Bovensmilde, Hervormde Kerk

De herkomst van het orgel van Bovensmilde was onbekend totdat Adriaan de Groot, de zoon van de toenmalige predikant, onderzoek naar het orgel gaat doen. Hij weet op basis van gedegen archiefonderzoek te achterhalen dat het orgel stamt uit 1684 en oorspronkelijk is gebuwd voor de Waalse Kerk in Kampen. De orgelmaker is onbekend. In 1809 wordt het orgel gewijzigd door orgelmaker L. J. van Dam uit Leeuwarden.  In 1847 wordt het kerkgebouw overgenomen door de Doopsgezinde Gemeente. Jan proper bouwt in 1897 een nieuw orgel en koopt het oude orgel. De Hervormde Kerk van Bovensmilde kan door de ontvangst van een legaat het oude orgel van Kampen kopen van Proper. Proper brengt enkele wijzigingen aan en plaatst het in Bovensmilde. In 1988 wordt het orgel gerestaureerd door de orgelmaker Reil.

Opnamen april 2019 Arian van der Mark
Gisbert Steenwick (1642-1679): Serband in a-klein
John Stanley: (1712-1786): Voluntary in C groot
Henry Purcell (1659-1695): Marche and canzona
Thomas Weelkes (1576-1623): Voluntary in a klein
William Walond (1719-1768): Voluntary in d-klein

Kerk:
De eerste kerk ontstaat in 1836. De huidige kerk wordt gebouwd in 1869 en ingewijd op 30 januari 1870. (20) (07)

1858
De onderwijzer G. Kalverkamp te Bovensmilde verzoekt op 24 februari de Kerkvoogdij van de Hervormde kerk in Smilde om zijn vergoeding als voorzanger in Bovensmilde te verhogen van f 25,- naar f 50,- omdat het werk aanmerkelijk is toegenomen. (09)

1877
In de kerkenraadsvergadering van 13 september verzoekt de 'rustende' onderwijzer Kalverkamp wegens zijn afnemende vermogens ontslag als voorzanger. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-09-1877).

1880
Hoofdonderwijzer G.B. Staal legt zijn functie als voorzanger neer. In zijn plaats wordt H. Post benoemd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (12-10-1880), (04-11-1880).

1887-1889
Harm Post is voorzanger voor f 50,- per jaar (16)

1890
J. Boer wordt benoemd tot voorzanger. Provinciale Drentsche en Asser courant (15-04-1890).
Van 18 april dateert een instructie voor de voorzanger. De voorzanger verdient f 40,- per jaar. (10)

1890-1897
Jan Boer is voorzanger voor f 50,- per jaar. Op 7 augustus krijgt hij een laatste betaling van f 6,66 (16)

1891
Er wordt een instructie voor de koster gemaakt. (12)

Orgel:

Geschiedenis in Kampen

1684
Het orgel is oorspronkelijk gebouwd voor de Waalse kerk in Kampen. In 1684 wordt na een inzameling onder de Waalse gemeenteleden besloten een orgel aan te schaffen. Over een oud orgel wordt niet gerept. Er is nog geen organist. Een salaris voor een organist kan de kleine gemeente niet betalen. Nadat het stadsbestuur bereid is om een jaarlijkse bijdrage van 50 gulden uit de stadskas ter beschikking te stellen, kan een organist worden aangesteld. In de stedelijke resolutie van 6 oktober 1684 is dit als volgt omschreven: 'Ter vergadering van Schepenen ende Raedt sijnde geproponeert, hoe dat door een bijsondere liberaliteit van meest alle de ledematen van de Walsche Kerkcke een merckelijke samelinge van penningen is bij een gebracht, dat daervoor een nieuw orgel in gesijde Waische Kerke is gemaeckt en berijts voltrocken, streckende suix tot een merekelijke ciraet van dieselve; doch dat echter het geseyde orgel soude moeten stili staen, en doende verwijten, ten ware haer Wel: Edele Hoogmogende Achtbaare jaerlijcks een weynighien tot onderhout van een organist geliefden te contribueren: waar op gedelibireert sijnde, hebben haer Wel: Ed: H. M. om voorverhaelde redenen de Waalsche Kercke tot onderhout van een organist begunstight met vijftich Carl:gul: jaerhlijcks, te betalen halff en halff uyt dese Stads en Ecclesiastique Camers'.
Het is niet bekend wie het orgel heeft gemaakt. Mogelijk is het een werk van één van de drie orgelmakers die in deze tijd in Kampen aan het werk waren: Appolonius Bosch, Roelof Barentsz Duyschot (met diens zoon Johannes) of Johan Slegel. Of het orgel geheel nieuw is, zoals het in het citaat staat is niet bekend. Het orgel is gebouwd als balustradeorgel met het klavier aan de achterzijde en sierstukken en consoles aan weerszijden daarvan. De klavieromvang is C, D - c3. Het orgel is in een eikenhouten kast geplaatst die met houten pennen in elkaar is gezet. De frontpijpen zijn verguld. (04) (05)

De vermoedelijke dispositie is:

Prestant 4 voet
Holpijp 8 voet
Fluit 4 voet
Quint 3 voet
Octaaf 2 voet
Sesquialter  
Mixtuur  
Trompet 8 voet b/d

1696
Het onderhoud van de orgels in Kampen wordt gegund aan Johannes Duyschot en ook het orgel in de Waalse Kerk valt onder deze regeling. (04)

