Borger, Hervormde kerk

Het orgel wordt in 1855 gekocht als gebruikt instrument. Het orgel is deels vervaardigd door vader H.H. en Freytag en deels door zijn zoon H.E. Freytag. In de loop van de tijd wordt de Mixtuur vervangen door een Bourdon 16'. In 1975 wordt besloten de kerk zo te restaureren dat de kerk ook gebruikt kan worden als vergaderzaal voor de Gemeenteraad. Orgelmaker Leeflang krijgt de opdracht het orgel te restaureren met Klaas Bolt als adviseur. Er wordt besloten het orgel te restaureren op basis van nacalculatie. Hierdoor lopen de kosten zeer hoog op. Het rijk accepteert deze gang van zaken waardoor er op basis van de nacalculatiekosten subsidie wordt verleend. Sinds 2008 vinden er geen diensten meer plaats in de kerk en wordt het orgel in 2012 overgedragen aan de gemeente.

Informatie over de kerk

1855
Op 7 augustus wordt besloten voor f 1.000,- een orgel te kopen dat wordt aangeboden door 'den heer Freitach'. Zeer vermoedelijk betreft dit een bestaand orgel gezien de tekst en de verwachte plaatsing al in december.

Provinciale Drentsche en Asser courant 11-08-1855

1855
Van 12 september dateert er een resolutie van Gedeputeerde Staten (nr 29) over een lening van f 1.000,- voor de aanschaf van een orgel door de kerkvoogdij van Borger. Er wordt nog geen beslissing worden genomen.
Tekst resolutieboek van Gedeputeerde Staten van Drenthe no. 29:
'Woensdag, den 12 Sept. 1855.
Gelezen eene missive van het Provinciaal Collegie van toezigt op het beheer der Kerkelijke fondsen en der kosten van de Eeredienst bij de Hervormde Gemeenten in Drenthe, dd. 8e dezer, no. 61/31 daarbij verzoekende, dat Kerkvoogden en notabelen der Hervormde Gemeente te Borger, door Gedeputeerde Staten mogen worden gemagtigd om ter gedeeltelijke bestrijding der kosten van een orgel in de Kerk aldaar, te negotiëren ene som van ƒ 1000,-, op de voorwaarden in die missive opgegeven;
Is besloten:
Aan gezegd Collegie te kennen te geven, dat deze zaak niet genoegzaam kan worden beoordeelt, vermits geene Stukken zijn overgelegd, waarom Gedeputeerde Staten verzoeken, die alsnog te mogen ontvangen.
Afschrift dezer uittevaardigen, ten vermelden einde.
Voor Extract Conform
De Griffier der Staten van Drenthe
(handtekening)
Aan het Provinciaal Collegie van Toezigt enz. in Drenthe
(later bijgeschreven):
G.S. nader deze zaak ter tafel. Na mondelinge toelichting van den H (?) S. Voorzitter goedgekeurd.
18 Sept.. 1855 no. 46.' (12) (11)
Op 24 september wordt de aanvraag van Borger voor de geldlening door het college van Toezicht voor de Hervormde kerk behandeld.
Uit verbaal 46 (zie ook de voorpagina) van 28 september van het College van Toezicht lijkt dat Gedeputeerde staten de lening toch goedkeuren.
Op 28 september gaat ook het College van Toezicht akkoord. In het archief van het College van Toezicht is een afschrift van de tekst van GS te vinden. (13) (14) (15)

1856
Bouw van een 'nieuw' orgel door H.E. Freytag. Delen van het orgel stammen uit 1852. In de ventielkast is er een mededeling waaruit dit blijkt. Het instrument is vermoedelijk samengesteld uit verschillende delen, afkomstig van zijn vader H.H. Freytag, zoals het front en de windlade. Het frontl lijkt sterk op het Rugwerk dat H.H. Freytag in 1799 toevoegt aan het orgel in de Zuiderkerk in Enkhuizen. De chromatische indeling van de kabinetorgel-windlade komt niet overeen met de indeling van het 6-voets front. Ook is het vreemd dat er drie registerknoppen teveel aanwezig zijn boven het klavier. Verder vertoont de windlade bepaalde kenmerken (o.a. leren flappen in de ventielkast) uit de Schnitger-school, die ook nog bij H.H. Freytag voorkomen. Een groot deel van het pijpwerk lijkt ouder te zijn dan 1852. (18)
Uit een brief van 19 juli aan burgermeester Kymmel in Roden blijkt dat Freytag op die dag in Borger aan het werk is. Hij kan niet naar Roden komen, omdat hij in Borger nog tot 25 juli bezig is.
Het orgel wordt op 10 augustus in gebruik genomen. De plaatselijke predikant preekt over Colossenzen 3:16. De zoon M. Stevens van de plaatselijke onderwijzer en voorzanger bespeelt het orgel. 'Hulde worde toegebragt aan hen, die het plan tot dit orgel ontwierpen, hulde den kundige maker, hulde ook den jeugdigen M. Stevens, bespeler van het instrument. wiens vlugheid niets te wenschen overlaat.'
Uit een andere brief naar Roden van 10 november blijkt dat Freytag in Borger een gratificatie kreeg van f 100,- (13) (14) (15)
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (02-07-1856), (02-07-1856) (2x in dezelfde krant), Provinciale Drentsche en Asser courant (30-07-1856), (13-08-1856), Verslag van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Drenthe (01-07-1856).

