Beilen Hervormde kerk (Stefanuskerk)

Informatie over de kerk

Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 14 april 2017
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4', Quikt 3', Octaaf 2', Migtuur
 - Max Reger (1873-1916) Ach bleib mit deiner Gnade opus 135a Registratie: Holpijp 8', Viola da Gamba 8'
 - Hendrik Pieter Steenhuis (1850-1934) Verjaarsmarsch Registratie: Bourdon 16', Prestant 16' discant, Prestant 8', Octaaf 4', Quikt 3', Octaaf 2', Migtuur, Trompet 8' Trio: Prestant 8',  Viola da Gamba 8',  Holpijp 8'
 - Willem van Twillert (1951) Bovenstemzetting van Psalm 89 Registratie: Registratie: Bourdon 16', Prestant 16' discant, Prestant 8', Octaaf 4', Quikt 3', Octaaf 2', Migtuur, Trompet 8'
 - Franz Anton Maichelbeck (1702-1750) Gavotte Registratie: Nachthoorn 4'

Discografie



Foto vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl


Foto Drents Archief

182x/1840: Het centrale gedeelte van het orgel (3 torens met tussenvelden) is waarschijnlijk gebouwd door J.W. Timpe. Dit is nu nog te zien doordat op 2 plekken in de orgelkas een aantal onderdelen van de vroegere zijwanden nog zichtbaar zijn.  J.W. Timpe had op 6 april 1825 een geldsom van f 800,- geleend. Als onderpand fungeerde "een Kerkorgel thans staande in de Broederkerk te Groningen, hebbende negen registers, twee afsluitingen, eene koppeling, te zamen twaalf trekkers". Het betreffende instrument had J.W. Timpe omstreeks 1829 in de Broederkerk geplaatst, die kort daarvoor was afgestaan aan de Rooms-katholieken. Dit orgel, dat op 16 juni 1840 te koop werd aangeboden in de Provinciale Groninger Courant, werd verkocht aan de Hervormde Gemeente te Beilen. Deze informatie is ook te vinden in de Boekzaal: "Het orgel in de fraaie Ned.Herv.Kerk (zij brandde in het 1607 op 1608 tot op de muren af) is ingewijd den 22 November 1840. De kosten ruim f.2000,- werden grootendeels gevonden bij vrijwillige inteekening in de gemeente en het tekort door een tweede collecte. Dit orgel heeft ongeveer elf jaar dienst gedaan in de aan de R.K. Gemeente afgestane Academie of Broederkerk te Groningen (1830). Het werd door de heer B.Kerckhoff van Groningen in October 1840 uit deze kerk afgebroken en alhier geplaatst. De predicatie werd gehouden door ds.L.L.van Loenen met eene leerrede over Ps.150". Van Oekelen bouwde in 1840 een nieuw orgel voor de Broederkerk te Groningen. (o.a. 10)


Groninger courant 16-06-1840

In het boek "Wereldberoemde klanken - Het Schnitgerorgel in de Der Aa-kerk te Groningen en zijn voorgangers" ISBN 978.90.5730.775.1 (uitgegeven in 2011) is op blz. 83 een beschrijving door Peter van Dijk te vinden van het orgel zoals dat in Groningen heeft gestaan.
Zie hiervoor bijgaande PDF.
Via een advertentie in de Groninger Courant van 16 juni 1840, bood de weduwe Timpe het orgel te koop aan. In de tekst staat 'hebbende negen registers, twee afsluitingen, eene koppeling, te zamen twaalf trekkers.' De dispositie staat er echter niet in.
maar de tekst 'twee afsluitingen, eene koppeling" geeft aan dat het om een orgel met 2 manualen moet gaan.
Op basis van een analyse van Timpe's disposities, waarin bij kleine tweeklaviers orgels de disposities van beide manualen 'complementair' zijn, gerelateerd aan de afmetingen van de orgelkast, reconstrueert Peter van Dijk de volgende mogelijke dispositie:
Hoofdwerk (C-f'")
Bourdon 16 voet
Prestant 8 voet
Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur
Bovenwerk (C-f")
Holpijp 8 voet
Fluit travers 8 voet
Fluit d'Amour 4 voet
Pedaal (C-c')
Aangehangen
Manuaalkoppeling, twee afsluitingen

1841: Bericht omtrent het aanschaffen van het orgel in Drenthe.

Drentsche courant 20-07-1841


Provinciale Drentsche en Asser courant 06-09-1859


1862/1863: Complete herbouw door Petrus van Oekelen. Al het pijpwerk, de windlade en de mechanieken zijn van hem. Hij breidde het orgel uit met 2 pijpvelden aan de beide zijden van het orgel. Het middelste deel van het orgel zou het oorspronkelijke Timpe-instrument zijn. Binnen in de orgelkas is goed te zien dat het orgel later is verbreed. Tussen de C- en de Cis windlade zit een afstand van 137 centimeter. De kas van het orgel suggereert een vrij pedaal, maar het orgel heeft slechts 1 manuaal met een aangehangen pedaal.


Foto: Geert Jan Pottjewijd

1863: Orgelingebruikname volgens de Provinciale Drentsche en Asser courant 24-09-1863 en een commentaar op 29-09-1863



Provinciale Drentsche en Asser courant 26-07-1864

1871: Gedeelte uit een reisverlag "Van Assen naar Coevorden - fragment uit een onuitgegevenreisje door Drenthe" Deel II.


Provinciale Drentsche en Asser courant 26-04-1871


Provinciale Drentsche en Asser courant 17-04-1872

1875: Orgel opnieuw geschilderd in zwart en goud.

Provinciale Drentsche en Asser courant 18-06-1875


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-06-1882

1901: Er wordt geklaagd over het slechte onderhoud van kerk en orgel in Beilen

Handelingen der 86ste Gewone Vergadering van de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1901



Provinciale Drentsche en Asser courant 10-02-1910
Afwijzing van de inhoud van een advertentie voor een nieuw schoolhoofd met verwijzing naar mogelijk organistenschap?


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-12-1915, 31-01-1916



Provinciale Drentsche en Asser courant 10-11-1921


Afbeelding Stichting Orgelcentrum nr. 1348 (12)                                    Rechts ansichtkaart van voor de verbouwing uit de jaren '30 van de vorige eeuw (12)

1922: Organist is Jac Westrup


Tijdschrift "Het Orgel" februari 1923


Provinciale Drentsche en Asser courant 19-01-1925, 20-02-1925


Provinciale Drentsche en Asser courant 10-10-1934



Provinciale Drentsche en Asser courant 27-04-1937  & Provinciale Drentsche en Asser courant 29-04-1937