1712
Joost Derck Jalinck voert onderhoud uit onder verantwoordelijkheid van Johannes Duyschot. (04)

1732
A.A. Hinsz neemt het onderhoud over. (04)

1737
Hinsz voert een uitgebreide reparatie uit voor 150 gulden. (04)

1809/1810
Het orgel verkeert in slechte staat en dient dringend te worden hersteld. De reparatie wordt uitgevoerd door L. J. van Dam, orgelmaker te Leeuwarden voor 240 gulden. Aan de koster wordt voor onkosten nog eens 50 gulden uitbetaald. Van Dam heeft waarschijnlijk de windlade van het orgel vervangen door een nieuwe windlade, die loopt van C tot f3. Verder heeft hij vermoedelijk enkele registers gewijzigd. De Holpijp 8', die eerst was dichtgesoldeerd, werd daarna voorzien van losse hoeden waarin krantenresten uit 1809 zijn aangetroffen. Er wordt een Prestant 8' discant toegevoegd. (04)
Provinciaale Overijsselsche Courant 27 october 1809
Krantenrest van 1809 van de Holpijp 8'.

1823:
De Doopsgezinden nemen het kerkgebouw van de Waalse kerk over en stellen een eigen organist aan. (21)

1825:
In de periode van 1825 tot 1837 wordt het onderhoud en het stemmen van het orgel gedaan door A. van Gruisen en Zn. De Waalse Kerken in Nederland - de eigenaar van het gebouw - reserveerden per jaar f 50,- voor onderhoud van het orgel. In de regel schoten de Doopsgezinden zelf de kosten voor de reparaties voor en werd dit later met rente verrekend. (04)

18xx:
Het orgel wordt verbouwd tot een achtvoets orgel. (04)

1841:
Het onderhoud en stemwerk gaat naar C. F. A. Naber uit Deventer. (04)

1847:
De Doopsgezinde gemeente koopt het gebouw en het meubilair van de Waalse gemeente en besluit het orgel te laten repareren. Eerst is hiervoor orgelmaker Naber in beeld, maar uiteindelijk wordt het werk voor f 80,- gegund aan Zwier van Dijk uit Kamperveen. De organist van de Bovenkerk, J. H. van der Dussen, keurt het werk en geeft een positief oordeel. Uit tevredenheid over zijn werk krijgt Van Dijk f 5,- meer uitbetaald dan is overeengekomen. (04)

Dispositie na de werkzaamheden van Van Dijk:

Prestant 8 voet Discant
Prestant 8 voet
Holpijp 8 voet
Octaaf 4 voet
Fluit ? 4 voet ?
Octaaf 2 voet
Quint 3 voet
Mixtuur 3-4 sterk
Sesquialter 3-4 sterk Discant

Verder heeft het instrument een tremulant, een ventiel en twee blaasbalgen. De orgelkas wordt glanzend wit geschilderd door L. van den Berg Lzn. Zij doen ook het verguldwerk voor het front en verzilveren het lofwerk bij de pijpen. De windkast wordt schoon gemaakt en gewit. Zwier van Dijk voert hierna het onderhoud en stemwerk uit. (04)

Broekhuyzen Sr. vermeldt over dit orgel het volgende: 'Het orgel in de kerk der doopsgezinde gemeente, staande op de broederweg is een klein doch net gebouw hebbende eertijds behoord aan het klooster der Zwarte Zusteren, later gebruikt tot eene Waalsche kerk en is sedert 1823 ingericht voor de doopsgezinde gemeente. Bezat toen reeds een klein viervoets orgel. Dit kerkgebouw wordt in 1848 aanmerkelijk herbouwd; het orgel uit elkander genomen door de heer C. van Dijk, muzykdillettant te Kamperveen woonachtig, toen schoongemaakt en gerepareerd. Geëxamineerd door H. van der Duissen, organist aldaar heeft 8 stemmen, een handclavier (en) twee blaasbalgen. Prestant D. 8 vt Octaaf 4 vt Mixtuur 3-4 St Prestant 8 vt Octaaf 2 vt Sexquialter 3-4 St Holpijp 8 vt Quint 3 vt tremulant, ventil'. (11)

1878
Het kerkbestuur besluit het orgel te laten repareren. Van Dijk voert reparaties uit voor f 260,00. Vermoedelijk heeft hij de Mixtuur en de Sexquialter verwijderd en een Fernfluit geplaatst. In de kerkenraadsvergadering van 7 februari 1888 wordt de orgelmaker met lovende woorden bedankt voor het geleverde werk. Jan Proper, die toen al bij Van Dijk werkzaam was, bespeelt het orgel op 29 januari: 'bijzonder fraai spel de gemeente [...j doen hooren, dat het orgel thans aan de eischen van een goed Kerk-orgel'. (04)

1879
Een jaar later voert Jan Proper een reparatie uit voor f 45,-. (04)

1894-1897
J.W. Zwolle wordt in 1894 organist. In mei 1896 komt in de kerkenraad aan de orde dat het orgel in slechte toestand verkeert. Herstellen van het instrument voor een paar honderd gulden wordt weinig zinvol geacht. Beter is een nieuw orgel aan te schaffen. De kerk krijgt in hetzelfde jaar een legaat van mej. Brouwer van f 3.000,- en is financieel in staat een nieuw orgel te laten bouwen. Orgelmaker Jan Proper krijgt voor f 1.800,- de opdracht. Proper geeft f 300,- voor het oude orgel. (04)