Dispositie:
Manuaal   Pedaal
Bourdon 16' C-d1
Prestant 8'  
Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Fluit 4' (01)  
Fluit 2'  

1873
De onderwijzer/organist vraagt ondersteuning aan de gemeenteraad van Borger omtrent een verschil van mening met de kerkvoogden van Borger omtrent de huishuur. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (23-09-1873).

1874
Concert door de blinde organist J. Oord. 'Borger, 4. Jan. Hedenavond gaf de heer J. Oord, élève van het blindeninstituut te Amsterdam, alhier in de kerk een orgelconcert. De ingezetenen uit Borger en naburige gehuchten toonden door getrouwe opkomst hunne belangstelling in het lot van den heer Oord. De kerk was geheel vol en de opbrengst der entré bedroeg 40 gld. Allen keerden voldaan huiswaarts. Van hier is de heer Oord vertrokken naar Odoorn om ook daar een orgelconcert te geven. Dat hij daar denzelfden bijval moge vinden als hier, is de wensch van den inzender.'
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (08-01-1874), Winschoter courant (14-01-1874).

1897
Advertentie voor een nieuwe hoofdonderwijzer. Ook de positie van organist voor een jaarsalaris van f 250,- is vacant. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (04-03-1897).
Op 9 juni wordt in de krant bericht dat de waarnemend organist in Borger de heer A. Stevens is oproepend voor een vergelijkend examen voor de organistenvacature in Brielle. Deze Stevens is zeer waarschijnlijk een nazaat van de 'jeugdige organist' M. Stevens van 1856. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-06-1897).

1901
Het plafond boven het orgel is ingestort. Het orgel is niet beschadigd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (08-08-1901), Meppeler Courant (10-08-1901).

1905
Hoofdonderwijzer en organist Martinus Stevens overlijdt op 73-jarige leeftijd. Hij was 46 jaar onderwijzer in Borger.Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (28-09-1905).

1925
Concert ten bate van de stichting van een provinciaal ziekenhuis in Assen door organist van Aalst en de dames Servatius zang en viool. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-01-1925)

Links foto Drents Archief 19-10-1928 nr. DA9261928101908 rechts uit Het Noorden in Woord en Beeld

1935
D. Halma hoofdonderwijzer overlijdt op 72-jarige leeftijd. Hij was ook koster en organist. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (03-12-1935).

193x
Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositieverzameling.
Het orgel heeft twee schepbalgen en een kort pedaal.

Klik op de afbeelding voor een vergroting (08)

1954
Van december dateert een historisch overzicht van kerk en toren, waarin ook de inventaris wordt beschreven. Het orgel wordt echter niet genoemd. (10)

Tekening door Gemeentewerken van Borger van de huidige kerk en een reconstructie van de oude gotische kerk. (10)

