Sleen, Voormalige Evangelisatiekapel

Kerk
In de tweede helft van de negentiende en in het begin van de twintigste eeuw werden in Drenthe her en der hervormde evangelisaties gesticht. In de armetierige veengebieden waren het vooral rechtzinnig denkende godsdienstonderwijzers (evangelisten), die zich grote moeite getroostten om in hutten en keten geestelijke en vaak ook materiële hulp te bieden. Ze werden dikwijls uitgelachen en bespot, maar de meesten werkten met onverdroten ijverig door en slaagden erin evangelisatieverenigingen te stichten.
Deze verenigingen bouwden, meestal gesteund door landelijke organisaties, kleine kerken en pastorieën en legden zo de basis voor de latere hervormde gemeenten in de veenkoloniën.
Ze werden afstandsevangelisaties genoemd, omdat deze werden gesticht op moeilijk te bereiken plaatsen. Bekende evangelisten waren Willem de Weerd in Klazienaveen-Noord, Willem Braakhekke in Emmer-Erfscheidenveen, Willem Veldmeyer in Dalerpeel en Hendrik Beek (de Padjesdominee) in Klijndijk.


Foto Alie Stok-Britting. Krommenie (05)

Behalve afstandsevangelisaties waren er ook richtingsevangelisaties, gesticht door verenigingen van rechtzinnig-hervormden, die zich niet konden vinden in de vrijzinnig-hervormde prediking van de plaatselijke kerk. Zij onttrokken zich aan die diensten door met eigen middelen een kerkgebouw te doen verrijzen, waar elke zondag volgens rechtzinnige opvattingen diensten werden gehouden. Vaak onder leiding van een eigen voorganger, een evangelist. De leden van deze evangelisaties bleven in tegenstelling tot de gereformeerden de hervormde volkskerk trouw en scheidden zich niet af. Daardoor betaalden ze behalve de lasten van gebouw en voorganger ook nog mee aan de verplichte kerkelijke belasting van de 'Grote Kerk'.
Niet echter in Sleen! Daar realiseerde dominee Martinus Beversluis (1884-1888) zich heel goed, dat zijn rechtzinnige gemeenteleden zich misschien wel zouden aansluiten bij de in 1876 tot stand gekomen gereformeerde kerk. Daarom ondernam hij in 1887 een volslagen ongewone stap. Hij nam het initiatief tot het bouwen van een lokaal, 'dat voor Zondagsschool of en indien noodig als Evangelisatielokaal dienst kan doen'. Op 22 april van genoemd jaar legde zijn dochtertje Elisabeth de eerste steen van het gebouwtje, dat later als Nederlandse Hervormde Kapel Bethel bekend zou worden. Het was een hoogst merkwaardige onderneming voor een hervormde predikant, maar veel wordt duidelijk als men weet, dat Beversluis rechtzinnige sympathieën had. Hij was medeoprichter van de Nederlandsche Evangelisch Protestantsche Vereeniging (NEPV), die de bouwkosten van het evangelisatielokaal voor haar rekening genomen had en die bovendien het traktement van de in mei 1889 in dienst getreden evangelist A. Stap betaalde.
Er werd een plaatselijke Vereniging voor Evangelisatie Bethel (Huis Gods) gesticht, die een onopvallend bestaan leidde en voortdurend kampte met geldzorgen. Het gebouw moest worden onderhouden en het verstrekte traktement van de evangelist bleek niet voldoende en moest voortdurend worden aangevuld. In 1953 schonk de toenmalige eigenaar, de Vereniging tot Kolportage en Evangelisatie, het gebouw aan de Vereniging Bethel, die nu langzamerhand ging groeien.
Een telkens weerkerend probleem vormde de sacramenten (doop, heilig avondmaal en kerkelijk huwelijk), die alleen door een predikant en niet door de evangelist mochten worden bediend. De Grote Kerk moest dan een consent (bewijs van vergunning) afgeven door het afvaardigen van twee ouderlingen naar de dienst, die geleid werd door een rechtzinnige predikant van elders. Vooral dominee Wim de Weerd (1966-1981) zoon van de al genoemde evangelist, had daarmee grote moeite en hij was dan ook niet altijd tot inschikkelijkheid bereid. Het probleem was opgelost, toen Bethel in 1975 in de persoon van dominee J.L. Couvee een eigen predikant kon aanstellen. Na de intrede van dominee Roelof Hoen in de Grote Kerk in 1982 kwamen besprekingen op gang, die tenslotte resulteerden in het samengaan van beide kerkelijke gemeenten in 1991. De bezittingen van Bethel werden in de volgende jaren van de hand gedaan met als laatste op 11 september 1995 het evangelisatiegebouw.

