Zuidlaren, Gereformeerde kerk

Kerk
De Gereformeerde kerk werd gesticht 20 februari 1898. De eerste kerk werd in 1900 gebouwd.
In 1937 bouw van een nieuwe kerk


Foto uit 1965 (09)


Orgel

1904: In dit jaar wordt besloten een pijporgel aan te schaffen. In de notulen van de kerkenraad van 4 augustus 1904 is het volgen de te lezen: “Door den kerkeraad van Anjum wordt per advertentie een gebruikt kerkorgel (harmonium)  aangeboden. Hierover is door Ds Drenth met genoemden kerkeraad gecorrespondeerd, waardoor bleek dat voor dit orgel F 400 bedongen werd. Besloten werd om eerst Anjum te schrijven om eerst de vraagprijs lager te stellen.”
En verderop in deze notulen:
“Aangaande een kerkorgel wordt besloten dat de praeses een onderzoek zal instellen bij een leverancier te Woerden (GJP: Vermeulen) die een orgel voor Fl 1000 heeft aangeboden. Uit een gevoerd gesprek tusschen Ds Drenth en den hypotheekhouder der kerk bleek deze niet ongeneigd te zijn het geld voor het orgel benoodigd op obligatieen te willen geven.”
Uiteindelijk wordt op 10 november 1904 besloten om een orgel te laten bouwen door Jan Proper uit Kampen. (13)

1905: 7 juli 1905 ingebruikname van een pijporgel. (05) Het orgel had een niet sprekend front. (11)
Het orgel wordt op 7 juli 1905 in gebruik genomen, waarbij Jan Proper zelf het orgel bespeelt. (13)
De eerste organist was T. Sterenberg Hoofd der Chr. School. In Januari 1917 werd hij opgevolgd door W. Hamstra. Orgeltrappers waren eerst Jakob en Berend Veenkamp. Later Jan en Jakob Wieringa. (11)
Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Gereformeerde Kerk werd een boekje uitgegeven (1948) waarin Ds Drenth enige aandacht besteedt aan dit instrument: "7 Juli 1905 werd een pijporgel in gebruik genomen, dit instrument doet nog dienst, in zijn geheel verborgen achter een nieuw, niet sprekend front. Orgeltrappers waren eerst Jakob en Berend Veenkamp, later Jan en Jakob Wieringa".
In een offerte van de ‘Fabriek voor kerk-en concertorgels’ H. Spanjaard te Amsterdam betreffende een geplande nieuwbouw, gedateerd juli 1950 wordt de mogelijkheid tot inruil van het oude orgel besproken. De inruilwaarde blijkt Hfl. 2700,- te zijn, zonder de trompet 8’. In het document wordt het instrument beschreven als een orgel van de firma Proper en van der Wal uit Kampen, bestaande uit hoofdwerk, bovenwerk en pedaalwerk met de volgende dispositie:
Hoofwerk: Prestant 8’, Bourdon 8’, Vlakfluit 4’, Quint 2 2/3’, Nachthoorn 2’, Cornet 5 sterk discant
Bovenwerk: Holquintadena 8’, Salicionaal 8’, Baarpijp 8’, Prestant 4’, Gedektfluit 4’, Octaaf 2’, Mixtuur 4 sterk 1’
Pedaal: Subbas 16’, Oktaafbas 8’
Koppels: Man. Ped I Ped II en een Tremulant  (13)
(GJP: Bovenstaande dispositie wijst totaal niet op Proper. Het document van Spanjaard is onbekend. In de offerte van juli door Spanjaard (Blad01 en blad02) op deze site wordt deze dispositie niet genoemd)

1924: De kerk wordt verlengd tot 24 meter. (11)

1926: Het orgel wordt verbeterd. (11)