1961
Op 23 maart schrijft de kerkvoogdij aan Mense Ruiter dat het orgel binnenkort gestemd moet worden. Wat zijn de kosten?
Op 1 juni vraagt de kerkvoogdij of Mense Ruiter weer hersteld is en wanneer hij kan komen. De organist is op dinsdagmiddag vrij.
Notitie door Mense Ruiter met een schetsje van de slepen. De pijpopstelling is chromatisch. Het klavier zit vanuit de kerk gezien rechts. De orgelkas is later verhoogd. De vijf grootste pijpen van de Prestant 8' staan tegen de zijwand. De Bourdon 16' staat tegen de balgkast met deels erg lange conducten. Er zijn twee spaanbalgen.
Op 17 juni schrijft Mense Ruiter dat het orgel in een niet al te beste staat is. Er moet binnen niet al te lange tijd veel gebeuren. Allereerst zal het orgel een windmachine moeten hebben. De kosten van een windmachine en bijbehorende dempkist bedragen f 662,50 exclusief het aanleggen van een elektrische leiding. Na de installatie van een windmachine is het orgel makkelijker te repareren en te stemmen.
Op 18 juli schrijft de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met de installatie van een windmachine.
Op 19 juli dankt Mense Ruiter voor het verlenen van de opdracht. De machine is al besteld.
Op 15 oktober beantwoordt de kerkvoogdij een brief van Mense Ruiter. Het geld zal deze week worden overgemaakt. In het kerkgebouw van Drouwenerveen staat een klein 'huisorgel' dat lang niet in orde is. Zou dat nagekeken kunnen worden? Vervolgens wordt nauwkeurig beschreven hoe in Drouwenerveen te komen. De laatste 20 minuten dienen lopend te worden afgelegd. (09)

Speeltafel van het orgel voor de laatste restauratie
Foto van onbekende herkomst. Vermoedelijk na de werkzaamheden van Mense Ruiter in 1961gezien de aangebrachte elektra.

1962
Op 7 januari schrijft de kerkvoogdij aan Mense Ruiter dat organist Winter 2 registers niet meer kan gebruiken. Kan het orgel worden gestemd? (09)



Foto's oude situatatie (16) De linkerfoto komt ook voor in de Beeldbank Drents Archief met nr. MZ10401000334 gedateerd 22-07-1966.

1975
Op 17 maart schrijft Corneille F. Janssen van het Bureau Monumentenzorg een brief naar de provincie waarin hij protesteert tegen de plannen voor de verbouwing van de kerk tot cultureel centrum. De orgelgalerij wordt verknoeid door de ruimte daaronder met schotten, nieuwe kolommen en een ommetselde wenteltrap. Een soortgelijke brief gaat naar de Monumentencommissie bij de Stichting Het Drentse Welstandstoezicht. (10)
Op 23 april schrijft de Hervormde Orgelcommissie (HOC) aan de kerkvoogdij dat er telefonisch overleg is met de predikant van Borger en de architect van de kerkrestauratie. Op 28 april zal er in Borger overleg plaatsvinden met orgeladviseur Willem Hülsmann over het orgel. Hij zal dan ook het orgel kunnen onderzoeken.
Het rapport van de HOC dateert van 29 mei en werd aangevraagd naar aanleiding van de restauratie van de kerk. Het orgel wordt toegeschreven aan H.E. Freytag en dateert uit 1852 op basis van een opschrift in de ventielkast. De huidige dispositie wordt opgetekend. Het orgel heeft een kistpedaal. Het toetsbeleg en de frontons zijn met spijkertjes bevestigd. De registerknoppen zijn vermoedelijk origineel. Bij drie registerknoppen is er geen verbinding met een sleep. Het pijpwerk van de Bourdon staat tussen de originele orgelkas en de balg en is van grenenhout. De grootste pijpen van de Prestant 8' zijn van hout. Vermoedelijk is dit een discant-register dat later is uitgebreid. Het originele houten pijpwerk is van eikenhout. Het metalen pijpwerk zou van voor 1852 kunnen zijn. De windmachine is aangesloten op één van de twee originele spaanbalgen. Een restauratie is dringend geboden en kan worden uitgevoerd tijdens de restauratie van de kerk. Er is geen relatie met een orgelmaker die het orgel regelmatig onderhoudt. De HOC stelt voor om gemachtigd te worden offerte aan te vragen bij drie orgelmakers voor demontage, opslag en remontage.
Op 4 juni brengt de HOC het voorlopige advies in rekening.
Op 18 juni schrijft de HOC op basis van een aantal telefoongesprekken dat het orgel vanwege de kerkrestauratie voor 1 juli moet worden gedemonteerd. De HOC heeft daartoe contact gehad met de orgelmakers Flentrop, Leeflang en Reil. Leeflang is bereid gevonden het orgel te demonteren en is in staat het orgel binnen een jaar te restaureren. Als adviseurs worden genoemd Bolt, Erné en Jongepier. Bij de kerkrestauratie is een bedrag van f 3.000,- begroot voor de demontage van het orgel.
Op 27 juni meldt de HOC dat na telefonisch overleg Klaas Bolt is aangesteld als adviseur. Bolt zal aanstaande zaterdag het orgel bezoeken.
Op 28 juni geeft Klaas Bolt namens de kerkenraad de opdracht aan Leeflang om het orgel te demonteren en op te slaan in de werkplaats. Dit in afwachting van een nog uit te voeren restauratie. De kerk gaat na een verbouwing onderdeel uitmaken van een multifunctioneel centrum. Dit centrum wordt via een onderaardse gang met de kerk verbonden. De opdracht wordt door Leeflang op 3 juli 1975 bevestigd.
Op 3 september maakt Leeflang een offerte na een gesprek met Klaas Bolt op 28 augustus. Het orgel is al gedemonteerd en opgeslagen in de werkplaats. De volgende werkzaamheden worden gespecificeerd:
-Herstel van de windlade in originele vorm. Er is nog een onderzoek nodig naar de kerkverwarming.
-Herstel windkanalen.
-Herstel metalen pijpwerk en conducten.
-Herstel klaviatuur en kistpedaal.
-Summier herstel van de mechaniek.
-Herstel orgelkas en snijwerk.
De totale kosten worden geschat op f 57.000,-. Er is een stelpost opgenomen voor het vergulden van het snijwerk en de labia.
Op 9 september schrijft Klaas Bolt een toelichting op de offerte. Omdat deze restauratie vrij ingewikkeld is en niet zeker is welke werkzaamheden precies nodig zijn heeft de orgelmaker voorgesteld de werkzaamheden uit te voeren op basis van nacalculatie. Zowel Bolt als Monumentenzorg gaan hiermee akkoord. De kosten zouden zoveel mogelijk moeten worden ondergebracht in de kerkrestauratie. Voor de demontage en remontage moet dit mogelijk zijn.


