinstra, Het Hinsz-ortjel in de Catharinakerk te Roden, (brochure t.g.v. de restauratie van 2006), 25-26.


Nieuwsblad van het Noorden 24-08-1932

1939: Uit een rapport opgemaakt in 1939 door Mr. A. Bouman namens de Nederlandse Klokken- en Orgelraad, blijkt dat ook de herplaatsing van het orgel in 1932 wat kast en snijwerk betreft op onoordeelkundige plaats vond. Door de oorlogsomstandigheden kwam het toen niet tot restauratie.

1947: Een ingestelde orgelcommissie te Roden constateerde in 1947 dat restauratie zeer nodig was (13).

1948: Info rond orgelbouwadvies Orgelcommissie Hervormde kerk


Bijlagen van de Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1956

1950-1955: De kerkvoogdij te Roden nam in 1950 de restauratieplannen in behandeling en in de vergadering van 23 september 1950 kwamen de heren Jacobs-Wernar, beeldhouwer te Leeuwarden en  Mense Ruiter, orgelmaker te Groningen ter plaatse om inlichtingen te geven over de voorgenomen werkzaamheden. In oktober en november werden de contracten opgemaakt. Als adviseur namens de orgelcommissie der Nederlandse Hervormde kerk werd Lambert Erné aangetrokken, die in 1951 een rapport opmaakte over de geschiedenis, de toestand van het instrument en wat er zou moeten gebeuren om het orgel weer in optimale conditie te brengen (14). In 1955 kwam de restauratie van het orgel gereed. Tijdens dit werk deden zich allerlei moeilijkheden voor die het werk vertraagden. De strubbelingen hadden vooral betrekking op de subsidie en op de samenwerking tus-sen de beeldhouwer en de orgelmaker. Ook moesten een aantal wijzigingen in de plannen gemaakt worden op grond van de toestand waarin het instrument zich bevond (15). Op 20 december 1955 vond de ingebruikname plaats. De overdracht van het orgel aan de kerkvoogdij werd verricht door minister Mr. W. P. Schokking te Amsterdam voorzitter van de Orgelraad der Nederlandse Hervormde kerk. Adviseur Lambert Erné, organist van de Nicolaïkerk te Utrecht, bespeelde het orgel (16).


Foto Geert Jan Pottjewijd

De dispositie werd nu:

Hoofdwerk. C - f3 Rugwerk. C - f3
Prestant 8’ (1) (nw) Prestant 4’  (nw)
Bourdon 16’ Gedekt fluit 8’
Holpijp 8’ Fluit douce 4’
Octaaf 4’ Octaaf 2’
Speelfluit 4’ (2) Spitsfluit 2’
Quint 3’  (nw) Sesquialter 2-3-4 sterk  (nw)
Woudfluit 2’ Dulciaan 8’ (nw)
Nasat 3’    
Mixtuur 4-5-6 sterk (b/d) (nw)    
Trompet 8’ (b/d)    
Vox Humana 8’ (b/d) (nw)    

(1) discant dubbel; (2) conisch; (nw) = nieuw register door Mense Ruiter.
Schuifkoppel: door Manuaal II naar achter te schuiven wordt het aan Manuaal I gekoppeld; Het pedaal is aan het Hoofdwerk gehangen.


Foto Geert Jan Pottjewijd

 Ten aanzien van de dispositie uit 1780 werden de volgende veranderingen aangebracht:

  1. Uitbreiding van de Prestant 8’met 25 ladepijpen, dubbel vanaf g klein.
  2. Uitbreiding van de Mixtuur met in de discant 5 1/3 en 3 1/5 voets pijpen, deze koren kunnen uitgeschakeld worden. Zodoende is dit register te gebruiken als oude Hinsz-tertsmixtuur en met andere hogere ligging in de discant zonder tertsen.
  3. Vernieuwing der frontpijpen Prestant 8’ en Prestant 4’
  4. In plaats van de oude balgen een goedkope regulateur met windmachine (17).
De toestand van het orgel is nu redelijk te noemen. Gezien de tegenwoordige restauratie-principes is het orgel echter nog wel voor verbetering vatbaar. Ook de orgelkast moet nog eens worden hersteld en eventuele verzakking weggenomen. (18) Dit neemt niet weg dat te Roden in de Nederlandse Hervormde kerk één der mooiste orgel staat van de provincie Drenthe. Dit werd nog eens bevestigd op 7 juni 1980 toen een feestelijk herdenking van het 200-jarig bestaan van het orgel (4 juni 1780 - 4 juni 1980) werd gevierd met een excursie langs de vier orgels in Roden en een concert door Stef Tuinstra, organist van de Hervormde kerk te Zeerijp (19).


Meppeler Courant 1954-01-27 Subsidieverlening van Hfl 2092,40,= door gedeputeerde Staten van Drenthe


Nieuwsblad van het Noorden 21-12-1955 (Klik op de afbeelding voor een grote versie van het krantenbericht)

1957: Concert door Klaas Bolt. Zie verslag van 14-08-1957 uit het Nieuwsblad van het Noorden


1998-2006: Na de restauratie door Mense Ruiter in de vijftiger jaren is het orgel langzamerhand in een slechte conditie geraakt.
In 1998 werd de 1e fase van een hernieuwde restauratie door Bakker en Timmenga afgesloten. Adviseur was Stef Tuinstra. De voornaamste werkzaamheden betroffen het restaureren van de windlade van het hoofdwerk.
In volgende fases zijn de andere onderdelen van het orgel gerestaureerd.
Het orgel is op 27 januari 2006 weer in gebruik genomen. (30)


Foto Geert Jan Pottjewijd


Foto Michiel van 't Einde Reliwiki (De gereconstrueerde schepbalgen)

Organisten:
1778-1812 Hendrik Balthazar Stoll
Deze organist werd geboren ca 1742 als zoon van Gregorius Stoll, schoolonderwijzer. Hij woonde eerst te Dutweiler bij Saarbrücken. Hij huwde met Anna Gerritse, maar het echtpaar kreeg geen kinderen. Hij woonde te Roden huis 130. Bij zijn overlijden in 1812 is hij 69 jaar en zes maanden oud. Als beroep staat vermeld: organist bij de Nederlandse Hervormde kerk en kleermaker. Zijn vrouw was toen al overleden. Hij werd als organist te Roden benoemd door de unicus collator C. W. Ellents mede op grond van het testament van de schenkster van het orgel op 31 juli 1778, als salaris ontving hij 44 Caroli gulden, betaald uit de gelden van de schenking. Bovendien werd hem per 3 oktober 1778 nog toegekend het salaris van het Landschap van 60 Caroli gulden. Volgens J. W. Lustig was hij een goed muzicus en als kleermaker werkzaam "by de voornaamste drentsche Dames". In 1794 kocht hij een stuk land voor 245 Caroli gulden (20).