Het Noorden in woord en beeld, jrg 11, 1935-1936, no 31, 18-10-1935


Dagblad van het Noorden 24 maart 1939


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-03-1939


1937-1939: Bemoeienis organist en orgeladviseur Johan van Meurs met het orgel (09)
De contacten tussen Van Meurs en Beilen werden gelegd door kerkvoogd L. Nijboer, die hem op 13 juli 1937 schreef: ‘In verband met eventueele verandering van het Kerkorgel, verzoek ik U beleefd, deze dagen even in Beilen te willen komen’.
Van Meurs heeft in zijn archief aardig wat (ongedateerde) plannen met (betrekking tot het orgel van Beilen achtergelaten, sommige ervan gaan over forse ingrepen (Appendix 10).
Echter, op 12 december 1938 schreef kerkvoogd Nijboer hem: ‘Daar door Monumentenzorg is besloten het orgel niet te verbouwen, verzoek ik u deze week ten onzen te komen om na te zien wat er moet gebeuren aan het orgel in onze Herv. Kerk’.
Op 29 december 1938 raadde Van Meurs de kerkvoogdij aan om offertes aan te vragen bij Flentrop, De Koff, Van Leeuwen, Spanjaard-Amsterdam, Spiering en Valckx & van Kouteren.
Kennelijk heeft hij over Beilen ook contact gehad met Bergmeijer, die op dat moment in Scheemda aan het werk was. Bergmeijer schreef Van Meurs op 3 februari 1939 het volgende: "Van het door U opgemaakte plan zal wel niets komen. Verleden week is er een orgelmaker uit Assen geweest. Nu is het mij niet bekend dat daar een gelmaker woont. Zij hadden van die orgelmaker gunstige informatie. Ook had deze gezegd, dat het iet zooveel behoefde te kosten".
Op 15 februari 1939 schreef Bergmeijer: "Ik heb u reeds geschreven in Beilen te zijn geweest en hoe daar de ontvangst was. Aan de hand van het door U opgemaakte plan, drie-deelig, heb ik de volgende prijzen opgegeven. Punt I ƒ 495, Punt II ƒ 110, en Punt III ƒ 80, Tezamen ƒ 685,-De drie punten gelijkelijk gedaan: ƒ 635,= Wanneer dit bedrag hun te hoog was, heb ik voorgesteld, een eenvoudige schoonmaak, vrij gevolgd naar punt I ƒ 365,= (Hiervan 10% voor U). Zoo spoedig ik uit Beilen bericht heb, zal ik u dit laten weten".
Uiteindelijk werd het orgel slechts ‘een weinig gerestaureerd’ door Emil Neuhauser uit Assen. Volgens een krantenbericht werd het orgel ‘grondig schoongemaakt en gestemd, terwijl het front in een bijpassende kleur is geschilderd’. In dit bericht wordt wel de adviseur, doch niet de orgelmaker genoemd. Bij de heringebruikneming op 23 maart 1939 werd het orgel door Van Meurs bespeeld.


Pagina uit de dispositieverzameling van van Meurs. Klik op de afbeelding voor een vergroting

In deze periode stelde Johan van Meurs ook een aantal alternatieven op, die echter nooit gerealiseerd zijn:

Alternatief 01:
Demonteren, laden dichter bij elkaar opstellen
Kast verkleinen
Nieuwe frontpijpen
Prestant 16' vervangen door Voix Celeste
Nieuwe Trompet 8'
Andere Mixtuursamenstelling

Alternatief 02:
Prestant 8' front nieuw, binnen oud
Holpijp 8' oud
Octaaf 4' oud
Nachthoorn 4' oud
Bourdon 16' oud
Celeste 8' nieuw (44 pijpen)
Octaaf 2' oud
Nasard 2 2/3' (is de zachter geworden Quint)
Mixtuur 4-5 (anders samengesteld)
Trompet 8'
(pedaal) Subbas 16' nieuw

Alternatief 03:
Prestant 8' front nieuw, rest oud
Holpijp 8' B/D oud
Octaaf 4' B/D oud
Nachthoorn 4' Bas oud Nasard 2 2/3' Disc oud
Viola di Gamba 8' oud
Voix Celeste 8' nieuw
Octaaf 2' oud
Mixtuur 4-5 nieuwe samenstelling
Trompet 8' B/D nieuw
(pedaal) Subbas 16' nieuw

Alternatief 04:
1e klavier
Prestant 8' front nieuw, rest oud
Holpijp 8' oud
Octaaf 4' oud
Octaaf 2' oud
Mixtuur 4-5 nieuwe samenstelling
Trompet 8' nieuw
2e klavier
Prestant 4' (uit 16', rest aangevuld)
Bourdon 8' (uit16', rest aangevuld)
Voix Celeste 8' 44p nieuw
Viola di Gamba 8' oud
Nachthoorn 4' oud
Nasard 2 2/3'
Pedaal
Subbas 16' nieuw
Tremulant

Getuige de vele speelhulpen zou de registertractuur niet meer mechanisch zijn.62

Later stelde Van Meurs een ongedateerd plan in drie fasen op.63
I, schoonmaak, technisch herstel, klavier 6-8 cm hoger aanbrengen, aanspraak Prestant 16' en 8' verbeteren en aanbrengen Tremulant.
II, de Bourdon 16' C-co plaatsen op 2 kleine pneumatische laden. Bas/discantdeling aanbrengen op C-co/ciso-g’’’.
III, Prestant 16' vervangen door Voix Celeste 8' af co, 65% tin.

62 Mogelijk heeft Van Meurs in dit laatste ontwerp creatief gebruik willen maken van het feit dat dit orgel twee ventielenkasten heeft.
63 GrA, toegang 1618, inv. nr. 12.

1939: Reparaties door Neuhauser uit Assen

Foto Drents Archief


1939: Bovenstaande restauratie wordt bevestigd door onderstaand bericht uit een synodeverslag van 1939. In 1937 werd al een subsidie van Hfl 1350,= toegezegd. Dit maal werd de aanvraag afgewezen.

Bijlagen van de Handelingen der Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk, ten Jare 1939

1950: Concert tbv. restauratiefonds


Nieuwsblad voor Beilen Vrijdag 4 augustus 1950
Op 16 oktober vraagt de kerk de Hervomde Orgelcommissie om advies voor een mogelijke restauratie. De commissie antwoord op 20 oktober. Deze verklaart zich daartoe bereid. Dr. H.L. Oussoren en D. Hendrikse zullen eerst het orgel bezoeken. De kerk wordt verzocht azoveel mogelijk gegevens over het orgel te verzamelen. Vermoedlijk bevat deze notitie de gevraagde informatie. Helaas wordt de bron niet vermeld. Deze informatie is voor het grootste deel correct. De bouwer van het orgel te Groningen was echter niet Van oekelen, maar Timpe. Ook de vermelding Der-AA-kerk is niet correct. 14 november schrijft de orgelcommissie (ds. mr. J.W. Koelman) aan de gemeente-archivaris van Groningen dat de voorzitter van de orgelcieds. A. van Es) aanstaande donderdag het archief wil bezoeken in verband met de restauratie van het orgel. In het archief van Assen had men al wat gegevens gevonden en daar raadde met aan ook het archief in Groningen te bezoeken. Uit de brief blijkt dat men al veel gegevens over het orgel had verzameld.
Van 14 november dateert een brief van de rijksarchivaris van Drenthe. Hij heeft in de "Rekening en verantwoording der ontvangsten en utgaaf Hervormde Gemeente Beilen" een post gevonden bij de buitengewone inkomsten "Ontvangst van het orgel" van f 1.550 en bij de uitgave een post "Gehele uitgaaf voor het orgel" van f 1.523,-  Op 16 november meldt de rijksarchivaris van Drenthe dat hij een advertentie heeft gevonden in de Groninger krant van 16 juni 1840, waari het orgel te koop wordt aangeboden. 
Op 27 november komt er een brief van het archief in Groningen met de volgende informatie:
 - In 1836 was er een orgel in de Broerkerk volgens een inventarisbeschrijving
 - In 1830 wordt gemeld dat altaar en orgel nog niet kunnen worden besteld omdat alle inschrijvingsbiljetten nog niet terug zijn.
 - Kerkvergadering 13 augustus 1841: Het nieuwe orgel wordt ingewijd op 9 september
 - 8 december 1841 worden beide orgels van de voormalige gemeenten Der Aa en Guldestraat voor f 130,- verkocht aan muzikant Kerkhoff
Op 2 december 1841 een nieuwe brief van het archief in Groninge. De archivaris vindt het eigenaardig dat het orgel ban de Broerkerk niet wordt genoemd en de beide andere orgels wel. HIj beloofd zich te melden als hij nog iets vindt. (11)

