Dwingeloo, Hervormde kerk
In 1665 besluit Rutger van den
Boetzelaer, Heer van Batinge ende Entinghe, een orgel te plaatsen in de kerk. De
maker is onbekend. Waarschijnlijk is Van den Boetzelaer op het idee gekomen in
Coevorden, waar hij in 1657 toestemming moest geven voor het houden van een
loterij voor het financieren van een nieuw orgel. De beeltenissen van hem en
zijn vrouw komen op de luiken van het orgel. In 1887 wordt een orgel aangeschaft
bij orgelmaker Van Oeckelen en het oude orgel wordt per advertentie verkocht. De
luiken van het oude instrument worden teruggegeven aan de familie. In 1923 gaat
het Van Oeckelen-orgel verloren bij een brand. Ervoor in de plaats komt een
orgel van orgelmaker Spiering. In 1962 constateert orgeladviseur Cor Edskes dat
het orgel versleten is; men kan volgens hem het beste sparen voor een nieuw
instrument. In 1965 wordt via orgelmaker Slooff een gebruikt instrument van Van
Gelder uit Den Haag gekocht. Ondanks protesten van burgemeester mr. W.W.
Hopperus Buma wordt het orgel door Slooff geplaatst en in neobarokke zin
aangepast. Tussen 2000 en 2010 wordt het orgel in een aantal fases door Mense
Ruiter gerestaureerd en deels teruggebracht in de originele staat. Adviseur is
Stef Tuinstra.
Opnamen
5 maart 2018 Geert Jan Pottjewijd
- J.S. Bach (1685-1750):
Fuga in G BWV 576 Registratie: Prestant 8',
Holpijp 8', Octaaf 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Mixtuur (Wordt nog vervangen
door een betere opname)
Informatie over de kerk
1665
Er wordt een orgel geplaatst, waarvan de
maker onbekend is. Op het orgel stond te lezen: 'Dit monument ende
gedagtenisse heeft ter eere Gods en ter eeuwige memorie doen en laten stichten de Hoog
Welgeb. Heer Rutger van den Boetzelaer, Heer van Batinge ende Entinghe, Drossard van
Covorden ende den Landschap Drenthe.' Dit opschrift wordt in de Franse tijd
verwijderd, maar was in 1846 nog goed te lezen. Het orgel had twee deuren of luiken, namelijk
een 'Zuiderdeur', met het portret van de schenker en een 'Noorderdeur'
met het portret van zijn vrouw, 'Battina van Loohn'. Boven het klavier
stond: 'A.1665 den 14 Majus'. (01)
Het is goed mogelijk
dat van den Boetzelaer in Dwingello een orgel laat bouwen vanwege zijn rol bij
de bouw van het orgel in Coevorden in 1658. Hij moet in 1657 een loterij
goedkeuren voor de financiering van het nieuwe orgel in
Coevorden.
Het orgel heeft 7
registers en een pedaal, zoals valt op te maken uit een advertentie in de
Provinciale Drentsche en Asser courant van 20 juli 1886, waarin het orgel door de kerkvoogdij
te koop wordt aangeboden.
1671
Afschrift
van een akte van 4 Maart 1671, waarin Joost Roedolph van den Boetzelaer, heer
van Batinge en Halteren, als mede-erfgenaam van zijn oom drost Boetzelaer, op
zich neemt om de organist van Dwingeloo jaarlijks de helft te betalen van de
honderd gulden,
die het landschap Drenthe na het overlijden van de drost op het traktement van
de organist heeft gekort. (04)
Dit stuk heeft te
maken met de Landschapsresolutie van 23 februari
1665.: 'De
heer drost van den Boetzelaer heeft erlangt een subsidie tot het onderhoudt van een
organist tot Dwingeloo, waarop gedelebireert zijnde, hebben de heeren Ridderschap ende
Eijgen erfden geaccordeert de summa van hondert en dertich Caroly gulden jaarlyx te
genieten bij den Organist, soo lange als de tegenwoordige schoolmeester tot Dwingeloo sal
leven, en sulx onder consequentie inkumpstich'. (22)
1674
Hoger op het orgel staat vermeld: 'I. Delbrugh, Ao 1674 d. 9 Julij' (01) (02).
1682
Van 24 januari
dateert een akte van benoeming van meister Jacop Jansen Schmit? van Uithuizen in Groningen
tot organist-schoolmeester van Dwingelo door Joest Rudolph van den Boetzelaer heer te Batinge en Halteren en Niclaes van Echten heer te Entinge, als
collatoren. (05)
Nota van de predikant van Dwingeloo omtrent het
traktement van de koster-schoolmeester. (03)
In een noot van de hand van Mr. J.G.C. Joosting, rijksarchivaris in Drenthe en
samensteller van het huisarchief Batinge. Uitgegeven te Leiden in 1910 staat:
'Volgens het
stuk heette 'de voorgaande coster-meister Jan; de oorlog met Munster behoorde tot het
verleden. Het stuk dateert dus van circa 1682, toen de opvolger van Jannes d'Elbrugh
is
beroepen.' Waarschijnlijk wordt hier dezelfde persoon genoemd als de vermelding
van 'Delbrugh, Ao 1674 d.9 Julij' op het orgel. (20)
Ca. 1690
Fragment
van een getuigenverhoor, waarbij Jacob Jansz. Smit verklaart dat, toen hij schoolmeester
was in Dwingeloo, een zekere Hendrikjen woonde in het huisje
'op de vicarijgeren tegenover het tegenwoordige Franse huijs', doch dat hij geen huur van haar heeft kunnen krijgen.
(06)
Gezicht op
Dwingeloo in de 18e eeuw. De theekoepel behoorde bij de havezate Batinge (Monumenten
in Nederland 2001)
1726
Akte van
5 november met een regeling voor het
treden van de balgen.
'De Kerkvoogden in der Tijd tot Dwingeloo zullen weldoen
en betalen an de Scholts, Prins en Comp: Zodaane penningen als mij van haer op
Maij 1727 of zoo ick verder Continuëerd
tot Zt Jacobi 1727 van het Orgel
blaesen als dan toekomen 't zal haer E. onder quitancie voor goede betaling
verstrecken, Dwingeloo 5e november 1726
Dit is't X Mark van
Fennechjen
Evers in mijn
presentie getogen
hendrick Lubberts
1728
Op 9 januarij is
door de kerkvoogd Albert Santing an mij wegens de weduwe van Roelof Roelofs
kromholt twalf gulden betaalt op assen deese voor quitum sij in Dwingeloo op dato
als boven'
1727-1729
Uit deze tijd dateren documenten
over de vorderingen van de organist-schoolmeester in Dwingeloo op de heer van Oldegaarde tot voldoening der klokrogge.
