Schoonoord, Gereformeerde kerk

Kerk
De kerk werd gesticht op 18 mei 1873. Het kerkgebouw stamt uit 1913.

Foto Geert Jan Pottjewijd

Orgel

Voorgeschiedenis: In de eerste jaren zal men gebruik hebben gemaakt van een voorzanger. In 1895 werd ene Schuil hiervoor aangesteld. (02)

1905: Er wordt een tweedehands orgel (Zeer waarschijnlijk een harmonium GJP) aangeschaft. Vooraf werd er eerst door de kerkenraad behoorlijk gediscussieerd. Niet zozeer het orgel zelf stond ter discussie, maar meer de manier waarop het orgel was aangeschaft.
Hendrik Wieten had namelijk - volgens eigen zeggen met medeweten van in ieder geval ds. Diemer - het orgel voor ƒ 80,- aangekocht ten behoeve van de gemeente.
Diemer zei van niets te weten en dus werd besloten het niet te kopen. Na veel heen en weer gepraat, werd het toch aangekocht voor het gevraagde bedrag.
De eerste organist was de koper van het orgel, Hendrik Wieten.  (02)


10 juli 1905




18 juli 1905

1910: Bij het vertrek van Hendrik Wieten in 1910 naar Nieuw-Amsterdam werd besloten Anje Kalsbeek te vragen het orgel te bespelen.  (02)


Kerkenraad 30 maart 1910

1913: Waarschijnlijk bespeelde zij ook het nieuwe orgel (Zeer waarschijnlijk weer een harmonium GJP) in de nieuwe kerk. De kerk werd op 3 augustus 1913 in gebruik genomen. Het orgel werd gefinancierd door middel van renteloze aandelen ter waarde van ƒ 5,-, waarvan er jaarlijk twee werden uitgeloot.  (02) 16 maart 1915

1915: In 1915 bood een niet bij name genoemde schipper aan te bemiddelen in het verkrijgen van een front voor het orgel voor ƒ 25,-. Dit voorstel werd afgewezen, aangezien het te duur was. Orgelspelen gebeurde in het begin letterlijk en figuurlijk pro Deo. In 1913 is voor het eerst sprake van een passend cadeau voor de organiste (naam niet vermeld, maar vermoedelijk Anje Kalsbeek) ter waarde van ƒ 4,30. Om de twee jaren kreeg de organiste een cadeau, oplopend in waarde tot ƒ 18,50 in 1917.  (02)


1920: Rond dit jaar zal Anje Kalsbeek zijn gestopt met orgelspelen en zijn opgevolgd door haar zuster Rika Kalsbeek. Naast een meer persoonlijk cadeau kreeg Rika in 1922 een nieuw psalmboek voor het orgel.  (02)

1925: Er werd voorgesteld en goedbevonden het voorspel voor de kerkdienst vijf minuten voor het begin te stoppen. Vanwege haar huwelijk stopte Rika Kalsbeek in april 1926 eveneens als organiste. Voorgesteld werd om haar zuster Fem Kalsbeek als organiste te vragen, hoewel de kerkenraadsleden zich realiseerden, dat zij met het oog op haar jonkheid het misschien niet aan zou durven. Zij deed het echter wel, zodat meester Warmels niet hoefde te worden gevraagd. Rika Kalsbeek kreeg als dank van de gemeente een nikkelen koffiepot met theelichtje. (02)

1928/29: Aanschaf van een nieuw pijporgel van Verschueren.  Het orgel werd geplaatst door Joh. Meek uit Assen. Misschien betreft het een ouder instrument.
Nadat sinds 1928 diverse mogelijkheden waren bekeken (w.o. een 2e-hands orgel uit een Rooms-katholieke kerk te Abcoude), werd in 1929 toch een nieuw orgel aangeschaft. Een zes man sterke orgelcommissie - bestaande uit de kerkenraadsleden Gerardus Vroom en Johannes Kalsbeek en de lidmaten Lukas Vos, Jan Lamberts, Pieter Cazemier en Albertus Oving Hz. - moest zorg dragen voor een goed verloop van de aankoop en installatie. De prijs was nogal hoog, maar het orgel werd op dezelfde wijze gefinancierd als het orgel uit 1913: door middel van renteloze aandelen. (02)


