Emmen,  Grote kerk

Informatie over de kerk

In 1873 bouwt de Groningse orgelmaker Roelf Meijer een tweeklaviersorgel voor de in 1855 voltooide kerk. Verhalen over een ouder orgel in de kerk, die auteurs vaak van elkaar overnemen, kunnen nergens worden bevestigd. In 1931 breidt Flentrop het orgel uit met een zelfstandig pneumatisch pedaal en in 1949 volgen verdere werkzaamheden, waarbij het instrument wordt aangepast in neobarokke richting. In 1966 volgt een restauratie door orgelmaker Ottes uit Roden in een soortgelijke stijl. Mense Ruiter restaureert het orgel tussen 2004 en 2006, waarbij deels wordt teruggegrepen op de oorspronkelijke situatie en een uitgebreid zelfstandig pedaal wordt toegevoegd.

Volgens Van der Aa was er voor 1872 geen orgel aanwezig. (01)
Er zijn wel vermoedens dat in de zeventiende eeuw een orgel aanwezig kan zijn geweest. Van der Aa vermeldt een nis waarin een orgel zou kunnen hebben gestaan.
Deze bewering staat ook in het boek van de drie podagristen, die in de jaren veertig van de negentiende eeuw de kerk bezoeken en er het volgende over schrijven: 'Maar de kerk 'der Hervormden ! - Hoe dragelijk haar uiterlijk is en hoe spits haar geüurwerkte toren ook naar boven stijgt, - haar innerlijk zou u- 't hooge woord moet er uit! - een kille huivering door 't gebeente jagen. Nergens nog zagen wij somberder, akeliger gebouw, dán dit heiligdom, waar ’t evangelie van CHRISTUS den mensch tot godsdienstige blijdschap moet stemmen..... De kerk heeft iets kloosteraachtigs in hare inrigting, - iets , wat wij niet weten te betitelen, om 't u aanschouwelijk voor te stellen; Pilaren -maar zoo dwergachtig, alsof derzelver bouwmeester tot zijn verontschuldiging meende, dat ieder zich met een in magnis voluisse liet te vrede stellen. Gewelven -brr! - vergeeft ons, dat wij ons gevoel niet onderdaniger maakten aan onzen wil. Een beun - de tralies ontbreken om er een bok uit Van AKEN's menagerie in te hervinden. Men wees; om een nis of iets dergelijks in den muur waar vroeger een orgel gestaan had. De legende verhaalt, dat BEREND VAN GALEN op zijn tournée à la ATTILLA door deze streken, ten jaren 1672, dit kerkmeubel vernielde'. (09)

1855
De oude kerk wordt vervangen door een nieuwe kerk. De toren van de oude kerk blijft in gewijzigde vorm gehandhaafd. Zie voor de aanbesteding: Provinciale Drentsche en Asser courant (18-04-1855)
In het bestek van de bouw van de nieuwe kerk is er bij de paragraaf over het afbreken van de oude kerk geen sprake van een orgel. De inventaris met zijn onderdelen wordt genoemd, maar een orgel wordt niet genoemd. (12)

1865
In de instructie en aanstellingsvoorwaarden voor de koster, voorlezer en voorzanger, de hoofdonderwijzer J. Org, staat in artikel 5: 'Indien er een orgel in de kerk geplaatst wordt, zal de koster de verpligting als organist op zich nemen en het orgel moeten bespelen.' Blijkbaar waren er al plannen om een orgel te plaatsen. (11)

1872
In de Kerkvoogdijvergaderingen van 8 maart 1872, 12 november 1872 en 28 maart 1873 komt de aanschaf van een orgel aan de orde. Op de kerkvoogdijvergadering van 8 maart wordt besloten een orgel aan te schaffen op een nieuw te bouwen 'zolder'. Er wordt f 4.000,- geleend tegen een rente van 4,5 %. Andere mogelijke financieringsbronnen zijn de pastoriegoederen met f 500,- en de 'kooppenningen' van de pastorij met f 1.700,- en f 1.800,-. De lening zal worden afgelost vanaf 1879 met f 600,- per jaar. Er wordt voor de lening van f 4.000,- toestemming gevraagd aan het College van Toezicht. (16) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (21-03-1872), De kleine courant (23-03-1872).
Op 25 maart schrijven de kerkvoogden aan het College van Toezicht dat kerkvoogden en notabelen hebben besloten om een orgel in de kerk te plaatsen. De kosten zullen worden gedekt door een lening van f 4.000,-. Het college wordt verzocht het ingezonden plan goed te keuren.
Op 3 april (verbaal 20) behandelt het College van Toezicht de brief van 25 maart van de kerkvoogdij. (29)
Op 29 oktober (verbaal 60/7) schrijft het College van Toezicht aan de kerkvoogdij van Emmen dat de geldlening kan worden goedgekeurd als er een vaste termijn wordt opgenomen waarbinnen de lening moet worden afgelost. (18) (29)
Op 12 november wordt gemeld dat het College van Toezicht per brief van 29 oktober het plan voor de lening van f 4.000,- alleen goed wil keuren als er ook een aflossingsplan is. Men besluit de lening af te lossen over een periode van 20 jaar in termijnen van f 200,-. (16)
Van 5 december dateert een bonnetje van een kerkvoogd voor een bezoek aan Veendam. Heeft hij orgelmaker Roelof Meijer bezocht? (20)

1873
Op 27 januari schrijft het College van Toezicht (verbaal 8-33) dat ze nog wat op- en aanmerkingen hebben op het plan.
Op 10 maart schrijft de kerkvoogdij aan het College van Toezicht dat de lening van f 4.000,- voor het orgel zal worden verkregen door inschrijving in aandelen van f 200,-.
Op 15 maart keurt het College van Toezicht (verbaal 20 ) het aangepaste plan goed. (18) (30)
De voortgang van de bouw is in de Provinciale Drentsche en Asser courant te volgen: (14-02-1873), (04-04-1873), (10-04-1873).

Op 28 maart wordt besloten het orgel op de tweede paasdag in de ochtenddienst in gebruik te nemen. 's Middags wordt een orgelconcert gegeven waarvoor een entreeprijs van f 0,25 zal worden gevraagd. De opbrengst komt ten goede aan de diaconie. (16)
Op 13 april tekent orgelmaker Meijer voor de ontvangst van f 2.425 als eerste termijn. (13)

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Transcriptie: 'Ontvangen van H.H. Kerkvoogden der hervormde Gemeente te Emmen de somma van twee duizend vierhonderd en vijf en twintig Gulden, zijnde de gedeeltelijke betaling van het Orgel, door ondergeteekende geleverd, voor de aannemingssom van vierduizend en vijf- en zestig Guldens, wordende het resteerende af geeheele uitbetaling gedaan in maand November 1873.
Zegge f.4025.-. Emmen den 13 April 1873
get. R.Meijer. (Handtekening)
 2425
 1640
 4065

Op 13 april keurt organist Baning uit Dalen het orgel. Zijn rapport luidt als volgt: 'De ondergetekende J. Baning, als daartoe door H.H. kerkvoogden der Hervormde Gemeente Emmen gemachtigd, verklaart als deskundige, dat het orgel aldaer in de kerk geleverd goed is. Hij verklaart tevens dat hij, na het werk nauwkeurig te hebben nagezien, geene gebreken van eenige betekenis heeft ontdekt en alzoo de overname van het werk genoemde kerkvoogden heeft aangeraden op grond vooral, dat de toon goed en het werk zeer netjes is afgewerkt. Tevens geeft ondergetekende den wensch te kennen, dat de verklaring moge dienen tot aanbeveling van den heer R. Meijer als den maker van genoemd orgel gedaan in tegenwoordigheid van H.H. Kerkvoogden van genoemde Gemeente te Emmen op den 13 April 1873
J. Baning'(13)

Op 14 april wordt het orgel tijdens de ochtenddienst in gebruik genomen. 's Middags geeft organist C. Bos uit Veendam in samenwerking met een solist en een zangkwartet een concert.
Zie Stemmen voor waarheid en vrede jaargang (10, 1873 [volgnummer 2]), Provinciale Drentsche en Asser courant (16-04-1873), (18-04-1873), (19-04-1873), (08-05-1873).

W. Koopman wordt voor f 15,- per jaar orgeltrapper. Zijn zoon neemt het later van hem over tot de aanschaf van de windmotor in 1931.

De dispositie van het orgel is niet vermeld in de archiefstukken, maar orgeladviseur Stef Tuinstra kan aan de hand van latere archiefstukken en onderzoek van het instrument onderstaande dispositie afleiden:

Manuaal I C-e3   Manuaal II C-e3   Pedaal c-g
Prestant 16' Salicionaal 8' Aangehangen
Bourdon 16' Open fluit 8'  
Prestant 8' Holpijp 8'  
Gemshoorn 8' Viool Prestant 4'  
Roerfluit 8' Fluit d'amour 4'  
Gamba 8' Woudfluit 2'  
Octaaf 4' Open plaats    
Gemsfluit 4'      
Quint 2 2/3'      
Octaaf 2'      
Mixtuur III      
Trompet 8'      
         

Op 2 december tekent Meijer voor ontvangst van het resterende bedrag. (13)
Transcriptie: Ontvangen van Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Emmen de somma van vier duizend Gulden tot geheele afbetaling van het Orgel in de kerk, door ondergeteekende geleverd voor de aannemingssom van vierduizend Guldens.
Zegge f.4000.-. Emmen den 2 Dezember 1873
get. R. Meijer (eigen handtekening)
Orgelmaker te Veendam.

De tekst van het garantiebewijs luidt als volgt:
Ik ondergetekende, orgelmaker te Veendam, verbind mij door dezen vijf jaren voor het door mij in 1873 den 15 April aan de gemeente Emmen geleverde orgel in te staan of garandeeren zoodat alle gebreken welke in die tusschentijd aan het orgel mochten ontstaan, mits niet door verwaarlozing of moedwil veroorzaakt door mij kosteloos zullen worden hersteld uitgenomen de stemming.
R. Meijer
Orgelmaker te Veendam (13)

Ontvangen van H.H. Kerkvoogden te Emmen de somma voor overbouw en verven van het Orgel de somma van negenzestig Gulden
Zegge f.69.-. Emmen den 2 Dezember 1873
get. R. Meijer (eigen handtekening)
Orgelmaker te Veendam.

Ontvangen van de Kerkvoogden te Emmen zesenveertig Gulden, zijnde zeven maanden interest van het jaar 1873.
Zegge f.46.-. Emmen den 2 Dezember 1873
get. R.Meijer (eigen handtekening
Orgelmaker te Veendam.