1951: Van 8 januari dateert het rapport van de Orgelcommissie van der Hervomde kerk op basis van een bezoek op 2/3 november 1950. De commissie vindt het een typisch romantisch 19e eeuw orgel en ongeschikt voor de huidge tijd. De klank is niet helder genoeg. Het heeft teveel grondstemmen met te weinig boventonen. De orgelkas voor voor het kleine aantal registers veel te groot, waardoor de klank niet wordt gebundeld. Restauratie heeft alleen zin als het orgel radicaal wordt gewijzigd qua windladen, pijpwerk en dispositie. Het zal echter een orgel blijven uit de vervaltijd van de orgelbouw en kosten wegen niet op tegen het uiteindelijke resultaat. Men adviseert nieuwbouw.
Een nieuw orgel zal veel minder plek innemen dan het oude orgel, waardoor er op het orgelbalkon zitplaatsen vrij komen. Aanscha van een nieuw orgel is kostbaar, maar door het reserveren van registers kan men de kosten over een grote periode verdelen.
De orgelcie is graag bereid het advies nader mondeling toe te lichten.
Men constateert aan het orgel de volgende gebreken:
 - De windmotor is ongeschikt en staat in de torenruimte opgesteld, waar koude lucht naar het orgel wordt getansporteerd wat slecht is voor de windladen. Ook maakt de motor te veel lawaai.
 - De windkanalen zijn te nauw, waardoor bij vol spel het geluid weg zakt.
 - De windlade heeft een open kwast in het hout, waardoor er wind wordt verloren.
 - Blaasbalgen zijn op paar punten lek.
Men stelt voor het orgel aan een katholieke kerk te verkopen, waar het beter zou passen. (11)

1955: De orgelcie van de Hervormde kerk constateert op 1 oktober dat hun bemoeienis met orgel is geëindigd en dienen een rekening in van f 125,- voor de gegeven adviezen. (11)

1957: Blijkbaar het de kerk van Beilen geprotesteerd (brief nooit aangekomen) tegen de hoogte van de f 125,- en om vermindering gevraagd. Men beroept zich op de slechte financiële positie van de kerk. De Orgelie beantwoordt deze vraag op 17 januari en vraagt om een nieuwe brief waarin men uitlegt waarom men het bedrag niet kan betalen. Ook wordt gevraagd naar de stand van zaken rond het orgel. Op 27 februari schrijft de orgelcie van de Hervomde kerk dat men een kanttekening heeft gemaakt van het feit dat de rekening van f 125,- zo laat werd ingediend. Ook blijkt uit het schrijven van de kerk dat men het financieel zeer moeilijk heeft. Het bedrag wordt verlaagd naar f 45,- en er wordt een nieuw bezoek gepland om kennis te maken met de organist. Ook wordt dan bekeken  de geplande plaatsing van een nieuwe windmotro correct is.  Op 2 maart 1957 bedankt ds. van Es voor de bemiddeling en verzoekt de orgelcie contact op te nemen met dhr. Bootsma. Hij vertrekt naar Hengelo. Uit de brief blijkt dat er een orgelmotor is besteld bij Flentrop.
Op 20 juni schrijft de kerkvoogdij wanneer er nu iemand langs komt. De orgelmotor is bij Flentrop besteld maar nog niet gekomen. Het zou goed zijn men voor de installatie van de windmotor in Beilen zou zijn. Op 9 juli schijft de orgelcie van de Hervormde kerk dat het verzekeringsbedrag van f 20.000,- voor het orgel te laag is. Dit moet minsten f 40.000,- zijn. 1 augustus een brief van de kerkvoogdij aan de orgelcie t.a.v. Lambert Erné. Ze sturen de offerte van Flentrop voor het plaatsen van de windmotor. De windmotor is inmiddels geplaatst, maar Flentrop vindt de plaatsing niet helemaal geslaagd. Door lekkage van de windladen is de capaciteit toch nog niet voldoende. Op 15 oktober blijkt de rekening van Flentrop nog steeds niet te zijn betaald omdat er nog geen advies ligt van de orgelcie van de Hervormde kerk. Erné en Hülsmann hebben zich er mee bezig gehouden. Op 30 december bericht de orgelcie dat 2 medewerkers een bezoek hebben gebarcht aan het orgel, maar dat er nog een 2e bezoek nodig is voor proeven met de windvoorziening. (11)

1958: De kerkvoogdij wil dat de medewerkers binnen 2 weken (brief 29 januari) naar de windvoozing komen kijken voor hun oordeel. Flentrop dreigt nu met een incassoprocedure. Per brief belooft de orgelcie dat Lambert Erné en Cor Edskes zeer binnenkort zullen komen.
Op 14 maart schrijft Flentrop dat de rekening van de in juni geplaatste windmotor nog steeds niet is betaald. Omruilen tegn een krachtiger motor kan niet meer gratis, omdat de motor inmiddels niet meer nieuw is. Oorzaak van de problemen is de lekkende windlade en niet de motor. De kerkvoogdij wacht nog steeds op het schriftelijke rapport van Erné en Edskes. Op 17 september komt dan eindelijk de brief van de orgelcie. Edskes en Erné hebben het orgel op 13 februari onderzocht. De windmotor is inderdaad ontoereikend voor het orgel in deze toestand. De orgelcie wil een machtiging om het een en ander met de fa. Flentrop te regelen. Deze machtiging is echter nog steeds niet ontvangen. De kerkvoogdij stuurt op 22 september een machtiging naar de orgelcie. Flentrop meldt in oktober dat de rekening na 15 maanden nog steeds niet is betaald en dat ze niets van de orgelcie hebben gehoord. Ze verzoeken weer om betaling van de rekening. Ook gaat er een brief van Flentrop naar de orgelcie. Het antwoord van de orgelcie aan Flentrop komt op 29 oktober. Men verzoekt Flentrop een compromis te sluiten met de kerk voor het omruilen van de windmotor ondanks het feit dat hij niet meer nieuw is.
In november schrijft Flentrop dat ze de motor willen omruilen indien de kerkvoogdij van Beilen een vergoeding geeft van f 7,50 per gebruikte maand. Een nieuwe ventilator kan in 1 à 2 maanden worden geplaatst. In december adviseert de orgelcie de kerkvoogdij van Beilen om met het voorstel van Flentrop akkoord te gaan. (11)

1959: Op 13 januari verzoekt Flentrop de kerkvoogdij de rekening te betalen, vermeerdert met f 7,50 voor elke maand dat de motor is gebruikt. Daarna kan de motor worden vervangen. In maart gaat de kerkvoogdij akkoord en belooft de rekening zo spoedig mogelijk te betalen. Op 27 april schrijft Flentrop naar de orgelcie dat Beilen de rekening heeft voldaan. Op 29 april  bericht van de orgelcie aan Flentrop dat de kerkvoogdij wil dat Flentrop de orgelmotor omruilt. De f 7,50 per maand zal betaald worden t/m de maand april. Op 6 oktober een brief van de orgelcie aan Flentrop dat de orgelmotor nog steeds niet is geplaatst. Op 15 oktober meldt Flentrop aan de orgelcie dat de nieuwe windmotor is geplaatst. (11)