Geschiedenis te Bovensmilde

1897:
Onderstaande advertentie zou betrekking kunnen hebben op het door Bovensmilde gekochte orgel uit Kampen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-04-1897).
Voor het plaatsen van het orgel en het maken van een galerij is toestemming nodig van het College van Toezicht van de Hervormde Kerk in Drenthe. Zie hiervoor een samenvatting van de correspondentie met het college. (18)
Jan Proper plaatst het orgel uit Kampen in Bovensmilde. De familie van de Wal financierthet orgel uit de nalatenschap van mevrouw Jantsje Sickens (1833–1897), die haar vermogen aan hen naliet. Door deze gang van zaken zijn er in Bovensmilde geen documenten te vinden over de levering van het orgel..
Onder de middentoren wordt een opschrift aangebracht: 'Geschenk ter herinnering aan de nagedachtenis van de Familie Sickens, Bovensmilde 4 juni 1897, Gebrs. de Wal'. Later wordt dit opschrift boven de klaviatuur geplaatst en daarna wordt het weer onder de middentoren aangebracht. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (07-05-1897).
Op zondag 4 juli wordt het orgel in gebruik genomen. Er wordt gepreekt over Psalm 150 vers 1. Een woord van dank wordt gericht aan de familie van de Wal voor hun bemiddeling bij de financiering van het orgel door de familie Sickens. ((155)
Kasboekk: Een collecte voor de onderbouw [galerij] bracht f 271,05 op. De entree bij de bespeling voor het orgel bracht f 15,22 op. Timmerman Joh. Beugel kreeg f 341,- voor het maken van een galerij. Twee zegels voor aanstelling van den organist f 0,45. Meester Veltmeijer krijgt voor het eerste halfjaar orgelspelen f 27,50 ((166) A. Veldmeijer wordt benoemd tot organist en voorlezer. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (06-07-1897), (23-07-1897).

Kerkenraadsbesluit 1897 tot aanschaf van het door Proper aangeboden instrument

Na plaatsing te Smilde is de dispositie:

Manuaal C - f'''  
Prestant 8 vt C-Fis gecombineerd met Holpijp, G-B hout, laat 19de-eeuws, cis0 1809, c0-d3 18de-eeuws (uitgezonderd cis0), ds3-P 1809
Holpijp 8 vt oud
Voix Celeste disc. 8 vt Prestant 8 vt disc. van 1809, omgestemd in 1897
Speelfluit 4 vt oud
Quintfluit 3 vt oud
Octaaf 2 vt oud
Fernfluit 8 vt 1887 of 1897
Prestant 4 vt oud, van verschillende makelij
Trompet 8 vt loos
? 4 vt loos
Expression    
Tremulant    

De frontpijpen worden geschilderd in aluminiumbrons.

1898
Kasboek: Organist Veltmeijer krijgt f 27,50 per halfjaar; timmerman Joh. Beugel krijgt f 341,- voor het maken van de orgelgalerij. (16)

1899
Kasboek: Jan Bult windmaken f 2,50 (16)

1900
Kasboek: Jan Bult voor windmaken f 2,50; Meester Veltmeijer krijgt per halfjaar orgelspelen f 27,50. (16)

1901
Kasboek Albert Kramer voor windmaken f 5,-; twee nieuwe notenboeken bij het orgel f 10,-; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50; J. Proper orgel nazien f 10,- (16)

1902
Kasboek: Kasboek: Kosten verzekering van het orgel en pastorie f 5,92; J. Proper orgelfabrikant f 10,-; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50. ( (16)

1903
Kasboek: Assurantie orgel f 1,01; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50. (16)

1905
M. Radix windmaker orgel f 7,50 (16)

1907
Engbert van Nijen wordt benoemd tot koster. Hij ging wonen voor f 50,- per jaar in een huurwoning met tuin naast de pastorie. Zijn werkzaamheden waren uiterst beperkt te noemen. Hij kreeg dan ook maar f 2,50 per jaar betaald.

1909
Kasboek: Radix windmaken f 10,-; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50. (16)

1911
M. Radix windmaker f 10,-; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50 (16)
In de kerkvoogdijvergadering van 7 november 'Voorts wordt besloten aan de voorzitter Dhr. van der Wal, met den Heer Proper Orgelfabrikant in correspondentie te treden teneinde met bekwame spoed iemand te sturen om het orgel in de Kerk eens grondig na te zien en te stemmen, daar door de sterkte en felle droogte de windlade niet zuiver dicht meer is en het bespelen daardoor zeer moeilijk gaat. Hieraan zal worden voldaan.
Op 13 december wordt gemeld dat het orgel voor f 1440,- is verzekerd bij de Verzekeringsmaatschappij Woudsend. (17)

1912
Kasboek: Kwitantie van J. Proper voor het stemmen orgel f 15,-; Brandschade orgel [verzekering] f 1,52; Meester Veltmeijer twee maal f 27,50; windmaker F. Hoogeveen f 10,- (16)

1916
Er wordt een akte van benoeming en instructie voor de nieuwe koster Jacob van Egmond gemaakt. Het salaris bedraagt f 65,- per jaar. Het orgeltrappen komt niet in de instructie voor. (13)

1920
Kasboek: A. Veltmeijer organist 2x f 40,-; Betaald aan H. Thijs stemmen van het orgel f 17,- (16)

1921
Het koor 'Zingt den Heer' uit Veenhuizen geeft een concert. H. Tekelburg bespeelt het orgel en mej. Lina treedt op als sopraan. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (16-03-1921).