Foto Geert Jan Pottjewijd

Onder de naam 'De Kapel' begonnen 'Hans en Krijn' hier een zaak in bloemen en wanddecoraties. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, gingen achter deze knapbedachte naam de dames Joke Hans en Hans Krijn schuil.
In 2005 begon Harriët Baas in De Kapel een eigen kapsalon. Ze was jarenlang hier een regelmatige klant geweest en altijd al 'verliefd' op het pand. Het inwendige werd opnieuw ingericht en ook nu werd een knap bedachte naam gevonden. 'Capelli', naar aanleiding van de omschrijving 'per capelli' (voor het haar) op Italiaanse verpakkingen en tevens als verwijzing naar de oorspronkelijke bestemming. Harriët en haar medewerksters zijn trots op het prachtig ingerichte interieur en op het exterieur van 'Capelli', dat zeker in stand moet blijven. Sta er eens een moment bij stil of bekijk het eens van binnen, dit monument van 123 jaar. (03)

Foto Geert Jan Pottjewijd

Algemeen:
De geschiedenis van dit orgel was lange tijd grotendeels onbekend. Toen de hervormde kapel in jaren '80 van de 20e eeuw werd gesloten was al onderkend dat het een oud instrument betrof en werd het verkocht aan de orgelmakerij Reil. Daar heeft het opgeslagen gestaan tot 1996, toen het werd aangekocht door de Hervormde kerk van Kedichem. Tijdens het vooronderzoek voor het restauratieproces kwam langzamerhand onderstaan geschiedenis boven water.

1794: Johan Michael Gerstenhauer, orgelmaker te Monnickendam bouwt voor de Evangelisch-Lutherse gemeente van Medem­blik een "nieuw"orgel. Gerstenhauer maakte voor het binnenwerk van het orgel gebruik van ouder pijpwerk, dat volgens de factuur in de dertiger jaren van de achttiende eeuw moet zijn gemaakt. De Amsterdamse makelaar George Hendricus Broekhuyzen Senior beschreef in zijn dispositieverzameling’, onder M18 Medemblik: Het orgel in de kerk der hersteld luthersche gemeente is afkomstig uit den afgebrande kerk te Zuidhoorn; aldaar geplaatst in ‘t jaar 1794 door L.M. Garstenhouwer, orgelmaker te Monnikendam. Heeft 6 stemmen, een hand­elavier, geen pedaal en twee blaasbalgen.
Prestant  8vt     Roerfluit          4vt        Quint 3vt
Holpijp    8vt      Superoctaaf    2vt        Sexqualter     2st
voorts tremulant en ventil 
(George Hendrieus Broekhuyzen Senior: Orgelbeschrijvingen, handschrift ea. 1850-1862, uitgegeven te Amsterdam, 1986)

1794-1858: In de jaren na 1794 wordt het orgel onregelmatig onderhouden door Gerstenhauer; “voor ‘t stellen van ’t orgel” vinden betalingen van kleine bedragen plaats aan de orgelmaker.
Na het overlijden van Johan Michael Gerstenhauer in 1818, komt het onderhoud van het orgel in handen van Hermanus Knipscheer I, orgelmaker te Amsterdam.
Vanaf het jaar 1819 tot 1834 vindt jaarlijks onderhoud aan het orgel plaats door Knipscheer & Zoon, meestal voor het bedrag van f 7,-.
In de jaren na 1834 vindt het onderhoud met grotere intervallen plaats, tot aan 1858.

1858/1859: In dit jaar besloot de kerkenraad tot de bouw van een nieuwe kerk en een nieuwe pastorie; dit is des te opmerkelijker wanneer men bedenkt dat de gemeente toen slechts 39 zielen telde, van wie 24 lidmaten!
Het orgel wordt gedemonteerd en getransporteerd naar Amsterdam, waar het tijdelijk wordt opgeslagen. Op 6 december 1858 wordt het instrument voor het bedrag van f 2,-per stoomboot van Amsterdam naar Medemblik vervoerd.
Op 27 maart 1859 wordt het nieuwe kerkgebouw aan de Westhaven te Medemblik in gebruik genomen, met het oude orgel van Gerstenbauer. De werkzaamheden worden vermoedelijk uitgevoerd door de orgelmakers Flaes en Brunjes te Amsterdam. In de jaren na de overplaatsing wordt het instrument incidenteel onderhouden.