1960: Medewerkers van de orgelcie zijn in Beilen geweest en hebben geconstateerd dat de windmotor is geïnstalleerd. Door de droge zomer hebben de windladen erg geleden en zijn de lekkages toegenomen, waardoor de windmotor nog steeds onvoldoende capaciteit heeft. Het is verstandig zo weinig mogelijk te stemmen, omdat het pijpwerk schade zal oplopen doordat er te weinig wind is. In juli schrijft de orgelcie dat men heeft vernomen dat er plannen zijn voor een nieuwe kerk. Vermoedelijk is men in de war met de plannen van de gereformeerde kerk. (11)

1963: Brief van Monumentenzorg dat het orgel voor komt op de Voorlopige lijst de nederlandse Monumenten van geschiedenis en kunst. Dit als antwoord op een brief van de kerkvoogdij 29 oktober van het vorige jaar. Werkzaamheden aan het orgel mogen alleen worden uitgevoerd na toestemming van monumentenzorg. (11)

1964: In november schrijft Monumentenzorg dat ze geen subsidie kunnen geven voor de restauratie van het orgel als antwoord op een vraag van de kerkvoogdij op 23 april. (11)

1965: Men zet de restauratie van het orgel toch door, want op 12 januari is er een voorlopig advies vanuit de orgelcie van de hervormde kerk over het orgel. De dispositie wordt vermeld met als opmerking dat de registers Quint (Quikt) en Mixtuur (Mictuur) foutieve registerplaatjes hebben. Er is een trede voor het uitschakelen van de Bourdon 16', Octaaf 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixtuur en Trompet. Het orgel verkeerd, vooral voor de windladen in een slechte toestand. Er is veel lekkage en toets- en registermachaniek rammelen door slijtage. De klavierbak lijkt niet origineel te zijn, wat ook geldt voor het wellenbord van het pedaal. Het pijpwerk is in goede staat met wat stembeschadigingen. Het snijwerk aan de zijkant van het orgel is hersteld met triplexhout wat al weer sterk verwormd is. Orgelkas is in goede staat, maar van overdreven afmetingen. De kosten van herstel worden ingeschat op f 35.000,- à 40.000,-. Er wordt gedacht aan Flentrop, omdat deze orgelmaker het orgel al in onderhoud heeft. Het laten uitvoeren door een kleine orgelmaker zou goedkoper kunnen zijn. bv. Fama en Raadgever in Utrecht. Het beste is bij beiden een offerte te vragen. Klaas Bolt of Lambert Erné zouden kunnen optreden als orgeladviseur. Erné beschikt echter over de meeste ervaring.
Op 26 mei verzoekt de kerkvoogdij Lambert Erné naar Beilen te komen voor overleg. Op 7 juni antwoordt Erné dat hij pas na 15 juli kan komen, vanwege verblijf in het buitenland. Kerkvoogdij stelt voor deze bijeenkomst te houden op 16 of 19 juli.
Op 23 augustus doet Lambert Erné verslag van het gesprek dat hij had met de secretaris dhr. Brouwer en de predikant. Hij stelt voor een restauratierapport te laten maken op basis waarvan een offerte door een orgelmaker kan worden gemaakt. Ook zou een offerte kunnen worden aangevraagd voor een kleiner maar nieuw orgel om te onderzoeken of dat goedkoper is. De offerte voor een nieuw orgel aanvragen bij Flentrop, Fama en Raadgever, Vierdag. Ook dient bij Monumentenzorg te worden geïnformeerd of toestemming nodig is voor een restauratie. Is dit het geval, dan kan ook subsidie worden aangevraagd. Ook kan een subsidie worden aangevraagd bij gemeente en provincie. Een evt. nieuw orgel zou kunnen worden opgesteld in de huidige orgelkas. Erné vraag een machtiging van de kerkvoogdij om het advieswerk te kunnen starten. Deze machtiging volgt op 27 auagustus. In december een brief van monumentenzorg dat kerk en vaste invenaties onder de monumentenwet vallen. Van het torenuurwerk wordt gezegd dat dit niet onder de monumentenwet valt. Bij het orgels weet men het nog niet.

1966: In juni vraagt de kerkvoogdij aan Erné om wat meer haast te maken met zijn werkzaamheden. De bespeelbaarheid van het orgel neemt steeds verder af. In juni een antwoord van Erné op de informatie die hij kreeg uit Beilen. Graag wil hij de bronnen weten van het historische overzicht van het orgel. Deze bronnen zijn van groot belang bij het verlenen van subsidie. In juli krijgt Erné de brieven toegestuurd uit de jaren '50 toen historisch onderzoek is gedaan door de orgelcommissie van toen. Op 19 juli schrijft Erné dat hij op 21 julie de kerk wil bezoeken om het orgel te inspecteren.




Nieuwsblad voor Beilen vrijdag 9 september 1966 - Dit bericht suggereert dat er een nieuw orgel moest komen.


Nieuwsblad voor Beilen 14 oktober 1966, 28 oktober 1966, 4 november 1966. Berichtgeving over allerlei akties om geld in te zamelen voor het orgel.


Op 1 november vraagt Erné aan Flentrop en Mense Ruiter om een prijsopgave voor de restauratie van het orgel of de nieuwbouw van een 1-klaviersorgel. In de brief vermeld dat het orgel is gebouwd door Van Oekelen in 1820. Het orgel zou vroeger kamertoon gehad hebben. Pijpwerk is afgesneden en van expressions voorzien. Bij de restauratie moet een aparte post worden opgenomen voor het verlengen van het pijpwerk voor herstel kamertoon. De windladen hebben door- en bijspraak.
Het 2e gedeelte beschrijft het nieuw te bouwen orgel in de bestaande orgelkas. Overwogen wordt een nieuw klavier en pedaal voor een betere speelmechaniek. Voorgesteld wordt de volgende dispositie:
Prestant 8'
Roerfluit 8'
Octaaf 4'
Spitsfluit 4'
Octaaf 2'
Mixtuur IV-VI bas/discant
Bourdon 16' bas/discant met transmissie voor het pedaal voor C-f'
Er dient een pedaalkoppeling te worden aangebracht. De windmotor kan worden hergebruikt en is van recente datum (11)

