Roden Gereformeerde kerk

Kerk.
De (toen nog) Christelijke Afgescheidene Gereformeerde gemeente in Roden werd geïnstitueerd op 26 februari  1857 en betrok een jaar later een kleine eigen kerk aan de Kanaalstraat. In 1919 werd op dezelfde plaats het huidige kerkgebouw in gebruik genomen. 

Orgelgeschiedenis te Bedum
1867: Het orgel werd in 1867 gebouwd door de orgelmaker N. A. G. Lohman te Assen. In 1866 werd met de voorbereiding begonnen. Men informeerde eerst naar het orgel in Hervormde kerk te Middelstum dat f. 6000, - gekost had. Na informatie bij de orgelmaker N. A. G. Lohman te Assen, bleek dat deze voor f. 2050, - een orgel kon leveren. Lohman leverde een éénklaviers orgel, waarvan de dispositie niet bekend is; wel leverde hij drie registers meer dan het oorspronkelijk geplande aantal. Schilderwerk en het maken van een orgelbalkon kwamen voor rekening van de opdrachtgever. Het contract met Lohman werd 25 mei 1866 getekend. De ingebruikname was op 12 december 1867 (01). In 1872 werd een nieuw kerkgebouw in gebruik genomen waarin het orgel een plaats vond. Nadat D.G. Dik reeds in 1872 sterkere ventielveren had aangebracht, ging het onderhoud over naar R. Meijer uit Veendam, die twee jaar later een reparatie uitvoerde voor f. 400,-. Vanwege de bouw van een grotere kerk stelde hij in 1878 voor het instrument te herstellen en uit te breiden met twee registers en een tweede klavier; de kosten zouden samen f. 1700,- bedragen. Het plan ging niet door. In 1882 werd het orgel nagezien door J. Doornbos orgelmaker te Groningen en voor f. 1000, - gerepareerd en van een tweede klavier voorzien (02) In 1921 werd een nieuw orgel aangekocht van de firma Gebr. Rohlfing te Osnabrück (03). Het oude orgel werd verkocht aan de Gereformeerde gemeente te Roden (04). (11)

Het Lohman-orgel te Bedum

1921:  In Roden, waar men twee jaar tevoren de nieuwe kerk in gebruik had genomen, zocht men een passend pijporgel en voor f. 1750,- werd door bemiddeling van orgelhandelaar Huizinga in Groningen het te Bedum overbodig geworden Lohman-orgel aangeschaft. Het werd in Roden geplaatst door orgelstemmer H. Thijs (voortzetter van het bekende bedrijf van de firma Van Oeckelen) voor ruim 450 gulden. Over de ingebruikneming meldde het Algemeen NIEUWS- en ADVERTENTIEBLAD voor Westerkwartier en Omstreken van 25 juni 1921:
"R o d e n Zondagmorgen 20 juni werd het orgel in de Geref.Kerk alhier in gebruik genomen. ‘t Was een genot te luisteren naar de schoone samenklank der toonen. De muziek is zo krachtig, dat het "zakken" voorbij is, anders nagenoeg niet te voorkomen. Het orgel deugdelijk in elkaar gezet door den heer Thijs van Haren, is een sieraad voor de kerk".
Bij deze werkzaamheden verving Thijs vermoedelijk ook een aantal pijpen door nieuwe van zink (later "slecht loodgieterswerk" genoemd).Het instrument werd in Roden op 20 juni 1921 in gebruik genomen.
Voor de plaatsing van dit orgel zal men een harmonium hebben gebruikt ter ondersteuning van de gemeentezang. Nadien had Thijs het onderhoud tot 1932 toen de firma Holtman en Leemhuis dit werk overnam tot 1938 (05). (11)

1 juni 1921: geldlening nieuw orgel
7 juli 1921: hulp orgelbespelers
5 januari 1922 instructie orgelbespelers


Foto (18) De vorige foto of bovenstaande moet incorrect zijn. Beide fronten tonen weinig overeenkomsten

De dispositie in 1939 was volgens een notitie van orgelmaker Mense Ruiter als volgt:

Manuaal I   Manuaal II   Pedaal:
Bourdon 16 vt Holpijp 8 vt aangehangen
Prestant 8 vt Viola di Gamba 8 vt  
Holpijp 8 vt Prestant 8 vt disc.  
Octaaf 4 vt Octaaf 4 vt  
Open fluit 4 vt Fluit 4 vt  
Quint 3 vt Octaaf 2 vt  
Octaaf 2 vt Hobo 8 vt  
Trompet 8 vt      

1947
: In 1946 bleek ingrijpend herstel nodig; de Groninger organist Carel Opten stelde daartoe een jaar later een restauratieplan op ten bedrage van f. 2615,- . Dit plan voorzag in een algehele verbetering van alle orgeldelen die na verloop van tijd aan reparatie toe waren. De toestand van het instrument was echter dusdanig slecht, dat de werkzaamheden van L. Rinkema en Mense Ruiter na de nodige strubbelingen en tegenvallers uiteindelijk pas in 1949 werden afgesloten voor een bedrag van f. 5668,26. Daar was dan wel bij inbegrepen de plaatsing van de Bourdon 16 vt op een pneumatische lade, zodat dit register nu ook als zelfstandig Pedaalregister dienst kon doen. Op Manuaal II verscheen een Voix Celeste 8 vt (vanaf c), terwijl de discant van de Octaaf 2 vt werd voorzien van nieuwe pijpen ("niet van nieuw, doch wel van prima materiaal gemaakt. Ze zijn speciaal voor dit doel in de werkplaats van de heer Ruiter vervaardigd"); de Prestant 8 vt disc. en de Hobo 8 vt keerden daar niet terug. Er werd ook een windmotor geplaatst op de zolder van de kerk. (11)
Van der Kleij: Ook kwam er een nieuwe tremulant en men verplaatste de Bourdon 16’ van het hoofdwerk naar het pedaal zodat deze nu vrij kon spreken. De totale kosten bedroegen f. 6822, 50. De in gebruikname vond plaats op 15 juli 1949 met een concert door Carel Opten (06). De dispositie van het orgel was hierna:

Onderstaande dispositie is afgeleid uit het archief van W.D. van der Kleij en suggereert meer werkzaamheden dan in de opsomming hierboven, die grotendeels afkomstig is uit informatie van Victor Timmer uit Leek. (11)

Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Holpijp 8' Bourdon 16'
Bourdon 16' Viola di Gamba 8'    
Holpijp 8' Voix Celeste 8'    
Octaaf 4' Octaaf 4'    
Open Fluit 4' Fluit 4'    
Quint 1 1/3' Octaaf 2'    
Octaaf 2'        
Trompet 8'        
Frontpijpen half zink half orgelmetaal. Tremulant. Het systeem van het Pedaal is pneumatisch. Het onderhoud was hierna voor L. Rinkema en Mense Ruiter (07).

