Berghuizen, Gereformeerde kerk

Dankzij een gift kan er in 1884 een gebruikt orgel worden gekocht. Het orgel is oorspronkelijk door Matthias Amoor in 1743 gebouwd voor de kerk van Raamsdonk. In 1850 wordt het verkocht naar Aartswoud. Als in 1883 een nieuwe kerk wordt gebouwd komt het orgel te koop. Orgelmaker Jan Proper plaats het orgel in Berghuizen. In 1951 wordt het orgel door Jan Doornbos gerestaureerd en uitgebreid met een Rugwerk in stijl en een zelfstandig Pedaal met een Subbas 16'. Mr. Arie Bouman functioneert als adviseur. In de jaren '60 en '70 wordt het orgel door Flentrop na veel discussie gerestaureerd. Dr. Maarten Albert Vente is adviseur voor het histirische gedeelte. De Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten Verenigign adviseert bij de restauratie van Rugwerk en Pedaal. De discussie heeft voor betrekking op het in 1951 toegevoegde gedeelte. Wil men dit behouden of niet. Ook zijn er plannen om het orgel beganegronds te plaatsen. De kerkelijke gemeente wil echter het gehele orgel behouden en brengt genoeg geld bijeen om dit plan te realiseren, waardoor Flentrop het oude gedeelte kan reconstrueren inclusief de bas-/discant-deling. Daarnaast wordt het Rugwerk en het Pedaal gerestaureerd.

Kerk

1841: Bouw van een eerste kerk voor f 1.600,-. De grond was gratis beschikbaar gesteld door een gemeentelid en tevens ouderling, de veenbaas G.J. Withaar.
1875: Er wordt een nieuwe kerk gebouwd. voor f  9.400,-.
1912: De kerk wordt vergroot met zijvleugels.
1927: Inbouw van galerijen.
1972: Interne verbouwing waarbij door een ruimer bankenplan het aantal zitplaatsen verminderd wordt tot maximaal 825.
2004: De oude rechthoekige uitbouw wordt vervangen door een modern bijgebouw.
2019: Renovatie van de kerkzaal. (05)


Opnamen d.d. 22 juli 2021 Geert Jan Pottjewijd

 - J.S. Bach (1685-1750)Fuga in G BWV 576 Registratie: Gekoppeld plenum Hoofdwerk/Rugwerk
 - Johan Nikolaus Hanff (1665-1711): Erbarm dich mein, o Herre Gott Registratie: Hoofdwerk Holpijp 8', Rugwerk Dulciaan 8' Tremulant
Opnamen d.d. 22 juli 2021 Harro Kraal
 - J.S. Bach (1685-1750): Toccata in d (BWV565)

Geschiedenis van het orgel voorafgaand aan de plaatsing in Berghuizen

Raamsdonk (1743-1850)
1743
Het orgel wordt als eenklaviersorgel gebouwd door Matthias Amoor voor de hervormde kerk van Raamsdonk. (14)
Het jaartal 1743 kan worden afgeleid uit een van de luikjes op het achterschot: '1743 den 25 Febr. is dit orgel gemaakt door den hr. orgelmaker Matthias Amoor wonaftig tot groningen, geboren tot Dansig'.
'Raamsdonck' wordt door Gregoir genoemd in zijn Historique de la facture et des facteurs d'orgue. (17) Zie Gregoir bladzijde (44) (dit zal waarschijnlijk het orgel van Amoor zijn) en bladzijde (156) (Hier wordt waarschijnlijk het volgende instrument van Naber mee bedoeld)
Aanvullende informatie over Matthias Amoor

1774
De dispositie is overgeleverd door Joachim Hess in zijn 'Dispositien der merkwaardigsten Kerk-Orgelen' (1774).

1785
Johannes Schot voert reparaties uit. Een Bourdon 16' discant vervangt de Sesquialter 2 sterk discant. (22)

1793
Reparaties door Nicolaas van Hirtum.

Voor 1850
Reparaties door H. Knipscheer. (22)

1850
Het orgel wordt door de kerkvoogden van Raamsdonk te koop aangeboden (10) Zie Opregte Haarlemsche Courant (25-03-1850), 28-03-1850, Boekzaal (1850).
In hetzelfde jaar wordt aan de orgelmaker Naber de opdracht verstrekt om een nieuw orgel te maken.
In de Bredasche Courant staat abusievelijk een levertijd van twee maanden in plaats van twee jaar. (10) Zie Algemeen Handelsblad (27-03-1850), Bredasche courant (28-03-1850).
In de dispositieverzamling van Broekhuyzen (ca. 1850-1862) wordt het orgel als volgt omschreven:
'R 18. Raamsdonk, Provintie Noord-Braband
Het orgel in de kerk der hervormde gemeente aldaar. Is de maker en datum der stichting onbekend. Wordt in het jaar 1850 door H.H. kerkvoogden voor een billijke prijs verkocht aan de hervormde gemeente te Aartswoude nabij de stad Hoorn in Noord-Holland, alwaar het overgebragt en geplaatst is in hun kerkgebouw door F. Hofmeyer en Zoon, orgelmakers te Amsterdam. Had toen 20 stemmen [sic], een handclavier, aangehangen pedaal en drie blaasbalgen.
Bas Discant
Prestant 8 vt Prestant 8 vt
Holpijp 8 vt Octaaf 4 vt
Bourdon 4 vt Bourdon 4 vt
Octaaf 2 vt Octaaf 2 vt
Woudfluit 2 vt Woudfluit 2 vt
Quint 3 vt Quint 3 vt
Gedakte Quint 3 vt Quint 1 1/2 vt
Quint 1 1/2 vt Cornet 2 st
Mixtuur 4 st Mixtuur 4 st
Trompet 8 vt Trompet 8 vt
tremulant, ventil'

Aartswoud (1850-1883)

1850
Het orgel wordt voor f 890,- gekocht door de kerkvoogdij van Aartswoud. Het wordt daar door T. Hofmeyer en zoon geplaatst.

Uit de archieven van deze kerk ontvingen wij de volgende notities: (13)
'In de vergadering van Kerkmeesteren en Notablen van 1 april 1850 wordt naar aanleiding van een advertentie in de Haarlemse Courant betrekkelijk het te koop aanbieden van een kerkorgel te Raamsdonk besloten 'om genoemde kerkorgel door een deskundige te doen onderzoeken, en bij gunstige bevinding alsdan te koopen'. Deze deskundige, een zekere heer Meiroos uit Enkhuizen verklaart dat het gemelde orgel - na onderzoek - 'alleszins voldeed aan de vereischte'.
Dus treden Kerkmeesteren van Aartswoud 'in nadere overeenkomst met Kerkvoogden van Raamsdonk 'proberen nog wat af te dingen van de prijs, maar moeten constateren 'dat het hunne Kerkmeesteren niet gelukt was de koopsom te doen verminderen met uitzondering van 10 Gulden vermindering van het oxaal en alzoo meer genoemde orgel hadden aangekocht voor eene somma van achthonderd en negentig gulden.
Verder: 'dat gemelde orgel voor rekening der koopers moest worden getransporteert, schoon vragtvrij aan het vaartuig daartoe afgezonden zonde worden bezorgt'.
Uiteraard moest er ook iemand worden gevonden 'de vereischte bezittende om meer gemelde orgel uit elkander te nemen en ter plaatse in elkander te zetten'.
Daartoe wordt aangetrokken een zekere heer Volmeijer, orgelmaker te Amsterdam. (Volgens andere bronnen T.Hofmeijer & Zn te Amsterdam)
Het vervoer van het orgel wordt geregeld met schipper Jan Sentes en er wordt een bedrag van 100 a 150 gulden beschikbaar gesteld voor het transport, maar wel in die zin ' dat onder gemelde somma zoude begrepen zijn alle voorziene en onvoorziene uitgaven van sluis- en leg - en kaaigelden; ook dat daaronder nog zoude begrepen zijn het kosteloos onderhoud der Commissie, bestaande uit één of twee personen welke tot de overneming etc. van meer geselde orgel zich zouden belasten'.
Voorts wordt aan deze Commissie 'een honorarium uitbetaald' van één gulden vijftig cent voor 'elke dagreize,vanaf het oogenblik der afreize tot de tijd der terugkomst'.
Deze Commissie bestaande uit 2 heren begeven zich op den 14 en Mei 1850 op reis naar Raamsdonk en zijn op den morgen van den 22 en Mei met kerkorgel weer terug in Aartswoud.
Verder zegt het verslag van deze aankomst: 'nauwelijks is de aankomst bekend of men vindt meer handen en rijtuigen als vereischt wordt om het orgel uit het vaartuig binnen de muren van het kerkgebouw over te brengen'
En ook: De dag der inwijding welke op den 15 en September plaats had, was een dag vol vreugde en genoegen '
Wat de met de aankoop gepaard gaande kosten betreft verstrekt het ' Kerke Heekenboek ' van de Hervormde Kerk van Aartswoud o.a. de volgende gegevens cq uitgaven: 1850.'

april Aan Kerkmeesteren wegens gemaakte kosten naar Enkhuizen en Raamsdonk betrekkelijk het inspekteren en aankoopen van een orgel ten behoeve der kerk f. 109.60
april Aan Kerkmeesteren onkosten naar Colhom wegens het aannemen van een schipper ter overvoering van het orgel van Raamsdonk f. 0.40
15 Mei Aan sjouwer s geld, zoo te Raamsdonk als te Aartswoud voor het schepen en ontschepen van het orgel f. 9.40
17 Mei Aan Kerkvoogden te Raamsdonk de koopsom van het orgel f. 890.—
16 Aug. voor den orgeltrapper bij het stemmen van het orgel f. 4.25
16 sept. Aan den heer Meiroos een honorarium voor gedane diensten voor en met de inwijding van het orgel f. 55»—
26 sept. Aan den heer Hofmeijer arbeidsloon zoo te Raamdonk als te Aartswoud voor het uit elkander nemen en in elkander zetten van het orgel, benevens aangebragte vernieuwingen en verbeteringen f. 422.—

