Emmer-Compascuum, Hervormde Kerk

In 1907 wordt de kerk gebouwd. Enkele jaren later, in 1921, plaatst orgelmaker Van der Molen uit Steenwijk er een gebruikt orgel. Bij de bouw van de nieuwe kerk in 1934 werd dit instrument overgeplaatst. In 1952 ontstaan plannen voor de bouw van een geheel nieuw orgel. Aanvankelijk is orgelmaker Mense Ruiter hiervoor in beeld en wordt de Orgelcommissie van de Hervormde Kerk (HOC) ingeschakeld. Omdat een reactie van zowel Mense Ruiter als de HOC in 1953 nog altijd uitbleef, besloot men zelfstandig verder te gaan. Orgelmaker Vierdag uit Enschede krijgt de opdracht en levert het instrument in 1956 op. Al gauw doen zich echter problemen voor; Vierdag heeft een nieuwe, verende sleepconstructie toegepast die hij nog niet volledig beheerst. Rond 1962 probeert hij deze constructiefouten te herstellen, maar hij slaagt er niet in de problemen op te lossen. Als oplossing stelde hij voor om — onder garantie — een volledig nieuw orgel te bouwen, met gebruikmaking van het bestaande pijpwerk en andere onderdelen. Ditmaal treedt de HOC, in de persoon van Lambert Erné, op als adviseur. Dit nieuwe orgel wordt begin 1966 opgeleverd en door de commissie goedgekeurd. De HOC is van mening dat Vierdag uitstekend werk heeft geleverd en zeer coulant is omgegaan met de garantievoorwaarden. In 2003 is het orgel tenslotte gereviseerd door de orgelmakers Maarten Oranje en Jan de Bruijn.

Geluidsopnamen op 16 december 2024 door G.J. Pottjewijd
J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Manuaal I plenum
Garmt D. Bouwman: Intermezzo nr. 5

1907
Bouw van een Hervormde Kerk voor de inwoners van het Munsterscheveld. De grond is beschikbaar gesteld door de heer Behrends. Ook wordt een christelijke school gesticht.

Nieuwsblad van het Noorden 01-01-1907



Foto : onbekende herkomst


Links:  DM0210080803 1930-1933 (07) rechts: foto nr.B 47740-115 1934 (06)

1921: Orgelmaker Van der Molen uit Steenwijk plaatst een orgel. Vermoedelijk betreft het een tweedehands instrument.
Het orgel wordt op 30 januari in gebruik genomen.


Emmer courant 24-12-1920, Emmer courant 02-02-1921

1934: Er wordt een nieuwe kerk gebouwd. Het orgel uit de oude kerk gaat mee naar de nieuwe kerk. In het krantenbericht uit de Emmer Courant staat het volgende over het orgel: 'Tijdens de wijdingsdienst werd het orgel - dat moet nog door een nieuw worden vervangen! - bespeeld door de heer J. Braak-Hekke.' De kerk wordt op 27 december in gebruik genomen.

Foto van het neuwe kerkgebouw uit 1963 nr. DA999028002 (07)

links: originele foto van onbekende herkomst het orgel uit de oude kerk geplaatst in de nieuwe kerk. rechts: via CoPilot verbeterde foto (klik op de afbeelding voor een vergroting)




Emmer courant 21-12-1934 Klik op de afbeelding voor een vergroting


Provinciale Drentsche en Asser courant 27-12-1934

1952:
Op 16 december schrijft kerkvoogd S. Schuitema aan orgelmaker Mense Ruiter dat er plannen zijn om ‘het oude pijporgel te vervangen door een nieuw orgel, zo mogelijk over een klein jaar in gebruik te nemen.’ Kan Ruiter de kerk bezoeken om de situatie te bekijken?
Op 30 december schrijft Ruiter dat hij graag een plan maakt. Hij komt op 5 januari naar Emmer-Compascuum. (05)

1953: Op 12 maart schrijft Ruiter dat hij met Lambert Erné heeft gesproken. Erné is bezig met een rapport over het huidige orgel. Het plan van Ruiter is met Erné besproken.
Op 14 maart meldt kerkvoogd Schuitema dat er een beslissing is genomen over de bouw van het nieuwe orgel. Het plan van Ruiter heeft te lang op zich laten wachten en het door Lambert Erné beloofde rapport is na een half jaar tevergeefs wachten nog niet binnen. In de brief van Schuitema wordt niet vermeld aan wie de opdracht is gegund.
Als gevolg van deze briefwisseling is de offerte van Ruiter nooit verstuurd. In het archief van Mense Ruiter zijn wel de aantekeningen bewaard. Ruiter stelt een orgel voor met Hoofdwerk, Rugwerk en een zelfstandig Pedaal:
Hoofdwerk: Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Mixtuur
Rugwerk: Prestant 4', Holpijp 8', Roerfluit 4', Gemshoorn 2', Quint 1 1/3'
Pedaal: Bourdon 16'
Ruiter schat de kosten op f 19.235,- (05)