Op 5 november stuurt Erné onderstaande informatie naar de kerkvoogdij

  1. Offerte van Flentrop d.d. 3 november. De restauratie wordt ingschat op f 17.900,- met een post onvoorzien van f 3.000,- Het verlegen van het pijpwerk wordt ingeschat op f. 5.000,-
    De bouw van een nieuw orgel in de bestaande orgelkas zal een inwendige orgelkas moeten hebben, omdat de bestaande orgelkas veel te groot is voor de gevraagde dispositie. Dit nieuwe orgel kan men leveren voor f 39.700,-
  2. Offerte van Mense Ruiter d.d. 4 november. Zij schatten de restauratie op f 30.250,- met de volgende stelposten:
     - Ingrijpender herstel balgen f 2.500,-
     - Herstel pijpvoeten wegens tinperst f 2.000,-
     - Wijziging toonhoogte f 2.500,-
    Een nieuw orgel kunnen zij leveren voor f 34.000,-
  3. Beschrijving orgel en orgelgeschiedenis. De geschiedenis bevalt tal van zaken, die later niet correct bleken te zijn. De bouwer was zo goed als zeker Timpe en de geboemde brand vond plaats in 1820 toen het orgel nog niet in Beilen stond. Verder wordt nauwkeurig beschreven welke gebreken het orgel op dat moment heeft.
    Gebreken:
     -Windladen: door- en bijspraak
     -Mechanieken: Slijtage draaipunten toets- en registermechaniek. Vernieuwde fabrieksmatige winkelhakenbalk
     -Pijpwerk: Sommige versuikerde pijpvoeten. Stembeschadigingen
     -Windvoorziening: in tamelijk goede staat
     -orgelkas: tamelijk goede staat
     -klavier: uitgesleten
  4. Blijkbaar op verzoek van de kerkvoogdij van Beilen heeft Erné in november een bezoek gebracht aan de jonge orgelmaker Ottes te Roden. Een verslag daarvan stuurt hij naar Beilen. Hij constateert dat het niveau op dat moment dusdanig is dat hij deze orgelmaker niet kan aanbevelen.
  5. Conceptbrief voor een subsidieaanvraag
  6. Advies  offertes. Het prijsverschil tussen Flentrop en Mense Ruiter is f 5.000,- in het voordeel van Flentrop. Ondank de 2x zo lange levertijd adviseert hij toch Flentrop. Hij vraagt de Kerkvoogdij om een machting om met Flentrop in zee te gaan. Nieuwbouw wordt afgeraden omdat het historisch onjuist is (11)

Op 25 november gaat de Orgelcommissie akkoord met het voorstel om het orgel te laten restaureren door Flentrop.

Briefje kerkvoogdij Beilen naar Lambert Erné op 28 november 1966

Op 14 december vraagt de kerkvoogdij Lambert Erné om toezending van enige beloofde stukken, zodat ze in hun vergadering 20 december een definitief besluit kunnen nemen over de restauratie.

1967: In februari stuurt Erné de papieren voor een subsidieaanvraag. Hij raadt de kerkvoogdij aan een extra post op te nemen voor schilderwerk en vergulding van f 5.000,- De kerkvoogdij is nl. niet conten met de huidge kaskleuren. De rayon-rijksarchitect dient hier echter wel mee in te stemmen. Erné brengt ook zijn kosten van f 600,- in rekening. Gezien de tijdsinvestering zou dit eigenlijk hoger moeten zijn, maar hij handhaaft het bedrag.
Op 24 februari volgt de officiële subsidieaanvraag door de kerkvoogdij. Men denkt f 42.000,- nodig te hebben voor de restauratie.
Dezelfde brief gaat naar de provincie. Op 25 februari wordt Erné door de kerkvoogdij officieel aangesteld als orgeladviseur. Inde brief het verzoek of de levertijd terug gebarcht zou kunnen worden van 4 jaar naar 2 jaar.
Op 1 maart geeft Erné opdracht voor de restauratie aan Flentrop. Hij maakt daarbij een voorbehoud voor de subsidieverlening.
10 maart wordt de opdracht door Flentrop bevestigd. De orgelmaker kan nog geen definitieve toezegging doen omtrent de levertijd, maar hoopt de werkzaamheden in de 2e helft van 1969 uit te kunnen voeren.

1968: Op 12 januari wordt door het rijk een subsidie toegekend van 20% tot een maximum van f 8.440,- Het bedrag wordt in 1970 uitgekeerd.
In februari gaat een brief naar de gemeente Beilen voor een subsidie. Daarin wordt genoemd dat er al een toezegging van het rijk is voor 20%. De toezeggingsbrief van het rijk voor 20% wordt doorgestuurd naar Lambert Erné. Ook wordt gemeld dat er een brief naar de gemeente onderweg is. Men informeert wanneer Flentrop met het werk gaat beginnen. Erné antwoordt op 21 februari dat hij verhuegd is over de toezegging. Flentrop wil graag een defintieve opdracht zodat zij het werk in 1969 kunnen uitvoeren.
Op 7 maart geeft de kerkvoogdij de definitieve machtiging aan Erné voor de opdracht aan Flentrop. Het orgel wordt steeds slechter bespeelbaar. Is er misschien noodoplossing mogelijk zonder al te veel kosten? Op 12 maart bedankt Erné voor de definitieve opdracht, maar ziet geen mogelijkheden om het aangemelde probleem via een noodoplossing te laten verhelpen. Ook op 12 maart verleend Erné aan Flentrop de definitieve opdracht.
Op 21 maart accepteert Flentrop de opdracht en brengt eerste termijn in rekening. Op 23 apil dankt Flentrop voor de betaling van de 1e termijn.
Op 6 mei meldt de kerkvoogdij dat de provincie 15% heeft toegezegd en de gemeente 20%. Men vraagt naar het adres van het Prins Bernard Fonds om ook daar een subsidie aan te vragen.
Op 23 september meldt Flentrop aan Erné dat ze op maandag 30 september het orgel willen demonteren en overbengen naar de werkplaats. Flentrop plant ook een bespreking tussen Erné, Flentrop en de Rijksorgeladviseur om de restauratie verder te detailleren.
Op 3 oktober volgt een specificatie van Flentrop aan Erné van alle uit te voeren werkzaamheden. In dit document worden de restauratie werkzaamheden zeer uitvoerig beschreven. Aan het orgel wordt weinig gewijzigd. Het meeste dient te gebeuren aan de windladen, die zijn doorgebogen, waardoor ze volledig gedemonteerd moeten worden en gevlakt. Ook wordt een hechthouten dekplaat aangebracht. De onderslepen worden dunner gemaakt, waardoor een masonite bovensleep kan worden opgemonteerd en de sleepconstructie van Flentrop kan worden toegepast. Stokken en roosters blijven ongewijzigd. Volgens Flentrop is de toonhoogte niet gewijzigd. Dit is te zien aan de expressions die zeer consciëntieus zijn aangebracht en regelmatig zijn aangebracht. Ook zijn de gedekte pijpen voorzien van krantenpapier uit 1863. Dit is de sterkste aanwijzing dat de toonhoogte niet is veranderd.
Op 10 oktober schrijft J.A. Steketee van Flentrop Dat voor het montagewerk in Beilen alleen reiskosten in rekening worden gebracht, omdat de werkzaamheden worden verricht vanuit de werkplaats in Zwolle. De intonatie zal gebeuren door werknemers uit Zaandam, waarvoor logies in Beilen geregeld moet worden.
Op 12 oktober stuurt de kerkvoogdij de gele kwartaalopgaven van het ministerie van CRM naar Erné. Ook wordt de toezegging vermeld van de subsidies door gemeente en provincie.
Op 29 oktober een rekening van Elektrohuis Knol uit Beilen voor aanbrengen elektra bij het orgel van f 211,91
Op 2 november komt er een rekening van de orgelcommissie van de Hervormde kerk van f 89,50 voor een deel van de kosten van het advieswerk.
Op 26 november een rekening van Flentrop voor het maken van de onderstukken voor de frontpijpen (f 1.350,-) en het aanbrengen van bladgoud voor de labia van de frontpijpen (f 1.160,-)
In november een rekening voor f 9,21 van bouwbedrijf H.E. Stevens uit Beilen voor het leveren van hout.
Op 23 december ontvangt Erné een brief van Corneille Jansen, directeur van het Drents museum en Monumentenzorg Drenthe, omtrent het schilderwerk aan het orgel. Hij verzoekt de kerkvoogdij contact op te nemen met Corneille Jasen omtrent de uitvoering van het schilderwerk.
Eind december 2 rekeningen aan de kerkvoogdij voor het verblijf van 2 orgelmakers voor 3 dagen in Beilen en 132 koppen koffie.
Erné stuurt op 24 december een rekening van f 589,10 voor zijn advieswerk op basis van de offerte van Flentrop. Hij stelt ook vast dat het eindbedrag van de door monumentenzorg goedgekeurde begroting niet zal worden overschreden.
Het schilderwerk van het orgel wordt in december gegund aan Manak en Zoon uit Assen voor het bedrag van f 4.180,- Het werk dient in overleg met de directie van ht Drents museum te worden uitgevoerd.
Op 30 december een rekening van Flentrop voor de tot dan toe uitgevoerde werkzaamheden van f 21.771,62 Ook wordt gespecificeerd welke kosten nog in 1969 zijn te verwachten. Op 31 december een overzicht van de kerkvoogdij voor Erné van alle tot nu toe betaalde kosten voor de restauratie excl. de laatste rekening van Flentrop.