1922
Kasboek: A. Veltmeijer 2x f 40,-; Betaald aan R. Oudega voor orgelpompen f 12,50; Betaald aan C.A. Runeman uit Assen voor stemmen en schoonmaken orgel f 6,- (16)

1925
Kasboek: M. Radix orgelpomper f 12,50 (16)

1932
Hoofdonderwijzer en organist Veltmeijer is 40 jaar in dienst van de school van Bovensmilde. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant 16-07-1932 (artikel) en (afbeelding).

1934: Hoofdonderwijzer en organist Veltmeijer gaat met pensioen. Het is niet duidelijk of hij ook stopt als organist. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-02-1934).


Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe 1937

193x:
Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier. (22)

Klik op de afbeelding voor een vergroting

1938
Er is een wijdingsavond en een jaarvergadering van de Christelijke Knapen-, Meisjes- en Kleine Meisjesvereniging. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-11-1938), (31-12-1938).

1939
Organiste mej. Britstra vertrekt en wordt opgevolgd door W. Olijve. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (28-10-1939)

1960
Er wordt een electrische windmotor geïnstalleerd. Zie brochure uit 1970.

1962-1963: Het orgel wordt wit geschilderd.


Links: Situatie voor 1976 (01) Rechts: Beeldbank Drents Archief

1970
Ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de kerk wordt een brochure uitgegeven. Over het orgel staat het volgende geschreven:
'Vanaf 1861 wordt er gebruikgemaakt van de diensten van voorzanger en voorlezers. Deze functies worden vervuld door Mr. Kalverkamp, Mr. Staal, H. Post en J. Boer Azn. Toch is dit geen ideale toestand. Op 4 juni 1897 veranderde dit echter, want toen kwam er een kerkorgel.
Door bemiddeling van de familie J. de Wal wordt uit de nalatenschap van de familie Sickens een kerkorgel geschonken. Het is een tweedehands pijporgel met eiken laden en 508 pijpen. De hele gemeente is erg verheugd over deze verbetering.
In het begin wordt nog gebruik gemaakt van een handpomp, dit veranderde pas in 1960, toen een elektrische windmotor wordt aangebracht. De eerste organist is de onderwijzer Veltmeijer. Vervolgens Mej. Britstra, Corn. Jonker en toen W. Olijve. Die heeft het nu al ongeveer 30 jaar achter elkaar gedaan.'

1971
De Rijksadviseur van Monumentenzorg voor orgels Dr. Oussoren bezoekt op verzoek van Adrianus de Groot uit Bovensmilde het orgel. Naar aanleiding van dit bezoek schrijft hij op 25 mei dat het orgel monumentale waarde heeft. Als de kerkvoogdij subsidie aanvraagt zal Oussoren een positief advies uitbrengen. (17)

1972:
Op 24 juli brengt directeur Corneille F. Janssen van het Provinciaal Museum van de provincie Drenthe in opdracht van de kerkvoogdij een rapport uit in samenwerking met Willem Retze Talsma. Van het rapport is een afschrift bewaard. (17)
De orgelkas wordt gedateerd in het derde kwart van de 17de eeuw. De kas is van eiken. De latere uitbreidingen aan de zijkanten en naar achteren zijn van vuren. De pijpen in de middentoren zijn uit 1897.
De onderkant van de middentoren liep vroeger parallel met de andere pijpenvelden. De frontpijpen waren oorspronkelijk verguld. Ze zijn later met bladtin beplakt en weer later met aluminiumverf bestreken.
De ornamenten aan weerszijden en bovenop zijn niet oorspronkelijk, evenals de ornamenten onder de middentoren en de beide spitsen.
De oorspronkelijke kleur van het orgel is flets-roze. In 1897 wordt het geschilderd in een eikenhout imitatie.
Dan volgt de huidige dispositie. De Fernfluit is nieuw. De rest van het pijpwerk is oud. De windlade wordt gedateerd op 1800.
Als vermoedelijke dispositie rond 1800 wordt genoteerd: Prestant 4', Holpijp 8', Prestant 8' discant, Gedekte fluit 4', Octaaf 2', Quintfluit 3', Mixtuur II-V, Trompet 8' bas/discant.
Het orgel zou een rugpositief kunnen zijn geweest van een groter orgel. Het orgel kreeg rond 1800 een nieuwe windlade en werd in 1847 gerepareerd (zie kranten in de hoeden van pijpen).
Het orgel lijkt van Noord-Nederlandse makelij. De kwaliteit van orgelkas en pijpwerk is zeer fraai.
Restauratie is zeer de moeite waard. De kosten worden geschat op f 60.000,-

1975
Van 24 november dateert een document waarin het orgel wordt opgenomen in het register van beschermde monumenten. Het orgel wordt daar gedateerd op 1810. Een deel van het pijpwerk is uit het begin van de achttiende eeuw.
Eveneens uit 1975 dateert een ander document met de gegevens van het orgel voor de monumentenlijst. (19)