Tekening van het orgel op een restauratietekening van de kerk uit 1975 (10)

Klaas Bolt vraagt Leeflang in een briefje om ook de deur tussen orgel en balghok (op de deur staan de stembeurten aangetekend) en de hanglamp naast het klavier mee te nemen. (07)


Tekeningen door Klaas Bolt? van de aangetroffen situatie

In november maakt Klaas Bolt het restauratierapport. Voor een samenvatting van dit rapport zie onderaan op deze pagina.
Klaas Bolt stuurt het restauratierapport op 28 november door naar orgelmaker Leeflang vergezeld van een briefje.
Op 10 december schrijft Klaas Bolt aan de kerkvoogdij dat het rapport volgende week wordt gedrukt. Begin januari is het beschikbaar.
Op 11 december 1975 geeft Leeflang antwoord op het rapport van Klaas Bolt met een paar kleine opmerkingen.  (07) (10) (20)

1976
Op 12 februari stuurt Leeflang een rekening voor demontage, transport, opslag en detaillering van de restauratie voor f 5.019,32.
Op 24 februari schrijft de kerkvoogdij aan het Provinciaal Museum dat in de kerk een orgel aanwezig is van H.E. Freytag uit 1852. Het orgel is nog grotendeels origineel maar verkeert in een slechte staat. Klaas Bolt heeft een rapport gemaakt over de toestand van het orgel. Dit rapport is samen met de kostenbegroting van f 66.932,- voor een restauratie door orgelmaker Leeflang bijgesloten. Is het mogelijk om op basis van deze gegevens subsidie te verlenen? In verband met de restauratie van de kerk is het orgel opgeslagen.
Corneille F. Janssen van het Bureau Monumentenzorg provincie vraagt op 26 februari om een aanvullende kostenopgave voor de restauratie van de orgelkas en de ornamenten.
Leeflang levert een specificatie voor de ornamenten en de orgelkas.
Op 29 maart beantwoordt Corneille F. Janssen een brief van de provincie met de vraag om advies uit te brengen. Hij is verheugd dat in de 'ontluisterde kerk' het orgel bewaard blijft. Het orgel is het behouden zeker waard. Het rapport van Bolt bevat alleen het herstel van het orgel. Herstel van orgelkas en snijwerk verhoogt het bedrag tot f 79.586,-. Hij adviseert subsidie toe te kennen.
Op 26 april schrijft de provincie aan de kerkvoogdij dat ze bereid zijn een subsidie van 10% te verlenen op basis van f 79.586.-.
Op 20 mei schrijft het College van Toezicht aan de kerkvoogdij over een aantal subsidiebronnen: Stichting Mooy, het Anjerfonds, de Jansenstichting en het dr. Muller vaderlandsfonds. (07) (10) (20)

