Assen, Rooms-Katholieke kerk
Informatie over de kerk
Kerk.
De Rooms-Katholieke parochie wordt opgericht bij koninklijk
besluit van 24 april
1833. Zie ook Akte van stichting van de statie Assen door Antonius Antonucci, vice-superior
van de Hollandsche Missie (10)
In deze tijd werken veel arbeiders uit Duitsland in de vervening
bij Assen.
Als
zij niet in Assen naar de mis konden zouden zij misschien vertrekken
naar de vervening in
Avereest.
Daarom neemt de burgerlijke overheid initiatief voor het stichten
van een parochie.
Op 29 juni 1833 wordt aan de Zuidersingel een noodkerkje in gebruik
genomen.
Op een
terrein ten noorden van de Vaart wordt op 14 april 1837 de eerste steen
gelegd voor een nieuwe
kerk. (22)
Zie Akte van wijding door de bisschop van de kerk en het altaar in Assen 1837 (11)
(klik op de afbeelding voor een vergroting)
De kerk die er nu nog staat aan de Nassaulaan
wordt
geconsacreerd in 1934 (01).
De
Rooms-katholieke kerk van Assen moet het tot aan de Tweede Wereldoorlog doen met
tweedehands orgels en harmoniums. Toch ziet men kans om in de jaren '70 van de
negentiende eeuw een bekwaam organist in de persoon van Gerardus Johannes
Dominicus Roemelé aan te trekken. Hij overlijdt echter al in 1883 op 38-jarige
leeftijd. In de Tweede Wereloorlog bouwt de firma Steinmann-Vierdag een nieuw
pneumatisch orgel onder moeilijke omstandigheden met als adviseurs de gebroeders
Ponten. Door slecht onderhoud en onverstandig stookgedrag is het orgel vanaf de
jaren '60 nauwelijks meer bespeelbaar en schakelt men over op een
luidsprekerorgel.
Orgel.
In Het Orgel van 2002-01 staat een een artikel van Victor
Timmer 'Rooms-katholiek orgelbezit in Groningen en Drenthe in het midden van de
19de eeuw (I)'. In het artikel
wordt onder andere de orgelgeschiedenis
van de Rooms-katholieke kerk in Assen beschreven tot het einde van de 19e eeuw.
16e eeuw:
Vóór de hervorming:
Uit een proveniersbrief uit 1558 blijkt, dat een zekere
Claes Wetsinghe voor tien Emder guldens 'ene stede ende proevene in onse
Cloester' krijgt, onder voorwaarde, dat hij 'op dat orgel sal spoelen syn
leventlanck'. Deze organist wordt in genoemde brief gewezen op zijn rechten en
plichten en moet beloven 'weder vredelick toe wesen mijt de broeders', wat er op
zou kunnen wijzen, dat hij opnieuw werd opgenomen. In elk geval moet er toen in
de kapel een orgel gestaan hebben, waarbij niet duidelijk is of dit orgel al
vóór 1558 aanwezig was. Vermoedelijk was het een portatief of positief. Wat er
met dit instrument is gebeurd weten we niet. Ook over een organist wordt hierna
niet meer gesproken. (05V)
RAD. Inventaris J. G. J. Joosting. Het
archief der abdij te Assen. Leiden (1906). Inv. 20. Fragment: 'Wij Anna
Frowa Abdisse Else Koenders pijorinne Suaene Baeken keldersche mijt den ghemen
senioren des closters thoe Assen bekennen ende betueghen mijt desen openen
bezegelde breve voer ons ende onse naekoemelinghen dat wij eendrachtlijke mijt
goeden wijlle unde consent hebben ghegeven ter ere goedes Claes van Wetsinghe
orgaenist ene stede ende proevene in onse Cloester op soe daenen vorwerden dat
Claes voers. op dat orgel sal spoelen syn leventlanck soe langhe als hee can
ende vermach[. . . . . ]ende ick Claes voors. loeve weder vredelick toe wesen
mit de broeders[. . . . . ]hyrom heft Claes voers. den convente voers. ghegeven
tyn emder gl. [. . . . . ]ghegeven in den jaere ons heren dusent vijff hundert
ende achtenvijfftich des sondaghes voer Assen cionis domini'.