1969: Brief 6/1 van Erné aan Flentrop, waarin hij vraagt om een overzicht van de tot nu in rekening gebrachte kosten. Het bladgoud op de labia kan nu ook worden aangebracht omdat het schilderwerk is afgerond. Op 16 januari ontdekt Flentrop dat op de rekening van 30 december 1968 de eerste termijn van f 5.970,-, die al betaald is, niet in mindering is gebracht. De rekening wordt daarom aangepast.
De kerkvoogdij stuurt op 19 maart een uitnodiging aan de hervormde Orgelcommissie voor de ingebruikname van het orgel op 2 april 19:30 uur met een korte zangdienst. Na de dienst een kopje koffie in het Wilhelminagebouw en gelegenheid voor een toespraak.
Op 21 maart dankt de orgelcommissie voor de uitnodiging maar zien geen kans het bij te wonen.
In maart rekeningen voor geleverde koffie voor de orgelmakers (f 58,20), kostgeld stemmers Bos en De Ruiter (f 286,-) en nog een keer 108xkoffie (32,40).
In maart een rekening van Elektrohuis H. Knol voor elektra bij het orgel van f 139,29 Schildersbedrijf Manak & Zoon factureert het schilderswerk. Het aanbrengen van houtimitatie en vergulde wordt gespecificeerd.
Op 10 april volgt de eindafrekening door Flentrop van f 5.287,09 Op de bijbehorende brief een discussie tussen Erné en Flentrop welke informatie nu wel en niet op een orgelfotokaart zou moeten staan. Ui de rekening blijkt ook dat er een nieuwe windmotor is geplaatst.
Op 21 mei meldt Flentrop dat de rekening van eind december 1968 is betaald, maar dat de eindafrekening nog open staat.
Op 26 mei een brief van Erné aan de kerkvoogdij met een overzicht van de stand van zaken rond de informatie voor het ministerie van CRM en de basis voor zijn eigen honorarium.
Het eindrapport van Erné en zijn eindafrekening (f 1.177,87) dateren ook van 26 mei. Hij is zeer tevreden met het eindresultaat en noemt speciaal het herstel van de oude windvoorziening, die nu ook weer getreden kan worden.
Op 30 mei bericht de orgelcommissie van de hervormde kerk dat het rapport van Erné ontvangen is en dat dhr. W. Hülsmann graag op 3 juni langs wil komen voor het eindrapport van de orgelcommissie.
Op 17 juni het eindrapport door W. Hülsmann van de Hervormde orgelcommissie. Hij is zeer tevreden over het eindresultaat en schat de verzekeringswaarde van het orgel nu op f 80.000,- Enkele kleine mankementen worden aan Flentrop gemeld.
Eind augustus schrjft de kerkvoogdij aan Erné dat ze nu de laatste rekening (f 121,70 Orgelcommissie Hervormde kerk) ook binnen hebben.


Foto: Geert Jan Pottjewijd Klik op de afbeelding voor een vergroting


Foto: Geert Jan Pottjewijd Klik op de afbeelding voor een vergroting

1970: Op 10 januari schrijft Erné dat de eindafrekening van de orgelcommissie van de Hervormde kerk niet voorkomt bij de informatie die hij heeft ontvangen van de kerk, waardoor hij nog niet alles voor rijksdienst voor monumentenzorg kan invullen. De kerkvoogdij dient contact op te nemen met de dienst voor de ontbrekende informatie.
Op 16 januari meldt de orgelcommissie van de Hervormde kerk dat er inderdaad een fout gemaakt en stuurt de correcte gegevens.
Van 5 februari dateert de laatste brief in dit restauratieproces, waarin de kerkvoogdij alles nog een keer samenvat voor Erné. De provincie heeft al een voorschot betaald van f 5.000,- en de gemeente Beilen van f 7.000,-

2011: Groot onderhoud door Kaat & Tijhuis te Kampen.

2012: Wim Boer ontdekt op de achterkant van het knieschot van de klaviatuur een met potlood getekende plattegrond van de binnenstad van Groningen. Het is lastig te achterhalen van wanneer deze plattegrond dateert en wie hem er op heeft getekend. Het moet na 1887 zijn omdat het Academisch Ziekenhuis aan de Oostersingel er al op staat.

Beschrijving: De geschiedenis van het orgel te Beilen is door ontbrekende archiefstukken moeilijk te doorgronden. Al het pijpwerk stamt zeer waarschijnlijk uit 1862, toen het orgel door van Oekelen werd omgebouwd en werd uitgebreid met twee pijpvelden ter rechter- en linkerzijde van de orgelkas. Wanneer deze uitbreiding precies is uitgevoerd is niet zeker. Dit kan zowel in 1840 als in 1862 zijn gedaan. De uitbreiding is binnenin de orgelkas nog goed te zien door naar beneden uitstekende houtdelen van de oorspronkelijke kas. In Harlingen breidde Van Oekelen een van Gruisen orgel op een soortgelijke manier uit. Ook zijn er berichten die er op wijzen dat het orgel ooit een vrij pedaal zou hebben bezeten, maar dit kan nergens worden aangetoond.

Dispositie:

Manuaal Al het pijpwerk stamt zeer waarschijnlijk uit 1862
Prestant 8'  
Prestant 16' discant Vanaf e
Bourdon 16'  
Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Nachthoorn 4'  
Quint 2 2/3'  
Octaaf 2'  
Mixtuur III-IV-V b/d Samenstelling:
C: 2, 1 1/3, 1
f: 4, 2 2/3, 2, 1 1/3
f': 8, 5 1/3, 4 2 2/3, 2
Trompet 8' b/d Metalen stevels en koppen

Pedaal

 
C - d'  
Trede voor Forte and Piano De quint, octaaf 4' en 2', mixtuur en trompet kunnen door middel van deze trede in 1 keer worden uitgeschakeld. De trede moet daarbij constant ingedrukt worden gehouden

2013: Begin oktober ontving de kerk een bericht van het Notariaat Midden-Drenthe dat in een testament van een gemeentelid een schenking was opgenomen voor de Protestantse Gemeente Beilen-Hijken-Hooghalen ter grootte van ca. € 290.000,-.
In het testament is een bepaling opgenomen dat de schenking uitsluitend besteed mag worden aan het orgelfonds. Het College van Kerkrentmeesters heeft deze schenking in grote dank aanvaard. (kerkblad herv. kerk nov 2013)