1937:  Bouw van een nieuwe kerk.
De vraag rijst of het oude orgel dienst kan doen in de nieuwe kerk. Daartoe wordt advies gevraagd aan de firma de Koff uit Utrecht. Deze firma stelt een onderzoek in naar de toestand van het orgel met medewerking van de heer Sijbe Welmers.
Uit de notulen van 9 september 1937: “De uitslag was bevreedigend. Het orgel is door vroegere ombouw een mechanisch-pneumatisch instrument hetwelk door uitbreiding in staat zal zijn de gemeente in het nieuwe kerkgebouw te begeleiden. De Firma stelde voor, wegens gebrek aan een vol overwegend instrument, de salicionaal uit het orgel te verwijderen, daarvoor in te bouwen een trompet hetwelk een groote verbetering zal zijn, mocht later een nieuw orgel genomen worden dan zouden de instrumenten weer verwisseld kunnen worden en de nieuwe trompet in het te plaatsen orgel gebruikt kunnen worden. De prijsopgave was als ’t volgt: Het orgel demonteren, vervolgens nazien en overplaatsen naar het nieuwe kerkgebouw, nieuw te leveren trompet, geheel nieuw front naar ontwerp v/d architect, hetwelk in zijn geheel kan gebruikt worden bij een nieuw orgel, en een complete nieuwe kast daarvoor voor de prijs van Hfl. 1130. De br. gaan hiermede accoord.”
De kerkeraad is later wel onaangenaam verrast als de heer Welmers 5 gulden vraagt voor zijn medewerking. Om het orgel beter te laten klinken stelt de firma voor om een trompet in te bouwen. Aldus geschiedt. Overigens niet tot ieders tevredenheid. Ds Drenth merkt bij het 50 jarige bestaan van de kerk op: "October 1937 werd dit algemeen geroemde gebouw in gebruik genomen. Een geheel nieuwe inventaris diende het inwendige, alleen het orgel was, op één register na, het oude. Later is er nog een pracht mogelijkheid geweest om bij het nieuwe front voor zeer matige prijs een passende achterbouw te krijgen, maar door gebrek aan medewerking van de gemeente is dit mislukt. Zeer jammer, want nu is het moeilijk en zeer kostbaar"
De schrijver heeft kennelijk liever een nieuwe "achterbouw" (binnenwerk van het orgel) dan de gekozen – goedkopere – oplossing.  (13)
Op 6 maart 1937 doet Reil een voorstel aan de kerkenraad om het orgel over te plaatsen en eventueel uit te breiden. Hij sluit een plan bij en offreert Hfl 1588,=
Ook stuurt hij op dezelfde datum een brief aan organist Hamstra met zijn plannen voor het orgel en vraagt om de steun van Hamstra.
Op 9 april 1937 informeert Reil hoe het staat met zijn offerte voor de verbouw van het orgel. (12)


HetOrgel-1937-september

1940: Met enige regelmaat wordt het bespelen van dit orgel besproken in de kerkenraad: 4 april 1940: “Gezien de klachten over de bespeling van het kerkorgel gaan broeder Drenth en Speelman het orgel bespelen. Om de gevoelens van de huidige organist te sparen zal hij gevraagd worden de morgendiensten te doen, maar niet meer de avonddiensten.”
1 oktober 1940: “Om het bespelen van het orgel op hoger peil te brengen zal broeder Pottjewijd in de middagdiensten helpen.” (13)

1942: 26 maart 1942: Er is een prijsopgave ontvangen van een bij de firma Standaart te verkrijgen kerkorgel voor Hfl. 3700. (Dat vindt men kennelijk te duur.)
12 oktober 1942: Van de firma Dekker te Goes kan men een orgel zonder front betrekken voor fl 3600. Dat orgel staat nu in de toonzaal van de firma en men wil er van af. Voor het oude orgel wil men fl 450 betalen. Installatie van het orgel gaat Hfl 1350 kosten.
14 oktober 1942: Er wordt geen overeenstemming bereikt over de verbouw van het huidige orgel dan wel aankoop van een nieuw orgel. Er wordt niet overgegaan tot de aanschaf van een nieuw orgel. (13)