1878: In 1878 worden de zorgen over het orgel steeds groter, er is geld nodig voor hoognodige reparatie. De  toenmalige predikant ds. Lodewijks had connecties met Pieter Flaes, orgelmaker te Amsterdam. Dit resulteert in de aankoop van een nieuw orgel voor het bedrag van f 1625,-
Op 18 juli 1880 wordt het nieuwe orgel van Flaes in gebruik genomen.

1880-1927: Het lot van het orgel in de jaren 1880-1927 is vooralsnog onbekend gebleven.

1927:  Het orgel wordt aangekocht door de Vereniging voor Evangelisatie Bethel te Sleen (Drenthe), voor plaatsing in het kerkgebouw aldaar. In de notulen van de jaarvergadering van de vereniging van 8 december 1927 wordt namelijk melding gemaakt van de inwijding van het orgel. Nadere details ontbreken echter. Het orgel zou afkomstig zijn uit Muntendam (Groningen), waar de Vereniging voor Evangelisatie was opgegaan in de Hervormde Gemeente; het orgel werd hierbij verkocht. (04)
In Muntendam is het orgel vermoedelijk geplaatst door de firma Proper uit Kampen, getuige een aangetroffen vrachtbrief voor het vervoer van Kampen naar Muntendam.
De  demontage in Muntendam en de plaatsing van het orgel in Sleen is vermoedelijk gedaan door de firma Doornbos, orgelmaker te Groningen. In ieder geval restaureerde Doornbos de windlade in 1921, getuige een aan­tekening in potlood in de windlade.
Het orgel in der Hervormde Evangelisatiekapel te Sleen (ca. 1960?)

1944: Bericht uit de Drentsch dagblad d.d. 08-07-1944. Is het orgel toen gerestaureerd?


1961: Brand in de Hervomde Kapel. Het pijporgel heeft deze brand overleefd.

Nieuwsblad van het Noorden 23-10-1961


1976: In Sleen heeft het instrument gefunctioneerd van 1927 tot 1976. In dat jaar werd op verzoek van de eigenaar een voorlopig rapport opgesteld door Willem Hulsmann, namens de Orgelcommissie der Nederlandse Hervormde kerk. Uit dit rapport blijkt dat het instrument toen al onbespeelbaar was, en niet meer functioneerde. Reeds op 20 januari 1977 werd door de orgelmakerij Gebr. Reil te Heerde een offerte uitgebracht voor restauratie van het waardevolle instrument. De  Orgelcommissie van de Nederlandse Hervormde kerk dringt sterk aan op behoud en restauratie van het orgel. Het bestuur van de Vereniging neemt dit advies over, en benoemt op 21 november 1977 de heer Aart van Beek tot adviseur.

Tijdens een bezoek door Van Beek en de toenmalige rijksorgeladviseur, de heer Onno Wiersma, in september 1978, waren beiden getuige van het feit, dat een werknemer van de firma Johannus (elektronische orgels) bezig was het pijpwerk van de windlade te verwijderen om ruimte te creëren voor plaatsing van de geluidsboxen! Uiteindelijk is het in Sleen nooit tot een restauratie gekomen. Het kerkgebouw werd door de Vereniging afgestoten, en verkocht aan een particulier, die het gebouw heeft verbouwd tot winkel.

Het orgel werd verkocht aan orgelmakerij Gebr. Reil te Heerde, en werd in maart 1995 gedemonteerd en opgeslagen in de werkplaats te Heerde.

Proper plaatst een gebruikt orgel in deze kerk. Het orgel zou afkomstig zijn uit Muntendam Hervormde Evangelisatie (mondelinge info ter plaatse). 19e eeuwse kast met 18e eeuws binnenwerk. (01) Het instrument bevat oud pijpwerk en een oude windlade. Het klavier loopt van C- c'''.
Het orgel toen het nog in de voormalige hervormde Evangelisatiekapel aanwezig was


197x: Het orgel is sinds het begin van de jaren zeventig van deze eeuw buiten gebruik. Sinds die tijd wordt er een elektronisch orgel gebruikt.

198x: Aan het einde van de jaren tachtig gaan de Hervormde kerk Sleen en de Hervormde Evangelisatie samen. Het kerkgebouw van de Hervormde Evangelisatie wordt verkocht. Er is nu een bloemenzaak gevestigd. Het orgel wordt verkocht aan de orgelmaker Reil te Heerde. Het heeft daar enkele jaren in opslag gelegen tot het werd verkocht aan de hervormde kerk van Kedichem.

