Informatie over de kerk
In 1873 bouwt de Groningse orgelmaker Roelf Meijer een tweeklaviersorgel voor de in 1855 voltooide kerk. Verhalen over een ouder orgel in de kerk, die auteurs vaak van elkaar overnemen, kunnen nergens worden bevestigd. In 1931 breidt Flentrop het orgel uit met een zelfstandig pneumatisch pedaal en in 1949 volgen verdere werkzaamheden, waarbij het instrument wordt aangepast in neobarokke richting. In 1966 volgt een restauratie door orgelmaker Ottes uit Roden in een soortgelijke stijl. Mense Ruiter restaureert het orgel tussen 2004 en 2006, waarbij deels wordt teruggegrepen op de oorspronkelijke situatie en een uitgebreid zelfstandig pedaal wordt toegevoegd.
1872
In de Kerkvoogdijvergaderingen
van 8 maart 1872, 12 november 1872 en 28 maart 1873 komt de aanschaf van een
orgel aan de orde. Op de kerkvoogdijvergadering van 8 maart wordt besloten een orgel aan te schaffen op
een nieuw te bouwen 'zolder'. Er wordt f 4.000,- geleend tegen een rente van 4,5 %.
Andere mogelijke financieringsbronnen zijn de pastoriegoederen met f 500,- en de
'kooppenningen' van de pastorij met f 1.700,- en f 1.800,-. De lening zal worden
afgelost vanaf 1879 met f 600,- per jaar. Er wordt voor de lening van f 4.000,-
toestemming gevraagd aan het College van Toezicht. (16)
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (21-03-1872),
De kleine
courant (23-03-1872).
Op
25 maart schrijven de kerkvoogden
aan het College van Toezicht dat kerkvoogden en notabelen hebben besloten om een
orgel in de kerk te plaatsen. De kosten zullen worden gedekt door een lening van
f 4.000,-. Het college wordt verzocht het ingezonden plan goed te keuren.
Op
3 april (verbaal 20)
behandelt het College van Toezicht de brief van 25 maart van de kerkvoogdij. (29)
Op
29 oktober (verbaal
60/7) schrijft het College van
Toezicht aan de kerkvoogdij van Emmen dat de geldlening kan worden goedgekeurd
als er een vaste termijn wordt opgenomen waarbinnen de lening moet worden
afgelost. (18) (29)
Op
12 november wordt gemeld dat het College van Toezicht per brief van 29 oktober het plan voor de lening
van f 4.000,- alleen goed wil keuren als er ook een aflossingsplan is. Men besluit de lening af te lossen over een periode van 20 jaar in termijnen
van f 200,-. (16)
Van 5 december dateert een
bonnetje van een kerkvoogd voor een
bezoek aan Veendam. Heeft hij orgelmaker Roelof Meijer bezocht? (20)
1873
Op 27 januari
schrijft het College van Toezicht (verbaal
8-33) dat ze nog wat op- en aanmerkingen hebben op
het plan.
Op 10 maart schrijft
de kerkvoogdij aan het College van Toezicht dat de lening van f 4.000,- voor het
orgel zal worden verkregen door inschrijving in aandelen van f 200,-.
Op 15 maart keurt het
College van Toezicht (verbaal 20 ) het aangepaste plan goed.
(18) (30)
De voortgang van de bouw is
in de
Provinciale
Drentsche en Asser courant te volgen: (14-02-1873),
(04-04-1873), (10-04-1873).
Op 28 maart wordt besloten
het orgel op de tweede paasdag in de ochtenddienst in gebruik te nemen. 's
Middags wordt een orgelconcert gegeven waarvoor een entreeprijs van f 0,25 zal
worden gevraagd. De opbrengst komt ten goede aan de diaconie. (16)
Op 13 april tekent orgelmaker Meijer voor de ontvangst van f
2.425 als eerste termijn. (13)

Klik op de
afbeelding voor een vergroting.
Transcriptie: 'Ontvangen van H.H. Kerkvoogden der hervormde Gemeente te
Emmen de somma van twee duizend vierhonderd en vijf en twintig Gulden, zijnde de
gedeeltelijke betaling van het Orgel, door ondergeteekende geleverd, voor de aannemingssom
van vierduizend en vijf- en zestig Guldens, wordende het resteerende af geeheele
uitbetaling gedaan in maand November 1873.
Zegge f.4025.-. Emmen den 13 April 1873
get. R.Meijer. (Handtekening)
2425
1640
4065
Op 13 april keurt organist Baning uit Dalen het orgel. Zijn
rapport luidt als
volgt: 'De ondergetekende J. Baning, als daartoe door H.H. kerkvoogden der
Hervormde Gemeente Emmen gemachtigd, verklaart als deskundige, dat het orgel
aldaer in de kerk geleverd goed is. Hij verklaart tevens dat hij, na het werk
nauwkeurig te hebben nagezien, geene gebreken van eenige betekenis heeft ontdekt
en alzoo de overname van het werk genoemde kerkvoogden heeft aangeraden op grond
vooral, dat de toon goed en het werk zeer netjes is afgewerkt. Tevens geeft
ondergetekende den wensch te kennen, dat de verklaring moge dienen tot
aanbeveling van den heer R. Meijer als den maker van genoemd orgel gedaan in
tegenwoordigheid van H.H. Kerkvoogden van genoemde Gemeente te Emmen op den 13
April 1873
J. Baning'(13)
Op 14 april wordt het orgel tijdens de
ochtenddienst in gebruik genomen. 's Middags geeft organist C. Bos uit Veendam in
samenwerking met een solist en een zangkwartet een concert.
Zie Stemmen voor waarheid en vrede jaargang
(10, 1873 [volgnummer
2]), Provinciale Drentsche
en Asser courant (16-04-1873),
(18-04-1873), (19-04-1873),
(08-05-1873).
W. Koopman wordt voor f 15,- per jaar orgeltrapper. Zijn zoon neemt het later van hem over tot de aanschaf van de windmotor
in 1931.
De dispositie van het orgel is niet vermeld in de archiefstukken, maar orgeladviseur Stef Tuinstra kan aan de hand van latere archiefstukken en onderzoek van het instrument onderstaande dispositie afleiden:
| Manuaal I C-e3 | Manuaal II C-e3 | Pedaal c-g | ||
| Prestant | 16' | Salicionaal | 8' | Aangehangen |
| Bourdon | 16' | Open fluit | 8' | |
| Prestant | 8' | Holpijp | 8' | |
| Gemshoorn | 8' | Viool Prestant | 4' | |
| Roerfluit | 8' | Fluit d'amour | 4' | |
| Gamba | 8' | Woudfluit | 2' | |
| Octaaf | 4' | Open plaats | ||
| Gemsfluit | 4' | |||
| Quint | 2 2/3' | |||
| Octaaf | 2' | |||
| Mixtuur | III | |||
| Trompet | 8' | |||
Op 2 december tekent Meijer voor ontvangst van het resterende bedrag. (13)
Transcriptie: Ontvangen van Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente
te Emmen de somma van vier duizend Gulden tot geheele afbetaling van het Orgel in de kerk,
door ondergeteekende geleverd voor de aannemingssom van vierduizend Guldens.
Zegge f.4000.-. Emmen den 2 Dezember 1873
get. R. Meijer (eigen handtekening)
Orgelmaker te Veendam.
De tekst van het garantiebewijs
luidt als volgt:
Ik ondergetekende, orgelmaker te Veendam, verbind mij door
dezen vijf jaren voor het door mij in 1873 den 15 April aan de gemeente Emmen
geleverde orgel in te staan of garandeeren zoodat alle gebreken welke in die
tusschentijd aan het orgel mochten ontstaan, mits niet door verwaarlozing of
moedwil veroorzaakt door mij kosteloos zullen worden hersteld uitgenomen de
stemming.
R. Meijer
Orgelmaker te
Veendam (13)
Ontvangen van H.H. Kerkvoogden te Emmen de somma voor
overbouw en verven van het Orgel de somma van negenzestig Gulden
Zegge f.69.-. Emmen den 2 Dezember 1873
get. R. Meijer (eigen handtekening)
Orgelmaker te Veendam.
Ontvangen van de Kerkvoogden te Emmen zesenveertig Gulden, zijnde zeven maanden interest van het jaar 1873.
Zegge f.46.-. Emmen den 2 Dezember 1873
get. R.Meijer (eigen handtekening
Orgelmaker te Veendam.