Op 30 december verklaart Jan Strating f 4,75 te hebben ontvangen voor reis- en verblijfkosten naar Veendam in januari 1873. Bezocht hij ook Roelof Meijer? (20)

1879
Van 4 april dateert een kwitantie van Meijer van f 20,- voor het stemmen van het orgel. (20)

1885
Na het overlijden van Meijer wordt de stemming van het orgel verricht door Henricus van Oeckelen, in opdracht van de weduwe Meijer te Veendam. (20)

1890
Concert door de blinde organist B. van der Kaa. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-09-1890)

1894: Op 6 juli vraagt organist Van der Kaa vanuit Odoorn of hij op zondag 15 juli een concert kan geven in Emmen.

1905-1919
Vanaf 1905 wordt het orgel gestemd en onderhouden door W.K. Beukema, orgel- en pianostemmer te Groningen.
De orgelblaastrapper krijgt f 15,- per jaar. Het onderhoud bedraagt doorgaans een bedrag rond de f 20,-. In 1912 is er f 70,- nodig. Regelmatig krijgt orgelblaasbalgtrapper Joh. Koopman f 2,- tot f 4,- uitbetaald voor zijn assistentie tijdens het stemmen. In 1912 duurt het stemmen kennelijk langer omdat Koopman dan f 8,- krijgt uitbetaald. (23)

1906
In een artikel 'Zuidenveld deel 11' in de Provinciale Drentsche en Asser courant (21-11-1906) wordt de bouw van het orgel genoemd.


1913
Het orgel staat 40 jaar in de kerk. J. de Boer bespeelt het orgel vanaf het begin. De kleinzoon van de eerste orgeltrapper vervult nu deze functie. Zie Emmer courant (16-04-1913).

1915
Concert op 30 mei door J.H. Secrève orgel, mevr. W. Secrève-van Emminckhoven zang en Anton Verheijen declamatie. Zie Emmer courant (26-05-1915).
Concert op 19 september door J.H. Secrève orgel, mevr. W. Secrève-van Emminckhoven zang en Jan C. Manifarges viool. Zie Emmer courant (11-09-1915).

1918
Concert op 14 november door J.H. Lümer orgel en mevr. Jo van Huls-Cup zang. Zie Emmer courant (09-11-1918).
De Emmer courant schrijft op 23 november over organist J. de Boer: 'Als een bijzonderheid kan worden medegedeeld dat de heer J. de Boer, oud-hoofd der school te Emmen, sedert vijftig jaar onafgebroken lid van het kiescollege dezer gemeente is geweest. Wij wenschen den krassen grijsaard nog menig levensjaar toe. De gemeente profiteert nog alle zondagen van zijn orgelspeltalent.'

1918
Orgelblaasbalgtrapper f 15,- Onderhoud orgel W.K. Beukema f 150,- (23)

1919
Orgelblaasbalgtrapper f 15,- Onderhoud orgel Joh. Koopman f 5,- J. van Peer f 20,35 Thedinga f 60,20 en f 5,30 R. Kroeze f 3,- vracht 0,25. Het bedrag van Koopman heeft betrekking op het bedienen van de balgen. Bij de andere bedragen is geen specificatie opgenomen. Ze staan echter wel onder de post onderhoud orgel. Thedinga was een garagebedrijf in Emmen. (23)
Concert op 31 maart door J.H. Lümer orgel en mevr. Jo van Huls-Cup zang. Zie Emmer courant (29-03-1919), (02-04-1919).
Op 19 april overlijdt organist Jan de Boer, die sinds 1873 het orgel bespeelt. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (22-04-1919), (26-04-1919).
Er wordt een nieuwe organist gezocht en hiervoor plaatst de kerkvoogdij een advertentie in het tijdschrift Het Orgel. Zie Het Orgel (1919 mei), (1919 oktober).
Naar aanleiding van deze advertentie en een soortgelijke advertentie voor Harderwijk schrijft Cornelis Immig (1867-1924) in Het Orgel van 1919 juni een artikel over de hoogte van de organistensalarissen, de eisen die men stelt en de (noodzakelijke) bijverdiensten. De discussie gaat verder in het augustusnummer en het septembernummer.
In de kerkvoogdijvergaderingen van april komt het overlijden van organist Jan de Boer aan de orde.
De functie wordt opgesplitst in koster en organist. De bekostiging wordt gedekt uit de fondsen van de kosterij. Zolang er nog geen nieuwe organist is zal de echtgenote van ds. de Groot de functie waarnemen. Ook dhr. T. Koopman zal enige diensten gaan spelen. Jaarlijks komt er bij de kosterij f 850,- binnen aan inkomsten. Door de verkoop van de kosterij kan dit bedrag verhoogd worden. Hiertoe wordt besloten. Het salaris van de organist wordt vastgesteld op f 750,- en van de koster op f 300,- plus vrij wonen. (19)

In december een concert door het kerkkoor onder leiding van mevr. van Assendorp en mevr. de Groot als organiste. Ds. de Groot houdt ter afwisseling enkele voordrachten. Zie Emmer courant (10-12-1919).

1920-1930
Na Beukema onderhoudt P. van Dam, orgelmaker te Leeuwarden, het orgel.
Orgelblaasbalgtrapper f 25,- Onderhoud orgel P. van Dam f 467,50 en f 45,10 Joh. Koopman f 27,- In dit jaar vindt groot onderhoud plaats, gezien het bedrag dat betaald wordt aan Van Dam en orgeltrapper Koopman.
In de jaren daarna jaarlijks onderhoud door P. van Dam voor f 45,-, waarbij af en toe bedragen worden vermeld voor orgeltrapper Koopman. In 1921 wordt onder het kopje ‘onderhoud orgel’ een betaling van f 100,- aan Thedinga vermeld. (23)

1920
Op 14 februari schrijft de nieuw benoemde organist Lümer een brief voor het verkrijgen van een woning. Er wordt besloten een woning te huren. Hij dient een eigen bijdrage te betalen van f 150,- per jaar.
Op 19 november verzoekt de orgelblaasbalgtrapper Joh. Koopman om verhoging van zijn salaris. Dit wordt gebracht op f 100,- per jaar. (19)

1921
Concert op 24 juli door Jan Gesterkamp uit Hamburg (viool) en mevrouw de Groot (orgel). Ds. de Groot bespreekt een voordracht uit het toneelspel 'De wandelende Jood' van Temple Thurston.  De orgelbegeleiding is door mevr. de Groot. Zie Emmer courant (16-07-1921), (20-07-1921), Provinciale Drentsche en Asser courant (25-07-1921), Emmer Courant (27-07-1921).

1921
Op 17 juli tekent organist T. Koopman voor de ontvangst van f 97,50 voor het bespelen van het orgel van januari t/m 3 juli 1921. (20)


Foto http://www.kerkeninbeeld.nl De schilderingen in de kerk stammen van de eigen predikant ds. H. de Groot. Hij beschrijft zijn methodiek van werken in het boekje Protestantsche Kerkdecoratie uit 1922. (21)

1922
Uitvoering op initiatief van de vereniging 'Evangelie en Vrijheid'. Organist is de heer Paardekoper uit Leeuwarden en mejuffrouw Doe Haasdijk zang. Zie Emmer Courant (11-11-1922), Provinciale Drentsche en Asser courant (16-11-1922).

1925
Orgelconcert, georganiseerd door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, met A. Alt uit Bolsward. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (21-04-1925), (22-04-1925), (27-04-1925).

1931
Plannen voor de restauratie van het orgel.
Op 24 maart wordt besloten een deskundige een onderzoek naar het orgel te laten doen. Op grond daarvan kan een besluit worden genomen omtrent reparatie.
Op 28 april wordt een offerte besproken van orgelmaker Flentrop. Besloten wordt de werkzaamheden, genoemd onder de punt 1, 2, en 3, te laten uitvoeren. De kosten worden geschat op f 1.570,-. Zie Emmer courant (12-05-1931), Het orgel (1931 mei), Provinciale Drentsche en Asser courant (04-05-1931), De Zaanlander (02-05-1931).
Op 5 juni vraagt organiste mej. Postma of ze op het orgel mag studeren. Dit wordt toegestaan als het orgel is hersteld. De stroom zal niet in rekening worden gebracht. Voor de reparatie van het orgel zal een lening worden gesloten omdat er te weinig geld in kas is.
Op 15 juli wordt besloten een geldlening van f 2.000,- af te sluiten voor de financiering van de reparatie van het orgel. De lening zal worden afgelost in termijnen van f 200,-. Ook de opbrengst van de verkoop van bouwland van de kosterij wordt hieraan besteed.
Op 24 augustus wordt besloten het orgel uit te breiden. Men noemt dit 'bijbouw'. De kosten worden berekend op f 100,- Een uitbreiding kost f 765,-. De uitbreiding zal betrekking hebben op een zelfstandig Pedaal.
Op 26 augustus wordt door het College van Toezicht in verbaal 13/9 de lening van f 2.000,- voor het herstel van het orgel goedgekeurd.
Op 21 september wordt besloten de orgeltrapper Johannes Koopman per 1 januari 1932 eervol ontslag te verlenen. (18) (32)

Uit het instrument zelf en uit indirecte bronnen leidt orgeladviseur Stef Tuinstra af dat vermoedelijk de volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd:

  1. Gedeeltelijke demontage en heropbouw.
  2. Het aanbrengen van een nieuw zelfstandig Pedaal op een pneumatische lade met een Subbas 16' en een Violoncel 8'.
  3. Het plaatsen van een elektrische windmotor.
  4. Nazien van balgen, windladen en mechaniek.
  5. Verwijderen van het hoogste koor van de Mixtuur.
  6. Vervangen van de Quint 3' van het Hoofdwerk.
  7. Herintonatie van al het pijpwerk. De Octaaf 2' van het Hoofdwerk wordt voorzien van expressions.
  8. Op een open plaats van het Bovenwerk wordt een Voix Celeste 8' vanaf d toegevoegd.
  9. De frontpijpen worden opnieuw gepolijst.
  10. De orgelkas wordt opnieuw gevernist. De kleurstelling blijft gehandhaafd.

