Bovensmilde, Hervormde Kerk
De herkomst van het orgel van Bovensmilde is lang onbekend totdat Adriaan de Groot, de zoon van de toenmalige predikant, onderzoek naar het orgel gaat doen. Hij weet op basis van gedegen archiefonderzoek te achterhalen dat het orgel stamt uit 1684 en oorspronkelijk is gebouwd voor de Waalse Kerk in Kampen. De orgelmaker is onbekend. In 1809 wordt het orgel gewijzigd door orgelmaker L. J. van Dam uit Leeuwarden. In 1847 wordt het kerkgebouw overgenomen door de Doopsgezinde Gemeente. Jan Proper bouwt in 1897 een nieuw orgel en koopt het oude orgel. De Hervormde Kerk van Bovensmilde kan uit de nalatenschap van Jantsje Sickens, via de familie De Wal, het oude orgel van Kampen kopen van Proper. Proper brengt enkele wijzigingen aan en plaatst het in Bovensmilde. In 1988 wordt het orgel gerestaureerd door de orgelmaker Reil.
Opnamen april 2019 Arian van der
Mark
Gisbert
Steenwick (1642-1679):
Serband in a-klein
John Stanley (1712-1786):
Voluntary in C groot
Henry Purcell (1659-1695):
Marche and canzona
Thomas Weelkes (1576-1623): Voluntary in a klein
William Walond (1719-1768):
Voluntary in d-klein
Kerk:
De eerste kerk ontstaat in 1836. De huidige kerk wordt gebouwd in
1869 en ingewijd op 30 januari 1870. (20) (07)
1858
De onderwijzer G. Kalverkamp
te Bovensmilde verzoekt op 24
februari de
kerkvoogdij van de Hervormde Kerk in Smilde om zijn vergoeding als voorzanger in
Bovensmilde te verhogen van f 25,- naar f 50,- omdat het werk aanmerkelijk is
toegenomen. (09)
1877
In de
kerkenraadsvergadering van 13
september verzoekt de 'rustende' onderwijzer Kalverkamp wegens zijn afnemende
vermogens ontslag als voorzanger. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (18-09-1877).
1880
Hoofdonderwijzer G.B. Staal
legt zijn functie als voorzanger neer. In zijn plaats wordt H. Post benoemd. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (12-10-1880),
(04-11-1880).
1887-1889
Harm Post is voorzanger voor f 50,- per jaar (16)
1890
J. Boer wordt benoemd tot voorzanger.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (15-04-1890).
Van 18 april dateert een
instructie voor de voorzanger.
De voorzanger verdient f 40,- per jaar. (10)
1891-1897
Jan Boer is voorzanger voor f 50,- per jaar. Op 7 augustus krijgt hij een laatste
betaling van f 6,66 (16)
1891
Er wordt een instructie voor de koster
gemaakt. (12)
Orgel:
Geschiedenis in Kampen
1684
Het orgel is oorspronkelijk gebouwd voor de Waalse kerk in Kampen.
In 1684 wordt na een inzameling onder de Waalse gemeenteleden besloten een orgel
aan te schaffen. Over een oud orgel wordt niet gerept. Er is nog geen organist.
Een salaris voor een organist kan de kleine gemeente niet betalen. Nadat
het stadsbestuur bereid is om een jaarlijkse bijdrage van 50 gulden uit de stadskas ter
beschikking te stellen, kan een organist worden aangesteld. In de stedelijke resolutie van 6
oktober 1684 is dit als volgt omschreven: 'Ter vergadering van Schepenen ende Raedt sijnde geproponeert, hoe dat door
een bijsondere liberaliteit van meest alle de ledematen van de Walsche Kerkcke een
merckelijke samelinge van penningen is bij een gebracht, dat daervoor een nieuw
orgel in gesijde Waische Kerke is gemaeckt en berijts voltrocken, streckende suix tot een
merekelijke ciraet van dieselve; doch dat echter het geseyde orgel soude moeten stili
staen, en doende verwijten, ten ware haer Wel: Edele Hoogmogende Achtbaare jaerlijcks een weynighien tot onderhout van een organist geliefden te contribueren: waar
op gedelibireert sijnde, hebben haer Wel: Ed: H. M. om voorverhaelde redenen de Waalsche
Kercke tot onderhout van een organist begunstight met vijftich Carl:gul: jaerhlijcks, te
betalen halff en halff uyt dese Stads en Ecclesiastique Camers'.
Het is niet bekend wie het orgel heeft gemaakt. Mogelijk
is het een werk van een van
de drie orgelmakers die in deze tijd in Kampen aan het werk waren: Appolonius
Bosch, Roelof Barentsz Duyschot (met diens zoon Johannes) of Johan Slegel. Of het orgel
geheel nieuw is, zoals het in het citaat staat, is niet bekend. Het orgel is
gebouwd als
balustradeorgel met het klavier aan de achterzijde en sierstukken en consoles aan
weerszijden daarvan. De klavieromvang is C, D - c3. Het orgel is in een
eikenhouten kast geplaatst die met houten pennen in elkaar is gezet. De frontpijpen
zijn
verguld. (04) (05)
De vermoedelijke dispositie is:
| Prestant | 4 voet |
| Holpijp | 8 voet |
| Fluit | 4 voet |
| Quint | 3 voet |
| Octaaf | 2 voet |
| Sesquialter | |
| Mixtuur | |
| Trompet | 8 voet b/d |
1696
Het onderhoud van de orgels in Kampen wordt gegund aan Johannes Duyschot en ook het orgel in de Waalse Kerk
valt onder deze regeling.
(04)
1712
Joost Derck Jalinck voert onderhoud uit onder verantwoordelijkheid van Johannes Duyschot.
(04)
1732
A.A. Hinsz neemt het onderhoud over. (04)
1737
Hinsz voert een uitgebreide reparatie uit voor 150 gulden. (04)
1809/1810
Het orgel
verkeert in slechte staat en dient dringend te worden hersteld. De reparatie wordt
uitgevoerd door L. J. van Dam, orgelmaker te Leeuwarden, voor 240 gulden. Aan de koster
wordt voor onkosten nog eens 50 gulden uitbetaald. Van Dam heeft
waarschijnlijk de windlade van het orgel vervangen door een nieuwe windlade, die
loopt van C tot f3. Verder heeft hij vermoedelijk enkele registers gewijzigd. De Holpijp 8', die
eerst is dichtgesoldeerd, wordt daarna voorzien van losse hoeden waarin
krantenresten uit 1809 zijn aangetroffen.
Er wordt een Prestant 8' discant toegevoegd. (04)

Krantenrest van 1809 van de Holpijp 8'.
1823:
De Doopsgezinden huren het kerkgebouwvoor f 50 per jaar van de Waalse kerk en stellen een eigen organist aan.
(21) (26)
1825:
In de periode van 1825 tot 1837 wordt het onderhoud en het stemmen van het orgel
uitgevoerd door A. van Gruisen en Zn. De Waalse
Kerken in Nederland - de eigenaar van het gebouw - reserveren per jaar f 50,- voor onderhoud
van het orgel. In de regel schieten de Doopsgezinden zelf de kosten voor de reparaties
voor en wordt dit later met rente verrekend. (04)
18xx:
Het orgel wordt verbouwd tot een achtvoets orgel. (04)
1841:
Het onderhoud en stemwerk gaan naar C. F. A. Naber uit Deventer.
(04)
1847:
De Doopsgezinde gemeente koopt het gebouw en het meubilair van de Waalse gemeente
voor f 2300,- en besluit
het orgel te laten
repareren. Eerst is orgelmaker
Naber in beeld, maar uiteindelijk wordt het werk voor f 80,- gegund aan Zwier van Dijk uit Kamperveen. De organist van de Bovenkerk, J. H. van der Dussen, keurt het werk en
geeft een positief oordeel. Uit
tevredenheid over zijn werk krijgt Van Dijk f 5,- meer uitbetaald dan
is overeengekomen. (04) (26)
Dispositie na de werkzaamheden van Van Dijk:
| Prestant | 8 voet Discant |
| Prestant | 8 voet |
| Holpijp | 8 voet |
| Octaaf | 4 voet |
| Fluit ? | 4 voet ? |
| Octaaf | 2 voet |
| Quint | 3 voet |
| Mixtuur | 3-4 sterk |
| Sesquialter | 3-4 sterk Discant |
Verder heeft het instrument een tremulant, een ventiel en twee blaasbalgen. De
orgelkas wordt glanzend wit geschilderd door L. van den Berg Lzn. Zij doen ook het verguldwerk
voor
het front en verzilveren het lofwerk bij de pijpen. De windkast wordt schoongemaakt en gewit. Zwier van
Dijk voert hierna het onderhoud en stemwerk uit. (04)
Broekhuyzen Sr. vermeldt over dit orgel het
volgende: 'Het orgel in de kerk der doopsgezinde gemeente, staande op de broederweg
is een
klein doch net gebouw hebbende eertijds behoord aan het klooster der Zwarte Zusteren,
later gebruikt tot eene Waalsche kerk en is sedert 1823 ingericht voor de doopsgezinde
gemeente. Bezat toen reeds een klein viervoets orgel. Dit kerkgebouw wordt in 1848
aanmerkelijk herbouwd; het orgel uit elkander genomen door de heer C. van Dijk, muzykdillettant te Kamperveen woonachtig, toen schoongemaakt
en gerepareerd.
Geëxamineerd door H. van der Duissen, organist aldaar heeft 8 stemmen, een handclavier
(en) twee blaasbalgen. Prestant D. 8 vt Octaaf 4 vt Mixtuur 3-4 St Prestant 8 vt Octaaf 2 vt Sexquialter
3-4 St Holpijp 8 vt Quint 3 vt tremulant, ventil'. (11)
1887
Het kerkbestuur besluit het orgel te laten repareren. Van Dijk
voert reparaties uit voor f 260,00. Vermoedelijk heeft hij de Mixtuur en de
Sexquialter verwijderd. Ook zou toen de Fernfluit geplaatst kunnen zijn. In de kerkenraadsvergadering
van 7 februari wordt de orgelmaker met lovende woorden bedankt
voor het geleverde werk. Jan Proper, die toen al bij Van Dijk
werkzaam was, bespeelt het orgel op 29 januari: 'bijzonder
fraai spel de gemeente [...j doen hooren, dat het orgel thans aan de eischen van een goed
Kerk-orgel'. (04) (26)
1888
Een jaar later voert Jan Proper een reparatie uit voor f 45,-.
(04)
1894-1897
J.W. Zwolle wordt in 1894 organist. In mei 1896 komt in de kerkenraad
aan de orde dat
het orgel in slechte toestand verkeert. Herstel van het instrument voor een
paar honderd gulden wordt weinig zinvol geacht. Beter is een nieuw orgel aan te schaffen.
De kerk krijgt in hetzelfde jaar een legaat van mej.
Brouwer van f 3.000,- en is financieel in staat een nieuw orgel te laten bouwen. Orgelmaker
Jan Proper krijgt voor f 1.800,- de opdracht. Proper geeft f 300,-
voor het oude orgel. (04)
Geschiedenis te
Bovensmilde
1897:
Onderstaande advertentie
zou betrekking kunnen hebben op het door Bovensmilde gekochte orgel uit
Kampen. 
Provinciale
Drentsche en Asser courant 10-04-1897.
Voor het plaatsen van
het orgel en het maken van een galerij is toestemming nodig van het College van
Toezicht van de Hervormde Kerk in Drenthe. Zie hiervoor een samenvatting van de
correspondentie met het college.
(18)
Jan Proper plaatst het orgel uit Kampen in Bovensmilde.
De familie van de Wal financiert het orgel uit de nalatenschap van mevrouw
Jantsje Sickens (1833–1897), die haar vermogen aan hen naliet. Door deze gang
van zaken zijn er in Bovensmilde geen documenten te vinden over de levering van
het orgel.
Onder de
middentoren wordt een opschrift aangebracht: 'Geschenk ter herinnering aan de nagedachtenis van
de Familie Sickens, Bovensmilde 4 juni 1897, Gebrs. de Wal'. Later wordt dit
opschrift boven de klaviatuur geplaatst en daarna wordt het weer onder de middentoren
aangebracht. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (07-05-1897).
Op
zondag 4 juli wordt het orgel in gebruik genomen. Er wordt gepreekt over
Psalm 150 vers 1. Een woord van dank wordt gericht aan de familie van de Wal
voor haar bemiddeling bij de financiering van het orgel door de familie Sickens.
(15)
Kasboek: Een collecte voor de
onderbouw [galerij] bracht f 271,05 op. De entree bij de bespeling voor het
orgel bracht f 15,22 op. Timmerman Joh. Beugel kreeg f 341,- voor het maken van
een galerij. Twee zegels voor aanstelling van den organist f 0,45. Meester
Veltmeijer krijgt voor het eerste halfjaar orgelspelen f 27,50 (16)
A. Veldmeijer wordt benoemd tot organist en voorlezer. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (06-07-1897),
(23-07-1897).

Dispositie na plaatsing in Bovensmilde:
| Manuaal | C - f''' | |
| Prestant | 8 vt | C-Fis gecombineerd met Holpijp, G-B hout, laat 19de-eeuws, cis0 1809, c0-d3 18de-eeuws (uitgezonderd cis0), ds3-P 1809 |
| Holpijp | 8 vt | oud |
| Voix Celeste disc. | 8 vt | Prestant 8 vt disc. van 1809, omgestemd in 1897 |
| Speelfluit | 4 vt | oud |
| Quintfluit | 3 vt | oud |
| Octaaf | 2 vt | oud |
| Fernfluit | 8 vt | 1887 of 1897 |
| Prestant | 4 vt | oud, van verschillende makelij |
| Trompet | 8 vt | loos |
| ? | 4 vt | loos |
| Expression | ||
| Tremulant |
De frontpijpen worden geschilderd in aluminiumbrons.
1898
Kasboek: Organist Veltmeijer krijgt f 27,50 per halfjaar; timmerman Joh. Beugel
krijgt f 341,- voor het maken van de orgelgalerij. (16)
1899
Kasboek: Jan Bult windmaken f 2,50 (16)
1900
Kasboek: Jan Bult voor windmaken f 2,50; Meester Veltmeijer krijgt per halfjaar
orgelspelen f 27,50. (16)
1901
Kasboek: Albert Kramer voor windmaken f 5,-; twee nieuwe notenboeken bij het
orgel f 10,-; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50; J. Proper orgel nazien f
10,- (16)
1902
Kasboek: Kosten verzekering van het orgel en
pastorie f 5,92; J. Proper orgelfabrikant f 10,-; Meester Veltmeijer twee maal f
27,50. (16)
1903
Kasboek: Assurantie orgel f 1,01; Meester Veltmeijer
twee maal f 27,50. (16)
1905
M.
Radix windmaker orgel f 7,50 (16)
1907
Engbert
van Nijen wordt benoemd tot
koster. Hij gaat wonen voor f 50,- per jaar in een huurwoning met tuin naast de
pastorie. Zijn werkzaamheden waren uiterst beperkt te noemen. Hij krijgt dan ook
maar f 2,50 per jaar betaald. (14)
1909
Kasboek: Radix
windmaken f 10,-; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50. (16)
1911
M. Radix windmaker f 10,-; Meester Veltmeijer twee
maal f 27,50 (16)
In de kerkvoogdijvergadering van 7
november 'Voorts wordt besloten aan de voorzitter Dhr. van der Wal, met den Heer
Proper Orgelfabrikant in correspondentie te treden teneinde met bekwame spoed
iemand te sturen om het orgel in de Kerk eens grondig na te zien en te stemmen,
daar door de sterkte en felle droogte de windlade niet zuiver dicht meer is en
het bespelen daardoor zeer moeilijk gaat. Hieraan zal worden voldaan.
Op 13
december wordt gemeld dat het orgel voor f 1440,- is verzekerd bij de
Verzekeringsmaatschappij Woudsend. (17)
1912
Kasboek:
Kwitantie van J. Proper voor het stemmen orgel f 15,-; Brandschade orgel [verzekering]
f 1,52; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50; windmaker F. Hoogeveen f 10,- (16)
1916
Er wordt een
akte van
benoeming en instructie voor de nieuwe koster Jacob van Egmond gemaakt. Het salaris
bedraagt f 65,- per jaar. Het orgeltrappen komt niet in de instructie voor. (13)
1920
Kasboek: A. Veltmeijer organist 2x f 40,-; betaald
aan H. Thijs stemmen van het orgel f 17,- (16)
1921
Het koor 'Zingt den Heer' uit Veenhuizen geeft een
concert. H.
Tekelburg bespeelt het orgel en mej. Lina treedt op als sopraan. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (16-03-1921).
1922
Kasboek: A.
Veltmeijer 2x f 40,-; betaald aan R. Oudega voor orgelpompen f 12,50; betaald
aan C.A. Runeman uit Assen voor stemmen en schoonmaken orgel f 6,- (16)
1925
Kasboek: M. Radix orgelpomper f 12,50 (16)
1932
De hoofdonderwijzer en organist Veltmeijer is 40 jaar in
dienst van de school van Bovensmilde. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant 16-07-1932
(artikel) en (afbeelding).
1934: Veltmeijer gaat met pensioen. Het is niet duidelijk of hij ook stopt
als organist. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-02-1934).

Genealogische en
heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe 1937
193x:
Johan
van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier. (22)

Klik op
de afbeelding voor een vergroting
1938
Er is een wijdingsavond en een jaarvergadering van de Christelijke
Knapen-, Meisjes- en Kleine Meisjesvereniging. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (10-11-1938),
(31-12-1938).
1939
Organiste mej. Britstra vertrekt en wordt opgevolgd door
W. Olijve. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (28-10-1939)
1960
Er wordt een elektrische windmotor geïnstalleerd.
Zie brochure
uit 1970.
1962-1963:
Het orgel wordt wit geschilderd.


Links: Situatie voor
1976
(01) Rechts: Beeldbank Drents
Archief
1970
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan
van de kerk wordt een brochure
uitgegeven. Over het orgel staat het volgende geschreven: 'Vanaf 1861 wordt er
gebruikgemaakt van de diensten van voorzanger en voorlezers. Deze functies worden
vervuld door Mr. Kalverkamp, Mr. Staal, H. Post en J. Boer Azn. Toch is dit
geen ideale toestand. Op 4 juni 1897 veranderde dit echter, want toen kwam er
een kerkorgel. Door bemiddeling van de familie J. de Wal wordt uit de nalatenschap
van de familie Sickens een kerkorgel geschonken. Het is een tweedehands
pijporgel met eiken laden en 508 pijpen. De hele gemeente is erg verheugd over
deze verbetering. In het begin wordt nog gebruik gemaakt van een handpomp, dit
veranderde pas in 1960, toen een elektrische windmotor wordt aangebracht. De
eerste organist is de onderwijzer Veltmeijer. Vervolgens Mej. Britstra, Corn.
Jonker en toen W. Olijve. Die heeft het nu al ongeveer 30 jaar achter elkaar
gedaan.'
Op 16 juni schrijft
organist Adriaan de Groot aan Klaas Bolt dat er in de kerk van Bovensmilde een
tweedehands orgel staat dat vermoedelijk stamt uit het begin van achttiende
eeuw. Het werd in 1897 gekocht toen de kerk een schenking kreeg. Adriaan de
groot vermoedt dat het orgel is geplaatst door P. van Eeckelen en dat toen de
speeltafel is verhuisd van de achterkant naar de zijkant. Een Fernfluit kwam
toen in de plats van een Woudfluit. Misschien werden toen ook de Fluit 4' en de
Trompet verwijderd. De Viola da Gamba werd omgeïntoneerd naar een Voix Celeste.
Het orgel is nog niet 'ontdekt'. Hij is nog bezig met verder onderzoek en hoopt
dat de informatie voor Bolt nuttig is. (27)
1971
De Rijksadviseur van
Monumentenzorg voor orgels, dr. Oussoren, bezoekt op verzoek van Adrianus de Groot uit Bovensmilde
het orgel. Naar aanleiding van dit bezoek schrijft hij op
25 mei dat het orgel monumentale waarde heeft.
Als de kerkvoogdij subsidie aanvraagt zal Oussoren een positief advies uitbrengen. (17)
1972:
Op 27 februari schrijft De
Groot aan Bolt: 'I.v.m. met het defekte orgel te Bovensmilde, heb ik reeds
enkele dagen geleden telefonies met U het daarover gehad. Over de historie van
het orgel, nog graag even de volgende aanvullingen: prestant 8 voet, nu in het
front was oorspronkelijk een 4 voets prestant. Tussen het bouwjaar (ca. 1700) en
de grote wijziging in 1810 (ongeveer) heeft het orgel reeds een wijziging
ondergaan, waarbij de 4 voets prestant tot een 8 voets werd verbouwd, waarvoor
in het groot octaaf houten pijpen werden gemaakt. Dit werk is zeer
waarschijnlijk door Frans-talige orgelmaker uitgevoerd. Want, de toen nieuw
gemaakte Octaaf 4 voet is voorzover uit die tijd van ombouw daterend (ca. 1750?)
pijpwerk betreft voorzien, op enkele pijpen, van de aanduiding p voor pied. Ook
vond ik op een der hoeden der Holpijp 8 voet de aanduiding: Cornet. Als deze
aanduidingen op waarheid berusten, moeten we wellicht de plaats van herkomst
zuidelijker denken dan tot nu toe het geval was. De nazaten van de familie, die
het orgel schonk aan onze kerk, zijn door mij aangeschreven. Het antwoord laat
nog op zich wachten. Zodra er iets belangrijks aan het daglicht komt, zal
hopelijk de historie verder doorgelicht kunnen worden. Wat ik eigenlijk wilde
mededelen is, dat de kerkvoogdij het goed vindt, dat – als U weer in ’t noorden
komt – U eens een avond met deze kerkvoogden gaat praten over het nuttige,
verstandige, enz., enz. van een restauratie.'
Op 24 juli brengt directeur Corneille F. Janssen van het Provinciaal Museum
in opdracht van de kerkvoogdij, in samenwerking met Willem Retze Talsma, een rapport
uit. Van het rapport is een
afschrift bewaard.
De orgelkas wordt gedateerd in
het derde kwart van de 17de eeuw. De kas is van eiken. De latere uitbreidingen
aan de zijkanten en naar achteren zijn van vuren. De pijpen in de middentoren zijn uit
1897.
De onderkant van de middentoren liep vroeger parallel met de
andere pijpenvelden. De frontpijpen waren oorspronkelijk verguld. Ze zijn later
met bladtin beplakt en weer later met aluminiumverf bestreken.
De ornamenten
aan weerszijden en bovenop zijn niet oorspronkelijk, evenals de ornamenten onder de
middentoren en de beide spitsen.
De oorspronkelijke kleur van het orgel is flets-roze. In 1897
wordt het geschilderd in een eikenhoutimitatie.
Dan
volgt de huidige dispositie. De Fernfluit is nieuw. De rest van het pijpwerk is
oud. De windlade wordt gedateerd op 1800.
Als vermoedelijke dispositie rond
1800 wordt genoteerd: Prestant 4', Holpijp 8', Prestant 8' discant, Gedekte
fluit 4', Octaaf 2', Quintfluit 3', Mixtuur II-V, Trompet 8' bas/discant.
Het
orgel zou een rugpositief kunnen zijn geweest van een groter orgel. Het orgel kreeg
rond 1800 een nieuwe windlade en werd in 1847 gerepareerd (zie kranten in de hoeden
van pijpen).
Het orgel lijkt van Noord-Nederlandse makelij. De kwaliteit van
orgelkas en pijpwerk is zeer fraai.
Een restauratie is zeer de moeite waard. De
kosten worden geschat op f 60.000,-.
Op
28 oktober schrijft Klaas Bolt
aan de kerkvoogdij dat hij van Adriaan de Groot informatie heeft gekregen over
het orgel. Bij een bezoek heeft Bolt geconstateerd dat het orgel grote
historische waarde heeft, maar dat het in slechte staat verkeert. Een
restauratie lijkt hem onontkoombaar. Bolt biedt aan op 10 november naar
Bovensmilde te komen voor overleg.
Op 7 november schrijft de kerkvoogdij aan
Bolt: '' Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 28 oktober j.l. zouden wij u mede
willen delen, dat het orgel inmiddels ook is bezocht door de heren Corneille F.
Janssen, direkteur van het Provinciaal Museum van Drenthe en Willem Retze
Talsma, organist te Amsterdam. Deze heren waren ook van mening dat een
restauratie de moeite waard zou zijn, doch gezien de door hen verwachte kosten
hieraan verbonden ten bedrage van ongeveer ƒ 60.000,-- heeft het met het oog op
de beperkte financiële draagkracht van onze gemeente weinig zin hier verder op
in te gaan.' (17) (27)
1975
Van 24 november dateert een
document waarin het orgel wordt
opgenomen in het register van beschermde monumenten. Het orgel wordt daar
gedateerd op 1810. Een deel van het pijpwerk is uit het begin van de achttiende eeuw.
Eveneens uit 1975 dateert een ander
document met de gegevens van het orgel voor de monumentenlijst. (19)
1976
Op 28 januari schrijft Corneille F. Janssen een brief aan de Rijksdienst voor de
Monumentenzorg naar aanleiding van de
omschrijving van het monument. Het orgel dateert volgens Janssen niet uit
1810, maar uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hij baseert dit op het karakter
van de festoenen aan weerskanten van de top van de middentoren.
Misschien is dit een aanleiding om de omschrijving te heroverwegen? (19)
In deze periode wordt het orgel egaal groen geschilderd.
(17)
Op 27
augustus schrijft het ministerie van CRM dat het orgel monumentale waarde heeft en
dat het behoud van het orgel belangrijk is. Op dit moment is het niet mogelijk
subsidie te verlenen vanwege het grote aantal lopende
restauraties. Men verzoekt de kerkvoogdij in 1978 een nieuw subsidieverzoek in
te dienen. (19)
1977
Op 9 mei
stuurt de kerkvoogdij het rapport van de directeur van het Provinciaal Museum
over het orgel door naar de Hervormde Orgelcommissie (HOC). Het rapport is bedoeld
ter ondersteuning van orgeladviseur Willem Hülsmann.
Op 31 mei stuurt de HOC een
rekening voor het voorlopige
advies.
Organist Adrianus de Groot schrijft in september 1977 een
rapport. Op de tweede pagina
stelt hij dat het orgel uit de Waalse kerk van Kampen afkomstig moet zijn. Op de
pagina's 3-11 beschrijft hij zijn bronnen in Kampen. Op de pagina's 12 en 13
staan de bronnen voor Bovensmilde. Op de pagina's 14-19 wordt het orgel
beschreven. Op de laatste pagina's doet hij een voorstel tot reconstructie van
het oorspronkelijke front.
Op 15
oktober schrijft Adriaan de Groot vanuit de VS aan Klaas Bolt: 'Het is
me een groot genoegen weer iets van mij te laten horen. Een lange stilte ligt
achter mijn rug. Echter ik ben niet inaktief gebleven in de orgelwereld. Studies
op Universitair niveau hebben mij nogal weerhouden van aktief bezig zijn met
orgelstudie en historie. Maar thans zijn de omstandigheden weer dusdanig, dat ik
meer tijd en gelegenheid heb aktief bezig te zijn. Afgelopen zomer was ik in
Holland, maar heb geen geluk gehad met te proberen met U in telephonish kontakt
te komen. Ik had het ook erg druk. Ik heb nog vele dagen besteed aan het rapport
voor Bovensmilde, en zelfs archief onderzoek verricht. Het oude rapport valt in
de schaduw van het huidige, dat bijna geheel kompleet is, en U spoedig zal
worden toegezonden. Ik heb de kerkvoogdij aanbevolen om U als adviseur voor de
restauratie van het orgel aan te wijzen (als zulks mogelijk is). Wellicht is
A.H. de Graaf goed om Bovensmilde aan te pakken. [...] Wellicht heb ik de
gelegenheid om in 1978/9 weer eens Nederland te komen opzoeken. Hopelijk kan ik
U dan ook ontmoeten, en misschien kunt U mij het Haarlemmer orgel laten zien.
Inmiddels wordt het voor mij weer tijd mijn neus in mijn studieboeken te steken,
want zonder studie kom ik er niet. Mijn einddoel is Doktor in Theologie en de
Kunsten.'
Op 18 november verschijnt het
rapport van de HOC. De HOC is nog
niet op de hoogte van de herkomst van het orgel. 'De toestand van het instrument
is zodanig, dat een restauratie noodzakelijk is, met name de windlade zal een
volledig herstel dienen te ondergaan.' Voor een beschrijving wordt verwezen naar
het rapport van Corneille F. Janssen. 'Het pijpwerk van het instrument is met
uitzondering van het register Fernfluit en enkele overige pijpen, oud en voor een
belangrijk deel zeer oud. De windlade en de - vermaakte - kas zijn eveneens van
oude datum. Waar het hier een belangrijk instrument betreft bestaat er onzes
inziens geen twijfel dat het orgel monumentale waarde heeft.'
In het archief
van Klaas Bolt zijn een aantal
aantekenbladen bewaard gebleven.
Op 18 november verschijnt er een
rapport van de HOC. Men
excuseert zich voor het lange uitblijven van het rapport na het bezoeken van de
kerk. daarna volgt de dispositie. 'De toestand van het instrument is zodanig,
dat een restauratie noodzakelijk is, met name de windlade zal een volledig
herstel dienen te ondergaan. Daar een rapport betreffende het orgel, uitgebracht
door de Directeur van het Provinciaal Museum van Drenthe, in Uw bezit, waarvan
de inhoud ter plaatse kon worden geverifieerd, lijkt het ons overbodig om het
daarin genoemde te herhalen en volstaan wij naar de details met te verwijzen
naar genoemd rapport. Het pijpwerk van het instrument is op dat van het register
Fernfluit en enkele overige pijpen na, oud en voor een belangrijk deel zelfs
zeer oud. De windlade en de –vermaakte– kas zijn eveneens van oude datum. Waar
het hier een belangrijk instrument betreft bestaat er onses inziens geen enkele
twijfel, dat het orgel monumentale waarde heeft. Hoewel nog steeds vanwege het
Rijk geen toezeggingen inzake een subsidie in de kosten van restauratie van
orgels worden gedaan, is het onses inziens van eminent belang, dat een aanvrage
om subsidie (opnieuw) in zee gaat. Opdat een terzake met het welk bedrag
gerekend moet worden en het ook van belang is, dat de restauratie tijdig wordt
voorbereid, adviseren wij U het volgende:
a. De restauratie zal moeten worden
begeleid door een door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg erkend adviseur,
welke ook het restauratie-rapport voor U zal opstellen. Allereerst dient
derhalve een dergelijk adviseur te worden gekozen. In dit verband noemen wij U
de heren K. R. Bolt te Overveen (Haarlem), J. G. Erné te Utrecht en J. Jongepier
te Purmerend.
b. In overleg met de adviseur wordt een orgelmaker gekozen,
welke op grond van het restauratierapport en in samenwerking met de adviseur een
offerte uitbrengt.
c. Nadat de offerte is uitgebracht en goedgekeurd wordt
door Uw college een verzoek om subsidie ingediend, waarin de met de restauratie
gemoeide gelden worden vermeld.
d. Te onderzoeken of er mogelijkheden kunnen
worden gevonden om –bij uitblijven van subsidie-uitkering vanwege het Rijk– de
restauratie vóór te financieren. Hierbij denken wij aan steun vanwege de
provincie, de gemeente, Anjerfonds, etc. Onzerzijds zal Uw zaak met de
Rijksadviseur voor Orgels worden besproken, opdat deze op de hoogte zij van het
feit, dat een subsidie-aanvrage Uwerzijds kan worden verwacht. Wellicht kan er
door hem met de in de toekomst toe te zeggen subsidies rekening worden gehouden,
gezien de belangrijkheid en de toestand van het instrument. Gaarne zullen wij U
thans met een de genoemde adviseurs in contact brengen, waartoe wij Uw berichten
met belangstelling tegemoetzien,'
Op
24 november schrijft het Bureau
Monumentenzorg dat uit ambtsberichten blijkt dat men van plan is het orgel te
restaureren. Het orgel is een beschermd monument. Voor een restauratie is
goedkeuring nodig van het ministerie van CRM.
Op
13 december schrijft de HOC dat
het orgel besproken is met de rijksorgeladviseur. De rijksorgelbouwadviseur
meldt dat de
zoon van predikant De Groot een rapport over het orgel heeft gemaakt en al
contact heeft gehad met Klaas Bolt. Men acht het wenselijk Klaas Bolt als
adviseur aan te stellen. (19) (17) (24)
(27)
1978
Op 3
januari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat na telefonisch overleg is
overeengekomen om Klaas Bolt als adviseur aan te stellen.
Op
5 januari verklaart Klaas Bolt
zich bereid als adviseur op te treden. Het rapport van Adriaan de Groot is al in
zijn bezit. Bolt hoopt Adriaan de Groot in Boston over twee weken te ontmoeten.
Na terugkeer uit de VS zal Bolt het orgel bezoeken.
Op een onbekend moment
maakt Adriaan de Groot een overzicht
van de kosten die hij heeft gemaakt voor zijn historisch onderzoek naar het
orgel. Hij woont inmiddels in de Verenigde Staten. Hij heeft f 80,- gemaakt aan
onkosten en 51 uur besteedt aan het onderzoeken van het kerkarchief van
Bovensmilde, Het Rijksarchief Assen, gemeentearchief Kampen, Waalse archief in
Amsterdam en verder het uitwerken van het rapport. Onderaan noteert Klaas Bolt
dat hij aan Adriaan de Groot $ 200,- heeft betaald voor zijn historisch
onderzoek.
Op 28 juni
stuurt Reil een eerste
restauratievoorstel dat is
gedateerd op 19 juni.
De orgelkas wordt teruggebracht
naar de proporties van 1809 als viervoets balustradeorgel met
achterkant-bespeling.
De klaviatuur verhuist naar de achterzijde. De
halfronde zijvelden worden verwijderd. De kleur van de orgelkas moet nog worden
bepaald.
De windlade wordt gerestaureerd en bestand gemaakt tegen de moderne
verwarmingsinstallaties. De later bijgemaakte slepen voor de Trompet 8' worden verwijderd
om plaats te maken voor de oorspronkelijke stekermechaniek.
De dispositie
wordt als volgt:
Sleep 1: Prestant 4' - oud. Hoogste octaaf nieuw vanwege het
terugschuiven van de Prestant 8'.
Sleep 2: Holpijp 8' oud.
Sleep 3: Prestant
8' discant - oud. De huidige Voix Celeste is de originele Prestant 8' discant.
Sleep 4: Fluit 4' oud.
Sleep 5: Octaaf 2' oud.
Sleep 6: Quintfluit 3' oud.
Sleep 7: Mixtuur IV nieuw.
Sleep 8: Sesquialter II nieuw, waarbij gebruik
gemaakt kan worden van de pijpen van de Octaaf 4'.
De mechanieken worden nieuw
aangelegd met gebruikmaking van oude delen. Er wordt een nieuw klavier, een nieuw
wellenbord en een nieuwe registermechaniek gemaakt.
De bestaande balg wordt niet
hergebruikt.
Er kan één spaanbalg naast het orgel in een bekisting worden
geplaatst. Een andere mogelijkheid is de plaatsing van twee spaanbalgen, die dan ook handmatig
kunnen worden bediend.
De bestaande windmachine kan worden hergebruikt. Wel
is er een nieuwe bekisting nodig.
De kosten worden geschat op f 86.530,- in
de variant met één spaanbalg. Er zijn stelposten van f 10.000,- voor schilderwerk;
f 2.000,- voor het dichtsolderen van de Holpijp en f 8.600,- voor een dubbele
spaanbalg. (08)
Op
28 juni stuurt Klaas Bolt de
offerte van Reil door naar de kerkvoogdij. De prijs van Reil noemt hij
´alleszins aanvaardbaar´. Op basis van de offerte kan subsidie worden
aangevraagd. Aangezien het een monumentaal orgel betreft, is er kans op 50% subsidie
door het Rijk, 30% door de gemeente en 20% door de provincie. Bolt stuurt alvast
een concept mee voor een
subsidieaanvraag.
Op
3 oktober dient de kerkvoogdij
een aanvraag voor subsidie met een uitgebreide
toelichting in bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Een
restauratie wordt door Reil geschat op f 137.637,-. Ook is bijgesloten een
rapport van het impregneerbedrijf
Frans Nooren uit Stadskanaal, waarin wordt gerapporteerd dat de
houtwormaantasting zeer ernstig is. (19) (24)
(27)
1979
Op 23 juli schrijft het
ministerie van CRM aan de kerkvoogdij dat er geen subsidie kan worden verleend vanwege
het grote aantal lopende restauraties. Misschien is er over enkele jaren een
mogelijkheid. (19)
Van
2 oktober dateert een plan van
Reil voor de eerste fase van de restauratie. Omdat de financiering door de
overheid zo lang op zich laat wachten is er een plan om de restauratie te
faseren. De totale kosten worden hierdoor wel hoger. In de eerste fase worden de
windlade en het pijpwerk gerestaureerd (Punten B en C uit de offerte van 28 juni
1978. (27)
1980
Reil schrijft op 12 februari een
brief met een voorstel voor een restauratie
in twee fasen. De specificatie
van de eerste fase is van 2 oktober 1979.
Op 18 maart schrijft de kerkvoogdij
een brief aan het Ministerie van
CRM met de vraag of
het misschien mogelijk is, na de afwijzing van het vorige verzoek de restauratie
in twee fasen te laten uitvoeren. (08)
Op
9 juni schrijft het ministerie
van CRM dat er nog steeds geen geld beschikbaar is. De subsidiabele kosten worden
vastgesteld op f 80.123,-.
Op 17
juli schrijft het Bureau Monumentenzorg van Drenthe dat er geen subsidie is aangevraagd
bij de provincie. Men verzoekt dit alsnog met spoed in te dienen. Door het Bureau is al een aanmelding
voor 1980 gedaan. Kan het vergulden van de frontpijpen ook in het programma
worden opgenomen?
Op 13 augustus stuurt de HOC een
rekening voor gemaakte
reiskosten. (19) (24) (27)
1981
Op 9 juni beantwoordt het
ministerie van CRM de brief van 18 maart 1980. Helaas is er opnieuw geen financiële
ruimte voor een subsidie. De plannen worden echter wel goedgekeurd. (24)
(27)
1984
Auke H. Vlagsma schrijft op 11
augustus een brief over het orgel.
Vlagsma bedankt voor de
toegestuurde gegevens. Hij maakt een reconstructietekening van het
oorspronkelijke front van het orgel.
1: Op grond van de spelling 'Octaav' op
de C van de Octaaf 2' en de registernaam 'Speelfluit' zou Hinsz aan het orgel
gewerkt kunnen hebben. Hinsz heeft een aantal jaren de orgels van Kampen in
onderhoud gehad.
2: Van Dam heeft het orgel in 1810 omgebouwd en een nieuwe
windlade gemaakt en de speeltafel naar de zijkant verplaatst. Ook is de Prestant
8' discant van hun hand.
3: Zwier van Dijk wijzigt het orgel in 1847 door er
een achtvoets werk van te maken. Hij concludeert dit op grond van de
dispositieopgave van Broekhuyzen. Van Dijk maakt nieuwe pijpen voor de
middentoren. De balg staat nog naast het orgel, zodat Van Dijk de kas niet heeft
vergroot.
4: Proper vergroot in 1897 de kas met de beide zijvelden. De balg
komt
onder de windlade en de klaviatuur en tractuur worden vernieuwd. De Prestant
8' wordt gewijzigd in een Voix Celeste. De Mixtuur en Sesquialter moeten wijken
voor een Fernfluit 8'. De vrijgekomen sleep wordt gereserveerd voor een Trompet
8'.
Wat resteert is de zoektocht naar de oorspronkelijke bouwer.

Reconstructietekening van Auke H. Vlagsma.
1985
Op 15
februari vraagt de kerkvoogdij aan het ministerie van WVC of het inmiddels
mogelijk is een subsidie te verstrekken. De noodzaak tot restauratie wordt
steeds dringender.
Op 16 oktober
schrijft het Bureau Monumentenzorg van Drenthe naar de Rijksdienst Monumentenzorg. Het
orgel in Bovensmilde is de laatste jaren hard achteruitgegaan. Het ogenblik
dat het orgel niet meer gebruikt kan worden, lijkt nabij. In 1976 is al subsidie
aangevraagd. Ook de aanvragen daarna worden steeds afgewezen ondanks een restauratieplan
door Klaas Bolt en een begroting door orgelmaker Reil. In 1980 is geopperd het
werk in fasen uit te voeren.
- Stelt de Rijksdienst nog steeds prijs op het
behoud van het orgel?
- Zo ja, kunnen er dan op korte termijn middelen
worden vrijgemaakt?
- Wanneer kan de kerkvoogdij een herzien plan indienen?
Op 24 oktober schrijft de
Rijksdienst Monumentenzorg aan het Bureau Monumentenzorg van Drenthe dat de brief van 16
oktober in behandeling is bij de rijksorgeladviseur.
Op
4 november schrijft de organist
van de kerk, Jans Vrieling aan Klaas Bolt. Hij vraagt of Klaas Bolt zijn invloed
kan aanwenden om de zaak bij de betrokken instanties vlot te trekken. Er moet
een nieuwe offerte worden op basis van het huidige prijspeil. [...]
'Voorts heb ik nog een enkele opmerking n.a.v. het restauratieplan zoals dat in
1978 opgemaakt is. T.a.v. de windlade wordt gezegd dat de later bijgemaakte
slepen voor de Trompet 8 vt verwijderd moeten worden om plaats te maken voor de
originele Stokmechaniek. Betekent dit dat een gedeelte van de lade afgehaald
wordt, dus de lade kleiner wordt? Mij is nl. niet gebleken als zou dit gedeelte
bijgemaakt zijn. Het is één geheel met de lade. Noch blijkt dit uit het rapport
van dhr. A. de Groot, d.d. sept. 1977 (in uw bezit). Kan deze sleep niet
gereserveerd blijven voor de Trompet 8′?T.a.v. het aangehangen pedaal is
indertijd geen uitspraak gedaan. Ik wil er sterk voor pleiten het huidige pedaal
(tot b) te vervangen door een nieuw (tot d′), daar dit grotere mogelijkheden tot
literatuurspel geeft. (Niet zozeer de uitbreiding, maar handhaving van ’t
pedaal).'
Op 6 november
schrijft orgelmaker Reil aan de kerkvoogdij dat ze na een gesprek met Klaas Bolt
een nieuwe calculatie hebben
gemaakt op basis van het huidige prijsniveau. De kosten worden nu begroot op f
115.473,-. De kosten de eerder genoemde fase 1 bedragen nu f 62.333,-
Op 29 november schrijft
Reil na een bezoek aan de kerk een nieuw
restauratieplan. De vorige
plannen konden helaas door ontbrekende financiën niet worden uitgevoerd. Het
plan is nu om de bestaande toestand te handhaven met enkele verbeteringen. De
4-voets dispositie wordt hersteld. De kosten worden ingeschat op f 102.800,-.
Voor de plaatsing van een Trompet op de lege sleep is een stelpost van f
9.750,-. Voor het dichtsolderen van de Holpijp 8' is er een stelpost van f 2.268,-
opgenomen. In een apart document
wordt de intonatie beschreven.
Op 30 november geeft Klaas Bolt
een totaaloverzicht van de kosten. Deze komen op f 148.697,- inclusief
stelposten, BTW en honorarium HOC en adviseur. (19) (24)
(27)
1986
Op 14 mei
wordt er door het ministerie een subsidie toegezegd van 80% op basis van een
restauratiebedrag van f 158.967,-.
Op
3 juni verzoekt de kerkvoogdij de
provincie om op basis van de toezegging van het Rijk ook een subsidie toe te
kennen.
Op 10 juni adviseert
het Bureau Monumentenzorg de provincie om de subsidie toe te kennen.
Op
11 juni schrijft de gemeente
Smilde dat het Rijk subsidie heeft toegezegd..
Op
4 juli komt er een definitief
bericht van de gemeente Smilde voor de toekenning van de subsidie.
Op 14 juli
stuurt de
kerkvoogdij een brief aan orgelmaker Reil dat de restauratie kan worden uitgevoerd.
Op
16 juli zegt de provincie een
subsidie toe van 10%.
Op 23
juli vraagt het Bureau Monumentenzorg of de kerkvoogdij bericht kan sturen
wanneer de restauratie begint. Dit is van belang voor het verlenen van de
subsidie.
Op 5 november wordt een
restauratiecontract gesloten, omdat de financiering rond is. Zie ook de
begeleidende
brief bij het contract. (08) (19)
(24) (27)
1987
Reil wordt
uitgenodigd om op de
gemeenteavond van 19 februari uitleg te geven over de komende
restauratie. (08) Zie Nieuwsblad van
het Noorden (07-10-1987a en
07-10-1987b) Leesvolgorde: kolom 1,3,2,4.
Volgens een door Bolt en de kerkvoogdij ondertekend
document start de restauratie op
21 oktober. (27)
1988
De restauratie wordt door Reil uitgevoerd met als adviseur
Klaas Bolt.
De nieuwe registeropschriften worden gemaakt door August Laukhuff uit Duitsland.
Zie brief van 8 februari.
Op 24 juni schrijft de HOC dat
voorzitter Diepenveen en Aart van Beek aanwezig zullen zijn bij de
ingebruikname.
Het orgel wordt op 5 juli in gebruik genomen met een concert
door Klaas Bolt. Zie de
uitnodigingskaart en het programmaboekje. Zie
Kerk en Muziek (1989-03),
Onbekende krant (tekst) en
onbekende krant (tekst en afbeelding).
Op 5 juli wordt de eindkeuring verricht door Klaas Bolt en Aart van Beek namens de
HOC. Het eindrapport is gedateerd op 4
augustus.
Op 14 juli stuurt Reil een
overzicht van de tot dan toe
gemaakte kosten.
In een brief van
16 juli evalueert Klaas Bolt de
restauratie van het orgel en stuurt hij de
rekening voor honorarium en
kosten.
Op 25 juli stuurt de HOC een
rekening voor het honorarium van
het advies.
Orgelmakerij Reil
houdt de ontwikkelingen vanaf 1980 tot 1988 op hoofdlijnen bij op een
aantekenblok.
Op een apart document wordt de
manier van intoneren beschreven.
Op
4 augustus stuurt de HOC haar
zeer positieve eindoordeel.
Op 25 november stuurt de HOC een
rekening voor gemaakte onkosten.
Tijdens de restauratie worden delen van kranten uit 1809 en 1847 gevonden in de
hoeden van de gedekte pijpen. Voor details zie: bijlage 01.
(08) (24) (27)
De restauratie en historie van het orgel worden beschreven door Jan Jongepier
in een artikel in het tijdschrift
Het Orgel (1988-10) (02)
Dispositie in het artikel van Jan Jongepier:
| Manuaal | C-f''' | |||||
| Prestant | 8 vt | C-dis2 front, 1684, zijvelden, spitstorens, onderste tussenvelden; e'' -f'' binnen, e2 en f'' 1684, rest 1988 | ||||
| Holpijp | 8 vt | 1684, geheel metaal, beweegbare hoeden | ||||
| Prestant | 4 vt | 1809, 'disc.' staat niet op het registerplaatje, omdat het oude plaatje van de doorlopende Prestant is gebruikt; naaminscriptie 'Prestant 8' op c'. | ||||
| Speelfluit | 4 vt | 1684, gedekt, cis3-f''' 1809, conisch | ||||
| Octaaf | 2 vt | 1684 | ||||
| Quintfluit | 3 vt | 1684, gedekt, f'' - c''' open, cilindrisch,cis''' - f''' 1809, conisch | ||||
| Mixtuur | 3 st | 1988 Samenstelling: | C 1 1/3 1 2/3 |
C 2 1 1/3 1 |
c' 2 2/3 2 1 1/3 |
c'' 4 2 2/3 2 |
| Sesquialter | 2 st | 1988 Samenstelling: C: 1 1/3, 4/5 c: 2 2/3, 1 3/5 | ||||
| Trompet | 8 vt | 1988; eiken stevels en koppen, bekers C - B cilindrisch op voet, rest trechtervormig, hangers ook nieuw, van grenen | ||||
| Pedaal | C - h | Aangehangen | ||||

Foto
Wikimedia (06)
1997
Wilbert Berendsen geeft een concert ter gelegenheid
van 100 jaar
orgel in Bovensmilde. Zie
programmaboekje en Smildeger Neiskrant (08-10-1997).
2004
Vanwege het PKN-proces wordt de kerk gesloten. Op 21 november 2004
wordt de laatste dienst gehouden. De gemeente kerkt nu in de
Gereformeerde Kerk van Bovensmilde.
2005-2009
De kerk wordt gehuurd door de Gereformeerd Vrijgemaakte
Kerk van Assen, Kloosterveen. Zij bouwen in Assen een nieuwe kerk.
De nieuwe kerk 'Het Lichtpunt'
in Assen is in september 2009 gereed gekomen en het huurcontract is daarmee
beëindigd.
2010
In het tijdschrift Het Orgel 2010-01 komt het orgel voor in een artikel van Auke
H. Vlagsma Drie viervoets-orgels uit
de periode 1680-1725. Zie PDF.
2014
De kerk wordt overgedaan aan de
Stichting Oude Drentse Kerken.
2017
De kerk wordt
gerestaureerd en voorzien van een nieuw bijgebouw. De Protestantse Gemeente van
Bovensmilde maakt nu weer gebruik van de kerk en heeft het gebouw van de
Gereformeerde Kerk afgestoten
2018
Door orgelmaker
Henk Heideveld is ledverlichting aangebracht boven de lessenaar. Ook is de
orgelbank verlaagd en kan die met vullatten weer worden verhoogd. De tremulant
is
gerepareerd en verbeterd. Het mechaniek van het Pedaal is bijgesteld.
Bronvermelding:
Inventarisatie van de kranten die als afdichting van de pijphoeden zijn qebruikt.
|
Provinciaale Overijsselsche Courant |
no. |
83 |
17 |
october |
1809 |
|
Idem |
no. |
86 |
27 |
october |
1809 |
|
Idem |
no. |
87 |
31 |
october |
1809 |
|
Idem |
october |
1809 |
|||
|
Idem |
october |
1809 |
|||
|
Idem |
67e |
jaargang |
±1 |
october |
1847 |
|
Nieuwe Rotterdamsche Courant |
no. |
202 |
25 |
augustus |
1847 |
|
Idem |
no, |
205 |
augustus |
1847 |
|
|
Idem |
no. |
206 |
30 |
augustus |
1847 |
Voorts nog een paar stroken oud stevig papier, die met muziekbalken en noten
bedrukt zijn, waarschijnlijk een vioolpartij en een paar stukjes uit een oude
bijbel.
De data van de kranten kloppen met de data uitgevoerde werkzaamheden aan het orgel: betaling aan L.J.
van Dam op 28 jan 1810 en aan Zwier van Dijk in november 1847.
Foto's tijdens de restauratie:




Foto's van het kerkgebouw.
Links: foto
Reliwiki (07), rechts ansichtkaart uit de jaren zestig van de
twintigste eeuw