(07)
1739
Getuigschriften voor Anthonij Kortrijk
met bewijzen van zijn bekwaamheid als schoolmeester en organist. Meegestuurd
worden aanbevelingen
van David Leo en H. Jaarsma, organisten te Steenwijk. (09)
1773
Door het overlijden van de vorige organist, Anthony
Kortrijk, moet er een nieuwe organist worden benoemd. De
correspondentie met de binnengekomen sollicitaties
is bewaard gebleven. (10)
1781
Correspondentie bij de benoeming
van Klaas Harms uit Diever tot koster en schoolmeester. (21)
1835-1860
In de verslagen van de
kerkvoogdij wordt ieder jaar gemeld wat er is uitgegeven aan het onderhoud van het
orgel. De bedragen variëren van f 10,- tot f 25,-
1846
Ds.
Van Schaick van Dwingeloo schrijft in de Drentsche Volksalmanak een
artikel over de kerk
en het orgel. (01)
1849:
In een ingezonden brief in de Drentsche courant
van 2 februari schrijft 'Z.' over het recht
van de adel in Dwingeloo tot het benoemen van kerkvoogden, koster, voorzanger en
organist. Hij schrijft dat dit recht al bij de grondwet van 1814 verloren is
gegaan.
1850
Bij de viering van het 250-jarig bestaan van de kerk
was er zoveel belangstelling voor deze viering dat de orde door de politie moest
worden gehandhaafd.
De staat van het onderhoud van het orgel was toen
nog zo goed dat men
er zelfs bovenop kon zitten! Zie Drentsche Courant (31-12-1850),
Boekzaal der Geleerde Wereld (1850).
1851
Het orgel wordt gerepareerd door een zekere Klein (23) en daarna
door hem
gedemonstreerd met een orgelconcert.
De opbrengst van het concert wordt
bestemd voor de armen. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (14-10-1851).
De
in het krantenbericht gemelde reparatie is in de
kerkvoogdij-notulen niet terug te vinden.
1855
Er
wordt 230 gulden uitgegeven aan 'reparaties
aan het orgel'. Niet
bekend is welke werkzaamheden zijn uitgevoerd. (14)
1856
In de
kerkvoogdijnotulen van 30 augustus
wordt besloten dat de kerkmuren moeten worden gewit en de kerkzolder blauw
geverfd. (16)
De kerkmuren waren dus vóór de brand van
1923 gepleisterd.
1865
Er worden sollicitanten opgeroepen voor de functie
van
hoofdonderwijzer in Dwingeloo. Er is uitzicht op een benoeming tot
koster en organist. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (23-09-1865).
Op
16 oktober vraagt koster en organist G.
Deeze per 1 november ontslag als organist. (17)
1866
Op 13 maart en
31 maart komt in het College van Toezicht een geschil aan de orde tussen de
kerkvoogdij van Dwingeloo en collator A.W. Westra van Holthe over de benoeming
van een organist en de voordracht van een koster. (26)
1870
Oud-predikant Van Schaick beschrijft in het blad De Oude tijd
jaargang 1870 het orgel in de kerk.
(18)
1875:
Op 19 november
dient Roelof Koeling een rekening in voor reparatiewerkzaamheden. Een van de
posten heeft betrekking op een uitgave van f 20,- voor het orgel. (17)
1876:
Er worden sollicitanten opgeroepen voor de functie
van hoofdonderwijzer in Dwingeloo. De huidige hoofdonderwijzer is ook koster en organist.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (20-06-1876).
In de kerkvoogdijvergadering van 20 september
wordt het vertrek van de organist besproken. Dit is een goed moment om de
instructie voor de functie van koster/organist opnieuw te bezien.
In de vergadering van
25 oktober wordt gemeld dat organist Bouwman is vertrokken naar Beerta. De
nieuwe hoofdonderwijzer, Roelof Staal, wordt organist.
Op 27 december en 2
januari wordt gesproken over herstel van het orgel door Ansingh uit Zwolle.
Ansingh heeft op 19 december het orgel geïnspecteerd. Ansingh kan het orgel in orde
maken voor f 150,-. Er wordt besloten eerst informatie over Ansingh in te winnen
voordat een besluit wordt genomen. (13)
1877
In de kerkvoogdijvergadering van 27
december komt aan de orde dat organist Staal heeft gevraagd om
vrijgesteld te worden van het aansteken van de kaarsen bij de godsdienstoefeningen in de
avond, omdat dit veel tijd kost. Hij had al eerder te horen gekregen dat hij
gedeeltelijk vrijstelling had. De kerkvoogdij besluit dat de huidige situatie
blijft gehandhaafd. (13)
Op
20 februari wordt een brief van
Ansingh uit Zwolle besproken, waarin wordt geconstateerd dat er een nieuw klavier
geïnstalleerd moet worden omdat het oude klavier verwormd is. Hierdoor gaat de
reparatie langer duren dan gepland. In de tussentijd stelt Ansingh een harmonium
beschikbaar dat per boot naar Dieverbrug vervoerd kan worden. De kerkvoogdij
dient het vervolgens per boerenkar in Dieverbrug af te halen. Het harmonium wordt gratis ter beschikking gesteld. (17)
1882
Op 16 mei schrijft orgelmaker
Roelof Meijer uit Veendam dat hij van de kerkvoogdij in Alblasserdam heeft gehoord
dat Dwingeloo navraag heeft gedaan naar een orgel. Meijer bouwt
in Alblasserdam
een nieuw orgel voor de kerk als vervanger voor een kleiner orgel dat hij
eerder leverde. De maten van dit orgel zijn 370 cm hoog en 330 cm breed. De dispositie
luidt als volgt: Prestant 8', Bourdon 16', Holpijp 8', Viola di Gamba 8', Octaaf
4', Fluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2'. De kast is zwart gevernist. Meijer kan het
orgel leveren voor f 1.500,- met vijf jaar garantie. (17)
In de vergadering van 22 mei komt
het orgel van Alblasserdam aan de
orde. Er staat een
advertentie in de krant Nieuws van de Dag. Uit ingewonnen informatie blijkt dat de
eigenaar van het orgel niet solide is en de kerkvoogden besluiten van de koop af
te zien. (13)
Op
27 mei volgt er nog een brief uit Alblasserdam met gegevens over de
ingebruikname van het nieuwe instrument. (17)
1883
In de vergadering
van 13 oktober wordt het
vertrek van onderwijzer Staal gemeld. De nieuwbenoemde hoofdonderwijzer Boneschanscher
wordt ook weer koster en organist. Hij zal de instructie van 26 maart 1882 ondertekenen. (13)
1886
In de
vergadering van 3 juni wordt een
brief van organist Boneschanscher behandeld waarin hij de slechte toestand van
het orgel noemt. Hij heeft geïnformeerd naar een nieuw orgel bij Van Oeckelen.