1840/1841
Het eerste bericht over een orgel
dateert uit 1840, toen aartspriester Van Kessel aan pastoor Beltman
(zijn opvolger in
Assen) meldde (02V): 'Er
dient zich hier [= Zwolle] eene
gelegenheid aan, om een Kabinet orgeltje te kopen', naar hij
dacht voor enige
honderden guldens. Het enige bezwaar is 'het gebrek aan
eenen organist, welke
het voortdurend pro Deo zoude willen bespeelen' . Pastoor
Beltman laat de
verdere afwikkeling graag aan zijn superieur over, maar merkt wel op: 'Ingeval
het Kabinet orgel het onze werd, dan zal het toch wel zoo kunnen
veranderd worden, dat de
Organist niet met den rug naar het Altaar behoeft gekeerd te zijn, want
dat zoude in ons
Klein kerkje te hoogste af te keuren zijn'. (03V)
Inderdaad is er geen organist voorhanden en dat laatste is dan ook de reden dat
Van Kessel meldt dat
hij van aankoop afziet, hoewel het instrument beschikbaar is 'voor
eene
buitengewone goedkope prijs'. (04V)
Blijkbaar weegt de
afwezigheid van een organist daarna toch minder zwaar, want ongeveer
een jaar later
schrijft de pastoor: 'In de maand Augustus komt hier denkelijk
de orgelmaker van
Groningen, die jaarlijks hier komt, om het orgel in de protestantse
jerk te stemmen en na
te zien, bij die gelegenheid zoude het niet verkeerd zijn om op het
overplaatsen van het
Kabinet Orgeltje te denken, en zoo ons voorkomt hetzelve slechts zonder
er iets aan te
veranderen, over te brengen teneinde kosten te sparen - ook moet er in
ernst aan gedacht,
om iemand in de gemeente te vinden die zich voor dat vak zal bekwamen';
(05V) genoemde orgelmaker is G.W. Lohman. (06V)
Of hij het ook is die aan het einde van 1841 een kabinetorgel in de
kerk plaatst en of
dat het eerder genoemde Zwolse huisorgel betreft is niet bekend. Kort na
de jaarwisseling
geeft de pastoor een opgetogen verslag van de inwijding tijdens de Kerst:
(07V) '(…) dat wij voornemens waren, met Kerstijd het
orgel te gebruiken - Hoe
zulks eene aller onverwachtste verrassing voor de gemeente was behoef
ik niet te zeggen,-
na dat volgens gewoonte de Introitus gezongen was, ging de deur van de
sacristie open,
terwijl de schel de komst van het Allerheiligste Sacrament des Altaars
aankondigde, en
ziet, dit werd op eens ontvangen door het volle orgel ! hoe wel op
alles voorbereid
zijnde, viel het mij moeijelijk mijn gemoed te houden, (….)
en gelijk men mij
verzekerde ontrolde meenigeen onwillekeurig een traan.- Ons hoofddoel
waarom wij bij de
feestviering het orgel wilden laten hooren was, dat wij willen
beproeven, of door
onderlingen giften de kosten niet kunnen gevonden worden - hoe wel er
slechts de week voor
Kerstijd toe kon besteed worden aan de noodige oefening voor koor en
organisten te houden,
is het toch tamelijk goed gegaan - ik beklom na het Evangelie den
preekstoel, en na mijne
uit boeseming over den Engelen Zang, welke heden voor de eerste maal
door orgel en koor
gezongen was gedaan te hebben, herhaalde ik de opkomst der gemeente -
toonde aan, wat door
elders wonende godsdienstvrienden voor ons was gedaan, en vroeg toen of
het niet
onbescheiden konde wesen andermaal buiten de Gemeente eene Collecte te
doen en stelde toen
voor, dat ik in persoon ten hunnen de liefdegaven wilde inzamelen.- met
de Collecte tot
dat einde heeft Schuiten en ik een begin gemaakt, en mij dunkt, dat wij
deze eerste
collecte op ongeveer f 100 zullen brengen, en dan naderhand al weer op
dezelfde of op eene
andere wijze:- het zal wezenlijk zeer netjes worden wanneer het front
er voor is, maar de
som zal dan ten naaste bij alles en alles er onder gerekend op ongeveer
f 300 loopen'. Vermoedelijk is het instrument voorzien van een schijnfront. In 1841
geeft het armbestuur
een voorschot van f. 35,02 'voor de uitgaven voor het Orgel',
(08V) waarschijnlijk in verband
met de plaatsing van het instrument.
1842
In 1842 wordt f. 6,- uitbetaald
aan 'Orgelmaker'; bovendien wordt door het
Kerkbestuur f. 10,02, zijnde 'de schuld van 't Orgel' overgenomen. (09V)
Blijkbaar
zijn er toch niet voldoende 'liefdegaven' voor de aankoop van het
orgeltje ingezameld. Het
vinden van een vaste organist blijft een probleem, getuige een uitgave
in hetzelfde jaar
voor 'Een Organist in de Kersdagen f. 1,80'.