Deelrestauratie door orgelmaker Henk Heideveld.
De houten pijpen van de Bourdon 16 zijn gerestaureerd. Ze waren verwormd en de lijmnaden lieten los.
Nieuwe pakking en afdichting. Loopplanken aangebracht en winkelbalk gefixeerd.
De windlekkage verholpen via een tijdelijke oplossing. Het leer is zeer slecht en zou eigenlijk vervangen moeten worden. (07)

Foto: Henk Heideveld (07)

2013: De PKN Beilen erft een bedrag van bijna EUR 300.000,= met als oormerk de orgels van de Stefanuskerk en de Pauluskerk.
Zie: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/70587/Erfenis-van-3-ton-voor-kerkorgels-Beilen

2015: Restauratie van het pedaalklavier door orgelmakerij Heideveld.
Het eiken pedaalklavier is sterk versleten. De toetsen worden uitgestukt en opgevuld met oud eiken. Het raamwerk is ooit met de vloer mee geverfd in een bruine kleur (vloer is nu grijs).
De verf wordt verwijderd met afbijtmiddel en daarna in de bijenwas te gezet. (originele toestand)
Het pedaal ligt nu verzonken in de vloer. Jammer genoeg kan dit niet eenvoudig ongedaan worden gemaakt. (Verder onderzoek zou wenselijk zijn)
in het raamwerk van het pedaal worden nieuwe leren bevoeringen aangebracht.
De toetsveren worden gecontroleerd en op juiste spanning gebracht. Daarna wordt het Pedaal opnieuw ingeregeld. (08)

Toestand 2014 voor restauratie

Bij de restauratie kwam er ook een groen-/blauwachtige onderste kleurlaag tevoorschijn.


2017: Volledige restauratie van het orgel gestart in september 2017 door orgelmaker Henk Heideveld, bijgestaan door een groep vrijwilligers.
De voortgang van de restauartie is te volgen op fabook: https://www.facebook.com/restauratieorgelbeilen/
Tijdens de restauratie werden kogelgaten ontdekt in de balg van het orgel.
Zie onderstaand artikel uit het Nederlands Dagblad d.d. 13 oktober 2017


Ook RTVDrenthe besteedde aandacht aan de vondst. Zie http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/126786/Kogelgaten-gevonden-in-kerkorgel-Beilen

De bovenkant van de orgelkas is afgedekt met zink om het orgel te beschermen tegen lekkage. In het zink hebben enekle personen in 1939 hun naam achtergelaten.
Zie onderstaande afbeeldingen. Klik op de afbeelding om te vergroten. Foto's Henk Heideveld.





2021: De werkzaamheden om de kerk geschikt te maken als concertlocatie zijn nu zo ver gevorderd dat orgelmaker Henk Heideveld weer verder kan met de plaatsing van het orgel. Het orgel lag opgeslagen in de consistorie van de kerk.
Helaas is er waterschade ontstaan door het foutief plaatsen van een watermeter door de WMD. Deze waterschade is inmiddels hersteld. Adviseur is Dirk Bakker uit Piershil.
Bij de herplaatsing van de harp op het orgel werd een inschrift ontdekt: "W. Lok 1939". Blijkbaar heeft deze W. Lok Neuhauser geassisteerd bij de werkzaamheden aan het orgel in 1939.


Foto's: Henk Heideveld (13)

Opnamen:

CD VLC1091 Henk Gijzen Jesu meine Freude
Nachspiel fürs volle Werk
Johann Christian Rinck
Michael Gotthardt Fischer

Bronvermelding:
  1. Wikipedia: http://reliwiki.nl/index.php/Beilen,_Prins_Bernhardstraat_12_-_Stefanuskerk
  2. Boek: Het historische orgel in Nederland 1819-1840 blz 223-225
  3. Het Orgel 1967/09 Orgelbouwnieuws
  4. Het Orgel 1969/03 Orgelbouwnieuws
  5. Het Orgel 1969/04 Orgelbouwnieuws
  6. Het Orgel 1969/06 Bij de foto's
  7. E-Mail Henk Heideveld d.d. 19-02-2014
  8. E-Mail van Wim Boer d.d. 4 februari 2015
  9. Boek: Jaap Brouwer - Johan van Meurs Een studie over een pionierend orgeladviseur
  10. Boek: Lex Gunnik - Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oeckelen, orgelmaker te Harendermolen (1990) Blz 154-155
  11. Archief Lambert Erné - Universiteit Utrecht
  12. Archief Jaap Brouwer
  13. E-Mail Henk Heideveld d.d. 24-03-2021
Onderstaande foto's: Geert Jan Pottjewijd

Schrijver Boek of tijdschrift Omschrijving Lex Gunnink Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oekelen  Blz. 154 t/m 158 W.D. van der Kleij Brief aan G.J. Pottjewijd d.d 18 oktober 1990   KNOV Het orgel 1969/03 Orgelbouwnieuws KNOV Het orgel 1969/04 Orgelbouwnieuws KNOV Het orgel 1969/06 Bij de foto's Lambert Erné Restauratierapport uit 1966  

beilenhk02.jpg (25700 bytes)beilenhk03.jpg (25518 bytes)


 

Restauratie-rapport door Lambert Erné in november 1966

Historisch overzicht van de geschiedenis van het orgel
In de Hervormde kerk van B E I L E N

Alhoewel het orgel van bovengenoemde kerk niet van hoge ouderdom
Is, kon, ondanks veelvuldig speuren et bouwcontract tot op heden
Nog niet worden gevonden. Het instrument is namelijk net voor de
Hervormde Kerk te Beilen gebouwd, doch afkomstig uit een ander ge-
bouw, alhoewel de vormgeving van de brede orgelkas merkwaardiger-
Wijze als het ware voor de kerk is geschapen.
Volgens het boekwerk "De Ned. Hervormde Kerk in haar in- en uitwen-
dige staat" van Ds. Van Oosterzee op blz. 249, zou het instrument
afkomstig zijn uit de Broederenkerk te Groningen en in het jaar
1840 in Beilen zijn geplaatst.
Dat met het onderhavige instrument niet een voordien in deze kerk
geplaatst aangeduid zou kunnen zijn, bewijst het in 1840 verschenen
Deel II van "van der Aa's Aardrijkskundig Boek de Nederlanden" op
bladzijde 251, aanvangende op blz. 250 met Beilen (onderaan) "De
Hervormde Kerk te Beilen is een ruim gebouw, van hetwelk men de
tijd der stichting niet met zekerheid weet op te geven, maar het
zeker een der oudste van de provincie Drenthe. Men heeft daar
geen orgel" enz. enz.
Aansluitend op het vorenstaande kan het bericht gezien worden,
Dat M.H. van't Kruijs in 1885 publiceerde op pag. 151 van zijn dis-
positievezameling, waarin vermeldt wordt, dat P. van Oekelen in
1840 in de R.K. Broederkerk van Groningen een tweeklaviers or-
gel met vrij pedaal van 26 stemmen bouwde.
De datum, voorkomende op de destijds samengestelde Voorlopige Lijst
der Nederlandse Monumenten van geschiedenis en kunst, te weten
1840, is dan ook niet juist. In eerste aanleg dateert het orgel
van vroeger datum.
Een verdwenen opschrift op het orgel luidde: "Dit orgel is door
de heer B. Kerkhoff van Groningen in Oct. 1840 uit de Broerkerk
aldaar afgebroken en hier geplaatst." Kerkhoff was echter niet
de maker van dit orgel, doch verkocht de vrijkomende orgels voor
de R.K. kerk, die na 1820 de beschikking over de
Broerekerk kregen en de z.g. schuilkerken sloten.
De inwijding van dit orgel in Beilen vond plaats op 22 November
1840. Het instrument telde 9 stemmen en een vrij pedaal. Het is
hersteld in 1862 en bezit thans 11 stemmen met een aangehangen
pedaal. Als maker laat zich met vrij grote zekerheid van Oeckelen
noemen. De door de Hervormde Gemeente betaalde som be-
draagt volgens opgave f1523.-. (dienst 1843, overlegd aan College
van Toezicht.) Volgens andere geschiedschrijvers ruim f2000.-.
Aangezien een brand vele archiefstukken in het verleden heeft
verteerd is niet meer nauwkeurig na te gaan, welke werkzaamheden
in of omstreeks 1862 werden uitgevoerd.
Niet kan worden aangenomen, dat het instrument na 20 jaren gebruik
geheel is vernieuwd in bedoelde periode. Er is trouwens sprake
van restauratie en uitbreiding in die periode.
Desondanks vertoont het orgel een totaliteit van een éénklaviers- orgel