Op 12 oktober 1928 is in de kerkeraadsnotulen de eerste aanzet om een pijporgel aan te schaffen te vinden.
Op 20 november 1928 wordt besloten een orgelcommissie in te stellen en naar een orgel te gaan kijken bij Meek in Assen.
Op 4 december 1928 wordt een gemeenteavond gepland op 11 december voor het bespreken van de plannen voor aanschaf van een pijporgel
Op 19 maart 1929 wordt een aanbod van Pels & Zn. besproken en komt een cadeau voor de organisten aan de orde.
Op 22 april 1929 wordt besloten dat Dhr. Meek uit Assen en dhr. Kalsbeek gaan orgels bezoeken in Schoonhoven en Rotterdam.

23 mei 1929 Er wordt op 29 mei a.s. een mansledenvergadering gehouden om te overleggen over de aanschaf van een orgel

7 juni 1929 De mansledenvergadering van 29 mei heeft besloten dat door gegaan kan worden met de plannen voor het orgel. Via lijsten zal worden geïnventariseerd wat de gemeenteleden over hebben voor de aanschaf van een orgel.
24 juni 1929 De kerkenraad wil graag doorgaan met de aanschaf van een pijporgel, maar de inventarisatie heeft nog niet genoeg zekerheid opgeleverd voor een goede financiering.
9 augustus 1929 Een nieuwe lidmatenvergadering voor de aanschaf van een orgel wordt besloten.

26 augustus 1929 valt het besluit tot aanschaf van een pijprogel.
30 september 1929 Bij de ingebruikname zijn de zitplaatsen vrij. De collecte wordt bestemd voor het orgelfonds.

23 oktober 1929 Vroom en Kalsbeek uit de kerkenraad en 4 personen uit de gemeente worden benoemd in de Orgelcommissie. Op het orgel komt een plaatje met het bouwjaar.

Dispositie:
Manuaal   Pedaal
Prestant 8' C-d1
Roerfluit 8'  
Viola 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Octaaf 2' discant  


193x: Vanaf begin jaren ’30 deed de kerkenraad een poging het werk van de organiste meer te waarderen. Werd voordien zo ongeveer eens in de twee jaar een cadeautje gekocht, in 1931 stelde men vast dat vanwege het feit dat de organiste altijd alles gratis deed, haar jaarlijks een cadeau moest worden overhandigd tot een bedrag van 15 gulden.  (02)

1934: Helaas was de belofte van korte duur en moest Fem Kalsbeek tot 1934 wachten, voordat ze weer een cadeau kreeg ... vanwege haar afscheid als organiste in verband met haar huwelijk. Ze kreeg van de gemeente een ‘schoorsteenmantelgarnituur’. Als vervangsters werden gevraagd Riek Maat en Mien Hogeveen, die beiden de benoeming tot organiste aanvaardden. Gelijk werd tevens de jaarlijkse vergoeding weer afgeschaft.  (02)

1936: Beiden kregen weer een cadeau, nu ter waarde van ƒ 5,- p.p. Het jaar erop vertrok juffrouw Maat en bleef Mien Hogeveen als enige organiste over. In de oorlog kon het orgel regelmatig niet op de normale wijze worden bespeeld, omdat de electrische pomp die de lucht door de pijpen blies door wegvallen van stroom niet werkte. Dit was handmatig op te lossen door iemand gedurende de dienst te laten pompen, wat door de beide oudste zonen van de koster moest gebeuren. Als zij hun taak om welke reden ook even lieten liggen, was dat in de kerk te merken door de valse tonen van het orgel.  (02)