1950/1951: Mense Ruiter plaatst het oude orgel over naar de Gereformeerde kerk van Glimmen. Dit instrument bestaat inmiddels niet meer.(03)
Op 8 augustus beantwoord Reil een brief van 7 augustus van de organist S. Welmers dat men inderdaad mechanische orgels maakt en dat deze per stem ca. fl1100 -1300 per stem kosten.
Op 28 augustus schrijft Welmers dat hij enekele orgels van Reil zal gaan bezoeken en bespelen. Op 29 augustus antwoord Reil dat Welmers dan beslist het orgel in Ferwerd (weliswaar electrisch/mechanisch) moet bezoeken. Ook wordt Welmers uitgenodigd de werkplaats te bezoeken, waar een mechanisch orgel in aanbouw is.
De orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organistenvereniging (Joh. A. Vetter en A. van der Zee) brengt op 28 september 1950 advies uit omtrent het type te plaatsen orgel. (Blad01, blad02 en blad03)
Op 4 oktober schijft Welmers dat ook de Orgebouwcommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging om advies is gevraagd. Dit heeft geresulteerd in drie offerteaanvragen, waaronder aan Reil.
In oktober een brief aan Reil waarin Welmers aangeeft dat ze beslist vasthouden aan een nechanisch orgel. Hij heeft al een dispositie ontworpen die is afgestemd met Joh. Vetter. Het advies van W.A. Houtman wordt niet meegenomen.
Op 11 october beantwoordt Reil een brief van Welmers van 4 oktober waarin wordt besproken hoe het contact met de adviseurs zo kan verlopen dat er een mechanisch orgel gebouwd kan worden.
OP 21 oktober (blz. 01, 02 en 03)schrijft de Orgelbouwadviescommissie van de GOV een offertetraject met daarin een opgave van de dispositie.
Gewenste dispositie:
 Manuaal I: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Koppelfluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Mixtuur IV-V, Trompet 8
 Manuaal II': Holquintadena 8', Roerfluit 8', Prestat 4', Open fluit 4', Sesquialter II, Fluit 2', Scherp III, Echotrompet 8'
 Pedaal: Subbas 16', Octaafbas 8', Gedekt 8'(unit), Koraalvas 4'(unit)
Facultatief: Tongwerk 16' op pedaal, Prestant 16'' met daaruit afgeleid Octaafbas8' en Koraalbas 4'.
Electrisch speeltafel op een nader te bepalen plaats. Hergebruik van de bestaande orgelkas.
Afzonderlijke prijsopgaaf van een geheel mechanisch orgel.
Op 6 november schrijft Reil aan Welmers dat hij kortgeleden de kerk heeft bezocht. Hij vraagt of er inderdaad een orgel met rugwerk gebouwd moet worden. Hij vraagt zich ook van of de oude orgelkas gehandhaafd kan blijven. Dat scheelt in de kosten.
Op 8 november stuurt Reil een offerte op basis van een prijsaanvraag door de kerkenraad. (blad01, blad02, blad03, blad04, blad05, blad06, blad07, blad08)
Op 8 november schrijft Welmers aan Reil een brief (01, 02) met het voorstel het orgel zo laag mogelijk te plaatsen met een positief  ivm. de slechte akoestiek wegens absorberend materiaal en de trekbalken van het plafond. Het oude orgel is inmiddels verkocht.
Op 12 december schrijft Welmers aan Reil na.v. van een gesprek dat ze vorige week hadden. Er moet ruimte zijn voor het kerkkor en het orgel wordt iets meer in de breedte uitgebouwd.
Op 14 december stuurt Vetter een voorlopig contract aan Reil en aan de kerk ter controle.
Op 23 december 1950 wordt het contract getekend met Johann Reil voor de levering van een nieuw orgel (blad 01, blad 02 en blad 03). De opdracht wordt ook ondertekend door de adviseur Johan M. Vetter namens de Gereformeerde Organisten Vereniging.
Ook een aantal andere orgelmakers hebben een offerte uitgebracht of nemen contact op
 - Spanjaard juli 1950 (Blad01 en blad02)
 - Spiering brief op 14 juli 1950
Op 23 december Stuurt dhr Vetter van de orgelcomm. van de GOV de contracten ter ondertekening naar Reil.
Op 27 december vraagt Reil aan adviseur Vetter of men als manuaalkoppel een trekkoppel (Hoofdwerk-Rugwerk) of drukkoppel (Rugwerk-Hoofdwerk) wil.
Op 29 december vraagt Vetter van de orgelcomm. van de GOV aan Reil of het mogelijk is het orgel te bouwen met op het onderklavier het hoofdwerk en op het bovenklavier het rugwerk. Met geeft de vookeur aan de trekkoppel. (12)


Schets van het front. Klik voor een vrgroting op de foto. (12)