1856
De parochie-inventaris van 20 juni
1856 meldt de aanwezigheid van 'Een Cabinet Orgel'. (10V)
Het
is het laatste levensteken van dit instrument, want het wordt nog in hetzelfde jaar verkocht,
'daar het
sedert jaren
reddeloos is, en tegen de vochtigheid van de kerk niet bestand blijft,
en in deze kleine
gemeente aan geen organist te denken valt'. (11V)
(14)
1863
Men redt zich daarna met een oud 'Seraphijn orgeltje' dat in 1863 voor f. 70,-
wordt
gekocht van de paters Jezuïeten in Groningen. (12V)
1871/1872
Krantenberichten over muziek in de kerk ter
gelegenheid van het 25-jarig jubileum van paus Pius IX. Het kerkkoor bestaat uit
14 leden waarvan 10 knapen van tussen de 10 en 12 jaar. Er wordt een mis
uitgevoerd, gecomponeerd door de eigen organist Gerardus Johannes Dominicus
Roemelé (1845-1883). Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (17-06-1871),
(21-12-1872), (28-12-1872)
en Caecilia; algemeen
muzikaal tijdschrift van Nederland jrg 29, 1872, no 3, (01-02-1872).
1878/1879
Men besluit het
seraphijn-orgel te slopen. In 1879 wordt opgemerkt, (13V) dat
'het
ding dáár [= in Groningen] reeds af was. Nu is
het geheel versleten en niet meer op te
lappen volgens den Heer J. de Wit te Groningen'. Men wil
graag een nieuw
harmonium voor 'onze vochtige kerk, een instrument dat men nu en dan in
de pastorie
kan laten opdrogen'. Genoemde heer De Wit plaatst volgens het
Memoriale op 22
november 1879 (St.Caecilia) voor f 300,- een 'Americaansch
orgel'
(Standard organ), dat hij de dag daarna voor het eerst bespeelt. In het boek
van Kocks (09) staat er het volgende over te lezen: 'In
1878, toen Mgr. Andreas Ignatius Schaepman, die van 1846 -1854 in Assen pastoor
was geweest, zijn oud-parochie bezocht voor de toediening van het H. Vormsel,
werd besloten - want het getal communicanten bedroeg toen 380 - de kerk te
vergroten, een toren ervoor te plaatsen en een nieuw orgel aan te schaffen. Het
orgel kwam het eerst van deze drie punten van het verlangenlijstje tot
verwerkelijking. Het was in 1879'.
Op
27 juni schrijft de pastoor van
Assen aan de bisschop in Utrecht dat ongeveer twintig jaar geleden een oud
harmonium is aangekocht voor f 70,-.
Het instrument is nu geheel versleten.
Volgens dhr. J. de Wit uit Groningen zou een harmonium moeten worden
aangeschaft dat ook in de pastorie geplaatst kan worden om daar wegens de vochtige
kerk weer te drogen.
Kan een volmacht worden verleend om voor f 250,- een
nieuw harmonium aan te schaffen? Dat kan dan ook dienst doen na de vergroting
van de kerk. De kosten kunnen worden bestreden uit de opbrengst van de verhuur
van zitplaatsen. (15)

Foto interieur uit
ca. 1880 (07)
1881/1882
Ook dit 'Kostbaar stuk' had problemen met de vochtigheid
getuige uitgaven in 1881 (f. 14,95) en 1882 (f. 25,-). Bij de
feestelijke inwijding van de vergrote kerk in 1882 verzucht de pastoor: 'Het moet
niet volmaakt zijn op deze wereld; het gezang en het orgelspel was
allerdroevigst.' (06) (14)
Notitie uit het Registrum memoriale:
'Nadat het oude Kabinetorgel met toestemming van ZOH is gesloopt (in 1873) en
het onbruikbaar geworden harmonium is verwijderd, wordt er op het zangerskoor
den 22 november 1879 (H Caecilia) een Americaansen Orgel (Standard Organ)
geplaatst en door den Verkooper J. de Wit te Groningen den volgenden dag bespeelt.
Moge dit kostbaar stuk van 300 Gld nu tegen de vochtigheid bestand zijn!
Helaas kwamen er in 1881 en 1882 al onkosten van f 14,95 en f 25,00.'
Nog een
notitie uit dezelfde tijd. (21)
1899
Aan de orgelmaker M.
Maarschalkerweerd te Utrecht wordt opdracht gegeven voor het plaatsen van een gebruikt orgel.
Het wordt door M. Maarschalkerweerd gerestaureerd. Vermeld wordt dat 'de blaasbalg is zoo goed als nieuw'. Het mocht maximaal 800 gulden
kosten. De
dispositie van dit instrument is als volgt: (14V)
| Manuaal | C - f3 | |
| Prestant | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Salicionaal | 8' | |
| Octaaf | 4' | |
| Fluit | 4' | |
| Openfluit | 4' | |
| Quint | 3' | |
| Octaaf | 2' | vanaf C t/m F gedekt |
Nevenregisters: Ventiel; Nihil; Aangehangen pedaal C - d1;
systeem: mechanisch
sleepladen.
In het Registrum memoriale staat het volgende genoteerd: 'In den
maand Februari 1899 is een pijporgel geplaatst op het zangkoor. Het is een oud
orgel, door M. van Maarschalkerweerd uit Utrecht geheel gerestaureerd. Het orgel
bevat acht registers en pedaal.