Deze biedt in een advertentie twee orgels aan voor f 1.600,- en f 2.200,-.
Er wordt besloten de notabelen op 5 juni bijeen te roepen voor
overleg.
Het nieuws van den dag: kleine courant 31-03-1886
Op 5 juni wordt door
de kerkvoogdij en notabelen besloten een commissie naar van Oeckelen in Haren te
sturen om het een en ander te bezien. Gevraagd zal worden of het oude orgel kan
worden ingeruild. Als dit niet mogelijk is, kan het orgel per advertentie te koop worden
gezet. Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant (10-06-1886)
De advertentie
voor de verkoop van het oude orgel wordt in juli geplaatst. Zie Provinciale Drentsche
en Asser courant (20-07-1886), Het nieuws van de dag
(20-07-1886).
Uit de advertentie blijkt dat het orgel
zeven registers heeft en een pedaal.
In de vergadering van 25
september doet de commissie verslag van haar bezoek aan Van Oeckelen. De
orgels worden goed bevonden, maar aangezien er nog geen kopers voor het
oude orgel waren, kan er nog geen sprake zijn van een nieuw orgel. (13)
1887
In de kerkvoogdijvergadering van
8 juni wordt de kerkvoogdij door de
notabelen gemachtigd het oude orgel te verkopen en voor f 2.250,- een orgel te
kopen bij Van Oeckelen. Wel krijgt men nog de opdracht mee om met Van Oeckelen te
onderhandelen of de aankoopprijs kan worden verlaagd. (13)
Op 13 juli een brief van Van
Oeckelen aan de kerkvoogdij. (Deze dient nog ontcijferd te
worden) (17)
In juli informeert orgelmaker
Jan Proper naar de afmetingen, aantal registers en de prijs van het oude orgel.
Wanneer moet het orgel uit de kerk worden gehaald en wat is de afstand tussen
Dwingeloo en Meppel? Proper moet een orgel in Meppel stemmen en wil graag eens
kijken in Dwingeloo. (17)
Er worden weer advertenties
geplaatst om het orgel te verkopen. Zie Rotterdamsch nieuwsblad (15-08-1887).
Soortgelijke advertenties in Het nieuws van den dag : kleine courant
15-08-1887, Nieuwe Haarlemsche courant 21-08-1887 en 25-08-1887
Op 31 augustus wordt in het
College van Toezicht (verbaal 29/15)
een brief van 14 augustus van de kerkvoogdij van Dwingeloo behandeld. Mag de afkoopsom van de pastoriepacht
worden gebruikt voor de aanschaf van een nieuw orgel?
Dit wordt toegestaan mits een schuldbekentenis wordt opgemaakt. (27)
Op
12 september en 21 oktober komt de
aankoop van het orgel weer aan de orde. Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant (24-09-1887).
In de vergadering van
21 oktober wordt de
brief van Van
Oeckelen behandeld waarin hij toezegt het orgel voor f 2200,- te leveren. Voor
het plaatsen rekent hij f 50.- of f 56,-. Hij is in Dwingeloo geweest en constateert
dat het orgelbalkon eerst moet worden hersteld voordat het nieuwe orgel
geplaatst kan worden. Voor het oude orgel wil hij f 30,- betalen. De kerkvoogden
vinden dit bedrag niet hoog genoeg.
Op
31 december worden de financiën met
koster/organist Boneschanscher over 1887 afgesloten. (13)
Ondanks verzet van Mr. W.L.
van den Biesheuvel Schiffer
(zie Drentsche Volksalmanak 1890 53-67)
wordt het orgel
met de luiken uit de kerk verwijderd om te worden vervangen door het orgel van Van Oeckelen.
Op 27 november wordt het nieuwe orgel in gebruik genomen. De dienst wordt
geleid door ds. Andrée Douwes. De eigen organist Boneschanscher demonsreert het
orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (22-11-1887),
(30-11-1887), Het nieuws van den
dag : kleine courant (03-12-1887),
Het
nieuws van den dag kleine courant (01-12-1887), Meppeler Courant
(30-11-1887), Provinciale Drentsche en Asser courant
(22-11-1887).
Het oude
orgel zou volgens een bericht uit Het Orgel
tweede jaargang no. 11, 1 januari 1888 afkomstig zijn uit het slot 'Batum' (Batinge).
'Het familiewapen dat op het orgel prijkte, met de beschilderde deuren dien het
orgel insloten, zijn aan de familie teruggegeven'. Het orgel is direct voor de kerk van Dwingeloo gebouwd. Het is wel mogelijk dat er in
Batinge een orgel heeft gestaan, omdat de organist van de kerk van Dwingeloo in
1690 wordt betaald voor het spelen in de Franse kerk van Dwingeloo. Zie
Dwingeloo-Batinge
Dispositie:
| Prestant | 8' tin in front |
| Bourdon | 16' |
| Holpijp | 8' |
| Viola di Gamba | 8' |
| Octaaf | 4' |
| Speelfluit | 4' |
| Quintfluit | 3' |
| Woudfluit | 2' |
| Trompet | 8 |
1888
In de kerkvoogdijvergadering van 28
januari wordt overlegd hoe men het resterende bedrag voor het orgel moet
financieren. (13)
1889
In de vergadering
van 7 maart komt de financiering van het orgel weer aan de orde. Voor
de aankoop van het orgel is een lening van f 2.250,- gesloten. Volgens het
College van Toezicht heeft de kerkvoogdij geen machtiging gekregen voor het
aangaan van deze lening. De kerkvoogdij is van mening dat er toestemming is
gegeven op 31 augustus 1887. (13)
Op 13 maart komt in
het College van Toezicht de financiering (verbaal 12)
van het orgel weer aan de orde. Het besluit van 1887 is niet helemaal conform de
voorschriften verlopen. Het besluit tot aankoop had moeten plaatsvinden in een
gecombineerde vergadering van kerkvoogden en notabelen.