1951
Op 24 maart spreekt Vetter zijn zorgen uit over het gebruik van gestoomde beukenhouten voeten voor houten voeten. Hij vindt dit een risco voor worm. Hij vraagt of dit materiaal nog meer wordt gebruikt.
Op 15 mei? vraagt Welmers hoe de bouw van het orgel vordert en of er al een plaastingsdatum bekend is. Ook beveelt hij voor het transport de fa. van Anken aan (lid van de gemeente).
Op 16 mei brief van Reil over de voortgang van de bouw. Het bestelde pijpwerk is net binnen gekomen. De montage in de werkplaats kan beginnen. Hiervoor is de oude orgelkas nodig. Deze moet dus worden opgehaald. Hiervoor komt transportbedrijf van Anken in beeld. Reil komt met 3 man om het bestaande orgel te demonteren. Volgens de huidige planning staat het orgel eind augustus speelklaar in de kerk.
Op 11 juli bevestigt Vetter het gesprek met reil van 30 juni om het orhel speelklaar in de werkplaats op te stellen.
Op 27 augustus rekening Reil 2e termijn
Op 19 oktober verklaren Vetter en vd Zee van de Orgelcommisiie van de GOV dat Reil het orgel conform het contract heeft opgeleverd. Genoemd wordt de goede intonatie ondanks de slechte akoestiek.
Op 23 oktober vraagt Vetter een foto van het orgel voor een publicatie in het tijdschrift van de GOV "Organist en Eredienst".
Op 29 oktober een brief van vervoersbedrijf van Anken aan Reil met een nota voor het vervoren van het orgel van Heerde naar Zuidlaren.
Op 5 november schrijft Welmers aan Reil dat het orgel uitstekend voldoet. Wel dienen nog enkele kleine kinderziekten te worden verholpen.
Op 5 november schrijft Reil aan Vetter dat het orgel vooraf aan het concert van Vetter zal worden gestemd.
Op 7 november schrijft Reil aan Welmers dat wat kleine storingen zullen worden verholpen en dat het orgel wordt gestemd voor het concert door Vetter.
Op 14 november schrijft Vetter aan Reil dat zijn concert op 23 november door de NCRV zal worden opgenomen.
Op 19 november een bericht van de kerk aan Reil met een aantal klachten om trent hangers van organist Welmers. (12)
De Fagot 16' werd in 1951 gereserveerd. De Trompet 8’ kreeg een "Frans" karakter. Bij de ingebruikname van het orgel werd het instrument bespeeld door Joh. Vetter, adviseur namens de G. O. V. en de fungerende organist S. Welmer (01).

zuidl02.jpg (19152 bytes)

Dispositie:

Hoofdwerk   Rugpositief   Pedaal  
Prestant 8' Holquintadena 8' Prestantbas 16'
Holpijp 8' Roerfluit 8' Subbas 16'
Octaaf 4' Prestant 4' Octaafbas 8'
Koppelfluit 4' Open Fluit 4' Gedekt 8' 
Quint 2 2/3' Nasard 2 2/3' Koraalbas 4'
Octaaf 2' Fluit 2' Fagot gereserveerd (07)
Mixtuur IV-V Terts 1 3/5'    
Trompet 8' Scherp III    
    Dulciaan 8'    
Koppelingen: Hfdw. - Rugw. ; Hfdw. - Ped. ; Rugw. - Ped.


Tekeningen van het orgel zonder rugwerk en rugwerk alleen. Klik op de afbeeelding voor een vergroting. (12)


Detailtekeningen. Klik op de afbeelding voor een vergroting (12)

1952: Op 5 januari een brief van de kerk aan Reil met de vraag om de tongwerken te komen stemmen en zich in verbindingg te stellen met organist Welmers.
Op 21 januari een brief van Reil aan de kerk op de vraag om de tongwerken te stemmen. Reil antwoord dat dit door de organisten zelf moet worden gedaan. Dit is nl. alleen zinvol bij een verwarmde kerk.
Op 24 januari een brief van de kerk aan Reil als antwoord op de brief van reil van 21 januari. Men heeft overlegd met Welmers en deze zal een brief schrijven.
Eveneens op 24 januari schrijft Welmers een brief (01,02) aan Reil. Hij stemt elke zaterdagavond als de kerk op temperatuur is de tongwerken. Het betreft een heel andere kwestie. Het klankverloop van de Dulciaan is veel te onregelmatig en daardoor niet bruikbaar. Tevens zijn er nog een andere kleine onregelmatigheden. Hij vraagt Reil om langs te komen voor het verbeteren van de Dulciaan.
Op 16 februari een brief (01, 02) van vervoersbedrijf van Anken aan Reil, waarom de nota niet volledig is betaald.
Op 1 maart een brief van Reil aan van Anken, waar de nota voor het vervoer van het orgel blijft.
Op 26 mei  schrijft (01,02) Welmers dat hij, op de Dulciaan 8'na, nog steeds zeer tevreden is over het orgel. In juli geeft hij een 2e concert. Ook meldt hij dat dhr. Legêne uit Lochem langs is geweest om het orgel te bekijken.
Op 2 september geeft de kerk aan Reil een vraag door van organist J. Pottjewijd (GJP: De oudste broer van mijn opa) of de Open Fluit 4' van het rugwerk kan worden vervangen door een Viola da Gamba 8'.
Op 9 september beantwoordt Reil deze brief. In principe is dit mogelijk, maar gaat in tegen de geest van deze tijd. De kosten zoud f 60,=  bedragen De pijpen van het groot octaag kunnen echter niet worden geplaatst omdat de pijpen daarvoor te lang zijn. (12)