'Van de verkoop van het orgel vanwege de bouw van een nieuwe kerk in Aartswoud is voor het eerst sprake in een vergadering van 'Kerkvoogden en Notabelen' van 5 december 1883.
In de daarop volgende vergadering van 12 december 1883 'vindt men goed een advertentie te plaatsen in de Kerkelijke Courant en daarbij de verkoopsom te bepalen op f 500,-.
Op 23 januari 1883 deelt de secretaris van de vergadering van Kerkvoogden mede dat 'is ingekomen een schrijven van den kerkenraad de Chr.Geref. Gemeente te Ruinerwolde om informatie over het oude orgel'.
In de daarop volgende vergadering deelt de secretaris mede 'dat hij een missive van den heer J. Groenewegen, predikant bij de Chr. Geref. Gemeente te Ruinerwolde heeft ontvangen, waarbij deze mededeelt dat het oude orgel tegen den prijs van f. 500.— door zijn kerkenraad wordt aangenomen.
Hij verzoekt intusschen eenig uitstel van verzending om eerst de zoldering gereed te hebben'
Hieromtrent wordt vermeld in het 'Reekeningboek ' van den Rendant Kerkvoogd: 13 februari 1884 ontvangen van Ds. J. Groenewegen te Ruinerwolde de koopsom oude orgel f. 500.—
Tot zover volgens de gegevens uit de archieven van de NH Kerk van Aartswoud.' (13) Zie ook Kroniek van de dorpen Aartswoud en Hoogwoud (1938).

Berghuizen


1872:
Omdat men er niet in slaagt om een nieuwe predikant te beroepen wordt zelfd overwogen om de kerk en pastorie te verhuizen naar Ruinerwold.
'Ruinerwold, 17 Febr. Nadat de Christelijk Gereformeerde gemeente, wier kerk en pastorie geplaatst is in het gehucht Berghuizen, eenige malen te vergeefs beproefd heeft, om op een tractement van duizend gulden een predikant te verkrijgen, beginnen er stemmen op te gaan om de kerk en pastorie naar den Ruinerwoldschen straatweg te verplaatsen, daar op het afgelegen Berghuizen de heeren predikanten dier gezindte geen ambitie schijnen te hebben om daar hun levensdagen te slijten. Een mensch is een gezellig wezen en gezelligheid is er te Borghuizen niet.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (20-02-1872).

1875
Bouw van een nieuwe kerk. Er is nog geen orgel aanwezig. Voorzanger is vanaf 1876 de onderwijzer Van Wijngaarden. (19)

1883:
In de vergadering van de kerkenraad van Berghuizen op 12 november deelt de president (ds. Groenewegen) mee 'dat de Wed. W.K. Geerts hem heeft laten weten dat zij 1000 gulden die zij aan de gemeente geleend had, aan de gemeente ten geschenke wenscht te geven met het doel om daarvoor een orgel te plaatsen in onze kerk. De vergadering heeft met eenparige stemmen besloten met dankbetuiging dat geschenk onder de gestelde voorwaarden aan te nemen'.
Een van die voorwaarden is, dat de plaatsing binnen een jaar gerealiseerd moet zijn. Er moet haast worden gemaakt. De weduwe heeft laten opnemen dat het geld alleen is bestemd voor het orgel en niet voor de orgelgalerij. (02) (19)
De kerkenraad plaatst een advertentie voor een nieuw orgel. Zie De Bazuin (23-11-1883), De standaard (17-12-1883).

1884:
Een commissie vanuit Berghuizen koopt het orgel van Aartswoud. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (04-02-1884).
Schipper L. de Haan uit Medemblik neemt het vervoer aan voor f 45,-. Zijn eerste aanbod was f 60,-. De kerkenraad weet het bedrag omlaag te krijgen naar f 45,-.
De werkzaamheden in de kerk om het orgel te kunnen plaatsen, worden gegund aan de laagste inschrijver, timmerman Geert de Wit te Ruinerwold voor f 419,-. 'Dewijl smid H. van der Veen zegt dat hij geen prijsopgaaf van het ijzerwerk kan doen, is besloten hem dat zonder opgaaf te laten maken'.
Jan Proper plaatst het orgel namens orgelmaker Zwier van Dijk.
Op zondag 8 juni wordt het orgel door ds. J. Groenewegen met een preek over Psalm 89 vers 16 in gebruik genomen. Orgelmaker Jan Proper bespeelt het orgel.
Onderwijzer D. van Wijngaarden van Rees verruilt zijn functie als voorzanger voor die van organist. Hij stelt als voorwaarde dat hij dan niet meer 'aan te schrijven en voor te lezen' hoefde. H. Kijkebosch wordt aangesteld als orgeltrapper voor f 12,- per jaar.
R.P Westert wordt benoemd tot voorlezer en voorzanger.
Zwier van Dijk stemt het orgel voor f 15,- per jaar.
Het orgel wordt aangeschaft voor de door Aartswoud gevraagde f 500,-. De installatie kost f 715,37. (19)
Zie De Bazuin (13-06-1884). (01), Het nieuws van den dag (10-06-1884).

1890
Organist Van Wijngaarden van Rees vertrekt naar Urk. De eerste advertentie voor een onderwijzer heeft geen succes. De tweede advertentie met een hoger salaris wel. Benoemd wordt A. Lameris uit Den Helder. Vermoedelijk wordt de hulponderwijzer Van der Kooi organist omdat hij ook een koor leidt.
Zie De Bazuin (26-09-1890), (17-10-1890) (19)

1903
Wijzigingen door J. Proper en H. van der Molen. De Trompet 8' wordt vervangen door een Viool da Gamba 16' discant en een Bourdon 16' bas. Er wordt een Viool 8' discant geplaatst ten koste van de Fluit 2' discant. De stemming wordt daarna uitgevoerd door H. van der Molen, maar alleen op afroep. (04)

1907
De organist H. Kruithof wil een orgelconcert geven en daarvoor moet J. Proper het orgel stemmen. Proper stelt daarbij voor het orgel van een nieuw binnenwerk te voorzien en de speeltafel naar de zijkant te verplaatsen voor f 800,- (21)

1909
Stemming en onderhoudsbeurt door Dirk Proper voor f 40,-. (21)

1917
Stemming en onderhoud door H. Vonck hoofd van de school en organist van de kerk. (21)

1923
Voorstel van de fa. van Dam uit Leeuwarden om het orgel te restaureren voor f 960,-. Tevens een aanbieding om het orgel te voorzien van een geheel nieuw (kleiner) binnenwerk voor f 4.000,- Een groter binnenwerk zou f 5.200,- kosten en in 2 weken klaar zijn. (21)

1924
Instelling van een orgelfonds wegens de slechte staat van het orgel. (19)

1927
Plaatsing van een windmotor. (19)

1930
Wijzigingen door H. Vonck. Toevoeging van een superoctaafkoppel in de discant en 3 combinatietreden. (04) (22)

1932
Het orgel wordt genoemd in de NCRV-gids.
De foto hieronder is een illustratie bij een artikel door organist Jan Zwart waarin aan de lezers wordt gevraagd of men meer weet over de herkomst van het orgel. Er wordt vermoed dat het afkomstig is uit de katholieke kerk van Nieuwe-Niedorp.

NCRV Omroepgids 12-03-1932 (Klik op de afbeelding voor een vergroting)


1935
Artikel in de krant over 100 jaar Gereformeerde kerk te Berghuizen. 'Volgens overlevering moet het (orgel) dateeren van omstreeks 1600 en gebruikt zijn door den bekenden orgelbouwer Cesar Frank'. [sic] Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (31-05-1935).

1938
Broeder Kraal meldt dat in De Standaard door de firma Dekker uit Goes een orgel wordt aangeboden. De mededeling voor kennisgeving aangenomen. (19)

1943
Het orgelfonds is nog maar aangegroeid tot f 1.200,-. Het wordt tijd een orgelcommissie in te stellen met als leden de heren Lopers en Middelveld en organist meester Vonck. (19)

1945
Twee collectes voor het orgelfonds brengen respectievelijk f 967,- en f 1.757,55 op. (19)

1947
Het schild in de balustrade voor het orgel wordt weggehaald en opgehangen in de consistorie.
Vanwege mankementen wordt organist Henk Pijlman uit Assen aangetrokken als adviseur.
Er worden offertes aangevraagd:
 - Van Dam uit Leeuwarden vraagt f 8.040,- met f 2.930,- voor een nieuw register.
 - Flentrop heeft pas over 2 1/2 jaar ruimte voor de werkzaamheden.
 Er wordt besloten even af te wachten. (19)

1948
Monumentenzorg vraagt of zij het orgel mogen inspecteren. Op grond van het onderzoek zou het orgel op de monumentenlijst kunnen worden opgenomen. Er ontstaan dan ook subsidiemogelijkheden.
Mr. Arie Bouman wordt om advies gevraagd omdat hij deskundig is en gereformeerd. Er mogen zonder toestemming van Monumentenzorg geen wijzigingen worden aangebracht. (19)