1976
Op 28 januari schrijft  de directeur Corneille F. Janssen van het Bureau Monumentenzorg van Drenthe een brief aan de Rijksdienst voor de Monumentenzorg naar aanleiding van de omschrijving van het monument. Het orgel dateert volgens Janssen niet uit 1810, maar uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Hij baseert dit op het karakter van de festoenen aan weerskanten van de top van de middentoren. Misschien is dit een aanleiding om de omschrijving te heroverwegen? (19)
In deze periode wordt het orgel egaal groen geschilderd. (17)
Op 27 augustus schrijft het ministerie dat het orgel monumentale waarde heeft en dat het behoud van het orgel belangrijk is. Op dit moment is het niet mogelijk subsidie te verlenen vanwege het grote aantal lopende restauraties. Men verzoekt de kerkvoogdij in 1978 een nieuw subsidieverzoek in te dienen. (19)

1977
Op 9 mei stuurt de kerkvoogdij het rapport van de directeur van het Provinciaal Museum over het orgel door naar de Hervormde Orgelcommissie (HOC). Het rapport is bedoeld ter ondersteuning van orgeladviseur Willem Hülsmann.
Organist Adrianus de Groot schrijft in september 1977 een rapport. Op de tweede pagina stelt hij dat het orgel uit de Waalse kerk van Kampen afkomstig moet zijn. Op de pagina's 3-11 beschrijft hij zijn bronnen in Kampen. Op de pagina's 12 en 13 de bronnen voor Bovensmilde. Op de pagina's 14-19 wordt het orgel beschreven. Op de laatste pagina's doet hij een voorstel tot reconstructie van het oorspronkelijke front. (17)
Op 31 mei stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies.
Op 18 november verschijnt het rapport van de HOC. De HOC is nog niet op de hoogte van de herkomst van het orgel. 'De toestand van het instrument is zodanig, dat een restauratie noodzakelijk is, met name de windlade zal een volledig herstel dienen te ondergaan.' Voor een beschrijving wordt verwezen naar het rapport van Corneille F. Janssen. 'Het pijpwerk van het instrument is met uitzondering van het register Fernfluit en enkele overige pijpen, oud en voor een belangrijk deel zeer oud. De windlade en de - vermaakte - kas zijn eveneens van oude datum. Waar het hier een belangrijk instrument betreft bestaat er onzes inziens geen twijfel, dat het orgel monumentale waarde heeft.'
Op 24 november schrijft het Bureau Monumentenzorg dat uit ambtsberichten blijkt dat men van plan is het orgel te restaureren. Het orgel is een beschermd monument. Voor een restauratie is goedkeuring nodig van het ministerie.
Op 13 december schrijft de HOC dat het orgel besproken is met de rijksorgeladviseur. Deze wist te melden dat de zoon van de predikant de Groot een rapport over het orgel heeft gemaakt en al contact heeft gehad met Klaas Bolt. Men acht het wenselijk Klaas Bolt als adviseur aan te stellen. (19) (24)

1978
Op 3 januari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat na telefonisch overleg is overeengekomen om Klaas Bolt als adviseur aan te stellen.
Op 5 januari verklaart Klaas Bolt zich bereid als adviseur op te treden. Het rapport van Adriaan de Groot is al in zijn bezit. Bolt hoopt Adriaan de Groot in Boston over twee weken te ontmoeten. Na terugkeer uit de VS zal Bolt het orgel bezoeken.
Op 28 juni stuurt Reil een eerste restauratievoorstel dat is gedateerd op 19 juni.
De orgelkas wordt weer teruggebracht naar de proporties van 1809 en wordt weer een viervoets balustrade-orgel met achterkant-bespeling.
De klaviatuur verhuist naar de achterzijde. De halfronde zijvelden worden verwijderd. De kleur van de orgelkas moet nog worden bepaald.
De windlade wordt gerestaureerd en bestand gemaakt tegen de moderne verwarmingsinstallaties. De later bijgemaakte slepen voor de Trompet 8' worden verwijderd om plaats te maken voor de oorspronkelijke stekermechaniek.
De dispositie wordt als volgt:
Sleep 1: Prestant 4' - oud Hoogste octaaf nieuw vanwege het terugschuiven van de Prestant 8'
Sleep 2: Holpijp 8' oud
Sleep 3: Prestant 8' discant - oud De huidige Voix Celeste is de originele Prestant 8' discant
Sleep 4: Fluit 4' oud
Sleep 5: Octaaf 2' oud
Sleep 6: Quintfluit 3' oud
Sleep 7: Mixtuur IV nieuw
Sleep 8: Sesquialter II nieuw waarbij gebruik gemaakt kan worden van pijpen van de Octaaf 4'
De mechanieken worden nieuw aangelegd met gebruikmaking van oude delen. Er wordt een nieuw klavier, nieuw wellenbord en een nieuwe registermechaniek gemaakt.
De bestaande balg wordt niet hergebruikt.
Er kan één spaanbalg naast het orgel in een bekisting worden geplaatst. Een andere mogelijkheid is twee spaanbalgen, die dan ook handmatig kunnen worden bediend.
De bestaande windmachine kan worden hergebruikt. Wel is er een nieuwe bekisting nodig.
De kosten worden geschat op f 86.530,- in de variant met 1 spaanbalg. Er zijn stelposten van f 10.000,- voor schilderwerk; f 2.000,- voor het dichtsolderen van de Holpijp en f 8.600,- voor een dubbele spaanbalg. (08)
Op 28 juni stuurt Klaas Bolt de offerte van Reil door naar de kerkvoogdij. De prijs van Reil noemt hij ´alleszins aanvaardbaar´. Op basis van de offerte kan subsidie worden aangevraagd. Aangezien het een monumentaal orgel betreft, is er kans op 50% subsidie door het rijk, 30% door gemeente en 20% door de provincie. Bolt stuurt alvast een concept mee voor een subsidieaanvraag.
Op 3 oktober dient de kerkvoogdij een aanvraag voor subsidie met een uitgebreide toelichting in bij de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Een restauratie wordt door Reil geschat op f 137.637,- Ook is bijgesloten een rapport van het impregneerbedrijf Frans Nooren uit Stadskanaal, waarin wordt gerapporteerd dat de houtwormaantasting zeer ernstig is. (19) (24)