1953: In oktober schrijft organist Welmers op verzoek van de kerkenraad aan Reil met het verzoek naar de volgende zaken te kijken: verbetering Dulciaan 8', verbeteren mechaniek pedaal, werking koppelingen en de wat stroeve speelaard. (12)

1954/1955: In een brief van januari schrijft Welmers weer over de Dulciaan 8'. Reil heeft tot nu toe niet gereageerd op de klachten. Het orgel wordt redelijk vaak bezocht en is de Dulciaan 8' voor de reputatie van Reil niet bevordelijk. Hij verzoekt Reil dan ook deze kwestie te komen bespreken.
Op 20 december door de kerkenraad verzocht op een door Welmers opgestelde lijst met klachten te reageren.
Op 19 maart 1955 vraagt de kerken aan Reil om een rapport te maken van de toestand van het orgel. Een tijdje geleden heeft Reil enkele reparaties verricht.
Door grote drukte is de brief van 20 december er bij ingeschoten. Reil constateert via een brief van 2 april 1955 dat organist Welmers graag wil dat het orgel 2x per jaar wordt gestemd en om Reil naar Zuidlaren te kijgen allerlei kleine gebreken opsomt. De schade aan het pedaal is ontstaan door voor schoonmaak het pedaal onoordeelkundig weg te nemen. Dit is zeer onnodig.
Op 28 oktober schrijft Welmers dat er over enkele dagen een kerkdienst via de radio wordt uitgezonden. Hij verzoekt Reil langste komen voor een stemming en enkele kleine reparaties. (12)

1958: Organist Sijbe Welmers overlijdt (1901-1958) (14)

1961: Op 30 januari schrijft Reil dat hij als garantiewerk bij de voorjaarsstembeurt nieuwe pulpeten in het orgel wil plaatsen. (12)

1962: op 27 maart schrijft de kerk aan Reil dat het orgel nodig gestemd moet worden. Ook zijn er bij het verven van de kerk verfspatten op het orgel terecht gekomen. (12)

1963: Brief op 8 juli? van de kerk aan Reil dat na de stembeurt op 9 en 10 juli nog het volgende is geconstateerd: onzuiverheid Mixtuur, Cis koppelt niet met rugwerk, Pedaal E en F niet goed, Onregelmatigheden in de Dulciana en een niet correcte las.
Antwoord van Reil op 15 juli. Wegens drukke werkzaamheden en vakanties kunnen de geconstateerde zaken in augustus worden aangepakt. (12)

1964: Van 23 januari is door Reil een rapport (01,02) geschreven die de toestand van het orgel beschrijft zoals die werd aangetroffen bij een bezoek op 10 januari. Het volgende wordt geconstateerd:
 - Algehele toestand is niet slecht met de volgende bemerkingen:
 - trompet 8': Ruw en hard (intonatie-inzichten van toen), vervuiling. Schoonmaken, herintoneren en tongen aanpassen.
 - Dulciaan 8': Onegaal. o.a. veroorzaakt door onoordeelkundige stemming door één van de vroegere organisten.
 - Labiaal pijpwerk verkeert in goede toestand
 - Windladen in goede toestand
 - Mechaniek in goede toestand
 - Aangeraden wordt een zwevende mechaniek aan te brengen.
Op 18 februari gaat de kerkenraad in op het rapport van Reil. Voor een zwevende mechaniek heeft men op dit moment geen budget. Voor de overige werkzaamheden kan Reil een offerte uitbrengen.
Op 6 april gaat Reil in op de conclusies van het rapport van 23 januari en stelt de volgende werkzaamheden voor: Trompet 8' schoonmaken en zwakker intoneren, Dulciaan 8' herintoneren, enige stiften in de pedaallade vervangen. De kosten worden ingeschat als een dubbele stembeurt. Op 8 mei volgt de opdracht door de kerkenraad.
Op 29 augustus schrijft de kerkenraad dat men na de werkzaamheden nog een groot aantal gebreken in het rugwerk heeft aangetroffen: Mechaniek rugwerk niet afgeregeld, Koppeling niet bijgeregeld, pijpen niet inwendig schoongemaakt, dulciaanpijpen slecht gesoldeerd,enkele pijpen hangen aan spijkers ipv beugels, beschadigde pijpen (12)