1977
Op 2 februari krijgt Leeflang de opdracht het orgel, dat al bij hen is opgeslagen, te restaureren.
Leeflang bevestigt op 31 augustus dat hij de opdracht voor f 58.750,- op nacalculatiebasis heeft aangenomen. (07)

1979
Op 9 februari 1979 stuurt Leeflang een brief naar Klaas Bolt met daarin de specificaties van de te reconstrueren Mixtuur. Deze zat oorspronkelijk op de plaats waar nu de Bourdon 16' is geplaatst. Als Bolt akkoord gaat met de samenstelling, kan Leeflang de Mixtuur bestellen. Blijkbaar zijn ze het snel eens over de Mixtuur, want al op 4 mei dient de orgelpijpenmaker Stinkens uit Zeist een rekening in van f 2.573,58 voor het maken van de Mixtuur.
In februari is de restauratie van de ornamenten gereed, gezien de rekening van beeldhouwer J. van Vliet uit Gouda.
Op 9 maart belt Klaas Bolt met het Bureau Monumentenzorg. Volgens Bolt zijn de ornamenten nog bij de orgelmaker. Ook zou de orgelkas te laag zijn geplaatst. Hij neemt contact op met de orgelmaker.
Op 4 april stuurt Leeflang Klaas Bolt een overzicht van de kosten tussen 5 februari en 30 maart. Dit betreft manuren en een nota van Van Vliet voor het snijwerk en van de firma. Hartgers voor transportkosten .
Op 4 april stuurt Leeflang een overzicht van de nog na 2 april te verwachten kosten. Dit beloopt een bedrag van f 24.490,45 en bestaat uit manuren, reiskosten en een Mixtuur van f 3.000,-.
Op 9 april schrijft Klaas Bolt dat hij van Leeflang een prognose heeft gekregen van de nog te verwachte kosten. De totale kosten worden nu f 124.582,-. Deze kosten zijn inclusief BTW, maar exclusief adviseurskosten, HOC en schilderwerk. Voor een klein 4-voets-orgel zijn de kosten hoog. Bolt vindt het echter nog juist acceptabel.
Op 12 april schrijft de kerkvoogdij aan Klaas Bolt dat de kosten de f 100.000,- al hebben gepasseerd. Dit is veel hoger dan de begrote f 66.932,-.
Op 12 april schrijft Klaas Bolt aan de kerkvoogdij. Twee brieven hebben elkaar gekruist. De kosten zijn inderdaad hoog, maar nog wel acceptabel. Bij een subsidieverlening worden de meerkosten meegesubsidieerd. Bolt stelt een vergadering voor met alle deelnemers in het project.
Op 26 april schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze evenals adviseur Bolt de kosten erg hoog maar acceptabel vinden. 'Uit ervaring is ons bekend, dat de orgelmaker Leeflang zeer nauwkeurig werkt, hetgeen onvermijdelijk tijd vergt.'
Op 31 mei stuurt Leeflang een brief naar Klaas Bolt dat de intonatie op 5 juni begint. Hij vraag of Bolt in de week van 10 tot 15 juni kan langskomen om het werk te inspecteren.
Op 23 juni 1979 wordt de eindnota ingediend.
Op 26 juni schrijft Klaas Bolt aan de kerkvoogdij dat de restauratie is voltooid. 'Het werk is door de firma Leeflang uit Apeldoorn met uiterste zorgvuldigheid en precisie uitgevoerd. Hoewel het merendeel van de pijpen uit omstreeks 1852 moet stammen doet de klank van het orgel denken aan die van een fraai kabinetorgel uit het einde van de achttiende eeuw.' De nieuwere houten Bourdon is vervangen door een Mixtuur II-IV met een terts in de discant, zoals bij Freytag gebruikelijk. De kosten van de restauratie zijn, jammer genoeg, nogal tegengevallen. Dit houdt verband met het feit dat het instrument in een uitermate desolate toestand verkeerde en dat het repareren van de vele lekke houten pijpen - en pijpjes - een tijdrovende en dus kostbare aangelegenheid bleek te zijn. [...] Het valt te vrezen dat de gave staat, waarin het orgel thans verkeert tengevolge van een onoordeelkundige en overmatige verwarming van het gebouw niet van lange duur zal zijn. De kosten van een volgende restauratie zullen niet meer subsidiabel zijn.' Daarnaast dient hij een declaratie in voor zijn advieswerk.
Op 27 juli schrijft het ministerie naar de kerkvoogdij dat er geen subsidie kan worden verleend vanwege te weinig middelen. Het basisbedrag voor de subsidie wordt vastgesteld op f 145.200,- Hier kan echter nog geen recht aan worden ontleend.
In het septembernummer van het kerkblad Kerkespraak wordt uitvoerig bericht over de afgesloten restauratie.
Op 22 oktober stuurt de HOC een rekening voor het advies.
Op 14 november vraagt het Bureau Monumentenzorg aan de kerkvoogdij om nota's in te sturen voor de geldelijke eindverantwoording.
Op 10 december schrijft het Bureau Monumentenzorg aan de provincie dat de totale restauratiekosten f 153.371,14 bedragen. De door de provincie toegezegde subsidie is op basis van f 79.586,-. Kan de provincie de subsidie baseren op het door het rijk vastgestelde bedrag van f 145.200,-? (07) (10) (20)