1979
Op 23 juli schrijft het ministerie aan de kerkvoogdij dat er geen subsidie kan worden verleend vanwege het grote aantal lopende restauraties. Misschien is er over enkele jaren een mogelijkheid. (19)

1980
Reil schrijft op 12 februari een brief met een voorstel voor een restauratie in twee fasen. De specificatie van de eerste fase is van 2 oktober 1979.
Op 18 maart schrijft de kerkvoogdij een brief aan het Ministerie van WVC met de vraag of het misschien mogelijk is na de afwijzing van het vorige verzoek de restauratie in twee fases te laten uitvoeren. (08)
Op 9 juni schrijft het ministerie dat er nog steeds geen geld beschikbaar is. De subsidiabele kosten worden vastgesteld op f 80.123,-.
Op 17 juli schrijft het Bureau Monumentenzorg van Drenthe dat er geen subsidie is aangevraagd bij de provincie. Men verzoekt dit alsnog met spoed in te dienen. Door het Bureau is al een aanmelding voor 1980 gedaan. Kan het vergulden van de frontpijpen ook in het programma worden opgenomen?
Op 13 augustus stuurt de HOC een rekening voor gemaakte reiskosten. (19) (24)

1981
Op 9 juni beantwoordt het ministerie van CRM de brief van 18 maart 1980. Helaas is er opnieuw geen financiële ruimte voor een subsidie. De plannen worden echter wel goedgekeurd. (24)

1984
Auke.H. Vlagsma  schrijft op 11 augustus een brief over het orgel.
Vlagsma bedankt voor de toegestuurde gegevens. Hij maakt een reconstructietekening van het oorspronkelijke front van het orgel.
1: Op grond van de spelling 'Octaav' op de C van de Octaaf 2'en de registernaam 'Speelfluit' zou Hinsz aan het orgel gewerkt kunnen hebben. Hinsz heeft een aantal jaren de orgels van Kampen in onderhoud gehad.
2: Van Dam heeft het orgel in 1810 omgebouwd en een nieuwe windlade gemaakt en de speeltafel naar de zijkant verplaatst. Ook is de Prestant 8' discant van hun hand.
3: Zwier van Dijk wijzigt het orgel in 1847 door er een achtvoets werk van te maken. Hij concludeert dit op grond van de dispositieopgave van Broekhuyzen. Van Dijk maakt nieuwe pijpen voor de middentoren. De balg staat nog naast het orgel, zodat Van Dijk de kas niet heeft vergroot.
4: Proper vergroot in 1897 de kas met de beide zijvelden. De balg komt onder de windlade en de klaviatuur en tractuur worden vernieuwd. De Prestant 8' wordt gewijzigd in een Voix Celeste. De Mixtuur en Sesquialter moeten wijken voor een Fernfluit 8'. De vrijgekomen sleep wordt gereserveerd voor een Trompet 8'.
Wat resteert is de zoektocht naar de oorspronkelijke bouwer.

Reconstructietekening van Auke H. Vlagsma.

1985
Op 16 oktober schrijft het Bureau Monumentenzorg van Drenthe naar de Rijksdienst Monumentenzorg. Het orgel in Bovensmilde is de laatste jaren hard achteruit gegaan. Het ogenblik dat het orgel niet meer gebruikt kan worden lijkt nabij. In 1976 is al subsidie aangevraagd. Ook de aanvragen daarna worden steeds afgewezen ondanks een restauratieplan door Klaas Bolt en een begroting door orgelmaker Reil. In 1980 is geopperd het werk in fasen uit te voeren.
- Stelt de Rijksdienst nog steeds prijs op het behoud van het orgel?
- Zo ja, kunnen er dan op korte termijn middelen worden vrijgemaakt?
- Wanneer kan de kerkvoogdij een herzien plan indienen?
Op 24 oktober schrijft de Rijksdienst Monumentenzorg aan het Bureau Monumentenzorg van Drenthe dat de brief van 16 oktober in behandeling is bij de rijksorgeladviseur.
Op 29 november schrijft Reil na een bezoek aan de kerk een nieuw restauratieplan. De vorige plannen konden helaas door ontbrekende financiën niet worden uitgevoerd. Het plan is nu om de bestaande toestand te handhaven met enkele verbeteringen. De 4-voets dispositie wordt hersteld. De kosten worden ingeschat op f 102.800,-. Voor de plaatsing van een Trompet op de lege sleep is een stelpost van f 9.750,-. Voor het dichtsolderen van de Holpijp 8' is er een stelpost van f 2268,- opgenomen.
Op 30 november geeft Klaas Bolt een totaaloverzicht van de kosten. Deze komen op f 148.697,- inclusief stelposten, BTW en honorarium HOC en adviseur. (19) (24)

