Veenhuizen Hervormde kerk

Informatie over de kerk.

1821: Het orgel in deze kerk is afkomstig uit Akkrum. In 1821 werd in de Nederlandse Hervormde kerk te Akkrum een nieuw orgel in gebruik genomen dat gebouwd werd door de orgelmaker J. A. Hillebrand te Leeuwarden. Dit orgel kreeg de volgende dispositie:

Manuaal  
Prestant 8’
Holpijp 8’
Viola di Gamba Disc. 8’
Octaaf 4’
Quint 3’
Flute d’amour 4’
Super Octaaf 2’
Mixtuur 1 1/3í  3 sterk
Trompet 8’
Aangehangen pedaal ; drie blaasbalgen (02).

1853: Toestemming voor aanschaf van een orgel voor Veenhuizen.


Provinciale Drentsche en Asser courant 16-03-1853

1854: Schenking door Prins Frederik Provinciale Drentsche en Asser courant 15-07-1854


1855: Bericht uit de Provinciale Drentsche en Asser courant 19-05-1855 en 08-08-1855


1854-1856 Veenhuizen: Vanaf dit jaar werden er in Veenhuizen gelden ingezameld voor een nieuw orgel. Er kwam zelfs een bedrag van f. 200,- binnen. Het orgel werd bij deze gelegenheid bespeeld door "een hoog aanzienlijk persoon uit Groningen"(03). Bij de plaatsing in 1856 werden twee nieuwe registers gemaakt o. a. een Bourdon 16’. Dit register werd op een aparte lade onderin het orgel aangebracht. Hiervoor moest een nieuw welbord met drukmechanisme worden gemaakt. De toren bekroningen werden verwijderd en vervangen door ander van veel mindere kwaliteit. Het rugwerk bestaat uit een loos front (uit 1821 of uit 1856?). De drie blaasbalgen werden vervangen door een magazijnbalg met 2 onderliggende schep- of toevoerbalgen in een kast met twee treden achter het orgel (04).

Ingebruikname bericht uit de Provinciale Drentsche en Asser courant 26-03-1856


Groninger courant 28-03-1856


Weekblad der Nederlandsche Hervormde Kerk, 8 juli 1926

1856 Akkrum: Daar het orgel voor de gemeente te Akkrum te klein was geworden besloot men in 1856 aldaar een nieuw orgel te laten maken door de orgelmaker P. van Oeckelen te Haren. Het oude orgel te Akkrum werd door hem overgenomen voor f. 800, - en geplaatst in de Hervormde Koepelkerk te Veenhuizen voor f. 1570, -.

Na 1863: Reparatie door de orgelmaker N. A. G. Lohman te Assen (05). Hierna moeten nog bepaalde wijzigingen hebben plaats gevonden. De Trompet 8’ werd verwijderd. De Mixtuur moest een veer laten, zo werd in de bas 1 koor en in de discant 2 koren weggenomen. De frontpijpen kwamen op een pneumatische kegellade te staan. Het pijpwerk werd door een onbekende orgelmaker niet goed behandeld. Er werd een windmachine van slechte kwaliteit geplaatst. In 1937 stond op het orgel te lezen: "I. A. Hillebrandt Fecit Leeuwarden 1826" (06).


Provinciale Drentsche en Asser courant 16-06-1863

1865: Verslag van een orgelconcert Provinciale Drentsche en Asser courant 27-04-1865




Foto http://www.kerkeninbeeld.nl

1961-1964: Er werd een rapport opgesteld door de heer C. H. Edskes te Groningen om te komen tot een restauratie van het orgel (07). Voor de restauratie werd de firma Bakker en Timmenga te Leeuwarden aangezocht, die een bestek opmaakten (08). Hierna werd het orgel gedemonteerd en te Leeuwarden geheel gerestaureerd en in 1963-1964 weer opgesteld in de kerk te Veenhuizen. De dispositie en registeropstelling werd toen:

Manuaal. C - f3  
Prestant 8’ Vanaf Dis groot in het front.
Holpijp 8’ Groot octaaf Holpijp van Eikenhout.
Viola di Gamba D 8’  
Octaaf 4’  
Fluit d’amour 4’  
Quint 3’  
Octaaf 2’  
Mixtuur 3-4 st  
Trompet 8’ b/d Trompet 8’ diskant nieuw; houten stevels en koppen, niet beleerd; opslaand.
Aangehangen pedaal C - go; tremulant; windlade gedeeld in C- en Cislade; koppeling; windlossing; afsluiting (09).
Kasbekroningen van van Oekelen (arenden)  werden verwijderd vanwege houtworm.
Nieuw handklavier en nieuwe registerknoppen.
Nieuw wellenbord.
Bourdon 16' verwijderd en aansluting van de Prestant 8' op de lade.
Mixtuur weer aangevuld en nieuwe Trompet 8'. (11)

2003: In de voorbereiding voor de restauratie van het orgel ontstond het plan voor de Oreglacedemie. Het werd echter nooit realiteit.

Reformatorisch Dagblad, 15 december 2003, p. 14.

2004/2005: Het orgel wordt door de orgelmaker Bernhard Edskes gedemonteerd en gerestaureerd in zijn werkplaats in Zwitserland.
In het dagblad van het Noorden werd onderstaand artikel gepubliceerd over de restauratie. (10)
De kerk is eigendom van Rijksgebouwendienst en daarom werd de restauratie uitgevoerd in opdracht van de Rijksgebouwendienst onder advies van Rudi van Straten en Wim Diepenhorst.
De restauratie nam ca. één jaar in beslag, waarbij de toestand van 1821 werd hersteld.
Gerestaureerd werden de orgelkas, balgenkas, hoofdwerklade, wellenbord en mechaniek.
Er werd een nieuwe windvoorziening met keilbalgen en pompinstallatie aangebracht in de oude balgenkas.
Het pedaal werd voorzien van een Bourdon 16' op de balgenkas en is geheel aan het oog ontrokken.
In het "loze" rugwerk is een binnenwerk geplaatst met 5 registers, waarbij de oude Prestant 4 (1821) als uitgangspunt diende.
Deze uitbreiding is zo uitgevoerd dat er geen wijzigingen aan het bestaande meubel behoefden plaats te vinden.


Foto (22)

Huidige dispositie

Hoofdwerk (C-f’’’)
Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt
Viola di Gamba 8 vt (disc.)
Octaaf 4 vt
Fluite d’Amour 4 vt
Quint 3 vt
Superoctaaf 2 vt
Mixtuur 3-4 st.
Trompet 8 vt (bas)
Trompet 8 vt (disc.)

Rugwerk (C-f’’’)
Prestant 4 vt
Fluit does 8 vt
Woudfluit 2 vt
Sexquialter 2 st.

Pedaal (C-g)
Bourdon 16 vt

Tremulant
Windlosser
Pedaalkoppel Hoofdwerk
Afsluiter


Reformatorisch Dagblad, 5 september 2005, p. 15.