1968/1969



Foto http://www.kerkeninbeeld.nl 

Advies door de Orgelbouwcommissie in 1969. (15)
In de zestiger jaren verslechterde de toestand weer dusdanig, dat een grondige restauratie dringend nodig bleek. Men bezon zich allereerst op de mogelijkheden tot restauratie van het bestaande instrument. Hiervoor werd door Mense Ruiter geraadpleegd, die deze gedachte verwierp, omdat ieder bedrag hiervoor weggegooid geld zou zijn. Men verkoos toen uiteindelijk over te gaan tot de bouw van een nieuw orgel. Of het bestaande instrument werkelijk zo slecht was en van zo weinig waarde, dat herstel weinig zinvol werd gevonden ? In die tijd was de appreciatie van instrumenten uit de tweede helft van de vorige eeuw beduidend minder dan tegenwoordig. De vraag: "restaureren of niet" zou daardoor wellicht een andere uitkomst hebben opgeleverd als deze nú had moeten worden beantwoord. Hoe dan ook: men koos voor de aanschaf van een ander orgel. Aanvankelijk dacht men dat gebruik van het bestaande front of andere goede onderdelen van het Lohman/Doornbos-orgel nog mogelijk zou zijn (en daarmee kostenbesparend). Het zou uiteindelijk een geheel nieuw instrument worden. De orgelcommissie ging eerst van een bedrag, die men had geschat op ca. f. 35. 000. Van de grondigheid waarmee de toenmalige orgelcommissie te werk ging getuigt nog het lijvige en goed onderbouwde rapport uit 1969, waarin zij niet alleen een advies gaf, maar ook van haar handel en wandel (in het land) verslag deed: men bezocht een aantal orgelmakerswerkplaatsen en bezag, bespeelde en beluisterde een aantal pijporgels van de betreffende orgelmakers. Uiteindelijk koos men voor een offerte ( f. 57000,-) van de firma Pels en Van Leeuwen voor een instrument met 18 stemmen, welke in zoverre kostenbesparend was , doordat een viertal Hoofdwerkregisters met behulp van transmissies gedeeltelijk werd ontleend aan Pedaalstemmen; zonder deze kunstgrepen had een dergelijk instrument zeker f. 70000,- moeten kosten. Het oude orgel werd voor f. 1000,- ingenomen en zal ongetwijfeld zijn gesloopt. De firma Pels & Van Leeuwen ontstond in 1972 door samenvoeging van twee reeds lang bestaande bedrijven: dat van de firma Pels - welke haar werkterrein vooral op het katholieke erf had - met dat van Willem van Leeuwen Gzn, welke een protestantse klantenkring had. Laatstgenoemde orgelmaker behoorde tot diegenen welke na de oorlog weer instrumenten met mechanische sleepladen gingen bouwen, geschoeid op klassieke (barokke) geest. Daarbij maakte men wel gebruik van moderne materialen (zoals kunststof) en constructies, waarmee men dacht de gevolgen van onvermijdelijke veroudering, slijtage en het gebruik van moderne verwarmingssystemen beter te kunnen weerstaan dan met traditionele materialen als hout en leer . Een gedachtengang welke achteraf gezien onjuist blijkt te zijn ! Ook had men een duidelijk en zeer helder klankbeeld voor ogen. Dit soort instrumenten wordt tegenwoordig wel betiteld als: neo barok. Het orgel voor Roden paste in dit genre met kunststof slepen en dito mechaniekdelen , zwevende mechanieken, de slepenafdichting met telescoophulzen, een strakke (zo niet starre) windvoorziening, een klankbeeld waarin boventonen sterker waren geprononceerd dan de ‘grond’ en een tweede manuaal (uitgevoerd als borstwerk) op 2-voets basis. (08) (11)
De dispositie van dit opus 741 was als volgt:

Hoofdwerk. C - g3 Borstwerk. C - g3 Pedaal. C - f1
1. Prestant 8’ 9. Roerfluit 8’ 15. Subbas 16’
2. Holpijp * 8’ 10. Koppelfluit 4’ 16. Gemshoorn 8’
3. Octaaf 4’ 11. Prestant 2’ 17. Koraalbas 4’
4. Spitsfluit * 4’ 12. Quint 1 1/3’ 18. Fagot 16’
5. Sesquialter ** 2 st. 13. Cymbel 2 st.    
6. Octaaf * 2’ 14. Dulciaan 8’      
7. Mixtuur 3 st.        
8. Trompet * 8’        

* deze registers zijn transmissies C - f van repectievelijk nr. 15, nr. 16. nr. 17 en nr. 18. Ieder register heeft een eigen sleep en voor de transmissie komen twee overeenkomstige gaten uit op één pijp met een terugslagklepje. ** vanaf a. Systeem sleepladen met mechanische tractuur; tremulant op het Borstwerk; schakelaarwind met contactslot. Koppelingen: Pedaal-Hoofdwerk; Pedaal-Borstwerk; Hoofdwerk-Borstwerk (09).
De windvoorziening werd gevormd door een kleine magazijnbalg met regulateurs en er waren beweegbare ladebodems.