1812-1854 Johannes Caspar Gerritse
J. C. Gerritse werd geboren te Amsterdam 11 februari 1779 als zoon van Roelof Gerritse en Elisabeth Lutser. Hij was evenals zijn voorganger behalve organist ook kleermaker. Hij huwde Aaltje Hindriks Homan. Hij maakte op 3 oktober 1841 een testament waarbij hij en zijn vrouw elkaars erfgenaam werden. In 1852 vermaakte hij bij testament , verleden 25 februari 1852 , een bedrag van f. 200, - aan de kerkelijke gemeente te Roden, onder voorwaarde "dat de bedoelde nalatenschap zal worden besteed en gebruikt ten dienste van het orgel in de Hervormde kerk te Roden" (21).

1854-1881. Gerrit Roelofs van Dalen.
G. R. v. Dalen werd geboren Veendam 19 oktober 1812 als zoon van Roelof van Dalen en Janke Jelles de Boer. Hij huwde 1e Elizabeth Eltjes Scholtens, overleden 4 mei 1862 en 2e Hillina Jacomina Luinge, overleden 13 juli 1868. Behalve organist was hij hoofdonderwijzer te Roden. Hij overleed 13 december 1881 (22).

1882-1937 Tale Zondag
T. Zondag werd geboren Blankerveen onder Noordlaren 12 april 1850. Op 17 april 1882 werd hij door B. en W. benoemd tot hoofdonderwijzer te Roden en door dekerkvoogdij als koster, voorlezer en organist aldaar. Hij huwde 25 mei 1876 met Eltje Mulder uit Tolbert. Zij kregen drie kinderen. Als medesollicitant werd genoemd R. van Dalen Gzn., onderwijzer te Oldeberkoop. Vermoedelijk een zoon van de vorige organist. Tale Zondag overleed Roden 5 februari 1941. Hij was vele decennia lang een begrip in de dorpsgemeenschap te Roden (23).

1937-1944 J. Visser
Van deze organist is alleen bekend dat hij blijkens de kerkvoogdijvergadering van 17 februari 1944 vertrokken was en dus ontslag vroeg als organist (24).

1944-1945 Jan Postem
Deze organist was een zoon van Harm Postema, slager te Roden. Zijn salaris bedroeg f. 100, -. Hij werd 20 februari 1945 naar Duitsland gevoerd maar kwam na de oorlog in 1945 weer terug. Mevr. A. Visser, zuster van J. G. Visser nam voor hem waar in 1945 (25).

1945-1959 Harm Postema
Sinds 1955 samen met de heer L. van Dam (26).

1955-1959 L. van Dam
Samen met S. Bosgraaf als opvolger van Harm Postema. Uit de vergadering van 18 april 1955 blijkt, dat de heren Van Dam, Matteus en Cats, alle drie uit Groningen, solliciteerden naar de betrekking als organist der Hervormde gemeente te Roden. Men vraagt aan Van Dam om proef te spelen op 1 mei a. s. , waarna men in de vergadering van 10 mei 1955 besluit, na proefspel, om de heer Van Dam als de beste sollicitant tot organist te benoemen (27).

1959-1975 S. Bosgraaf
Sinds 1968 samen met Roelof J. J. Hartholt (28).

1968-xxxx Roelof J. J. Hartholt
Sinds 1968 samen met H. J. Meulenbelt (29).