Op
30 december verklaart Jan Strating
f 4,75 te hebben ontvangen voor reis- en verblijfkosten naar Veendam in januari
1873. Bezocht hij ook Roelof Meijer? (20)
1879
Van 4 april dateert een
kwitantie van Meijer van f 20,-
voor het stemmen van het orgel. (20)
1885
Na het overlijden van Meijer wordt de stemming van het orgel
verricht door Henricus van Oeckelen, in opdracht van de weduwe Meijer te
Veendam. (20)
1890
Concert door de blinde organist B. van der Kaa. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (09-09-1890)
1894: Op
6 juli vraagt organist
Van der Kaa vanuit Odoorn of hij op zondag 15 juli een concert kan geven in
Emmen.
1905-1919
Vanaf 1905 wordt het orgel gestemd en
onderhouden door W.K. Beukema, orgel- en pianostemmer te Groningen.
De
orgelblaastrapper krijgt f 15,- per jaar. Het onderhoud bedraagt doorgaans een bedrag
rond de f 20,-. In 1912 is er f 70,- nodig. Regelmatig krijgt
orgelblaasbalgtrapper Joh. Koopman f 2,- tot f 4,- uitbetaald voor zijn
assistentie tijdens het stemmen. In 1912 duurt het stemmen kennelijk langer omdat
Koopman dan f 8,- krijgt uitbetaald. (23)
1906
In een artikel 'Zuidenveld deel 11' in de
Provinciale
Drentsche en Asser courant (21-11-1906)
wordt de bouw van het orgel genoemd.
1913
Het
orgel staat 40 jaar in de kerk. J. de Boer bespeelt het orgel vanaf het begin.
De kleinzoon van de eerste orgeltrapper vervult nu deze functie. Zie Emmer courant
(16-04-1913).
1915
Concert op 30
mei door J.H. Secrève orgel, mevr. W. Secrève-van Emminckhoven zang en Anton
Verheijen declamatie. Zie Emmer courant (26-05-1915).
Concert op 19 september door J.H. Secrève orgel, mevr. W. Secrève-van
Emminckhoven zang en Jan C. Manifarges viool. Zie Emmer courant (11-09-1915).
1918
Concert op 14
november door J.H. Lümer orgel en mevr. Jo van Huls-Cup zang. Zie Emmer courant
(09-11-1918).
De
Emmer courant schrijft op 23
november over organist J. de Boer: 'Als een bijzonderheid kan worden medegedeeld dat de heer J.
de Boer, oud-hoofd der school te Emmen, sedert vijftig jaar onafgebroken lid
van het kiescollege dezer gemeente is geweest. Wij wenschen den krassen
grijsaard nog menig levensjaar toe. De gemeente profiteert nog alle zondagen
van zijn orgelspeltalent.'
1918
Orgelblaasbalgtrapper
f 15,- Onderhoud orgel W.K. Beukema f 150,- (23)
1919
Orgelblaasbalgtrapper f 15,- Onderhoud orgel Joh.
Koopman f 5,- J. van Peer f 20,35 Thedinga f 60,20 en f 5,30 R. Kroeze f 3,-
vracht 0,25. Het bedrag van Koopman heeft betrekking op het bedienen van de
balgen. Bij de andere bedragen is geen specificatie opgenomen. Ze staan echter
wel onder de post onderhoud orgel. Thedinga was een garagebedrijf in Emmen. (23)
Concert op 31 maart door J.H. Lümer orgel en mevr. Jo van Huls-Cup zang.
Zie Emmer courant (29-03-1919),
(02-04-1919).
Op 19 april
overlijdt organist Jan de Boer, die sinds 1873 het orgel bespeelt. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (22-04-1919),
(26-04-1919).
Er wordt een nieuwe organist gezocht en hiervoor plaatst de kerkvoogdij een
advertentie in het tijdschrift Het Orgel. Zie
Het Orgel (1919 mei), (1919 oktober).
Naar aanleiding van deze advertentie
en een soortgelijke advertentie voor Harderwijk schrijft Cornelis Immig
(1867-1924) in Het Orgel van 1919 juni een
artikel over de hoogte van
de organistensalarissen, de eisen die men stelt en de (noodzakelijke)
bijverdiensten. De discussie gaat verder in het
augustusnummer en het
septembernummer.
In de
kerkvoogdijvergaderingen van april
komt het overlijden van organist Jan de Boer aan de orde.
De functie wordt
opgesplitst in koster en organist. De bekostiging wordt gedekt uit de fondsen van de kosterij.
Zolang er nog geen nieuwe organist is zal de echtgenote van ds. de Groot de
functie waarnemen. Ook dhr. T. Koopman zal enige diensten gaan spelen. Jaarlijks
komt er bij de kosterij f 850,- binnen aan inkomsten. Door de verkoop van de
kosterij kan dit bedrag verhoogd worden. Hiertoe wordt besloten. Het salaris van de
organist wordt vastgesteld op f 750,- en van de koster op f 300,- plus vrij
wonen. (19)
In december een concert door het kerkkoor onder leiding van mevr. van Assendorp en mevr.
de Groot als organiste. Ds. de Groot houdt ter afwisseling enkele
voordrachten. Zie Emmer courant
(10-12-1919).
1920-1930
Na Beukema onderhoudt P. van Dam, orgelmaker te Leeuwarden, het orgel.
Orgelblaasbalgtrapper f
25,- Onderhoud orgel P. van Dam f 467,50 en f 45,10 Joh. Koopman f 27,- In dit
jaar vindt groot onderhoud plaats, gezien het bedrag dat betaald wordt aan Van
Dam en orgeltrapper Koopman.
In de jaren daarna jaarlijks onderhoud door P.
van Dam voor f 45,-, waarbij af en toe bedragen worden vermeld voor orgeltrapper
Koopman. In 1921 wordt onder het kopje ‘onderhoud orgel’ een betaling van f
100,- aan Thedinga vermeld. (23)
1920
Op 14 februari
schrijft de nieuw benoemde organist Lümer een brief voor het verkrijgen van een woning. Er wordt
besloten een woning te huren. Hij dient een eigen bijdrage te betalen van f 150,- per jaar.
Op
19 november verzoekt de
orgelblaasbalgtrapper Joh. Koopman om verhoging van zijn salaris. Dit wordt
gebracht op f 100,- per jaar. (19)
1921
Concert op 24 juli door Jan Gesterkamp uit Hamburg
(viool) en mevrouw de Groot (orgel). Ds. de Groot
bespreekt een voordracht uit het toneelspel 'De wandelende Jood' van Temple
Thurston. De orgelbegeleiding is door mevr. de Groot. Zie Emmer courant
(16-07-1921), (20-07-1921),
Provinciale Drentsche en Asser courant (25-07-1921), Emmer Courant
(27-07-1921).
1921
Op
17 juli tekent organist T. Koopman
voor de ontvangst van f 97,50 voor het bespelen van het orgel van januari t/m 3
juli 1921. (20)

Foto
http://www.kerkeninbeeld.nl
De schilderingen in de kerk stammen van de eigen predikant ds. H. de Groot. Hij
beschrijft zijn methodiek van werken in het boekje Protestantsche Kerkdecoratie
uit 1922. (21)
1922
Uitvoering op initiatief van de vereniging 'Evangelie en
Vrijheid'. Organist is de heer Paardekoper uit Leeuwarden en mejuffrouw Doe Haasdijk
zang. Zie Emmer Courant (11-11-1922), Provinciale
Drentsche en Asser courant (16-11-1922).
1925
Orgelconcert, georganiseerd door de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen,
met A.
Alt uit Bolsward. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (21-04-1925),
(22-04-1925), (27-04-1925).
1931
Plannen voor de restauratie van het orgel.
Op 24
maart wordt besloten een deskundige een onderzoek naar het orgel te laten
doen. Op grond daarvan kan een besluit worden genomen omtrent reparatie.
Op
28 april wordt een offerte
besproken van orgelmaker Flentrop. Besloten wordt de werkzaamheden, genoemd onder de punt 1, 2,
en 3, te laten uitvoeren. De kosten worden geschat op f 1.570,-. Zie Emmer courant
(12-05-1931), Het orgel (1931 mei), Provinciale
Drentsche en Asser courant (04-05-1931), De Zaanlander
(02-05-1931).
Op
5 juni vraagt organiste mej.
Postma of ze op het orgel mag studeren. Dit wordt toegestaan als het orgel is
hersteld. De stroom zal niet in rekening worden gebracht. Voor de reparatie van
het orgel zal een lening worden gesloten omdat er te weinig geld in kas is.
Op 15 juli wordt besloten een
geldlening van f 2.000,- af te sluiten voor de financiering van de reparatie van
het orgel. De lening zal worden afgelost in termijnen van f 200,-. Ook de
opbrengst van de verkoop van bouwland van de kosterij wordt hieraan besteed.