De blaasbalg is zo goed als nieuw. De kosten
zijn bestreden uit contributies door enige dames uit de Gemeente maandelijks
opgehaald'. (21)
Het orgel wordt niet genoemd in de boeken
van Jos Laus en Paul Houdijk over Maarschalkerweerd. (23)
1919
Organist Le Roux
krijgt per kwartaal f 25,-
later f 50,-, De orgeltrapper krijgt per half jaar f 20,-
21 december orgelstemmen
voor f 10,-. (16)
1920
Op 1 mei
krijgt de parochie een machtiging van de bisschop om voor f 175,- een
harmonium aan te schaffen. (15)
Renteloos voorschot
zangkoor voor het aanschaffen van een orgel f 175,-.
1921
Klokluiden en orgeltrappen half jaar f 30,-.
1922
Orgel
schoonmaken en stemmen f 61,40.
1924
Muziek Mosmans f 4,01
en rekening Meek f 6,- Aanschaf muziek Mosmans, inbinden etc f 1,11 f 1,04 f 0,20
f 1,25 en f 5,90.
1926
Reparatie orgel f 2,50.
1927
Reparatie orgel St. Paulus f 10,-.
1930
Reparatie
kerkorgel f 2,50.
1931
11 augustus kerkorgel gemaakt f 3,40.
1932
12 februari bezoek Koch onkosten orgel f 27,50.
20 maart Joh Meek orgel gerepareerd f 7,50.
1 juli Meek voor piano H. Paulus f 12,60 verder f 6,00 thuis piano (huur).
20
nov Bernh. Koch f 20,40. (16)
1934: Er wordt een nieuwe kerk gebouwd aan de Doctor Nassaulaan. Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant (03-07-1934).
Valckx & Van Kouteren
verhuist het orgel naar de
nieuwgebouwde kerk. De kosten bedragen f 555,10. Het oude front vervalt
bij de verplaatsing vervallen en de
frontpijpen worden in
het binnenwerk gezet. (02). (04)
Het salaris van de organist wordt gehalveerd
naar f 25,-
1935
17 december Valckx en Van
Kouteren f 20,-.
1937
Organist vanaf 1937 f 31,25.
25 okt
orgelstemmen Valckx en Van Kouteren f 20,-.
1938
8 augustus V&K f
2,50.
12 oktober stemmen kerkorgel f 20,10.
1939
16 mei G.
Vrijhoven organist f 31,25.
7 juni reparatie harmonium f 1,-.
16 september orgelstemmen f 20,10.
20 december motor
orgel smeren f 0,50 lampje orgel f 0,65.
1940
23 september orgelstemmen f 20,10.
1941
15 mei salaris organist Vrijhoven
naar f 36,25 (Incidenteel).
22 oktober aan fa. Meek orgelhuur f 43,10.
30 december orgeltrapper, organist f
7,10 en f 20,84. (16)
1940: Men besluit een nieuw orgel aan te schaffen. Het oude instrument is niet meer goed te repareren. In afwachting van het nieuwe orgel wordt besloten tijdelijk een harmonium te gebruiken. (04)
1941: De firma Steinmann & Vierdag stuurt een aantal
foto's en referenties van door hen
gebouwde orgels naar Assen.
Op 17 januari
beantwoordt Vierdag een brief van 15 januari van de pastoor. Vierdag wil graag een advies over het orgel uitbrengen. Hij komt
op 20 januari naar
Assen.
Op 21 januari schrijft
Vierdag dat hij tijdens zijn bezoek een voorlopige opdracht heeft gekregen voor een nieuw orgel. Enkele registers van het oude orgel zullen worden
hergebruikt. Aan het eind van de week komt er een gedetailleerd plan. Het hout voor
het orgel is al gereserveerd. Er zal 20 jaar garantie worden gegeven. Vierdag
vraagt of bevestigd kan worden dat de windmotor kan worden aangesloten op draaistroom
220/380 volt. Als dit bekend is kan de windmachine direct worden besteld.
Op
22 januari schrijft Vierdag dat aan
het
einde van de week een plan en een tekening van het front
zullen worden gestuurd. Kan de pastoor de maten van het balkon nauwkeurig doorgeven op
het bijgesloten briefje? Vierdag heeft rekening gehouden
met de trap.
Op 24 januari
stuurt
Vierdag een prijsopgave. De meegestuurde tekeningen kunnen in Assen blijven,
omdat hij zelf ook nog exemplaren heeft. De organist krijgt vrij zicht op het
altaar. Ook als het zangkoor is opgesteld. Om praktische redenen is het
oorspronkelijke ontwerp iets aangepast. De grootste pijpen (de grootste is 280 cm)
staan in het front. Alle frontpijpen zijn sprekend. De hoogte van het middelste
deel is afgestemd op het kerkraam, dat zichtbaar zal blijven.