Foto: Monumentenzorg (04)
 
Dispositie:
Manuaal   Pedaal
Prestant 8' C-d1
Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Fluit 4' (01)  
Fluit 2'  
Mixtuur III-IV (b/d)  

borgerhk1.jpg (19619 bytes)

1980
Op 24 april schrijft het ministerie aan de kerkvoogdij dat er 50% subsidie wordt verleend op basis van f 152.860,24.
Op 17 juli zegt de provincie toe 10% subsidie te verlenen op basis van het door het rijk vastgestelde bedrag.
In augustus 1980 verschijnt het eindrapport van de HOC. Het orgel is weer teruggebracht in zijn oorspronkelijke staat. Er wordt nog wel een opmerking gemaakt over de toonaanzet bij enkele registers. Er zijn bij de toonaanzet nevengeluiden te horen. Gezien de forse restauratiekosten moet de orgelmaker deze problemen oplossen.
Van 29 oktober dateert een notitie van de HOC dat er niet veel kans is dat Leeflang na het lovende rapport van Klaas Bolt nog iets zal doen aan het verbeteren van de toonaanzet. (10) (20)

2002/2003:
Bij een inspectie van het orgel door Reil in maart 2002 blijkt dat het orgel na 20 jaar toe is aan groot onderhoud. Dit wordt in het eerste kwartaal van 2003 uitgevoerd. De volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:
 - Schoonmaken van het binnenwerk en het pijpwerk.
 - Nazien van het pijpwerk en het weer goed in de roosters plaatsen.
 - Winddicht maken van de voorslag.
 - Afregelen van de klaviatuur en pedaal.
 - Nalopen van de intonatie en een stembeurt. (07)

2008
De kerk wordt niet meer gebruikt voor de eredienst. In 2007 wordt de Protestantse Gemeente opgericht. Er wordt nu gekerkt in de Gereformeerde kerk.

2012
Het orgel wordt overgedragen aan de gemeente Borger-Odoorn. (07)


Foto: Geert Jan Pottjewijd (2014)

2015
De gemeente Borger-Odoorn heeft plannen de kerk voor 1 Euro aan de stichting tot Behoud en beheer Willibrordkerk over te dragen.

2023
Huidig aanzien van het orgel hieronder

Foto: www.toekomstreligieuserfgoed.nl (Klik op de afbeelding voor een vergroting)

Organisten: Joop de Vries Borger en Geert Meendering. Joop de Vries wordt later opgevolgd door Wim Opgelder. (03)

Samenvatting restauratierapport door Klaas Bolt: (02)

HUIDIGE STAAT

Windvoorziening
Teneinde voor de bourdon 16 vt. Voldoende plaatsruimte te verkrijgen werd de achterwand van het orgel verwijderd. Met gebruikmaking van de achterschotten werd het balgenhok bij het orgel getrokken.
In het balgenhok bevinden zich twee grenen balgen, ook met grenen vouwen. Eén balg, en Ventus windmachine met compensator. Het windkanaal is van eiken.

Windlade C-f'''
Eén eiken kabinetsorgel-lade, mogelijk van H.H. Freytag, met een chromatische opstelling van het pijpwerk. In de windladen bevinden twee ingangen voor het windkanaal: één op de normale plaats onder de grootste pijpen (opp. 7x45 cm) en een waarschijnlijk later toegevoegde ingang. (9x11,4 cm), ook onder de grootste pijpen, doch aan de achterzijde van de ventielkast. In de ventielkast leren flappen, een kenmerk van de Schnitger/Freytag school. Twee "inliggende" voorsponden. De ventielen bezitten een rechte verticale voorzijde. Ze bewegen tussen de geleidestiften en zijn aan de achterzijde in een stift bevestigd. De onderzijde van de lade is beplakt met leer, waarin veel scheuren zichtbaar zijn.