Het orgel werd 4 september 1970 in gebruik genomen met een orgelbespeling door Piet van Egmond, organist te Amsterdam

Het programma luidde als volgt:
  1. Openingslied Psalm 100: 1, 3 en 4. (Met begeleiding van harmonium).
  2. Welkomstwoord door Dr. A. G. Luiks.
  3. Overdracht orgel aan de kerkenraad door de voorzitter van de orgelcommissie.
  4. Samenzang Psalm 89: 7 en 3. (Met begeleiding van het nieuwe orgel).
  5. Toelichting over het nieuwe kerkorgel door de heer R. van Rumpt, namens de Firma Pels en van Leeuwen te Alkmaar.
  6. Orgelbespeling door de heer Piet van Egmond te Amsterdam.
  7. 2e Orgelconcert in Bes-dur George Friedrich Handel
    Andante maestoso
    Allegro
    Adagio
    Allegro
    2. Voluntary in a-klein John Stanley
    3. Grand Choeur alla Haendel Alexandre Guilmant
    4. Partita octavi toni super ,,Veni Creator" Gabriël Verschraegen
    5. Improvisatie Piet van Egmond

  8. Slotwoord door Ds. R. Petersen.
  9. Slotzang Psalm 150: 1, 2 en 3 (oude berijming). (10).
1978: Pels & Van Leeuwen verplaatst het orgel – in het kader van de verbouwing van de kerk tot wat die nu is – naar de tegenoverliggende wand (de vroegere kanselwand). Het werd daar ongewijzigd opgesteld op een nieuw balkon. Aanpassingen van de intonatie aan de sterk gewijzigde akoestische verhoudingen vonden daarbij slechts in beperkte mate plaats. Het instrument bleef ook nadien in onderhoud bij Pels & Van Leeuwen. (11)


Foto Reliwiki

1998: Bijna 30 jaren intensief gebruik laten ook een orgel niet onberoerd. Er treedt slijtage op, terwijl bij langdurig gebruik als minder geslaagd ervaren aspecten van constructie en klank steeds meer kunnen gaan irriteren. Bovendien zijn ook de gebruikseisen en de muzikale smaak aan verandering onderhevig.
De orgelcommissie signaleerde in 1994 als grootste knelpunten:
Doelstellingen voor een herstelplan waren het verkrijgen van een weer probleemloos werkend instrument, dat in muzikaal opzicht beter bruikbaar zou zijn en ook beter zou moeten klinken.

In deze fase werd de Orgelbouw Adviescommissie van de Gereformeerde Kerken in Nederland gevraagd mee te willen werken aan het bereiken van een bevredigende oplossing van de problemen. Op basis van het advies, namens deze adviescommissie uitgebracht door Anco Ezinga (Haren) en Victor Timmer, werden drie firma’s benaderd voor een offerte. Na grondige analyse en vergelijking werd uiteindelijk gekozen voor het (later iets gewijzigde) plan van de firma Van der Putten & Veger te Winschoten.

Deze orgelmakers hebben zich in de korte tijd sinds de oprichting van hun bedrijf in 1989 een zeer goede naam verworven, zowel met betrekking tot restauraties en renovaties , als ook bij nieuwbouw. Zo vervaardigden zij met name een vijftiental ingenieus geconstrueerde en heel compact gebouwde – maar toch zeer goed klinkende – kistorgels. Een interessant project is de bouw binnenkort van een groot orgel in de stijl van het midden van de 17de eeuw voor een kerk in Bremen (BRD). Sinds kort is het bedrijf, waar momenteel vier mensen werkzaam zijn, gevestigd te Finsterwolde.

Bij het plan voor Roden stond voorop dat eventuele wijzigingen moesten sporen met het karakter van het soort instrumenten dat Pels & Van Leeuwen omstreeks 1970 bouwde. Om die reden werd bijvoorbeeld dan ook afgezien van het voorstel de windvoorziening te verbeteren door het plaatsen van spaanbalgen (hoewel de goede resultaten daarvan door Van der Putten & Veger elders overtuigend zijn aangetoond) .

Ook werden de flexibele westaflex-conducten naar afgevoerde pijpen gehandhaafd.