1965: De kerken raad besluit per brief van 21 oktober de relatie met Reil op te zeggen. (12)

1971 (03): Door de orgelmaker Mense Ruiter te Groningen werd een revisie uitgevoerd waarbij in hoofdzaak de tractuur onder handen werd genomen. Ook de windladen werden enigszins verbeterd en het pijpwerk werd opnieuw geïntoneerd. De Dulciaan 8’ bleek niet van goede kwaliteit te zijn. Verder werd de windvoorziening anders georganiseerd. Er kwam een nieuwe speeltafel met geheel nieuwe speelmechaniek en registratuur. Zo werd het orgel weer gebruikszeker gemaakt (02). Op de plaats van de geserveerde Fagot 16' werd een bazuin 16' geplaatst. Ook werd een tremulant op het rugwerk toegevoegd. Deze restauratie kostte Hfl. 38.949,70 (07)

Dispositie na bovenstaande werkzaamheden:
Hoofdwerk   Rugpositief   Pedaal  
Prestant 8' Holquintadena 8' Prestantbas 16'
Holpijp 8' Roerfluit 8' Subbas 16'
Salicionaal 8' (*) Prestant 4' Octaafbas 8'
Octaaf 4' Open Fluit 4' Gedekt 8' 
Koppelfluit 4' Nasard 2 2/3' Koraalbas 4'
Octaaf 2' Fluit 2' Bazuin 16'
Mixtuur IV-V Terts 1 3/5'    
Trompet 8' Scherp III    
    Dulciaan 8'    
    Tremulant      
(*) Groot octaaf gecombineerd met de Holpijp 8' (Deze Salicionaal werd toegevoegd op basis van een suggestie van Feike Asma, die op het instrument concerteerde. De Quint 2 2/3 verviel bij de plaatsing van de Salicionaal 8'(07)
Koppelingen: Hfdw. - Rugw. ; Hfdw. - Ped. ; Rugw. - Ped.

199x: De problemen met het orgel nemen toe. Vnl. vanwege droogte in de kerk. Het is duidelijk dat er ingegrepen moet worden. De kerkenraad stelt prijs op een onafhankelijk oordeel en laat een rapport opmaken door de Orgelbouw-AdviesCommissie van de G.O.V. Deze concludeert: "In eerste aanleg is het orgel in technisch opzicht zeer matig gebouwd. Het is tekenend dat reeds na 20 jaar essentiële onderdelen van het orgel vernieuwd moesten worden. De klank van het orgel is zeer matig. De onderlinge verhoudingen van de mensuren van de registers zijn in eerste aanleg al niet goed genomen."
In feite adviseert men vervangende nieuwbouw, wat echter financieel onhaalbaar is.
Er wordt een Commissie Orgelrestauratie ingesteld bestaande uit: Peet den Hartog, Geuko Tiggelaar en Tjeerd Bosklopper (vrijetijds orgelmaker), die offerte aanvraagt bij drie orgelmakers. Daarnaast komt er vanuit de Commissie van Beheer de indringende vraag om een elektronisch orgel als alternatief te overwegen, waartegen de organisten onder leiding v. Wim Opgelder zich ernstig verzetten.
De offertes worden vergeleken en beoordeeld. De werkwijze en prijsstelling van de firma Steendam te Roodeschool blijkt de meest passende te zijn. Daarna volgen gesprekken met het moderamen en tenslotte nog een gemeenteavond over dit onderwerp. Twee voorstellen komen ter sprake:
Plan A: Alleen het noodzakelijk technisch herstel uitvoeren, waaronder de 4 grootste, verzakte Bazuinpijpen herstellen, afdichting van de windlade en verhard schapenleer vervangen.
Plan B: Als het vorige plan, maar uitbreiding met een algehele herintonatie, d.w.z. alle 1444 orgelpijpen worden stuk voor stuk onder handen genomen en tot een optimale klank gebracht. Dit is uiteraard een zeer arbeidsintensief karwei. De diverse registers worden met elkaar in balans gebracht en de enigszins brutale, schreeuwerige klank zal daardoor verdwijnen. De verwachting is dat het instrument daardoor ook beter zijn taak als begeleidingsinstrument zal kunnen vervullen.
Daarnaast moet er een grotere balg komen:de huidige windvoorziening is te klein, veroorzaakt volgens de orgelbouwer "een jankende aanspraak in het pijpwerk" en vormt onvoldoende basis voor herintonatie.
De kerkenraad gaat akkoord met plan B, dat Hfl. 47.963,50 kost. Tevens wordt bepaald dat een volledige opbrengst van de traditionele rommelmarkt in de Bernardhoeve kan worden besteed aan de restauratie, cq. herintonatie van het orgel. Dit levert een bedrag op van Hfl. 30.000,- Geuko Tiggelaar en Tjeerd Bosklopper organiseren een pijpenadoptie-actie welke Hfl. 1.100,- oplevert.  (13)