In het kasboek staat voor 1931: Orgelblaasbalgtrapper f 65,- Onderhoud orgel H.W. Flentrop f 2035,10 (23)
Het orgel wordt op 16 augustus weer in gebruik genomen, waarbij orgelmaker H.W. Flentrop het orgel bespeelt. Zie Nieuwe Utrechtsche courant (24-07-1931) (laatste alinea), Emmer courant (14-08-1931), (18-08-1931), De standaard (23-07-1931), Nieuwsblad van het noorden (18-08-1931).
In de jaren daarna regulier onderhoud door Flentrop voor f 50,- per jaar. (23)

1932
Concert, georganiseerd door de vereniging 'Evangelie en vrijheid', door Flentrop op orgel en mevrouw Hekkert-Van Eijsden zang. Zie Emmer courant (08-01-1932), (12-01-1932).

1934
Johannes Koopman overlijdt op 89-jarige leeftijd. Hij was vanaf de bouw van het orgel tot zijn tachtigste jaar orgelblaastrapper. Van ongeveer 1925 tot 1931 nam een zoon zijn werk over totdat er een windmotor werd geïnstalleerd. Zie Emmer courant (27-02-1934), (02-03-1934).

1935
Concert op 16 januari door D.P. Frank orgel en mevr. J. Hekkert-van Eijsden zang en een zangkoor onder leiding van directeur Lolkema. Zie Emmer courant (11-01-1935), (18-01-1935).

193x
Johan van Meurs noteert de dispositie van het orgel in zijn dispositiecahier. (24)


Klik op de afbeelding voor een vergroting

1938
Onder de post 'onderhoud orgel' staat: Flentrop f 50,-  en zonder specificatie: A. Naber f 20,40 P. Sanders f 3,- Thedinga f 6,05 L. Kliphuis-Homan f 3,25 en f 0,55 J. Hof f 5,13 J. Griemink f 5,-.

1939
Vanaf dit jaar is het salaris van de organiste in de boeken te vinden. Voor die tijd werd zij waarschijnlijk betaald uit de kosterijgoederen. Tractement organiste f 390,- onderhoud orgel Flentrop f 50,-.

1940-1945
Idem (22)

1944
De opvolger van koster/organist Jan de Boer viert zijn 25-jarig jubileum als koster. Na het overlijden van de Boer is de functie gesplitst. Zie Drentsch dagblad: officieel orgaan voor de provincie Drenthe (09-05-1944).

1945
3 april Postma f 97,50 19 oktober Salaris organiste Mevr. Blaauw Meppel 29/4 - 1/9 f 135,-
Organiste Frouwkje Postma wordt uit haar functie ontheven vanwege de rol van de familie Postma in de Tweede Wereldoorlog. De ene helft van de familie zat in het verzet en het andere deel collaboreerde met de Duitsers. Deze tweeslachtige rol van de familie zal ook de reden zijn dat mejuffrouw Postma in 1946 nog een nabetaling kreeg over de periode 1 tot 15 april 1945. Later wordt ze weer organiste na het vertrek van dr. Das. (22)

1946
Op 11 juni wordt de toestand van het orgel aan de orde gesteld. Volgens een ontvangen rapport vergt het herstel van het orgel een bedrag van f 3.250,- op basis van prijzen uit mei 1940. Een dergelijk bedrag kan niet worden betaald uit de gewone middelen. Besloten wordt een collecte te organiseren en organist Das een volgende keer uit te nodigen voor een toelichting.
Op 13 juni geeft organist Dr. Das een toelichting op een mogelijke restauratie van het orgel. Hij baseert zijn uitleg op een voorstel van H.W. Flentrop. Hierin wordt het volgende genoemd: revisie van de windladen, verbetering van de mechaniek, dispositiewijziging, toevoeging van een register op het bovenwerk. Men is van mening dat herstel noodzakelijk wordt als de onderhoudskosten stijgen. Dr. Das wordt gevraagd bij Flentrop te informeren naar de kosten van restauratie tegen de geldende prijzen. Ook dient hij te informeren naar de kosten van een vervangend orgel tijdens de restauratie. (25)
Kasboek: 15 januari salaris Dr. G. Das okt-dec 1945 f 130,- 25 februari nota Flentrop f 34,39 10 april Dr. G. Das f 97,50 1946 18 juli idem 30 juli mej. Postma 1-15 april 1945 f 22,50 1946 1 oktober Das idem 31 december idem 31 december Flentrop stemmen orgel 1946 f 70,- (22)

1947
Op 20 januari schrijft Dr. Maarten Albert Vente in opdracht van de kerkvoogdij een rapport over het orgel op basis van een bezoek op 15 januari. ´Het instrument dateert van omstreeks 1870; de naam van den vervaardiger heb ik niet kunnen ontdekken. Hoewel dit orgel niet zulke kwaliteiten heeft, dat het in aanmerking kan komen om geplaatst te worden op de lijst der beschermde orgels (z.g. monumentale orgels) heeft het toch belangrijke verdiensten. Ik doel daarbij op het "Hoofdwerk". De dispositie van dit hoofdklavier is aantrekkelijk en verantwoord; daarentegen is de dispositie van het Bovenwerk en van het Pedaal pretentieloos. De toestand, waarin ik dit orgel heb aangetroffen is zonder meer slecht. Onoordeelkundige handen hebben het lange tijd "verzorgd". m.a.w. ergerlyk verwaarloosd en verknoeid.'
Vente stelt voornamelijk technisch herstel voor. 'De intonatie van het Hoofdwerk moet haar bestaande karakter behouden, door de Prestant 16; en Prestant 8' van dat Hoofdwerk moeten minder streek hebben. Daarentegen moet de intonatie van de bovenwerkregisters veel geprononceerder worden, daar deze thans kleurloos en mat is. De pijpen van de Vioolprestant 4' van het Bovenwerk moeten een hele toon worden opgeschoven en ingekort, zodat dit register meer volume verkrijgt.' Verder stelt Vente een aantal dispositiewijzigingen voor:
- De Prestant 16' moet naar een pneumatische lade, zodat het pedaal kan worden uitgebreid met een Prestant 16', Octaaf 8' en Koraalbas 4'.
-De Cello van het pedaal moet worden vervangen door een Fluitbas 8' van Oregon.
Het Bovenwerk is te zacht en dient versterkt te worden. Alternatieven:
-De Vox Celeste van het Bovenwerk inkorten tot een Quint 3' en op een kantsleep een tertsscherp III-IV toevoegen.
-Vox Celeste handhaven en op een kantsleep een Sesquialter II-III plaatsen
-Vox Celeste vervangen door een Sesquialter II/II. (32)
Op 19 juni komt onder punt g van de ingekomen stukken een brief van Flentrop over de restauratie van het orgel aan de orde. Gezien de hoge kosten wordt hiervan eerst afgezien. (25)
27 maart Dr. Vente Zwolle f 54,-, 2 april Dr. Das f 97,50 24 juli Dr. Das f 100,- 7 nov Dr. Das idem 31 december Dr. Das idem 31 december Flentrop f 70,- (22)
In augustus is er een benefietconcert voor een vakantieoord voor BLO-leerlingen door Dr. Das orgel en mevr. Klok-Boerdam en Henk Viskil zang. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (14-08-1947).

1948
Op 11 februari wordt er overlegd over een collecte voor de restauratie van het orgel en het aanbrengen van een installatie voor het luiden van de klokken. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (29-04-1948), (09-07-1948).
Op 16 september wordt gemeld dat een collecte f 9.705,43 heeft opgebracht. Dit geld zal worden besteed aan: urinoirs, verlichting van de wijzerplaten, luidinstallatie van de kerkklokken en revisie van het orgel door Flentrop. Verder komt een vraag van Dr. Das aan de orde om zijn salaris te verhogen tot f 500,- per jaar. De stemmen staken. Een voorstel om het salaris te verhogen tot f 450,- wordt aangenomen. (25)
24 januari Flentrop f 16,50 9 april Das idem 23 juli Das f 130,-13 november Das f 100,- 31 december Flentrop f 81,20 31 december Das f 137,50 (22)

1949
Op 11 juni schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat ze zijn begonnen met de restauratie. In overleg met organist Das zou het restauratieplan verbeterd kunnen worden:
-De beide transmissieregisters Prestant 16' en Bourdon 16' vervangen door een Quintadeen 16' vanaf c. Hierdoor wordt het Pedaal meer zelfstandig. Door het vervallen van het transmissieapparaat zal deze wijziging geen extra kosten veroorzaken. In de brief wordt een verhoging van de kosten met f 690,- gemeld vanwege een stijging van de loonkosten met 11,5%.
Op 25 juni schrijft de kerkvoogdij aan Flentrop dat ze akkoord gaan met de wijziging. De eerste termijn van f 3.500,- wordt 'één dezer dagen' betaald.
Op 26 augustus schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat de gereviseerde en nieuwe onderdelen op 27 augustus naar Emmen worden gestuurd. De montage daarvan start in de loop van de volgende week. Na aankomst van de onderdelen vervalt de tweede termijn van f 3.500,-. (32)
Het orgel wordt op 20 november weer in gebruik genomen. Ds. J. van Rossum preekt over Psalm 150:6. Muzikale medewerking wordt verleend door dr. Gerrit Das (orgel), A.J. van Duiyvendijk (viool), mevr. G.J. Christiaans-Das (zang) en de beide kerkkoren. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (08-11-1949),  (23-11-1949),  Emmer courant (30-09-1949) (21-11-1947).

De uiteindelijke kosten bedragen f 7.000,-. Van de werkzaamheden is geen bestek bewaard gebleven. Vanuit de beschikbare gegevens en het instrument leidt orgeladviseur Stef Tuinstra in 1992 de volgende werkzaamheden af:

Orgelkas:

Windvoorziening:

Mechaniek en klaviatuur

Pijpwerk:

Prestant 16' Nieuw gedekt pijpwerk voor C-Dis van elektrolytisch staal, Krupp Essen, E-Bes transmissie van de oude Prestant 16'-pijpen van het Hoofdwerk
Subbas 16' 1930 Oregon
Cello 8' 1930 zink
Koraalbas 4' nieuw van metaal

Dispositie na deze werkzaamheden:

Manuaal I C - e''' Manuaal II C - e ''' Pedaal C - d'
Prestant 8' Holpijp 8' Prestant 16'
Quintadeen 16' Open fluit 8' Subbas 16'
Roerfluit 8' Salicionaal 8' Cello 8'
Gemshoorn 8' Viola di Gamba 8' Koraalbas 4'
Octaaf 4' Viool Prestant 4'    
Gemsfluit 4' Fluit d'amour 4'    
Quint 2 2/3' Woudfluit 2'    
Octaaf 2' Sesquialter II-III    
Cornet V disc.        
Mixtuur II-III        
Trompet 8'        

Systeem: Mechanisch, behalve het Pedaal, dat pneumatisch is aangelegd.
Na deze restauratie treden al snel allerlei storingen op. De oorzaak is droogte door een nieuwe schoorsteen naast het orgel voor de nieuwe centrale verwarming. Zowel de organist dhr. G. Das als D.A. Flentrop maken hier melding van.