Op 27 april komt
Dwingeloo weer ter sprake (verbaal 20)
in het College van Toezicht. Het orgel heeft f 2.250,- gekost. De afkoop van de
pastoriepacht heeft f 1.250,- opgebracht. Voor het resterende bedrag van f
1.000,- is een lening gesloten, opgesplitst in tien aandelen van f 100,-. Per jaar
wordt een aandeel afgelost. (28)
1890
In de Drentsche Volksalmanak van 1890 wordt de kerk en haar inventaris
beschreven in het artikel De kerk van Dwingeloo door Mr. W.L. van den Biesheuvel Schiffer. Op de
bladzijden
57, 58 en 62 wordt het oude orgel beschreven.
'Het orgel, ofschoon niet
meer dan ruim twee eeuwen oud, gaf toch in die kerk, waaruit alles wat aan
vroegeren toestand herinnerde verdween, een aangenamen indruk. Op twee
vleugeldeuren daarvan kwamen niet de wapens, zooals men vindt beschreven, maar
de beeldtonissen van Rütqek van den Boetzeeaee en diens Echtgenoote Vrouwe
Bethina van Loohn voor, zooals blijkt uit daaronder staande initialen. Daaruit
kan worden afgeleid, dat het juist is, wanneer men beweert, dat er vroeger eene
inscriptie op dat orgel aanwezig was, luidende: Dit monument ende gedachtenisse
heeft ter eere Gods
en ter eeuwige memorie doen en laeten stichten den Hoog
Wel Geb. Heer Kutger van den Boetzelaer, Heer van Batinghe ende Entinghe,
Drossard van Coverden ende der Landschap Drenthe. Na mijn bezoek vernam ik, dat
men in de kerk een nieuw orgel wilde aanbrengen. Ik heb mij toen veroorloofd
in bedenking te geven, het front van het oude orgel met genoemde vleugeldeuren
niet uit de kerk te verwijderen, maar het eene andere plaats te geven, waartoe
alle gelegenheid bestond. Het heeft niet mogen baten; men heeft het van de hand
gedaan, en daarmede is alles uit het meubilair der kerk verdwenen, wat nog
herinnerde aan vroeger tijd. Alleen hangt er nog een koperen kerkkroon; wanneer
die nu eerlang voor mislijke petroleumlampjes zal hebben plaats gemaakt, dan is
de zaak in orde.'
1892
Organist Boneschanscher verzoekt op
19 januari ontheven te worden van
zijn taak als klokkenluider. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan verzoekt hij om
verhoging van het traktement. (17)
1903
In
de Provinciale
Drentsche en Asser courant van 2 maart is een
beschrijving te vinden van de plichten en de
inkomsten van de onderwijzer in Dwingeloo in 1784.
1908
Organist Boneschanscher viert zijn 25-jarig jubileum als organist
en hoofdonderwijzer. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (17-10-1908), Het Orgel
(1908 november).
1908
Concert door organist J.H. Secrève, mevr. Secrève-van
Emminck zang en Jan C. Manifarges viool. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(14-03-1908), (24-03-1908).
1922: Concert door de organist van de Grote Kerk van Steenwijk
dhr. van Wageningen. De opkomst was niet bijzonder groot omdat de organist hier
niet bekend was. Het tweede concert trok meer bezoekers. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(20-06-1922), (06-12-1922).
1923: Op 27 mei schrijft
organist Boneschanscher dat hij per 1 september met pensioen zal gaan als
hoofdonderwijzer in Dwingeloo en dat hij ook zijn functie als organist wil
beëindigen.
Op 28 augustus wordt Boneschanscher uitgebreid gehuldigd na
afloop van het schoolfeest. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
30-08-1923
Als opvolger is de heer Mulder uit Dieverbrug benoemd.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (13-10-1923).
De kerk wordt op maandag 13 augustus door een grote brand getroffen. De kerk
met orgel en zeven huizen worden verwoest. 
Ansichtkaart 1923
Vele kranten berichten over de brand:
-
Emmer
courant 18-08-1923
- Sumatra Post 13-09-1923 01
en 02
- Sumatra-bode
20-09-1923
- Nieuwsblad van het Noorden 14-08-1923 en
16-08-1923
-
Provinciale Drentsche en Asser courant 14-08-1923 en
15-08-1923
- Provinciale
Drentsche en Asser courant 18-08-1923
1925: Voor de aanschaf van een nieuw orgel worden bazaars gehouden. Zie
De standaard
02-06-1925, Provinciale Drentsche en Asser courant 25-04-1925
en
23-05-1925, Meppeler Courant 23-05-1925,
30-05-1925,
30-05-1925
M. Spiering
uit Dordrecht levert een orgel dat wordt geplaatst door orgelmaker Thijs. Thijs
krijgt daarvoor op
8 oktober een bedrag van f 3.950,-
uitbetaald.
De kerk en het orgel worden op 4 oktober officieel in gebruik genomen. De
dienst wordt geleid door de consulent ds. Van Dalfsen uit Dieren. Zie Het Orgel
1925 (juli 1925), Nieuwsblad van het Noorden
(24-09-1925), Meppeler Courant
(1925-09-23), De Nederlander
(06-10-1925), Provinciale Drentsche en Asser courant
(05-10-1925).
Dispositie:
| Manuaal | C - f' | Pedaal C - d' |
| Bourdon | 16' b/d | Aangehangen |
| Prestant | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Salicionaal | 8' | |
| Viola da Gamba | 8' | |
| Octaaf | 4' | |
| Roerfluit | 4' | |
| Quint | 2 2/3' | |
| Octaaf | 2' | |
| Trompet | 8' |


Links ansichtkaart: http://www.kerkeninbeeld.nl,
rechts: ansichtkaart
1928
Concert door organist L. van Aalst uit Assen, H. van
Borsem-Waalkens viool en H. Zeephat zang. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (22-03-1928).
1935
Oproep
van sollicitanten voor de functie van organist. Na een vergelijkend examen wordt
de heer P.J.A. Krayma, leerling van Johan van Meurs, benoemd. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (23-11-1935),
(11-12-1935).
193x
Johan
van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier.

Klik op
de afbeelding voor een vergroting (30)
1937
De opschriften op het eerste orgel van de kerken worden vermeld in het
boek Genealogische en
heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe. (29))
1950
Het hervormde kerkkoor geeft een zangavond met
medewerking van de heer Geuchies (organist van de Gereformeerde Kerk in Dwingeloo) en H. Groter
uit Meppel op viool. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (14-03-1950).

Foto: Stichting Orgelcentrum nr. Gr 2112
1959
De kerkvoogdij plaats een advertentie voor een nieuwe organist.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (16-09-1959).
Op 9 december meldt
Reil dat hij uit voorraad een windmotor kan leveren. Reil maakt ook een
rapport over het orgel. Hij constateert dat het orgel nog geen windmotor heeft.