Enkele maten: Cancelraam inclusief sponsel 6 cm
Hoogte kleppenkast 7,4 cm
Diepte kleppenkast 21 cm
  Oppervlakte windlade 43 x 135,5 cm

Mechaniek:
Onder de laden bevindt zich een horizontaal eiken welraam met eiken wellen, die onder en boven zijn voorzien van fraaie slanke handgesmede welarmpjes. Grenen abstracten en metalen winkels.

Klavier C - f'''
Het klavier bevindt zich aan de zijkant van het orgel.

Eiken toetsen: Aantrekpunt 15 cm
Aantrekpunt - draaipunt 30 cm
De ondertoetsen bezitten horizontaal geprofileerde frontons. Het ivoren toetsbeleg is met koperen pennen vastgelegd. Deze nagels bevinden zich eveneens in de boventoetsen. Van sommige nagels zijn de ronde koppen afgevijld. Enkele maten: ondertoets: 36,5 mm, boventoets 78/81, één octaaf 15,8 cm, diepgang 12 mm.

De sierlijke, van ivoren knopjes voorziene, registerknoppen bevinden zich in een horizontale rij boven het klavier. De knoppen vertonen veel wormgaten. De registernaamplaatjes zijn verdwenen. De namen staan nu op stukjes papier of perkament vermeld. De - later geschilderde - klavieromlijsting bestaat uit eenvoudige rechthoekige bakstukken. Van het oorspronkelijke notenfineer op deze bakstukken is een groot deel verdwenen. De klavierbak is van eiken. Zeer curieus is het kistpedaal C - e' met grenen toetsen, die gedeeltelijk zijn verwormd.

Pijpwerk in lade-volgorde:

Prestant 8 vt C - E Open grenen pijpen, opgesteld tegen een zijwand van de kas. Deze pijpen spreken zeer slecht.
  F- h In het front, in de drie torens (13) en de drie middelste van de vijf in beide tussenvelden (6) Typisch is het feit dat van deze sprekende frontpijpen de pijpen a, b en h naderhand stom zijn gemaakt en daarvoor in de plaats op één stok valk achter het front sprekende pijpen a, b, en h zijn geplaatst.
  c', cs', d', en ds' Op dezelfde stok achter het front
  c' - f''' Op de lade. De metalen prestant-pijpen zijn van een hoog tingehalte en dunwandiger dan het overige pijpwerk.
Viola da Gamba 8 vt discant c'en cs' afgevoerd. Op c' "Viool di gamba voet dis c' "
Holpijp 8 vt   Eiken
Octaaf 4 vt   C - G afgevoerd naar de zijkant. Op C: "Octaaf 4 voet".
Fluit 4 vt   Geheel van eiken. C - H gedekt, de overige zijn open eiken pijpen, aan de bovenzijde voorzien van metalen stemdeksels. Het pijpwerk is afgesneden; vooral de kleinste pijpjes zijn veel te kort en te wijd. (oorspronkelijk soms een flute travers 8vt?)
Fluit 2 vt   C - H metalen gedekten, op C: "Fluit 2 vt C". Verder wijde open cilindrische pijpen, waarvan echter de intonatie enigszins prestantachtig van karakter is. (Een tot een octaaf omgeïntoneerde fluit, toen de mixtuur door een bourdon 16 vt werd vervangen?)
Bourdon 16 vt C - h' Grenen gedekten, vanaf c'' metaal. Op de plaats van de mixtuur 3-4 sterk, waarvan de stokboringen nog aanwezig zijn. Vermoedelijk is dit register bij plaatsing te Borger door H.E. Freytag aangebracht.
  C - Cis Tegen de zijwand
  D -G Horizontaal op de vloer onder de lade en in de beun onder het pedaal.
  Gis - h Vervoerd in de ruimte tussen kas en balg
  c'- f''' Op de lade
Algemene opmerkingen betreffende het pijpwerk