Op
24 augustus wordt besloten het
orgel uit te breiden. Men noemt dit 'bijbouw'. De kosten worden berekend op f
100,- Een uitbreiding kost f 765,-. De uitbreiding zal betrekking hebben op een
zelfstandig Pedaal.
Op 26 augustus wordt door het
College van Toezicht in verbaal 13/9 de lening van f 2.000,- voor het herstel
van het orgel goedgekeurd.
Op
21 september wordt besloten de
orgeltrapper Johannes Koopman per 1 januari 1932 eervol ontslag te verlenen. (18)
(32)
Uit het instrument zelf en uit indirecte bronnen leidt orgeladviseur Stef Tuinstra
af dat vermoedelijk de volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd:
In het kasboek staat voor 1931: Orgelblaasbalgtrapper f 65,- Onderhoud orgel
H.W. Flentrop f 2035,10 (23)
Het orgel wordt op 16
augustus weer in gebruik genomen, waarbij orgelmaker H.W. Flentrop het orgel
bespeelt. Zie Nieuwe Utrechtsche courant (24-07-1931) (laatste alinea),
Emmer courant (14-08-1931),
(18-08-1931), De standaard
(23-07-1931), Nieuwsblad van
het noorden (18-08-1931).
In de jaren daarna regulier onderhoud door Flentrop voor f 50,- per jaar.
(23)
1932
Concert, georganiseerd door de vereniging
'Evangelie en vrijheid', door Flentrop op orgel
en mevrouw Hekkert-Van Eijsden zang. Zie Emmer courant (08-01-1932),
(12-01-1932).
1934
Johannes
Koopman overlijdt op 89-jarige leeftijd. Hij was vanaf de bouw van het orgel tot
zijn tachtigste jaar orgelblaastrapper. Van ongeveer 1925 tot 1931 nam een zoon
zijn werk over totdat er een windmotor werd geïnstalleerd. Zie Emmer courant
(27-02-1934), (02-03-1934).
1935
Concert op 16 januari door D.P. Frank orgel en mevr. J. Hekkert-van Eijsden zang
en een zangkoor onder leiding van directeur Lolkema. Zie Emmer courant
(11-01-1935), (18-01-1935).
193x
Johan
van Meurs noteert de dispositie van het orgel in zijn dispositiecahier. (24)


Klik op
de afbeelding voor een vergroting
1938
Onder de
post 'onderhoud orgel' staat: Flentrop f 50,- en zonder specificatie: A. Naber f 20,40 P.
Sanders f 3,- Thedinga f 6,05 L. Kliphuis-Homan f 3,25 en f 0,55 J. Hof f 5,13
J. Griemink f 5,-.
1939
Vanaf dit jaar is het salaris
van de organiste in de boeken te vinden. Voor die tijd werd zij waarschijnlijk
betaald uit de kosterijgoederen. Tractement organiste f 390,- onderhoud orgel
Flentrop f 50,-.
1940-1945
Idem (22)
1944
De opvolger van koster/organist Jan de Boer viert zijn
25-jarig jubileum als koster. Na het overlijden van de Boer is de functie
gesplitst. Zie Drentsch dagblad:
officieel orgaan voor de provincie Drenthe (09-05-1944).
1945
3 april Postma f 97,50 19 oktober Salaris organiste Mevr. Blaauw
Meppel 29/4 - 1/9 f 135,-
Organiste Frouwkje Postma wordt uit haar functie ontheven vanwege de rol
van de familie Postma in de Tweede Wereldoorlog. De ene helft van de familie zat in
het verzet en het andere deel collaboreerde met de Duitsers. Deze tweeslachtige
rol van de familie zal ook de
reden zijn dat mejuffrouw Postma in 1946 nog een nabetaling kreeg over de periode 1
tot 15
april 1945. Later wordt ze weer organiste na het vertrek van dr. Das. (22)
1946
Op 11 juni
wordt de toestand van het orgel aan de orde gesteld. Volgens een ontvangen
rapport vergt het herstel van het orgel een bedrag van f 3.250,- op basis van
prijzen uit mei 1940. Een dergelijk bedrag kan niet worden betaald uit de gewone
middelen. Besloten wordt een collecte te organiseren en organist Das een
volgende keer uit te nodigen voor een toelichting.
Op
13 juni geeft organist Dr. Das een
toelichting op een mogelijke restauratie van het orgel. Hij baseert zijn uitleg
op een voorstel van H.W. Flentrop. Hierin wordt het volgende genoemd: revisie
van de windladen, verbetering van de mechaniek, dispositiewijziging, toevoeging
van een register op het bovenwerk. Men is van mening dat herstel noodzakelijk
wordt als de onderhoudskosten stijgen. Dr. Das wordt gevraagd bij Flentrop te
informeren naar de kosten van restauratie tegen de geldende prijzen. Ook dient hij te informeren
naar de kosten van een vervangend orgel tijdens de restauratie. (25)
Kasboek: 15 januari salaris Dr. G. Das okt-dec 1945 f 130,- 25 februari nota Flentrop f 34,39 10 april Dr. G.
Das f 97,50 1946 18
juli idem 30 juli mej. Postma 1-15 april 1945 f 22,50 1946 1 oktober
Das idem 31 december idem 31 december Flentrop stemmen orgel 1946 f 70,- (22)
1947
Op 20 januari schrijft Dr. Maarten Albert Vente in
opdracht van de kerkvoogdij een
rapport over het orgel op basis van een bezoek op 15 januari. ´Het
instrument dateert van omstreeks 1870; de naam van den vervaardiger heb ik niet
kunnen ontdekken. Hoewel dit orgel niet zulke kwaliteiten heeft, dat het in
aanmerking kan komen om geplaatst te worden op de lijst der beschermde orgels
(z.g. monumentale orgels) heeft het toch belangrijke verdiensten. Ik doel
daarbij op het "Hoofdwerk". De dispositie van dit hoofdklavier is aantrekkelijk
en verantwoord; daarentegen is de dispositie van het Bovenwerk en van het Pedaal
pretentieloos. De toestand, waarin ik dit orgel heb aangetroffen is zonder meer
slecht. Onoordeelkundige handen hebben het lange tijd "verzorgd". m.a.w. ergerlyk
verwaarloosd en verknoeid.'
Vente stelt voornamelijk technisch herstel voor.
'De intonatie van het Hoofdwerk moet haar bestaande karakter behouden, door de
Prestant 16; en Prestant 8' van dat Hoofdwerk moeten minder streek hebben.
Daarentegen moet de intonatie van de bovenwerkregisters veel geprononceerder
worden, daar deze thans kleurloos en mat is. De pijpen van de Vioolprestant
4' van het Bovenwerk moeten een hele toon worden opgeschoven en ingekort, zodat
dit register meer volume verkrijgt.' Verder stelt Vente een aantal
dispositiewijzigingen voor:
- De Prestant 16' moet naar een pneumatische
lade, zodat het pedaal kan worden uitgebreid met een Prestant 16', Octaaf 8' en
Koraalbas 4'.
-De Cello van het pedaal moet worden vervangen door een
Fluitbas 8' van Oregon.
Het Bovenwerk is te zacht en dient versterkt te
worden. Alternatieven:
-De Vox Celeste van het Bovenwerk inkorten tot een
Quint 3' en op een kantsleep een tertsscherp III-IV toevoegen.
-Vox Celeste
handhaven en op een kantsleep een Sesquialter II-III plaatsen
-Vox Celeste vervangen
door een Sesquialter II/II. (32)
Op 19 juni
komt onder punt g van de ingekomen stukken een brief van Flentrop over de
restauratie van het orgel aan de orde. Gezien de hoge kosten wordt hiervan eerst afgezien.
(25)
27 maart Dr.
Vente Zwolle f 54,-, 2 april Dr. Das f 97,50 24 juli Dr. Das f 100,- 7 nov Dr.
Das idem 31 december Dr. Das idem 31 december Flentrop f 70,- (22)
In augustus is er een benefietconcert voor een vakantieoord voor BLO-leerlingen door Dr. Das orgel
en mevr. Klok-Boerdam en Henk Viskil zang. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (14-08-1947).
1948
Op 11
februari wordt er overlegd over een collecte voor de restauratie van het orgel en
het aanbrengen van een installatie voor het luiden van de klokken. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (29-04-1948),
(09-07-1948).
