Eelderwolde, nu in Groningen, Huisorgel mr. J. Por
De geschiedenis van dit orgel is grotendeels onbekend. Het staat vanaf de
jaren '30 tot circa 1960 in de evangelisatie van Vledderveen in Groningen.
Daarna komt het in bezit van de organist Jan Por en wordt het opgesteld in zijn
huis in Eelderwolde. Als hij verhuist naar Groningen gaat het orgel mee. In de
jaren '60 voeren de orgelmakers Ottes en Verschueren werkzaamheden uit. In 1981
doen Victor Timmer en Jaap Brouwer uitgebreid onderzoek naar de herkomst. In
2023 komt het orgel in bezit van de orgelmaker Winold van der Putten.
1821?:
Het instrument (binnenwerk) is volgens zeggen gebouwd door
Jan Jacob Vool in 1821. Deze informatie is afkomstig van de heer A.H. Maarsing uit
Vledderveen (Groningen).
Het orgel staat mogelijk van 193x tot 1960 in de Hervormde Kapel
van Vledderveen (Gn.). Jan Jacob Vool leefde van 1748-1819. Het orgel moet dus
in een ander jaar gebouwd zijn.
1869
Vermelding op de vroeger aanwezige balg: ‘Lohman Assen
1869’. Deze tekst heeft waarschijnlijk betrekking op werkzaamheden door Lohman,
maar het is niet erg waarschijnlijk dat hij in dat jaar de bouwer is van dit
instrument.
Lohman maakt in 1866 een orgel voor de
Normaalschool in Assen. Heeft het hier iets mee te maken?
De onderstaande tekening van Jan Vissering vormt een aanwijzing dat het orgel
inderdaad in Vledderveen heeft gestaan.
Tekening door Jan Vissering (1933-2017) (02)
1960
Het orgel wordt verkocht aan
orgel- en pianohandel Nauta in Groningen in ruil voor een harmonium.
Een kopie
van het notulenboek van de
Hervormde Kapel van Vledderveen staat onderaan deze pagina.
De notulen
geven een mooi inkijkje in de negen ondernemingen die worden aangeschreven met
de vraag of zij belangstelling hebben voor de aanschaf van het pijporgel van
Vledderveen.
-Nauta
in Groningen
-Leemhuis in Zuidwolde
-Mulder in Uithuizermeeden
-W.
Wolters in Mussel
-Vierdag in Enschede
-Goldschmeding in Kampen
-Meek
in Assen
-Van Sloten in Assen
-Kettner pianohandel in Amsterdam.
Er
wordt onderhandeld met Van Sloten in Assen en Nauta in Groningen. Bij Nauta
wordt het orgel ingeruild voor f 400,- en wordt een harmonium met 4 1/5 spel van
het type 60 aangekocht voor f 1785,-. Op het harmonium wordt 5 jaar garantie
gegeven. (04)
1965
Jan Por koopt het orgel.

1966
Restauratie door E. Ottes uit Roden. (01)
1968
Restauratie door Verschueren uit Heythuysen. (01)
Zie Orgelnieuws december 1968,
uitgegeven door Verschueren.
Dispositie: Holpijp 8' b/d, Prestant 4' vanaf c,
Fluit 4', Fluit 2', Quint 1 1/3' discant.
19xx:
De heer Por verhuist naar Groningen en gaat aan de Oranjesingel
wonen, vlak bij het Noorderplantsoen.
Het orgel komt later in bezit van een
schoonzoon die in Horst bij Venlo woont.
2000
Volgens de echtgenote van dhr. Por is het instrument via de harmoniumhandelaar Nauta uit
Groningen aangekocht.
Deze zou het instrument gevonden hebben op een zolder in Nieuw Weerdinge. Daar zou
het een tijdlang in een kerk hebben gestaan.
Dit verhaal is, gezien de
informatie van de heer Maarsingh uit Vledderveen, het artikel in
De Mixtuur en de tekening van Jan
Vissering, zeer onwaarschijnlijk.
2003
Het orgel staat te koop. Het is niet bekend of het al verkocht is.
2023
Het orgel is in het bezit gekomen van de orgelmaker Winold van der Putten. (03)
Noten:
36. HUISORGEL
Dit instrument is sinds 1965 in het bezit van dhr. J. Por, Oranjesingel 9 te
Groningen. Het is wel toegeschreven aan N. A. G. Lohman vanwege de vermelding op
een vroeger aanwezige balg: ‘Lohman Assen 1869’, maar het valt te betwijfelen of
deze toeschrijving terecht is, evenals de mening van orgelbouwer Vierdag, die er
een ‘oud kloosterorgel’ van Maarschalkerweerd in zag (mededeling van de
eigenaar, die ook voor het overige de meeste historische gegevens verstrekte).
De mogelijkheid bestaat, dat we hier te doen hebben met een instrument dat eind
19e eeuw is gebouwd met gebruikmaking van bestaande onderdelen: klavier,
bakstukken en vermoedelijk ook de vroeger aanwezige balg zijn ouder dan de rest.