De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd:

Foto Reliwiki

Deze ingrijpende renovatie - uitgevoerd in een goed overleg met de orgelcommissie en de beide adviseurs - heeft geleid tot een instrument, dat weer betrouwbaar kan functioneren. Belangrijk is ook dat het, zonder te verloochenen door wie het gebouwd is en in welke tijd, op basis van de mogelijkheden die het altijd al in zich had, beduidend aan klankkwaliteit heeft gewonnen. Daarbij is niet alleen van belang geweest de verbetering van de intonatie als zodanig, maar zeker ook de betere aanpassing aan de ruimte waarin het orgel tot klinken moet komen. (11)
Het orgel werd op 24 september 1998 weer in gebruik genomen. Deatils over de restauratie en het ingebruiknameprogramma zijn te vinden in het ingebruiknameboekje. (14) In het boekje zijn ook gegevens te vinden over de orgelcommissie, eerdere orgels en organisten.

Huidige dispositie:

Manuaal (C – g’’’) Borstwerk (C – g’’’) Pedaal (C - f')
Prestant 8’ (transm., zie eerder) Prestant 4’ Subbas 16'
Holpijp 8’ Roerfluit 8’ Gemshoorn 8'
Octaaf 4 ‘ Koppelfluit 4’ Koraalbas 4'
Spitsfluit 4’ (transm., zie eerder) Spitsfluit 2’ Fagot 16'
Quint 2 2/3’ Sesquialter 2 sterk    
Octaaf 2’ (transm., zie eerder) Dulciaan 8’    
Mixtuur 3 sterk        
Trompet 8’ (transm., zie eerder)        


Samenstelling Mixtuur HW:
C c c’ c’’ c’’’ g’’’
1 1/3 1 1/3 2 2 2/3 4 4
2/3 1 1 1/3 2 2 2/3 2 2/3
1/2 2/3 1 1 1/3 2 2


Samenstelling Sesquialter BW:
C c a
2/3 1 1/3 2 2/3
2/5 4/5 1 3/5


2006: Het orgel van de gesloten kerk te Nieuw-Roden is nu verplaatst naar de Gereformeerde kerk. (12)

Foto : Wim Boer (13)


Bronvermelding:

  1. AGGB. Notulen kerkeraad. 22-2-1866; 22-3-1866; 23-4-1866; 30-11-1866; 19-2-1867; 12-9-1867. Een inteke-ning bracht f. 1400, - op. De kerkeraad zou bijdragen voor het resterende bedrag f. 6oo, -. Lohman blijkt geldgebrek te hebben daar hij steeds om een extra bedrag vraagt buiten de termijnen van het het bestek. In de verg. van 14-10-1867 besluit men het orgel aan de zijkant met schotten dicht t maken en een kostenbegroting voor het aanbrengen van "vleugels" aan het orgel.
  2. Idem. verg. 1-4-1872; 22-7-1872: Meijer stelde een verbetering voor die f. 1700, - zou gaan kosten. Men keurde echter dit voorstel af. Idem verg. 11-9-1882: rep. f. 300, -; 2e klavier f. 500, -. 17-1884: Doornbos krijgt f. 200, - extra.
  3. Nb. Rohlfing. Het orgel (1920-1921)20. In 1979 nb. Pels-Van Leeuwen met behoud front
  4. Idem verg. 2-6-1921. Het orgel werd verkocht voor f. 1750, -(10% korting voor de orgelhandelaar Huizinga te Groningen voor zijn bemiddeling).
  5. Algemeen Nieuws en Advertentieblad Westerkwartier en Omstreken van 25-6-1921 Roden Zondagmorgen 20 juni werd het orgel in de Geref. kerk alhier in gebruik genomen. "t Was een genot te luisteren naar de schoone samenklank der toonen. De muziek is zoo krachtig, dat het "zakken" voorbij is, anders nagenoeg niet te voorkomen. Het orgel deugdelijk in elkaar gezet door den Heer Thijs van Haren, is een sieraad in de kerk. AGGR. Kasboeken. Thijs plaatste het orgel voor f. 447, 35. Voor arbeiders werd f. 45, - betaald. Totale kosten dus f. 2245, 35. De onderhoudsposten bedroegen gemiddeld f. 20, - per jaar. Voor Holtman en leemhuis f. 25, - per jaar.
  6. AGGR. Stukken over rep. orgel 1946-1949. Carel Opten: 20-3-1946; 27-3-1947; 14-7-1949. L. Rinkema: 14-7-1949 en 8-8-1949. Hieruit blijkt dat Mense Ruiter samenwerkte met L. Rinkema te Aduard.
  7. De dispositie is door ons in de jaren zestig opgenomen.
  8. AGGR. Rapport Orgelcommissie 30-6-196(15 pag. ). [w. g. ]C. Bezuijen, voorz; P. Notenbomer, secr. ; J. L. Mulder, organist van de Geref. kerk; S. A. Winter, org. ; W. Jongsma, org. ; R. J. J. Hartholt, org. ; J. H. v. Cimmenae-de, org.
  9. Contract opgemaakt door de firma Pels-Van Leeuwen en getekend 21-12-1969. Bijlage 1.
  10. Programma ingebruikname 4-9-1970.
  11. Informatie uit een E-mail van Victor Timmer d.d. 10 april 2001 17:56
  12. E-mail van Wim Boer d.d. 7-11-2006
  13. E-mail Wim Boer d.d. 28-01-2011
  14. Ingebruiknameboekje verkregen via Wim Boer
  15. Orgelbouwadvies uit 1969 verkregen via Wim Boer
  16. Tijdschrift: Het Orgelblad 1971-03
  17. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Roden,_Helterbult_20_-_Op_de_Helte
  18. www: Orgeldatabase Piet Bron