19xx-heden Erwin Wiersinga
Zie zijn website http://www.erwinwiersinga.nl


Foto Geert Jan Pottjewijd


Bronvermelding:
  1. Romein. Predikanten(1861)91-92. Steensma. Drentse kerken(1977)20-21.
  2. GAG. Inv. 3947. Not. Archief. no 30. 5-3-1776 bij Notaris J. Huijgens ‘s-Gravenhage. De executeur C. W. Ellents werd voor zijn moeite gelegateerd met 4000 Caroli gulden. Bijlage 1.
  3. RAD. Resoluties Drost en Gedeputeerde Staten. 3-10-1778, folio 241.
  4. De officiële ingebruikname werd uitgesteld wegens ziekte van de executeur C. W. Ellents. Zie ook W. H. Dorgelo. A. A. Hinsz(1985)20, 24, 137-142. Bijlage 2.
  5. RAD. AHKR. In een in leer ingebonden boek getiteld "Het orgelboek tot Rhooden" werd op initiatief van C. W. Ellents alles wat betrekking had op het onstaan en over de voortgang van de geschiedenis van het orgel in dit boek opgetekend lopend tot het jaar 1838. Boekzaal. I. (1780)629-630. Knock(1788)51[Ed. Sneek. 1968). Bijlage 3.
  6. Zie Belonje/Van Holthe. Gedenkwaardigheden(1937)121-122. De wapens zijn: Albert Hoppinck: een dwars-balk, vergezeld van drie granaatappels, 2 en 1, helmteken een eekhoorn. Elisabeth Johanna Clarcq:
    gevierendeeld: 1 en 4, een verlaagde keper, vergezeld van drie St. Jacobsschelpen, 2 en 1 en een kwar-tierhoofd, beladen met drie ruiten; 2 en 3 een leliekruis; helmteken een eekhoornkop. Het gedicht ondertekend met Trip werd gemaakt door Mr. L. Trip, burgemeester te Groningen. De belettering geschiedde door Wibrant Veltman (door leesfout van Erné Urbaan! genoemd).
  7. Zie voor deze posten Bijlage 4.
  8. De administratie werd eerst gedaan door C. W. Ellents. Nadat deze 12-9-1784 was overleden heeft zijn weduwe Gesina Ellents-Oldenhuis dit werk overgenomen. Toen zij 25-4-1818 kwam te overlijden werd C. W. Kymmel administrateur.
  9. Zie voor de brieven Bijlage 5.
  10. Niet onmogelijk hield zijn vertrek naar Peize verband met het orgel uit de Pepergasthuiskerk te Groningen dat in 1861 naar Peize werd verplaatst. Hij was sinds 1826 organist van de A-kerk te Groningen. Zie Fock. Arp Schnitger(1974)258-260.
  11. In het kerkelijk archief van de Herv. kerk te Roden bevindt zich een folder van de firma van Oeckelen waarin zij zich aanbevelen als orgelmakers. Bijlage 6. Harmannus Thijs was vermoedelijk al sinds 1878 werkzaam bij de firma P. van Oeckelen en Zonen. Hij was zoals zijn dochter Jacoba Thijs ons verklaarde 40 jaar knecht bij deze firma, die met de dood van Anthonius van Oeckelen in 1918 ophield te bestaan. Thijs deed hierna voormnamelijk stemmen onderhoud, reparatie en verplaatsing van orgels. Dat zijn agentschap met de firma M. Spiering te Dordrecht nare gevolgen zou hebben voor een aantal orgels in het Noorden zal hij niet hebben kunnen overzien.
  12. Rapport Mr. A. Bouman 17-5-1939. Op Manuaal I kwamen 7 loze registerknoppen voor en op Manuaal II 3 loze knoppen. De Nasat 3’werd vervangen door een Viola di Gamba, op het naambordje echter Celeste genoemd. Door oorlogsomstandigheden werd het rapport van Bouman niet meer gebruikt. Na de oorlog werd de restauratie-bespreking opnieuw opgezet en een orgelcommissie ingeschakeld.
  13. AHKR. Notulenboek(1939-1955). Vergadering 20-10-1947.
  14. AHKR. idem. Verg.23-9-1950 punt 6. Contracten met de firma Jacobs-Wernar te Leeuwarden okt. 1950. Bijlage 7. Idem met Mense Ruiter, orgelmaker te Groningen 3-11-1950. Bijlage 8. Rapport Lambert Erné 30-3-1951. Zie ook Het Orgel(1960)53-54. Bijlage 9.
  15. AHKR. idem als noot 13.
  16. Programma in gebruikname 20-12-1955. Het Orgel(1956)13.
  17. De Mixtuur kan dus op drie manieren worden gebruikt:
    1. als normale Mixtuur.
    2. als dezelfde Mixtuur met tertsen.
    3. als dezelfde Mixtuur zonder tertsen en met een hogere ligging in de diskant.
    Hiertoe werd een schuif gemaakt die naar twee kanten worden verschoven.
  18. Vriendelijke mededeling van Mense Ruiter.
  19. Zie Leekster Courant 30-5-1980 met art. Victor Timmer.
  20. RAD. Registers Burgelijke Stand Roden. Idem. Besluit Drost en Gedeputeerde Staten 3-10-1778. Idem Stuk van overdracht door de "Scholtus J: Wilmsonn Kymmell", ged. 27-5-1794. Het Orgel(1960)101-102. Bijlage 10.
  21. RAD. Reg. BS. Roden. Idem. Inv. no 76. AHKR. Testament no 128 en 129 voor notaris H. H. v. Lier te Assen.
    26-3-1855.
  22. RAD. Reg. BS. Roden. Zie ook Nw. Dr. Volksalm. (1965)122. Art. R. Reinders. Onderwijzers in Drenthe.
  23. RAD. Reg. BS. Roden. Spint Arwt’n(1976)102-110. Herinneringen aan een schoolmeester. Art. F. A. Zondag.
  24. RAD. AHKR. Not. kerkv. (1939-1955)verg. 17-2-1944.
  25. RAD. Idem. verg. 10-5-1955. J. Postema was hoofd der school te Nieuw Roden en ging in deze functie naar Zuidlaren.
  26. Harm Postema verving dus zijn zoon J. Postema.
  27. RAD. AHKR. verg. 10-5-1955. Vriendelijke mededeling mevr. A. Piek-Visser. In deze periode waren ook de h8er Roze te Groningen en de heer Anne Risselada, organist H. K. te Leens wel vervangers.
  28. S. Bosgraaf was onderwijzer. In deze periode was de heer J. A. Assies van ca. 1965 - ca. 1969 vervanger evenals de heer W. Dijkstra tot 1975.
  29. R. J. J. Hartholt was leraar muziekschool te Assen. Kreeg lessen van L. Kwakkel te Zwolle en van Piet Post te Leeuwarden.
  30. Informatie van Erwin Wiersinga, de huidige organist van de kerk.
  31. Tijdschrift: mededelingen Stichting tot Behoud van het nederlandse orgel - Het orgel in de Nederlands hervormde kerk te Roden door W.J. Dorgelo
  32. Tijdschrift: Het Orgelblad 1973-02 Roden Hervormde kerk door Maarten Seijbel
  33. www: http://reliwiki.nl/index.php/Roden,_Brink_8_-_Catharinakerk
  34. www: http://www.hinszorgel.nl
  35. Brochure: Maarten Seybel Klankschoonheid der Drentse orgels Roden hervormde kerk
  36. Tijdschrift: De orgelkrant 1998/01 Hinsz-orgel Roden raakt in verval 
  37. Boek: Het Hinsz-orgel in de Catharinakerk te Roden
  38. Boek: Negen eeuwen Catharinakerk in Roden
  39. De Orgelkrant 2006/01 Hinsz-orgel Roden gerestaureerd
  40. De Orgelkrant 2006/10 Orgelbouwnieuws Poel van der Cees
  41. De Orgelvriend 2006/01 Hinsz-orgel Roden weer in gebruik
  42. Groninger Orgelagenda 2003 Voorbereidingen voor nieuwe restauraties in de verdere toekomst Tuinstra Stef
  43. Groninger Orgelagenda 2005 Orgelrestauratienieuws Tuinstra Stef
  44. Groninger Orgelagenda 2006 Restauraties in 2005 en 2006 in Groningen en Drenthe Tuinstra Stef
  45. Het Orgel 1956/01 Orgelbouwnieuws
  46. Het Orgel 1960/03 De bouw van het orgel te Roden Erne Lambert
  47. Stichting behoud Nl orgel 1979 april Het orgel in de hervormde kerk te Roden Dorgelo W.J.
  48. Boek: Het Nederlandse historisch orgel xxx-xxxx blz.


Bijlagen.