Op 16 september wordt gemeld dat
een collecte f 9.705,43 heeft opgebracht. Dit geld zal worden besteed aan:
urinoirs, verlichting van de wijzerplaten, luidinstallatie van de kerkklokken en revisie van
het orgel door Flentrop. Verder komt een vraag van Dr. Das aan de orde om zijn
salaris te verhogen tot f 500,- per jaar. De stemmen staken. Een voorstel om het
salaris te verhogen tot f 450,- wordt aangenomen. (25)
24 januari Flentrop f 16,50 9 april Das idem 23 juli Das f 130,-13 november Das f 100,- 31 december Flentrop f 81,20 31 december
Das f 137,50 (22)
1949
Op 11 juni
schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat ze zijn begonnen met de restauratie. In
overleg met organist Das zou het restauratieplan verbeterd kunnen worden:
-De
beide transmissieregisters Prestant 16' en Bourdon 16' vervangen door een
Quintadeen 16' vanaf c. Hierdoor wordt het Pedaal meer zelfstandig. Door het
vervallen van het transmissieapparaat zal deze wijziging geen extra kosten
veroorzaken. In de brief wordt een verhoging van de kosten met f 690,- gemeld
vanwege een
stijging van de loonkosten met 11,5%.
Op
25 juni schrijft de kerkvoogdij
aan Flentrop dat ze akkoord gaan met de wijziging. De eerste termijn van f
3.500,- wordt 'één dezer dagen'
betaald.
Op 26 augustus
schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat de gereviseerde en nieuwe onderdelen op
27 augustus naar Emmen worden gestuurd. De montage daarvan start in de loop van
de volgende week. Na aankomst van de onderdelen vervalt de tweede termijn van f
3.500,-. (32)
Het orgel wordt op 20 november weer in gebruik genomen. Ds. J. van Rossum
preekt over Psalm 150:6. Muzikale medewerking wordt verleend door dr. Gerrit Das (orgel),
A.J. van Duiyvendijk (viool), mevr. G.J. Christiaans-Das (zang) en de beide
kerkkoren. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (08-11-1949),
(23-11-1949), Emmer courant
(30-09-1949) (21-11-1947).
De uiteindelijke kosten bedragen f 7.000,-. Van de werkzaamheden is geen bestek bewaard
gebleven. Vanuit de beschikbare gegevens en het instrument leidt orgeladviseur Stef Tuinstra
in 1992 de volgende werkzaamheden af:
Orgelkas:
Windvoorziening:
Mechaniek en klaviatuur
Pijpwerk:
| Prestant | 16' | Nieuw gedekt pijpwerk voor C-Dis van elektrolytisch staal, Krupp Essen, E-Bes transmissie van de oude Prestant 16'-pijpen van het Hoofdwerk |
| Subbas | 16' | 1930 Oregon |
| Cello | 8' | 1930 zink |
| Koraalbas | 4' | nieuw van metaal |
Dispositie na deze werkzaamheden:
| Manuaal I | C - e''' | Manuaal II | C - e ''' | Pedaal | C - d' |
| Prestant | 8' | Holpijp | 8' | Prestant | 16' |
| Quintadeen | 16' | Open fluit | 8' | Subbas | 16' |
| Roerfluit | 8' | Salicionaal | 8' | Cello | 8' |
| Gemshoorn | 8' | Viola di Gamba | 8' | Koraalbas | 4' |
| Octaaf | 4' | Viool Prestant | 4' | ||
| Gemsfluit | 4' | Fluit d'amour | 4' | ||
| Quint | 2 2/3' | Woudfluit | 2' | ||
| Octaaf | 2' | Sesquialter | II-III | ||
| Cornet | V disc. | ||||
| Mixtuur | II-III | ||||
| Trompet | 8' |
Systeem: Mechanisch, behalve het Pedaal, dat pneumatisch is aangelegd.
Na deze restauratie treden
al snel allerlei storingen op. De oorzaak is droogte door een nieuwe schoorsteen naast het orgel voor de nieuwe centrale verwarming. Zowel de organist dhr. G. Das als D.A. Flentrop maken hier melding van.
Kasboek: 15 april Das f 100,- 1949 28 juli Das f 100,-
1949 28 juli Flentrop f 3500,- Boerenleenbank 7 oktober f 3500,- Giro (Bedrag
wordt overgeheveld van de ene rekening naar de andere rekening) 1949 7 oktober
Das f 100,- (22)
1950
Concert in april door Dr. G. Das, M. Bijlsma-Knoop
sopraan en het koor Cantemus Denuo onder leiding van G. Broenink. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (03-04-1950).
In oktober vindt een concert plaats door een Deens schoolkoor uit Randers, in
het kader van een uitwisseling met het Lyceum in Emmen. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (22-10-1952)).
1950
2 januari Das f 137,50 25 mei Das f 100,- 8 juli
Das f 125 (22))
1951
8 januari Flentrop f 70,00 8 januari Das f 312,50 9 april Das f 125.- 10 juli Das f 125,- 4 oktober W. Trots
Klazienaveen f 15,- Das f 125,- 12 dec Das f 155,- 19 december
Flentrop f 95,- 27 dec Das 6 huwelijken f 45,- 31 dec W. Trots f 5,- (22))
1952
19 maart W. Trots f 45,85, Das f 125,- 5 juli Das f 125,- 5 april
salaris Das f 125,- 27 sep idem 24 dec Flentrop f 95,- (22))
1953
17 januari Das 4e kw 1952 + 8 huwelijken f 60 f 185,- 18 april Das f
125,- 9 jul Das f 125,- 17 oktober Das f 125,- 24 december Flentrop f 112,50 31 december Das + 8x huwelijk
f 192,50 (22)
Op
2 juni schrijft Flentrop aan de kerkvoogdij dat tijdens een stemming bleek
dat er verschillende pijpen niet goed spraken. Dit is veroorzaakt door een nieuw
gebouwde schoorsteen naast het orgel. De pijpen zijn schoongemaakt. De
schoorsteen vlak naast het orgel brengt een groot risico op schade aan de
windlade door uitdroging met zich mee. (32))
1954
Op 2 maart doet Flentrop verslag
van een overleg met de kerkvoogdij. Er zijn ernstige gebreken aan het orgel
ontstaan door de installatie van de nieuwe kerkverwarming en de zeer droge
vorstperiode. De situatie wordt voorlopig even aangezien. (32)
In de kerkvoogdijvergadering van 22
juni wordt besloten een lichtsignaal vanaf predikant naar de organist te
installeren om de communicatie te verbeteren.
Organist Das geeft aan dat het spelen van alle diensten hem te zwaar wordt. Kan de
heer Trots worden aangesteld
als tweede organist?
Op 2 april
wordt in de kerkvoogdijvergadering een brief van Flentrop behandeld waarin wordt gesteld dat de problemen met
het orgel worden veroorzaakt door de verwarming. Er wordt nog even afgewacht.
Op 30 november schrijft organist
Das aan de kerkvoogdij dat het orgel nodig gerepareerd moet worden. Er zijn
problemen met de balgjes van het pneumatische pedaal. Zonder tegenbericht van de
kerkvoogdij wordt het orgel gerepareerd. (32)
Op 22 december wordt het bericht
van Flentrop behandeld waarin Flentrop meedeelt dat het onderhoudsbedrag wordt
verhoogd van f 95,- naar f 115,- (17)
Kasboek: 6 mei Dr. Das f 125,- 15 juli W. Trots en G. Das f 75,- voor 2e
kwartaal 14 november idem 17 december C. van Eyk orgelspel f 30,- (22))
1955
Kasboek: 12 jan Flentrop f 313,38 25 jan Das 4e kwartaal +
huwelijken f 26,- f 101 W. Trots f 75 21 februari C. van Eyck
orgeldiensten f 23,- 16 maart W. Trots orgeldiensten f 39,- 19 april C. van Eyck orgelspel f 22,- 24 juni idem f6,- 1 juli G.
Das en W. Trots 1e halfjaar f 150,00 5 september W.H. Zwart huur
kerkgebouw f 45,- (vermoedelijk voor een orgelconcert) 8 oktober Trots
en Das 3e kwartaal f 75,- 27 december C. van Eyck 10 orgeldiensten f 30,- (22))
1956
Op 18 april schrijft Flentrop aan
de kerkvoogdij dat het dringend gewenst is het vochtgehalte in de kerk beter te
beheersen. Een afdoend herstel van het orgel vergt een bedrag van f 17.000,-. De
vloer onder het orgel dient te worden geïsoleerd van de stookruimte. (32)
In de kerkvoogdijvergadering van 11 mei
komt aan de orde dat het herstel van het orgel een bedrag zal vergen
van minstens f 17.000,- Ook wordt geadviseerd de verwarmingsruimte te isoleren.