1949
Op de gemeentevergadering van 13 januari wordt gevraagd of het rijk het orgel niet kan overnemen, zodat een nieuw orgel kan worden aangeschaft. Het orgel kan dan in een museum worden opgesteld.
Adviseur Bouman wijst op de orgelmakers Van Leeuwen. Van Leeuwen kan het orgel voor f 400,- weer bespeelbaar maken. Een restauratie kost tussen de f 10.000,- en f 12.000,-. Voor 1950 is er echter geen ruimte in de planning. (19)

1950
Via mr. Arie Bouman wordt aan drie orgelmakers gevraagd een offerte uit te brengen. Er komen offertes binnen voor f 4.000,-, f 9.000,- en f 14.000,-. Er wordt besloten de werkzaamheden te gunnen aan orgelmaker Doornbos voor f 11.200,-. Het orgel zal worden uitgebreid met een tweede klavier en een zelfstandig pedaal. (19)

1951
Restauratie door Klaas Doornbos in nauwe samenwerking met Cor Edskes, die ook het concept van de restauratie ontwerpt. Er komt een nieuw Rugpositief in oude stijl op basis van het Rugpositief van het Arp Schnitger-orgel in Noordbroek en een zelfstandig Pedaal.
Er worden nieuwe manualen gemaakt en er wordt een nieuwe windmotor geïnstalleerd. Eén spaanbalg blijft behouden. Na het overlijden van Doornbos voltooien K. Mateboer en P.J. Praat in het najaar van 1952 het werk. Het onderzoek van Mr. A. Bouman levert zekerheid op dat Matthias Amoor de maker is. De orgelkas wordt ontdaan van zijn lichtblauwe kleur met bladgoud en witte engelenverflaag en wordt nu onbeschilderd eiken. Het orgel is inmiddels door Monumentenzorg als een beschermd instrument aangemerkt. Voor de restauratie van het Hoofdwerk wordt een Rijkssubsidie ontvangen. Het opschrift naast de klaviatuur 'Dit orgel wordt aan de gemeente geschonken in 1884 door de echtelieden W.K. Geerts en R.K. Reinders' gaat verloren in 1960.
Zie Meppeler Courant (17-09-1952),  Meppeler Courant (10-10-1952). De naam van Matthias Amoor wordt verbasterd tot 'Thomas Moore'. Ook het bouwjaar in dit bericht is niet correct.


Reliwiki (05)

Dispositie:

Hoofdwerk    
Bourdon 16' bas uit 1903, discant uit 1785
Prestant 8'  
Holpijp 8'  
Viola di Gamba 8' groot octaaf voortgezet in Holpijp rest uit 1903
Octaaf 4'  
Fluit 4'  
Quint 2 2/3'  
Octaaf 2'  
Quint 1 1/3' ontbrekende pijpen nieuw
Mixtuur IV-V hoogste koor nieuw
Trompet 8' nieuw
Rugwerk    
Baarpijp 8' disc. nieuw
Quintadena 8' voortgezet in Baarpijp 8' disc. pijpwerk van vroegere fluit 2'
Praestant 4' nieuw
Nachthoorn 2' nieuw
Sesquialtera I-Il nieuw
Scherp IV nieuw
lege plaats   voor Dulciaan 8'
Pedaal    
Subbas 16' (nieuw)

Manuaalkoppel, Pedaalkoppel (beide nieuw). Manualen van C - c3, pedaal C - d'. Winddruk 65 mm. Toonhoogte een halve toon hoger dan normaal.

1953: In het maandblad van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) Organist en Eredienst 1953 juli/augustus verschijnt een uitgebreid artikel van Mr. Arie Bouman.
Bouman noemt in zijn artikel ook de dispositie van voor de restauratie: Bourdon 16' (bas 1903, discant 1785), Viool 16' (discant 1903), Prestant 8', Holpijp 8', Viool 8' (1903), Octaaf 4', Fluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Fluit 2' bas, Quint 1 1 /3', Mixtuur II-IV.
Manuaal C-c''', Pedaal C-c.
Wat verlaat bericht de Nieuwe provinciale Groninger courant op 12-12-1953 over de restauratie. Vermoedelijk naar aanleiding van de stemming in de gemeenteraad van Ruinerwold.

1960
De letters op het orgel worden verwijderd en op een koperen plaat overgebracht. (19)

1961
Op 8 augustus vraagt organist Berend Dekker de Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) om advies. Het orgel heeft ernstige gebreken in de mechaniek. Dekker voegt een beschrijving van het orgel toe van Arie Bouman uit het tijdschrift Organist & Eredienst van juli/augustus 1953.
Op 10 augustus antwoordt de GOV dat A.P. Oosterhof uit Leeuwarden contact zal opnemen. Oosterhof wordt door de GOV per brief op de hoogte gesteld.
Op 4 september schrijft Oosterhof aan Dekker dat hij op 22 augustus in Berghuizen is geweest. Het is een prachtig instrument dat helaas nu al tekortkomingen vertoont. De mechaniek tussen de klavieren en de windladen is slecht gebouwd en zou eigenlijk vervangen moeten worden. De kosten worden ingeschat op f 3.000,-.
Op 16 september schrijft organist Dekker aan de GOV dat de CvB besloten heeft de mechaniek te laten restaureren met advisering door de GOV.
Op 19 september schrijft de GOV dat als adviseurs zullen optreden A.P. Oosterhof en D.W.L Milo.
Op 25 november schrijft Milo dat er vertraging is ontstaan door drukke werkzaamheden van hemzelf en een auto-ongeluk van Oosterhof. Kan Dekker naar Monumentenzorg schrijven dat er een restauratie is gepland, die wordt begeleid door de GOV? Na een goedkeuring van Monumentenzorg kan het traject worden vervolgd. (23)

1962
Op 5 januari vraagt Dekker aan Oosterhof om de adresgegevens van Monumentenzorg te sturen.
Op 27 december schrijft het ministerie van OKW dat men bereid is om subsidie te verlenen voor de restauratie van het Hoofdwerk. De orgelbouwer die het werk uitvoert dient hiervoor een plan in te leveren. (18) (23)

1963
Op 11 februari 1963 schrijft Dekker aan Milo dat Monumentenzorg in beginsel bereid is subsidie te verlenen voor de restauratie van het Hoofdwerk. Er dient een plan door een orgelmaker te worden ingestuurd
Op 4 maart stuurt de GOV een brief naar enkele orgelmakers voor het uitbrengen van een offerte. Restauratie van het Hoofdwerk valt onder Monumentenzorg. Het Rugpositief valt hierbuiten. Op dezelfde datum schrijft Oosterhof aan Milo dat ze geen bestek hoeven te maken omdat een orgelmaker een plan bij Monumentenzorg moet indienen. Flentrop is het meest voor de hand liggend.
Op 14 maart schrijft Flentrop dat hij het orgel graag wil restaureren, maar pas over vier tot vijf jaar tijd heeft. Flentrop stuurt een kopie van de brief aan Oosterhof.
Op 24 juni schrijft Oosterhof aan Milo dat alle orgelmakers die voor Monumentenzorg mogen werken een zeer goed gevulde orderportefeuille hebben. Ruinerwold zal dus geduld moeten hebben tot Flentrop tijd heeft.
Op 12 juli schrijft Milo aan organist Dekker dat alle orgelmakers, die in aanmerking komen het zeer druk hebben. Er moet gewacht worden totdat Flentrop tijd heeft. Subsidie is alleen mogelijk voor het Hoofdwerk. Ondertussen kan er worden gespaard voor de restauratie van het Rugpositief.
Op 28 oktober schrijft Milo aan Oosterhof dat organist Dekker heeft geschreven dat de CvB bereid is het orgel te laten restaureren door Flentrop. Flentrop wil naar Berghuizen komen op 12 november voor overleg.
Op 3 december schrijft Milo aan de orgelcommissie dat de prijs van Flentrop redelijk is. Leeflang zal niet goedkoper zijn. Een restauratie door een niet erkende orgelmaker is niet mogelijk omdat het orgel op de monumentenlijst staat. Ook als de kerk alle kosten zelf betaald is de keuze van de orgelmaker niet vrij. 
Op 4 december stuurt Flentrop een offerte op grond van een bezoek aan de kerk samen met de adviseurs Oosterhof en Milo in november. Flentrop zal proberen de levertijd tot een minimum te beperken. Windladen, pijpwerk en windvoorziening zijn in redelijke staat en behoeven niet te worden gerestaureerd.
De volgende werkzaamheden worden voorgesteld
- Opmeten en tekenen van de tractuur en de klaviatuur
- Nieuwe toetstractuur voor het Rugpositief en het Pedaal
- Reviseren van het wellenbord van het Hoofdwerk
- Nieuwe toetstractuur voor het Hoofdwerk
- Nieuwe klaviatuur en koppelingen in een bij het orgel aansluitende stijl zoals al eens gedaan bij het Hinsz-orgel in de universiteitsaula van Utrecht
Kosten: f 11.910,-.
Levertijd maximaal drie jaar.
Op 30 december schrijft Milo aan Oosterhof dat de offerte van Flentrop is geaccepteerd. Het wachten is nu op een beslissing uit Den Haag. Milo schrijft aan de orgelcommissie dat hij de goedkeuring van de offerte aan Flentrop heeft doorgegeven. (23)