1999: Op 19 februari 1999 werd een bezoek gebracht aan de orgelmakers Reil. Daarbij werd de dispositie opgetekend, die bleek uit de registerknoppen boven het manuaal:

Manuaal C - c'''
Bourdon 16'
Holpijp 8'
Prestant 8' disc.
Prestant 4'
Speelfluit 4'
Octaaf 2'
Cornet (Sesquialter) II disc.

Klaviatuur, situatie in de Hervormde Evangelisatiekapel (ca. 1960?)
Het front van het orgel is waarschijnlijk door Proper uitgebreid met de buitenste wat ronde pijpvelden. Er vindt op dit moment onderzoek plaats naar het pijpwerk. Hiervan zijn echter nog geen definitieve resultaten bekend. 

1996: (02) De kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Kedichem besluit te komen tot een andere orgelvoorziening in de kerk.
 

1998:(02) Aart Bergwerff wordt in september 1998 verzocht als adviseur op te treden. Na een aantal gebruikte orgels te hebben onderzocht, blijkt het orgel van Sleen het meest geschikt te zijn voor aankoop en plaatsing in Kedichem: afmetingen en verhoudingen lijken te zijn gemaakt voor de situatie in de kerk van Kedichem.
 

1999: (02) Het instrument werd op 7 januari 1999 door de Hervormde gemeente Kedichem aangekocht. Het orgel was inmiddels beschermd verklaard op basis van de Monumentenwet. Open stond nog het achterhalen van de herkomst en geschiedenis van het orgel. Uitgebreid onderzoek van de technische aanleg van het orgel, van de verschillende onderdelen en vooral van het pijpwerk werd uitgevoerd door orgelmaker, rijksorgeladviseur en adviseur gezamenlijk: Han Reil en Hans Reil namens de orgelmakerij, Rudi van Straten namens de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, en Aart Bergwerff.


Foto (06)

 
Foto (06)

Nu de geschiedenis van het instrument grotendeels blootgelegd kon worden, blijkt ook dat de dispositie, zoals genoemd in het handschrift van Broekhuyzen (M18 Medenblik), de juiste is geweest, zij het dat het instrument beschreven is vňňr de ombouw van 1858.
Slechts de toevoeging discant bij de registers Prestant 8vt en Sesquialter II st. ontbreekt in de beschrijving. Voorts is de door hem genoemde Roerfluit 4vt niet voorzien van roeren, maar een gedekte fluit. Wellicht zijn ook in 1858 nieuwe hoeden gemaakt voor dit register.

2003/2004: (02) Restauratie door de orgelmakerij Gebr. Reil
Voor meer informatie zie de PDF van het ingebruiknameboekje.



Reformatorisch Dagblad, 17 november 2003, p. 13

Bronvermelding
:
  1. E-Mail van Jaap Brouwer d.d. 29-12-2002 18:39
  2. Ingebruiknameboekje: "Geschiedenis en restauratie van het Gerstenhauer-orgel in de hervormde kerk te Kedichem. (Zie afbeelding rechts)
  3. Uit http://www.coevordenhuisaanhuis.nl
  4.  Mondelinge mededeling van wijlen de heer D. Meijerman, bestuurslid van de Vereniging voor Evangelisatie te Sleen, 20 januari 1979.
  5. www: http://reliwiki.nl/index.php/Kedichem,_Kerkstraat_18_-_Hervormde_Kerk
  6. www: http://reliwiki.nl/index.php/Kedichem,_Kerkstraat_18_-_Hervormde_Kerk
Tekst Aart Bergwerff
Foto’s Aart van Reek, Orgelmakerij Gebr. Reil, Foto Lemmen
Lay-out Ronald Kouwenhoven, Editor redactie bureau, Rotterdam
Druk Drukkerij den. Dunnen, Leerdam
Uitgave Kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Kedichem, ter gelegenheid van de ingebruikneming van het nieuwe orgel. 15 november 2003
 

 


Foto's van het orgel (1999) in de werkplaats van Reil:

fronttaanzicht buitenste zijvelden door Proper?Frontaanzicht detail

Lade met slepen en delen van de front-ornamentenLade met conducten naar afgevoerde pijpen

metalen pijpwerkHouten pijpwerk

Klaviatuur

Hervormde Evangelisatiekapel, nu bloemenzaak, 1999