Op 3 augustus vraagt Willem Hendrik Zwart of hij een orgelconcert in de kerk
kan geven. Vanwege de slechte staat van het orgel wordt dit afgewezen. (17)
Kasboek 17 januari Flentrop f 115,- 14 januari Das f 135 incl. 10
huwelijksdiensten W. Trots f 75,- (22))
1957
Op 7 februari vraagt organist Das of er enkele reparaties aan het orgel kunnen
worden uitgevoerd. Dit is akkoord. (32)
Op 4 november schrijft ds. Faber aan de
Hervormde Orgelcommissie (HOC) dat het orgel hersteld moet worden. De
restauratie zou mooi samen kunnen gaan met een vernieuwing van het
kerkinterieur.
Graag wil hij deskundig advies inwinnen. (08))
1958
Op 20 januari vraagt organist Das ontheffing van zijn functie als organist.
In zijn plaats wordt benoemd mej. F. Postma uit Emmen, die al organiste was tot
1945. Mevrouw Rossing wordt aangesteld als
reserve-organiste.
Op 8 februari wordt besloten organist Das als cadeau een 'boekwerk'
aan te bieden. (17)
Op
11 augustus schrijft Flentrop aan
de kerkvoogdij dat via stemmer Baardewijk een verzoek kwam om een prijsopgave te
doen voor herstel van het orgel. Enkele jaren geleden was de prijs f 17.000,-.
Deze is nu gestegen tot f 19.500,-. Een mechanische sleeplade voor het pedaal
inclusief een nieuw 16-voets tongwerk zal een bedrag vergen van f 10.000,-. (32)
Op 6 september schrijft de interne
commissie 'vernieuwing kerkinterieur' als antwoord op een brief van de kerkvoogdij
dat zij niet verantwoordelijk zijn voor het normale onderhoudswerk van het
kerkinterieur. Bijgesloten is een brief van orgelmaker Flentrop met een plan om
het orgel te herstellen, dat beschadigd is geraakt door de onoordeelkundig
aanleg van de centrale verwarming. (14)
Blijkbaar is contact met de
HOC in 1957 niet tot stand gekomen. Op 19
november schrijft de HOC
aan ds. Faber dat ze de kerk graag willen adviseren. De kosten van het advies
bedragen f 45,-. (08)
Op
8 december wordt besloten om
tegelijkertijd met de vernieuwing van het interieur ook het orgel een grote
beurt te laten geven. Er zal hiervoor een deskundig advies worden aangevraagd.
Kosten van dit advies zijn f 45,-. (17)
Op
2 december schrijft de interne
commissie 'vernieuwing kerkinterieur' dat tegelijkertijd met de vernieuwing van
het kerkinterieur ook het orgel moet worden gerestaureerd. Hiermee zullen enkele
tienduizenden guldens zijn gemoeid. Het orgel moet een functie vervullen bij
concerten in de kerk. Het is in wezen een goed instrument maar moet
voldoen aan de huidige eisen. Er is een actie gestart voor het inzamelen van
gelden. (14)
Op 9 december
schrijft de secretaris van de commissie voor de kerkvernieuwing
dat ze graag gebruik maken van het advies. Wanneer komt de deskundige langs? (08)
(31)
In een brief van
10 december wordt gemeld dat er
ook een akoestisch adviseur zal worden ingeschakeld. (14))
1959
Op 13 april brief van Flentrop dat het onderhoudsabonnement is verhoogd van f
125,- naar f 135,-.
Het
advies van de HOC dateert van 14 april. In het eerste gedeelte wordt het orgel
beschreven. Direct daarna wordt gesteld dat het orgel in slechte conditie is.
De windladen hebben veel door- en bijspraak en verliezen wind. De tractuur is
mechanisch met uitzondering van het Pedaal en een strijker op Manuaal II. De
tractuur op Manuaal I rammelt en de tractuur op Manuaal II heeft te weinig
diepgang. De manuaalkoppeling trekt onvoldoende door. Het pijpwerk is van
diverse herkomst en bevat veel kernsteken. De frontpijpen hebben overlengte. Ook
zijn er zinken pijpen. De intonatie is slap en heeft weinig karakter. De zinken
Trompet heeft een slechte klank. De windvoorziening is onvoldoende. De Pedaalkas
is van latere datum en waarschijnlijk vrij kort geleden toegevoegd. Men acht een
restauratie niet verantwoord. Graag wil men het advies mondeling toelichten.
Op
18 april schrijft de commissie
vanuit Emmen dat men graag van de toelichting gebruik maakt.
Op 27 juni
stuurt de HOC een rekening voor
het voorlopige advies.
Op 12 augustus 1959 wordt een brief behandeld van W. Eppinga of hij op 21
november een orgelconcert in de kerk mag geven. Dit wordt toegestaan als hij 20%
van de opbrengst afdraagt. Mevrouw Rossing-Hoekman stopt als reserve-organist.
(08) (17) (31)
Op 20 november schrijft organiste
mej. Postma, mede op verzoek van de kerkvoogdij: 'Het orgel is weer eens zo ver
dat er nodig iets moet gebeuren. De meeste toetsen zijn verzakt en het pedaal
spreekt heel slecht aan. De Prestant 16 geeft helemaal geen geluid.' (32))
Benefietconcert voor het orgelfonds door het Emmer Mannenkoor onder leiding van B.
Harsevoort, organist
Vic de Val en bariton Victor van der Laan. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (18-08-1959).
1960: Op
23 januari stuurt Sjouke van der
Kooi (muziekleraar in Emmen) in zijn functie als adviseur van de Hervormde Kerk
van Emmen een brief met een aantal vragen naar Nederlandse orgelmakers waaronder Mense Ruiter voor de aanschaf van een nieuw
orgel.
1. Hoe lang duurt het voordat U kunt beginnen
2. Hoe lang duurt de
bouw
3. Wat zijn de prijzen voor de verschillende typen orgel: mechanisch en
mechanisch met elektrische tractie waardoor er een speeltafel op afstand
geplaatst kan worden
4. Waar kunnen we orgels van U beluisteren
Gedacht
wordt aan een orgel met twee klavieren en vrij Pedaal. Het ondermanuaal met acht
stemmen en het bovenmanuaal met zeven stemmen en op het Pedaal 2 stemmen volgens het
unit-systeem.
Op 9 februari beantwoordt Ruiter
de vragen. De punten 1 en 2 zijn niet eenduidig te beantwoorden en hangen af van
wanneer de opdracht wordt verstrekt. 1961 is misschien mogelijk. Een orgel van
16 1/2 stem kan worden geleverd voor f 36.300,-. Orgels van Ruiter kunnen worden
bezichtigd in de Maranathakerk van Den Haag, Woldendorp Hervormde Kerk en
Groningen Filadelfiakerk. Een elektrische traktuur wordt afgeraden. (26)
Op 1 december is mejuffrouw Postma 35
jaar organiste. Ze wordt verrast met een bloemetje.
Oud-organist Gerrit Das
overlijdt. Hij was leraar aardrijkskunde en geschiedenis aan het Gemeentelijk
Lyceum in Emmen. Zie Nieuwsblad van het Noorden (26-08-1960).
1961: Op 13
februari 1961 wordt besloten advies bij de HOC aan te
vragen voor de restauratie van het orgel. (25)
Op 15 februari
antwoordt de kerkvoogdij van Emmen op een brief van 6 februari van de
HOC. Het orgel moet dringend gerestaureerd worden. Men wil graag
advies. (Zie ook origineel)
Op
22 maart schrijft de HOC dat de
beantwoording van de brief van 15 februari enige vertraging heeft opgelopen. In
de loop van de volgende maand komt er bericht.
In juli blijkt dat er een
verwisseling is opgetreden met de hervormde evangelisatie in Emmen.
Orgelconcerten in de kerk worden afgelast vanwege de slechte staat van het
orgel. Zie Nieuwsblad van
het Noorden (05-08-1961).
Op
26 september schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat de nota voor werkzaamheden ten laste moet komen van
de Hervormde Evangelisatie. Graag een nieuw summier rapport voor het orgel in de
Grote Kerk.
Op 27
september wordt een afspraak
gepland voor een onderzoek door Cor Edskes.
Op 11 oktober wordt er een plan
ingediend voor het vernieuwen van het interieur van de kerk. Het orgel zou
ongewijzigd kunnen blijven. Wel zou de balustrade en de wand onder het orgel
aangepast kunnen worden. (08) (14) (31))
1962
Er zijn discussies over een centrumplan voor Emmen. Er
is zelfs sprake van nieuwbouw van
de kerk in combinatie met een openbare bibliotheek. Deze plannen vinden geen
doorgang. Er wordt een nieuwe bibliotheek gebouwd naast het Kantongerecht. Zie correspondentie. (15)
Op 9 juni wordt
geschat dat de restauratie van het orgel f 25.000,- zal gaan kosten. Er zal
contact worden gezocht met orgelmaker Mense Ruiter. (25)<)
1963
Op 14 november verwijst de
HOC naar een eerder advies van 14 april 1959. Het orgel zal er niet
beter op geworden zijn. Heeft men al besloten tot nieuwbouw? De HOC
adviseert graag.