1964
Op 6 januari schrijft Milo aan de orgelcommissie dat de opdracht door Flentrop is aanvaard. De levertijd van 3 jaar wordt gerekend vanaf 30 december 1963.
Op 9 januari schrijft Milo aan de orgelcommissie dat Flentrop een contract zal opmaken als er goedkeuring is voor de restauratie door het ministerie. De kosten van de GOV worden achteraf in rekening gebracht.
Op 31 januari beantwoordt Flentrop vragen vanuit Berghuizen in een brief aan Milo. Monumentenzorg vergoedt geen kosten voor een stemming. De stemkosten worden berekend op basis van gewerkte uren en reiskosten.
Op 3 februari geeft Milo de antwoorden van Flentrop door aan de orgelcommissie
Op 13 juli schrijft de GOV dat Oosterhof om gezondheidsredenen stopt met het advies. Hij wordt vervangen door Johan M. Vetter. (23)

1965
Op 24 november vraagt Flentrop aan Milo of er al overheidssubsidie is toegezegd. Flentrop zou in 1966 kunnen beginnen. (23)

1967
Op 20 juni schrijft Milo naar de orgelcommissie dat hij lang niets heeft gehoord. Het orgel zou theoretisch al in 1966 moeten zijn opgeleverd. In januari informeerde Flentrop wat de stand van zaken is met de restauratie van het kerkgebouw. Daar is nog geen antwoord op gegeven. Flentrop wil graag weten wanneer er met de restauratie kan worden gestart.
Op 19 juli schrijft Milo aan Flentrop dat hij per brief is ingelicht door de CvB van Berghuizen dat de restauratie van het orgel is uitgesteld vanwege de restauratie van de kerk.
Wegens de restauratie van de kerk wordt het orgel gedemonteerd en opgeslagen. (19) (23)
In Het Orgel van 1967-01 schrijft J.F. van Os een kort artikel over het orgel.

1969
Op 30 oktober stuurt Flentrop een offerte op basis van een overleg op 23 oktober in Berghuizen met de CvB, architect en adviseur.
De werkzaamheden zijn grotendeels gelijk aan de vorige offerte. Extra zijn:
- Het aanbrengen van een verende sleepconstructie op beide windladen.
- Klankcorrecties voor de Mixtuur en de Quint 1 1/3'.
- Wijziging aansluiting windvoorziening.
Stelposten:
- f 9.500,- voor mogelijk herstel van de windladen.
- f 2.000,- extra werkzaamheden wegens het naar achteren verplaatsen van de orgelkas.
- f 6.000,- mogelijkheden terugplaatsen van de Bourdon 16' in de orgelkas of op een aparte lade achter het orgel.
De andere werkzaamheden worden gecalculeerd op f 26.750,-.
Op 4 november schrijft Milo aan collega-adviseur Vetter dat de architect het orgel wil verkopen of in een nis boven de preekstoel wil plaatsen. Alleen de restauratie van de tractuur is tot nu toe goedgekeurd. Het orgel moet worden gedemonteerd tijdens de kerkrestauratie. In de offerte van Flentrop staat het een en ander beschreven met stelposten. Door de verbouwing zal het orgel naar achteren verschoven moeten worden. Er wordt een verwarming geïnstalleerd waardoor de luchtvochtigheid zal dalen van 95% naar 50%. Dit heeft gevolgen voor de windladen. Steketee wil dat de GOV een historisch rapport maakt. Milo verwijst naar het artikel van Arie Bouman. (23)

1970
Op 13 januari schrijft Flentrop een nieuwe offerte waarbij het Rugwerk vervalt. De restauratie van het Hoofdwerk inclusief een restauratie van de windlade vergt een bedrag van f 32.750,-. Als het orgel beneden in de kerk wordt geplaatst zijn de kosten f 34.750,- vanwege de wijzigingen aan de onderbouw. Voor het herstellen van de originele dispositie is een stelpost opgenomen van f 5.000,-.
Op 21 februari maakt de GOV een overzicht van de kosten. Als alleen het oorspronkelijke orgel wordt gerestaureerd zijn de kosten f 50.260,-. De subsidie wordt geschat op 31.260,-. Als ook de originele dispositie wordt hersteld is er extra f 6.550,- nodig. De subsidie hiervoor bedraagt f 4.100,-. De kosten die de kerk moet dragen komen op f 21.450,-. Als het orgel naar het podium wordt verplaatst zal dit f 4.000,- extra kosten. (23)
Op een gegeven moment besluit de Commissie van Beheer het orgel, wegens geldgebrek, te verkopen en een luidsprekerorgel aan te schaffen. Men vindt de Hervormde Kerk van Warnsveld bereid om het orgel te kopen.
Op de gemeentevergadering van 14 april wordt duidelijk dat de gemeenteleden het orgel voor de kerk willen behouden. Een restauratie zou f 20.000,- moeten kosten.
Onder leiding van enkele orgelliefhebbers wordt er een rondgang onder de kerkleden gehouden om het benodigde startkapitaal voor de restauratie bij elkaar te krijgen. Het resultaat is dat er ruim f 51.000,- wordt toegezegd. (11) (19)

1971
Op 31 maart stuurt Flentrop een gewijzigde offerte naar de GOV. De offerte is doorgenomen met Maarten Albert Vente op 30 maart.
Het hoofddoel is het restaureren van het Hoofdwerk in zoveel mogelijk oorspronkelijke staat.
Dispositie: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Woudfluit 2', Quint 1 1/3', Gedekt Quint 3' bas, Cornet II discant, Mixtuur IV-V, Trompet 8'
Het Rugwerk wordt gerepareerd en zo weinig mogelijk gewijzigd.
Het historische pijpwerk wordt gerestaureerd met een stelpost voor het wijzigen van de toonhoogte door het verwijderen van de opzetstukken. De Woudfluit 2' discant is nieuw pijpwerk. De bas is van oude pijpen die nu in het Rugwerk staan.
De Quint 3' van het Hoofdwerk komt uit de Bourdon 16' met zeven nieuwe pijpen. De Cornet II is van nieuwe pijpen. De nieuwe pijpen van de Mixtuur worden vervangen door beter passend pijpwerk. De Trompet 8' blijft gehandhaafd. In het Rugwerk komt nieuw pijpwerk voor een Quintadeen 8'.
De windladen van het Hoofdwerk worden gerestaureerd met mogelijk een verend sleepsysteem. De toetstractuur van het Hoofdwerk wordt vernieuwd in passende stijl Het wellenbord is in goede staat en wordt hergebruikt. Er komt een nieuwe klaviatuur en een nieuw pedaalklavier in stijl. (Utrecht Universiteitsaula).
Het is mogelijk een Pedaal achter het orgel toe te voegen met bijvoorbeeld een Subbas 16' en een Fagot 16'.
Op 13 april schrijft Maarten Albert Vente dat hij een beknopt rapport heeft gemaakt met een restauratieadvies. Inmiddels is er een offerte van Flentrop van 31 maart . Vente is het eens met deze offerte. Het is jammer dat de levertijd zo lang is, maar dat zal bij andere vergelijkbare orgelmakers ook zo zijn. Vente adviseert met Flentrop in zee te gaan. Hij verwacht dat 85% gesubsidieerd zal worden. Het orgelbalkon zal in zijn oorspronkelijke vorm hersteld moeten worden. Het orgel komt dan beter tot zijn recht. Corneille Janssen kan een advies geven omtrent het schilderwerk aan de orgelkas. Vente werkt bij deze restauratie samen met Joh. M. Vetter van de GOV. Vente wordt verantwoordelijk voor de restauratie van het historische gedeelte van het orgel. Het honorarium zal worden verdeeld op basis van de restauratiekosten van beide delen van het orgel.
Op 25 mei stuurt Flentrop op verzoek van Maarten Albert Vente een aanvulling op de offerte van 31 maart. De restauratie van het Rugwerk vervalt omdat dit niet wordt herplaatst. De registertractuur van het Hoofdwerk wordt gereconstrueerd zodat alle registers weer een bas- en diskantfunctie hebben. Onderzocht zal worden of het Rugwerk achter de kas van het Hoofdwerk geplaatst kan worden.
Van 26 mei dateert een kladbriefje dat gaat over uit te voeren schilderwerk aan het orgel van f 8.000,- en het wijzigen van de balustrade voor f 4.000,- Onduidelijk is wie de auteur is. Voor het schilderwerk is het goed te kijken naar het orgel in Beilen.
Van 8 juni dateert een telefoonnotitie van het Bureau Monumentenzorg Drenthe met de Rijksdienst. Er is geen subsidie toegezegd. In 1953 was er volgens het schrijven wel subsidie beschikbaar.
Op 2 augustus is er weer een nieuwe variant van een offerte door Flentrop. Het Rugwerk is weer opgenomen in de offerte.
Op 6 augustus schrijft Flentrop dat er in de offerte van 2 augustus een tweetal fouten staat. Vergeten is de bas- en discantverdeling van de registertractuur en het aanbrengen van bladgoud en tinfolie. Daarom graag blad 3 vervangen door een nieuwe versie.
Op 6 augustus een notitie over een wijziging van de orgelgalerij. Van dezelfde datum is een notitie van dhr. Koetsier over een tekening van de orgelgalerij en schilderwerk.
Op 9 augustus schrijft orgeladviseur Vente aan de rijksadviseur voor orgel dhr. Oussoren dat de voorbereiding voor de restauratie van het orgel nu zo ver is gevorderd dat er binnenkort een restauratieplan kan worden verstuurd. Op verzoek van Vente heeft de kerkenraad advies ingewonnen bij Corneille F. Janssen van het Provinciaal Museum van Assen. Herstel van de oorspronkelijke kleuren vergt een bedrag van f 8.000,-. Dhr. van Bruggen, rayonarchitect van de Rijksdienst heeft echter bezwaar tegen het opnieuw schilderen. Kan Oussoren zijn invloed aanwenden zodat het schilderwerk toch kan plaatsvinden? Aan de kerkenraad schrijft Vente dat er opdracht aan Flentrop kan worden gegeven en subsidie kan worden aangevraagd bij de Rijksdienst. Aan Corneille Janssen wordt gevraagd om een offerte te laten maken voor het schilderwerk.
Op 10 augustus schrijft Corneille F. Janssen aan de CvB van Berghuizen dat er telefonisch opdracht is gegeven voor het opmeten en tekenen van de bestaande orgelgalerij. Op grond daarvan kan een nieuw ontwerp worden gemaakt en gerealiseerd. De oorspronkelijke trapopgang wordt hersteld en het orgel weer teruggeplaatst.
Op 10 augustus vraagt de kerkenraad bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg subsidie voor het herstel van het historische gedeelte van het orgel. Adviseur voor dit gedeelte is Maarten Albert Vente. Voor herstel van de kleuren is advies ingewonnen bij Corneille F. Janssen. Het Rugpositief zal als echowerk achter het historische orgel worden geplaatst. Adviseur daarbij is Joh. M. Vetter. De kosten van het herstel van het historische gedeelte worden geschat op f 91.731,- exclusief herstel van de kleuren. Op dezelfde datum wordt ook Joh. M. Vetter ingelicht over de opdracht aan Flentrop.
Op 10 augustus verleent de kerkenraad Flentrop opdracht voor de restauratie op basis van de offerte van 2 augustus. De opdracht kan nog worden gewijzigd omdat er nog onzekerheid is hoe om te gaan met het Rugpositief.
Op 11 augustus wordt de eerste termijn van f 5.922,30 in rekening gebracht.
Notitie van 8 september van dhr Koetsier van de CvB van Berghuizen. Hij wil de tekening van het orgelbalkon doornemen met Flentrop vanwege de plaatsing van het orgel.
Op 9 september stuurt de CvB een tweetal tekeningen van het orgelbalkon naar Flentrop.
Op 22 oktober schrijft Flentrop aan Corneille F. Janssen dat uit een telefonisch gesprek tussen dhr. Koetsier van de CvB en dhr. Flentrop is gebleken dat de kerkenraad aan Flentrop opdracht heeft gegeven om het Rugpositief te herplaatsen. De voorstanders van herplaatsing van het Rugpositief proberen het Rugpositief te behouden. Desondanks zou de restauratie van het 1-klaviers-orgel mogelijk moeten zijn. In het schrijven van Flentrop staan twee voorstellen voor herplaatsing van het orgel met Rugwerk.