Bijlage 1.
GAG. Notarieel Archief. Inv. no 3947. Testament zonder fideicommis no 30.
Den 5e Maart 1776 compareerde voor mij Joannes Huijgens openbaer en bij den Hove van Holland geadmitteert Notaris, in ‘s-Gravenhage resideerende, en voor de nagenoemde getuijgen. De WelEdele Ge-
bore Juffrouwe Maria Catharina Hoppinck, ongehuwde Juffrouw, wonende alhier mij notaris bekent. De-welke geneegen en volkomen in staet, om van haare tijdelijke goederen bij Testament te kunnen disponeeren, verklaarde hetzelve te doen uijt haere vrije, en onbedwonge wille zonder aanraading, off misleiding van iemand alvorens daer toe te komen, verklaarde de Juffrouw testatrice te revo-ceeren, casseeren doot en te niet te doen alle voorgaande testamenten, codocillen en andere Acten van uyterste Wille, die de juffrouwe Tetatrice te voren het zij alleen, het zij met iemand anders mogte hebben gemaakt alschoon daer in eenige clausule derogatoir mogte zijn vervat, waer van de Juffrouw testatrice egter verklaerde geen geheugen te hebben en specialijk het testament den 11 April 1773 voor mij notaris, en getuijgen alhier gepasseert.
Ende nu van nieuw komende ter dispositie verklaerde de Juffrouw testatrice te legateeren en bespreeken aan de nederduytsche Gereformeerde kerk van het Dorp Roode geleegen in het Landschap Drenthe Eene somme van Tien duijzent Guldens onder deese speciale conditien dat de voors. somme door haere na te noemene Executeur, binnen drie maanden na haer Ede. overlijden vrij, en zonder aftrek van het collaterael zal werden ter hand gestelt aan den Wel Ed. Gestr. Heer El-lents, secretaris van het Landschap Drenthe en welke Heer door de Testatrice, spcialijk werd versogt, en geauthoriseert, om uijt deselve penningen onder desselvs directie en bewind ter sijner keusen te laten maken, een orgeltje geschikt voor de Groote van dezelve Kerk, en voorsien van twee wapens, als van ‘s vaders en ‘s moeders zijde van de Juffrouw testatrice, met inscriptie, dat het zelve orgel en wapens sijn ter gedagtenisse van de Heer Albert Hoppinck en desselvs huijsvrouw,
vrouwe Elizabeth Johanna Hoppinck gebore Clarcq en derselve twee nagelatene kinderen, wijle de Heer Mr. Jacob Willem Hoppinck en mejuffr. Maria Catharina Hoppinck, welk Orgeltje in de voorsr. Kerk zal moeten werden geplaatst en aldaer gebruikt, zullende het overschot van voors. tien duijzent Guldens, nadat het voorsr. orgeltje daeruijt zal zijn betaelt, door voorn. Heer Ssecretaris El-lents, ende hier na te stellene Executeur werden belegd in Losrenten off Loterije obligatien ten lasten van het Gemeene land van Holland en Westvriesland, welke niet losbaer zijn en zullen deselve Losrenten of Obligatien, na dat die door haer Juffrouw Testatrice aan te stellene Executeur zullen zijn geannoteert door zijn Edele gestrenge zijn leeven lang gedurende moeten werden geadministreert, en na desselvs overlijden aan de kerkvoogden van de voorsr. kerk van Roode ter administratie werden overgegeeven om ten eeuwigen dagen te werden bewaert en uijt welkers Intresten zal moeten werden betaelt het Tractement van een organist, door voorn. Heer Ellens gedurende desselvs leeven te verkiezen en aan te stellen, en het overige van dezelve Intressen zal strekken tot onderhoud van het voorsr. orgeltje en van deselve Kerk, zullende ingeval van aflossing der voorsr. obligatien off Losrenten in der tijd weder andere zoortgelijke uijt de afgeloste penningen werden aangekogt.
Legateerende de Juffrouw testatrice aan voorn. Heer Ellens, en desselvs huijsvrouw, en bij voor overlijden aan de Langstleevende van hun de somme van vier duijzent Guldens eens en zulx zoo wel voor desselvs moeyte in het administreeren en dirigeeren van het te maken orgel als tot eene gedagtenisse. De Juffrouw testatrice verklaerde voorts enz. . . . . . .
Alle hetgeene voorsr. staet de Juffrouwe Testatrice duijdelijk voorgeleezen en bij haer wel ver-staen zijnde, verklaerde zij hetzelve te weesen, haer testament, laatste en uijterste wille, willende en begeerende dat alle hetzelve na haer dood zal werden agtervolgt, en naergekomen, ’t zij als testament, codicil off zo als hetzelve andersints na regten best zal kunnen bestaen. Aldus Gedaen en Gepassert in ‘s-Hage voors. ter praesentie van Adrianus Roos en Leonardus Pieter Roest als ge-tuigen.
[w. g. ] Adr. Roos. [w. g. ] Joannes Huijgens
[w. g. ] L. P. Roest. Notaris 1776
[w. g. ] M. C. Hoppinck. [Voor afschrift De Gemeente-archivaris W. Moll].


 
Bijlage 2.
RAD. AHKR. Uit "Het Orgel tot Rhooden", manuscript in leer gebonden, ongepagineerd.
Bestek van een geheel nieuw Orgel met een rugpositiv, twee Clavieren, en een angekoppeld Pedaal groot Zeventien Stemmen tusschen den Heere en Mr. C. W. Ellents, als daar toe bij testamente van wijlen Juffer M. C. Hoppinck gegratificeert als anbesteder ter eenren en Albertus Anthony Hinsz Mr. Orgelmaker ter andere zijden, en in de Kerke te Roden geplaets worden, ingegaan.
1.
In het Manuaal zijn tien Stemmen.
1. Praestant 8 v. in de discant dubbelt ansprekende en groot C in het gezigt.
2. Bordon 16 voet
3. Holpijp 8 v.
4. Octaaf 4 v.
5. Speelfluit 4 v.
6. Waltfluit 2 v.
7. Nassat 3 v.
8. Mixtuur 4. 5. á 6 sterk, de grootste pijp 2 voet het begin op groot C, c, e, g, c’, tweede c met c’, e’, g’, e’; en op c’, e’, g’, g’, c’’, en verders met repeteren c’’’, g’’, c’’, g’’, g’’, c’’’.
9. Trompet 8 v.
10. Vox Humana 8 v. van Engels tin.
NB deze drie laatste Stemmen, als Mixtuur, Trompet, en Vox Humana, zullen worden doorsneden en ieder verdeelt in twee registers, dat de Bas en Discant ieder apart kan worden bespeelt.
2.
In het Rugpositiv zijn Zeven Stemmen.
1. Praestant 4 voet
2. Fluut douce 8 v.
3. Gedakt flute 4 v.
4. Octaaf 2 v.
5. Spitsfluit 2 v.
6. Sexquialter 2 á 3 sterk
7. Dulciaen 8 v.