Beschadigingen Het pijpwerk is zeer gehavend, bij veel pijpen zijn de bovenranden beschadigd. De houten pijpen zijn gescheurd, bespijkerd en beplakt met papier.
Steminrichting en toonhoogte Er bevinden zich metalen stemlappen op de randen van alle open pijpen tot half voets lengte, zowel bij de houten als bij de metalen pijpen. Vrijwel alle pijpen zij ingekort; bij sommige houten open pijpen zijn kleine stukjes uit de zijwanden gesneden. De toonhoogte is a': 440.
Kernsteken In vele pijpen zijn lichte kernsteken aangebracht
Voetopeningen Normaal, bij de gamba zeer klein + hoge opsnede
Labiumvormen Bij de gedekten en grotere open pijpen een dun belijnde spitslabiumvorm (deze vorm komt niet voor bij H.H. Freytag), bij de overige pijpen onbelijnd bijgedrukt en hoog oplopend.
Soldeerverf Rode kleur, alleen bij de horizontale soldeernaad (bij de kern)
Inscripties Op de grootste pijpen van de metalen registers staan de namen vermeld. Op elke metalen pijp bovendien een toonnaam-inscriptie op voet en corpus. Bij de Prestant 8 vt rechts en bij de overige pijpen links van de kruising van de soldeernaden.
Houten pijpen Bourdon 16 vt en Prestant 8 vt grenen met achtkantige grepen op de stoppen. Holpijp 8 vt en fluit 4 vt eiken met op de stoppen grepen in een gebogen vorm.
 

Kas en front
De kas is van grenen, de dakbedekking van vurenhout. Teneinde de bourdon 16 vt te kunnen onderbrengen is de achterwand verwijderd en zijn met gebruikmaking van de verwijderde achterschotten, twee zijwanden tussen orgelkas en balgenhok aangebracht. Om de grootste bourdonpijpen horizontaal onder het orgel te kunnen leggen is de kas op een nieuwere en hogere onderbouw geplaatst.
De kas is bedekt met verschillende verflagen: de onderste laag is een lichtbruine imitatie houtkleur, daarop een gele laag en dan de huidige ordinaire bruine kleur. Het snijwerk is bedekt met een witte verflaag, waaronder het originele verguldsel nog aanwezig is. Het snijwerk is gescheurd en grote delen zijn verdwenen. Er is veel worm in de kas, vooral in de klossen en in de later onderbouw.

RESTAURATIE
Bij het onderzoek van het orgel, dat in juli 1975 plaats vond verkeerde het instrument in een zodanige deplorabele toestand dat er nauwelijks meer enig geluid uit kwam. Een restauratie is daarom dringend gewenst. Deze dient het volgende te omvatten:
Een afzonderlijke post voor het vergulden van het snijwerk en van de labia van de frontpijpen.

Het eventueel opnieuw schilderen van de orgelkast in de oorspronkelijke, nog onder de huidige kleuren, wordt buiten de offerte van de orgelmaker gehouden.

Klaas Bolt, Haarlem, november 1975

Bronvermelding:
  1. E-Mail d.d. 27-3-2006 van Geert Meendering organist van de Dorpskerk te Borger. (De Fluit 4' miste in de dispositie)
  2. Het restauratierapport van Klaas Bolt informatie kreeg ik van Wim Opgelder, organist te Borger.
  3. E-mail d.d. 5 september 2010 door Geert Meendering
  4. www: http://rijksmonumenten.nl/monument/9897/hervormde+willibrordkerk/borger/ (05-08-2024)
  5. Boek: Het historische orgel in Nederland 1850-1858 blz. 111-112
  6. www: http://reliwiki.nl/index.php/Borger,_Hoofdstraat_34_-_Willibrordkerk (05-08-2024)
  7. Archief Leeflang bij orgelmakerij Reil
  8. Boek: Jaap Brouwer, Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur
  9. Mense Ruiter oude archief
  10. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 240 Borger, Hoofdstraat 34 (NH kerk); 1954-1982
  11. Drents Archief: 0031 Gedeputeerde Staten 6.02. Inv.nr 2 Verbalen, 1814-1951 200634 29 aug - 12 sep 1855
  12. Drents Archief: 0031 Gedeputeerde Staten 6.02. Inv.nr 2 Verbalen, 1814-1951 200635 12 - 19 sep 1855
  13. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 127 Indices op de verbalen 1853-1859
  14. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten Verbalen van het verhandelde op de vergaderingen 53 1855 2e halfjaar
  15. Drents Archief: 0031 Gedeputeerde Staten 200635 12 - 19 sep 1855
  16. www: http://www.kerkeninbeeld.nl (03-08-2024)
  17. Archief W.D. van der Kleij
  18. Klaas Bolt, Restauratierapport november 1975
  19. www: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/102223/Borger-Odoorn-wil-Willibrordkerk-voor-een-euro-verkopen (05-08-2024)
  20. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 268. Borger, 1975-1980


Kistpedaal
Het kistpedaal