Ook de herkomst is niet geheel duidelijk. Tot 1962 (waarschijnlijk tot 1960)
stond het in de Hervormde kapel te Vledderveen (bij Stadskanaal), waar het
mogelijk geplaatst was door Leemhuis & Holtman, vermoedelijk in het begin van de
jaren dertig van de 20e eeuw.
Waar het daarvoor stond is onbekend.
In 1962 werd het ingeruild voor een
harmonium bij orgel- en pianohandel Nauta te Groningen, waar het in 1964 of 1965
werd aangetroffen door dhr. Por.
De kas was toen donkerbruin geschilderd, achter
het snijwerk in het front zat rood papier, de frontpijpen stonden op grote
zwarte loze stokken. In de onderkas lag een met de voet bediende spaanbalg, even
groot als de windlade. De achterwand bestond uit een houten raamwerk bespannen
met zwart doek. Het instrument bevond zich in ruďneuze toestand.
Bij een eerste herstel na aankoop werden alle pijpen van de Holpijp opnieuw
verlijmd. Aangezien de toonhoogte een halve toon boven normaal was, werden alle
pijpen een plaats opgeschoven en nieuwe C-pijpen bijgemaakt. Ook werd de Fluit
2’ voorzien van een nieuw groot octaaf.
Als gevolg van de verwarming namen lekkage en doorspraak steeds meer toe, zodat
een
restauratie noodzakelijk was. Deze werd in 1966 uitgevoerd door E. Ottes
(Roden), die kas en lade repareerde en de oude balg (met opschrift) verving door
een nieuwe magazijnbalg, aangesloten op een windmachine die ook in de onderkas
werd geplaatst. Het raamwerk met doek werd door hardboard vervangen. De
frontpijpen moesten plaats maken voor ‘nieuwe’, afkomstig van een orgel uit circa
1920 te Stadskanaal, de oude frontstokken werden verwijderd. Het werd
noodzakelijk geacht de Octaaf 4’ te vervangen; de Vioolprestant 8’ discant moest
het veld ruimen voor een nieuwe Quint 1 1/3’ discant.
Reeds in 1967 volgde een nieuwe restauratie, nu door de firma Verschueren.
Daarbij werd de lade voorzien van telescoopringen, een grotere magazijnbalg
geplaatst en het pijpwerk verbeterd.
De geheel in neogotische stijl gemaakte (thans afgeloogd) kas is van eiken,
enige regels in de onderkas zijn van Amerikaans grenen. Rechte, iets
geprofileerde bovenregel, rechte onderregel.
Naast het neogotische front zijn ook de panelen in de zijkanten en aan de
voorkant van de onderkas uitgevoerd met overeenkomend snijwerk. Het meubel staat
op rechte poten met geschulpte hoeken. De kas is aan de bovenkant afgedekt met
hardboard; ook de achterwand werd met dit materiaal gedicht, waarbij de onderkas
(i.v.m. de klankuitstraling) iets werd verdiept. Boven het klavier, onder het
middelste veld van het driedelige loze front, een afneembare eiken
lessenaarregel op twee koperen steunen.
Daaronder een houten latje (niet origineel) met het opschrift: Lohman Assen
1869.

Afmetingen kas:
Hoogte (incl. poten) 243 cm (waarvan bovenkas 132 cm), breedte 144 cm, diepte (uitw.) boven 40,5 en onder 56,5 cm (excl. uitbouw).
Manuaalomvang C-f”
Registerdeling tussen b en c’.
Klavierlengte 74,3 cm, octaafafstand 16,2 cm.
Het zichtbare gedeelte van de witte toets is 12,5 cm lang, de zwarte toets heeft
een lengte van 7,3 cm. De witte toetsen zijn belijmd met plaatjes been, De
frontons zijn niet versierd.
Bakstukken en klavieromlijsting van mahonie. De bakstukken zijn rechthoekig, met
afgeronde hoeken aan de boven-voorzijde.
De verbinding toets naar ventiel bestaat uit een drukmechaniek met uitwaaierende
eiken stekers. Voor de zes grootste en twaalf kleinste pijpen loopt de tractuur
over aparte wellenbordjes schuin links en rechts onder het klavier (wellenbord
rechts vernieuwd).
Aan weerszijden van het klavier zijn drie eiken registerknoppen (kopieën van de
oorspronkelijke). Op een houten lat daarboven staan in witte verf de
registernamen geschilderd:

Verbinding registerknoppen met de slepen door middel van naast de lade staande
achtkantige eiken wellen met metalen armen.
De rechthoekige eiken windlade ligt halverwege de onderkas en heeft een lengte
van 123,7 cm, een totale diepte (uitw.) van 41 cm (ventielkast 23 cm) en een
hoogte (incl. stok) aan de voorkant van 16,6 cm. Twee opliggende eiken
voorslagen, elk met zes ijzeren haken vastgezet. Platte grenen ventielen, aan de
voorzijde tussen koperen geleidestiften, achter met inkeping en koperen stift.