3.
De Windladen waar op het voormelde Pijpwerk zal komen te staan, moeten zijn sleepwindladen, van goed, droog eicken wagenschot, verdeelt in lange Octaaf van groot C tot drie gestreepten f’’’ inge-
sloten, zo dat dezelve onder het spelen egalen wind behouden, niet ruischen of de minste doorspraak laten horen, en met denzelver labiums ruim genoeg, om overal bij te kunnen komen.
4.
De twee prestanten en het verdere in het gezigt staande pijpwerk moeten zijn van zuiver Engels tin, die in rondingen en pijpen [spitsen] komen te staan met uitgedreven labiums, de pijpen gepolijst, en de monden verguld. Al het binnenstaande pijpwerk zal bestaan uit ¾ lood, en ¼ tin, dog met dit onderscheit, dat de voeten van de grootste pijpen tot meerder duirsaamheit zullen zijn half tin en half lood.
5.
Het geheele werk zal in Kamertoon staan, een goede temperatuur hebben, en zo gestelt, dat uit alle grondtonen na genoegen kan werden gespeelt.
6.
De handclavieren, zo tot het manuaal, als rugpositiv van droog eiken wagenschot, de platte ondertoetsen van ijvoor, ende bovenste van zwart Ebbenhout verdeelt in lange Octaaf van groot C tot drie gestreken f’’’ingesloten in allen vier en vijftig claves, het onderste Clavier tot het manuaal en het bovenste tot het Rugpositif, de koppeling gemaekt met koperen schroeven.
7.
Het Pedaal van eiken wagenschot van groot C tot een gestreken d’in allen zeven en twintig Claves met het nodige welbord, om an het hand Clavier angehangen te kunnen werden, en zo te schikken, dat het zelve gemakkelijk kan opgenomen en neergelegt werden, zonder iets an het Regeerwerk te ver-anderen.
8.
Het Regeerwerk, zo wel abstractuir, als registratuir moet alles suffisant worden gemaakt. De registers voor het rugpositiv, zullen zo wel ter zijden het Clavier, als die van het Manuaal in goede ordren uitgetrokken te kunnen werden. De welborden van eiken wagenschot, de winkelhaken tot de abstractuir, de schroeven in de windladen, de mondstukken van de Trompet, Dulciaan en Vox Humana alle van koper, en de platen daarop van Engels tin, als mede alle veeren en draatwerk van koperdraat.
9.
Drie Blaasbalgen, met de vereischte Canalen of windleidingen van eiken wagenschot ieder 9. voeten lang, zoo de plaats toelaat, en 4½ voet breed bij dit werk te maken, dewelke met wit leer beledert, en inwendig met franchijn leer in een goede polituur moet worden voorsien.
10.
Hiertoe twee windafsluitingen, één tot het manauaal en één tot het rugpositiv, daar en boven nog een windlossinge, als mede twee tremulanten, een doorslaande tot de Vox Humana, en de tweede voor de andere Stemmen.
11.
De kassen tot het Manuaal en Rugpositiv, de Lambriseringe, het benodigde Snijwerk voor de pijpen, de wapens en inscripties, de lagers en het beschieten der blaasbalgen is alles tot laste van den Orgelmaker, en moet voor zo verre het in het gezigt staat van best eiken wagenschot en het verdfere houtwerk hijr toe behorende van best greinen hout gemaekt worden.
12.
Alle materialen als hout, tin, lood, koper, koperdraat, leder, lijm, ijserwerk, en in het generaal alles, wat tot dit werk zal benodigt zijn, blijft alles voor rekeninge van den annemer.
13.
Zo dat alleen tn laste van den Heer anbesteder zal zijn, het fundament en de solderingen(sonder hijr de borstleningen onder te begrijpen als tot de anneminge gehorende)waar op het orgel zal komen te staan.
14.
De Orgelmaker in het hoofd dezes gemeld, heeft angenomen het Orgel voorschreven na het bestek stiptelijk te leveren, en op primo August 1700 agt en zeventig met het verveerdigde werk met al zijn toebehoor, zoals hijrvoren gemeld staat, te Roden te komen, om het zelve alsdan ten spoedigste te voltoyen.
15.
Wanner de voormelde Orgelmaker alles gelevert, en het Orgel in alles voldoende an dit bestek
heeft verveerdigt, zodanig, dat het zelve door onpartijdige Kerumeesters geprobeert, gevisiteert, en in alles wel bevonden zal zijn, zal daar voor genieten de Somma van vijfduzent en vierhondert Car. guldens.
16.
Waer van de betalinge zal geschieden in vier termijnen, als een vierde part bij de anneminge voor den eersten termijn, zullende een gelijk vierde part of tweede termijn betaalt worden, wanneer de annemer met de verveerdigde kassen, windladen, pijpen, blaasbalgen enz. te Roden zal zijn gekomen; het derde termijn bestaande in een sesde part zal betaalt worden, wanneer het Orgel geheel, goedgekeurt en an genoegen zal bevonden zijn, en eindelijk het laatste vierde termijn, bestaande in het resterende een sesde part een Jaar na dato van de goedkeuringe, wanneer het zelve wederom nagezien, in ordre gebragt, en de gebreken, die er zig inmiddels mogten ontdekken hem zullen zijn hersteld.
17.
Ingeval den annemer onder het vervaardigen van het werk iets menschelijks mogte overkomen zullen zijn erfgenamen gehouden zijn door een bekwaam Meester ten haren perikelen lasten het voormoemde Orgel na den inhoud van dit bestek te laten verveerdigen. Aldus gecontracteert en ten wederzijden betekent op den huize te Roden den 15 Mey 1700 zeven en zeventig.
[w. g. ] C. W. Ellents [w. g. ] Alb. Anthoni Hinsz.
Orgelmaker.

 

Bijlage 3.
RAD. AHKR. Keuringsrapport van J. W. Lustig en V. Hildebrandt.
Het Orgel verveerdigt en op Sondag den 5 December 1779 voor de eerste maal onder den Godsdienst zijnde gebruikt heeft door de zware en anhoudende ziekte van mij C. W. Ellents niet opgenomen kunnen worden dan op den 7de April 1780 door den vermaerden Organist te Groningen J. W. Lustig en den deurwaerder van het collegie dezer Landschap Valentijn Hildebrandt beide hyr toe door mij verzogt; welke hijr omtrent hebben overgegeven het volgende verslag.
In verbis.
Doer den WelEdel geboren Gestrengen Heere en Meester C. W. Ellents Raad en Secretaris van het Landschap Drenthe enz. enz.
Wij ondergeschrevenen gelast zijnde tot het examen des Schenkorgels te Rhoden bij den beroemden Orgelbouwmeester A. A. Hintsz nieuw vervaardigt en daar toe den 7 Aprilis 1780 met behoorlijke onzijdig en stipte naukeurigheit ons hebbende vervoegd betuigen mitz dezen na waarheit:
Dat alle materialen en Stemmen in het bestek art. 1-10 beloofd, hyr niet alleen voorhanden zijn maar zelfs uit de deugdzaamste stoffen op eene gepaste welgeregelde en duurzame manier aaneen gevoegd werden bevonden. Dulciaan 8. voet(pag. 2. n. 7. )van zuiver Engelsch tin in stede van ordinair orgel-metaal-de blaasbalgen, Canalen en windladen(de longen ademen, en ‘t hart des Orgels)gezond en van alles wat mmaar quade ademtogt zweemt, ’t eenemaal bevrijd.
De menigvuldige Ressecten(vellen, registratuuren enz: het ingewand des werks)welgerangeert en, beij vereisch, ligt genaakbaar-toetzen(spieren)gemakkelijk handelbaar an enigzints geoeffende handen en voeten sonder tegenstreving obediërende-ieder Stem de eigenaardige taal van haar Caracter sprekende-Pijp en tongwerken even fraaij, ja alle ter geluidwerkingen bestemde ingezetenen van hogen en laagen rang, in ‘t Front en buten het gezigt staande, bij manier van een wel beschaafde kleine republieq, zodanig ter welludentheit bepaald, dat Manus selfts hyr eenige hoofddefecten te vergeefs zoude zoeken op te speuren.
Terwijl de maker het model van een eerlijken bequamheit in zijn metier anneemt, voor den ontfang der nog resterende penningen, het gehele werk nogmaalsd door te stemmen, en met de gewone fijne schaaf alle kleinigheden slegte voor delicate ooren merkelijk af te Sceeren; Ja gedurende alle overige dagen zijns levens voor de deugdelijkheit deezes werks te laveren.
Mogt de Heilgemeente ook door behulp van dit werktuig tot den vrijrigen Lof des euwigen Oorsprongs aller harmonie, wiens goedheit als zeggende = weereld hoor vermakelijk = de toonkonst ant Mensdom heeft geschonken worden ontvonkt!
Uedelgestr. . zij een langdurig genot der vrugten van deze Edelmoedig gedragen voorzorg innigst toegewenscht voor het goed vertrouwen gestelt in ons
[w. g. ] J. W. Lustig [w. g. ] V. Hildebrandt
Organist te Groningen.