2006: De DVD gevangen in muziek verschijnt
Gevangen in muziek
Veenhuizen wil zich op de muzikale kaart zetten. Het voormalige gevangenisdorp bezit prachtige locaties om heerlijk te musiceren, vinden Wybe Sierskma en Sijtze van der Hoek van de Stichting Muziekinstituut Veenhuizen en Henk Timmerman van Ontwikkelingsbureau Veenhuizen. Op de dvd "Veenhuizen. Gevangen in muziek" lichten ze hun mening toe. Tussendoor krijgen we het nodige over de geschiedenis van Veenhuizen mee, in woorden en (oude) beelden.
Om hun verhaal kracht bij te zetten, trommelden de woordvoerders een keur aan musici op, die uitstekend raad weten met klassieke werken: Fiifresom Brass, jeugdensemble Focaliber, ensemble Rossignol, het Roder Jongenskoor, Sietze de Vries, Sonja de Vries-van der Linden, Henk Timmerman en Wiebe Buis. Ze blazen, zingen, spelen orgel, klavecimbel, blokfluit of chitarrone. Orgelbouwer Bernhardt Edskes vertelt iets over het door hem gerestaureerde Hillebrandinstrument in de Koepelkerk en over zijn ideeŽn voor de vestiging van een centrum voor orgelspeel- en orgelbouwkunst in Veenhuizen. De bijgeleverde cd bevat de op de dvd uitgevoerde werken en twee extra improvisaties van Sietze de Vries.
"Veenhuizen. Gevangen in muziek"; dvd + cd, ISBN 90-78714-01-8; 27,95.
Reformatorisch Dagblad, 11 december 2006, p. 14.


Bronvermelding:
  1. Zie kerk
  2. RAL. AHGA. Inv, nr. 105. Bestek en contract voor de bouw van een nieuw orgel te Akkrum. Zie Orgel-front(1981)35 no 87. Broekhuyzen. Orgelbeschrijvingen(1986)123. Boekzaal. I. (1856)435.
  3. Romein. a. w. 123. Kerk. Cour. no 30 15-7-1854: 10 juli. Z. K. H. Prins Frederik der Nederlanden schenkt f. 200, - voor het nieuwe orgel te Veenhuizen "dat eerstdaags gereed zal zijn". Kerk. Cour. no 14. 24 maart 1856. Uit dit bericht blijkt dat Van Oeckelen twee nieuwe registers aanbracht. Vermoedelijk werd met het tweede register een tremulant bedoeld. De "voortreffelijke" organist zal wel Jkhr. Mr. S. Trip geweest zijn, die meermalen vanwege orgels door Van Oeckelen geleverd optrad.
  4. Zie het rapport van C. H. Edskes uit 1961.
  5. Zie de Mixtuur no 38(1982)312. Adv. in Prov. Drentsche en Asser Courant 23-7-1863. "De kerkmeesters der Hervormde Gemeente te Veenhuizen vervullen eenen aangenamen pligt, door openlijk te ver-melden, dat de herstelling door den Heer N. A. G. Lohman, Orgelmaker te Assen, zodanig is geschied, dat zijn werk in alle opzichten de goedkeuring der Gemeente mag wegdragen. - Veenhuizen, 21 juli 1863. - De Kerkmeesters voornoemd, M. I. Bosma. L. v. d. Wouden. ". Gregoir. Historique(1865)133. "à Veenhuizen-(colonie 1863)", onder het hoofd: "réparé, amélioré ou agrandi".
  6. Welke orgelmaker voor deze wijzigingen verantwoordlijk was is niet bekend. Niet onmogelijk is ook hier de firma M. Spiering te Dordrecht via Herm. Thijs de gewraakte orgelmaker. Belonje. Van Holthe. Gedenkwaardigheden(1937)149.
  7. Zie rapport C. H. Edskes 1961, met aant. : adviseur 12-2-1962. Bijlage 1.
  8. Zie rapport firma Bakker en Timmenga, december 1961. Bijlage 2.
  9. Het Orgel(1965)409. Aantekening A. de Groot.
  10. Artikel in Nieuwsblad van het Noorden. Zie bijlage 3
  11. Boek: Het historische orgel in Nedereland 1819-1840 blz. 98-100
  12. De Orgelkrant 2005/09 September 2005: feestelijke orgelingebruiknemingsmaand
  13. De Orgelkrant 2005/10 Hillebrand in Veenhuizen en de RDMZ
  14. De Orgelkrant 2007/01 DVD Gevangen in muziek KNOV
  15. De Orgelvriend 2005/09 Hillebrand-orgel in oude luister hersteld
  16. De Orgelvriend 2007/07-08 DVD Gevangen in muziek door Dirk Molenaar
  17. De Orgelvriend 2008/05 Symposium Cor Kint en Richard Hol en het harmonium in Veenhuizen
  18. De Orgelvriend 2010/04 Voorjaarsexcursie naar zuidoost Friesland met Arian van der Mark
  19. Friese Orgelkrant 2010 Voorjaarsexcursie 2010 naar Zuidoost Friesland
  20. Het Orgel 1965/11 Bij de foto's
  21. Muziek & Liturgie 2005/10 Nieuwe/gerestaureerde orgels
  22. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Veenhuizen,_Hoofdweg_114_-_Koepelkerk
Bijlagen