Kasboek: 15 april Das f 100,- 1949 28 juli Das f 100,- 1949 28 juli Flentrop f 3500,- Boerenleenbank 7 oktober f 3500,- Giro (Bedrag wordt overgeheveld van de ene rekening naar de andere rekening) 1949 7 oktober Das f 100,- (22)

1950
Concert in april door Dr. G. Das, M. Bijlsma-Knoop sopraan en het koor Cantemus Denuo onder leiding van G. Broenink. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (03-04-1950).
In oktober vindt een concert plaats door een Deens schoolkoor uit Randers, in het kader van een uitwisseling met het Lyceum in Emmen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (22-10-1952)).

1950
2 januari Das f 137,50 25 mei Das f 100,- 8 juli Das f 125 (22))

1951
8 januari Flentrop f 70,00 8 januari Das f 312,50 9 april Das f 125.- 10 juli Das f 125,- 4 oktober W. Trots Klazienaveen f 15,- Das f 125,- 12 dec Das f 155,- 19 december Flentrop f 95,- 27 dec Das 6 huwelijken f 45,- 31 dec W. Trots f 5,- (22))

1952
19 maart W. Trots f 45,85, Das f 125,- 5 juli Das f 125,- 5 april salaris Das f 125,- 27 sep idem 24 dec Flentrop f 95,- (22))

1953
17 januari Das 4e kw 1952 + 8 huwelijken f 60 f 185,- 18 april Das f 125,- 9 jul Das f 125,- 17 oktober Das f 125,- 24 december Flentrop f 112,50 31 december Das + 8x huwelijk f 192,50 (22)
Op 2 juni schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat tijdens een stemming bleek dat er verschillende pijpen niet goed spraken. Dit is veroorzaakt door een nieuw gebouwde schoorsteen naast het orgel. De pijpen zijn schoongemaakt. De schoorsteen vlak naast het orgel brengt een groot risico op schade aan de windlade door uitdroging met zich mee. (32))

1954
Op 2 maart doet Flentrop verslag van een overleg met de kerkvoogdij. Er zijn ernstige gebreken aan het orgel ontstaan door de installatie van de nieuwe kerkverwarming en de zeer droge vorstperiode. De situatie wordt voorlopig even aangezien. (32)
In de kerkvoogdijvergadering van 22 juni wordt besloten een lichtsignaal vanaf predikant naar de organist te installeren om de communicatie te verbeteren.
Organist Das geeft aan dat het spelen van alle diensten hem te zwaar wordt. Kan de heer Trots worden aangesteld als tweede organist?
Op 2 april wordt in de kerkvoogdijvergadering een brief van Flentrop behandeld waarin wordt gesteld dat de problemen met het orgel worden veroorzaakt door de verwarming. Er wordt nog even afgewacht.
Op 30 november schrijft organist Das aan de kerkvoogdij dat het orgel nodig gerepareerd moet worden. Er zijn problemen met de balgjes van het pneumatische pedaal. Zonder tegenbericht van de kerkvoogdij wordt het orgel gerepareerd. (32)
Op 22 december wordt het bericht van Flentrop behandeld waarin Flentrop meedeelt dat het onderhoudsbedrag wordt verhoogd van f 95,- naar f 115,- (17)
Kasboek: 6 mei Dr. Das f 125,- 15 juli W. Trots en G. Das f 75,- voor 2e kwartaal 14 november idem 17 december C. van Eyk orgelspel f 30,- (22))

1955
Kasboek: 12 jan Flentrop f 313,38 25 jan Das 4e kwartaal + huwelijken f 26,- f 101 W. Trots f 75 21 februari C. van Eyck orgeldiensten f 23,- 16 maart W. Trots orgeldiensten f 39,- 19 april C. van Eyck orgelspel f 22,- 24 juni idem f6,- 1 juli G. Das en W. Trots 1e halfjaar f 150,00 5 september W.H. Zwart huur kerkgebouw f 45,- (vermoedelijk voor een orgelconcert) 8 oktober Trots en Das 3e kwartaal f 75,- 27 december C. van Eyck 10 orgeldiensten f 30,- (22))

1956
Op 18 april schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat het dringend gewenst is het vochtgehalte in de kerk beter te beheersen. Een afdoend herstel van het orgel vergt een bedrag van f 17.000,-. De vloer onder het orgel dient te worden geïsoleerd van de stookruimte. (32)
In de kerkvoogdijvergadering van 11 mei komt aan de orde dat het herstel van het orgel een bedrag zal vergen van minstens f 17.000,- Ook wordt geadviseerd de verwarmingsruimte te isoleren.
Op 3 augustus vraagt Willem Hendrik Zwart of hij een orgelconcert in de kerk kan geven. Vanwege de slechte staat van het orgel wordt dit afgewezen. (17)
Kasboek 17 januari Flentrop f 115,- 14 januari Das f 135 incl. 10 huwelijksdiensten W. Trots f 75,- (22))

1957
Op 7 februari vraagt organist Das of er enkele reparaties aan het orgel kunnen worden uitgevoerd. Dit is akkoord. (32)
Op 4 november schrijft ds. Faber aan de Hervormde Orgelcommissie (HOC) dat het orgel hersteld moet worden. De restauratie zou mooi samen kunnen gaan met een vernieuwing van het kerkinterieur.
Graag wil hij deskundig advies inwinnen. (08))

1958
Op 20 januari vraagt organist Das ontheffing van zijn functie als organist. In zijn plaats wordt benoemd mej. F. Postma uit Emmen, die al organiste was tot 1945. Mevrouw Rossing wordt aangesteld als reserve-organiste.
Op 8 februari wordt besloten organist Das als cadeau een 'boekwerk' aan te bieden. (17)
Op 11 augustus schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat via stemmer Baardewijk een verzoek kwam om een prijsopgave te doen voor herstel van het orgel. Enkele jaren geleden was de prijs f 17.000,-. Deze is nu gestegen tot f 19.500,-. Een mechanische sleeplade voor het pedaal inclusief een nieuw 16-voets tongwerk zal een bedrag vergen van f 10.000,-. (32)
Op 6 september schrijft de interne commissie 'vernieuwing kerkinterieur' als antwoord op een brief van de kerkvoogdij dat zij niet verantwoordelijk zijn voor het normale onderhoudswerk van het kerkinterieur. Bijgesloten is een brief van orgelmaker Flentrop met een plan om het orgel te herstellen, dat beschadigd is geraakt door de onoordeelkundig aanleg van de centrale verwarming. (14)
Blijkbaar is contact met de HOC in 1957 niet tot stand gekomen. Op 19 november schrijft de HOC aan ds. Faber dat ze de kerk graag willen adviseren. De kosten van het advies bedragen f 45,-. (08)
Op 8 december wordt besloten om tegelijkertijd met de vernieuwing van het interieur ook het orgel een grote beurt te laten geven. Er zal hiervoor een deskundig advies worden aangevraagd. Kosten van dit advies zijn f 45,-. (17)
Op 2 december schrijft de interne commissie 'vernieuwing kerkinterieur' dat tegelijkertijd met de vernieuwing van het kerkinterieur ook het orgel moet worden gerestaureerd. Hiermee zullen enkele tienduizenden guldens zijn gemoeid. Het orgel moet een functie vervullen bij concerten in de kerk. Het is in wezen een goed instrument maar moet voldoen aan de huidige eisen. Er is een actie gestart voor het inzamelen van gelden. (14)
Op 9 december schrijft de secretaris van de commissie voor de kerkvernieuwing dat ze graag gebruik maken van het advies. Wanneer komt de deskundige langs? (08) (31)
In een brief van 10 december wordt gemeld dat er ook een akoestisch adviseur zal worden ingeschakeld. (14))

1959
Op 13 april brief van Flentrop dat het onderhoudsabonnement is verhoogd van f 125,- naar f 135,-.
Het advies van de HOC dateert van 14 april. In het eerste gedeelte wordt het orgel beschreven. Direct daarna wordt gesteld dat het orgel in slechte conditie is. De windladen hebben veel door- en bijspraak en verliezen wind. De tractuur is mechanisch met uitzondering van het Pedaal en een strijker op Manuaal II. De tractuur op Manuaal I rammelt en de tractuur op Manuaal II heeft te weinig diepgang. De manuaalkoppeling trekt onvoldoende door. Het pijpwerk is van diverse herkomst en bevat veel kernsteken. De frontpijpen hebben overlengte. Ook zijn er zinken pijpen. De intonatie is slap en heeft weinig karakter. De zinken Trompet heeft een slechte klank. De windvoorziening is onvoldoende. De Pedaalkas is van latere datum en waarschijnlijk vrij kort geleden toegevoegd. Men acht een restauratie niet verantwoord. Graag wil men het advies mondeling toelichten.
Op 18 april schrijft de commissie vanuit Emmen dat men graag van de toelichting gebruik maakt.
Op 27 juni stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies.
Op 12 augustus 1959 wordt een brief behandeld van W. Eppinga of hij op 21 november een orgelconcert in de kerk mag geven. Dit wordt toegestaan als hij 20% van de opbrengst afdraagt. Mevrouw Rossing-Hoekman stopt als reserve-organist.  (08) (17) (31)
Op 20 november schrijft organiste mej. Postma, mede op verzoek van de kerkvoogdij: 'Het orgel is weer eens zo ver dat er nodig iets moet gebeuren. De meeste toetsen zijn verzakt en het pedaal spreekt heel slecht aan. De Prestant 16 geeft helemaal geen geluid.' (32))
Benefietconcert voor het orgelfonds door het Emmer Mannenkoor onder leiding van B. Harsevoort, organist Vic de Val en bariton Victor van der Laan. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-08-1959).