Bijlage 4.
RAD. Inv. no "Het Orgel tot Rhooden".
In het Orgelboek van Roden komen posten voor van 1777 tot 1838. Deze posten zijn te verdelen in
Inkomsten en Uitgaven. De inkomsten betreffen de rente-inkomsten van een bedrag van 4000 Caroli gulden. In 1838 blijkt dat de totale ontvangst f. 5767, 02 bedraagt, gevoegd bij de oorspronkelijke
f. 10. 000, - wordt dit f. 15767, 02. De totale uitgaven bedroegen in 1838 f. 15197, 21½, zodat er een batig saldo was van f. 569, 80½.
Van de uitgaven noemen we hieronder de volgende:
An Hinze in de Jaren 177-78-79-81 betaalt vijfdusentvierhondert gls, waar voor het orgel buten het onderwerk bij hem is angenomen, blijk origineel bestek van anneminge en an de staane quitancie 5400
Verdere uitgave van materialen, vragt, daghuren, en het gehele onderwerk. In totaal ca 830 Car. gld.
Enkele posten hieruit:
14-10-1778 Beeldhouwer Smit 12. --. --.
17-11-1778 Beeldhouwer Smit 60. --. --.
10-5-1779 Folk Lemer verven en vergulden der inscripties 15. --. --.
6-6-1779 Wibrant Veltman voor het schrijven van der letteren voor de beeldhouwer
op de inscrtipties 7. 11. 12.
6-8-1779 Beelthouwer Smit voor festons onder de inscripties 12. --. --.
23-6-1780 De opneminge van het Orgel door den Organist Lustig en de Deurwaarder kost ses ducatons 31. 10.
De grootste posten zijn echter voor de timmerman, smid en schilder.
De uitgaven nadat het orgel gereed was gekomen bestaan hoofdzakelijk uit tractamenten van de organist à 44 gld per jaar en van de blaasbalgtreder à 7 gld per jaar. Verder komen er posten voor onderhoud en stemmen van het orgel:
1-12-1784 aan Monsr. Snidger 2 reekeningen betaalt over 1782 en 1783 21. 08. --.
2-12-1784 aan Snidger betaalt voor ‘t nazien en repareren van ‘t orgel 10. 10. --.
18-5-1786 aan Snitger betaalt voor ‘t visiteeren en repareeren van ‘t Orgel over 1785 10. --. --.
30-5-1788 aan Snitger voor ‘t visiteeren en repareeren van ‘t Orgel over 1786 betaalt 10. 10. --.
26-2-1790 aan F. C. Snitger voor een jaar onderhouden en stemmen van ‘t Orgel over 1787 bet: 10. 10. --
23-6-1792 aan F. G. Reuscher voor Reparatie aan ‘t Snijwerk bet: 39. --. --.
6-4-1793 aan F: C: Snitger en Comp: reek: bet: 174. --. --.
7-6-1794 F: C: Snitger reek: bet: 10. 10. --. Idem in 1795, 1796, 1798.
19-4-1800 H: H: Freytag reek: bet: 21. --. --. Idem 1801, 1802, 1803, 1804, 1805(12. --. --. ), 1806 t/m 1811.
17-5-1812 t/m 17-5-1814 wed: H: H: Freytag voor reparatie en stemmen van ‘t orgel à 12. --. --.
14-10-1815 wed: H: H: Freytag voor reparatie en stemmen van ‘t orgel bet: 30. --. --.
1-12-1815 H: H: Freytag rek: bet: weegens ‘t schoonmaken van pijpen en vernissen 123. 04. --.
24-10-1816 jaarl. onderhoud orgel 12. --. --. Idem 1818, 1819, 1820, 1822, 1823 aan B. J. Freytag, Gebr. Frey-
tag en H. E. Freytag.
12-6-1830 H. E. Freytag jaarl. onderh. 12. --. --. Idem 1831 t/m 1837.
Het orgelboek eindigt met:
"Op heden den 13 October 1838 heeft de Heer Mr. C. W. E. Kymmell op last van het Provinciaal Kollegie van toezicht enz. te Assen bovenstaande administratie overgedragen en het batig Saldo ten bedrage van vijfhonderd negen zestig gulden tachtig een een halv ct aan de kerkvoogden overgegeven zijnde reeds de inschrijving op het grootboek der Nationale 2½ prCt. werkelijke rentegevende Schuld uit het fonds van orgel afkomstig ingeschreven ten name der Kerk onder kerkvoogden berustende gelijk mede de Certificaten van uitgestelde Schuld en Kansbiljetten. Van deze overdracht is proces verbaal opgemaakt op last van bovengemeld Kollegie bij resolutie van 25 September 1838 no 4.
[w. g. ] J. Huisingh De Kerkvoogden
[w. g. ] J. J. Sininge [w. g. ] A. Alberts. "

 

Bijlage 5.
RAD. AHKR. Brieven van H. E. Freytag aan de kerkvoogdij te Roden.
In de periode 1849 tot 1857 schrijft H. E. Freytag een 24-tal brieven, die er meest over gaan om het orgel te Roden behalve voor stemmen en onderhoud nu ook een reparatie te doen ondergaan zowel wat windladen, pijpwerk als snijwerk betreft. Freytag is echter"voor de kerkvoogdij "een roepende in de woestijn" daar er 8 jaar verlopen aleer er eindelijk gerepareerd mag worden.
In deze brievenkomt echter ook naar voren dat Freytag op verschillende andere plaatsen gwwerkt heeft: zoals te Leer, Weener en Bonda in Oost Friesland en te Midwolda, Zeerijp, Borger en Krewerd.
Verder noemt hij dat hij "noch eenigermate betrekking heb op UwelEd. s orgel, uit hoofde hetzelve door mijne famielle voorzaten is gemaakt". Hetgeen betekent dat het orgel te Roden voornemelijk door de knechten van Hinsz, die in zijn nadagen verkeerde, werd gemaakt. In 1857 vond de reparatie plaats, terwijl de Groningse schilder Welbergen zich met het schilderen van de kast en het vergulden van de frontpijpen bezig hield.

 

Bijlage 6.
RAD. AHKR. Folder Firma P. van Oeckelen.
"WelEdele Heeren!
Door dezen doen wij UEd. informeeren, dat wij het vak/van Orgelbouw met het daaraanverwante zullen voortzetten, zoo/als het door wijlen onzen Vader de Heer P. van Oeckelen ged, /rende vijftig jaren is geschied en wel onder de firma: /P. van Oeckelen & Zonen. /Na minzame aanbeveling hebben wij de eer met hoog, /achting te zijn/UWEd Dw. Dienaren/C. A. & A. van Oeckelen. /Firma P. van Oeckelen & Zonen. /
/Haren, bij Groningen/den October 1878/C. A. van Oeckelen zal teekenen: P. van Oeckelen en Zonen/A. van Oeckelen zal teekenen: /P. van Oeckelen en Zonen. "

 