uit het midden van de vorige eeuw, van de makelij van van Oeckelen.
Alhoewel de huidige toonhoogte normaal kan worden genoemd zijn ge-
dekte pijpen afgesneden en de stemkrullen van de sprekende frontpijpen

lager gedraaid, waarbij deze tegen de hangers en stiften op
meerdere plaatsen gewrongen zijn.
Expressions zijn in de grotere pijpen gesneden en waarschijnlijk
kleinere pijpen afgesneden.
De windladen zijn verdeeld in C en Cis lade, terwijl onder de C lade
een magazijnbalg ligt, die oorspronkelijk zijn wind toegevoerd kreeg
Via het trappen van twee schepbalgen, welke nog onder de Cis lade
liggen en waarvan de trappers zijn afgezaagd. Voor enige jaren is
Een ventilator aan de magazijnbalg aangesloten, die thans deze balg
van wind voorziet.
De dispositie van het onderhavige orgel is als volgt:

Prestant 8 voet
Prestant 16 voet van klein e
Bourdon 16 voet
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur 3-4-5 sterk; bas en diskant
Trompet 8 voet bas en diskant
Viola da Gamba 8 voet

De manuaalomvang is van C groot octaaf t.e.m. g 3 gestreept oc-
taaf. De omvang van het aangehangen pedaal is van C groot t.e.m.
d 1 gestreept octaaf.

De opeenvolging op de windlade is een normale gang van za-
ken afwijkende. De lade heeft namelijk twee kleppenkasten, terwijl
de grote en zachte labiaalstemmen voor op de lade staan en de an-
dere op de achterste helft.
De windtoevoer tot de z.g. sterke stemmen kan door middel van
een klep in het toevoerkanaal naar de achterste helft afgesloten
worden. Ter bediening van deze klep is een trede aangebracht.
De opeenvolging is dan aldus:

Prestant 8 voet
Prestant 8 v16 voet vanaf klein e
Viola di Gamba 8 voet
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Bourdon 16 voet

Op tweede helft:

Octaaf 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Mixtuur 3-4-5 sterk
Trompet 8 voet

Het geheel is zeer ruim opgesteld in de orgelkas.
De huidige toestand van het orgel vertoont de volgende gebreken:

Windladen: Vrij sterke door- en bijspraak
Mechanieken: Rammelen in de draaipunten, zowel van toets- als van registertractuur. Een winkelhaakregel boven het klavier is vernieuwd en fabriekmatige winkels zijn aangebracht. Van vrij recente datum. Tractuur loopt scheef door onjuiste indeling van de draaipunten.
Windvoorziening: Als voren reeds omschreven. Herstel aansluiting balgen mogelijk voor eventuele storing van toevoer stroom op motor. Tamelijk goede staat wel lekkage aanwezig.
Pijpwerk: Deels door versuikering aangetaste pijpvoeten. Welke in vroeger perioden in lak zijn gedompeld. Hier en daar gescheurde en geknepen pijpranden, tengevolge van stemmen met lekke windladen. Toonhoogten en expressions als boven omschreven. Tongwerk trompet 8 voet heeft vee beschadigingen opgelopen in bekers en bij stemkrukken. Dit tongwerk spreekt slecht aan en is thans niet bruikbaar. In het algemeen voor de bouwperiode weinig kernsteken.
Orgelkas en houtwerk: Hang en sluitwerk van luiken in tamelijk goede staat. Houtworm aanwezig in meerdere houten delen en snijwerk ter weerszijden van de orgelkas.
Klavier: Enige stukjes toetsbeleg zijn verdwenen, het middengedeelte van het klavier is uitgesleten.
Restauratieplan:
Windladen: Geheel uit elkaar nemen, schoonmaken , richten en ev. Bijschaven. Opnieuw verlijmen en slepen voorzien van z.g. moderne sleepconstructie, ter voorkoming van door- en bijspraak. Ventielen ev. Opnieuw beleren, pulpeten vervangen, ev. door schijven.
Mechanieken: Uit elkaar nemen. De oorspronkelijke delen schoonmaken, roestwerend behandelen wat de metalen delen betreft, draaipunten opzuiveren, rammelvrij maken en namaakregel boven klavier vervangen door bij het werk passende nieuwe met idem winkelhaken. Eventueel onbetrouwbaar geworden draadwerk vernieuwen.
Pijpwerk: Schoonmaken, opronden en solderen waar noodzakelijk is. Indien na overleg met Rijksadviseur na demontage en verder onderzoek besloten wordt, voorzover dit noodzakelijk mocht blijken een lagere stemming door verlenging van pijpen te herkrijgen, expressions dicht solderen, kleinere pijpen verlengen en stemkrullen hoger stellen. Het tongwerk geheel herstellen. Het geheel bezien op te vervangen voeteinden i.v.m. versuikering daarvan.
Windvoorziening: Balgen herstellen een aansluiting van schepbalgen op magazijnbalg geheel bruikbaar maken. Trapinstallatie: verlengen van treden, die nu afgezaagd zijn. Motor vrijstaand van de kas achter het orgel met houten kanaal plaatsen.
Orgelkas: Het geheel schoonmaken, hang- en sluitwerk verbeteren en uitgezaagd stuk in onderluik achterzijde aanvullen, noodzakelijk geworden door het verplaatsen van de windmachine. Door houtworm aangetaste onderdelen impregneren daartegen en die delen die een dragende of steunende functie hebben en door houtworm teveel zijn aangetast vervangen.
Conducten: Gedeukte conducten uitdeuken en opnieuw aansluiten.
Klavieren: Klavier van het "werk" uitbleken, uitgesleten delen vervangen (wit ivoor) verdwenen stukjes aanvullen en op dezelfde wijze nagelen als in aanleg is geweest. Bakstukken en muziekbak nazien, ev, opnieuw verlijmen, onhoudbare delen van gelijke makelij vervangen.

Utrecht, 5 november 1966. Adviseur Lambert Erné


Foto (01)


 
Stichting Orgelcentrumoten

Foto: André van Dijk. 06-02-2010 (01)