1960: Op 23 januari stuurt Sjouke van der Kooi (muziekleraar in Emmen) in zijn functie als adviseur van de Hervormde Kerk van Emmen een brief met een aantal vragen naar Nederlandse orgelmakers waaronder Mense Ruiter voor de aanschaf van een nieuw orgel.
1. Hoe lang duurt het voordat U kunt beginnen
2. Hoe lang duurt de bouw
3. Wat zijn de prijzen voor de verschillende typen orgel: mechanisch en mechanisch met elektrische tractie waardoor er een speeltafel op afstand geplaatst kan worden
4. Waar kunnen we orgels van U beluisteren
Gedacht wordt aan een orgel met twee klavieren en vrij Pedaal. Het ondermanuaal met acht stemmen en het bovenmanuaal met zeven stemmen en op het Pedaal 2 stemmen volgens het unit-systeem.
Op 9 februari beantwoordt Ruiter de vragen. De punten 1 en 2 zijn niet eenduidig te beantwoorden en hangen af van wanneer de opdracht wordt verstrekt. 1961 is misschien mogelijk. Een orgel van 16 1/2 stem kan worden geleverd voor f 36.300,-. Orgels van Ruiter kunnen worden bezichtigd in de Maranathakerk van Den Haag, Woldendorp Hervormde Kerk en Groningen Filadelfiakerk. Een elektrische traktuur wordt afgeraden. (26)
Op 1 december is mejuffrouw Postma 35 jaar organiste. Ze wordt verrast met een bloemetje.
Oud-organist Gerrit Das overlijdt. Hij was leraar aardrijkskunde en geschiedenis aan het Gemeentelijk Lyceum in Emmen. Zie Nieuwsblad van het Noorden (26-08-1960).

1961: Op 13 februari 1961 wordt besloten advies bij de HOC aan te vragen voor de restauratie van het orgel. (25)
Op 15 februari antwoordt de kerkvoogdij van Emmen op een brief van 6 februari van de HOC. Het orgel moet dringend gerestaureerd worden. Men wil graag advies. (Zie ook origineel)
Op 22 maart schrijft de HOC dat de beantwoording van de brief van 15 februari enige vertraging heeft opgelopen. In de loop van de volgende maand komt er bericht.
In juli blijkt dat er een verwisseling is opgetreden met de hervormde evangelisatie in Emmen.
Orgelconcerten in de kerk worden afgelast vanwege de slechte staat van het orgel. Zie Nieuwsblad van het Noorden (05-08-1961).
Op 26 september schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de nota voor werkzaamheden ten laste moet komen van de Hervormde Evangelisatie. Graag een nieuw summier rapport voor het orgel in de Grote Kerk.
Op 27 september wordt een afspraak gepland voor een onderzoek door Cor Edskes.
Op 11 oktober wordt er een plan ingediend voor het vernieuwen van het interieur van de kerk. Het orgel zou ongewijzigd kunnen blijven. Wel zou de balustrade en de wand onder het orgel aangepast kunnen worden.  (08) (14) (31))

1962
Er zijn discussies over een centrumplan voor Emmen. Er is zelfs sprake van nieuwbouw van de kerk in combinatie met een openbare bibliotheek. Deze plannen vinden geen doorgang. Er wordt een nieuwe bibliotheek gebouwd naast het Kantongerecht. Zie correspondentie. (15)
Op 9 juni wordt geschat dat de restauratie van het orgel f 25.000,- zal gaan kosten. Er zal contact worden gezocht met orgelmaker Mense Ruiter. (25)<)

1963
Op 14 november verwijst de HOC naar een eerder advies van 14 april 1959. Het orgel zal er niet beter op geworden zijn. Heeft men al besloten tot nieuwbouw? De HOC adviseert graag.
Op 6 december antwoordt de kerkvoogdij van Emmen dat het orgel niet wordt vervangen. (08) (31))

1964
Op 30 juni schrijft de kerkvoogdij aan het ministerie van CRM dat er plannen zijn om het orgel te restaureren. Kan er overlegd worden omtrent de juiste wijze van restaureren en wat zijn de subsidiemogelijkheden? Er is telefonisch contact geweest met uw adviseur C.H. Edskes. Hij is bereid langs te komen, maar daar is een opdracht vanuit het ministerie voor nodig. Met de verbetering van het interieur is inmiddels begonnen.
Uit deze tijd stamt een informatiebrief naar de gemeenteleden, waarin de plannen voor de restauratie van het orgel worden toegelicht. Uit het orgelfonds kan een zesde van de restauratiekosten van f 30.000,- worden gedekt. Er wordt een beroep op de gemeenteleden gedaan om een bijdrage te leveren.
Op 23 december schrijft het ministerie van CRM dat het niet mogelijk is een subsidie te verlenen. Het orgel heeft geen monumentale waarde. (32)

1965
Op 9 februari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de restauratie van de kerk in een vergevorderd stadium is. Kan de HOC nu adviseren over het orgel? Kan het ter plaatse worden aangepakt of moet het worden gedemonteerd? Er is al contact met de firma Bakker & Timmenga, maar deze heeft de eerste jaren geen tijd beschikbaar.
Op 18 februari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het rapport van 14 april 1959 niet meer in Emmen aanwezig is. Kunt u een afschrift sturen? Graag nader advies. Is het mogelijk dat een adviseur volgende week het orgel bezoekt?
Op 23 februari stuurt de HOC een afschrift van het rapport uit 1959 naar de kerkvoogdij. Een bezoek van een adviseur is op deze korte termijn niet mogelijk.
Op 17 maart 1965 belt orgelmaker Ottes met het Bureau Monumentenzorg van de provincie. Uit een telefoonnotitie valt af te leiden dat de opdracht voor restauratie naar Ottes zal gaan.
Op 21 april stuurt de kerkvoogdij een restauratievoorstel van orgelmaker Ottes naar de HOC. Ottes heeft het orgel op 2 maart bezocht en komt op 25 maart met voorstel :
'1. Vervanging van de oude klavieren.
2. De windladen winddicht maken, zodanig dat er geen windverlies of doorspraak voor kan komen. (plaatsing van z.g telescoophulzen)
3. De mechanische tractuur van Manuaal I en II gedeeltelijk herzien.
4. De toetsen van Manuaal II een diepgang geven van 12 mm.
5. De Manuaalkoppel gedeeltelijk herzien en bijtegelen.
6. Totale herziening van de windvoorziening.
7. De Trompet 8 van het Hoofdwerk (zink) vervangen door een nieuwe van 405 tin.
8. Vervanging van de Voix Celeste 8 van het Bovenwerk door een Nasard 1 1/3.
9. Vervanging van de Koraalbas 4 van het Pedaal door een 4 voets tongwerk. (te weten: Schalmei 4).
10. Reparatie van de Pedaallade
11. Voor zover mogelijk: Herintonatie van het gehele orgel, zodat het een snelle aanspraak en een dragende klank heeft.
12. Schoonmaak van het gehele orgel tijdens de demontage der verschillende orgelonderdelen.
13. Afregelen en bijstellen van het gehele mechaniek.
14. Zuiver stemmen van het gehele Orgel.
De kosten voor bovenstaande restauratie bedragen: f 23.837,80.'
Op 21 april krijgt Ottes het bericht dat de opdracht aan hem is vergund. Binnenkort is er een bespreking gepland. Kunt U de informatie die U ter inzage kreeg over de Grote Kerk en Angelslo retourneren?
Op 24 april dankt Ottes voor de opdracht. Een deel van de brieven was al terug gestuurd. De andere volgen nu.
Op 4 mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat orgelmaker Ottes nog maar kort als zelfstandig orgelmaker optreedt en nog weinig restauratiewerk heeft gedaan. Onlangs is er op grond van een nieuwbouw-orgel van Ottes een negatief advies aan een kerkvoogdij gegeven. De HOC beschouwt Ottes als ongeschikt. De offerte is veel te summier. De HOC geeft graag een voorlopig advies.
In een brief van 25 oktober 1965 wordt gemeld dat de orgelbalustrade te hoog is en wat zou moeten zakken.
Op 8 december schrijft Ottes dat hij het orgel op 6 december weer gedeeltelijk bespeelbaar heeft gemaakt. Ottes hoorde van plannen om de orgelkas te gaan schilderen, passend bij het nieuwe kerkinterieur. Het schilderen van de orgelkas kan alleen als de frontpijpen worden verwijderd. De orgelkas moet worden afgeloogd met ammoniak en dit is zeer schadelijk voor de pijpen. Hij adviseert te wachten met schilderen totdat de pijpen zijn verwijderd. (14) (31) (32)

1966
Op 28 maart schrijft organist Vic de Val aan de kerkvoogdij dat hij zich op verzoek van dhr. Iedema in verbinding heeft gesteld met orgelmaker Ottes, die nu het orgel restaureert. De werkzaamheden zijn nu zo ver gevorderd dat met de opbouw kan worden begonnen. Met Ottes heeft hij het restauratieplan doorgesproken. Dat heeft geresulteerd in een wijzigingsplan. Ottes zal daarvoor een aanvullende prijsopgave doen. De voorgestelde wijzigingen zijn muzikaal-technisch verantwoord en verhogen de gebruiksmogelijkheden. Hij licht het een en ander graag toe in een kerkvoogdijvergadering. Een spoedig besluit zou de voortgang van de werkzaamheden zeer bevorderen.
Op 2 april komt Ottes met een prijsopgave van de voorgestelde wijzigingen door Vic de Val. De kosten stijgen hierdoor met f 8.425,-.
Op 24 april schrijft Ottes dat de restauratie inclusief de wijzigingen van organist Vic de Val komt op f 32.000,-. De Quintadeen wordt niet uitgebreid met het groot Octaaf maar krijgt een transmissie naar de Subbas 16´ van het pedaal. 'Verder zijn buiten het werk om, de speeltafel en de mechaniekkoppels geheel vernieuwd, daar het bestaande niet meer te repareren bleek.'
Op 18 augustus constateert organist Vic de Val nog een aantal problemen:
-Zoals al afgesproken: hoed grootste Bourdon, verlichting pedaal en dakje boven Bourdon.
-Versterken van het laagste octaaf van de Bourdon en evenzo de transmissie naar het groot octaaf van de Quintadeen.
-Opmerkingen over individuele pijpen van enkele registers.
-Windverlies in het Hoofdwerk bij indrukken van toetsen bij gesloten registers
-De manuaalkoppel komt niet helemaal vrij bij het sluiten
-Enkele hangers
-Enkele ventielen van het Bovenwerk sluiten niet.
Op 3 december schrijft Vic de Val aan Ottes dat zijn reparatie van de afgelopen dinsdag niet afdoende was. Het concert van die avond ging door orgelkwalen 'goeddeels de mist in.' De Val verzoekt Ottes met klem het orgel af te maken. De Val kan een lijst maken met klachten, maar Ottes kan dat ook zelf vaststellen. (32)
Op 23 december bevestigt de HOC een aantal telefoongesprekken met predikant van der Schoot van de Hervormde Kerk van Appelscha. Kerkvoogden van Emmen hebben zich blijkbaar positief uitgelaten over de werkzaamheden van Ottes in Emmen. De HOC kan dat niet rijmen met de klachten die er nu in Emmen zijn en het niet betalen van de laatste termijn in Emmen wegens klachten na de restauratie. Op dezelfde datum stuurt de HOC een brief naar de kerkvoogdij van Emmen. men wil graag meer informatie over de zaak Appelscha. (31)
Organist Vic de Val heeft toezicht op de werkzaamheden gehouden. Na de oplevering van het orgel doen zich veel problemen voor. Ottes probeert dit te herstellen, maar slaagt daarin onvoldoende. Enige tijd later gaat hij failliet. (03)
Na de restauratie ontstaat de volgende dispositie:

Manuaal I C - e'''   Manuaal II C - e'''   Pedaal C - d'  
Prestant 8'   Holpijp 8'   Prestant 16' 1949
Quintadeen 16' 1949 Salicionaal 8'   Bourdon 16' 1966
Roerfluit 8'   Open fluit 8'   Octaaf 8' 1931
Gemshoorn 8'   Octaaf 4'   Schalmei 4' 1966
Octaaf 4'   Gedekte fluit 4'        
Gemsfluit 4'   Woudfluit 2'        
Quint 2 2/3' 1931? Nasard 1 1/3' 1966      
Octaaf 2'   Sesquialter II-III 1931/1949      
Nachthoorn 1' 1949/1966            
Mixtuur II-IV 1966            
Trompet 8' 1966            

1968:
Op 1 juli schrijft de kerkvoogdij over een gesprek tussen Vic de Val en orgelmaker Vierdag. Vierdag wordt op grond van dit gesprek verzocht het onderhoud te verzorgen van het orgel in de Grote Kerk en het orgel in de Voorhof. (32)

1973: Op 6 augustus schrijft Vic de Val naar orgelmaker Vierdag over een uitgevoerde reparatie. Het volgende moet nog gebeuren:
-De manuaalkoppel vernieuwen
-De Trompet 8 vervangen door een exemplaar uit Nordhorn
-De Schalmei van het Pedaal repareren en weer sprekend maken
-De pijpen van het groot octaaf van de Open Fluit lijmen.
Het orgel heeft zich sinds december goed gehouden qua stemming en mechaniek. (32)
W.D. van der Kleij schrijft in het tijdschrift De Mixtuur nr. 11 1973, een artikel over de geschiedenis van het orgel.


Foto uit 1973 nr. E 47739-4 http://www.kerkeninbeeld.nl

1976
In een bouwvergadering van 7 september wordt besloten het orgel in te pakken omdat er bij de restauratie van de toren stof in het orgel is gekomen.
In de bouwvergadering van 28 oktober blijkt dat het orgel zondags wordt bespeeld. Wordt het dan gedeeltelijk uitgepakt? Moet het orgel bij het afscheid van ds. Faber geheel worden uitgepakt? Er wordt besloten dit niet te doen vanwege de kosten van f 2.000,-. (32)

1977
Op 1 december meldt organist Vic de Val dat twee medewerkers van orgelmaker Vierdag op 24 november het orgel hebben onderzocht. Op basis hiervan hebben ze een offerte gemaakt voor een restauratie.
- Restauratie van de windladen van Hoofdwerk en Bovenwerk f 17.525,-
- Nieuwe speeltafel met drie koppelingen en nieuwe klavieren f 20.795,-
- Pijpwerk: f 17.950,-
- Het zinken groot octaaf van de Quintadeen vervangen door de Bourdon 16' van het Pedaal. De transmissie kan dan vervallen.
- De pneumatische Nasard 1 1/3 van het Hoofdwerk verhuist naar het Bovenwerk op de plek van de Salicionaal, die vervalt.
- De Trompet 8' wordt vernieuwd met gebruikmaking van de bestaande lepels en tongen. Vernieuwing van de bekers met gebruik van bestaand materiaal.
- De overige registers repareren, goed sprekend maken en stemmen
- Nieuwe mechanische lade voor het Pedaal van C - f1 met Subbas 16', Octaaf 8', Fagot 16' en Schalmei 4'
De Subbas is nieuw van hout. f 28.550,-
De werkzaamheden kunnen circa 20 maanden na het geven van de opdracht worden uitgevoerd.
De kosten blijken hoger dan De Val heeft verwacht. Volgens De Val zijn de kosten het gevolg van de werkzaamheden door 'orgelbouwer' Ottes in 1966. (27)

1978
In een uitgebreide brief van 16 maart legt de HOC Kerk uit wat haar werkwijze is.
Op 19 september schrijft de kerkvoogdij aan Erné dat de restauratie van de kerk bijna is afgerond. Men komt nu aan het orgel toe. Wanneer kan Erné naar het orgel komen kijken? (08)
Op 1 december komt Vierdag met een nieuwe offerte van f  98.154,- voor restauratie en uitbreiding van het orgel.
In een brief van 4 december beschrijft organist Vic de Val het orgel. Hij vermoedt dat een deel van het pijpwerk afkomstig is van Van Oeckelen, waar Meijer heeft gewerkt. Het orgel was oorspronkelijk geheel mechanisch met een aangehangen Pedaal. Aan de kas is duidelijk de toevoeging van een zelfstandig pneumatisch Pedaal door Flentrop in 1939 te zien. Ook 1 stem van het Bovenwerk is pneumatisch. Het zinken pijpwerk dateert ook uit die tijd. De schoorsteen van de luchtverwarming liep vroeger pal langs de orgelkas. In de jaren vijftig begon het orgel veel mankementen te vertonen. De restauratie door Ottes in 1966 was lang niet voldoende. Daarna wordt de dispositie genoemd, waarbij het nieuwe pijpwerk is aangekruist. Het orgel is grotendeels waardevol en fraai van karakter en een restauratie waard.
Het zinken pijpwerk dient te worden vervangen en de pneumatiek verwijderd.
In overleg met Vierdag stelt hij de volgende dispositie voor met 24 stemmen:

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Quintadeen 16' Open Fluit 8' Prestant 16'
Prestant 8' Gamba 8' x Subbas 16'
Gemshoorn 8' x Voix Celeste 8' x Octaafbas 8'
Roerfluit 8' Holpijp 8' x Fagot 16'
Octaaf 4' Octaaf 4' x Schalmei 4'
Fluit 4' Gedekte Fluit 4'
Quint 2 2/3' Windfluit 2'
Octaaf 2' Nasard 1 1/3'
Nachthoorn 1' Sesquialter II-II
Mixtuur II-IV
Trompet 8'
Nieuwe registers zijn aangekruisd.
Op 6 december stuurt Vic de Val het plan van Vierdag en zijn eigen toelichting naar het college van kerkvoogden.
In het kerkblad Hervormd Emmen van december 1978 schrijft Vic de Val over de plannen voor het orgel. (27)


1979
Op 19 februari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de restauratie van het orgel niet gerealiseerd kan worden in het kader van de kerkrestauratie. Kan de HOC een onderzoek uitvoeren?
Op 19 maart vergadert de orgelcommissie voor het eerst. Er wordt een technische, een financiële en een organisatorische commissie ingesteld. De algehele leiding berust bij dhr. Zegering-Hadders. Het rapport van adviseur Hülsmann is nog niet ontvangen. Er wordt voorgesteld om dhr. Kriek uit Didam te benoemen als orgeladviseur om de 5% adviseurskosten te besparen.
Op 10 april schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het al 4 maanden geleden is dat dhr. Hülsmann een onderzoek heeft uitgevoerd. Er is nog steeds geen rapport ontvangen.
Op 11 april verschijnt het rapport van de Hervormde Orgel Commissie van de Hervormde Kerk (HOC). Bij het onderzoek waren aanwezig wijlen organist Vic de Val (hij overleed in december 1978), orgelmaker Vierdag en leden van de kerkvoogdij. Mogelijk zou aan het orgel monumentale waarde kunnen worden toegekend. Misschien biedt de nog niet afgesloten restauratierekening van de kerk een mogelijkheid voor subsidie. Bij het onderzoek was het in de kerk 22 graden en gaf de hygrometer 25% aan. Tijdens de restauratie van de kerk was het orgel ingepakt en zal het vochtiger zijn geworden. Het staat nu bloot aan een snelle uitdroging. De windladen vertonen nu doorspraak ondanks de restauratie van de laden door Ottes. De laden zijn door Ottes voorzien van een verende sleepconstructie en de pulpeten zijn vervangen door schijven. De Schalmei en de Bourdon van het Pedaal zijn van Ottes. Ook de Mixtuur, Trompet en vermoedelijk de Nachthoorn 1' zijn van Ottes. Een deel van het Hoofdwerk is nog oorspronkelijk. De Nasard 1 1/3' van het bovenwerk is geplaatst op een pneumatische lade, die verbonden is met de oorspronkelijke windlade middels een plastic buis. De Sesquialter van het Bovenwerk is vermoedelijk van Flentrop. De rest van het pijpwerk lijkt origineel. Het frontpijpwerk is van zink en overtrokken met tinfoelie, maar vermoedelijk wel oorspronkelijk.
Geadviseerd wordt een ervaren orgeladviseur in te schakelen. Genoemd wordt Lambert Erné.
Op 19 april stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies.
Op 24 mei stelt organist Jan van Laar aan Corneille Janssen van het bureau Monumentenzorg (BM) voor om samen met de andere organist Henk Stekelenburg te overleggen over de restauratie.
Op 3 september stuurt orgeladviseur Hans van der Harst een rapport naar de kerkvoogdij. Hij heeft op 15 augustus het orgel bezocht in aanwezigheid van de organisten Jan van Laar, Henk Stekelenburg en Corneille F. Janssen van het BM.
Hij beschrijft kort de geschiedenis en noemt de wijzigingen van Ottes 'geheel uit de oorspronkelijke stijl'. De windladen zijn nog grotendeels oorspronkelijk. Van de oorspronkelijke mechaniek is niet veel meer over vanwege de gewijzigde ladeligging en de toevoeging van een pneumatisch Pedaal. De oude magazijnbalg is nog aanwezig. De windkanalen zijn deels oud. De klaviatuur en registerknoppen zijn van 1966 en passen niet bij de stijl van het orgel. De speelaard is onaangenaam en onbetrouwbaar. Het pijpwerk is 'voor een niet onbelangrijk deel' nog aanwezig. Daarna volgt een gedetailleerde beschrijving van het pijpwerk op volgorde van de lade. Van der Harst stelt voor de oude situatie weer grotendeels te reconstrueren en een nieuw mechanisch Pedaal. Het orgel is belangrijk genoeg om een overleg met de rijksadviseur voor orgel te overwegen.
Hij stelt de volgende dispositie voor:

Hoofdwerk Bovenwerk Pedaal
Bourdon 16' o Holpijp 8' Subbas 16'
o Prestant 8' o Open Fluit 8' Octaafbas 8'
o Gemshoorn 8' o Salicionaal 8' Octaaf 4'
o Roerfluit 8' o VioolPrestant 4' Bazuin of Fagot 16'
o Octaaf 4' o Fluit 4' Trompet 8'
o Gemsfluit 4' Woudfluit 2'
o Quint 2 2/3' Dulciaan of Fagot-Hobo 8'
o Octaaf 2'  
Cornet V Disc  
Mixtuur II-III-IV
Trompet 8'
De met 'o' gemerkte stemmen zijn oud. (27)
Op 9 september schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze akkoord gaan met de aanstelling van Hans van der Harst als adviseur. (31)

1980
Op 21 maart schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze na de aanstelling van Hans van der Harst als adviseur de zaak met belangstelling volgen en graag op de hoogte willen blijven.
Op 13 augustus stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 19 september vraagt organist Jan van Laar aan Corneille Janssen of het zinvol is via Hans van der Harst een prijsopgave voor een restauratie te laten doen door de orgelmaker Albert de Graaf? (27) (31)

1981
Op 26 januari stuurt de kerkvoogdij een prijsopgave van Albert de Graaf van 13 december 1980 door naar het BM. Het orgel wordt zowel qua dispositie als mechaniek hersteld naar de oorspronkelijke toestand. Het plan is geënt op het restauratieplan van Van der Harst en zal circa f 185.000,- (ex BTW) kosten. Voor het Pedaal zal een nieuwe orgelkas achter het orgel worden gemaakt. Er zijn twee varianten met Subbas 16' en Octaafbas 8' voor f 37.000,- en een met 3 stemmen (+Bazuin 16') voor f 58.000,-.
Op 25 maart komt in de kerkvoogdijvergadering het orgel aan de orde. De kosten van een orgelrestauratie worden geschat op f 300.000,-. Een opdracht aan Albert de Graaf is akkoord mits er subsidie wordt verleend. (32)
Van 15 april dateert een begroting van f 24.616,66 voor het schilderwerk door het BM.
Op 7 mei dient de kerkvoogdij een subsidieverzoek in bij de provincie. De kosten worden ingeschat op f 250.000,-. Bijgesloten zijn de rapporten van orgeladviseur van der Harst uit 1981 en van 3 september 1979 en de offerte van orgelmaker Albert de Graaf van 26 januari 1981. Een soortgelijke brief gaat naar de gemeente Emmen.
Op 1 juli schrijft het BM aan de provincie dat de restauratie van het orgel is aangemeld bij de ISP voor 1981/1982. Het bureau geeft een positief advies voor de restauratie.
Op 14 juli schrijft de provincie dat ze bereid zijn subsidie te geven als het Rijk dat ook doet. (27) (32)
Een poging om de toevoeging van een "concertpedaal' door de gemeente te laten financieren mislukt.
Op 3 september bericht het Nieuwsblad van het Noorden over de mogelijke restauratie.

1982
Op 14 juli vraagt de kerkvoogdij het BM om advies omtrent punt 4.4 uit een verslag omtrent een oriënterend gesprek over de restauratie. Waarom wordt er geen subsidie verleend uit de ISP-regeling? Verder blijkt uit het verslag dat het orgel inmiddels erkend is als monument. Latere toevoegingen aan het orgel zijn niet subsidiabel. De kans op subsidie is op dit moment nihil.
Op 16 juli schrijft het BM dat het verkrijgen van subsidies op dit moment uiterst moeilijk is. (27)

1983
Op 6 februari schrijft orgeladviseur Hans van der Harst dat hij overleg heeft gehad met rijksorgeladviseur dhr. Wiersma. Naar de normen van monumentenzorg heeft het orgel geen monumentale waarde, maar behoud en restauratie worden op prijs gesteld.
Op 27 april vergadert de orgelcommissie. De organisten klagen dat er nog steeds geen actie is voor het restaureren van het orgel. In de kerkvoogdijvergadering van 6 september 1982 is in principe besloten het orgel te laten restaureren mits er subsidie zou worden verleend. De provincie heeft al subsidie toegezegd. De rijkssubsidie dient te worden aangevraagd via de gemeente. De toestand van het orgel is zeer slecht. De helft van het orgel is onbruikbaar.
Op 1 december schrijft het ministerie dat het orgel niet voor subsidie in aanmerking komt omdat het orgel in 1930 en 1966 dusdanig veranderd is dat er geen sprake meer is van een monument.
Op 15 december meldt de gemeente Emmen dat het rijk geen subsidie verleent. De gemeente wijst er op dat men in beroep kan gaan tegen deze beslissing. (27)

1984
Op 4 oktober schrijft de kerkvoogdij aan de Rijksdienst voor Monumentenzorg dat ze teleurgesteld zijn vanwege het niet toekennen van subsidie. Moeten ze uit de beslissing afleiden dat het beter is om het orgel af te breken?
Op 19 november schrijft de rijksdienst dat in een brief is uitgelegd waarom het orgel niet als monument wordt erkend. Een reconstructie van het orgel is echter wel verantwoord. (27)

1985
Op 20 mei schrijft organist Jan van Laar dat het orgel in zeer slechte staat verkeert. De pogingen van de orgelcommissie om een subsidie te verkrijgen hebben tot nu geen resultaat gehad. Geconcludeerd moet worden dat de hervormde gemeente niet in staat is de restauratiekosten zelf op te brengen. In een vergadering op 4 maart is geopperd of de kerk niet voor een symbolisch bedrag aan de gemeente kan worden verkocht. De kerk zou dan een multifunctioneel karakter kunnen krijgen. De gemeente Emmen zou dan verantwoordelijk worden voor de restauratie van het orgel. Bij de brief is een bijlage toegevoegd met een korte geschiedenis van het orgel en de acties om een restauratie te realiseren.
Op 18 juli vraagt organist Jan van Laar aan het BM wat de consequenties zijn als het orgel op de monumentenlijst wordt opgenomen. (27)


Foto door organist Etto Huizinga

Herkomst pijpwerk voor de laatste restauratie

Hoofdwerk (I) Volgorde op de laden, nomenclatuur van de klaviatuur, omvang C - e3. Het pijpwerk uit 1873 heeft geen expressions. De C-kant is, voor het orgel staande, aan de linkerzijde.
Quintadeen 16 voet 1949. C - H pneumatische transmissie van de Subbas 16 vt van het Pedaal. Deels afgevoerd, deels op de lade. Klein octaaf elektrolytisch staal, rest orgelmetaal. Geheel met baarden, deels rolbaaarden.
Prestant 8 voet Frontpijpen 1873, zink-orgelmetaallegering, bekleed met tinnen platen; labia rond opgeworpen, geen baarden. C - c: pneumatische transmissie uit Prestant 16vt. c-c': oorspr - eiken-binnen, open, afgevoerd; werk geen steminrichting.
Gemshoorn 8 vt 1873. Groot octaaf gecombineerd met Roerfluit. c: 1949. Op cis oude c van 1873, enge mensuur, flauw cilindrisch. Halve toon opgeschoven. e3 verdwenen. Klein octaaf stemkrullen, rest op toonlengte afgesneden. Geen baarden.
Roerfluit 8 vt 1873. C-h eiken, rest metaal. Niet verschoven. Geheel met baarden, vrij enge roeren, gemiddelde mensuur.
Octaaf 4 vt 1873. Metaal. C:1949. Cis is oude C. Rest ook een halve toon verschoven. Groot octaaf met  baarden. Nu onderste 2 octaven met stemkrullen (oorspr. C-cis met stemlappen). Rest op lengte; e3 weg.
Gemsfluit 4 vt 1873, metaal, wijde mensuur, licht conisch, fis2-e3 open cilindrisch. C uit 1949. Cis is oude C. Rest 1/2 toon verschoven. e3 weg. C-dis met stemkrullen. Geen baarden.
Quint 3 vt 19e eeuw, niet van Meijer. 2 verschillende facturen: 32/21 pijpen. De te grote roostergaten in de bas wijzen op een mensuurwijziging voor 1949. C is van 1949. Rest een halve toon opgeschoven. Vanaf Cis 13 pijpen met stemkrullen, dan 18 met expressions, de rest op lengte.  Mogelijk in 1931 geplaatst.
Octaaf 2 vt 1873. metaal. C van 1949. op Cis de oude C. Rest een 1/2 toon opgeschoven. C-H expressions (1931?). Rest op lengte. Geen baarden.
Nachthoorn 1 vt 1966/1949. Fabriekspijpwerk uit 1966 en 1949, omdat pijpwerk uit de Cornet voor dit register werd gebruikt. Gedeeltelijk stemkrullen.
Mixtuur II-IV 1966. Fabriekspijpwerk. Rooster is van 1873. Stemkrullen t/m half voets lengte. Te enge mensuur.
Trompet 8 vt 1966. Fabriekspijpwerk, opslaand. Bekers in groot octaaf met meer dan de helft verkort. Te enge mensuur. Rooster 1873, opgevuld met vilt.
     