Bijlage 1.

Rapport betreffende het orgel in de kerk te Veenhuizen. (waarop bijgeschreven: "Adviseur de heer C. H. Edskes, Berkelstraat 59, Groningen. 12 februari 1962").

Hieruit een overzicht van het pijpwerk vóór de restauratie;

Prestant 8’ oud grotendeels in het front waarschijnlijk diskant dubbel.
Holpijp 8’ oud groot-octaaf houten pijpen.
Viola di Gamba 8’ oud diskant.
Octaaf 4’ oud op pijp C inscriptie "Octaaf 4 voor Akrum".
Flute d"amour 4’ oud bas gedekt, diskant open cylindrisch op pijp C inscriptie"Fluit d’Amour".
Quint 3’ oud op pijp C inscriptie "Quint voet".
Octaaf 2’ oud op pijp C inscriptie "Octaaf 2 voet".
Mixtuur 3-4 st. oud samenstelling vroeger waarschijnlijk:
C: 1 1/3 - 1 - 2/3
c: 2 - 1 1/3 - 1
c1: 4 - 2 2/3 - 2 - 1 1/3
Open plaats Hier stond vroeger een Trompet 8’ bas en diskant
Bourdon 16’ pijpwerk van Van Oeckelen bas uit hout
diskant metaal.
Tremulant niet origineel.
Afsluiting later verwijderd.
 

Bijlage 2.

Fa. Bakker en Timmenga, Orgelbouwers, Leeuwarden-Borniastraat 67.

Leeuwarden, december 1961.

Omschrijving en prijsopgave betreffende algehele restauratie van het orgel in de Ned. Hervormde kerk der Rijkswerkinrichting te Veenhuizen.

Het orgel is omstreeks 1820 gebouwd door de Leeuwarder orgelmaker Hildebrand en omvat één manaal C - f’’’, aangehangen pedaal C - g en de volgende dispositie: (oorspronkelijk).
Prestant 8’(Disc. verm. dubbel)
Holpijp 8’
Viola di Gamba 8’ Disc.
Octaaf 4’
Fluit 4’
Quint 3’
Octaaf 2’
Mixtuur 3 - 4 sterk 1 1/3’
Trompet 8’

In de loop der tijden is hieraan toegevoegd een Bourdon 16’, gedeeltelijk onderin- en gedeeltelijk achter de orgelkas geplaatst, terwijl 1-3 rijen der Mixtuur, de Trompet 8’ en vermoedelijk 1 rij der Prestant 8’ discant zijn verwijderd. Het rugwerk bestaat slechts uit een loos front. Verder verkeert het gehele instrument in een dusdanige slechte toestand en is zodanig vervuild, dat algehele restauratie noodzakelijk is.