Op 6 december antwoordt
de kerkvoogdij van Emmen dat het orgel niet wordt vervangen. (08)
(31))
1964
Op 30 juni schrijft de kerkvoogdij
aan het ministerie van CRM dat er plannen zijn om het orgel te restaureren. Kan
er overlegd worden omtrent de juiste wijze van restaureren en wat zijn de
subsidiemogelijkheden? Er is telefonisch contact geweest met uw adviseur C.H.
Edskes. Hij is bereid langs te komen, maar daar is een opdracht vanuit het
ministerie voor nodig. Met de verbetering van het interieur is inmiddels
begonnen.
Uit deze tijd stamt een
informatiebrief naar de gemeenteleden, waarin de plannen voor de restauratie
van het orgel worden toegelicht. Uit het orgelfonds kan een zesde van de
restauratiekosten van f 30.000,- worden gedekt. Er wordt een beroep op de
gemeenteleden gedaan om een bijdrage te leveren.
Op
23 december schrijft het
ministerie van CRM dat het niet mogelijk is een subsidie te verlenen. Het orgel
heeft geen monumentale waarde. (32)
1965
Op 9 februari
schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de restauratie van de kerk in een
vergevorderd stadium is. Kan de HOC nu adviseren over het orgel? Kan het ter
plaatse worden aangepakt of moet het worden gedemonteerd? Er is al contact met
de firma Bakker & Timmenga, maar deze heeft de eerste jaren geen tijd
beschikbaar.
Op 18 februari schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat het rapport van 14 april 1959 niet meer in Emmen
aanwezig is. Kunt u een afschrift sturen? Graag nader advies. Is het mogelijk
dat een adviseur volgende week het orgel bezoekt?
Op
23 februari stuurt de HOC een
afschrift van het rapport uit 1959 naar de kerkvoogdij. Een bezoek van een
adviseur is op deze korte termijn niet mogelijk.
Op 17 maart 1965 belt orgelmaker Ottes met het Bureau Monumentenzorg
van de provincie. Uit een telefoonnotitie valt af te
leiden dat de opdracht voor restauratie naar Ottes zal gaan.
Op
21 april stuurt de kerkvoogdij een
restauratievoorstel van orgelmaker Ottes naar de
HOC. Ottes heeft het orgel op 2 maart bezocht en komt op 25 maart met voorstel :
'1. Vervanging van de oude klavieren.
2. De windladen winddicht maken,
zodanig dat er geen windverlies of doorspraak voor kan komen. (plaatsing van
z.g telescoophulzen)
3. De mechanische tractuur van Manuaal I en II
gedeeltelijk herzien.
4. De toetsen van Manuaal II een diepgang geven van 12
mm.
5. De Manuaalkoppel gedeeltelijk herzien en bijtegelen.
6. Totale
herziening van de windvoorziening.
7. De Trompet 8 van het Hoofdwerk (zink)
vervangen door een nieuwe van 405 tin.
8. Vervanging van de Voix Celeste 8
van het Bovenwerk door een Nasard 1 1/3.
9. Vervanging van de Koraalbas 4 van
het Pedaal door een 4 voets tongwerk. (te weten: Schalmei 4).
10. Reparatie
van de Pedaallade
11. Voor zover mogelijk: Herintonatie van het gehele
orgel, zodat het een snelle aanspraak en een dragende klank heeft.
12.
Schoonmaak van het gehele orgel tijdens de demontage der verschillende
orgelonderdelen.
13. Afregelen en bijstellen van het gehele mechaniek.
14. Zuiver stemmen van het gehele Orgel.
De kosten voor bovenstaande
restauratie bedragen: f 23.837,80.'
Op
21 april krijgt Ottes het bericht
dat de opdracht aan hem is vergund. Binnenkort is er een bespreking gepland.
Kunt U de informatie die U ter inzage kreeg over de Grote Kerk en Angelslo
retourneren?
Op 24 april dankt
Ottes voor de opdracht. Een deel van de brieven was al terug gestuurd. De andere
volgen nu.
Op
4 mei schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat orgelmaker Ottes nog maar kort als zelfstandig orgelmaker
optreedt en nog weinig restauratiewerk heeft gedaan. Onlangs is er op grond
van een nieuwbouw-orgel van Ottes een negatief advies aan een kerkvoogdij gegeven. De HOC
beschouwt Ottes als ongeschikt. De offerte is veel te summier. De HOC geeft
graag een voorlopig advies.
In een brief van 25
oktober 1965 wordt gemeld dat de orgelbalustrade te hoog is en wat zou
moeten zakken.
Op 8 december
schrijft Ottes dat hij het orgel op 6 december weer gedeeltelijk bespeelbaar
heeft gemaakt. Ottes hoorde van plannen om de orgelkas te gaan schilderen,
passend bij het nieuwe kerkinterieur. Het schilderen van de orgelkas kan alleen
als de frontpijpen worden verwijderd. De orgelkas moet worden afgeloogd met
ammoniak en dit is zeer schadelijk voor de pijpen. Hij adviseert te wachten met
schilderen totdat de pijpen zijn verwijderd. (14) (31)
(32)
1966
Op 28 maart
schrijft organist Vic de Val aan de kerkvoogdij dat hij zich op verzoek van dhr.
Iedema in verbinding heeft gesteld met orgelmaker Ottes, die nu het orgel
restaureert. De werkzaamheden zijn nu zo ver gevorderd dat met de opbouw kan
worden begonnen. Met Ottes heeft hij het restauratieplan doorgesproken. Dat
heeft geresulteerd in een
wijzigingsplan. Ottes zal daarvoor een aanvullende prijsopgave doen. De
voorgestelde wijzigingen zijn muzikaal-technisch verantwoord en verhogen de
gebruiksmogelijkheden. Hij licht het een en ander graag toe in een
kerkvoogdijvergadering. Een spoedig besluit zou de voortgang van de
werkzaamheden zeer bevorderen.
Op 2 april komt Ottes met een
prijsopgave van de voorgestelde
wijzigingen door Vic de Val. De kosten stijgen hierdoor met f 8.425,-.
Op
24 april schrijft Ottes dat de
restauratie inclusief de wijzigingen van organist Vic de Val komt op f
32.000,-. De Quintadeen wordt niet uitgebreid met het groot Octaaf maar krijgt
een transmissie naar de Subbas 16´ van het pedaal. 'Verder zijn buiten het werk
om, de speeltafel en de mechaniekkoppels geheel vernieuwd, daar het bestaande
niet meer te repareren bleek.'
Op 18
augustus constateert organist Vic de Val nog een aantal problemen:
-Zoals
al afgesproken: hoed grootste Bourdon, verlichting pedaal en dakje boven
Bourdon.
-Versterken van het laagste octaaf van de Bourdon en evenzo de transmissie
naar het groot octaaf van de Quintadeen.
-Opmerkingen over individuele pijpen
van enkele registers.
-Windverlies in het Hoofdwerk bij indrukken van toetsen
bij gesloten registers
-De manuaalkoppel komt niet helemaal vrij bij het sluiten
-Enkele hangers
-Enkele ventielen van het Bovenwerk sluiten niet.
Op
3 december schrijft Vic de Val aan
Ottes dat zijn reparatie van de afgelopen dinsdag niet afdoende was. Het concert
van die avond ging door orgelkwalen 'goeddeels de mist in.' De Val verzoekt
Ottes met klem het orgel af te maken. De Val kan een lijst maken met klachten,
maar Ottes kan dat ook zelf vaststellen. (32)
Op 23 december
bevestigt de HOC een aantal telefoongesprekken met predikant van der Schoot van
de Hervormde Kerk van Appelscha.
