Berghuizen, Gereformeerde kerk
Dankzij een gift kan
er in 1884 een gebruikt orgel worden gekocht. Het orgel is oorspronkelijk door
Matthias Amoor in 1743 gebouwd voor de kerk van Raamsdonk. In 1850 wordt het
verkocht naar Aartswoud. Als in 1883 een nieuwe kerk wordt gebouwd komt het
orgel te koop. Orgelmaker Jan Proper plaats het orgel in Berghuizen. In 1951
wordt het orgel door Jan Doornbos gerestaureerd en uitgebreid met een Rugwerk in
stijl en een zelfstandig Pedaal met een Subbas 16'. Mr. Arie Bouman functioneert
als adviseur. In de jaren '60 en '70 wordt het orgel door Flentrop na veel
discussie gerestaureerd. Dr. Maarten Albert Vente is adviseur voor het
histirische gedeelte. De Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde
Organisten Verenigign adviseert bij de restauratie van Rugwerk en Pedaal. De
discussie heeft voor betrekking op het in 1951 toegevoegde gedeelte. Wil men dit
behouden of niet. Ook zijn er plannen om het orgel beganegronds te plaatsen. De
kerkelijke gemeente wil echter het gehele orgel behouden en brengt genoeg geld
bijeen om dit plan te realiseren, waardoor Flentrop het oude gedeelte kan
reconstrueren inclusief de bas-/discant-deling. Daarnaast wordt het Rugwerk en
het Pedaal gerestaureerd.
Kerk
1841: Bouw van een eerste kerk voor f 1.600,-. De grond was gratis beschikbaar
gesteld door een gemeentelid en tevens ouderling, de veenbaas G.J. Withaar.
1875: Er wordt een nieuwe kerk gebouwd. voor f 9.400,-.
1912: De kerk
wordt vergroot met zijvleugels.
1927: Inbouw van galerijen.
1972: Interne
verbouwing waarbij door een ruimer bankenplan het aantal zitplaatsen verminderd
wordt tot maximaal 825.
2004: De oude rechthoekige uitbouw wordt vervangen
door een modern bijgebouw.
2019: Renovatie van de kerkzaal. (05)
Opnamen d.d. 22 juli 2021 Geert Jan Pottjewijd
-
J.S. Bach (1685-1750)Fuga in G BWV 576 Registratie:
Gekoppeld plenum Hoofdwerk/Rugwerk
- Johan
Nikolaus Hanff (1665-1711): Erbarm dich mein, o Herre Gott Registratie: Hoofdwerk Holpijp 8', Rugwerk
Dulciaan 8' Tremulant
Opnamen d.d. 22 juli 2021 Harro Kraal
-
J.S. Bach (1685-1750): Toccata in d (BWV565)
Geschiedenis van het orgel voorafgaand aan de plaatsing in Berghuizen
Raamsdonk
(1743-1850)
1743
Het orgel
wordt als eenklaviersorgel gebouwd door Matthias Amoor voor
de hervormde kerk van Raamsdonk. (14)
Het jaartal 1743 kan worden afgeleid uit een van de luikjes op het achterschot:
'1743 den 25 Febr. is dit orgel gemaakt door den hr.
orgelmaker Matthias Amoor wonaftig tot groningen, geboren tot Dansig'.
'Raamsdonck' wordt door Gregoir genoemd in zijn Historique de la facture et
des facteurs d'orgue. (17) Zie Gregoir bladzijde (44) (dit zal waarschijnlijk het orgel van Amoor zijn)
en bladzijde (156) (Hier
wordt waarschijnlijk het volgende instrument van Naber mee bedoeld)
Aanvullende informatie over Matthias Amoor
1774
De dispositie is overgeleverd door Joachim Hess in zijn
'Dispositien der merkwaardigsten Kerk-Orgelen' (1774).
1785
Johannes Schot voert reparaties uit. Een Bourdon 16' discant
vervangt de Sesquialter 2 sterk discant. (22)
1793
Reparaties door Nicolaas van Hirtum.
Voor 1850
Reparaties door H. Knipscheer. (22)
1850
Het orgel wordt door de kerkvoogden van Raamsdonk te koop aangeboden (10)
Zie Opregte Haarlemsche
Courant (25-03-1850), 28-03-1850, Boekzaal
(1850).
In
hetzelfde jaar wordt aan de orgelmaker Naber de opdracht
verstrekt om een nieuw orgel te maken.
In de Bredasche Courant staat abusievelijk een levertijd van
twee maanden
in plaats van twee jaar. (10) Zie Algemeen
Handelsblad (27-03-1850), Bredasche courant
(28-03-1850).
In de dispositieverzamling van Broekhuyzen (ca. 1850-1862) wordt het orgel
als volgt omschreven:
'R 18. Raamsdonk, Provintie Noord-Braband
Het orgel in de kerk der
hervormde gemeente aldaar. Is de maker en datum der stichting onbekend. Wordt in
het jaar 1850 door H.H. kerkvoogden voor een billijke prijs verkocht aan de
hervormde gemeente te Aartswoude nabij de stad Hoorn in Noord-Holland, alwaar
het overgebragt en geplaatst is in hun kerkgebouw door F. Hofmeyer en Zoon,
orgelmakers te Amsterdam. Had toen 20 stemmen [sic], een handclavier, aangehangen
pedaal en drie blaasbalgen.