Het front past prima in de kerk. Door lekkage in de windlade is het handmatig pompen
uiterst moeizaam geworden. De windlade zou gerestaureerd moeten worden. Bij een
restauratie zou de Gamba 8' vervangen moeten worden door een Mixtuur II-III.
In een brief van 16 december schrijft
Reil dat twee medewerkers voor de kerstdagen een windmotor zullen plaatsen. Er dient dan een elektricien aanwezig te zijn.
Het front wordt schoongemaakt en een stembeurt uitgevoerd. Zie de
rekening van 31 december. (15)
1960
Op 11
augustus vraagt orgelmaker L. Rinkema uit Woldendorp naar de stand van zaken
van zijn offerte voor het plaatsen van een Meidinger-windmotor. (15)
1961
De kerkvoogdij van Dwingeloo heeft gebeld met de Hervormde
Orgelcommissie (HOC). De HOC beantwoordt
de vragen op 9 oktober
en licht haar werkwijze toe. Een voorlopig onderzoek kost f 35,-.
Op 1 november
geeft de kerkvoogdij de HOC
opdracht voor een voorlopig onderzoek. Op 2 november
schrijft de HOC dat Cor
Edskes een afspraak zal maken voor een bezoek. (12) (34)
1962
Op 27 februari verschijnt het voorlopig rapport van Cor Edskes.
& - De windlade
is lek en heeft door- en bijspraak.
- De mechaniek is slecht
geconstrueerd en het toucher is taai.
- Het pijpwerk is in slechte staat
en heeft veel beschadigingen. Veel zinken pijpwerk, kernsteken, expressions en te
kleine voetopeningen.
- De intonatie is slecht.
- De orgelkas is van
een slechte constructie. Er is veel triplex en een dak ontbreekt.br>& - Er
zijn lekkages in
de windvoorziening.
- De vervangingswaarde wordt geschat op f 35.000,-.
Conclusie: ‘Zoals uit bovenstaande blijkt, bevindt uw
orgel zich in een zeer slechte staat. Daar het instrument zowel constructief als
artistiek van zeer slechte kwaliteit is, moeten wij U derhalve een herstel met
klem ontraden. De kosten zouden in dit geval hoog zijn, terwijl de werkelijke
waarde van het orgel ook na herstel wel eens geringer kon zijn dan de aan het
herstel bestede gelden. De enige oplossing voor uw situatie is dan ook de
aanschaf van een nieuw, zij het bescheiden, kwaliteitsinstrument. Wij zouden
U willen adviseren zo spoedig mogelijk tot fondsvorming over te gaan, ten einde
binnen afzienbare tijd tot de bouw van een nieuw instrument te kunnen overgaan.
Aangezien de prijzen in de orgelbouw voortdurend de neiging hebben te stijgen, vindt
het alle aanbeveling eventuele nieuwbouwplannen zo spoedig mogelijk te
realiseren. Indien bij U op een aantal punten nog vragen mochten bestaan, dan
zijn wij gaarne bereid U hierover nader in te lichten.'
Op 9 maart vraagt de
kerkvoogdij waar ze het orgel het beste kunnen verzekeren. Men is het
eens met de conclusie om het orgel niet te restaureren.
De HOC schrijft op 13 maart
aan de verzekeringsmaatschappij Stormbrand om contact op te nemen met de kerkvoogdij in
Dwingeloo. Dit melden ze ook aan de
kerkvoogdij.
Op 19 maart stuurt
de HOC een rekening voor het voorlopig advies.
Op 17 mei wil de
kerkvoogdij graag een kopie van het rapport, omdat het rapport is zoekgeraakt. Het rapport
zal in een bespreking met de notabelen
aan de orde komen.
Op 21 mei
stuurt de HOC een afschrift. (12) (34))
1964
Er
worden
acties gevoerd om geld in te zamelen voor een nieuw orgel door bijvoorbeeld de
voetbalvereniging. Daarnaast worden
collectanten gezocht.
Op
7 maart schrijft organist Smit aan predikant ds. Bosma dat er een orgel uit Den Haag in de werkplaats van
orgelmaker Slooff staat opgesteld. Volgens Slooff is het pijpwerk van
uitstekende makelij. De door Smit geconstateerde lekkage was te wijten aan de
windlade en niet aan de pneumatiek. Een prijsopgave voor een restauratie duurt nog
even vanwege ander onderhanden werk. Kan Smit een afspraak maken om over de
datum van oplevering te overleggen?
Op
23 september schrijft de
burgemeester van Dwingeloo mr. W.W. Hopperus Buma een brief aan de kerkenraad en kerkvoogdij van Dwingeloo. Hij
spreekt zijn zorgen uit over het proces tot aanschaf
van het orgel en inzet van deskundigheid. In een
bijlage b beschrijft hij de gang van
zaken tot nu toe: Zijn vrouw heeft de advertentie waarin de Doopsgezinde kerk van Den Haag
haar orgel te koop aanbood gelezen. Mogelijk zou dit geschikt zijn voor de kerk in
Dwingeloo. Bij een bezoek aan het orgel blijkt dat
orgelmaker Slooff het orgel eveneens wilkopen. Als Slooff hoort dat Dwingeloo ook
een gegadigde is, trekt hij zich terug. Op dat moment wordt afgesproken dat
Slooff het orgel zal plaatsen in Dwingeloo. Op deze
manier is er geen deskundig adviseur bij betrokken. Buma heeft daarom Dr. Vente
geraadpleegd. Volgens Vente is het zeer onverstandig dit werk door
een onbekende orgelmaker, zonder adviseur, te laten uitvoeren. Vente is bereid
het orgel in de werkplaats van Slooff te inspecteren. De kerkvoogdij besluit
geen gebruik te maken van het advies van Vente. Dit gebeuren speelt zich al af in februari.
Sinds die tijd is het stil. Nu wordt gevraagd voor de restauratie van het orgel
f 10.000,- bijeen te brengen. Volgens deskundigen (organist Smit en orgelmaker Slooff) zou
het een prima orgel zijn. Buma raadt aan toch een deskundige in te schakelen. (15)
InIn het archief van het Bureau Monumentenzorg zijn
notities bewaard over de
belangstelling die de Hervormde Kerk van
Sleen h had voor de gipsen beelden en de harp van het Spiering-orgel.
1965
Op 25 januari
beantwoordt de kerkenraad de brief van
14 januari van Buma. De kerkenraad verwijst naar de kerkvoogdij voor een
antwoord op zijn brief van 29 september. (15)
Orgelmaker
Slooff wordt uiteindelijk toch belast met de restauratie en plaatsing van het
Van Gelder-orgel (1886) uit de Doopsgezinde kerk van Den Haag.