Kerkvoogden van Emmen hebben zich blijkbaar positief uitgelaten over de
werkzaamheden van Ottes in Emmen. De HOC kan dat niet rijmen met de klachten die
er nu in Emmen zijn en het niet betalen van de laatste termijn in Emmen wegens
klachten na de restauratie. Op dezelfde
datum stuurt de HOC een brief naar de kerkvoogdij van
Emmen. men wil graag meer
informatie over de zaak Appelscha. (31)
Organist Vic de
Val heeft toezicht op de werkzaamheden gehouden. Na de oplevering van het orgel doen zich veel problemen voor. Ottes probeert dit te herstellen, maar slaagt daarin
onvoldoende. Enige tijd later gaat hij failliet. (03)
Na de restauratie ontstaat de volgende dispositie:
| Manuaal I | C - e''' | Manuaal II | C - e''' | Pedaal | C - d' | |||
| Prestant | 8' | Holpijp | 8' | Prestant | 16' | 1949 | ||
| Quintadeen | 16' | 1949 | Salicionaal | 8' | Bourdon | 16' | 1966 | |
| Roerfluit | 8' | Open fluit | 8' | Octaaf | 8' | 1931 | ||
| Gemshoorn | 8' | Octaaf | 4' | Schalmei | 4' | 1966 | ||
| Octaaf | 4' | Gedekte fluit | 4' | |||||
| Gemsfluit | 4' | Woudfluit | 2' | |||||
| Quint | 2 2/3' | 1931? | Nasard | 1 1/3' | 1966 | |||
| Octaaf | 2' | Sesquialter | II-III | 1931/1949 | ||||
| Nachthoorn | 1' | 1949/1966 | ||||||
| Mixtuur | II-IV | 1966 | ||||||
| Trompet | 8' | 1966 |
1968:
Op 1
juli schrijft de kerkvoogdij over een gesprek tussen Vic de Val en
orgelmaker Vierdag. Vierdag wordt op grond van dit gesprek verzocht het onderhoud
te verzorgen van het orgel in de Grote Kerk en het orgel in de Voorhof. (32)
1973: Op
6 augustus schrijft Vic de Val
naar orgelmaker Vierdag over een uitgevoerde reparatie. Het volgende moet nog
gebeuren:
-De manuaalkoppel vernieuwen
-De Trompet 8 vervangen door een
exemplaar uit Nordhorn
-De Schalmei van het Pedaal repareren en weer sprekend
maken
-De pijpen van het groot octaaf van de Open Fluit lijmen.
Het orgel
heeft zich sinds december goed gehouden qua stemming en mechaniek. (32)
W.D. van der Kleij schrijft in het tijdschrift De Mixtuur
nr. 11 1973, een artikel over de
geschiedenis van het orgel.

Foto uit 1973 nr. E
47739-4
http://www.kerkeninbeeld.nl
1976
In een bouwvergadering van
7 september wordt besloten het
orgel in te pakken omdat er bij de restauratie van de toren stof in het orgel is
gekomen.
In de bouwvergadering van
28 oktober blijkt dat het orgel zondags wordt bespeeld. Wordt het dan
gedeeltelijk uitgepakt? Moet het orgel bij het afscheid van ds. Faber geheel
worden uitgepakt? Er wordt besloten dit niet te doen vanwege de kosten van f
2.000,-. (32)
1977
Op 1 december meldt organist Vic
de Val dat twee medewerkers van orgelmaker Vierdag op 24 november het orgel hebben onderzocht. Op basis hiervan hebben ze een
offerte gemaakt voor een
restauratie.
- Restauratie van de windladen van Hoofdwerk en Bovenwerk f
17.525,-
- Nieuwe speeltafel met drie koppelingen en nieuwe klavieren f
20.795,-
- Pijpwerk: f 17.950,-
- Het zinken groot octaaf van de
Quintadeen vervangen door de Bourdon 16' van het Pedaal. De transmissie kan dan
vervallen.
- De pneumatische Nasard 1 1/3 van het Hoofdwerk verhuist naar het
Bovenwerk op de plek van de Salicionaal, die vervalt.
- De Trompet 8' wordt
vernieuwd met gebruikmaking van de bestaande lepels en tongen. Vernieuwing van
de bekers met gebruik van bestaand materiaal.
- De overige registers repareren, goed
sprekend maken en stemmen
- Nieuwe mechanische lade voor het Pedaal van C - f1
met Subbas 16', Octaaf 8', Fagot 16' en Schalmei 4'
De Subbas is nieuw van
hout. f 28.550,-
De werkzaamheden kunnen circa 20 maanden na het geven van de
opdracht worden uitgevoerd.
De kosten blijken hoger dan De Val heeft verwacht.
Volgens De Val zijn de kosten het gevolg van de werkzaamheden door 'orgelbouwer' Ottes in
1966. (27)
1978
In een uitgebreide
brief van 16 maart legt de
HOC Kerk uit wat haar werkwijze is.
Op 19
september
schrijft de kerkvoogdij aan Erné dat de
restauratie van de kerk bijna is afgerond. Men komt nu aan het orgel toe.
Wanneer kan Erné naar het orgel komen kijken? (08)
Op 1 december
komt Vierdag met een nieuwe offerte van f 98.154,- voor restauratie en uitbreiding van het orgel.
In een brief
van 4 december beschrijft organist
Vic de Val het orgel. Hij vermoedt dat een deel van het pijpwerk afkomstig is van
Van Oeckelen, waar Meijer heeft gewerkt. Het orgel was oorspronkelijk geheel
mechanisch met een aangehangen Pedaal. Aan de kas is duidelijk de toevoeging van
een zelfstandig pneumatisch Pedaal door Flentrop in 1939 te zien. Ook 1 stem van
het Bovenwerk is pneumatisch. Het zinken pijpwerk dateert ook uit die tijd. De
schoorsteen van de luchtverwarming liep vroeger pal langs de orgelkas. In de
jaren vijftig begon het orgel veel mankementen te vertonen. De restauratie door
Ottes in 1966 was lang niet voldoende. Daarna wordt de dispositie genoemd,
waarbij het nieuwe pijpwerk is aangekruist. Het orgel is grotendeels waardevol
en fraai van karakter en een restauratie waard.
Het zinken pijpwerk dient te
worden vervangen en de pneumatiek verwijderd.
In overleg met Vierdag stelt
hij de volgende dispositie voor met 24 stemmen:
| Hoofdwerk | Bovenwerk | Pedaal |
| Quintadeen 16' | Open Fluit 8' | Prestant 16' |
| Prestant 8' | Gamba 8' | x Subbas 16' |
| Gemshoorn 8' | x Voix Celeste 8' | x Octaafbas 8' |
| Roerfluit 8' | Holpijp 8' | x Fagot 16' |
| Octaaf 4' | Octaaf 4' | x Schalmei 4' |
| Fluit 4' | Gedekte Fluit 4' | |
| Quint 2 2/3' | Windfluit 2' | |
| Octaaf 2' | Nasard 1 1/3' | |
| Nachthoorn 1' | Sesquialter II-II | |
| Mixtuur II-IV | ||
| Trompet 8' |
| Hoofdwerk | Bovenwerk | Pedaal |
| Bourdon 16' | o Holpijp 8' | Subbas 16' |
| o Prestant 8' | o Open Fluit 8' | Octaafbas 8' |
| o Gemshoorn 8' | o Salicionaal 8' | Octaaf 4' |
| o Roerfluit 8' | o VioolPrestant 4' | Bazuin of Fagot 16' |
| o Octaaf 4' | o Fluit 4' | Trompet 8' |
| o Gemsfluit 4' | Woudfluit 2' | |
| o Quint 2 2/3' | Dulciaan of Fagot-Hobo 8' | |
| o Octaaf 2' | ||
| Cornet V Disc | ||
| Mixtuur II-III-IV | ||
| Trompet 8' |

Herkomst pijpwerk voor de laatste restauratie
| Hoofdwerk | (I) | Volgorde op de laden, nomenclatuur van de klaviatuur, omvang C - e3. Het pijpwerk uit 1873 heeft geen expressions. De C-kant is, voor het orgel staande, aan de linkerzijde. |
| Quintadeen | 16 voet | 1949. C - H pneumatische transmissie van de Subbas 16 vt van het Pedaal. Deels afgevoerd, deels op de lade. Klein octaaf elektrolytisch staal, rest orgelmetaal. Geheel met baarden, deels rolbaaarden. |
| Prestant | 8 voet | Frontpijpen 1873, zink-orgelmetaallegering, bekleed met tinnen platen; labia rond opgeworpen, geen baarden. C - c: pneumatische transmissie uit Prestant 16vt. c-c': oorspr - eiken-binnen, open, afgevoerd; werk geen steminrichting. |
| Gemshoorn | 8 vt | 1873. Groot octaaf gecombineerd met Roerfluit. c: 1949. Op cis oude c van 1873, enge mensuur, flauw cilindrisch. Halve toon opgeschoven. e3 verdwenen. Klein octaaf stemkrullen, rest op toonlengte afgesneden. Geen baarden. |