Tekeningen van het orgel door Steinmann-Vierdag (17) Klik op
de afbeelding voor een vergroting
Op
31 januari bevestigt Vierdag het
telefoongesprek met pastoor Van Benthem dat het ontwerp is goedgekeurd. Het hout
voor het front en de windladen zijn in de werkplaats al op maat gemaakt. De pijpen
zijn net voor het metaalverbod besteld.
Op 3 februari
biedt Valckx & Van Kouteren voor f 4.350,- een orgel aan dat bijna is afgebouwd. Omdat door
oorlogsomstandigheden opdrachten zijn uitgevallen is aan dit orgel begonnen om het
personeel aan het werk te houden.
De dispositie van dit pneumatische
orgel is als volgt:
Manuaal I: Bourdon 16', Prestant 8', Roerfluit 8',
Octaaf 4', Octaaf 2', Mixtuur III-IV.
Manuaal II: Quintadena 8', Salicionaal
8', Spitsfluit 4', Nasard 2 2/3', Basson-Hobo 8'.
Pedaal: Subbas 16', Octaafbas 8' (beide een transmissie van Manuaal I).
Koppels: Manuaal I-Manuaal
II, Manuaal I-Pedaal, Manuaal II-Pedaal, Super Manuaal I-Manuaal II, Sub Manuaal
I-Manuaal II.
Vaste combinaties: P (Piano), MF (Mezzoforte) F (Forte), T (Tutti)
O (Oplosser).
AP (Automatisch Pedaal) O (Oplosser).
Vrijstaande speeltafel
voor het orgel.
Op 13 februari
schijft Valckx dat hij in Assen is geweest, maar dat hij de pastoor vanwege ziekte niet kon
spreken. Hij sluit een referentielijst van door hem gebouwde orgels
in.
Op
13 februari schrijft Vierdag dat
hij de nieuwe dispositie zal sturen. Toegevoegd is een Kromhoorn 8' op Manuaal
II en een Octaafbas 8' op het Pedaal. De prijs van f 3.885,- wordt daardoor met f 450,- verhoogd tot een bedrag
van f 4.335,-.
Op
17 februari schrijft pastoor Van
Benthem aan Valckx en Van Kouteren dat hij hen wegens ziekte niet te woord kon
staan. Jammer dat de offerte niet voor 29 december binnen was. De opdracht is
inmiddels aan een andere firma toegekend.
Op
21 februari schrijft Vierdag dat
hij zekerheid wil hebben over het toegevoegde pijpwerk vanwege het bestellen van
het tin. Hij wil graag weten of alle afspraken nu vaststaan. De levering van
de Kromhoorn 8' is ook toegezegd.
Op
25 februari schrijft Vierdag dat de
windlade van Manuaal I met zes stemmen klaar is. Verwisseling van registers zonder
prijsverhoging is nog mogelijk.
Op
28 februari schrijft Vierdag dat ze bij een bezoek aan een orgel in Zwolle
hebben gehoord dat dhr. Ponten voor Assen om advies is gevraagd. Vierdag heeft geen
enkel bezwaar met de inschakeling van een adviseur.
Op
7 maart schrijft Vierdag dat hij
het contract heeft opgestuurd. Kan het contract worden ondertekend en geretourneerd?
Volgens de pijpenfabriek is het pijpwerk over acht tot tien weken gereed.
Op 10 maart schrijft Vierdag dat
hij organist Ponten in Zwolle heeft bezocht. Vierdag denkt dat hij achter de
schermen wordt tegengewerkt. Vierdag is van mening dat de kwaliteit van zijn
werk goed is en daarom zijn er ook geen conflicten met opdrachtgevers.
Kwaliteit gaat boven alles. Vierdag heeft op dit moment zes opdrachten in
behandeling. Volgens Ponten zijn op Manuaal I drie 8-voets registers nodig. Het
16-voets regeister kan als transmissie. Het oude werk wordt geheel teruggenomen. De oude
pijpen worden niet hergebruikt. Hij gaat akkoord met Ponten als adviseur.
Op
21 maart antwoordt Vierdag op een
brief van 20 maart. Hij zal overleggen met Ponten over de dispositie. Op Manuaal
I dient
een 16-voets register en een 8-voets
strijker te komen. Op het Pedaal een 16 voets register. De plek van de speeltafel wordt met Ponten afgestemd.
Binnen een paar dagen is alles hopelijk geregeld en kan verder worden gegaan met
het pijpwerk.
Op 26 maart tekent
Cor Ponten op een brief van Steinmann-Vierdag aan dat hij akkoord is met de
voorgestelde dispositie.
Manuaal I: Prestant 8', Roerfluit 8', Viola 8',
Octaaf 4', Fluit 4', Mixtuur III.
Manuaal II: Salicionaal 8', Holpijp 8',
Nachthoorn 4', Woudfluit 2', Kromhoorn 8'.
Pedaal: Subbas 16', Octaafbas 8'
(transmissie van Prestant 8').