Voor de geschiedenis en afbeeldingen van het orgel te Den Haag zie de
tekst onderaan deze
pagina.
Bij plaatsing in Dwingeloo vinden de volgende werkzaamheden plaats:
- De combinatietrede van het Hoofdwerk wordt verwijderd.
- De zwelkast van het Bovenwerk
wordt verwijderd.
- De windlade van het Hoofdwerk wordt naar achteren verplaatst vanwege de
aanwezigheid van een trekbalk.
- De Trompet 8' wordt weer geheel op de lade
geplaatst.
- Op het Hoofdwerk wordt de Bourdon 16' verwijderd en een Mixtuur
II-III toegevoegd.
- Op het Bovenwerk wordt de Fluit Harmoniek verwijderd en
vervangen door een Fluit 4'. De Voix Celeste wordt vervangen door een Piccolo
2'. Op een kantsleep wordt een Sesquialter I-II toegevoegd en de Salicionaal 8' wordt vervangen door een
Prestant 4'.
- Op het Pedaal wordt de Octaafbas 8'
vervangen door een Koraalbas 4'. (11)
Adviseur bij de
restauratie is de eigen organist H. Smit uit Meppel.
Het orgel wordt op
zondag 14 maart in gebruik genomen in een gewone kerkdienst. Het orgel wordt
bespeeld door de eigen organist H. Smit. Ds. Bosma leidt de dienst en het
hervormd kerkkoor werrkt mee. De geldinzamelingen leveren in totaal f 16.000,-
op. Het resterende bedrag wordt geleend bij de diaconie. De diensten zijn een
jaar lang begeleid op een harmonium. Zie Meppeler Courant (12-03-1965).
Dispositie na plaatsing in Dwingeloo:
| Hoofdwerk | Bovenwerk | Pedaal | |||
| Prestant | 8' | Bourdon | 8' | Subbas | 16' |
| Holpijp | 8' | Prestant | 4' | Bourdon | 8' |
| Octaaf | 4' | Fluit | 4' | Koraalbas | 4' |
| Roerfluit | 4' | Piccolo | 2' | ||
| Quint | 2 2/3' | Sesquialter | II | ||
| Octaaf | 2' | Tremulant | |||
| Cornet | V discant | ||||
| Mixtuur | II-III | ||||
| Trompet | 8' |
De twee potten en de harpversiering op het Spiering-orgel van 1925 worden
verkocht aan de Hervormde kerk van Sleen. (Zie briefwisseling tussen
Sleen en Dwingeloo bij Sleen)
Het oude orgel wordt verkocht aan orgelbouwer Slooff.

Fotokaart van Slooff Orgelbouw
1966
Op 3 augustus geven organiste Marjan Verrips-Doorn en de
sopraan J. Vosman-de Vries een concert. (15)
Zie het
programma en
Meppeler Courant (05-08-1966).
Maarten Seijbel schrijft een artikel (nr. 14) over het orgel in een serie over
de orgels van Drenthe. Zie Asser Courant (19-11-1966).
1976
In 1976 worden er regelmatig orgelconcerten georganiseerd. Zie
Nieuwsblad
van het Noorden (10-04-1976).
Op 29 mei schrijft
onderwijzer Reinder Smit aan het Provinciaal Museum dat hij de portretten heeft
teruggevonden bij iemand in Den Haag. Hij heeft de eigenaar bezocht en de
portretten gefotografeerd. De eigenaar is bereid ze af te staan. Kunnen deze
portretten niet naar Dwingeloo? Zie Nieuwsblad van het Noorden (02-06-1976), Meppeler Courant
(02-06-1976),
Onbekende krant van (03-06-1976). (24)
Op 13 augustus schrijft de HOC op verzoek van
de kerkvoogdij een rapprapport over het
Van Gelder-orgel. Het
is een instrument van de orgelmaker van Gelder uit 1886 en wordt in 1964
door orgelmaker Slooff in Dwingeloo geplaatst, waarbij het is gewijzigd.
De beide
windladen zijn in slechte staat en vertonen door- en bijspraak. Het pijpwerk is
voor een belangrijk deel origineel. De complete klaviatuur is nieuw behalve de
registertrekkers. 'Het orgel zal een algehele restauratie moeten ondergaan,
waarbij overwogen kan worden, of het zinvol is om de originele toestand te
herstellen.' De HOC acht de kans klein dat het orgel wordt opgenomen op de
monumentenlijst. Op dezelfde datum
vraavraagt de HOC aan rijksorgeladviseur Wiersma of het orgel in aanmerking komt
om te
worden erkend als monument. 75% van het pijpwerk is nog origineel.
Op 19
augustus stuurt de HOC een rekening
voor het advies.
Op
30 augustus sch schrijft Smit aan het Bureau voor Roerende Monumenten dat hij op
18 oktober 1975 navraag heeft gedaan over de verblijfplaats van de portretten. Deze
zijn
te vinden onder nr. C1773. Op 29 mei brengt Smit een bezoek aan baron Van
Boetzelaer. Op grond van documenten die in het bezit zijn van Van Boetzelaer kan worden
vastgesteld dat het inderdaad gaat om de panelen die behoren bij het orgel dat
van 1665 tot ca. 1890 in de kerk van Dwingeloo heeft gestaan. Is het mogelijk dat ze
worden afgestaan aan de kerk van Dwingeloo? Er is al overleg geweest met Corneille
Janssen van het Provinciaal Museum.
Op
4 september schrijft Smit aan
Corneille Janssen dat de kerk van Dwingeloo niet te vochtig is. De organist
heeft zelfs waterbakken laten plaatsen omdat de lucht te droog is.
Op
17 november schrijft Corneille
Janssen aan Smit dat hij een aanbevelingsbrief zal schrijven om de portretten
naar Dwingeloo te halen. Graag nog geen publiciteit vanwege mogelijke
gevoeligheden.
Op 17 november
s
schrijft Corneille Janssen een aanbevelingsbrief naar de Rijksdienst Verspreide
Kunstvoorwerpen om de portretten en de delen van de orgelkas aan Dwingeloo af te
staan.
Op 13 december verstuurt de HOC een
herinnering voor de nota van 19
augustus. (24) (34)
1977
Op 5 januari schrijft het Bureau Roerende
Monumenten dat de dienst bereid is de bruikleen te beëindigen en een
nieuwe overeenkomst te sluiten met de kerkvoogdij van Dwingeloo. Welke garanties
kan de kerkvoogdij geven voor beheer en veiligheid?