Bijlage 7 .
RAD. AHKR. Bestek firma Jacobs-Wernar, beeldhouwer, Leeuwarden.
Aanneming van werk. De ondergetekenden:
1. a. Hendrik Douwes Roelfzoon, zonder beroep, wonende te Roden
b. Lammert Brouwer, landbouwer, wonende te Roden. c. Albert Willems, zonder beroep, wonende te Leutingewolde, gemeente Roden. d. Berend Luinge, Senior, zonder beroep, wonende te Dieveren, gemeente Roden. e. Piet Berghuis, smid, wonende te Nieuw-Roden, gemeente Roden. f. Geert Boer, fabrieksarbeider, wo-
nende te Nieuw-Roden, gemeente Roden. Ten dezen handelend eerstgenoemde als president, de tweede als secretaris en de overige als kerkvoogden en tezamen uitmakende de Kerkvoogdij de Nederduitsch Hervormde Gemeente van Roden en als zodanig die Gemeente vertegenwoordigende.
2. Firma Jacobs-Wernar, beeldhouwer, wonende te Leeuwarden, Voorstreek 43 B.
Verklaren met elkander te zijn overeengekomen:
De firma Jacobs-Wernar verbindt zich tot conservering en restauratie van het orgel zich bevindende in het kerkgebouw te Roden van de Nederduitsch Hervormde Gemeente aldaar, bestaande uit:
1. Het uiteennemen der orgelbouw met voorbouw ter plaatse.
2. Het transport naar Leeuwarden en terug.
3. Het reinigen en conserveren der gehele orgelbouw met ornament beeldhouwwerk volgens systeem Jacobs.
4. Het opnieuw opbouwen ter plaatse.
5. Het sluitend aanbrengen der losgeraakte delen kast en snijwerk.
6. het vervangen van vergane gedeelten door nieuwe(oud eiken).
7. Het repareren der gehele bouw (molm).
8. Het vervaardigen en aanbrengen der zoekgeraakte detaildelen Beeldhouwerij en Ornamaent.
9. Het wederopbouwen in pasmaat sluitend der gehele ombouw met voorfront in gereinigde en hechte staat.
10. Het inwassen met daartoe bereide was(zuivere) en het opglanzen der gehele opbouw.
Daartegenover verbindt zich de Kerkvoogdij tot betaling van een bedrag groot Vierduizend zeshondern vijftig gulden, te voldoen als volgt: terstond bij de opdracht een bedrag Tweeduizend tweehonderd vijftig gulden, waarvoor afzonderlijke kwitantie zal worden afgegeven. Bij den aanvang van het herplaatsen een bedrag ad Eenduizend gulden. Bij het einde der oplevering: Een duizend gulden.
(bepaling t. a. v. de kansel).
De Firma Jacobs-Wernar geeft op deze conservering en restauratie een garantie voor de tijd van tien jaar, zodat zij zonder enige vergoeding alle restauratie aan orgel(en kansel) zal uitvoeren, die zal blijken voor 1 Januari 1962 nodig te zijn, behoudens beschadiging door anderen dan de Firma Jacobs-Wernar of haar personeel.
[w. g. } H. Douwes Rzn. October 1950
L. Brouwer [w. g. ] Firma Jacobs-Wernar
A. Willem
B. Luinge
P. Berghuis
G. Boer

 

Bijlage 8.
RAD. AHKR. Contract met Mense Ruiter, orgelmaker te Groniongen.
Contract Ned. Herv. kerk te Roden.
De ondergetekenden:
1. Hendrik Douwes Roelzoon, zonder beroep, en Lammert Brouwer, landbouwewr, beiden wonende te Roden, ten dezen handelend respectievelijk als Pres. Kerkvoogd en Secr. Kerkvoogd en tezamen vertegen-woordigende de Kerkvoogdij der Nederduitsch Hervormde Gemeente van Roden, als zodanig de Hervormde Gemeente vertegenwoordigende.
2. Mense Ruiter, Orgelmaker, wonende te Groningen.
Verklaren met elkaar te zijn overeengekomen:
De ondergetekende sub 2 verbindt zich tegenover de Kerkvoogdij der gemelde Hervomde Gemeente te Roden:
a. om de mechaniek en klavieren van het kerkorgel zich bevindende in het kerkgebouw der Hervormde Gemeente te Roden, geheel te reviseren, geheel te voorzien van nieuw draadwerk aan de abstracten en nieuwe assen in de wellen, de draaipunten opnieuw in te voeren, de langste wellen in tweeen te delen en van een midden steunpunt te voorzien, de registratuur geheel te reviseren, zodanig, dat mechaniek en registratuur practisch zonder gerucht functionneren, terwijl voor een aangenamen speelaard zal worden zorg gedragen.
b. om de windladen uit elkaar te nemen en geheel opnieuw te verlijmen en weer zuiver af te stellen, de speelventielen opnieuw te beleren en de pulpeten met bijbehorend draadwerk en veren geheel te vernieuwen.
c. om het te behouden pijpwerk grondig te herstellen, het Hoofdwerk van een nieuwe Mixtuur 4-6 sterk en een Vox Humana 8 te voorzien, op de plaats der Salicionaal 8 een nieuwe Quint 2 2/3 te plaatsen, het rugwerk van een nieuwe Sexquialter 2-4 sterk en een nieuwe Dulciaan 8 te voorzien, de mensuren van deze stemmen te maken volgens de van de bouwer bekende maten: het metaal van deze stemmen van 33% tin voor de labialen en 75% tin voor de tongwerken te gebruiken, van het gehandhaafde pijpwerk de intonatie waar nodig te verbeteren en de nieuwe stemmen daarbij aansluitend in oude stijl te intoneren, de toonhoogte van het werk zodanig te stellen, zoals het oude pijpwerk aangeeft.
d. een nieuwe tremulant bij te maken en zo nodig ook nog schokbalgen. terwijl door de ondergetekende sub 2 getracht zal worden het lawaai der windmachine nog verder te dempen.
e. de frontpijpen en de pijpen der frontregisters, die nog op de lade staan, te restaureren, voorzover zulks mogelijk zal blijken, de Prestant 8 met ongeveer 25 ladepijpen aan te vullen.
Voorzoveel nodig wordt uidrukkelijk bepaald, dat de ondergetende sub 2 niet voor zijn rekening behoeft te nemen:
1. aanleg van electrische leiding.
2. verwarming van het kerkgebouw gedurende de werkzaamheden.
3. verblijfkosten voor de ondergetekende sub 2 en zijn personeel gedurende de opbouw van het werk.
Daartegenover verbinden de ondergetekenden sub 1 zich om ondergetende sub. 2 te betalen een ander door de ondergetekende sub 2 vast te stellen bedrag, dat echter de som van veertienduizend vijfhon-derd gulden niet zal overtreffen. De betaling van deze som zal in vier termijnen plaats vinden en wel: Vierduizend gulden terstond, waarvan een afzonderlijke kwitantie zal worden afge-geven. Vierduizend gulden zodra tenminste 2/3 deel van het binnenwerk weer in het kerkgebouw is terug gebracht. Het restant verminderd met 10% van het totaalbedrag der nog nader vast te stellen aanneemsom bij het gereed komen van het werk. De laatste 10% als voormeld: na goedkeuring door de orgelcommissie der Ned. Herv. Kerk van het werk.