Tremulant
Koppels: Manuaal I-II,
Pedaal-Manuaal I, Pedaal-Manuaal II, Superoctaafkoppel Manuaal II-I,
Suboctaafkoppel Manuaal II-I.
Vaste combinaties Piano, Mezzo-Fort, Forte,
Tutti, Oplosser.
Het tweede manuaal krijgt 68 pijpen vanwege de
superoctaafkoppel.
Op 28 maart
schrijft Vierdag dat hij overleg heeft gehad met de broers Ponten. De dispositie
is nu definitief vastgesteld. Vierdag komt aanstaande maandag naar Assen. De
wensen van Ponten komen grotendeels overeen met de plannen van Vierdag.
Vanaf dit moment zijn er geen wijzigingen meer mogelijk. Het front blijft zoals
ontworpen met het raam vrij en de speeltafel vooraan op het koor bij de balustrade
Van april dateert nog een kladbrief
van de pastoor aan Valckx en van Kouteren. Zij zijn in Assen geweest. Alles
blijft bij het oude.
Op 9 mei
schijft Vierdag dat hij het contract heeft ontvangen. Hij stuurt een monster
voor het beitsen van de orgelkas.
Op
23 mei schrijft Vierdag dat er geen aanmerkingen waren op de proef, zodat
kan worden doorgegaan met het afbeitsen.
Op
11 juni beantwoordt Vierdag een
brief van 6 juni. Het werk aan het orgel vordert goed. Het wachten is nu op
het pijpwerk. Als dat is binnengekomen en geplaatst, dan kan dhr. Ponten naar de
werkplaats komen voor een keuring. Daarna kan de plaatsing worden gepland.
Het oude orgel kan niet worden 'opgelapt'. Waarschijnlijk is de 'rochelende'
motor defect. Als het orgel het opgeeft is er een harmonium beschikbaar.
Op
13 augustus schrijft Vierdag dat er
nog wordt gewacht op het pijpwerk. Hij krijgt die dag een
telegram van Stinkens dat levering
niet voor 1 september kan plaatsvinden. Hij stuurt een foto waarop het orgel in
de werkplaats te zien is. Als het pijpwerk is gearriveerd kan het orgel na
een paar weken worden geplaatst. Het is uiterst moeilijk om aan materiaal
voor de pijpen te komen. Leveringen zijn er maar mondjesmaat. Er staan
inmiddels drie orgels klaar, maar zonder pijpwerk. (12)
1942
Volgens een
vrachtbrief wordt het orgel op 9 januari in Assen afgeleverd en heeft het een
bruto gewicht van 2500 kg. Het vervoer is per trein. De vrachtkosten zijn f 34,50.
Het onderhoudscontract met
Steinmann-Vierdag dateert van 26 januari. De garantietermijn is twintig jaar. De
jaarlijkse stemming kost f 25,50.
De
eindafrekening is van 31 januari. De totaalprijs van het orgel is f 4342,-. Hierbij inbegrepen
is de latere uitbreiding van f 450,-.
Er is al een
bedrag van f 3540,- betaald zodat de laatste termijn f 802,- bedraagt. (12)
Dispositie volgens tekening:
Manuaal I: Prestant 8', Viola 8', Holpijp 8',
Octaaf 4', Gedekte fluit 4', Ruischquint 2 2/3.
Manuaal II: Vioolprestant 8',
Open fluit 8', Nachthoorn 4', Woudfluit 2'.
Pedaal: Subbas 16'.
In het
Registrum memoriale staat het volgende genoteerd: '1 Jan. '41 In de
Nieuwjaarstoespraak wordt door de pastoor de actie ingezet om te komen tot een
nieuw orgel. Gulle medewerking van de parochianen.
Wegens de
oorlogsomstandigheden worden terstond maatregelen genomen om te komen tot een
nieuw orgel. Leverancier Steinmann-Vierdag uit Enschede. Kosten f 4300,- met
inlevering van het oude orgeltje. Door verschillende bepalingen van de Duitse
bezettende overheid komt er stagnatie in de levering.
Doch eindelijk na ...moeilijkheden
wordt het nieuwe orgel geplaatst in januari 1942.
Op 8 februari 1942 heeft de
plechtige inzegening plaats door de pastoor van de parochie en wordt het orgel
ingespeeld door de heren Cor & Eduard Ponten uit Zwolle, die tevens de adviseurs
bij de levering en plaatsing waren.
Een kleine traktatie volgt in de pastorie,
waar de heren Ponten en de heer Vierdag bij aanwezig zijn. (21)
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (09-02-1942).