Bovenwerk (II)  
Openfluit 8 vt 1873. C-H metaal, gedekt; c-h1 eiken. ) Open. c2-e3 uit 1949 van metaal. Cilindrisch.
Salicionaal 8 vt 1873. C-H gecombineerd met de holpijp 8vt, rest metaal. Niet verschoven, gedeeltelijk met baarden.
Prestant 4 vt 1873. C-Dis uit 1949. E is oude C. Rest ook 2 tonen opgeschoven. Oorspronkelijke baarden in 1966 verwijderd. cis3-e3 weg.
Holpijp 8 vt 1873. Gedekt. C-h eiken. Rest metaal. Niet verschoven. Geheel met baarden.
Fluit d'amour 4 vt 1873. C-H eiken. Gedekt. c-e2 metaal. Gedekt. Rest open, conisch.
Woudfluit 2 vt 1873; metaal, conisch. C van 1949. Cis is oude C. Rest 1/2 toon opgeschoven. C-h met stemkrullen. Rest op lengte.
Sesquialter II 1949. Oorspronkelijk II-III sterk. In 1966 is het 2vts discantkoor verwijderd. Stok 1873 met opdik.
Nasard 1 1/3 vt 1966, in de plaats van de Vox Celeste uit 1931. Op pneumatische lade (1931) afgevoerd
     
Pedaal   Pneumatische lade, chromatisch, 1949 C~1.
Prestant 16 vt 1949/1966. C-Dis zelfstandig, gedekt, elektrolytisch staal, Krupp-Essen. E-b pneumatische transmissie uit voormalige Prestant 16' van het Hoofdwerk. (frontpijpen). Rest elektrolytisch staal.
Subbas 16 vt 1966. Roodkoper. Gedekt.
Octaaf 8 vt 1931/1966. afgesneden cello. Groot octaaf van zink, rest metaal.
Schalmei 4 vt 1966. Fabriekstongwerk.

Speeltafel na de restauratie van 2003/2004
Foto speeltafel door organist Etto Huizinga

1989
Van 23 januari dateert een offerte van Kaat & Tijhuis. (31)

1990
Op 1 december stuurt de kerkvoogdij de offerte van Kaat & Tijhuis naar de HOC. De orgelcommissie is bezig met het werven van geld, maar dat verloopt moeizaam. 'Gezien het feit dat de restauratiekosten nog lang niet zijn gedekt door de beschikbare middelen, heeft de orgelcommissie besloten een offerte aan te vragen bij bovengenoemde orgelbouwers, waar wij het volste vertrouwen in hebben, om t.z.t. de restauratie tot stand te kunnen brengen.' (31)

1991
Op 8 juni wordt er een nieuw voorlopig rapport gemaakt, ditmaal door Aart van Beek op basis van een bezoek op 24 april 1991. Het oorspronkelijke pijpwerk heeft Meijer vermoedelijk betrokken bij Ibach in Duitsland. De tractuur van de manualen is mechanisch en die van het Pedaal pneumatisch. De klavieren zijn uit 1966. 'De toestand van het orgel is slecht tot zeer slecht. De oorspronkelijke panelen van de zijwanden en achterwand van de kas zijn vervangen door plaatwerk schotten. Het windwerk vertoont in ernstige mate lekkage. De tractuur verkeert in een zodanig slechte conditie dat het instrument nauwelijks bespeelbaar is. Het pijpwerk vertoont vele beschadigingen en intonatiegebreken. Daarbij is het niet originele pijpwerk van een abominabele kwaliteit. Met name de in 1966 uitgevoerde werkzaamheden zijn van een zeer onvoldoend niveau en hebben de kwaliteit van het oorspronkelijk maaksel dan ook zeer aangetast. Het orgel behoeft een grondig technisch herstel, daarenboven moet der klankstructuur van de grond af aan naar het oorspronkelijke klankbeeld worden gereconstrueerd. Pas dan kan dit instrument naar behoren in der eredienst worden gebruikt.'
Op 15 juli stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies. (31)

1992
Op 14 januari informeert de HOC bij de kerkvoogdij naar de stand van zaken. Inmiddels is Stef Tuinstra aangesteld als adviseur.
Op 25 november schrijft de HOC aan Stef Tuinstra dat de kerkvoogdij het rapport nog niet heeft ontvangen. Kan er spoed achter worden gezet?
Stef Tuinstra brengt een advies uit met daarin de volgende hoofdstukken: Historie, Typologie, Beschrijving orgel in de huidige situatie, Huidige staat en geconstateerde gebreken, Restauratievoorstel, Bijlagen (niet opgenomen). (31)

1999
Er worden diverse acties gehouden om geld in te zamelen voor het uitvoeren van de restauratie.

2000
In het boek van Ger de Leeuw Rondom de Heerenhof wordt op pagina 26 het orgel beschreven. (28)

2003-2004
Restauratie door Mense Ruiter. Oplevering in juni 2004. Voor meer informatie zie het programmaboekje. (05) Zie Reformatorisch Dagblad (28-06-2004) (tekst).

Dispositie:
Hoofdwerk: Prestant 16', Bourdon 16', Prestant 8', Gemshoorn 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Gemsfluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Cornet V sterk, Mixtuur II-IV sterk, Trompet 8'.
Bovenwerk: Open Fluit 8', Viola di Gamba 8', Lieflijk Gedakt 8', Viool Prestant 4', Fluit d'amour 4', Woudfluit 2', Fagot-Hobo 8'.
Pedaal: Subbas 16', Violoncello 8', Bombardon 16'. De registers Violon 16', Octaaf 4' en Trombone 8' worden binnen enkele jaren geplaatst.

2006
De gereserveerde registers van het Pedaal Violon 16', Octaaf 4' en Trombone 8' worden door Mense Ruiter geplaatst. (06)

2018
Op 18 december doet orgelmaker Mense Ruiter een voorstel voor een onderhoudscontract voor de orgels van de PKN in Emmen. Van elk orgel wordt de onderhoudsgeschiedenis vermeld. (10)

Bronvermelding:

  1. Boek: A.J. v.d. Aa: Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland meldt: te Emmen geen orgel (editie 1843).
    H.T.Buiskool: 'Ecclesia Emmensis' , Assen:Van Gorcum, 1934, schrijft op pagina 15 dat volgens overlevering Berend van Galen op zijn tocht in 1672 het orgel vernield zou he
  2. Notulen kerkvoogdij 19-6-1947.
  3. Correspondentie met de fa. R. Ottes te Roden. Archief kerkvoogdij Emmen.
  4. Boek: Het Nederlandse historische orgel 1872-1878 blz. 92-95
  5. Tijdschrift: De Orgelvriend 2004/09 Orgelbouw in kort bestek door Dirk Molenaar
  6. Tijdschrift: De Orgelvriend 2007/03 Orgelbouw in kort bestek door Dirk Molenaar
  7. www:http://reliwiki.nl/index.php?title=Emmen,_Schoolstraat_5_-_Grote_Kerk (26-09-2024)
  8. Utrecht Universiteitsbibliotheek Archief Lambert Erné 7114-Emmen-Grote kerk Dossier 427
  9. Boek: Podagristen, Drenthe in vlugtige en losse omtrekken geschetst door drie podagristen, D.H. van der Scheer Koevorden, 1843 blz. 11-12
  10. Archief Mense Ruiter
  11. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 226 Instructie en aanstellingsvoorwaarden voor de koster, voorlezer en voorzanger J. de Boer te Emmen; z.jr. [c. 1865]; concept
  12. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 275 Stukken betreffende de afbraak van de oude en de bouw van een nieuwe kerk; 1855- 1859
  13. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 280 Stukken betreffende het plaatsen van een orgel in de kerk; 1872, 1873
  14. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 294 Stukken betreffende de restauratie van de Grote Kerk te Emmen Correspondentie, 1956-1968
  15. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 306 Stukken betreffende de plannen tot het combineren van verschillende instellingen tot een cultureel centrum in Emmen, in samenhang met de te restaureren Grote Kerk; 1961, 1962
  16. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 193 Register houdendenotulen van vergaderingen van de kerkvoogden, 1855, 1856, 1859- 1871, en van de kerkvoogden en notabelen, 1855, 1859-1873.
  17. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 199 Register van notulen van vergaderingen van de kerkvoogden; 1952 oktober - 1960 mei
  18. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 196 Register houdende notulen van vergaderingen van de kerkvoogden, september 1905- 1936, en van de kerkvoogden en notabelen, 1905-1938 september
  19. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 201 Ingekomen stukken en minuten van uitgaande stukken 1844-1922
  20. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 355 Kwitanties van verschillende personen voor de kerkvoogdij; 1873-1949 en z.jr
  21. Boek: Ds. H. de Groot, Protestantsche Kerkdecoratie, Editio Hillegom, 192
  22. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 347-350 tabellarisch kasboeken 1942-1956
  23. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 341Registers van ontvangsten en uitgaven 1905-1940
  24. Boek: Jaap Brouwer: Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur
  25. Drents Archief: 0352 Nederlands Hervormde Gemeente Emmen 198 Register houdende notulen van vergaderingen van de kerkvoogden en notabelen, 1939 mei - 1963 juni, en van de kerkvoogden, 1960 juni - 1963 mei.
  26. Mense Ruiter Oude Archief
  27. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 572 Emmen, Schoolstraat 5 (NH kerkorgel); 1977-1985
  28. Boek: Ger de Leeuw, Rondom de Heerenhof, Uitgeverij Drenthe, 2000
  29. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 76 1872
  30. Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht Hervormde Gemeenten 77 1873
  31. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 423. Emmen Grote Kerk, 1958-1993
  32. Stef Tuinstra, Meijer-orgel Emmen Rapport betreffende het orgel in de ned. herv. Grote Kerk, 1992 Bijlagen.
  33. www: Cees van Dam en Erwin Poppen, Roelf Mijer orgelmaker,https://www.orgelsindrenthe.nl/nederlands/roelfmeijer.html, Oorspronkelijk op http://homepage.mac.com/ceesgmvdam/index.html (verdwenen).
  34. Boek: Jan Jongepier, 75 jaar Flentrop orgelbouw, Zaandam: Flentrop orgelbouw, 1978, blz. 49, 53.



Foto Etto Huizinga

 

Lijst van organisten:

1873-1919:
Jan de Boer

1919-192x: De vrouw van predikant de Groot neemt het organistenschap tijdelijk op zich.

1925-1945: Mej. Froukje Postma

1945-1958: Dr. Gerrit Das
In 1949 schrijft Das in het septembernummer van Het Orgel een artikel over het collectespel.
In 1958 vraagt hij ontslag wegens zijn leeftijd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (11-03-1958).

1958-1970 Mej. Froukje Postma

1970-1978: Vic de Val.
Hij overlijdt plotseling in 1978. Zie Nieuwsblad van het Noorden (19-12-1978), (30-12-1978).

1979-19xx Jan van Laar
1979-20xx Henk Stekelenburg
19xx-2011 Etto Huizinga
2022-2025 Wietse Ouwejan
2025-xxx Christiaan de Vries

 

emmen03f.jpg (27353 bytes)emmen03c.jpg (25989 bytes)emmen03e.jpg (24060 bytes)
Foto's Door Etto Huizinga