1998: Maart 1998 begint de orgelmaker aan het instrument te werken. Onvoorziene kosten (Hfl. 1.000,-) voor de “belering” der trompettongen worden door Peet den Hartog opgebracht (een nieuw Trompet blijft een vrome wens). Eind mei is de klus geklaard.
Bij de oplevering luidt de slotconclusie van de restauratiecommissie: "‘De commissie is zeer voldaan met het bereikte resultaat. Orgelmakerij Steendam heeft hiervoor zonder meer een compliment verdiend, want het instrument leverde soms grote problemen op, die
met veel vakmanschap en creativiteit overwonnen zijn". (13)

2012: Uiteindelijk is gelukkig toch nog vanuit de voorraad van orgelbouwer Sicco Steendam) een "vernieuwde" Trompet 8' gerealiseerd. Na de bouw (in 1951) vormt deze vervanging het sluitstuk van de technische reconstructie (1971) en de reparatie annex herintonatie (1998) in december 2011. (08) Zie ook een kopie van het artikel in "Samenklank".
Op vrijdag 29 mei 1998 draagt orgelmaker Sicco Steendam het instrument over aan de voorzitter van de kerkeraad. De openingswoorden worden uitgesproken door ds. A. van Zuylen; en de organisten Wim Opgelder, Geuko Tiggelaar, Peet den Hartog, Fred Lugtenborg en Wim Zuidersma presenteren het instrument in een met samenzang afgewisseld programma (13)


Bronvermelding:
  1. Het Orgel Jaargang 47 nr. 15 december 1951. Organist en Eredienst (1952) 1064-1065.
  2. Vriendelijke mededeling van Mense Ruiter 14-12-1977.
  3. E-Mail van Jaap Brouwer d.d. 12-11-2006
  4. Het Orgel 1937 september
  5. Website Laarkerk
  6. E-Mail Fer Harleman d.d. 28-06-2011 Beschrijving van de orgelgeschiedenis door Tjeerd Bosklopper (i.s.m. Geuko Tiggelaar en Peet den Hartog) (06)
  7. E-Mail van Peet den Hartog
  8. E-mail d.d. 3-2-2012 Peet den Hartog
  9. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Zuidlaren,_Stationsweg_159_-_Gereformeerde_kerk
  10. Drents Archief: 0425 - Gereformeerde Kerk te Zuidlaren 3. Archief van de commissie van beheer 3.2. Stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen 3.2.1. Beheer van bezittingen
    37. Stukken betreffende de aanschaffing van een nieuw orgel, 1950-1951.
  11. Gedenkboek "50-jarige herdenking van de Gereformeerde kerk te Zuidlaren 1891-1948".
  12. Archief Reil
  13. www: https://www.pknanloozuidlaren.nl/images/doc/laarkerk/laarkerk-zuidlaren-orgelgeschiedenis.pdf
  14. www: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Welmers

Literatuur:

  1. "Zeven Brinken" (Orgaan van de Historische Vereniging van Zuidlaren) Jaargang 18, nummer 2, juli 2011 Artikel: "Kleine orgelgeschiedenis van de Laarkerk".

Organisten: