Berghuizen, Gereformeerde kerk


Reliwiki ansichtkaart (05)

Raamsdonk
1743
: Het orgel werd gebouwd door Matthias Amoor voor de hervormde kerk van Raamsdonk. (14)
Het jaartal 1743 kan worden afgeleid uit een van de luikjes op het achterschot.
"1743 den 25 Febr. is dit orgel gemaakt door den hr. orgelmaker Matthias Amoor wonaftig tot groningen, geboren tot Dansig".
Vroeger was er ook nog een wapenbord aanwezig met daarop twee korenschoven.
Ook is er een foto bekend waarop het wapenbord staat afgebeeld (Omroepgids NCRV? van 12 mrt. 1932).

Meer informatie over Matthias Amoor

1785: Reparaties door Johannes Schot. Een Bourdon 16' discant verving de Sesquialtera 2 sterk disc. De disposities is overgeleverd door Joachim Hess in zijn "Dispositien der merkwaardigsten Kerk-Orgelen" (1774).

Linkerhand   Rechterhand  
Praest 8 v. Praestant 8 v.
Holpijp 8 v. Octaaf 4 v.
Bourdon 4 v. Bourdon 4 v.
Octaav 2 v. Octaav 2 v.
Waltfluit 2 v. Waltfluit 2 v.
Quint 3 v. Quint 3 v.
Ged.Quint 3 v. Quint 1 1/2 v.
Quint 1 1/2 v. Cornet 2 st.
Mixtuur 4 st. Mixtuur 4 st.
Trompet 8 v. Trompet 8 v.
Tremulant   Ventil  

1793: Reparaties door Nicolaas van Hirtum.

Voor 1850: Reparaties door H. Knipscheer.

1850: Het orgel wordt in de Opregte Haarlemsche Courant van 25-03-1850 en 28-03-1850 door de kerkvoogden van Raamsdonk te koop aangeboden (10)

In het Algemeen Handelsblad van 27-03-1850 staat dat men aan de orgelmaker naber de opdracht gegeven heeft een nieuw orgel te vervaardigen.
In de Bredasche courant van 28-03-1850 staat abusievelijk een levertijd van 2 maanden. (10)


In de dispositieverzamling van Broekhuyzen (ca. 1850-1862) wordt het orgel als volgt omschreven:
R 18. Raamsdonk, Provintie Noord-Braband
Het orgel in de kerk der hervormde gemeente aldaar. Is de maker en datum der stichting onbekend. Werd in het jaar 1850 door H.H. kerkvoogden voor een billijke prijs verkocht aan de hervormde gemeente te Aartswoude nabij de stad Hoorn in Noord-Holland, alwaar het overgebragt en geplaats is in hun kerkgebouw door F. Hofmeyer en Zoon, orgelmakers te Amsterdam. Had toen 20 stemmen, een handclavier, aangehangen pedaal en drie blaasbalgen.
Bas Discant
Prestant 8 vt Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt Octaaf 4 vt
Bourdon 4 vt Bourdon 4 vt
Octaaf 2 vt Octaaf 2 vt
Woudfluit 2 vt Woudfluit 2 vt
Quint 3 vt Quint 3 vt
Gedakte Quint 3 vt Quint 1 1/2 vt
Quint 1 1/2 vt Cornet 2 st
Mixtuur 4 st Mixtuur 4 st
Trompet 8 vt Trompet 8 vt
tremulant, ventil

Aartswoud
1850: Het orgel wordt aangekocht voor HFL 890,=? door de kerk van Aartswoud en het orgel wordt door T. Hofmeyer en zoon daar weer opgebouwd.

Uit de archieven van deze kerk ontvingen wij de volgende notities: (13)
In de vergadering van Kerkmeesteren en Notablen van 1 april 1850 wordt naar aanleiding van een advertentie in de Haarlemse Courant betrekkelijk het te koop aanbieden van een kerkorgel te Raamsdonk" besloten om " genoemde kerkorgel door een deskundige te doen onderzoeken,en bij gunstige bevinding alsdan te koopen". Deze deskundige, een zekere heer Meiroos uit Enkhuizen verklaart dat het gemelde orgel - na onderzoek - "alleszins voldeed aan de vereischte".
Dus treden Kerkmeesteren van Aartswoud " in nadere overeenkomst met Kerkvoogden van Raamsdonk "proberen nog wat af te dingen van de prijs, maar moeten constateren "dat het hunne Kerkmeesteren niet gelukt was de koopsom te doen verminderen met uitzondering van 10 Gulden vermindering van het oxaal en alzoo meer genoemde orgel hadden aangekocht voor eene somma van achthonderd en negentig gulden.
Verder: "dat gemelde orgel voor rekening der koopers moest worden getransporteert, schoon vragtvrij aan het vaartuig daartoe afgezonden zonde worden bezorgt".
Uiteraard moest er ook iemand worden gevonden "de vereischte bezittende om meer gemelde orgel uit elkander te nemen en ter plaatse in elkander te zetten".
Daartoe werd aangetrokken een zekere heer Volmeijer, orgelmaker te Amsterdam. (Volgens andere bronnen T.Hofmeijer & Zn te Amsterdam)
Het vervoer van het orgel wordt geregeld met schipper Jan Sentes en er wordt een bedrag van 100 a 150 gulden beschikbaar gesteld voor het transport, maar wel in die zin " dat onder gemelde somma zoude begrepen zijn alle voorziene en onvoorziene uitgaven van sluis- en leg - en kaaigelden; ook dat daaronder nog zoude begrepen zijn het kosteloos onderhoud der Commissie, bestaande uit één of twee personen welke tot de overneming etc. van meer geselde orgel zich zouden belasten".
Voorts wordt aan deze Commissie "een honorarium uitbetaald" van één gulden vijftig cent voor "elke dagreize,vanaf het oogenblik der afreize tot de tijd der terugkomst".
Deze Commissie bestaande uit 2 heren begeven zich op den 14 en Mei 1850 op reis naar Raamsdonk en zijn op den morgen van den 22 en Mei met kerkorgel weer terug in Aartswoud.
Verder zegt het verslag van deze aankomst: "nauwelijks is de aankomst bekend of men vindt meer handen en rijtuigen als vereischt werd om het orgel uit het vaartuig binnen de muren van het kerkgebouw over te brengen"
En ook: De dag der inwijding welke op den 15 en September plaats had, was een dag vol vreugde en genoegen "
Wat de met de aankoop gepaard gaande kosten betreft verstrekt het " Kerke Heekenboek " van de Hervormde Kerk van Aartswoud o.a. de volgende gegevens cq uitgaven: 1850

april Aan Kerkmeesteren wegens gemaakte kosten naar Enkhuizen en Raamsdonk betrekkelijk het inspekteren en aankoopen van een orgel ten behoeve der kerk f. 109.60
april Aan Kerkmeesteren onkosten naar Colhom wegens het aannemen van een schipper ter overvoering van het orgel van Raamsdonk f. 0.40
15 Mei Aan s j ouwer s geld, z o o te Haamsdonk als te Aartswoud voor het schepen en ontschepen van het orgel f. 9.40
17 Mei Aan Kerkvoogden te Haamsdonk de koopsom van het orgel f. 890.—
16 Aug. voor den orgeltrapper hij het stemmen van het orgel f. 4.25
16 sept. Aan den heer Meiroos een honorarium voor gedane diensten voor en met de inwijding van het orgel f. 55»—
26 sept. Aan den heer Hofmeijer arbeidsloon zoo te Raamdonk als te Aartswoud voor het uit elkander nemen en in elkander zetten van het orgel, benevens aangebragte vemieuwingwn wn verbeteringen f. 422.—

Betreffende de verkoop van het orgel, dit i.v.m. de bouw van een nieuwe kerk in Aartswoud is voor het eerst sprake in een vergadering van "Kerkvoogden en Notablen" van 5 december 1883.
In de daarop volgende vergadering van 12 december 1883 "vindt men goed een advertentie te plaatsen in de Kerkelijke Courant en daarbij de verkoopsom te bepalen op f. 500.—
Op 23 januari 1883 deelt de secretaris van de vergadering van Kerkvoogden mede dat "is ingekomen een schrijven van den Kerkeraad der Chr.Geref. Gemeente te Ruinerwolde om informatie over het oude orgel"
In de daarop volgende vergadering deelt de secretaris mede " dat hij een missive van den heer J. Groenenwegen,predikant bij de Chr.Geref.Gemeente te Ruinerwolde heeft ontvangen, waarbij deze mededeelt dat het oude orgel tegen den prijs van f. 500.— door zijn Kerkeraad wordt aangenomen.
Hij verzoekt intusschen eenig uitstel van verzending om eerst de zoldering gereed te hebben"
Hieromtrent wordt vermeld in het "Reekeningboek " van den Rendant Kerkvoogd: 13 februari 1884 ontvangen van Ds. J.Groenenwegen te Ruinerwolde de koopsom oude orgel f. 500.—
Tot zover volgens de gegevens uit de archieven van de NH Kerk van Aartswoud. (13)

In de dispositieverzamling van Broekhuyzen (ca. 1850-1862) wordt het orgel als volgt omschreven:
A 119. AartsWoude, Provintie Noord-Holland
Het orgel in de kerk der hervormde gemeente aldaar is voor een billijke prijs afgestaan door kerkvoogden derzelfde gemeente te Raamsdonk, aldaar overgebragt en geplaats door F. Hofmeyer en Zoon, orgelmaker te Amsterdam.
Ingewijd 15 september 1850 door den leeraar J.P. van der Horst. Voor het eerst bespeeld door de heer Meyroos, organist te Enkhuizen. Het orgel te Raamsdonk had toen 20 stemmen, 1 handclavier, aangehangen pedaal [en] 3 blaasbalgen.
Linkerhand Regterhand  
Prestant 8 vt Prestant 8 vt  
Holpijp 4 vt Octaaf 4 vt  
Bourdon 4 vt Bourdon 4 vt  
Octaaf 2 vt Octaaf 2 vt  
Woudfluit 2 vt Waldfluit 2 vt  
Qu[i]nt 3 vt Quint 3 vt  
Gedakt quint 3 vt Quint 1 1/2 vt  
Quint 1 1/2 vt Cornet 2 st  
Mixtuur 4 st Mixtuur 4 st  
Trompet 8 vt Trompet 8 vt  
tremulant, ventil    


Kroniek van de dorpen Aartswoud en Hoogwoud 1938

Berghuizen


1875: Bouw van de kerk. Er was nog geen orgel aanwezig. Voorzanger was onderwijzer Van Wijngaarden.

1883: In de vergadering van de kerkeraad van Berghuizen op 12 november 1883 deelde de president (ds Groenewegen) mee "dat de Wed.W.K. Geerts hem heeft laten weten dat zij 1000 gulden die zij aan de gemeente geleend had, aan de gemeente ten geschenke wenscht te geven met het doel om daarvoor een orgel te plaatsen in onze kerk. De vergadering heeft met eenparige stemmen besloten met dankbetuiging dat geschenk onder de gestelde voorwaarden aan te nemen".
Een van die voorwaarden was, dat de zaak over een jaar uitgevoerd moest zijn, dus werd er haast gemaakt. In De Bazuin van 23-11-1883 is een bericht te lezen van een gift van 1.000 gulden voor het orgel. Zie onderstaande afbeelding (02)


De Bazuin 23-11-1883                                         Advertentie in De standaard 17-12-1883

1884: Een commissie vanuit Berghuizen kocht in Aartswoud (N.H.) een door Matthias Amoor (leerling van Arp Schnitger) in 1743 gebouwd orgel.
Schipper L. de Haan uit Medemblik nam het vervoer aan voor Hfl. 45,-. De werkzaamheden in de kerk, zoals het maken van een galerij om het orgel te plaatsen, werden (met bijlevering van materialen) gegund aan de laagste inschrijver, timmerman Geert de Wit te Ruinerwold voor Hfl. 419,-. "Dewijl smid H. van der Veen zegt dat hij geen prijsopgaaf van het ijzerwerk kan doen, is besloten hem dat zonder opgaaf te laten maken". (Een lid van deze gemeente die mogelijk geheel of ten dele gratis zal hebben gewerkt). De Firma Properen Van de Wetering te Kampen plaatst het orgel. De onderwijzer D. van Wijngaarden van Rees werd op verzoek van de kerkeraad de organist en Harm Kiekebos werd aangesteld als orgeltrapper in de kerk. 'Op zondag 8 juni 1884 is het orgel in gebruik genomen, "waarbij ‘alles' in de beste orde en tot genoegen is afgelopen."
Zie voor een verslag van de ingebruikname een bericht in De Bazuin, 13 juni 1884. (01)
berghuiz01.jpg (16783 bytes)




Het nieuws van den dag 10-06-1884

1903: Wijzigingen door J. Proper en H. van der Molen. De trompet 8' wordt vervangen door een viool da Gamba 16' discant en een bourdon 16' bas. Verder toevoeging van een viool 8' discant ten koste van de fluit 2' discant. De stemming wordt daarna uitgevoerd door H. van der Molen, maar alleen op afroep.

1907: De organist H. Kruithof zou een orgelconcert geven en daarvoor moest J. Proper het orgel stemmen. Proper stelde daarbij voor het orgel van een nieuw binnenwerk te voorzien en de speeltafel naar de zijkant te verplaatsen voor f 800,-

1909: Stemming en onderhoudsbeurt door D. Proper voor f 40,-

1917: Stemming en onderhoud door H. Vonck hoofd van de school en organist van de kerk.

1923: Voorstel van de fa. van Dam uit Leeuwarden om het orgel te restaureren voor f 960,- Tevens een aanbieding om het orgel te voorzien van een geheel nieuw (kleiner) binnenwerk voor f 4.000,- Een groter binnenwerk zou f 5.200,- kosten en in 2 weken klaar zijn.

1930: Wijzigingen door H. Vonck.Toevoeging van een superoctaafkoppel in de discant en 3 combinatietreden.

1948: De toenmalige organist/meester schreef aan zijn kerkeraad o.a. “van al deze veranderingen in de kerk (aanbrengen zijvleugels in 1912 en galerijen in 1927), koude, vocht, stovendamp, kachel en centrale verwarming, heeft het ‘oude ding’ zich tot dusver niets aangetrokken”. Het orgel raakte echter meer en meer in verval en er werd een restauratieplan opgesteld.


Reliwiki (05)

1951: Restauratie door K. Doornbos ij nauwe samenwerking met Cor Edskes, die ook het concept van de restauratie ontwierp. Nieuw rugpositief in oude stijl op basis van het rugpositief van het Arp Schnitger-orel in Noordbroek. Nieuw vrij pedaal. Nieuwe manualen. De kast werd geloogd en het front verguld. Nieuwe ventilator, één spaanbalg bleef behouden. Adviseur was Mr. A. Bouman. Na het overlijden van Doornbos voltooiden, na veel hindernissen, de heren K. Mateboer en P.J. Praat pas in het najaar van 1952 het werk. Het onderzoek van Mr. A. Bouman leverde op dat Matthias Amoor de maker was. Amoor werd geboren in Gdansk (toen nog Danzig geheten), werkte en woonde in Oost-Friesland en vestigde zich later als orgelbouwer in de stad Groningen. De orgelkas werd ontdaan van zijn verflaag (lichtblauw met bladgoud en witte engelen) en bleef nu onbeschilderd eiken. Het orgel was inmiddels door Monumentenzorg als een beschermd instrument aangemerkt. Het hoofdwerk van dit orgel is het enige gave exemplaar van de bouwer Matthias Amoor in Nederland met pijpwerk nagenoeg in originele staat. Voor de restauratie van het historisch gedeelte (het hoofdwerk) werd Rijkssubsidie ontvangen.
Het opschrift naast de klaviatuur “Dit orgel werd aan de gemeente geschonken in 1884 door de echte lieden W.K. Geerts en R.K. Reinders” is verloren gegaan. Niet duidelijk is of dat gebeurde in 1951 of in 1978

Klik op de foto voor een vergroting. Foto: Geert Jan Pottjewijd

In het maandblad van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV)  "Organist en Eredienst 1953 juli/augustus verscheen een uitgebreid artikel van Mr. Arie Bouman. (Blz 01, 02 en 03)

Dispositie van het orgel na deze restauratie:

Hoofdwerk    
Bourdon 16' bas uit 1903, discant uit 1785
Prestant 8'  
Holpijp 8'  
Viola di Gamba 8' groot octaaf voortgezet in Holpijp rest uit 1903
Octaaf 4'  
Fluit 4'  
Quint 2 2/3'  
Octaaf 2'  
Quint 1 1/3' ontbrekende pijpen nieuw
Mixtuur IV-V hoogste koor nieuw
Trompet 8' nieuw
Rugwerk    
Baarpijp 8' disc. nieuw
Quintadena 8' voortgezet in Baarpijp 8' disc. pijpwerk van vroegere fluit 2'
Praestant 4' nieuw
Nachthoorn 2' nieuw
Sesquialtera I-Il nieuw
Scharp IV nieuw
lege plaats   voor Dulciaan 8'
Pedaal    
Subbas 16' (nieuw)

Manaalkoppel, Pedaalkoppel (beide nieuw). Manualen van C - c3, pedaal C - d'.   Winddruk 65 mm. Toonhoogte een halve toon hoger dan normaal.


Meppeler Courant 1952-09-17


Meppeler Courant 1952-10-10. De naam van Matthias Amoor wordt verbasterd tot "Thomas Moore". Ook het bouwjaar in dit bericht is niet correct.

1953: In het tijdschrift Organist & Eredienst juli/augustus schrijft mr. Arie Bouman een artikel over het orgel. Zie PDF (15)
Bouman noemt in zijn artikel ook de dispositie voor de restauratie:
Bourdon 16'(bas 1903, discant 1785), Viool 16'(discant 1903), Prestant 8', Holpijp 8', Viool 8'(1903), Octaaf 4',  Fluit 4', Quint 2 2/3',  Octaaf 2', Fluit 2' bas, Quint 1 1 /3' Mixtuur II-IV.
Manuaal C-c''', Pedall C-c

1967: In het tijdschrift "Het Orgel" van de NOV (Nederlandse organisten Vereniging) 1967-01 verscheen onderstaand artikel van J.F. van Os
Bij de foto’s
Het orgel in de Geref. kerk te Ruinerwold (Dr.) is blijkens een inscriptie aan de binnenzijde der orgelkas in 1743 gebouwd door Matthias Amoor.
Het orgel kwam toen in ds Hervormde kerk te Raamsdonk. Deze Amoor was leerling van Arp Schnitger en vestigde zich te Groningen.
De wat onduidelijke dispositieopgaaf van Hess (1774) moet m.i. als volgt geïnterpreteerd worden:
Manuaal
Prestant 8 vt (bas en disc.) Tremulant
Holpijp 8 vt (doorlopend) Ventiel
Octaaf 4 vt (doorlopend)
Fluit 4 vt (bas en disc.)
Octaaf 2 vt (bas en disc.)
Waldfluit 2 vt (bas en disc.)
Quint 3 vt (bas en disc.)
Quint 1 'A vt (bas en disc.)
Ged. Quint 3 vt (bas)
Cornet 2 st. (disc.)
Mixtuur 4 st. (bas en disc.)
Trompet 8 vt (bas en disc.)
In de vorige eeuw is het orgel overgeplaatst naar Aartswoud, daarna naar Ruinerwold. Proper (Kampen) heeft omstreeks de eeuwwisseling de dispositie onttakeld.
In 1951 heeft de firma Doornbos uit Groningen het rugpositief toegevoegd, hetgeen wat het uiterlijk betreft op fraaie wijze is geschied.
Helaas werd, op aandrang van de adviseur, die daarbij betrokken was, de dispositie van het Manuaal niet geheel in de oorspronkelijke toestand teruggebracht, terwijl die van het rugwerk niet is opgesteld volgens de traditie der Schnitgerschool.
Ook heeft men de klaviatuur vernieuwd en de registerknoppen verplaatst. De heer Doornbos heeft de voltooiing van dit werk niet meer mogen beleven.
Ondanks genoemde bezwaren kan gezegd worden, dat het orgel te Ruinerwold met zijn krachtige kernachtige klank nog tot de goed-bewaarde specimina uit de Schnitgerschool gerekend mag worden.
Huidige dispositie:
Rugpositef: Baarpijp 8 vt Quintadeen 8 vt Prestant 4 vt Nachthoorn 2 vt Sesquialter 1-2 st. Scherp 4 st.
Manuaal: Bourdon 16 vt, Prestant 8 vt Holpijp 8 vt Viola di G. 8 vt Octaaf 4 vt Fluit 4 vt (ged.),Quint 3 vt Octaaf 2 vt Quint 1% vt Mixtuur 4-5 st. Trompet 8 vt
Pedaal: Subbas 16 vt
Man. omvang C-c’”
Ped. omvang Gd’ (oorspr. aangehangen Gc)
Twee koppels
De Trompet is niet origineel. De discant der Bourdon 16 vt bestaat uit pijpen der vroegere Waldfluit 2 vt.
J. F. van Os

1963-1970: Langzamerhand traden er gebreken op. Het mechanische gedeelte functioneerde slecht en er werd opnieuw aan restauratie gedacht. Een grondige opknapbeurt was dringend nodig, maar vanwege de plannen voor verbouwing van de kerk werd hiervan nog even afgezien. Op een gemeentevergadering van 14 april 1970 werd duidelijk dat de gemeenteleden het orgel voor de kerk.
Toch dreigde het orgel verloren te gaan voor Berghuizen toen de Commissie van Beheer (CvB) in augustus 1973, wegens geldgebrek, besloot het orgel te verkopen en een elektronisch orgel aan te schaffen.
De voorzitter van de kerkenraad wees erop dat door de gemeente besloten was niet te verkopen en daar bleef het bij. Na nog enig “gemurmureer” legde de CvB zich daar toen bij neer.
Onder leiding van enkele orgelliefhebbers werd er een rondgang onder de kerkleden gehouden om het benodigde startkapitaal voor de restauratie bij elkaar te krijgen. Het resultaat was dat er ruim f 51.000,- werd toegezegd.
Er werd voortvarend te werk gegaan en de opdracht tot restauratie werd in 1974 gegeven aan de firma Flentrop te Zaandam. (11)


Drentse Courant 24 oktober 1975 (15)

1976: De gemeente Ruinerwold besluit subsidie te verlenen voor de restauratie van 30% van de kosten. De Rijksoverheid heeft ook al 30% toegezegd.

Meppeler Courant 1976-02-06          Nieuwsblad van het Noorden 7 februari 1976 (15)

1977: Restauratie door Flentrop met als adviseur Maarten Albert Vente. Nieuw vrij pedaal achter de orgelkast. Oude kleuren van de kas hersteld door Henk Boverhof in rood en goud met vleeskleurige engelen en opnieuw voorzien van bladgoud.
Nieuwe tractuur met gebruikmaking van het oude wellenbord van het hoofdwerk. Voor het pedaalwellenbord werd gebruikgemaakt van een oud wellenbord van een ander orgel. Vernieuwing klaviatuur en registratuur.
Plaatsing van een dulciaan 8' op de gereserveerde plaats in het rugpositief. Reconstructie van de balgen. Herintonatie. Stemming Werckmeister III. a1 = 465hz.
De registratuur van het rugpositief is geplaatst in de rugpositiefkast achter de rug van de organist.
In 1978 werden de volgende registers gereconstrueerd: Woudfluit 2', Cornet II disc., 2 koren van de Mixtuur en de Trompet 8'.
Het pijpwerk van het rugpositief stamt geheel uit 1951, behalve de in 1978 geplaatste Dulciaan 8'. De subbas 16' van het pedaal is nieuw.
Op 25 oktober 1977 kon het orgel weer gebruik worden genomen met een concert door Marjan Doorn.
Zij speeld: Lento en Allegro (Ruppe) en Partita Jesu meine Freude (Zachow).
Monumentenzorg, de Provincie Drenthe, de gemeente Ruinerwold en het Prins Bernhardfonds droegen gezamenlijk ruim Hfl. 201.000,- bij aan deze restauratie en voor de kerkelijke gemeente resteerde een eigen bijdrage van Hfl. 61.100,-.
Onderstaand het programma van de ingebruikname: (12)




Krantenbericht 26-10-1977 over de ingebruikname uit de Meppeler Courant. De vermelding "Eext" is niet correct. Bedoelt werd waarschijnlijk Eexta. Dit orgel is echter niet van Arp Schnitger maar ook van Amoor. Van dat orgel bleef, na vele verbouwingen, de Trompet 8' redelijk gaaf bewaard. (12)



Dispositie:
Hoofdwerk  1743 Rugpositief  1951 Pedaal  (1951)
Praestant 8' Quintadeen (ged. 1977) 8' Subbas 16'
Holpijp 8' Baarpijp 8'    
Octaaf 4' Praestant 4'    
Bourdon 4' Nachthoorn 2'    
Quint 3' Sesquialter I-II    
Gedact Quint 2 2/3' bas Scherp IV    
Octaaf 2' Dulciaan (1977) 8'    
Woudfluit (ged. 1977) 2'        
Quint 1 1/3'        
Mixtuur IV-V        
Cornet (1977) II discant        
Trompet (1977) 8'        

Overige gegevens: manualen C-c3, pedaal C-d1; schuifkoppeling hoofdwerk-rugwerk, koppeling pedaal-hoofdwerk, octaafkoppeling



1993:
In dit jaar schrijft Berend Dekker, organist van de kerk, in het kerkblad (Rondom het Woord) een aantal artikelen over de geschiedenis van het orgel
Het Amoor-orgel te Berghuizen - 250 jaar oud Geschiedenis van het orgel door B. Dekker (1)
Dit jaar (1993) is het 250 jaar geleden dat het historische deel van het orgel -het hoofdwerk- werd gebouwd door Matthias Amoor. Deze Matthias Amoor werd geboren in Danzig, woonde in Oost-Friesland (Dld) en vestigde zich in 1725 als orgelbouwer in de stad Groningen. In Oost-Friesland is hij waarschijnlijk in de leer geweest bij de Oldenburger Orgelmaker Nicolaus Stöver; deze orgelbouwer voerde werkzaamheden uit voor de beroemde Arp Schnitger, één van de vooraanstaande Noord-Duitse orgelbouwers in de Barokke cultuurperiode.
Amoor kreeg in 1727 burgerrecht van de stad Groningen en in datzelfde jaar werd hij lid van het kramersgilde aldaar; hij was ondermeer wijnhandelaar en overleed in het jaar 1769-
Blijkbaar leverden de inkomsten uit de orgelbouw hem te weinig op tot zijn levensonderhoud.
Het hoofdwerk van het orgel in de kerk te Berghuizen is voorzover bekend het enigste gaaf gebleven instrument van zijn hand wat bewaard is gebleven en het pijpwerk is bijna geheel in originele staat.
Op de binnenzijde van één der luikjes in het achterschot van de orgelkas staan enige (originele?) aantekeningen met betrekking tot de bouwer Amoor en het jaartal 1743.
Waar en wie de opdracht tot het bouwen van het orgel heeft gegeven is onbekend; wel weten we dat het tot 1850 dienst heeft gedaan in de Hervormde Kerk van Raamsdonk. In datzelfde jaar werd het overgeplaatst naar de Hervormde Kerk te Aartswoud (NH). (wordt vervolgd)

Het Amoor-orgel te Berghuizen - 250 jaar oud / Geschiedenis van het Orgel (2)
Het orgel in Berghuizen heeft tot 1850 dienst gedaan in de Hervormde Kerk van Raamsdonk.
In datzelfde jaar werd het overgeplaatst naar de Hervormde Kerk te Aarts-woud (NH).
Uit de archieven van deze kerk ontvingen wij de volgende notities:
In de vergadering van Kerkmeesters en Notablen van 1 april 1850 wordt n.a.v. een advertentie in de Haarlemse Courant 'betrekkelijk het te koop aanbieden van een kerkorgel te Raamsdonk’ besloten om 'genoemde kerkorgel door een deskundige te doen onderzoeken, en bij gunstige bevinding alsdan te koopen'.
Deze deskundige, een zekere heer Meiroos uit Enkhuizen verklaart dat 'gemelde orgel - na onderzoek - alleszins voldeed aan de vereischte'^
Dus treden Kerkmeesteren van Aartswoud 'in nadere overeenkomst met Kerkvoogden van Raamsdonk' proberen nog wat af te dingen van de prijs, maar moeten constateren 'dat het hunne Kerkmeesteren niet gelukt was de koopsom te doen verminderen met uitzondering van 10 gulden vermindering van het oxaal en alzoo meer genoemde orgel hadden aangekocht voor eene somma van achthonderd en negentig gulden'.
Verder: 'dat gemelde orgel voor rekening der koopers moest worden getransporteert, schoon vragtvrij aan het vaartuig daartoe afgezonden zoude worden bezorgt'.
Uiteraard moest er ook iemand worden gevonden 'de vereisohte bezittende om meer gemelde orgel uit elkander te nemen en ter plaatse in elkander te zetten'. Daartoe werd aangetrokken een zekere heer Volmeijer, orgelmaker te Amsterdam. (Volgens andere bronnen T. Hofmeijer & Zn te Amsterdam.) Het vervoer van het orgel wordt geregeld met schipper Jan Sentes en er wordt een bedrag van 100 a 150 gulden beschikbaar gesteld voor het transport, maar wel in die zin 'dat onder gemelde somma zoude begrepen zijn alle voorziene en onvoorziene uitgaven van sluis- en leg- en kaai-gelden; ook dat daaronder nog zoude begrepen zijn het kosteloos onderhoud der Commissie, bestaande uit één of twee personen welke tot de overneming etc. van meer gemelde orgel zich zouden belasten.'
Voorts wordt aan deze Commissie 'een honorarium uitbetaald' van één gulden vijftig cent voor 'elke dagreize, vanaf het oogenblik der afreize tot de tijd der terugkomst'. Deze Commissie bestaande uit 2 heren begeven zich op den 14 en Mei 1850 op reis naar Raamsdonk en zijn op den morgen van den 22 en Mei met kerkorgel weer terug in Aartswoud.
Verder zegt het verslag van deze aankomst: 'nauwelijks is de aankomst bekend of men vindt meer handen en rijtuigen als vereischt werd om het orgel uit het vaartuig binnen de muren van het kerkgebouw over te brengen.'
En ook: 'De dag der inwijding welke op den 15 en September plaats had, was een dag vol vreugde en genoegen*. (wQrdt vervolgd)

Het Amoor-orgel te Berghuizen - 250 jaar oud/Geschiedenis v.h. Orgel (slot)
Het orgel in Berghuizen heeft tot 1850 dienst gedaan in de Hervormde Kerk van Raamsdonk. In datzelfde jaar werd het overgeplaatst naar de Herv. Kerk te Aartswoud (NH).
In het jaar 1884 werd het orgel verkocht vanuit Aartswoud aan de kerkeraad van Berghuizen. Daar werd het 8 juni 1884 in gebruik genomen.
Het oude orgel heeft sindsdien vele jaren goede dienst gedaan in Berghuizen, daartoe met zorg en toewijding bespeeld en onderhouden vanaf 1903 door meester H. Vonck, toenmalig hoofd der Gereformeerde School te Berghuizen.
Met de loop der jaren raakte het oude orgel steeds meer in verval en in het begin van de vijftiger jaren werd een restauratieplan opgesteld en uitgevoerd door fa. K. Doornbos te Groningen, en na diens overlijden voltooiden, na veel hindernissen en obstakels, de heren K. Mateboer en P.J. Praat het werk.
Het orgel werd toen tevens uitgebreid met het thans nog bestaande (maar dus niet originele) rugpositief met 6 stemmen en een 16 voets register in het pedaal op een pedaallade geplaatst achter het orgel.
Zoals reeds eerder is vermeld, werd de oorspronkelijke verflaag van de orgelkas verwijderd en bleef de eiken kas toen onbeschilderd.
Het geheel werd toen uitgevoerd onder adviseurschap van Mr. A. Bouman, orgelbouwkundige te Amsterdam.
Inmiddels was het orgel aangemerkt als één van de door Monumentenzorg beschermde orgels en werd voor de restauratie van het historisch gedeelte Rijkssubsidie ontvangen.
Het orgel werd ingewijd op 3 oktober 1952 en werd bespeeld door de plaatselijke organisten W. Koelewijn en B. Dekker terwijl mr. A. Bouman een improvisatie verzorgde over een aantal geestelijke liederen.
Helaas bleek reeds spoedig dat deze restauratie niet het gewenste resultaat had opgeleverd wat ervan verwacht mocht worden. Het mechanisch gedeelte funktioneerde slecht en in het begin van de jaren zestig werd opnieuw gedacht over een restauratieplan om de gebreken te verhelpen.
Een en ander resulteerde in een opdracht aan Flentrop Orgelbouw BV te Zaandam in 1974. Als adviseur werd aangetrokken Dr. M.A. Vente te Utrecht; deze bezat een grote dosis deskundigheid op het gebied van historische orgels.
Aangezien direkt geen financiele middelen beschikbaar waren bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg werd een rondgang door de kerkelijke gemeente gemaakt en werd een- zodanig groot bedrag aan geldelijke toezeggingen gedaan dat op basis hiervan opdracht kon worden gegeven tot restauratie van het hoofdwerk en de pedaallade.
Medio 1975 namen de werkzaamheden een aanvang en in 1976 kon tevens de opdracht worden gegeven tot restauratie en herplaatsen van het rugpositief. De orgelkas werd opnieuw geschilderd in oude in de tijd van het ontstaan van het orgel in het Noorden gangbare kleuren: rood en goud met vleeskleurige engelen en opnieuw voorzien van bladgoud door het gemeentelid H. Boverhof.
Op dinsdag 25 oktober 1978 kon het orgel wederom in gebruik worden genomen, en in deze bijeenkomst werd een orgelbespeling verzorgd door Marjan Doorn te Meppel, terwijl de plaatselijke organisten de begeleiding van de samenzang voor hun rekening namen.
Een en ander heeft tot gevolg gehad dat de gemeente Ruinerwold-Koekange beschikt over een zeer fraai ogend en klinkend instrument.
De financiele afwikkeling van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg volgde in 1980 terwijl ook de Provincie en Gemeente Ruinerwold subsidie verleenden.
Volledigheidshalve moet worden vermeld dat ook van het Prins Bernhard-fonds een geldelijke bijdrage werd ontvangen van ƒ 7.500, —.
Hiermede is gepoogd een totaal beeld te geven van de thans bekend zijnde historische gegevens betreffende het Amoor orgel in de Gereformeerde Kerk te Berghuizen.
De Wijk, oktober 1993, B. Dekker.

Feestelijke dienst 250 jaar orgel
In overleg tussen Kerkeraad en Liturgiecie. is er voor gekozen in deze avonddienst het orgel centraal te stellen. Het zal in deze dienst in ruime mate te horen zijn. De opzet is ongeveer dezelfde als bij eerdere bijzondere gelegenheden rond het orgel: in deze dienst spelen eigen organisten in afwisseling met een gastorganist. Als gastorganist is uitgenodigd Nico Visscher die ooit zelf ook organist was in Berghuizen. Voor de dienst, na de dienst maar met name in het middendeel zal hij orgelmuziek laten horen uit de tijd waaruit het orgel stamt.

1995:
In dit jaar viert Berend Dekker dat hij 50 jaar organist is. Onderstaand het artikel uit organist & Eredienst van april 1995.
Verenigingsnieuws: Berend Dekker vijftig jaar organist
Zondag 5 februari 1995 werd in de gereformeerde kerk te Berghuizen het feit herdacht, dat Berend Dekker vijftig jaar organist was. Hij werd geboren in 1930 en op dertienjarige leeftijd begon hij als organist in het evangelisatiegebouw van de gereformeerde kerk Ruinerwold-Koekange in Ruinen als begeleider van de diensten op het harmonium. Vanaf die tijd is hij in dienst van deze kerk.
Op 2 mei 1949 volgt de officiële benoeming tot organist op het nu tweehonderdvijftig jaar oude barokorgel in de gereformeerde kerk te Berghuizen, een monument, gebouwd door een leerling van Arp Schnitger, Matthias Amoor.
Als organist maakte Dekker in 1950 de restauratie van dit orgel mee en de toevoeging van het Rugwerk. In 1978/79 was hij aktief betrokken bij een tweede restauratie. Deze vond plaats onder verantwoordelijkheid van monumentenzorg. De leiding had dr. M.A. Vente. De werkzaamheden werden uitgevoerd door Flentrop orgelbouw te Zaandam. Het Rugwerk mocht gelukkig blijven. Aanvankelijk volgde Berend lessen in Klavarskri-bo voor harmonium. Thuis stond een Amerikaans harmonium. Later had hij les van Henk Pijlman, organist van de gereformeerde kerk van Meppel.
Dekker is niet alleen organist in Berghuizen, maar ook in de hervormde kerk in Koekange en dirigent van twee koren. Het jubileum had eigenlijk in 1994 gevierd moeten worden, maar door familieomstandigheden moest het uitgesteld worden tot 1995.
Zondag 5 februari j.1. was de herdenking, in de vorm van een morgengebed. De organist had zijn eigen inbreng in de keuze van de liederen en van het te lezen en te zingen Psalmgebed (Psalm 84). Ook was er overleg over de lezing van het Schriftgedeelte uit Daniël 3.
De tekst voor de overdenking was uit de lofzang van de drie jongemannen, een apocriefe toevoeging op Daniël 3. Het eerste vers luidt: ‘Geloofd zijt Gij, Here, God van onze vaderen, geprezen en verheerlijkt zij uw Naam in eeuwigheid’.
Na de gebeden werd de jubilaris toegesproken door wijkpredikant Van der Meulen met de gelukwensen namens de gemeente. Daarna volgde het antwoord van de organist door middel van orgelspel. Met recht een morgengebed met veel lofprijzing en lofzang, geheel in de lijn van Berend Dekker.
Namens de collega’s van de GOV van harte gelukgewenst.

2011: Groot onderhoud. Het binnenwerk van het orgel is schoongemaakt en waar nodig zijn zaken vervangen en gerepareerd door Firma Flentrop uit Zaandam. Het orgel is 6 weken buiten gebruik geweest.
Met een speciaal concert door de organisten Martin Zonneberg en Marjolein de Wit werd op  zaterdag 3 september 2011 een hommage gebracht aan het gerestaureerde orgel en de schenkers van weleer. Initiatiefnemer is Wim Geerts. (11

Zie ook bericht RTV Drenthe d.d. 3 augustus 2011 door RTV Drenthe: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/54259/Opknapbeurt-voor-orgel-gereformeerde-kerk-Berghuizen

2012: 2 organisten vierden hun jubileum. Zie onderstaand krantenbericht.


2016: Koninklijke onderscheiding voor Berend Dekker, organist van de kerk, voor 70-jarig jubileum als organist

Dagblad van het Noorden, december 2016. Klik op de afbeelding voor een vergroting