1986
Op 14 mei wordt er door het ministerie een subsidie toegezegd van 80% op basis van een restauratiebedrag van f 158.967,-.
Op 3 juni verzoekt de kerkvoogdij de provincie om op basis van de toezegging van het rijk ook een subsidie toe te kennen.
Op 10 juni adviseert het Bureau Monumentenzorg de provincie om de subsidie toe te kennen.
Op 11 juni schrijft de gemeente Smilde dat het rijk subsidie heeft toegezegd..
Op 3 juli komt er een definitief bericht van de gemeente Smilde voor de toekenning van de subsidie.
Op 14 juli stuurt de kerkvoogdij een brief naar orgelmaker Reil dat de restauratie kan worden uitgevoerd.
Op 16 juli zegt de provincie een subsidie toe van 10%.
Op 23 juli verzoekt het Bureau Monumentenzorg van Drenthe of de kerkvoogdij kan berichten wanneer de restauratie begint. Dit is van belang voor het verlenen van de subsidie.
Op 5 november wordt een restauratiecontract gesloten, omdat de financiering rond is. Zie ook de begeleidende brief bij het contract. (08) (19) (24)

1987
Reil wordt uitgenodigd om op de gemeenteavond van 19 februari uitleg te geven over de komende restauratie. (08) Zie Nieuwsblad van het Noorden (07-10-1987a en 07-10-1987b) Leesvolgorde: Kolom 1,3,2,4

1988
De restauratie wordt door Reil uitgevoerd met als adviseur Klaas Bolt.
De nieuwe registeropschriften worden gemaakt door August Laukhuff uit Duitsland. Zie brief van 8 februari.
Op 24 juni schrijft de HOC dat voorzitter Diepenveen en Aart van Beek aanwezig zullen zijn bij de ingebruikname.
Het orgel wordt op 5 juli in gebruik genomen met een concert door Klaas Bolt. Zie de uitnodigingskaart en het programmaboekje. Zie Kerk en Muziek(VOGG) 1989-03 van de VOGG; Onbekende krant:: tekst en onbekende krant tekst en afbeelding Klaas Bolt tijdens de ingebruikname
De eindkeuring op 5 juli wordt verricht door Klaas Bolt en Aart van Beek namens de Hervormde orgelcommissie. Het eindrapport is gedateerd op 4 augustus.
Op 14 juli stuurt Reil een overzicht van de tot dan toe gemaakte kosten.
In een brief van 16 juli evalueert Klaas Bolt de restauratie van het orgel en stuurt hij de rekening voor honorarium en kosten.
Op 25 juli stuurt de HOC een rekening voor het honorarium van het advies.
Orgelmakerij Reil houdt de ontwikkelingen vanaf 1980 tot 1988 op hoofdlijnen bij op een aantekenblok.
Op een apart document wordt de manier van intoneren beschreven.
Op 25 november stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Tijdens de restauratie worden delen van kranten uit 1809 en 1847 gevonden in de hoeden van de gedekte pijpen. Voor details zie: bijlage 01.  (08) (24)
De restauratie en historie van het orgel wordt beschreven door Jan Jongepier in een artikel in het tijdschrift Het Orgel (1988-10) (02)

Dispositie uit dit artikel:
Manuaal C-f'''  
Prestant 8 vt C-dis2 front, 1684, zijvelden, spitstorens, onderste tussenvelden; e'' -f'' binnen, e2 en f'' 1684, rest 1988
Holpijp 8 vt 1684, geheel metaal, beweegbare hoeden
Prestant 4 vt 1809, 'disc.' staat niet op het registerplaatje, omdat het oude plaatje van de doorlopende Prestant is gebruikt; naaminscriptie 'Prestant 8' op c'.
Speelfluit 4 vt 1684, gedekt, cis3-f''' 1809, conisch
Octaaf 2 vt 1684
Quintfluit 3 vt 1684, gedekt, f'' - c''' open, cilindrisch,cis''' - f''' 1809, conisch
Mixtuur 3 st 1988 Samenstelling: C
1 1/3
1
2/3
C
2
1 1/3
1
c'
2 2/3
2
1 1/3
c''
4
2 2/3
2
Sesquialter 2 st 1988 Samenstelling: C: 1 1/3, 4/5 c: 2 2/3, 1 3/5
Trompet 8 vt 1988; eiken stevels en koppen, bekers C - B cilindrisch op voet, rest trechtervormig, hangers ook nieuw, van grenen
Pedaal C - h Aangehangen


Foto Wikimedia (06)

1997
Wilbert Berendsen geeft een concert ter gelegenheid van 100 jaar orgel in Bovensmilde. Zie programmaboekje en Smildeger Neiskrant (08-10-1997).

2004
Vanwege het PKN-proces wordt de kerk gesloten. Op 21 november 2004 wordt de laatste dienst gehouden. De gemeente kerkt nu in de Gereformeerde Kerk van Bovensmilde.

2005-2009
De kerk wordt gehuurd door de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerk van Assen, Kloosterveen. Zij bouwen in Assen een nieuwe kerk. De nieuwe Gereformeerd Vrijgemaakte Kerk 'Het Lichtpunt' in Assen is in september 2009 gereedgekomen en het huurcontract is daarmee beëindigd.

2010
In het tijdschrift Het Orgel 2010-01 komt het orgel voor in een artikel van AukeH. Vlagsma 'Drie viervoets-orgels uit de periode 1680-1725'. Zie PDF.