Foto
links: Drents-Asser Courant van 10-3-1979. Foto rechts: dhr. J. Venema uit Dronten, oud-organist van de kerk. (04)
Dispositie na een aantal wijzigingen tijdens het bouwtraject:
| Manaal | C - g3 | Manuaal II | C - g3 | Pedaal | C - f1 |
| Prestant | 8' | Salicionaal | 8' | Subbas | 16' |
| Viola | 8' | Holpijp | 8' | Octaafbas | 8' |
| Roerfluit | 8' | Nachthoorn | 4' | ||
| Octaaf | 4' | Woudfluit | 2' | ||
| Fluit | 4' | Kromhoorn | 8' | ||
| Mixtuur | 3 st. |
Manuaal II in zwelkast; tremulant;
Koppelingen: Manuaal I - Manuaal II;
Manuaal I - Pedaal; Manuaal II
- Pedaal; Sub. II - I; Super II -I; speelhulpen: P, MF, F, T,
Oplosser; zweltrede voor
Man. II; registers als wippers (03).


Foto:
https://dbc.rug.nl/digital/collection/Kerken/id/3244/rec/21 (17-07-2024)
Klik op de afbeelding voor een vergroting Rechts:
Detail uit de foto links.
1943
Door de vrijwillige
bijdragen van de parochianen in een maandelijkse schaalcollecte (collecte aan huis
is verboden) is de schuld eind 1943 al afgelost. (21)
1942
1 september Steinmann-Vierdag
f 25,50.
29 september A. Schuil voor N. orgel f 39,48 N: misschien een noodorgel?
30 december S&V
f 15,30.
1944
14 januari orgelstemmen f 25,-.
Vanaf 1944 f
50,- voor organist.
1945
22 november Joh. Meek f 22,50.
1947
30 september aan Twentsche kerkorgelbouw f 73,30. (04)
1948
7 juni Twentsche orgelbouw f 32,50.
5 augustus H.J. Vierdag f 42,50.
1949
24 april H.J. Vierdag f 18,-.
1950
24
september Twentsche orgelbouw f 101,15. (16)
1955
In het Registrum memoriale staat het volgende
genoteerd: '22 mei Het kerkorgel.
Ons kerkorgel is deze week gekeurd. Het heeft veel gebreken! De reparatie kost
zeer veel geld: f 5.000,- Daarom gaan we een fonds vormen: collecte voor het
orgel.' (21)
1959
Het orgel is in slechte
staat. Reparatie zou volgens een
deskundige f 11.000.- kosten. Men wacht op het oordeel van de stemmer.
(04)
1964
In het Registrum memoriale staat het
volgende: 4 sept De Heer J.C.
Angering neemt afscheid als organist op een leeftijd van 80 jaar. Opvolgster
wordt mevr. Bill-Huyskes
1967
Jan Boerma volgt mevr. H.W. Bill-Huyskes op als
organist. Zie De
Orgelvriend (1967/10)


Foto's: dhr. J. Venema uit Dronten, oud-organist van de kerk. (04)
1972
Er wordt een luidsprekerorgel aangeschaft. Het
wordt bij het
het altaar geplaatst.
1977
Op 17 augustus
schrijft Hilbrand Bronsema dat het pijporgel in een zeer slechte toestand verkeert.
Hij vindt het jammer dat de Kromhoorn 8' is vervangen door een strijker.
Tongwerken zijn duur en hij vraagt zich af of het register bewaard is.
Herstel van het orgel is dubieus omdat dit soort orgels niet meer wordt gemaakt.
Hij zou het orgel kunnen stemmen en intoneren voor f 1.000,-. De vraag is of dat
de problemen oplost. Een nieuw mechanisch orgel komt op f 200.000,-. Een
volwaardig luidsprekerorgel (bv. Johannus opus 130) kost ongeveer f 125.000,-
[sic]. Ook hoeft
een luidsprekerorgel niet meer gestemd te worden. (13)
1978
Op 15 oktober brengt
Hilbrand Bronsema een rapport uit over de toestand van het orgel. Het orgel is
onbetrouwbaar geworden door de kerkverwarming. Herstel heeft weinig zin omdat
het orgel vanwege de kerkverwarming weer mankementen zal geven.
De
pneumatische tractuur is in zeer slechte staat. Alles zou moeten worden
vervangen. Hij schat de kosten in op f 25.000,-. De mechaniek wordt
elektrisch. Ook de plaats van het orgel is onhandig omdat het zangkoor nu
bij het altaar staat. Het zou op de begane grond moeten worden opgesteld.
Bijvoorbeeld rechts van het altaar. (13)
1979: Informatie
van organist J.W. Venema
'Ik heb dit orgel vlak voor de
afbraak als organist van de kerk nog enige keren bespeeld. Het
was in mijn tijd zeker niet opgesteld in twee kassen zoals
Timmer schrijft, maar in één kas midden op het
zangersbalkon. De C-Cis laden liepen van buiten naar binnen
af. Het namaak-torentje (zink en uiteraard loos) verving
volgens mij een vlak veldje, waardoor het
venster zichtbaar kon blijven. In het begin van de
jaren '70 is het orgel door goedwillende amateurs 'opgeknapt'. Het
front is toen gewijzigd en enkele pijpen zijn in quasi Engelse stijl beschilderd.