'Bij handhaving van de staande balken lijkt mij dit ten aanzien van het Hoofdwerk een fraaiere oplossing. Het verder naar voren steken van het Rugwerk is m.i. nogal problematisch.' (18) (23)


Tekeningen door Flentrop voor herplaatsing van het orgel op het gewijzigde balkon (1971) Klik op de afbeeldingen voor een vergroting (18)



Ongedateerde tekening van het orgelbalkon. (18)

Op 18 november stuurt Flentrop een aantal tekeningen naar Joh. M. Vetter.

Klik op de afbeelding voor een vergroting



1972
Op 16 mei schrijft het ministerie van CRM aan de kerkenraad van Berghuizen dat het Hoofdwerk van het orgel monumentale waarde heeft. Behoud van het orgel is belangrijk. Op dit moment is er vanwege beperkte middelen geen subsidie mogelijk. Pas vanaf 1975 zijn er mogelijkheden. Voor de restauratie is er ten alle tijde toestemming vooraf nodig. (18)
Op 1 september schrijft Flentrop dat het geruime tijd geleden is dat er contact is geweest. Graag weer overleg.
Op 8 december stuurt Flentrop een rekening van f 716,40 voor een jaar opslag van het orgel in Wapenveld.  (18)  (23)

1973
In november wordt de orgelkas na de afgeronde kerkrestauratie door Flentrop teruggeplaatst. Het is in de periode tussen 1971 en 1973 opgeslagen in de werkplaats van Flentrop in Wapenveld. Zie rekening van Flentrop van 31 december. (18) (23)

1974
Op 25 september komt Flentrop met een bestek voor een restauratie die past binnen het beschikbare budget. Het Hoofdwerk wordt in zijn oorspronkelijke staat hersteld met de mogelijkheid het Rugwerk weer aan te sluiten.
Pijpwerk: de Woudfluit 2' wordt samengesteld uit de Woudfluit 2' van het Rugwerk samen met een nieuwe discant, de Quint 3' komt uit de bestaande Bourdon 16', aangevuld met 7 nieuwe pijpen, nieuwe Cornet II, vervanging van niet originele mixtuurpijpen, de Trompet 8' wordt geoptimaliseerd.
Windlade: Wordt gerestaureerd volgens de richtlijnen van Monumentenzorg. Er wordt rekening gehouden met het aanbrengen van een verend sleepsysteem.
Toetstractuur: Wordt geheel in stijl vernieuwd. Het walsbord wordt hergebruikt.
Klaviatuur: Manuaal en Pedaal worden in stijl nieuw gemaakt.
Registertractuur: Herstel van de oorspronkelijke aanleg in bas en discant.
Windvoorziening: Handhaving van de magazijnbalg en windmotor. Er komt een mechanische tremulant in het windkanaal van het Hoofdwerk.
Orgelkas: Deze werkzaamheden zijn niet inbegrepen. De orgelkas van het Hoofdwerk moet naar voren worden geschoven en in de balkonvloer moet een opening komen voor de rugwerktractuur.
De kosten worden geschat op f 67.500,- excl. BTW. (18)

1975
Op 20 mei schrijft de kerkenraad aan Gedeputeerde Staten van Drenthe dat ze van plan zijn het orgel te laten restaureren. Het Hoofdwerk wordt eerst gerestaureerd en het Rugwerk wordt later herplaatst, omdat hiervoor de gelden nog ontbreken. De oorspronkelijke kleuren van de orgelkas zullen worden hersteld. De restauratiewerkzaamheden beginnen in het najaar van 1975 en worden uitgevoerd door orgelmaker Flentrop. De oorspronkelijke begroting van f 67.500,- zal vanwege de kostenstijging circa 15% hoger uitvallen. Niet in dit bedrag begrepen zijn het herstel en schilderen van de orgelkas, herstel van de oude toonhoogte en de vervanging van de Trompet 8'. Deze werkzaamheden worden geraamd op f 30.000,-. Het toevoegen van een zelfstandig Pedaal wordt geraamd op f 16.000,- De kerkenraad verzoekt om toekenning van subsidie.
Op 21 mei schrijft het ministerie van CRM dat ze het restauratieplan goedkeuren met de opmerking dat het plan nog gedetailleerder moet worden uitgewerkt in overleg met de rijksadviseur voor orgels. Uitvoering door Flentrop met als adviseur Maarten Albert Vente. De subsidiabele kosten worden vastgesteld op f 129.571,-.
Op 4 juli schrijft Corneille F. Janssen van Monumentenzorg Drenthe aan de kerkenraad dat hij graag een begroting wil hebben van de kosten van de volledige restauratie. Hij heeft dit nodig om advies te kunnen geven voor subsidieverlening door Gedeputeerde Staten.
Op 21 juli schrijft B. Dekker van de orgelcommissie aan Flentrop dat besloten is ook het Rugwerk te laten restaureren volgens de offerte van Flentrop voor f 17.800,-. Het zou mooi zijn als Hoofdwerk en Rugwerk gelijktijdig kunnen worden opgeleverd.
Op 5 september beantwoordt de orgelcommissie een brief van Corneille F. Janssen. CRM subsidieert op basis van f 129.571,- Een specificatie is niet voorhanden.
Op 12 september schrijft Corneille F. Janssen naar Gedeputeerde Staten. Hij stelt dat het orgel een van de weinige orgels is, die van Amoor zijn overgebleven. Het is curieus dat een orgel van een noordelijke bouwer vanuit het zuiden weer terug is in het noorden. Het orgel had oorspronkelijk één manuaal met een deling tussen bas en discant. 'In 1951 is het op hoogst bedenkelijke wijze gerestaureerd', waarbij een Rugpositief in een armoedige kast is toegevoegd. De splitsing van de registers is toen opgeheven; voor het Rugpositief is een tweede manuaal toegevoegd. Tenslotte is de kast slordig afgeloogd.'
Het restauratieplan omvat:
- Het verwijderen van het Rugpositief.
- Herstel van het oude werk in de oorspronkelijke toestand.
- Herstel van het schilder- en verguldwerk.
Het toevoegen van een zelfstandig pedaal valt buiten de subsidie. De restauratiekosten van f 129.571,- geven geen aanleiding tot opmerkingen. Hij adviseert positief.
Op 25 november schrijft de provincie dat er een subsidie van 10% wordt verleend op basis van f 129.571,-.
Op 16 december een briefkaart van de orgelcommissie aan Corneille F. Janssen dat er een begin is gemaakt met de restauratie van het orgel. (18)
Zie Drentse Courant (24-10-1975) (15)

1976
Op 16 maart schrijft de orgelcommissie aan bouwbedrijf Visscher dat ze akkoord gaan met de uit te voeren werkzaamheden aan de orgelkas. Er dient gewerkt te worden volgens de richtlijnen van Corneille F. Janssen. De kosten worden geschat op f 10.000,-.
Op 30 maart wordt er door de provincie f 4.200,- overgemaakt op grond van de uitgaven tot nu toe. (18)
Zie Meppeler Courant (1976-02-06), Nieuwsblad van het Noorden (1976-02-07). (15)