2014
De kerk wordt overgedaan aan de Stichting Oude Drentse Kerken

2017
De kerk wordt gerestaureerd en voorzien van een nieuw bijgebouw. De Protestantse Gemeente van Bovensmilde maakt nu weer gebruik van de kerk en heeft de Gereformeerde kerk afgestoten

2018
Door orgelmaker Henk Heideveld is LED-verlichting aangebracht boven de lessenaar. Ook is de orgelbank verlaagd en kan hij met vullatten weer worden verhoogd. De tremulant is gerepareerd en verbeterd. Het mechaniek van het Pedaal is bijgesteld.

Bronvermelding:

  1. www: http://www.kerkeninbeeld.nl (2014-02-17)
  2. Tijdschrift: Jan Jongepier, Het orgel in de hervormde kerk te Bovensmilde, Het orgel 1988/10 414-418
  3. Tijdschrift: De orgelvriend 1970/12 door A. de Groot
  4. Boek: Orgels en organisten in Kampen ISBN 90-6697-080-4 IJsselakademie 1995 blz. 82-89 door W.D. van der Kleij en W.H. Zwart
  5. Boek: Het historische orgel in Nederland  1479-1725 blz. 227-228
  6. www: https://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Hervormde_Kerk_%28Bovensmilde%29 nl (2014-02-17)
  7. www: https://reliwiki.nl/index.php/Bovensmilde,_Hoofdweg_186_-_Protestantse_Kerk  (2024-06-08)
  8. Archief Reil orgelmakerij
  9. Drents Archief: 0641 Nederlands Hervormde Gemeente Hijkersmilde en Kloosterveen 3. Archief van de kerkvoogdij  57 Ingekomen stukken en minuten van verzonden stukken 1854-1859
  10. Drents Archief: 0321 Nederlands Hervormde Gemeente Bovensmilde 13 Akte van benoeming van Jan Boer Azn. tot voorlezer en -zanger, met instructie; 1890
  11. Boek: G.H. Broekhuyzen St, Orgelbeschrijvingen (cd. AJ. Gierveld), dl. 1 (1986) 457. K 4. Kampen Provincie Overijssel)
  12. Drents Archief: 0321 Nederlands Hervormde Gemeente Bovensmilde 38 Instructie voor de koster; (1891)
  13. Drents Archief: 0321 Nederlands Hervormde Gemeente Bovensmilde 39 Akte van benoeming van Jacob van Egmond tot koster, met instructie; 1916
  14. Drents Archief: 0321 Nederlands Hervormde Gemeente Bovensmilde 40 Instructie voor koster Engbert van Nijen, 1907, met akte van verhuur van de woning met tuin naast de pastorie te Bovensmilde aan deze koster, 1907.
  15. Drents Archief: 0321 Nederlands Hervormde Gemeente Bovensmilde 2 Registers van handelingen van de kerkenraad en notulen van de vergaderingen van de stemgerechtigde lidmaten 1877-1920
  16. Drents Archief: 0321 Nederlands Hervormde Gemeente Bovensmilde 47 Register van ontvangsten en uitgaven, tevens rekeningen van ontvangsten en uitgaven; 1887/88-1925/26
  17. Archief Jans Vrieling
  18. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 97 1897
  19. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 250 Bovensmilde, Hoofdweg 186 ( NH Kerk en pastorie); 1973-1983
  20. vervalt www: https://reliwiki.nl/index.php/Bovensmilde,_Hoofdweg_186_-_Hervormde_Kerk_(1836_-_1869) (2024-06-08)
  21. www: https://reliwiki.nl/index.php/Kampen,_Broederweg_10_-_Sint_Annakapel (06-08-2024)
  22. Boek: Jaap Brouwer: Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur
  23. Boek: Auke Hendrik Vlagsma, Het Hollandse orge; in de periode van 1670 tot 1730 126
  24. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 277. Bovensmilde, 1972-1988

Bijlage 01:

Inventarisatie van de kranten die als afdichting van de pijphoeden zijn qebruikt.

Provinciaalse Overijsselsche Courant

no.

83

17

october

1809

Idem

no.

86

27

october

1809

Idem

no.

87

31

october

1809

Idem

october

1809

Idem

october

1809

Idem

67e

jaargang

±1

october

1847

Nieuwe Rotterdamsche Courant

no.

202

25

augustus

1847

Idem

no,

205

augustus

1847

Idem

no.

206

30

augustus

1847

Voorts nog een paar stroken oud stevig papier, die met muziekbalken en noten bedrukt zijn, waarschijnlijk een vioolpartij en een paar stukjes uit een oude bijbel.
De data van de kranten kloppen met de data uitgevoerde werkzaamheden aan het orgel: betaling aan L.J. van Dam op 28 jan 1810 en aan Zwier van Dijk in november 1847.


Foto's tijdens de restauratie:

Oude situatie. Pijpwerk gezien vanaf de achterzijde. Oude situatie. Pijpwerk gezien vanuit de speeltafel

Oude situatie. Gedeelte van pijpwerk reeds weggenomen voor restauratie. Nieuwe situatie. Gerestaureerde lade met pijpwerk. Nieuwe situatie. Werkzaamheden aan de gerestaureerde lade. Oude situatie. Afbouw van het instrument.




Foto's van het kerkgebouw. Links: Foto Reliwiki (07), rechts ansichtkaart uit de jaren '60 van de 20e eeuw