1942: In dat jaar was voor het eerst sprake van een soort jaarlijkse vergoeding van de organiste. Deze vergoeding betrof geen cadeau, maar een bedrag van ƒ 10,- per jaar. Door de oorlogsomstandigheden is dat echter wederom niet echt uit de verf gekomen.  (02)

1947: Mien Hoogeveen trouwde in 1947 met Lippe Scheeringa en vertrok daarop naar Indië. Ze bedankte zodoende als organiste en zou van de kerkenraad een mooi cadeau krijgen. Aangezien niemand van de kerkenraad in staat bleek iets zinnigs te bedenken, kreeg ze een bedrag van ƒ 50,- om daar zelf iets nuttigs voor te kopen. Wilhelmina (Mien) Oving Hd. volgde haar op als organiste. Voor en na de dienst leerde zij haar gelijknamige nicht Wilhelmina (Willy) Oving Ed. de kneepjes van het organistenvak.  (02)

1949: De kerk kreeg te maken met de nieuwe psalmberijming. Vier jaar later stopte Mien Oving wegens huwelijk en werd begrijpelijk haar nicht Willy Oving haar opvolgster.  (02)

1952-1998: Inmiddels was e betalingsregeling uit 1942 weer uit de kast gehaald en kreeg de organiste een regelmatige vergoeding. Willy Oving bespeelde het orgel wekelijks tot omstreeks 1960 en werd opgevolgd door Annie Oving, die tot ca. 1966 bleef spelen. In 1967 kreeg Schoonoord voor het eerst sinds 1910 weer een mannelijke bespeler van het orgel. Eigenlijk twee bespelers, want Roelof Gebben en Berend Prins begeleidden de zang om beurten.
In 1969 werd dit tweetal aangevuld met H. van der Spoel uit Zweeloo, de eerste organist die niet uit de eigen gemeente afkomstig was. Van der Spoel was ook in zijn woonplaats organist en stopte in 1974.
Gebben was toen reeds enige jaren gestopt, zodat tussen 1974 en 1976 voornamelijk Berend Prins de diensten begeleidde. Inmiddels was de vergoeding per dienst opgelopen tot ƒ 7,50. In 1976 stopte ook Berend Prins.
Er waren echter op dat moment geen organisten in Schoonoord; wel volgden diverse kinderen orgellessen. Prins' opvolger werd Henk Fictorie die in 1981 hulp kreeg van Hans Kroeze.
Kort erna kon de gemeente weer organisten uit de eigen gelederen werven, hoewel Kroeze en met name Fictorie (tot 1986) nog jarenlang in Schoonoord bleven spelen.
In de jaren ’80 speelden Harma de Graaf en Margot Prins wekelijks op het orgel. Eindjaren ’8() en beginjaren ’90 waren dat Astrid Ottens, Joan Janssens en Rosita Pot.
Doordat al deze personen elders gingen wonen, moeten sinds enkele jaren weer organisten uit omliggende dorpen worden verzocht de diensten in Schoonoord te begeleiden. Wellicht zal Schoonoord in de toekomst in de persoon van Wilfried Schippers weer een eigen organist krijgen. (02)


Foto Geert Jan Pottjewijd

 

Foto Geert Jan Pottjewijd


Bronvermelding:
  1. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Schoonoord,_Kerklaan_35_-_Gereformeerde_Kerk
  2. Boek: Van "Het zwarte kerkie" tot "de fiene Karke" door C. de Graaf jr. en C. de Graaf sr. 1998
  3. Drents Archief: 0422 - Gereformeerde Kerk te Schoonoord 1. Gereformeerde Kerk te Schoonoord, 1873-1977 Notulen van kerkenraadsvergaderingen, 1873-1974; 4. 1906-1917(oorspronkelijk twee delen),


Foto Geert Jan Pottjewijd


Foto Geert Jan Pottjewijd