Na 70 jaar begeleiden houdt Dekker ermee op
BERGHUIZEN. Als hij speelt, gaan de ogen soms dicht. De oude vingers huppelen over het ivoor, de schoenen dansen op het voetklavier. Zeventig jaar lang bespeelt Berend Dekker (85) tijdens de erediensten het barokorgel van de gereformeerde kerk in het Drentse Berghuizen.
Als op eerste kerstdag de laatste tonen van het Ere zij God wegebben, is een tijdperk voorbij. „Ik word binnenkort 86 en ik ben niet meer zo bedrijfszeker. Er kan zomaar wat gebeuren.
De jaartjes gaan tellen, de handen worden wat stram en ik onderging al twee hartoperaties. Ik wil van die speelverplichting af. Behalve het spelen moet je ook altijd oefenen, want ik neem het leiden van de eredienst erg serieus.”
Dekker stopt ook met het spelen in de hervormde kerk in buurdorp Koekange, waar hij zestig jaar actief was. „De lofzang gaande houden, dat vind ik heel belangrijk. Als ik speel, voel ik God.
Ik verloor in mijn leven twee vrouwen. Dat is de prijs van de ouderdom. Zonder God zou het bestaan leeg zijn. Nu is er troost en steun. Ik ben dankbaar dat ik hier zit, dat ik spelen kan. Ik voel mij gezegend.”
Op zijn veertiende werd Dekker gevraagd om de gemeentezang van de gereformeerde kerk in Ruinen te begeleiden. Anderhalf jaar later bespeelde hij het orgel in Berghuizen.
Het spelen had hij zichzelf aangeleerd. Later leste hij bij Henk Pijlman in Meppel, waar hij noten leerde lezen.
Een mensenleven achter het muzikale ivoor zitten, dat is weinigen gegeven. Bijzonder? „Lang is het wel, hè. Even knipperen met de ogen en het is voorbij.”
Reformatorisch Dagblad, 21 december 2015, p. 15

Bericht door RTV Drenthe d.d. 11 december 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/116241/Nietsvermoedende-kerkgangers-verrast-met-koninklijke-onderscheiding

2016: Er zijn plannen om in 2018, als het orgel 275 jaar oud is, om het wapenschild te restaureren dat moets worden verwijderd, toen het orgel in 1951 een rugpositief kreeg. (11)


Foto: Geert Jan Pottjewijd. Klik op de afbeelding voor een vergroting

2018:
Het 275 jarig bestaan van het orgel werd gevierd met het weer zichtbaar maken van bovenstaand wapenschild en een concert door de gebr. de Jong en een vocaal ensemble.
Ook verscheen er een artikel "275 jaar Amoor-orgel in Berghuizen" door Gerco Schaap in de Orgelvriend van april 2018

Programmaboekje (Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Verslag uit de Meppeler courant van 27-02-2018:
"Berghuizen - In de kerk van Berghuizen vond zondag ter gelegenheid van het 275-jarig bestaan van het Amoor orgel een bijzonder concert plaats. Euwe en Sybolt de Jong bespeelden het jubilerende Amoor orgel vierhandig met beroemde cantates van Bach. De cantates zijn bewerkt door Sybolt de Jong voor het vierhandig orgelspel en lieten de bezoekers alle kwaliteiten van het jubilerende Amoor orgel horen. De gebroeders De Jong begeleidden tijdens het concert ook het ensemble dejongdejongplus op twee harmoniums. Het ensemble zong folksongs en hymnes. Zij beroerde de gevoelige muzikale snaar door samen met de concertbezoekers een uitvoering van Abide with me te zingen.
Voorwaarde
Het Amoor orgel kon in 1883 worden aangekocht dankzij een gift van het echtpaar W.A. Geerts en R.K. Reinders. De weduwe van Geerts zette een eerdere lening van fl 1.000 om in een schenking met als voorwaarde dat er een orgel voor de kerk in Berghuizen zou worden gekocht. Tijdens het druk bezochte concert waren vele nazaten van de schenkers aanwezig. De meerderheid van hen is ook nu nog woonachtig in de regio, met name Koekange en Ruinerwold.
Orgelschild
Voorafgaand aan de ochtenddienst is ter gelegenheid van het jubileum van het orgel het 'orgelschild' teruggegeven aan het orgel. Het orgelschild was bevestigd op de balustrade van het orgel, maar was tijdens de restauratie in 1951 verwijderd. Doordat er een zogenaamd rugwerk werd geplaatst, was er geen ruimte meer voor het orgelschild. Het orgelschild is nu volledig gerestaureerd en weer teruggeplaatst in de kerkzaal. Ook zijn er twee panelen ontworpen, gemaakt en geplaatst die informatie geven over de historie van het orgel.
De organisatie kijkt terug op een zeer succesvol concert en dankt alle sponsoren en concertbezoekers voor hun (ook financiële) bijdrage in het mogelijk maken van het concert en het behoud van het
orgel."


Links het schild zoals het op zolder lag en rechts na het verwijderen van de bovenste verflagen. Klik op de afbeelding voor een vergroting


Na restauratie

2021: Het orgelbalkon is een andere kleurstelling geschilderd. Het wapen hangt nu links van het orgel. Het schoon metselwerk in de kerk is nu gestuct.




Foto's Lammert van der Heide (16) Klik op de foto's voor een vergroting

Bronvermelding:

  1. E-Mail van Peter Dillingh d.d. 12 augustus 2004
  2. E-Mail van Victor Timmer d.d. 9 juni 2006
  3. Dagblad van het Noorden medio maart 2011
  4. Boek: Het historische orgel in Nederland 1726-1769 blz. 157-159
  5. Reliwiki: http://reliwiki.nl/index.php?title=Berghuizen,_Berghuizen_20_-_Gereformeerde_Kerk
  6. Groninger Orgelagenda 2011 Provincie Drenthe
  7. Groninger Orgelagenda 2012 Orgelrestauraties in 2010 en 2011
  8. Het Orgel 1967/01 Bij de foto's
  9. Het Orgel 1971/11 Orgelbouwnieuws
  10. E-Mail d.d. 19-12-2016 van Victor Timmer, die me attent maakte op de advertentie in de kranten van 1850
  11. Folder van het orgel
  12. E-Mail Marjan Doorn d.d. 28-12-2016
  13. Artikel van Berend Dekker, organist van de kerk, uit oktober 1993
  14. E-Mail Victor Timmer d.d. 11 december 2017
  15. Archief Jaap Brouwer
  16. E-Mail d.d. 17-03-2021 van Lammert van der Heide
berghuiz04.jpg (23393 bytes)

Klaviatuur voor de restauratie van FlentropKassen voor de restauratie door Flentrop