Betreft contract Roden.
De ondergetekenden verklaren verder nog te zijn overeengekomen:
1. De ondergetekende sub 2 verbindt zich gedurende tien jaar na oplevering van het werk alle gebreken, welke zich aan het orgel mochten voordoen als gevolg van onjuiste constructie of ver-keerde materialen, kosteloos en afdoende te herstellen.
2. De ondergetekenden sub 1 verbinden zich gedurende deze tien jaar het orgel aan de ondergetekende sub 2 in onderhoud te geven. Eenmaal per jaar zal door de ondergetekende sub 2 een generale stemming gepaard met controle der andere delen van het orgel plaats vinden tegen betaling van vier en zestig gulden per jaar. Andere stemmingen zullen op veroek tegen kostende prijs worden uitgevoerd.
3. Voor het geval mocht blijken, dat de frontpijpen en de pijpen der frontregisters, die nog op de lade staan, niet gerestaureerd kunnen worden, maar door nieuwe van 75% tin vervangen moeten worden, zal ook dit door de ondergetekende sub 2 worden uitgevoerd, waardoor de prijs van het werk met ten hoogste Tweeduizend gulden zal worden verhoogd.
4. Indien er gedurende de uitvoering van het werk op enigerlei wijze moeilijkheden ontstaan of indien de voorgaande bepaling toepassing zal moeten vinden, zijn partijen verplicht het advies van voormelde Orgelcommissie te vragen en zich daaraan te onderwerpen.
In triplo getekend te Roden 3 November 1900 vijftig.

 

Bijlage 9.
RAD. AHKR. Stukken betreffende restauratie 1951-1955.
Het rapport van Lambert Erné 30-3-1951(6 pag. ). , bevat A. Geschiedenis van het instrument, hierin opgenomen een gedeelte van het rapport van Mr. A. Bouman uit 1939. B. Huidige toestand van het orgel.
In 1950 werd de kast in zijn geheel naar Leeuwarden gebracht, terwijl de orgeldelen naar Groningen verplaats werden. De volgende gebreken werden geconstateerd:
Windladen. Deze hebben sterke door- en bijspraak. De gaten der weggenomen pijpen in stokken en rekken zijn nog aanwezig. In de cancelwanden zijn gaten geboord ter versdoezeling van de door- en bijspraak. Inderdaad een afkeurenswaardige methode.
Tractuur en Klaviatuur. De klaviatuur zowel van manuaal als pedaal is verre van rammelvrij. Er is te veel speling tussen de geleidestiften, terwijl enkele gaffels zijn afgesleten. Er is zeer veel speling in de mechaniek, terwijl de winklehaken geoxydeerd zijn. Op de klavieren zijn stukken ebbenhout op weinig fraaie wijze vervangen en/of opgeschroefd. Het beleeg van de klavierblokken van II c man. is weg, idem 2 sluitlatten. Het toetsbeleg(ivoor)is vergeeld, doch vrij gaaf. Het toetsbeleg van het pedaal is vernieuwd. Idem de registeropschriften.
Windvoorziening. De oude balgen zijn vervangen door één nieuwe met Meidinger windmachine. De windvoorziening is niet geheel bevredigend.
Pijpwerk. Gelijk reeds aan het einde der historische beschouwing werd vermeld, zijn enkele stemmen verwijderd en 1 vervangen. In dit register is zink verwerkt. Het overige pijpwerk is vrijwel gaaf bewaard gebleven wat de kenrs betreft. Enige kernsteken zijn aangebracht. Daarentegen zijn de bovenranden der pijpen geknepen of gescheurd door onoordeelkundig stemmen. De in het bestek gemelde "dubbele discantpijpen" van de Prestant 8 van het Hoofdwerk zijn wel aanwezig, doch een rij(front) is niet meer aangesloten. Vele pijpvoeten zijn versuikerd, terwijl het front enigermate door tinpest is aangetast. Alluminiumverf heeft deze pijpen een fabrieksmatig aanzien gegeven. Het stevelblok van de Dulciaan 8 is evenals de stevelhuizen van de Vox Humana 8 nog aanwezig. Van de Trompet 8, welke nog aanwezig is, zijn enkele bekers afgeknapt boven de kop en enkele stemkrukken zijn afgebroken. De toonhoogte is ruim ½ toon beneden 440 trillingen per seconde(a’). De tremulanten zijn niet meer aanwezig.
Orgelkas. Uit hetgeen met de orgelkas is geschied, blijkt overduidelijk, dat bij de jongste kerkrestauratie de orgelkas zeer slecht gereconstrueerd was. Vele stukken snijwerk lieten los. Deze werden ter plaatse bewaard. De kas was door houtworm aangetast en gelijk reeds hiervoren vermeld, gestut om instorten zoveel mogelijk te voorkomen. Wij stellen het ten zeerste op prijs, dat de Kerkvoogdij zich zo attent heeft getoond, dat instorten, hetgeen zeer zeker tengevolge zou hebben gehad, dat windladen en pijpwerk in verwrongen metaal en splinters hout zouden zijn herschapen, op deze wijze voorkomen werd.


 

Bijlage 10.
RAD. AHKR. Inv. no "Het Orgel tot Rhooden".
"Bij mij is ook in gevolge autorisatie bij testamente vervat de perzoon van Hendrick Stol op een Jaarlijks tractament en instructie als hyr volgt.
Ik ondergeschreeven Meester Conrad Wolter Ellents Raed, Secretaris en Medelid van den Loffelijkn Etstoel der Landschap Drente betuge encertificere mits dezen dat ik, als bij testamente van wilen Maria Catharina Hoppinck gemagtigt en geauthoriseert zijnden om uit het legaat door wilen gemelde Juffrouw gemaakt en den kerke te Roden een orgel te laten maken, en een organist ante stellen tot Organist aldaer heb verkozen en angesteld den perzoon van Hendrik Stol, ten einde het zelve Orgel onder den gewonen Godsdienst op Zondag Feest ende Bededagen, en verders wanneer het nodig en gerequireerd zal worden te bedienen, ook zorge te dragen, dat het zelve Orgel in goede ordre verblijve, het zelve zuivere en opschonen, ook zo veere in zijn vermogen is, van tijdekse defecten herstelle, de hand daaran houde, dat hetzelve onbeschadigt verblijven en toevoorzigt hebbe, dat er buten de perzonen tot den dienst des Orgels benodigt gene gewone zitplaatzen op de Solderinge des Orgels werden genomen, en om voorts alles te doen hetgeen een goed en trouw Organist behoord en verpligt is te doen, waar voor an dezelve word toegelegd uit de interesse der gelegateerde penningen een jaarlijxe Somme van vier en veertig gls in te gaan met den dag dat hij Hendrik Stolna verveerdigt werk in functie staat te treden, en voorts op het trectament, het geen de landschap an alle Organisten gewoon is te geven, war over dezelve sig an het Ed. Mog Collegie van d Heren Drost en Gedepde. Staten zal kunnen addresseren - des ter oirconde deze bij mij geteekent in Roden d. 31 Julij 1778.
[w. g. ] C. W. Ellents 1778".

 

Literatuur:

Schrijver

Boek of tijdschrift

Omschrijving