 

Restauratieplan.

a. Algemeen. Het orgel dient zoveel mogelijk in de oorspronkelijke toestand gebracht te worden. De orgelkas en omtimmering der balg vallen buiten deze opgave.

b. De Windvoorziening. Deze bestaat monenteel uit een dubbelopgaande magazijnbalg(niet oor-spron-kelijk)met twee jagers, treedinrichting en een electrische windmachine van inlands fabrikaat. Daar de balg in vrij goede staat verkeert, kan deze gehandhaafd worden. Hieraan de volgende werkzaamheden te verrichten: de panelen losnemen, de gehele balg, hoofd- en jagerkleppen op winddichtheid con-troleren, waar nodig herstellen. Het geheel grondig reinigen. Daar de bestaande windmachine van onvoldoende capaciteit is en bovendien(gezien het fabrikaat)verre van geruisloos zal zijn, dient een nieuwe windmachine te worden geleverd en gemonteerd, fabrikaat "Meidinger", type DFO 1201 220/230 volt, een en ander compleet met toebehoren als dubbelwandige dempkist, regulator, aanvoerkanalen enz. Verder dient de gehele windvoorziening als kanalen enz. grondig te worden nagezien, waar nodig hersteld of vernieuwd.

c. De Windlade. De windlade is gedeeld in een C- en Cis-lade, waartussen de sleeptractuur. Aangezien het orgel 140 jaar oud is, wordt verondersteld dat het lijmwerk der laden vergaan is. Deze dienen dus tot in alle onderdelen ontleed- en daarna opnieuw in elkaar gelijmd te worden. De laden evenals de slepen en stokken hierna opnieuw zuiver te vlakken. Tot meerdere afdichting en mede om steeds een gelijkmatig lichtlopende sleeptractuur te krijgen, dient een verende sleepconsrtructie toe-gepast te worden. De speelventielen vlakken, belijmen met vilt en zacht wit schapenleer en zodanig construeren dat ze uitneembaar zijn. Het koperwerk in de lade als stiften, veren, ogen en pul-peetdraden vernieuwen. De pulpeetzakjes eventueel vervangen door een nieuwe winddichte doorgang. De roosterborden, stempels en hangers herstellen, waar nodig vernieuwen of aanvullen. De functie der Prestant 8’-frontpijpen is momenteel pneumatisch; dit pneumatisch gedeelte dient te vervallen en de frontpijpen dienen weer rechtstreeks via conducten wind te krijgen uit de lade.

d. De Mechanieken.

1. Speelmechaniek. Het handklavierkan, -hoewel vermoedelijk van later datum gehandhaafd worden. De toetsen zover in te korten dat zichtbare ondertoetsen 120 mm en boventoets 75 mm wordt. Ondertoetsen te beleggen met eerste soort ivoor, boventoetsen met ebbenhout. De toetsen te bevoeren in de voorste geleidepunten; nieuwe geleidestiften en een nieuw stootkussen aan te brengen. Het voetklavier is oorspronkelijk en dient geheel gereviseerd- en opnieuw bevoerd te worden. De veren te vernieuwen. Het bestaande (later aangebrachte) walsraam met ijzeren walsen dient te worden vervangen door een eikenhouten walsbord van voldoende zwaarte en stevig te bevestigen. Walsen te vervaardigen uit oregon-pine eveneens van voldoende zwaarte, nokken en armen uit hard-hout, draaipunten gevoerd met kernlaken. De hefbomen achter het klavier waar nodig met kernlaken bevoeren. Alle koperwerk als abstractdraden, stiften enz. vernieuwen. De ijzeren armen aan het pedaalwalsbord door houten te vervangen. De gehele speelmechaniek dusdanig af te werken dat alles gelijkmatig licht loopt, zonder speling en gerammel.

