Sleen, Hervormde kerk

Voor uitgebreide informatie zie de website Oude Drentse kerken in beeld

In 1867 brandde de spits van de toren af door blikseminslag en nadien stond er een smalle open lantaarn met spitsje op de torenromp. In 1923 werd de huidige hoge naaldspits gebouwd, die de harmonische afsluiting vormt van de 15de eeuwse toren met zijn vertikaal gerichte behandeling van het muurwerk. De tweede en derde geleding hebben aan elke zijde drie hoge spitse nissen met een middenstijl, terwijl de ingangspartij bestaat uit een brede spitse nis met deur en bovenlicht. In dat bovenlicht een gebrandschilderd raam met twee wildemannen en drie ramskoppen. Heeft de toren een boeiend uiterlijk, van de kerk kan dat helaas niet worden gezegd, hetgeen vooral te wijten is aan de harde restauratie in de jaren 1882-'83, waarbij de kerk geheel werd ommetseld met nieuwe machinale steen. Het driebeukige schip zal evenals de toren uit de 15de eeuw dateren. Het koor is waarschijnlijk nog 14de eeuws gezien de kraalprofielen rond de vensters. Het is later, mogelijk rond 1500, verhoogd en heeft toen een netgewelf over de rechte travee en een straalgewelf over de sluiting gekregen. Het schip heeft eenvoudige kruisgewelven met hoekige ribben die rusten op ronde pijlers met lijstkapitelen.

Het voorgaande is de technische omschrijving van het kerkgebouw met een gaaf en harmonisch interieur. In het schip is het licht gedempt omdat het niet rechtstreeks, maar via de zijbeuken naar binnen komt. In gotische kerken met directe lichtinval, zoals bijv. in Rolde, is de verlichting van het schip wel eens wat te fel. Vanuit het schip ziet men uit op het koor dat wel helder, maar toch niet te sterk verlicht is. Verder geven de pilaren en gewelven een goede ritmiek aan de ruimte. Sedert de laatste restauratie (1962-'66) is het schip gevuld met stoelen, maar zijn de zijbeuken leeg gebleven. De preekstoel staat aan de noordzijde tegen de triomfboog, aldus afstekend tegen de lichte koorpartij trekt hij voldoende, maar toch niet te uitdrukkelijk de aandacht.

Het koor is op een weldadig rustige wijze ingericht met een aantal eenvoudige bankjes rond de avondmaalstafel, een smeedijzeren doopstander, twee forse kandelaars en wat planten. Een bijzonderheid van dit koor is het grote aantal (15) nissen in verschillende vormen en afmetingen. De meeste zullen een liturgische functie hebben gehad, zoals sacramentsnis, piscina en opbergplaats voor kelken en ander vaatwerk. In sommige werd roet en walmaanslag aangetroffen wat wijst op de plaatsing van kaarsen en wierookvaten. Merkwaardig zijn ook de openingen in de oostelijke schipmuur: een mogelijkheid om vanuit de zijbeuken op het altaar te zien? In 1882 werd boven een koorraam het opschrift gevonden: "Ick en mien bruder Joan van Aken Die dit wuif hef kunnen maken". Deze Jan van Aken beschilderde rond 1500 het koorgewelf van Sellingen, maar schilderingen zijn in Sleen (nog) niet gevonden.

De fraaie preekstoel uit 1668 heeft Renaissancesnijwerk op de omlijstingen van de kuip en op de panelen, o.a. vruchten

slingers. Op het klankbord staat: "LUCE XI VERS XXVIII SALIG SYN DE GEENE DIE HET WOORD GODES HOOREN ENDE DAT SELVE BEWAREN'. Op de rand van de kuip:"Ps. 119 Vs. 97 HOE LIEF HEBBE ICK UWE WET SY IS MINE BETRAGTINGE DEN GANTSCHEN DAGH".

In 1882 is de preekstoel pal onder de triomfboog gezet, waarbij naderhand ook nog het koor gedicht werd. Waarschijnlijk stond hij voordien tegen de zuidoostelijke pijler. Bij die operatie werd het doophek verwijderd, hetgeen zeer te betreuren is omdat het tot de mooiste van Drenthe behoorde. Het had acht gesneden panelen die een fraai voorbeeld van Drentse volkskunst waren, waarschijnlijk van rond 1700. De meeste hadden wijnranken en teksten als: "Ick bin de wuijnstock ende ghi sijt de ranke", "Koomet, koopt beide wijn end melk Jesa. 55" en "Saligh sy de dooden de in Here sterven". Twee panelen zijn nu in het Openluchtmuseum in Arnhem; zes gingen aldaar in de oorlog verloren.

Bronnen: Dr. Regn. Steensma Lang de oude Drentse kerken (1977) ISBN 90 246 4213 2 (Bosch & Keuning - Baarn)