| Bas | Discant |
| Prestant 8 vt | Prestant 8 vt |
| Holpijp 8 vt | Octaaf 4 vt |
| Bourdon 4 vt | Bourdon 4 vt |
| Octaaf 2 vt | Octaaf 2 vt |
| Woudfluit 2 vt | Woudfluit 2 vt |
| Quint 3 vt | Quint 3 vt |
| Gedakte Quint 3 vt | Quint 1 1/2 vt |
| Quint 1 1/2 vt | Cornet 2 st |
| Mixtuur 4 st | Mixtuur 4 st |
| Trompet 8 vt | Trompet 8 vt |
| april | Aan Kerkmeesteren wegens gemaakte kosten naar Enkhuizen en Raamsdonk betrekkelijk het inspekteren en aankoopen van een orgel ten behoeve der kerk | f. 109.60 |
| april | Aan Kerkmeesteren onkosten naar Colhom wegens het aannemen van een schipper ter overvoering van het orgel van Raamsdonk | f. 0.40 |
| 15 Mei | Aan sjouwer s geld, zoo te Raamsdonk als te Aartswoud voor het schepen en ontschepen van het orgel | f. 9.40 |
| 17 Mei | Aan Kerkvoogden te Raamsdonk de koopsom van het orgel | f. 890.— |
| 16 Aug. | voor den orgeltrapper bij het stemmen van het orgel | f. 4.25 |
| 16 sept. | Aan den heer Meiroos een honorarium voor gedane diensten voor en met de inwijding van het orgel | f. 55»— |
| 26 sept. | Aan den heer Hofmeijer arbeidsloon zoo te Raamdonk als te Aartswoud voor het uit elkander nemen en in elkander zetten van het orgel, benevens aangebragte vernieuwingen en verbeteringen | f. 422.— |
1903
Wijzigingen door J. Proper en H. van der Molen. De Trompet 8' wordt vervangen door een
Viool da Gamba 16' discant en een Bourdon 16' bas. Er wordt een Viool 8' discant geplaatst ten koste van de
Fluit 2' discant. De stemming wordt daarna uitgevoerd door H. van der Molen, maar alleen op afroep.
(04)
1907
De organist H. Kruithof wil een orgelconcert geven en daarvoor
moet J. Proper het orgel stemmen. Proper stelt daarbij voor het orgel van een nieuw
binnenwerk te voorzien en de speeltafel naar de zijkant te verplaatsen voor f 800,-
(21)
1909
Stemming en onderhoudsbeurt door Dirk Proper voor f 40,-. (21)
1917
Stemming en onderhoud door H. Vonck hoofd van de school en organist van de kerk.
(21)
1923
Voorstel van de fa. van Dam uit Leeuwarden om het orgel te restaureren voor f 960,-. Tevens een aanbieding om het orgel te voorzien van een geheel
nieuw (kleiner) binnenwerk voor f 4.000,- Een groter binnenwerk zou f 5.200,- kosten en in 2 weken klaar zijn.
(21)
1924
Instelling van een orgelfonds wegens de slechte staat
van het orgel. (19)
1927
Plaatsing
van een windmotor. (19)
1930
Wijzigingen door H. Vonck. Toevoeging van een superoctaafkoppel in de discant en 3 combinatietreden.
(04) (22)
1932
Het orgel wordt genoemd in de NCRV-gids.
De foto hieronder is een illustratie bij een
artikel door organist Jan
Zwart waarin aan de lezers wordt gevraagd of men meer weet over de herkomst
van het orgel. Er wordt vermoed dat het afkomstig is uit de katholieke kerk van
Nieuwe-Niedorp.

NCRV Omroepgids 12-03-1932 (Klik op de afbeelding voor
een vergroting)
1935
Artikel in de krant over 100 jaar Gereformeerde
kerk te Berghuizen. 'Volgens overlevering moet het (orgel) dateeren van omstreeks 1600
en gebruikt zijn door den bekenden orgelbouwer Cesar Frank'. [sic] Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(31-05-1935).
1938
Broeder Kraal meldt dat in De Standaard door de firma Dekker uit Goes
een orgel wordt aangeboden. De mededeling voor kennisgeving aangenomen. (19)
1943
Het orgelfonds is nog maar aangegroeid tot f 1.200,-. Het
wordt tijd een orgelcommissie in te stellen met als leden de heren Lopers en
Middelveld en organist meester Vonck. (19)
1945
Twee collectes voor het orgelfonds brengen respectievelijk f 967,- en f
1.757,55 op. (19)
1947
Het schild
in de balustrade voor het orgel wordt weggehaald en opgehangen in de consistorie.
Vanwege mankementen wordt organist Henk Pijlman uit Assen aangetrokken als
adviseur.
Er worden offertes aangevraagd:
- Van Dam uit
Leeuwarden vraagt f 8.040,- met f 2.930,- voor een nieuw register.
-
Flentrop heeft pas over 2 1/2 jaar ruimte voor de werkzaamheden.
Er
wordt besloten even af te wachten. (19)
1948
Monumentenzorg vraagt of zij het orgel mogen
inspecteren. Op grond van het onderzoek zou het orgel op de monumentenlijst kunnen
worden opgenomen. Er ontstaan dan ook subsidiemogelijkheden.
Mr. Arie Bouman
wordt om advies gevraagd omdat hij deskundig is en gereformeerd. Er mogen zonder toestemming van Monumentenzorg geen wijzigingen worden
aangebracht. (19)
1949
Op de
gemeentevergadering van 13 januari wordt gevraagd of het rijk het orgel niet kan
overnemen, zodat een nieuw orgel kan worden aangeschaft. Het orgel kan dan in
een museum worden opgesteld.
Adviseur Bouman wijst op de orgelmakers Van Leeuwen. Van
Leeuwen kan het orgel voor f 400,- weer bespeelbaar maken. Een restauratie
kost tussen de f 10.000,- en f 12.000,-. Voor 1950 is er echter geen ruimte in
de planning. (19)
1950
Via mr. Arie
Bouman wordt aan drie orgelmakers gevraagd een offerte uit te brengen. Er komen
offertes binnen voor f 4.000,-, f 9.000,- en f 14.000,-. Er wordt besloten de
werkzaamheden te gunnen aan orgelmaker Doornbos voor f 11.200,-. Het orgel zal worden uitgebreid met een tweede klavier en een zelfstandig pedaal. (19)
1951
Restauratie door Klaas Doornbos
in nauwe samenwerking met Cor Edskes, die ook het concept van de restauratie
ontwerpt. Er komt een nieuw Rugpositief in oude stijl op basis van het Rugpositief van het
Arp Schnitger-orgel in Noordbroek en een zelfstandig Pedaal.
Er worden nieuwe manualen
gemaakt en er wordt een nieuwe windmotor geïnstalleerd. Eén spaanbalg blijft behouden. Na het overlijden van Doornbos voltooien K. Mateboer
en P.J. Praat in het najaar van 1952 het werk. Het onderzoek van Mr. A.
Bouman
levert zekerheid op dat Matthias Amoor de maker is. De orgelkas wordt ontdaan van zijn lichtblauwe
kleur met bladgoud en witte engelenverflaag en wordt nu onbeschilderd eiken. Het
orgel is inmiddels door Monumentenzorg als een beschermd instrument aangemerkt. Voor de restauratie
van het Hoofdwerk wordt een Rijkssubsidie ontvangen. Het
opschrift naast de klaviatuur 'Dit orgel wordt aan de gemeente geschonken in
1884 door de echtelieden W.K. Geerts en R.K. Reinders' gaat verloren in 1960.
Zie
Meppeler Courant (17-09-1952), Meppeler Courant
(10-10-1952). De naam van Matthias Amoor wordt verbasterd tot
'Thomas Moore'. Ook het bouwjaar in dit bericht is niet correct.
Reliwiki (05)
Dispositie:
| Hoofdwerk | ||
| Bourdon | 16' | bas uit 1903, discant uit 1785 |
| Prestant | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Viola di Gamba | 8' | groot octaaf voortgezet in Holpijp rest uit 1903 |
| Octaaf | 4' | |
| Fluit | 4' | |
| Quint | 2 2/3' | |
| Octaaf | 2' | |
| Quint | 1 1/3' | ontbrekende pijpen nieuw |
| Mixtuur | IV-V | hoogste koor nieuw |
| Trompet | 8' | nieuw |
| Rugwerk | ||
| Baarpijp | 8' disc. | nieuw |
| Quintadena | 8' | voortgezet in Baarpijp 8' disc. pijpwerk van vroegere fluit 2' |
| Praestant | 4' | nieuw |
| Nachthoorn | 2' | nieuw |
| Sesquialtera | I-Il | nieuw |
| Scherp | IV | nieuw |
| lege plaats | voor Dulciaan 8' | |
| Pedaal | ||
| Subbas | 16' | (nieuw) |
Manuaalkoppel, Pedaalkoppel (beide nieuw). Manualen van C - c3, pedaal C - d'.
Winddruk 65 mm. Toonhoogte een halve toon hoger dan normaal.
1953: In het maandblad van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV)
Organist en Eredienst 1953 juli/augustus verschijnt een uitgebreid
artikel van
Mr. Arie Bouman.
Bouman noemt in zijn artikel ook de dispositie van voor de restauratie: Bourdon
16' (bas 1903, discant 1785), Viool 16' (discant 1903), Prestant 8', Holpijp 8',
Viool 8' (1903), Octaaf 4', Fluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Fluit
2' bas, Quint 1 1 /3', Mixtuur II-IV.
Manuaal C-c''', Pedaal C-c.
Wat
verlaat bericht de Nieuwe provinciale Groninger courant op
12-12-1953 over de restauratie.
Vermoedelijk naar aanleiding van de stemming in de gemeenteraad van Ruinerwold.
1960
De letters op het orgel worden verwijderd en op een
koperen plaat overgebracht. (19)
1961
Op 8 augustus vraagt organist
Berend Dekker de Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten
Vereniging (GOV) om advies. Het orgel heeft ernstige gebreken in de mechaniek.
Dekker voegt een beschrijving van het orgel toe van Arie Bouman uit het
tijdschrift Organist & Eredienst van juli/augustus 1953.
Op
10 augustus antwoordt de GOV dat
A.P. Oosterhof uit Leeuwarden contact zal opnemen. Oosterhof wordt door de GOV
per brief op de hoogte gesteld.
Op 4 september schrijft Oosterhof
aan Dekker dat hij op 22 augustus in Berghuizen is geweest. Het is een prachtig
instrument dat helaas nu al tekortkomingen vertoont. De mechaniek tussen de
klavieren en de windladen is slecht gebouwd en zou eigenlijk vervangen moeten
worden. De kosten worden ingeschat op f 3.000,-.
Op
16 september schrijft organist
Dekker aan de GOV dat de CvB besloten heeft de mechaniek te laten restaureren
met advisering door de GOV.
Op 19
september schrijft de GOV dat als adviseurs zullen optreden A.P. Oosterhof
en D.W.L Milo.
Op 25 november
schrijft Milo dat er vertraging is ontstaan door drukke werkzaamheden van
hemzelf en een auto-ongeluk van Oosterhof. Kan Dekker naar Monumentenzorg
schrijven dat er een restauratie is gepland, die wordt begeleid door de GOV? Na
een goedkeuring van Monumentenzorg kan het traject worden vervolgd. (23)
1962
Op 5 januari
vraagt Dekker aan Oosterhof om de adresgegevens van Monumentenzorg te sturen.
Op 27 december
schrijft het ministerie van OKW dat men bereid is om subsidie te verlenen
voor de restauratie van het Hoofdwerk. De orgelbouwer die het werk uitvoert dient
hiervoor een plan in te leveren. (18) (23)
1963
Op 11 februari 1963 schrijft
Dekker aan Milo dat Monumentenzorg in beginsel bereid is subsidie te verlenen
voor de restauratie van het Hoofdwerk. Er dient een plan door een orgelmaker te
worden ingestuurd
Op 4 maart
stuurt de GOV een brief naar enkele orgelmakers voor het uitbrengen van een
offerte. Restauratie van het Hoofdwerk valt onder Monumentenzorg. Het
Rugpositief valt hierbuiten. Op dezelfde datum
schrijft Oosterhof aan Milo dat ze
geen bestek hoeven te maken omdat een orgelmaker een plan bij Monumentenzorg
moet indienen. Flentrop is het meest voor de hand liggend.
Op
14 maart schrijft Flentrop dat hij
het orgel graag wil restaureren, maar pas over vier tot vijf jaar tijd heeft. Flentrop
stuurt een kopie van de brief aan
Oosterhof.
Op 24 juni schrijft
Oosterhof aan Milo dat alle orgelmakers die voor Monumentenzorg mogen werken een
zeer goed gevulde orderportefeuille hebben. Ruinerwold zal dus geduld moeten
hebben tot Flentrop tijd heeft.
Op
12 juli schrijft Milo aan organist Dekker dat alle orgelmakers, die in
aanmerking komen het zeer druk hebben. Er moet gewacht worden totdat Flentrop
tijd heeft. Subsidie is alleen mogelijk voor het Hoofdwerk. Ondertussen kan er
worden gespaard voor de restauratie van het Rugpositief.
Op
28 oktober schrijft Milo aan
Oosterhof dat organist Dekker heeft geschreven dat de CvB bereid is het orgel te
laten restaureren door Flentrop. Flentrop wil naar Berghuizen komen op 12
november voor overleg.
Op 3
december schrijft Milo aan de orgelcommissie dat de prijs van Flentrop
redelijk is. Leeflang zal niet goedkoper zijn. Een restauratie door een niet
erkende orgelmaker is niet mogelijk omdat het orgel op de monumentenlijst staat.
Ook als de kerk alle kosten zelf betaald is de keuze van de orgelmaker niet vrij.
Op 4 december stuurt Flentrop een
offerte op grond van een bezoek aan de kerk samen met de
adviseurs Oosterhof en Milo in november. Flentrop zal proberen de levertijd tot een minimum
te beperken. Windladen, pijpwerk en windvoorziening zijn in redelijke staat en
behoeven niet te worden gerestaureerd.
De volgende werkzaamheden worden
voorgesteld
- Opmeten en tekenen van de tractuur en de klaviatuur
- Nieuwe
toetstractuur voor het Rugpositief en het Pedaal
- Reviseren van het wellenbord van het
Hoofdwerk
- Nieuwe toetstractuur voor het Hoofdwerk
- Nieuwe klaviatuur en
koppelingen in een bij het orgel aansluitende stijl zoals al eens gedaan bij het
Hinsz-orgel in de universiteitsaula van Utrecht
Kosten: f 11.910,-.
Levertijd maximaal drie jaar.
Op 30
december schrijft Milo aan Oosterhof dat de offerte van Flentrop is
geaccepteerd. Het wachten is nu op een beslissing uit Den Haag. Milo
schrijft aan de orgelcommissie dat
hij de goedkeuring van de offerte aan Flentrop heeft
doorgegeven.
(23)
1964
Op
6 januari schrijft Milo aan de
orgelcommissie dat de opdracht door Flentrop is aanvaard. De levertijd van 3
jaar wordt gerekend vanaf 30 december 1963.
Op
9 januari schrijft Milo aan de
orgelcommissie dat Flentrop een contract zal opmaken als er goedkeuring is voor de
restauratie door het ministerie. De kosten van de GOV worden achteraf in
rekening gebracht.
Op 31 januari
beantwoordt Flentrop vragen vanuit Berghuizen in een brief aan Milo.
Monumentenzorg vergoedt geen kosten voor een stemming. De stemkosten worden
berekend op basis van gewerkte uren en reiskosten.
Op
3 februari geeft Milo de
antwoorden van Flentrop door aan de orgelcommissie
Op
13 juli schrijft de GOV dat
Oosterhof om gezondheidsredenen stopt met het advies. Hij wordt vervangen door
Johan M. Vetter. (23)
1965
Op
24 november vraagt Flentrop aan
Milo of er al overheidssubsidie is toegezegd. Flentrop zou in 1966 kunnen
beginnen. (23)
1967
Op 20 juni
schrijft Milo naar de orgelcommissie dat hij lang niets heeft gehoord. Het
orgel zou theoretisch al in 1966 moeten zijn opgeleverd. In januari informeerde
Flentrop wat de stand van zaken is met de restauratie van het kerkgebouw. Daar
is nog geen antwoord op gegeven. Flentrop wil graag weten wanneer er met de
restauratie kan worden gestart.
Op
19 juli schrijft Milo aan Flentrop dat hij per brief is ingelicht door de
CvB van Berghuizen dat de restauratie van het orgel is uitgesteld vanwege de
restauratie van de kerk.
Wegens de restauratie van de kerk
wordt het orgel gedemonteerd en opgeslagen. (19) (23)
In Het Orgel van 1967-01
schrijft J.F. van Os een kort artikel over het orgel.
1969
Op 30
oktober stuurt Flentrop een offerte
op basis van een overleg op 23 oktober in Berghuizen met de CvB, architect en
adviseur.
De werkzaamheden zijn
grotendeels gelijk aan de vorige offerte. Extra zijn:
- Het aanbrengen van
een verende sleepconstructie op beide windladen.
- Klankcorrecties voor de
Mixtuur en de Quint 1 1/3'.
- Wijziging aansluiting windvoorziening.
Stelposten:
- f 9.500,- voor mogelijk herstel van de windladen.
- f 2.000,-
extra werkzaamheden wegens het naar achteren verplaatsen van de orgelkas.
- f
6.000,- mogelijkheden terugplaatsen van de Bourdon 16' in de orgelkas of op een
aparte lade achter het orgel.
De andere werkzaamheden worden gecalculeerd op f
26.750,-.
Op 4 november
schrijft Milo aan collega-adviseur Vetter dat de architect het orgel wil
verkopen of in een nis boven de preekstoel wil plaatsen. Alleen de restauratie
van de tractuur is tot nu toe goedgekeurd. Het orgel moet worden gedemonteerd
tijdens de kerkrestauratie. In de offerte van Flentrop staat het een en ander
beschreven met stelposten. Door de verbouwing zal het orgel naar achteren
verschoven moeten worden. Er wordt een verwarming geïnstalleerd waardoor de
luchtvochtigheid zal dalen van 95% naar 50%. Dit heeft gevolgen voor de
windladen. Steketee wil dat de GOV een historisch rapport maakt. Milo verwijst
naar het artikel van Arie Bouman. (23)
1970
Op 13 januari
schrijft Flentrop een nieuwe offerte waarbij het Rugwerk vervalt. De restauratie
van het Hoofdwerk inclusief een restauratie van de windlade vergt een bedrag van
f 32.750,-. Als het orgel beneden in de kerk wordt geplaatst zijn de kosten f
34.750,- vanwege de wijzigingen aan de onderbouw. Voor het herstellen van de
originele dispositie is een stelpost opgenomen van f 5.000,-.
Op
21 februari maakt de GOV een
overzicht van de kosten. Als alleen het oorspronkelijke orgel wordt
gerestaureerd zijn de kosten f 50.260,-. De subsidie wordt geschat op 31.260,-.
Als ook de originele dispositie wordt hersteld is er extra f 6.550,- nodig. De
subsidie hiervoor bedraagt f 4.100,-. De kosten die de kerk moet dragen komen op
f 21.450,-. Als het orgel naar het podium wordt verplaatst zal dit f 4.000,-
extra kosten. (23)
Op een gegeven moment besluit de Commissie van Beheer het orgel, wegens geldgebrek, te verkopen en een
luidsprekerorgel aan te schaffen. Men vindt de Hervormde Kerk van Warnsveld
bereid om
het orgel te kopen.
Op de gemeentevergadering van 14
april wordt duidelijk dat de gemeenteleden het orgel voor de kerk willen
behouden. Een restauratie zou f 20.000,- moeten kosten.
Onder leiding
van enkele orgelliefhebbers wordt er een rondgang onder de kerkleden gehouden om
het benodigde startkapitaal voor de restauratie bij elkaar te krijgen. Het
resultaat is dat er ruim f 51.000,- wordt toegezegd. (11) (19)
1971
Op 31 maart stuurt Flentrop een
gewijzigde offerte naar de GOV. De offerte is doorgenomen met Maarten Albert
Vente op 30 maart.
Het hoofddoel is het restaureren van het Hoofdwerk in
zoveel mogelijk oorspronkelijke staat.
Dispositie: Prestant 8', Holpijp 8',
Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Woudfluit 2', Quint 1 1/3', Gedekt
Quint 3' bas, Cornet II discant, Mixtuur IV-V, Trompet 8'
Het Rugwerk wordt gerepareerd en zo weinig mogelijk
gewijzigd.
Het historische pijpwerk wordt gerestaureerd met een stelpost voor
het wijzigen van de toonhoogte door het verwijderen van de opzetstukken. De
Woudfluit 2' discant is nieuw pijpwerk. De bas is van oude pijpen die nu in het
Rugwerk staan.
De Quint 3' van het Hoofdwerk komt uit de Bourdon 16' met
zeven nieuwe pijpen. De Cornet II is van nieuwe pijpen. De nieuwe pijpen van de
Mixtuur worden vervangen door beter passend pijpwerk. De Trompet 8' blijft
gehandhaafd. In het Rugwerk komt nieuw pijpwerk voor een Quintadeen 8'.
De
windladen van het Hoofdwerk worden gerestaureerd met mogelijk een verend
sleepsysteem. De toetstractuur van het Hoofdwerk wordt vernieuwd in passende
stijl Het wellenbord is in goede staat en wordt hergebruikt. Er komt een nieuwe
klaviatuur en een nieuw pedaalklavier in stijl. (Utrecht Universiteitsaula).
Het is mogelijk een Pedaal achter het orgel toe te voegen met bijvoorbeeld een
Subbas 16' en een Fagot 16'.
Op 13
april schrijft Maarten Albert Vente dat hij een beknopt rapport heeft
gemaakt met een restauratieadvies. Inmiddels is er een offerte van Flentrop van
31 maart . Vente is het eens met deze offerte. Het is jammer dat de levertijd zo
lang is, maar dat zal bij andere vergelijkbare orgelmakers ook zo zijn. Vente
adviseert met Flentrop in zee te gaan. Hij verwacht dat 85% gesubsidieerd zal
worden. Het orgelbalkon zal in zijn oorspronkelijke vorm hersteld moeten worden.
Het orgel komt dan beter tot zijn recht. Corneille Janssen kan een advies geven
omtrent het schilderwerk aan de orgelkas. Vente werkt bij deze restauratie samen
met Joh. M. Vetter van de GOV. Vente wordt verantwoordelijk voor de restauratie
van het historische gedeelte van het orgel. Het honorarium zal worden verdeeld
op basis van de restauratiekosten van beide delen van het orgel.
Op 25 mei stuurt
Flentrop op verzoek van Maarten Albert Vente een
aanvulling op de offerte van 31
maart. De restauratie van het Rugwerk vervalt omdat dit niet wordt herplaatst.
De registertractuur van het Hoofdwerk wordt gereconstrueerd zodat alle registers
weer een bas- en diskantfunctie hebben. Onderzocht zal worden of het Rugwerk
achter de kas van het Hoofdwerk geplaatst kan worden.
Van
26 mei dateert een kladbriefje dat
gaat over uit te voeren schilderwerk aan het orgel van f 8.000,- en het wijzigen
van de balustrade voor f 4.000,- Onduidelijk is wie de auteur is. Voor het
schilderwerk is het goed te kijken naar het orgel in Beilen.
Van 8 juni dateert een
telefoonnotitie van het Bureau Monumentenzorg Drenthe met de Rijksdienst. Er is geen
subsidie toegezegd. In 1953 was er volgens het schrijven wel subsidie
beschikbaar.
Op 2 augustus is er weer een
nieuwe variant van een offerte
door Flentrop. Het Rugwerk is weer opgenomen in de offerte.
Op
6 augustus schrijft Flentrop dat
er in de offerte van 2 augustus een tweetal fouten staat. Vergeten is de bas- en
discantverdeling van de registertractuur en het aanbrengen van bladgoud en
tinfolie. Daarom graag blad 3 vervangen door een
nieuwe versie.
Op 6 augustus een
notitie over een wijziging van de orgelgalerij. Van dezelfde datum is een
notitie van dhr. Koetsier over een
tekening van de orgelgalerij en schilderwerk.
Op
9 augustus schrijft orgeladviseur
Vente aan de rijksadviseur voor orgel dhr. Oussoren dat de voorbereiding voor de
restauratie van het orgel nu zo ver is gevorderd dat er binnenkort een
restauratieplan kan worden verstuurd. Op verzoek van Vente heeft de kerkenraad
advies ingewonnen bij Corneille F. Janssen van het Provinciaal Museum van Assen.
Herstel van de oorspronkelijke kleuren vergt een bedrag van f 8.000,-. Dhr. van
Bruggen, rayonarchitect van de Rijksdienst heeft echter bezwaar tegen het
opnieuw schilderen. Kan Oussoren zijn invloed aanwenden zodat het
schilderwerk toch
kan plaatsvinden? Aan de kerkenraad
schrijft Vente dat er opdracht aan Flentrop kan worden gegeven en subsidie
kan worden aangevraagd bij de Rijksdienst. Aan Corneille Janssen wordt
gevraagd om een offerte te laten maken voor het schilderwerk.
Op 10 augustus
schrijft Corneille F. Janssen aan de CvB van Berghuizen dat er telefonisch opdracht
is gegeven voor het opmeten en tekenen van de bestaande orgelgalerij. Op
grond daarvan kan een nieuw ontwerp worden gemaakt en gerealiseerd. De
oorspronkelijke trapopgang wordt hersteld en het orgel weer teruggeplaatst.
Op 10 augustus vraagt de
kerkenraad bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg subsidie voor het herstel van
het historische gedeelte van het orgel. Adviseur voor dit gedeelte is Maarten
Albert Vente. Voor herstel van de kleuren is advies ingewonnen bij Corneille F.
Janssen. Het Rugpositief zal als echowerk achter het historische orgel worden
geplaatst. Adviseur daarbij is Joh. M. Vetter. De kosten van het herstel van het
historische gedeelte worden geschat op f 91.731,- exclusief herstel van de
kleuren. Op dezelfde datum wordt ook Joh. M. Vetter
ingelicht over de opdracht aan
Flentrop.
Op 10 augustus
verleent de kerkenraad Flentrop opdracht voor de restauratie op basis van de
offerte van 2 augustus. De opdracht kan nog worden gewijzigd omdat er nog
onzekerheid is hoe om te gaan met het Rugpositief.
Op 11 augustus wordt de eerste termijn
van f 5.922,30 in rekening gebracht.
Notitie van 8 september van dhr
Koetsier van de CvB van Berghuizen. Hij wil de tekening van het orgelbalkon
doornemen met Flentrop vanwege de plaatsing van het orgel.
Op
9 september stuurt de CvB een
tweetal tekeningen van het orgelbalkon naar Flentrop.
Op
22 oktober schrijft Flentrop aan
Corneille F. Janssen dat uit een telefonisch gesprek tussen dhr. Koetsier van de CvB
en dhr. Flentrop is gebleken dat de kerkenraad aan Flentrop opdracht heeft gegeven
om het Rugpositief te herplaatsen. De voorstanders van herplaatsing van het
Rugpositief proberen het Rugpositief te behouden. Desondanks zou
de restauratie van het 1-klaviers-orgel mogelijk moeten zijn. In het schrijven
van Flentrop staan twee voorstellen voor herplaatsing van het orgel met Rugwerk.





1977
Op 19 januari
schrijft Vente aan organist Dekker dat hij verheugd is dat het
Rugwerk wordt herplaatst en er een Dulciaan in wordt opgenomen. De restauratie van de orgelkas is slecht uitgevoerd. Tal van
lijsten en schotten zijn verbogen en passen niet meer. De uitvoerder heeft te
weinig ervaring. Ook Flentrop heeft dit geconstateerd. Monumentenzorg zal
geen genoegen nemen met de uitvoering van deze werkzaamheden. Overleg tussen
Corneille F. Janssen, orgelcommissie, orgelmaker en uitvoerder is noodzakelijk.
Op 5 november stuurt adviseur Vente
een rekening voor advieskosten. Deze bedragen 5% van de kosten van f 129.090,-
voor de restauratie van het Hoofdwerk. De
rekening voor het advies voor het
Rugwerk bedraagt 5% van f 26.713,80 is f 1.336,60.
Uit een aparte
rekening van Vente is af te leiden
hoeveel bezoeken Vente aan de werkplaats in Wapenveld en aan de kerk in
Berghuizen heeft gebracht:
- Berghuizen: 1971 3x, 1972 1x, 1974 1x en
1977 4x
- Wapenveld: 1975 4x, 1976 2x en 1977 1x
Op
7 november schrijft Vente dat hij
nog geen adviesrekening stuurt voor de meerkosten van f 13.002,62 van Flentrop.
Hij wacht daarmee totdat Monumentenzorg deze meerkosten heeft goedgekeurd. Het
eindrapport schrijft hij nadat hij het orgel in alle rust nog eens heeft bekeken.
Van 6 december dateert een
overzicht van Flentrop met de restauratiekosten over de periode van 1971 tot
1977. De kosten van demontage, opslag
en herplaatsing waren f 7.827, 60. De kosten van de restauratie tot en met 1977
waren f 189.663,87.
Op 7 december schrijft de provincie
dat er aan restauratiekosten f 119.571 is uitgegeven. Er kan f 11.960,- aan
subsidie worden uitgekeerd. Met aftrek van de eerder uitgekeerde f 4.200,- wordt
er nu f 7.760,- uitgekeerd. (18)
Samenvatting restauratie door Flentrop met als adviseur Maarten Albert Vente.
- Nieuw zelfstandig pedaal met een Subbas 16' achter de orgelkas.
-
Herstel van de oude kleuren van de orgelkas
door Henk Boverhof in rood en goud met vleeskleurige engelen en herstel
van het bladgoud.
- Nieuwe tractuur gemaakt met gebruikmaking van het
oude wellenbord van het Hoofdwerk.
- Voor het pedaalwellenbord wordt gebruikgemaakt van een oud wellenbord.
- Vernieuwing van de klaviatuur en de registratuur.
- Dulciaan 8' geplaatst op de gereserveerde plaats in het rugpositief.
- Reconstructie van de balgen.
- Herintonatie. Stemming Werckmeister III met a1 = 465 Hz.
- De registers van het
rugpositief zijn geplaatst in de rugwerkkas
- Reconstructie van de Woudfluit 2', Cornet II disc., 2 koren van
de Mixtuur en de Trompet 8'.
Op 25 oktober wordt
het orgel -in gebruik genomen met een concert door Marjan Doorn uit Meppel.
Marjan Doorn speelt: Lento en Allegro van Ruppe en de partita Jesu meine Freude
van Zachow. De eigen organisten begeleiden de samenzang en Dr. aarten Albert
Vente geeft een toelichting op de restuaratie.
Zie het
programma van de
ingebruikname: (12)
Zie Meppeler Courant (26-10-1977). De vermelding 'Eext' is niet correct. Bedoeld wordt waarschijnlijk Eexta. Dit orgel
is echter niet van Arp Schnitger maar van Amoor. (12)
Monumentenzorg, de Provincie Drenthe, de
gemeente Ruinerwold en het Prins Bernhardfonds dragen gezamenlijk ruim Hfl.
201.000,- bij aan de restauratie. De kerkelijke gemeente betaalt f 61.100,-.
Het luidsprekerorgel, dat is gebruikt tijdens
de restauratieperiode, wordt overgedaan aan de Gereformeerde Kerk van Ruinen. (19)
Dispositie:
Hoofdwerk
Rugpositief
Pedaal
Praestant
8'
Quintadeen (ged. 1977)
8'
Subbas
16'
Holpijp
8'
Baarpijp
8'
Octaaf
4'
Praestant
4'
Bourdon
4'
Nachthoorn
2'
Quint
3'
Sesquialter
I-II
Gedact Quint
2 2/3' bas
Scherp
IV
Octaaf
2'
Dulciaan (1977)
8'
Woudfluit (ged. 1977)
2'
Quint
1 1/3'
Mixtuur
IV-V
Cornet (1977)
II discant
Trompet (1977)
8'
Overige gegevens: Manualen C-c3, Pedaal C-d1; schuifkoppeling Hoofdwerk-Rugwerk, koppeling Hoofdwerk-Pedaal

Foto: Geert Jan Pottjewijd
Klik op de foto voor een vergroting.
1978
Op
23 januari schrijft de provincie
dat de restauratiekosten f 129.571 belopen. Er kan nog f 997,10 aan subsidie
worden uitgekeerd.
Op 4 maart
meldt organist Dekker aan bouwbedrijf Visscher dat de nota voorlopig niet
wordt betaald omdat de orgelkas niet goed is gerestaureerd. De kerk
wacht op de eindkeuring door Monumentenzorg.
Op
4 maart schrijft organist Dekker
aan het Bureau Monumentenzorg Drenthe dat bouwbedrijf Visscher aandringt op de betaling van
een nota van f 706,23. De luiken staan echter nog steeds bol. Kan er met
Visscher worden overlegd omtrent de oplossing van dit probleem?
Op
24 november meldt de orgelcommissie dat de restauratie nu is afgerond. De volgende
documenten worden aan
Monumentenzorg toegestuurd.
- Geldelijke verantwoording
- Eindrapport van
orgeladviseur Maarten Albert Vente
- Nota's en betalingsbewijzen.
Dezelfde
informatie wordt naar Monumentenzorg in Zeist gestuurd.
De kosten zijn
aanmerkelijk hoger uitgevallen dan begroot. Kunnen de extra kosten in de
subsidie worden meegenomen?
De rekening van Flentrop van
21 augustus geeft een totaaloverzicht van de restauratiekosten van f
160.101,80 (exclusief BTW). De
restauratie van het Hoofdwerk kost f 133.370,- De restauratie van het Rugwerk
kost f 18.171,66 en de nieuwe Dulciaan van het Rugwerk is f 8.560,14.
Bijgesloten is een specificatie van de kosten voor het restaureren van het
Hoofdwerk.
Bouwbedrijf Visscher uit Hoogeveen heeft de orgelkas
gerestaureerd. Zie
rekening van september 1976 van f
15.080,-.
Schildersbedrijf Boverhof uit Ruinerwold heeft de orgelkas
geschilderd. Zie rekening van f 28.541,99.
Bouwbedrijf van der Veen voert diverse werkzaamheden uit. Zie
rekeningen van 2 december 1977 en
maart 1978. (18)
1979
Op 7 februari schrijft Corneille
F. Janssen aan Gedeputeerde Staten dat de totale kosten van de restauratie f 262.153,28 beliepen. Daarvan had f 215.027,39 betrekking op de
restauratie van het Hoofdwerk. Een deel van de bouwkundige kosten zijn ook aan
het Hoofdwerk toe te wijzen. De basis voor subsidie zou f 227.368,89 moeten
zijn.
Op 22 maart keert de
provincie Drenthe f 12.957,10 uit op basis van de restauratiekosten van dat
moment. Indien later blijkt dat van rijkswege een ander restauratiebedrag naar
voren komt dan wordt het bedrag bijgesteld.
Op 13 september 1978 verschijnt
het door ziekte vertraagde
eindrapport van adviseur Vente. Hij
is van mening dat Flentrop het orgel zeer goed heeft gerestaureerd. Zowel
technisch als artistiek is er zeer goed werk geleverd. Dit geldt ook voor het
pijpwerk uit 1951. Het volume van het orgel is groot maar in een volbezette kerk
is er veel absorptie van het geluid. Daar is niets aan te doen. Tegenslagen zijn
er geweest bij de restauratie van de orgelkas. Bijgesloten is een opstelling van de
kosten van de verschillende uitvoerders opgesplitst naar Hoofdwerk en Rugwerk.
1980
Op 30 maart schrijft Maarten Seijbel een
artikel in de Zwolse courant
over het orgel in de serie "Orgelmonumenten in de regio'.
Op 24 april
deelt het ministerie van CRM mee dat ze f 215.027,38 subsidiabel achten. De
subsidie wordt bepaald met 50% op f 107.514,-. De restauratie van het Rugwerk is
niet subsidiabel.
Op 23 juli
meldt de provincie Drenthe dat ze het resterende bedrag van 8.545,64 aan
subsidie hebben overgemaakt op basis van 10% van de restauratiekosten van f
215.027,39.
1985
Op
23 maart krijgt de orgelcommissie
van de provincie een formulier toegestuurd voor het aanvragen van
onderhoudssubsidie.
Op
3 december verleent de provincie
Drenthe 10% subsidie op de onderhoudskosten van f 1.138,83 door Flentrop
gefactureerd op 20 februari 1984.
Ook in de jaren daarna wordt het onderhoud gesubsidieerd. (18)
2011
Flentrop voert een grote onderhoudsbeurt uit. Het binnenwerk van het orgel
wordt schoongemaakt en waar nodig zijn zaken vervangen en gerepareerd. Het orgel is 6 weken buiten gebruik geweest.
Met een speciaal concert
door de organisten Martin Zonneberg en Marjolein de Wit wordt op zaterdag 3
september het orgel weer in gebruik genomen. Initiatiefnemer is Wim Geerts,
achterkleinzoon van de gevers uit 1883. 11))
RTV Drenthe bericht op 3 augustus over de werkzaamheden. Zie
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/54259/Opknapbeurt-voor-orgel-gereformeerde-kerk-Berghuizen
(01-08-2024)
2012
Organist Berend Dekker viert
zijn 65-jarig jubileum en Jannes Koetsier is 40 jaar organist.Zie
krantenbericht.
2015
Op 21 december bericht het Reformatorisch Dagblad op pagina 15 over
organist Berend Dekker:
'Na 70 jaar begeleiden houdt organist Dekker ermee op
BERGHUIZEN. Als
hij speelt, gaan de ogen soms dicht. De oude vingers huppelen over het ivoor, de
schoenen dansen op het voetklavier. Zeventig jaar lang bespeelt Berend Dekker
(85) tijdens de erediensten het barokorgel van de Gereformeerde Kerk in het
Drentse Berghuizen.
Als op eerste kerstdag de laatste tonen van het Ere zij
God wegebben, is een tijdperk voorbij. „Ik word binnenkort 86 en ik ben niet
meer zo bedrijfszeker. Er kan zomaar wat gebeuren.
De jaartjes gaan tellen,
de handen worden wat stram en ik onderging al twee hartoperaties. Ik wil van die
speelverplichting af. Behalve het spelen moet je ook altijd oefenen, want ik
neem het leiden van de eredienst erg serieus.'
Dekker stopt ook met het
spelen in de hervormde kerk in buurdorp Koekange, waar hij zestig jaar actief
was. „De lofzang gaande houden, dat vind ik heel belangrijk. Als ik speel, voel
ik God.
Ik verloor in mijn leven twee vrouwen. Dat is de prijs van de
ouderdom. Zonder God zou het bestaan leeg zijn. Nu is er troost en steun. Ik ben
dankbaar dat ik hier zit, dat ik spelen kan. Ik voel mij gezegend.'
Op zijn
veertiende wordt Dekker gevraagd om de gemeentezang van de gereformeerde kerk in
Ruinen te begeleiden. Anderhalf jaar later bespeelde hij het orgel in Berghuizen.
Het spelen had hij zichzelf aangeleerd. Later kreeg hij les bij Henk Pijlman in
Meppel, waar hij noten leerde lezen.
EEEen mensenleven achter het muzikale
ivoor zitten, dat is weinigen gegeven. Bijzonder? „Lang is het wel, hè. Even
knipperen met de ogen en het is voorbij.'
2016
Organist Berend Dekker krijgt
een koninklijke onderscheiding voor
zijn
70-jarig jubileum als organist. Zie
Dagblad van het Noorden (december 2016).
Ook RTV Drenthe besteedt aandacht aan de koninklijke onderscheiding op 11
december 2016. Zie
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/116241/Nietsvermoedende-kerkgangers-verrast-met-koninklijke-onderscheiding
2016
Er zijn plannen om in 2018, als het orgel 275 jaar oud
is, het wapenschild te restaureren dat is verwijderd, toen het
orgel in 1951 een Rugpositief kreeg. (11)
2018: Het
275-jarig bestaan van het orgel wordt gevierd met het weer zichtbaar maken van
het wapenschild en een concert door de gebr. de Jong en een vocaal
ensemble. Zie voorzijde
Programmaboekje.
In De
Orgelvriend van april 2018 verscheen een
artikel 275 jaar Amoor-orgel in Berghuizen d door Gerco Schaap.
Verslag uit de
Meppeler courant van 27-02-2018:
'Berghuizen
- In de kerk van Berghuizen vond zondag ter gelegenheid van het 275-jarig
bestaan van het Amoor orgel een bijzonder concert plaats. Euwe en Sybolt de Jong
bespeelden het jubilerende Amoor orgel vierhandig met beroemde cantates van
Bach. De cantates zijn bewerkt door Sybolt de Jong voor het vierhandig orgelspel
en lieten de bezoekers alle kwaliteiten van het jubilerende Amoor orgel horen.
De gebroeders De Jong begeleidden tijdens het concert ook het ensemble
deJongdeJongPlus op twee harmoniums. Het ensemble zong folksongs en hymnes. Zij
beroerde de gevoelige muzikale snaar door samen met de concertbezoekers een
uitvoering van Abide with me te zingen.
Voorwaarder>Het
Amoor orgel kon in 1883 worden aangekocht dankzij een gift van het echtpaar W.A.
Geerts en R.K. Reinders. De weduwe van Geerts zette een eerdere lening van fl
1.000 om in een schenking met als voorwaarde dat er een orgel voor de kerk in
Berghuizen zou worden gekocht. Tijdens het drukbezochte concert waren vele
nazaten van de schenkers aanwezig. De meerderheid van hen is ook nu nog
woonachtig in de regio, met name Koekange en Ruinerwold.
Orgelschild
Voorafgaand aan de ochtenddienst is ter gelegenheid van het jubileum
van het orgel het 'orgelschild' teruggegeven aan het orgel. Het orgelschild was
bevestigd op de balustrade van het orgel, maar was tijdens de restauratie in
1951 verwijderd. Doordat er een zogenaamd rugwerk wordt geplaatst, was er geen
ruimte meer voor het orgelschild. Het orgelschild is nu volledig gerestaureerd
en weer teruggeplaatst in de kerkzaal. Ook zijn er twee panelen ontworpen,
gemaakt en geplaatst die informatie geven over de historie van het orgel.
De
organisatie kijkt terug op een zeer succesvol concert en dankt alle sponsoren en
concertbezoekers voor hun (ook financiële) bijdrage in het mogelijk maken van
het concert en het behoud van het orgel.'
LiLinks het schild zoals het op zolder lag en rechts na het verwijderen van de
bovenste verflagen. Klik op de afbeelding voor een vergroting
Het wapenschild na de restauratie.
Foto Lammert van der Heide (16) Klik op de foto voor een
vergroting
2021
Het orgelbalkon is in een andere
kleurstelling geschilderd. Het wapen hangt nu links van het orgel. Het schoon
metselwerk in de kerk is gestuct.

Foto Lammert van der Heide (16) Klik op de foto voor een
vergroting
Bronvermelding:



Foto's hieronder: Geert Jan Pottjewijd. Klik op de afbeelding voor een vergroting