Kwalijker is dat bij deze ingreep de Kromhoorn is verdwenen, waarheen
is mij een raadsel'. Het front was niet gebogen.
Aan beide uiterste uiteinden stonden drie grote
pijpen, en dan in een hoek van
ca. 45 graden naar achteren om aan te sluiten op het vlakke
veldje dan wel de loze toren. De zoekgeraakte Kromhoorn is vervangen
door een soort Vioolprestant van dubieuze kwaliteit. Op de foto's is
nog wel te onderscheiden dat de bovenranden van deze pijpen, maar ook
van de andere registers, veel overeenkomst vertonen met een slordig
geopend conservenblikje. (04)
Op
19 februari schrijft het
kerkbestuur aan organist Venema dat herstel van het orgel geen haalbare kaart
is. Een Johannus-orgel is financieel niet haalbaar. Het kerkbestuur gaat akkoord met het plan
om het koor geld te laten bijeenbrengen voor de aanschaf van een orgel.
Organist Venema maakt in november 1979 een 'Overzicht betreffende
het oude en het aan te schaffen orgel'.
Hierin stelt hij dat het bestaande
orgel door klimatologische omstandigheden en ouderdom onbespeelbaar is geworden.
Zijn voorganger heeft zonder resultaat geprobeerd het te herstellen. Het huidig altaar-orgel is gekocht in 1972 en ongeschikt voor
een kerk. De verkoop van het oude orgel in delen heeft tot nu toe f 4.500,-
opgebracht. Nog te verwachten is circa f 500,-. Zie advertentie in De Orgelvriend
(april 1979).
Diverse acties en giften brachten
tot nu toe f 7.000,- op. (13)
Drents Asser courant van 10-3-1979:
'De parochie Maria ten Hemelopneming heeft besloten het orgel in de kerk aan de
Nassaulaan niet meer te laten repareren. Door klimatologische omstandigheden,
onder meer de heteluchtverwarming, is het orgel zo in verval geraakt dat herstel
niet meer mogelijk is, althans niet binnen redelijke financiële grenzen. Al
lange tijd wordt het orgel niet meer gebruikt. Het orgel stamt uit 1934. 'Door
de
crisistijd van toen is de kwaliteit van het orgel nooit optimaal
geweest. Het is
al een paar maal opgeknapt, maar toonde spoedig weer kuren. Het kost
teveel geld
zonder een garantie dat het nu wel goed zou worden' aldus
pastor P.
Bocxe. In overleg met het Kerkbestuur en de Parochieraad is nu besloten
een
orgelcommissie in te stellen, die ongeveer 25.000 gulden zal proberen
te
vergaren voor een nieuw luidsprekerorgel. Een nieuw 'echt' pijporgel is door de
hoge aanschaf- en exploitatiekosten niet haalbaar. Men heeft het oog laten
vallen op een luidsprekerkerkorgel type Johannes opus 40. Het oude orgel zal
waarschijnlijk in delen worden aangeboden aan orgelbouwamateurs. 'Er zitten nog enkele aardige registers
tussen'
zegt de pastor. Nog niet duidelijk is of het pijpenfront zal blijven
bestaan'.



Foto's: dhr. J. Venema uit Dronten, oud-organist van de kerk. (04)
1980
In de periode 1978-1980 worden allerlei acties
gehouden om geld in te zamelen. Alle pijpen van het oude orgel worden te koop
aangeboden voor prijzen tussen de f 25,- en f 150,-. Zie
poster.
Op advies
van H. Bronsema is besloten een luidsprekerorgel van het type Johannus Opus 40
aan te schaffen.
Het luidsprekerorgel wordt op
16 augustus in gebruik genomen. Op
een brochure worden de specificaties
van het orgel uitgelegd. (13)
2003
Het luidsprekerorgel uit 1980 is nog steeds aanwezig. Inmiddels is op initiatief van de organist van de kerk dhr. Ard Lukassen een discussie gestart omtrent
vervanging. (05)
2017
Het
oude luidsprekerorgel is vervangen door een nieuw luidsprekerorgel
volgens het Hauptwerk-systeem. (08)


Bron:
https://www.franciscus-parochie.nl
2026
Op het voormalige
orgelbalkon is nu een imitatiepijpenfront geïnstalleerd. (24)

Foto Frits Kaan 2026 (Klik op de afbeelding voor een vergroting.
Noten
Noten Victor Timmer: (V)
Het parochie-archief is gedeponeerd bij het Rijksarchief in Drenthe. (0428)

De eerste
noodkerk. Foto uit de jaren '30 van de vorige eeuw toen het al geen kerk meer
was.

De kerk van 1837. Foto:
Facebook Drenthe in Woord en Beeld (1911)


Tekeningen van de nieuwe kerk uit 1934. (17) Klik op de afbeelding voor
een vergroting.
Ansichtkaart van na 1960 van de nieuwe kerk aan de Doctor Nassaulaan.