1977
Op 19 januari schrijft Vente aan organist Dekker dat hij verheugd is dat het Rugwerk wordt herplaatst en er een Dulciaan in wordt opgenomen. De restauratie van de orgelkas is slecht uitgevoerd. Tal van lijsten en schotten zijn verbogen en passen niet meer. De uitvoerder heeft te weinig ervaring. Ook Flentrop heeft dit geconstateerd. Monumentenzorg zal geen genoegen nemen met de uitvoering van deze werkzaamheden. Overleg tussen Corneille F. Janssen, orgelcommissie, orgelmaker en uitvoerder is noodzakelijk.
Op 5 november stuurt adviseur Vente een rekening voor advieskosten. Deze bedragen 5% van de kosten van f 129.090,- voor de restauratie van het Hoofdwerk. De rekening voor het advies voor het Rugwerk bedraagt 5% van f 26.713,80 is f 1.336,60.
Uit een aparte rekening van Vente is af te leiden hoeveel bezoeken Vente aan de werkplaats in Wapenveld en aan de kerk in Berghuizen heeft gebracht:
 - Berghuizen: 1971 3x, 1972 1x, 1974 1x en 1977 4x
 - Wapenveld: 1975 4x, 1976 2x en 1977 1x
Op 7 november schrijft Vente dat hij nog geen adviesrekening stuurt voor de meerkosten van f 13.002,62 van Flentrop. Hij wacht daarmee totdat Monumentenzorg deze meerkosten heeft goedgekeurd. Het eindrapport schrijft hij nadat hij het orgel in alle rust nog eens heeft bekeken.
Van 6 december dateert een overzicht van Flentrop met de restauratiekosten over de periode van 1971 tot 1977. De kosten van demontage, opslag en herplaatsing waren f 7.827, 60. De kosten van de restauratie tot en met 1977 waren f 189.663,87.
Op 7 december schrijft de provincie dat er aan restauratiekosten f 119.571 is uitgegeven. Er kan f 11.960,- aan subsidie worden uitgekeerd. Met aftrek van de eerder uitgekeerde f 4.200,- wordt er nu f 7.760,- uitgekeerd. (18)

Samenvatting restauratie door Flentrop met als adviseur Maarten Albert Vente.
 - Nieuw zelfstandig pedaal met een Subbas 16' achter de orgelkas.
 - Herstel van de oude kleuren van de orgelkas door Henk Boverhof in rood en goud met vleeskleurige engelen en herstel van het bladgoud.
 - Nieuwe tractuur gemaakt met gebruikmaking van het oude wellenbord van het Hoofdwerk.
 - Voor het pedaalwellenbord wordt gebruikgemaakt van een oud wellenbord.
 - Vernieuwing van de klaviatuur en de registratuur.
 - Dulciaan 8' geplaatst op de gereserveerde plaats in het rugpositief.
 - Reconstructie van de balgen.
 - Herintonatie. Stemming Werckmeister III met a1 = 465 Hz.
 - De registers van het rugpositief zijn geplaatst in de rugwerkkas
 - Reconstructie van de Woudfluit 2', Cornet II disc., 2 koren van de Mixtuur en de Trompet 8'.

Op 25 oktober wordt het orgel -in gebruik genomen met een concert door Marjan Doorn uit Meppel.
Marjan Doorn speelt: Lento en Allegro van Ruppe en de partita Jesu meine Freude van Zachow. De eigen organisten begeleiden de samenzang en Dr. aarten Albert Vente geeft een toelichting op de restuaratie.
Zie het programma van de ingebruikname: (12)
Zie Meppeler Courant (26-10-1977). De vermelding 'Eext' is niet correct. Bedoeld wordt waarschijnlijk Eexta. Dit orgel is echter niet van Arp Schnitger maar van Amoor. (12)

Monumentenzorg, de Provincie Drenthe, de gemeente Ruinerwold en het Prins Bernhardfonds dragen gezamenlijk ruim Hfl. 201.000,- bij aan de restauratie. De kerkelijke gemeente betaalt f 61.100,-.
Het luidsprekerorgel, dat is gebruikt tijdens de restauratieperiode, wordt overgedaan aan de Gereformeerde Kerk van Ruinen. (19)

Dispositie:
Hoofdwerk   Rugpositief   Pedaal  
Praestant 8' Quintadeen (ged. 1977) 8' Subbas 16'
Holpijp 8' Baarpijp 8'    
Octaaf 4' Praestant 4'    
Bourdon 4' Nachthoorn 2'    
Quint 3' Sesquialter I-II    
Gedact Quint 2 2/3' bas Scherp IV    
Octaaf 2' Dulciaan (1977) 8'    
Woudfluit (ged. 1977) 2'        
Quint 1 1/3'        
Mixtuur IV-V        
Cornet (1977) II discant        
Trompet (1977) 8'        

Overige gegevens: Manualen C-c3, Pedaal C-d1; schuifkoppeling Hoofdwerk-Rugwerk, koppeling Hoofdwerk-Pedaal



Foto: Geert Jan Pottjewijd Klik op de foto voor een vergroting.

1978
Op 23 januari schrijft de provincie dat de restauratiekosten f 129.571 belopen. Er kan nog f 997,10 aan subsidie worden uitgekeerd.
Op 4 maart meldt organist Dekker aan bouwbedrijf Visscher dat de nota voorlopig niet wordt betaald omdat de orgelkas niet goed is gerestaureerd. De kerk wacht op de eindkeuring door Monumentenzorg.
Op 4 maart schrijft organist Dekker aan het Bureau Monumentenzorg Drenthe dat bouwbedrijf Visscher aandringt op de betaling van een nota van f 706,23. De luiken staan echter nog steeds bol. Kan er met Visscher worden overlegd omtrent de oplossing van dit probleem?
Op 24 november meldt de orgelcommissie dat de restauratie nu is afgerond. De volgende documenten worden aan Monumentenzorg toegestuurd.
- Geldelijke verantwoording
- Eindrapport van orgeladviseur Maarten Albert Vente
- Nota's en betalingsbewijzen.
Dezelfde informatie wordt naar Monumentenzorg in Zeist gestuurd.
De kosten zijn aanmerkelijk hoger uitgevallen dan begroot. Kunnen de extra kosten in de subsidie worden meegenomen?
De rekening van Flentrop van 21 augustus geeft een totaaloverzicht van de restauratiekosten van f 160.101,80 (exclusief BTW). De restauratie van het Hoofdwerk kost f 133.370,- De restauratie van het Rugwerk kost f 18.171,66 en de nieuwe Dulciaan van het Rugwerk is f 8.560,14. Bijgesloten is een specificatie van de kosten voor het restaureren van het Hoofdwerk.
Bouwbedrijf Visscher uit Hoogeveen heeft de orgelkas gerestaureerd. Zie rekening van september 1976 van f 15.080,-.
Schildersbedrijf Boverhof uit Ruinerwold heeft de orgelkas geschilderd. Zie rekening van f 28.541,99.
Bouwbedrijf van der Veen voert diverse werkzaamheden uit. Zie rekeningen van 2 december 1977 en maart 1978. (18)

1979
Op 7 februari schrijft Corneille F. Janssen aan Gedeputeerde Staten dat de totale kosten van de restauratie f 262.153,28 beliepen. Daarvan had f 215.027,39 betrekking op de restauratie van het Hoofdwerk. Een deel van de bouwkundige kosten zijn ook aan het Hoofdwerk toe te wijzen. De basis voor subsidie zou f 227.368,89 moeten zijn.
Op 22 maart keert de provincie Drenthe f 12.957,10 uit op basis van de restauratiekosten van dat moment. Indien later blijkt dat van rijkswege een ander restauratiebedrag naar voren komt dan wordt het bedrag bijgesteld.
Op 13 september 1978 verschijnt het door ziekte vertraagde eindrapport van adviseur Vente. Hij is van mening dat Flentrop het orgel zeer goed heeft gerestaureerd. Zowel technisch als artistiek is er zeer goed werk geleverd. Dit geldt ook voor het pijpwerk uit 1951. Het volume van het orgel is groot maar in een volbezette kerk is er veel absorptie van het geluid. Daar is niets aan te doen. Tegenslagen zijn er geweest bij de restauratie van de orgelkas. Bijgesloten is een opstelling van de kosten van de verschillende uitvoerders opgesplitst naar Hoofdwerk en Rugwerk.

1980
Op 30 maart schrijft Maarten Seijbel een artikel in de Zwolse courant over het orgel in de serie "Orgelmonumenten in de regio'.
Op 24 april deelt het ministerie van CRM mee dat ze f 215.027,38 subsidiabel achten. De subsidie wordt bepaald met 50% op f 107.514,-. De restauratie van het Rugwerk is niet subsidiabel.
Op 23 juli meldt de provincie Drenthe dat ze het resterende bedrag van 8.545,64 aan subsidie hebben overgemaakt op basis van 10% van de restauratiekosten van f 215.027,39.