Bijlage 1.

AGGR. Stukken nieuwbouw orgel 1970.

Aan de Kerkeraad der Gereformeerde Kerk.
p. a. de Weledele Heer C. Bezuyen,
Acacialaan 16, Roden.

Alkmaar 31-12-1969.
Aanbieding. Dispositie en omschrijving van een tweeklaviers mechanisch orgel voor de Gereformeerde Kerk te Roden.

  Aantal pijpen
Dispositie Front tin gepolijst Tin Tin Tin Koper Oregon Pine Totaal
  75% 75% 40% 30%      
Manuaal I Hoofdwerk c-g''' 56 tonen              
1. Prestant 8’ 16 40 - - - - 56
2. Holpijp 8' C-f transm. Gemshoorn Pedaal - - - 38 - - 38
3. Octaaf 4' 7 - 49 - - - 56
4. Spitsfluit 4’ C-f transm. Gemshoorn Pedaal - - 38 - - - 38
5. Sesquialter IIvanafa - 70 - - - - 70
6. Octaaf 2’ C-f transm. Koraalbas Pedaal - - 38 - - - 38
7. Mixtuur III - 168 - - - - 168
8. Trompet 8’ C-f transm. Fagot 16' Pedaal - - 38 - - - 38
Manuaal II Borstwerk C-g''' 56 tonen              
9. Roerfluit 8’ - - - 44 - 12 56
10. Koppelfluit 4’ - - 56 - - - 56
11. Prestant 2’ - 56 - - - - 56
12. Quint 1 1/3’ - - 56 - - - 56
13. Cymbel II - 112 - - - - 112
14. Dulciaan 8’ - - 56 - - - 56
Pedaal C-f1 30 tonen              
15. Subbas 16’ - - - 6 - 24 30
16. Gemshoorn 8’ 12 - 18 - - - 30
17. Koraalbas 4’ - 30 - - - - 30
18. Fagot 16’ - - 6 - 24 - 30

Totaal:

35 446 385 88 24 36 1014

Koppelingen: Pedaal Hoofdwerk, Pedaal-Borstwerk, Hoofdwerk- Borstwerk
Tremulant op Borstwerk
Schakelaar wind met Contactslot
Kas en front volgens tekening nr. 4687 uitgevoerd in Mahoniehout.
Prijs: f. 57. 000,  b. t. w. 12% f. 6. 840,  f. 63. 840, --
(ZEGGE; DRIE EN ZESTIGDUIZEND ACHTHONDERD EN VEERTIG GULDEN).

De genoemde prijzen zijn gebaseerd op de C. A. O. voor het Orgelbouwbedrijf ingaande 1 april 1969 en artikel 4 van de overeenkomst is niet van toepassing, indien opdracht uiterlijk 18 januari 1970 zal zijn verleend.

In genoemde prijzen is begrepen: De opstelling in de kerk; de reiskosten van het personeel; de vrachtkosten van de onderdelen.