2. Registermechaniek. De gehele register-mechaniek grondig reviseren, alle draaipunten zuiver lopend maken, zonder speling. Walsstiften vervangen door nieuwe koperen. De walsen die -vanwege de Bourdon 16’pijpen- scheef geplaatst zijn, zuiver te lood stellen.

e. Het Pijpwerk. (Hierin zijn ook de loze rugwerkfrontpijpen begrepen). De frontpijpen zijn van hoog loodgehalte, momenteel bedekt met een laag aluminiumverf. Deze laag dient verwijderd te worden, waarna de frontpijpen gepolijst, ofwel met tinfolie beplakt dienen te worden, zulks in overleg met de adviseur. Al het pijpwerk, ook de frontpijpen is zeer gehavend aan de boveneinden. Daarom zal het noodzakelijk zijn vrijwel alle pijpen van nieuwe boveneinden te voorzien. Aan de hand van de oude opschriften en de ongeschonden gebleven frontpijpen dient nagegaan te worden welke toonhoogte het orgel vroeger heeft gehad, en daarna in overleg met de adviseur vast te stellen welke toonhoogt nu aangehouden zal moeten worden. N. B. Daar van vrijwel alle pijpen toch de boveneinden vernieuwd moeten worden, kan het geheel eventueel, ook wanneer blijkt dat de toonhoogt vroeger een halve toon lager geweest is, zonder hogere kosten wel weer op de oude stemming teruggebracht worden. De Bourdon 16’dient in zijn geheel te vervallen. De ontbrekende Mixtuuurpijpen bij te maken; alliage, mensuren, vorm en intonatie aangepast aan het oude werk. De Prestant 8’is vermoedelijk oorspronkelijk in de discant dubbel geweest, aan de hand van de beschikbaar komende gegevens dient vastgesteld te worden of, en eventueel hoever dit register weer dubbel sprekend zal moeten worden. Een nieuwe Trompet 8’ bij te maken; lepels en tongen van hard-geelkoper, stevels van eikenhout, koppen van mahonie of eiken, stemkrukken van fosforbronsdraad, bekers van metaal. Mensuren en alliage zo mogelijk naar nog bestaande Hildebrand-trompet. De bekers van dit register voldoende te bevestigen en steunen in hangers.

f. Intonatie. De intonatie zal er op gericht zijn, het orgel weer zo te doen klinken als oorspronkelijk geklonken moet hebben.

Aannemingssom. De aannemingssom bedraagt f. 13. 950, --. (Dertienduizend, negenhonderd en vijftig gulden). Niet in de aannemingssom begrepen zijn:

a. Het afwerken der frontpijpen(omdat hierover nog nader beslist zal worden). Polijsten f. 475, --[vierhonderd vijfenzeventig gulden]). Ofwel: Beplakken met tinfolie f. 535, --[Vijfhonderd vijfendertig gulden].
b. Verblijfkosten der orgelmakers gedurende de montage, intonatie en stemming ter plaatse.
c. De transportkosten.
d. De electrische leidingen en schakelaars benevens de aanleg hiervan.

In de aannemingssom zijn wel begrepen de omzetbelasting en de reiskosten. Voor overname van oude onderdelen die niet meer gebruikt worden, kan een bedrag ad f. 135, --[één honderd vijfendertig gulden]op de aannemingssom in mindering gebracht worden.

Garantie. Het werk woordt tien jaar gegarandeerd. Gedurende de garantietijd verbindt de orgelbouwer of diens rechtverkrijgende zich, alle fouten en gebrken, ontstaan uit materiaal, constructie of samenstelling, in de kortst mogelijke tijd, kosteloos en afdoende te herstellen. Gebreken klaarblijkelijk ontstaan door verkeerde of ondeskundige behandeling, door abnormale chemische of atmos-ferische invloeden, door ongedierte of uiterlijk geweld, door stof en ontstemming, vallen buiten deze garantie. Daarentegen neemt het Bestuur der Rijkswerkinrichting de verplichting op zich, het orgel tenminste éénmaal per jaar door de garantiegever te laten stemmen, tegen vergoeding van het geldende tarief.

Voorwaarden. De prijzen zijn gebaseerd op de stand der lonen en materialprijzen van december 1961.

N. B. Vanwege het Bestuur der Rijkswerkinrichting of anderszins dient voor herstel en gedeeltelijke vernieuwing der omtimmering om de balg zorg te worden gedragen; uitvoering in overleg met de orgelmaker.