1985
Op 23 maart krijgt de orgelcommissie van de provincie een formulier toegestuurd voor het aanvragen van onderhoudssubsidie.
Op 3 december verleent de provincie Drenthe 10% subsidie op de onderhoudskosten van f 1.138,83 door Flentrop gefactureerd op 20 februari 1984.
Ook in de jaren daarna wordt het onderhoud gesubsidieerd. (18)

1993
Berend Dekker, organist van de kerk, schrijft in het kerkblad Rondom het Woord/em> een aantal artikelen over de geschiedenis van het orgel

'Het Amoor-orgel te Berghuizen - 250 jaar oud Geschiedenis van het orgel door B. Dekker (1)

Dit jaar (1993) is het 250 jaar geleden dat het historische deel van het orgel -het hoofdwerk- wordt gebouwd door Matthias Amoor. Deze Matthias Amoor wordt geboren in Danzig, woonde in Oost-Friesland (Dld) en vestigde zich in 1725 als orgelbouwer in de stad Groningen. In Oost-Friesland is hij waarschijnlijk in de leer geweest bij de Oldenburger Orgelmaker Nicolaus Stöver; deze orgelbouwer voerde werkzaamheden uit voor de beroemde Arp Schnitger, één van de vooraanstaande Noord-Duitse orgelbouwers in de Barokke cultuurperiode.br>Amoor kreeg in 1727 burgerrecht van de stad Groningen en in datzelfde jaar wordt hij lid van het kramersgilde aldaar; hij was ondermeer wijnhandelaar en overleed in het jaar 1769. Blijkbaar leverden de inkomsten uit de orgelbouw hem te weinig op tot zijn levensonderhoud.
Het hoofdwerk van het orgel in de kerk te Berghuizen is voor zover bekend het enige gaaf gebleven instrument van zijn hand dat bewaard is gebleven en het pijpwerk is bijna geheel in originele staat.
Op de binnenzijde van één der luikjes in het achterschot van de orgelkas staan enige (originele?) aantekeningen met betrekking tot de bouwer Amoor en het jaartal 1743.
Waar en wie de opdracht tot het bouwen van het orgel heeft gegeven is onbekend; wel weten we dat het tot 1850 dienst heeft gedaan in de Hervormde Kerk van Raamsdonk. In datzelfde jaar wordt het overgeplaatst naar de Hervormde Kerk te Aartswoud (NH). (wordt vervolgd)

Het Amoor-orgel te Berghuizen - 250 jaar oud / Geschiedenis van het Orgel (2)
Het orgel in Berghuizen heeft tot 1850 dienst gedaan in de Hervormde Kerk van Raamsdonk.
In datzelfde jaar wordt het overgeplaatst naar de Hervormde Kerk te Aartswoud (NH).
Uit de archieven van deze kerk ontvingen wij de volgende notities:
In de vergadering van Kerkmeesters en Notabelen van 1 april 1850 wordt n.a.v. een advertentie in de Haarlemse Courant 'betrekkelijk het te koop aanbieden van een kerkorgel te Raamsdonk’ besloten om 'genoemde kerkorgel door een deskundige te doen onderzoeken, en bij gunstige bevinding alsdan te koopen'.
Deze deskundige, een zekere heer Meiroos uit Enkhuizen verklaart dat 'gemelde orgel - na onderzoek - alleszins voldeed aan de vereischten'
Dus treden Kerkmeesteren van Aartswoud 'in nadere overeenkomst met Kerkvoogden van Raamsdonk' en proberen nog wat af te dingen van de prijs, maar moeten constateren 'dat het hunne Kerkmeesteren niet gelukt was de koopsom te doen verminderen met uitzondering van 10 gulden vermindering van het oxaal en alzoo meer genoemde orgel hadden aangekocht voor eene somma van achthonderd en negentig gulden'.
Verder: 'dat gemelde orgel voor rekening der koopers moest worden getransporteert, schoon vragtvrij aan het vaartuig daartoe afgezonden zoude worden bezorgt'.
Uiteraard moest er ook iemand worden gevonden 'de vereischte bezittende om meer gemelde orgel uit elkander te nemen en ter plaatse in elkander te zetten'. Daartoe wordt aangetrokken een zekere heer Volmeijer, orgelmaker te Amsterdam. (Volgens andere bronnen T. Hofmeijer & Zn te Amsterdam.) Het vervoer van het orgel wordt geregeld met schipper Jan Sentes en er wordt een bedrag van 100 a 150 gulden beschikbaar gesteld voor het transport, maar wel in die zin 'dat onder gemelde somma zoude begrepen zijn alle voorziene en onvoorziene uitgaven van sluis- en leg- en kaaigelden; ook dat daaronder nog zoude begrepen zijn het kosteloos onderhoud der Commissie, bestaande uit één of twee personen welke tot de overneming etc. van meer gemelde orgel zich zouden belasten.'
Voorts wordt aan deze Commissie 'een honorarium uitbetaald' van één gulden vijftig cent voor 'elke dagreize, vanaf het oogenblik der afreize tot de tijd der terugkomst'. Deze Commissie bestaande uit 2 heren begeven zich op den 14 en Mei 1850 op reis naar Raamsdonk en zijn op den morgen van den 22 en Mei met kerkorgel weer terug in Aartswoud.
Verder zegt het verslag van deze aankomst: 'nauwelijks is de aankomst bekend of men vindt meer handen en rijtuigen als vereischt wordt om het orgel uit het vaartuig binnen de muren van het kerkgebouw over te brengen.'
En ook: 'De dag der inwijding welke op den 15 en September plaats had, was een dag vol vreugde en genoegen. (wordt vervolgd)

Het Amoor-orgel te Berghuizen - 250 jaar oud/Geschiedenis v.h. Orgel (slot)
Het orgel in Berghuizen heeft tot 1850 dienst gedaan in de Hervormde Kerk van Raamsdonk. In datzelfde jaar wordt het overgeplaatst naar de Herv. Kerk te Aartswoud (NH).
In het jaar 1884 wordt het orgel verkocht vanuit Aartswoud aan de kerkenraad van Berghuizen. Daar wordt het 8 juni 1884 in gebruik genomen.
Het oude orgel heeft sindsdien vele jaren goede dienst gedaan in Berghuizen, daartoe met zorg en toewijding bespeeld en onderhouden vanaf 1903 door meester H. Vonck, toenmalig hoofd der Gereformeerde School te Berghuizen.
Met de loop der jaren raakte het oude orgel steeds meer in verval en in het begin van de vijftiger jaren wordt een restauratieplan opgesteld en uitgevoerd door fa. K. Doornbos te Groningen, en na diens overlijden voltooiden, na veel hindernissen en obstakels, de heren K. Mateboer en P.J. Praat het werk.
Het orgel wordt toen tevens uitgebreid met het thans nog bestaande (maar dus niet originele) rugpositief met 6 stemmen en een 16 voets register in het pedaal op een pedaallade geplaatst achter het orgel.
Zoals reeds eerder is vermeld, wordt de oorspronkelijke verflaag van de orgelkas verwijderd en bleef de eiken kas toen onbeschilderd.
Het geheel wordt toen uitgevoerd onder adviseurschap van mr. A. Bouman, orgelbouwkundige te Amsterdam.
Inmiddels was het orgel aangemerkt als één van de door Monumentenzorg beschermde orgels en wordt voor de restauratie van het historisch gedeelte Rijkssubsidie ontvangen.
Het orgel wordt ingewijd op 3 oktober 1952 en wordt bespeeld door de plaatselijke organisten W. Koelewijn en B. Dekker terwijl mr. A. Bouman een improvisatie verzorgde over een aantal geestelijke liederen.
Helaas bleek reeds spoedig dat deze restauratie niet het gewenste resultaat had opgeleverd wat ervan verwacht mocht worden. Het mechanisch gedeelte functioneerde slecht en in het begin van de jaren zestig wordt opnieuw gedacht over een restauratieplan om de gebreken te verhelpen.
Een en ander resulteerde in een opdracht aan Flentrop Orgelbouw BV te Zaandam in 1974. Als adviseur wordt aangetrokken Dr. M.A. Vente te Utrecht; deze bezat een grote dosis deskundigheid op het gebied van historische orgels.
Aangezien direct geen financiële middelen beschikbaar waren bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg wordt een rondgang door de kerkelijke gemeente gemaakt en wordt een- zodanig groot bedrag aan geldelijke toezeggingen gedaan dat op basis hiervan opdracht kon worden gegeven tot restauratie van het hoofdwerk en de pedaallade.
Medio 1975 namen de werkzaamheden een aanvang en in 1976 kon tevens de opdracht worden gegeven tot restauratie en herplaatsen van het rugpositief. De orgelkas wordt opnieuw geschilderd in oude in de tijd van het ontstaan van het orgel in het noorden gangbare kleuren: rood en goud met vleeskleurige engelen en opnieuw voorzien van bladgoud door het gemeentelid H. Boverhof.
Op dinsdag 25 oktober 1978 kon het orgel wederom in gebruik worden genomen, en in deze bijeenkomst wordt een orgelbespeling verzorgd door Marjan Doorn te Meppel, terwijl de plaatselijke organisten de begeleiding van de samenzang voor hun rekening namen.
Een en ander heeft tot gevolg gehad dat de gemeente Ruinerwold-Koekange beschikt over een zeer fraai ogend en klinkend instrument.
De financiële afwikkeling van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg volgde in 1980 terwijl ook de Provincie en Gemeente Ruinerwold subsidie verleenden.
Volledigheidshalve moet worden vermeld dat ook van het Prins Bernhard-fonds een geldelijke bijdrage wordt ontvangen van ƒ 7.500, —.
Hiermede is gepoogd een totaal beeld te geven van de thans bekend zijnde historische gegevens betreffende het Amoor orgel in de Gereformeerde Kerk te Berghuizen.
De Wijk, oktober 1993, B. Dekker.'