In de genoemde prijzen is niet begrepen: de kosten van aanleg en levering van electrische leidingen en magneetschakelaar voor de windmachine; eventuele hak-, breek-, metsel-, timmer-, schilder-, en beeldhouwwerken, alsmede wijziging of aanpassing van galerij of balustrade e. d. ; verblijfkosten van het personeel gedurende de werkzaamheden in de kerk. Hiervoor kan worden volstaan met een onderkomen bij gemeenteleden, niet te ver van de kerk(ca. 5 weken voor 2 man, dus ca. 50 pensiondagen).

Levertijd: vijf-en-een-halve-maand na opdracht en ontvangst der eerste termijnbetaling.

Garantie: gedurende 10 jaar, mits het orgel tenminste éénmaal per jaar door ons wordt gestemd en gecontroleerd, tegen het geldende tarief.

Algemene Condities: Zie aangehecht leveringscontract alsmede:
A. Tijdens de bouw in Alkmaar en Roden zijn alle werktekeningen ter inzage aan de door de Kerkeraad benoemde orgelcommissie.
B. Eventueel vertraagde betaling van termijnen zal niet langer dan 3 maanden na datum plaatsvinden en opdrachtgever zal hiervoor acceptwissel afgeven aan orgelbouwer.
C. Het oude orgel zal worden overgenomen voor f. 1000, -- na demontage door opdrachtgever, waarbij opdrachtgever het recht behoud delen zelf te behouden, waarna genoemd bedrag na rato zal worden verlaagd. Indien het de opbrengst van loden en tinnen pijpen of windmachine betreft.

Technische omschrijving. Het orgel wordt van de beste, uitsluitend nieuwe materialen en onderdelen vervaardigd.

Niet toegepast worden: vuren- en grenenhouten stellingen, orgelkast en pijpen; triplex voor orgelkast en/of pijpenstokken; zink of andere minderwaardige materialen voor het pijpwerk, ijzeren schroeven.

Orgelkas en front: De orgelkast zal worden uitgevoerd in eerste klasse natuurgedroogd mahoniehout, volgens ontwerptekening no. 4687. Alle frontpijpen worden in natuurlijke lengte van ingedrukte labia voorzien, vervaardigd van orgelmetaal met een tingehalte van 75%, om ook na jaren uiterlijke fraaiheid van het instrument te behouden. De stellingen en verdere betimmeringen als liggers, regels enz. worden van eerste soort Oregon Pine vervaardigd en gevernist.

Klaviatuur: Deze zal in de voorkant van het orgel worden geplaatst; de ombouw en orgelbank worden van gelijke houtsoort gemaakt als de orgelkast; de windvoorziening is afsluitbaar met een contactslot. De ondertoetsen worden belegd met dik ivoor, de boventoetsen met ebbenhout.

Windladen: De sleepladen worden, voor wat de ramen, dammen en pijpenstokken betreft van rechtdradig gelijkmatig gedroogd redwood gemaakt. De bodems en dekken worden van gegarandeerd trekvrij en watervast verlijmde mahonieplaat, de toebehorende delen als pijpenroosters, pijpenhangers etc. worden eveneens van genoemde mahonieplaat of massief mahonie gemaakt. De van het trekvrije materiaal DARVIC vervaardigde slepen schuiven onder verende concentrische sleepaandrukkers, terwille van een natuurlijke klankontwikkeling. Bij wisselende temperatuur blijven de slepen licht schuiven en wordt, bij lange levensduur bijspraak uitgesloten. De ventielen worden van lichtgewichthout red cedar vervaardigd. Zij worden met vilt en leder belijmd; het draadwerk(veren, aanhangdraden, pulpeten etc. )zal worden vervaardigd met fosforbrons en vertind koperdraad. De constructie der windladen en de verwerking der genoemde houtsoorten is gebaseerd op onze jarenlange ervaring in de tropen en deze kunnen wij dan ook onvoorwaardelijk garanderen, ook in met hete lucht verwarmde ker-ken. Bijzondere aandacht z\zal worden besteed aan de verwerking van houtoorten die ongevoelig zijn voor worm-, vocht en temperatuursinvloeden.