| Roerfluit | 8 vt | 1873. C-h eiken, rest metaal. Niet verschoven. Geheel met baarden, vrij enge roeren, gemiddelde mensuur. |
| Octaaf | 4 vt | 1873. Metaal. C:1949. Cis is oude C. Rest ook een halve toon verschoven. Groot octaaf met baarden. Nu onderste 2 octaven met stemkrullen (oorspr. C-cis met stemlappen). Rest op lengte; e3 weg. |
| Gemsfluit | 4 vt | 1873, metaal, wijde mensuur, licht conisch, fis2-e3 open cilindrisch. C uit 1949. Cis is oude C. Rest 1/2 toon verschoven. e3 weg. C-dis met stemkrullen. Geen baarden. |
| Quint | 3 vt | 19e eeuw, niet van Meijer. 2 verschillende facturen: 32/21 pijpen. De te grote roostergaten in de bas wijzen op een mensuurwijziging voor 1949. C is van 1949. Rest een halve toon opgeschoven. Vanaf Cis 13 pijpen met stemkrullen, dan 18 met expressions, de rest op lengte. Mogelijk in 1931 geplaatst. |
| Octaaf | 2 vt | 1873. metaal. C van 1949. op Cis de oude C. Rest een 1/2 toon opgeschoven. C-H expressions (1931?). Rest op lengte. Geen baarden. |
| Nachthoorn | 1 vt | 1966/1949. Fabriekspijpwerk uit 1966 en 1949, omdat pijpwerk uit de Cornet voor dit register werd gebruikt. Gedeeltelijk stemkrullen. |
| Mixtuur | II-IV | 1966. Fabriekspijpwerk. Rooster is van 1873. Stemkrullen t/m half voets lengte. Te enge mensuur. |
| Trompet | 8 vt | 1966. Fabriekspijpwerk, opslaand. Bekers in groot octaaf met meer dan de helft verkort. Te enge mensuur. Rooster 1873, opgevuld met vilt. |
| Bovenwerk | (II) | |
| Openfluit | 8 vt | 1873. C-H metaal, gedekt; c-h1 eiken. ) Open. c2-e3 uit 1949 van metaal. Cilindrisch. |
| Salicionaal | 8 vt | 1873. C-H gecombineerd met de holpijp 8vt, rest metaal. Niet verschoven, gedeeltelijk met baarden. |
| Prestant | 4 vt | 1873. C-Dis uit 1949. E is oude C. Rest ook 2 tonen opgeschoven. Oorspronkelijke baarden in 1966 verwijderd. cis3-e3 weg. |
| Holpijp | 8 vt | 1873. Gedekt. C-h eiken. Rest metaal. Niet verschoven. Geheel met baarden. |
| Fluit d'amour | 4 vt | 1873. C-H eiken. Gedekt. c-e2 metaal. Gedekt. Rest open, conisch. |
| Woudfluit | 2 vt | 1873; metaal, conisch. C van 1949. Cis is oude C. Rest 1/2 toon opgeschoven. C-h met stemkrullen. Rest op lengte. |
| Sesquialter | II | 1949. Oorspronkelijk II-III sterk. In 1966 is het 2vts discantkoor verwijderd. Stok 1873 met opdik. |
| Nasard | 1 1/3 vt | 1966, in de plaats van de Vox Celeste uit 1931. Op pneumatische lade (1931) afgevoerd |
| Pedaal | Pneumatische lade, chromatisch, 1949 C~1. | |
| Prestant | 16 vt | 1949/1966. C-Dis zelfstandig, gedekt, elektrolytisch staal, Krupp-Essen. E-b pneumatische transmissie uit voormalige Prestant 16' van het Hoofdwerk. (frontpijpen). Rest elektrolytisch staal. |
| Subbas | 16 vt | 1966. Roodkoper. Gedekt. |
| Octaaf | 8 vt | 1931/1966. afgesneden cello. Groot octaaf van zink, rest metaal. |
| Schalmei | 4 vt | 1966. Fabriekstongwerk. |

Foto speeltafel door organist Etto Huizinga
1989
Van 23 januari dateert een
offerte van Kaat & Tijhuis. (31)
1990
Op 1
december stuurt de kerkvoogdij de offerte van Kaat & Tijhuis naar de HOC. De
orgelcommissie is bezig met het werven van geld, maar dat verloopt moeizaam. 'Gezien het feit dat de restauratiekosten nog lang niet zijn
gedekt door de beschikbare middelen, heeft de orgelcommissie besloten een
offerte aan te vragen bij bovengenoemde orgelbouwers, waar wij het volste
vertrouwen in hebben, om t.z.t. de restauratie tot stand te kunnen brengen.' (31)
1991
Op 8 juni wordt er een nieuw
voorlopig rapport gemaakt, ditmaal door Aart van Beek op basis van een bezoek op 24 april 1991. Het
oorspronkelijke pijpwerk heeft Meijer vermoedelijk betrokken bij Ibach in
Duitsland. De tractuur van de manualen is mechanisch en die van het Pedaal
pneumatisch. De klavieren zijn uit 1966. 'De toestand van het orgel is slecht
tot zeer slecht. De oorspronkelijke panelen van de zijwanden en achterwand van
de kas zijn vervangen door plaatwerk schotten. Het windwerk vertoont in ernstige
mate lekkage. De tractuur verkeert in een zodanig slechte conditie dat het
instrument nauwelijks bespeelbaar is. Het pijpwerk vertoont vele beschadigingen
en intonatiegebreken. Daarbij is het niet originele pijpwerk van een abominabele
kwaliteit. Met name de in 1966 uitgevoerde werkzaamheden zijn van een zeer
onvoldoend niveau en hebben de kwaliteit van het oorspronkelijk maaksel dan ook
zeer aangetast. Het orgel behoeft een grondig technisch herstel, daarenboven
moet der klankstructuur van de grond af aan naar het oorspronkelijke klankbeeld
worden gereconstrueerd. Pas dan kan dit instrument naar behoren in der eredienst
worden gebruikt.'
Op 15 juli
stuurt de HOC een rekening voor het voorlopige advies. (31)
1992
Op 14 januari
informeert de HOC bij de kerkvoogdij naar de stand van zaken. Inmiddels is Stef
Tuinstra aangesteld als adviseur.
Op
25 november schrijft de HOC aan
Stef Tuinstra dat de kerkvoogdij het rapport nog niet heeft ontvangen. Kan er
spoed achter worden gezet?
Stef Tuinstra brengt een
advies uit met daarin de volgende
hoofdstukken: Historie, Typologie, Beschrijving orgel in de huidige situatie,
Huidige staat en geconstateerde gebreken, Restauratievoorstel, Bijlagen (niet
opgenomen). (31)
1999
Er worden diverse acties gehouden om geld in te zamelen voor het uitvoeren van de restauratie.
2000
In het boek van Ger de Leeuw Rondom de Heerenhof
wordt op pagina 26 het orgel
beschreven. (28)
2003-2004
Restauratie door Mense Ruiter. Oplevering in juni 2004. Voor meer informatie zie het programmaboekje.
(05) Zie Reformatorisch Dagblad (28-06-2004)
(tekst).
Dispositie:
Hoofdwerk: Prestant 16', Bourdon 16', Prestant 8', Gemshoorn 8', Roerfluit
8', Octaaf 4', Gemsfluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Cornet V sterk,
Mixtuur II-IV sterk, Trompet 8'.
Bovenwerk: Open Fluit 8', Viola di Gamba
8', Lieflijk Gedakt 8', Viool Prestant 4', Fluit d'amour 4', Woudfluit 2',
Fagot-Hobo 8'.
Pedaal: Subbas 16', Violoncello 8', Bombardon 16'. De
registers Violon 16', Octaaf 4' en Trombone 8' worden binnen enkele jaren
geplaatst.
2006
De gereserveerde registers van het Pedaal Violon 16', Octaaf 4' en Trombone 8'
worden door Mense Ruiter geplaatst.
(06)
2018
Op 18 december doet orgelmaker Mense Ruiter een
voorstel voor een onderhoudscontract
voor de orgels van de PKN in Emmen. Van elk orgel wordt de
onderhoudsgeschiedenis vermeld. (10)
Bronvermelding:

Foto Etto Huizinga
Lijst van organisten:
1873-1919: Jan de
Boer
1919-192x: De vrouw van predikant de Groot neemt het organistenschap
tijdelijk op zich.
1925-1945: Mej. Froukje Postma
1945-1958: Dr. Gerrit Das
In 1949 schrijft Das in het septembernummer van Het Orgel een
artikel over het collectespel.
In 1958 vraagt hij ontslag wegens zijn leeftijd. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (11-03-1958).
1958-1970 Mej. Froukje Postma
1970-1978: Vic
de Val.
Hij overlijdt plotseling in 1978. Zie Nieuwsblad van het Noorden
(19-12-1978), (30-12-1978).
1979-19xx Jan van Laar
1979-20xx Henk Stekelenburg
19xx-2011 Etto Huizinga
2022-2025 Wietse Ouwejan
2025-xxx Christiaan de Vries