Op
14 januari vraagt Smit aan
Corneille Janssen welke adviezen hij kan verstrekken over het beveiligen van het
kerkgebouw.
Op 14 januari
sc
schrijft Smit naar het Bureau Roerende Monumenten dat hij verheugd is dat de dienst
bereid is een overeenkomst te sluiten met de kerkvoogdij van Dwingeloo. De
kerkvoogdij overlegt met het Provinciaal Museum voor veiligheid en beheer.
(24)
1978
Op
15 april vraagt Smit aan Corneille
Janssen of er al vorderingen zijn gemaakt om de portretten naar Dwingeloo te
krijgen. (24)
1979
De panelen zijn
weer terug in Dwingeloo. De restauratie van de portretten heeft een jaar
geduurd. Smit neemt de portretten persoonlijk in ontvangst in Den Haag. Zie Meppeler Courant
05-02-1979, Meppeler Courant
09-02-1979

Foto: Geert Jan
Pottjewijd
Op
een onbekend moment wordt een contract
afgesloten met orgelmaker Mense Ruiter op basis van een
offerte van 19 maart 1979 voor de
restauratie van het Hoofdwerk, een deel van de mechanieken en de windvoorziening
als stelpost. (34)
1981
Restauratie door Mense Ruiter van de windlade en
het wellenbord van
het Hoofdwerk.
Op 16 oktober
stuurt Mense Ruiter een offerte voor de verdere restauratie, opgesteld in overleg met
organist E. Dees. Het betreft de restauratie van het Bovenwerk en het vervangen
van de pneumatisch windlade van het Pedaal door een mechanische windlade en het
uitbreiden met een Trombone 8'. De kosten voor de restauratie van het Bovenwerk
bedragen f 27.550,-. De kosten voor het Pedaal bedragen f 37.500,-. Reservering
van de Trombone 8' geeft een besparing van f 8.000,-. (34)
1982
Op 29
oktober stuurt Mense Ruiter een rekening voor de eerste termijn op het
moment van het sluiten van het contract voor de restauratie van het Bovenwerk.
Op 29 oktober wo wordt er een contract
gesloten met orgelmaker Mense Ruiter op basis van de offerte van 16 oktober
1981. Het restauratiebedrag voor de punten 1 t/m 6 bedraagt f 30.090,-. Er zijn
stelposten voor de punten 7 en 8 voor respectievelijk f 590,- en f 1.770,-.
De werkzaamheden voor het Pedaal worden niet uitgevoerd. (34)
1983
Op 7 januari wordt de tweede
termijn in rekening gebracht vanwege de start van de restauratie.
Op
18 maart worden de derde en vierde
termijn in rekening gebracht wegens aflevering van materialen.
Op
18 april wordt de vijfde termijn in
rekening gebracht wegens de oplevering van het orgel. (34)
Zie Kerk en
Muziek (1984 05 mei/juni)
1985
Op 11 september wordt de kerk na een restauratie weer in gebruik genomen. Zie Meppeler Courant
(1985-12-09)
1987
Op
2 juni schrijft het ministerie van
WVC een antwoord op een subsidieaanvraag van 28 mei. De totale restauratiekosten
zouden f 54.000,- bedragen. Voor het komende jaar zal rekening gehouden worden
met een onderhoudssubsidie van 40% van f 3.000,-. Opgemerkt wordt door het
ministerie dat er niet getoetst is of het orgel op de monumentenlijst staat. Dit
is zo gedaan om snel te kunnen antwoorden.
Op
24 juli maakt orgelmaker Mense
Ruiter een offerte voor de derde fase van de restauratie. Er zal een nieuwe
sleeplade worden gemaakt voor het Pedaal met toevoeging van een Fagot of
Trombone. De kosten bedragen f 54.000,-. Reservering van het tongwerk geeft een
besparing van f 10.000,-.
Op 21
september schrijft de kerkvoogdij aan de HOC. In 1976 is er al eens contact
geweest over het orgel. In de jaren daarna zijn er verschillende werkzaamheden
uitgevoerd. Is het mogelijk alsnog een subsidie te ontvangen? Alle gegevens van
de restauraties worden bijgesloten. Het gaat om een totaalbedrag van f 54.000,-.
Op 23 september schrijft de HOC dat
ze graag een voorlopig rapport willen laten schrijven door Aart van Beek.
Blijkbaar is het voorlopige rapport contant betaald op de dag van het bezoek van
de orgeladviseur gezien de opmerking op de
nota van 7 oktober.
Het
voorlopige rapport van van de HOC
verschijnt op 11 december. De op zich fraaie kas is bij de overplaatsing uit Den
Haag door gebrek aan hoogte ingekort door het op grove wijze af te zagen. De
originele dakbedekking is verdwenen en is nu vervangen door een plastic
afdeklaag. De achterkant van het orgel is niet origineel. De windvoorziening
vertoont geen lekkage. Later zijn er schokbalgen aangebracht. De windladen zijn
gerestaureerd. De hoofdwerklade is gerestaureerd met een telescopisch systeem en
vertoont nog lekkage. Op het Bovenwerk zijn ringen aangebracht. Dit functioneert
goed. Het Pedaal staat op een pneumatische lade en is vermoedelijk niet
origineel. De mechanieken functioneren naar behoren, maar zijn gewijzigd doordat
de bovenwerklade een andere plaats heeft gekregen. Tijdens de plaatsing door
Slooff is veel oorspronkelijk pijpwerk verloren gegaan of verschoven. Door de
verplaatste bovenwerklade moest de Trompet worden gekropt. Het vervangen van de
pneumatisch pedaalwindlade wordt door de HOC goed bevonden. Of het orgel
monumentale waarde heeft, is nog niet te zeggen. Hiervoor dient een bezoek van de
Rijksorgeladviseur worden geregeld. (34)
1988
Op 29 januari schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC naar aanleiding van het rapport of er een afspraak
geregeld kan worden met de Rijksorgeladviseur. (34)
1991
Op 16 december
1991 vraagt de Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen Groningen-Drenthe (SBKGD) of
de HOC een rapport kan schrijven. (34)
1992
Adviseur Rudi van Straten schrijft op basis van een bezoek aan de kerk op 28
februari een voorlopig rapport,
gedateerd op 1 april. Ten opzichte van het rapport uit 1987 is er weinig
veranderd. Het orgel is inmiddels wel toegevoegd aan de lijst met beschermde
monumenten. Er kan gebruik worden gemaakt van de subsidie van de
onderhoudsregeling. 40% kan worden vergoed, met een maximum van f 3.000,-. Voor het vervangen van het pneumatische pedaal dient een adviseur te
worden aangesteld, die een restauratieplan moet opstellen.