Mechaniek: Zowel wellenramen, wellenborden, alsmede hangers, liggers en regels worden van metaal of eerder-genoemd watervast verlijmde mahonieplaat vervaardigd om ontwrichting of ontstelling van het mechaniek te voorkomen. De wellen worden van lichtmetaal vervaardigd, alle draaipunten worden, om geruisloosheid en grotere duurzaamheid te bevorderen, van slijtvaste kunststofbevvoering voor-zien. Het mechaniek wordt voorzien van een vrijzwevende tractuur(automatische nastelinrichting).

Pijpwerk: Om een homogeen geheel te verkrijgen en de gewenste intonatie te bevorderen worden de pijpen in eigen pijpenmakerij vervaardigd van de bij de dispositie vermelde materialen. Zij zullen een wand van voldoende dikte hebben, terwille van een vaste toon en duurzaamheid. Het tingehalte is in overeenstemming met de voor ieder register benodigde verhouding. De houten pijpen worden van Oregon Pine vervaardigd. Kerns en stoppen worden van kopshout gemaakt, de stoppen worden met zwaar vilt en leder beplakt, waardoor een goed sluiten gewaarborgd wordt. De voeten, grepen en voorslagen worden gemaakt van eikenhout; in de voeten wordt waar nodig, een windregeling ingebouwd. Inwendig worden de pijpen met lijmsaus bestreken en uitwendig blank gelakt. De einden der pijpen zijn met schroeven extra verstevigd.

Windvoorziening: De windmachine van het fabrikaat MEIDINGER voor aansluiting op 3 fasenstroom 220/380 volt, 50 perioden per seconde, zal worden geplaatst in een geluiddempende, dubbelwandige kist. De verbinding met het orgel geschiedt met een elastisch verbindingsstuk. In het orgel wordt een magazijnbalg en regulateurbalgen aangebracht, die in de laden worden geplaatst om een rustige wind te verzekeren. De magazijnbalg wordt vervaardigd van massief mahoniehout, voor wat de zijden, vouwen en het raamwerk betreft. De zijden worden verlijmd met een zwaluwstaartverbinding, terwijl deksels en bodems worden gemaakt van eerdergenoemd watervast verlijmde mahonieplaat. Alle scharnierpunten worden met dubbel leder beplakt en voorzien van koordscharnieren; inwendig worden zij met lijmsaus bestreken en uitwendig blank gelakt. De windtoevoer wordt automatisch geregeld met dubbelwerkende ventielen volgens eigen constructie. De windkanalen die gelegd worden vanuit verdelingskanalen van mahonieplaat, zijn van ronde flexibele of plastic buis.

Intonatie: De intonatie van het instrument zal op artiestieke wijze op een niet te hoge winddruk worden uitgevoerd. In het pijpwerk worden geen kernsteken aangebracht, terwille van een fris-se, boventoonrijke klank, die iedre register tot volle waarde doet uitkomen, waarbij voor vermoeiende scherpte of opdringerigheid wordt gewaakt en snelle correcte aanspraak wordt nagestreefd. Bijzonder aandacht zal worden besteed aan de verhouding bas-discant, zodat ook het "volle werk" een rijk en boeiend karakter zal dragen. Voor deze intonatie laten wij ons leiden door de heldere, warme en kleurige klank van de Nederlandse orgelbouw van vóór 1850. Hierbij wordt gestreefd naar ver-scheidenheid en harmonieus samengaan der verschillende stemmen en aanpassing aan de grootte en de sfeer van de ruimte, waarin het orgel geplaatst wordt. De toonhoogte zal 440 Hz. bij 150C. zijn.

Mensuren: De mensuren zijn naar de ruimteverhoudingen en naar de dispositie op wetenschappelijk gefundeerde wijze berekend, opdat een volledig slagen van het werk gewaarborgd wordt. Dit geldt ook voor de samenstelling der vulstemmen. Het orgel wordt zodanig ingericht, dat men voor het stemmen enz. overal gemakkelijk bij kan komen.

Contract getekend 21-12-1969. Firma Pels & Van Leeuwen.

[w. g. ] Van Rumpt.