Eiken stokken en roosters.
Lade-indeling (voor afvoering pijpen zie onder):
Holpijp
Quint disc.
Octaaf
Fluit 4’
Fluit 2’
Pijpwerk algemeen:
Chromatische opstelling op de lade. Het houten pijpwerk is genageld met houten
pennetjes en gemaakt van grenen, met uitzondering van de discant van de Holpijp
8’ (eiken). Waar te hoge opsneden aanwezig waren, zijn deze gecorrigeerd met
metalen plaatjes op het bovenlabium bevestigd. Veel voeteinden verkeren in
slechte staat. Het afgevoerde pijpwerk heeft als verbinding tussen banken en
lade conducten van Westaflex en plastic.
Registers afzonderlijk:
Holpijp 8’ bas en discant: geheel van hout, gedekt (bas van grenen, discant eiken); C, Cis, cis’ en d’ verkropt, C-c’ afgevoerd (C-f tegen achterwand, fis-c’ achter het front), cis’-f” op de lade.
Quint 11/3’ discant: nieuw, metaal, open; staat op de plaats van de vroegere Vioolprestant 8 disc.
Octaaf 4’ doorlopend: nieuw, metaal, open,vanaf c (gaten voor groot octaaf wel geboord, plaatsen echter nooit bezet).
Fluit 4’ doorlopend: C-c hout, gedekt, afgevoerd op banken achter het front, vanaf cis metaal, gedekt, vanaf g” metaal, open. De houten pijpen hebben stoppen met rechthoekige handvatten, aan de bovenkant iets afgerond. Het metalen pijpwerk heeft flauw gedrukte bovenlabia; een aantal open pijpen is voorzien van nieuwe opzetstukken.
Fluit 2’ doorlopend: geheel metaal, C-g’ gedekt, gis’-f” open cilindrisch; pijpen C-Gis afgevoerd op bank tegen binnenkant onderregel.
Vioolprestant 8’ discant: stond op de plaats van de huidige Quint 1 1/3’ cliscant; flauw gedrukte bovenlabia, aluminiumbeschildering. Los bewaard bij het orgel. Metaal, open cilindrisch.
De loze frontpijpen hebben ronde vergulde labia.
Windvoorziening:
Onder het rechterdeel van de lade ligt een nieuwe magazijnbalg (1967), aangesloten op een windmotor links in de onderkas. De wind gaat via een (nieuw)
breed plat windkanaal van de achterzijde van de balg naar de achterzijde van de ventielkast.
De voettrede is niet meer aanwezig.
De windzicht (rechts van het klavier), een rond houten stokje, is aangebracht door Verschueren. De originele windzicht (een rond stokje waarop een ivoren
knopje) was bij de restauratie zoekgeraakt.
Winddruk 62 mm.
Het instrument verkeert in een matige staat van onderhoud.
(Opgenomen op 17 maart 1979 door J. K G. Brouwer & V H. M. Timmer)
Enige mensuren in mm:
| breedte/diepte (inw.) | breedte/diepte (uitw.) | labium-breedte | opsnede | voetopening | wanddikte | |
Holpijp 8’ (bas niet bereikbaar voor opmeting) |
||||||
| e’ | 42,1/46,2 | 55,7/60,1 | 40,2 | 15 | 10 | - |
| fis’ | 35,5/36,0 | 44,7/48,1 | 34,4 | gewijz. | 8 | - |
| c” | —/-- | 28,8/37,0 | 18,0 | 6,4 | 6 | - |
| fis” | —/— | 26,1/32,2 | 15,4 | - | 5 | - |
| c” | —/-- | 20,5/22,6 | 12,3 | 3,5 | 5 | - |
| f” | —/— | 21,4/28,0 | 9,6 | 3,6 | 5 | - |
Fluit 4’ |
||||||
| Fis | 37,4/48,7 | 52,6/63,6 | 37,4 | 11,5 | 7 | - |
| c | 29,7/41,5 | 45,0/48,7 | 29,5 | 9,8 | 7 | - |
| fis | omtr. (uitw.): | 114 | 25,6 | 7,6 | 8 | - |
| c' | - | 90 | 21,0 | 5,6 | 5 | - |
| fis’ | - | 77 | 18,4 | 4,0 | gewijz. | - |
| c'' | - | 64 | 3,8 | gewijz. | - | |
| fis” | diam. (uitw.): | 14,8 | - | 3,0 | 4 | - |
| c''' | - | 13,6 | - | 2,5 | 2,5 | - |
Fluit 2’ |
||||||
| Fis | omtr. (uitw.): | 120 | 29,0 | 7,9 | 7,2 | — |
Vioolprestant 8' |
||||||
| fis’ | omtr.(uitw.): | 111 | 22,4 | 6,4 | 3 | 1,1 |
| c'' | 90 | 18,5 | 5,8 | 3 | 0,8 | |
| fis'' | 71 | 4,3 | 4,7 | 3 | 0,8 | |
Notulen Hervormde Kapel te Vledderveen d.d. 21-09-1960 (02)