 

Bijlage 3

Eerst de VW-onderdelen uit het kerkorgel
Door Willem Dekker

VEENHUIZEN . Op de grond van de Koepelkerk in Veenhuizen ligt een hoopje hout. Daaruit steken enkele rubberen slangen. Koelslangen uit VW-motoren, weet orgelbouwer Bernhardt Edskes. Ze komen uit het Hillebrandorgel in het fraaie achthoekige kerkje en zijn aangebracht tijdens een restauratie in de jaren zestig. Nu is dat een doodzonde. “Maar je moet het afzetten tegen die tijd. Toen was de kennis van zaken te gering”, probeert Edskes de opknapbeurt van veertig jaar geleden te verklaren.
De slangen gaan bij het afval. Edskes vervangt ze door loden pijpen, zoals het hoort. De wereldberoemde orgelbouwer, Groninger van geboorte, begint in de Koepelkerk aan de interessante klus. De gedemonteerde onderdelen gaan op transport naar zijn werkplaats in Wohlen, bijna honderd kilometer onder Basel. Daar worden de gehavende onderdelen opgeknapt. Van de werkzaamheden worden video-opnames gemaakt en aan de hand van de beelden geeft Edskes een masterclass orgelbouwen in Veenhuizen.
Uit heel de wereid meldden zich al belangstellenden voor de meesterklas aan. Ze willen de kneepjes van het vak leren. Een gedegen opleiding voor orgelbouwen is er niet en Edskes wil zijn kennis graag overdragen. “Overal waar ik kom, word ik gevraagd cursussen te geven.” Dat gaat nu in Veenhuizen gebeuren met het Hillebrandorgel als lesvoorbeeld. De masterclass begint waarschijnlijk eind dit jaar, als Edskes bet orgel in oude staat heeft teruggebracht. “Dan beginnen we met kijklessen.” Vervolgens gaan de cursisten onderdelen volgens oud recept namaken.
Het Hillebrandorgel verkeert in slechte staat. De klok aan de voorzijde geeft vijf voor twaalf aan. Edskes: “Hij loopt precies op tijd, want het is vijf voor twaalf. Als het orgel niet gerepareerd wordt, gaat het verloren Gelukkig zagen ook Monumentenzorg en de Rijksbelastingsienst, de eigenaar van de kerk en het orgel, de ernst van de situatie in. Zij stelden geld beschikbaar voor de restauratie.

Prins Frederik betaalde mee 
Bernhardt Edskes heeft grondig de archieven in Assen en Leeuwarden doorgespit om de historie van het Hillebrandorgel te achterhalen. Het in 1820 gebouwde orgel stond aanvankelijk in Akkrum, maar toen de kerk daar een legaat kreeg voor een nieuw orgel, verhuisde het oude exemplaar in 1863 naar de koepelkerk in Veenhuizen.
Om de kosten te kunnen betalen werd geld ingezameld onder de bevolking. Dat leverde een aardig bedrag op. maar er was nog een tekort van 170 gulden.
“Nu te vergelijken met 170.000 Euro aldus Edskes. Hij vernam uit de archiefstukken dat Prins Frederik het tekort voor zijn rekening nam. Hij was betrokken bij de oprichting van het Land van Weldadigheid in Frederiksoord waarvan de voormalige kolonie Veenhuizen de uitbreiding vormde.
Er werden zwervers en klaplopers ondergebracht. Later kwam de gevangenis in Veenhuizen. Edskes: “Zo is de Koepelkerk verbonden aan het huis van Oranje. Wie weet komt iemand van ons koningshuis de ingebruikname van het gerestaureerde orgel met ons vieren.”
Bernhardt Edskes voor het orgel in de Koepelkerk in Veenhuizen. Hij restaureert het orgel en gebruikt het voor zijn internationale meesterklas. Foto: DvhN/Han de Graaf