Op 9 april stuurt
de HOC een rekening voor het
voorlopig advies. (34)
1995
Stef
Tuinstra schrijft een restauratieplan. (34)
1996
Op 20 maart maakt Mense Ruiter een
offerte voor een totale restauratie en een mechanisch Pedaal met vier stemmen.
Op 4 oktober stuurt Mense Ruiter een
offerte voor een herstel in twee fases.
Fase Fase 1: Restauratie balg, nieuwe
windvoorziening tot aan de balg, deelrestauratie van de frontpijpen.
Fase 2:
Restauratie van de windlade van het Hoofdwerk, hoogst noodzakelijke herstel van het
pijpwerk, aanbrengen van een dak op de orgelkas.
In het tweede deel van de
offerte wordt een nieuw mechanisch Pedaal voorgesteld met 4 registers met de
bestaande Subbas en Octaaf 4' en nieuwe registers voor een Octaaf 8' en een
Trombone 16'. (34)
1998
De huidige eigenaar van de luiken van het orgel
uit 1665, baron Sicco van Boetzelaer uit Den Haag, draagt op 7 juni
de luiken weer over aan de kerk. Op de luiken van het
orgel stonden ook de portretten van Van den Boetzelaer en zijn derde echtgenote. Ook
deze waren in het bezit van Sicco van Boetzelaer, maar kregen jaren geleden al een plekje
in de Dwingelder kerk. Van Boetzelaer stelt eerst als voorwaarde
dat de panelen zouden worden gerestaureerd. De kerkelijke gemeente heeft hier echter niet
de middelen voor. Door bemiddeling van de
oud-burgemeester van Dwingeloo, Hopperus Buman heeft van Boetzelaer de eis
tot restauratie
laten vallen. (08)
In 1998 maakt Stef Tuinstra een
aangepast restauratieplan om het
financieel haalbaar te maken vanuit de BRRM-regeling. Er wordt niet teruggegaan
naar de oorspronkelijke aanleg, maar wel zoveel mogelijk gedaan om het oude
klankkarakter weer terug te halen. Het pneumatische pedaal blijft zoals
het is. (34)
2001
Erwin
de Leeuw schrijft een artikel over
de orgelluiken en de portretten in het tijdschrift Dwingels Eigen van 2001.
1999
Mense Ruiter voert de eerste fase van de restauratie uit met
het herstel van de
windvoorziening en de hoofdwerkmechaniek.
2007:
In de tweede fase worden de windladen, bovenwerkmechaniek, registratiemechaniek
en het pijpwerk hersteld.
2008/2009
Orgelmakerij Mense Ruiter herstelt het Pedaal na waterschade.
2010
Op 6 augustus wordt het orgel weer in gebruik genomen.
Dispositie:
Hoofdwerk: Prestant 8',
Holpijp 8', Octaaf 4', Roerfluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Cornet V sterk
(discant), Mixtuur II-III sterk (1 1/3'), Trompet 8'.
Bovenwerk:
Bourdon 8', Prestant 4', Fluit 4', Piccolo 2', Tremulant.
Pedaal: Subbas 16', Bourdon 8', Koraalbas 4'.
Koppelingen: Hoofdwerk - Bovenwerk, Pedaal - Hoofdwerk, Pedaal -
Bovenwerk.

Speeltafel na
2010. Foto: Geert Jan
Pottjewijd
Aan de achterzijde van het orgel hangt een ingelijste
tekst met een korte geschiedenis van het orgel.
Bericht door RTV Drenthe d.d. 29 juli 2010:
http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/47847/Kerkorgel-Dwingeloo-gerestaureerd
(29-08-2024)


Foto's: Geert Jan Pottjewijd Klik op de foto's voor een vergroting
2023
De kerk is inwendig verbouwd en geschikt gemaakt voor
multifunctioneel gebruik. Het orgel is ingepakt tijdens deze werkzaamheden. Na
het uitpakken van het orgel is het schilderwerk van het orgel bijgewerkt. De omlijsting van de klaviatuur
is qua kleur in lijn gebracht met de kleur van de
orgelkas. De kerk wordt op 14 januari 2024 weer in gebruik genomen. (25)
2024
De luiken zijn gerestaureerd en in het koor
geplaatst. Zie Dagblad van het
Noorden (09-09-2024).

De luiken van het orgel uit 1665 in het koor van de kerk.
(Klik op de afbeelding voor een vergroting) (31)
Organisten:

Noten:
Tekst op de achterzijde orgel

Foto: Geert Jan
Pottjewijd
Geschiedenis van het orgel in de Doopsgezinde kerk te Den Haag
1886: Bouw van een nieuw orgel door J. van Gelder,
orgelmaker te Leiden. Zie Het Orgel
jaargang 1, (1886, no. 8).
Dispositie volgens het bestek van 14 november 1885 (11)
| Manuaal | Bovenwerk | Pedaal | |||
| Bourdon | 16' | Salicional | 8' | Aangehangen | |
| Prestant | 8' | Bourdon | 8' | ||
| Holpijp | 8' | Fluit Harmoniek | 4' | ||
| Octaaf | 4' | Clarinet | 8' | ||
| Roerfluit | 4' | ||||
| Quint | 3' | ||||
| Piccolo | 2' | ||||
| Cornet | III disc. | ||||
| Trompet | 8' | ||||
Op een onbekend moment wordt de Clarinet van het Bovenwerk
vervangen door een
Octaaf 2' (11)
1896: Door de firma Weduwe
J. van Gelder wordt een combinatietrede voor de vijf sterkste registers van het
Hoofdwerk aangebracht. De Octaaf 2' van het Bovenwerk wordt vervangen door een
Voix Celeste 8'. (11)

Advertentie van Van Gelder uit Het orgel 1900/01
1911: Van Leeuwen breidt het orgel uit met een pneumatisch zelfstandig
Pedaal met
de volgende registers: Subbas 16', Octaafbas 8', Bourdon 8'.
Het Bovenwerk
wordt in een zwelkast geplaatst. Het pedaalklavier wordt vervangen en een
pedaalkoppel toegevoegd.
De lade van het Bovenwerk wordt verplaatst en de
mechaniek daarop aangepast.
De C-Fis van de Trompet 8' wordt op een nieuwe
pneumatische lade geplaatst. (11)
Circa 1931:
Wijziging door van Leeuwen? De Cornet III wordt gewijzigd naar een Cornet V (11)

Foto's: voormalige website Aart de Kort