Feestelijke dienst 250 jaar orgel
In overleg tussen kerkenraad en Liturgiecommissie is er voor gekozen in deze avonddienst het orgel centraal te stellen. Het zal in deze dienst in ruime mate te horen zijn. De opzet is ongeveer dezelfde als bij eerdere bijzondere gelegenheden rond het orgel: in deze dienst spelen eigen organisten in afwisseling met een gastorganist. Als gastorganist is uitgenodigd Nico Visscher die ooit zelf ook organist was in Berghuizen. Voor de dienst, na de dienst maar met name in het middendeel zal hij orgelmuziek laten horen uit de tijd waaruit het orgel stamt.


1995

Berend Dekker viert dat hij 50 jaar organist is. Zie Organist & Eredienst (april 1995).

2011
Flentrop voert een grote onderhoudsbeurt uit. Het binnenwerk van het orgel wordt schoongemaakt en waar nodig zijn zaken vervangen en gerepareerd. Het orgel is 6 weken buiten gebruik geweest.
Met een speciaal concert door de organisten Martin Zonneberg en Marjolein de Wit wordt op zaterdag 3 september het orgel weer in gebruik genomen. Initiatiefnemer is Wim Geerts, achterkleinzoon van de gevers uit 1883. 11))
RTV Drenthe bericht op 3 augustus over de werkzaamheden. Zie http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/54259/Opknapbeurt-voor-orgel-gereformeerde-kerk-Berghuizen (01-08-2024)

2012
Organist Berend Dekker viert zijn 65-jarig jubileum en Jannes Koetsier is 40 jaar organist.Zie krantenbericht.


201
5
Op 21 december bericht het Reformatorisch Dagblad op pagina 15 over organist Berend Dekker:
'Na 70 jaar begeleiden houdt organist Dekker ermee op
BERGHUIZEN. Als hij speelt, gaan de ogen soms dicht. De oude vingers huppelen over het ivoor, de schoenen dansen op het voetklavier. Zeventig jaar lang bespeelt Berend Dekker (85) tijdens de erediensten het barokorgel van de Gereformeerde Kerk in het Drentse Berghuizen.
Als op eerste kerstdag de laatste tonen van het Ere zij God wegebben, is een tijdperk voorbij. „Ik word binnenkort 86 en ik ben niet meer zo bedrijfszeker. Er kan zomaar wat gebeuren.
De jaartjes gaan tellen, de handen worden wat stram en ik onderging al twee hartoperaties. Ik wil van die speelverplichting af. Behalve het spelen moet je ook altijd oefenen, want ik neem het leiden van de eredienst erg serieus.'
Dekker stopt ook met het spelen in de hervormde kerk in buurdorp Koekange, waar hij zestig jaar actief was. „De lofzang gaande houden, dat vind ik heel belangrijk. Als ik speel, voel ik God.
Ik verloor in mijn leven twee vrouwen. Dat is de prijs van de ouderdom. Zonder God zou het bestaan leeg zijn. Nu is er troost en steun. Ik ben dankbaar dat ik hier zit, dat ik spelen kan. Ik voel mij gezegend.'
Op zijn veertiende wordt Dekker gevraagd om de gemeentezang van de gereformeerde kerk in Ruinen te begeleiden. Anderhalf jaar later bespeelde hij het orgel in Berghuizen.
Het spelen had hij zichzelf aangeleerd. Later kreeg hij les bij Henk Pijlman in Meppel, waar hij noten leerde lezen.
EEEen mensenleven achter het muzikale ivoor zitten, dat is weinigen gegeven. Bijzonder? „Lang is het wel, hè. Even knipperen met de ogen en het is voorbij.'

2016
Organist Berend Dekker krijgt een koninklijke onderscheiding voor zijn 70-jarig jubileum als organist. Zie
Dagblad van het Noorden (december 2016).
Ook RTV Drenthe besteedt aandacht aan de koninklijke onderscheiding op 11 december 2016. Zie http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/116241/Nietsvermoedende-kerkgangers-verrast-met-koninklijke-onderscheiding

2016
Er zijn plannen om in 2018, als het orgel 275 jaar oud is, het wapenschild te restaureren dat is verwijderd, toen het orgel in 1951 een Rugpositief kreeg. (11
)

2018:
Het 275-jarig bestaan van het orgel wordt gevierd met het weer zichtbaar maken van het wapenschild en een concert door de gebr. de Jong en een vocaal ensemble. Zie voorzijde Programmaboekje.
In De Orgelvriend van april 2018 verscheen een artikel 275 jaar Amoor-orgel in Berghuizen d door Gerco Schaap.
Verslag uit de Meppeler courant van 27-02-2018:  'Berghuizen - In de kerk van Berghuizen vond zondag ter gelegenheid van het 275-jarig bestaan van het Amoor orgel een bijzonder concert plaats. Euwe en Sybolt de Jong bespeelden het jubilerende Amoor orgel vierhandig met beroemde cantates van Bach. De cantates zijn bewerkt door Sybolt de Jong voor het vierhandig orgelspel en lieten de bezoekers alle kwaliteiten van het jubilerende Amoor orgel horen. De gebroeders De Jong begeleidden tijdens het concert ook het ensemble deJongdeJongPlus op twee harmoniums. Het ensemble zong folksongs en hymnes. Zij beroerde de gevoelige muzikale snaar door samen met de concertbezoekers een uitvoering van Abide with me te zingen.
Voorwaarder>Het Amoor orgel kon in 1883 worden aangekocht dankzij een gift van het echtpaar W.A. Geerts en R.K. Reinders. De weduwe van Geerts zette een eerdere lening van fl 1.000 om in een schenking met als voorwaarde dat er een orgel voor de kerk in Berghuizen zou worden gekocht. Tijdens het drukbezochte concert waren vele nazaten van de schenkers aanwezig. De meerderheid van hen is ook nu nog woonachtig in de regio, met name Koekange en Ruinerwold.
Orgelschild
Voorafgaand aan de ochtenddienst is ter gelegenheid van het jubileum van het orgel het 'orgelschild' teruggegeven aan het orgel. Het orgelschild was bevestigd op de balustrade van het orgel, maar was tijdens de restauratie in 1951 verwijderd. Doordat er een zogenaamd rugwerk wordt geplaatst, was er geen ruimte meer voor het orgelschild. Het orgelschild is nu volledig gerestaureerd en weer teruggeplaatst in de kerkzaal. Ook zijn er twee panelen ontworpen, gemaakt en geplaatst die informatie geven over de historie van het orgel.
De organisatie kijkt terug op een zeer succesvol concert en dankt alle sponsoren en concertbezoekers voor hun (ook financiële) bijdrage in het mogelijk maken van het concert en het behoud van het orgel.'


LiLinks het schild zoals het op zolder lag en rechts na het verwijderen van de bovenste verflagen. Klik op de afbeelding voor een vergroting




Het wapenschild na de restauratie. Foto Lammert van der Heide (16) Klik op de foto voor een vergroting

2021
Het orgelbalkon is in een andere kleurstelling geschilderd. Het wapen hangt nu links van het orgel. Het schoon metselwerk in de kerk is gestuct.

Foto Lammert van der Heide (16) Klik op de foto voor een vergroting

Bronvermelding:

  1. E-Mail van Peter Dillingh d.d. 12 augustus 2004
  2. E-Mail van Victor Timmer d.d. 9 juni 2006
  3. Dagblad van het Noorden medio maart 2011
  4. Boek: Het historische orgel in Nederland 1726-1769 blz. 157-159
  5. Reliwiki: http://reliwiki.nl/index.php?title=Berghuizen,_Berghuizen_20_-_Gereformeerde_Kerk
  6. Groninger Orgelagenda 2011 Provincie Drenthe
  7. Groninger Orgelagenda 2012 Orgelrestauraties in 2010 en 2011
  8. Het Orgel 1967/01 Bij de foto's
  9. Het Orgel 1971/11 Orgelbouwnieuws
  10. E-Mail d.d. 19-12-2016 van Victor Timmer, die me attent maakte op de advertentie in de kranten van 1850
  11. Folder van het orgel
  12. E-Mail Marjan Doorn d.d. 28-12-2016
  13. Artikel van Berend Dekker, organist van de kerk, uit oktober 1993
  14. E-Mail Victor Timmer d.d. 11 december 2017
  15. Archief Jaap Brouwer
  16. E-Mail d.d. 17-03-2021 van Lammert van der Heide
  17. Boek: Édouard G.J. Gregoir, Historique de la facture et des facteurs d'orgue, Imprimerie l. Deal Montagne, 1865
  18. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 228 Berghuizen, Ger. kerk; 1963-1987
  19. Boek: Joop Moes, Opgaan naar de berg(en) 170 jaar kerkelijk leven in Berghuizen, Gereformeerde Kerk Ruinerwold-Koekange, 2005, 99-100
  20. Boek: Joachim Hess, Dispositien der merkwaardigsten Kerk-Orgelen (1774).
  21. Archief van der Kleij
  22. Mr. A. Bouman, Een orgel in de Schnitger-trant in de gereformeerde kerk te Ruinerwold, Het Orgel 1953 juli/augustus 1184-1186
  23. VU-Archief: : 669 Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) - Orgelbouwadviescommissie 1-780 Doos 59 558. Ruinerwold-Koekange, Gereformeerde Kerk, 1953, 1961-1965, 1967, 1969-1972




Foto van de kerk voor de vergroting uit 1921. Facebook Oud Drenthe in Woord en Beeld (17 november 2023)



Links: ansichtkaart, rechts: foto Reliwiki (05)
 

Foto's hieronder: Geert Jan Pottjewijd. Klik op de afbeelding voor een vergroting