1956: De kerkvoogdij laat onder eigen verantwoordelijkheid door orgelmaker Vierdag een orgel bouwen. Na de bouw ontstaan er problemen met het orgel door de toepassing van een nieuwe constructie voor de slepen van het orgel.
Vermoedelijk dispositie van het orgel op basis van het verbetervoorstel van Vierdag op 8 oktober 1962: (03)

Dispositie:

Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Holpijp 8' Subbas 16'
Roerfluit 8' Prestant 4' Quintadeen 8'
Fluit 4' Gemshoorn 2' Nachthoorn 4'
Octaaf 4' Quint 1 1/3'    
Octaaf 2' Terts 1 3/5'    
Mixtuur 1 1/3'        
(Trompet) 8'        


1962: Op 8 oktober schrijft Vierdag: 'Het werk aan de bestaande onderdelen van het orgel der Ned. Herv. Gemeente te Emmer-Compascuum heb ik stopgezet. Het geheel met de bestaande onderdelen kan zo niet goed worden.’ Vierdag stelt voor om onder garantie een nieuw orgel te bouwen met een grenen orgelkas met Hoofdwerk, Borstwerk en zelfstandig Pedaal met gebruikmaking van het bestaande pijpwerk. Ook de orgelbank, de windmotor en het voetpedaal kunnen worden hergebruikt. Alle niet gebruikte onderdelen worden eigendom van de orgelbouwer. De bestaande dispositie kan als volgt worden geplaatst:

Hoofdwerk

 

Borstwerk

 

 

Pedaal

 

Prestant

8'

Holpijp

8'

 

Subbas

16'

Roerfluit

8'

Gemshoorn

4’

(was Gemshoorn 2’)

Quintadeen

8'

Octaaf

4'

Prestant

2'

(was Prestant 4’)

Nachthoorn

4'

Fluit

4'

Quint

1 1/3'

 

 

 

Octaaf

2

Octaaf

1'

(was Terts 1 3/5’)

 

 

Mixtuur

1 1/3'

 

 

 

 

 

(Trompet)

8' 

 

 

 

 

 

 (03)
Vierdag wijzigt de dispositie van Manuaal II: de Gemshoorn 2’ wordt 4’, de Prestant 4’ wordt 2’ en de Octaaf 1’ wordt 1 3/5’. Misschien voert Vierdag deze wijzigingen door omdat in het Borstwerk te weinig ruimte is voor een Prestant 4’?

1963: Op 20 mei  maakt Vierdag op grond van een gesprek op 16 mei met Lambert Erné en vertegenwoordigers van de kerk een plan om de garantieverplichtingen goed na te komen. Hij gaat een gedeeltelijk nieuw orgel bouwen met 15 registers in een nieuwe orgelkas met gebruikmaking van het bestaande pijpwerk, pedaalklavier, orgelbank en windmachine.
Voor rekening van de kerkvoogdij komen:
-het schilderen van de nieuwe orgelkas
-verblijfkosten van de monteurs tijdens de werkzaamheden in de kerk
-verleggen van de elektra
-versterken van de vloer voor het plaatsen van het orgel
-hulp bij het takelen
-het herstellen van de balustrade.
Het orgel wordt geleverd met Pasen 1964.
Het vernieuwen van de zinken Prestant in een tinnen versie kost f 4.965,-.
Op 28 mei schrijft de Hervormde Orgel Commissie (HOC) dat het overleg op 16 mei in Emmer-Compascuum heeft opgeleverd dat de verbeteringen, die Vierdag op 20 mei heeft voorgesteld, gerealiseerd kunnen worden. In de brief staat niet wie de overlegpartners waren. Vermoedelijk de HOC (Erné?), de orgelmaker en vertegenwoordigers van de kerk.
Op 7 augustus stuurt de HOC de rekening voor het advies.
Op 8 oktober schrijft de kerkvoogdij aan de HOC naar aanleiding van de brief van 28 mei. De kerkvoogdij wil graag een bestek en een tekening van Vierdag ontvangen. Tot nu toe heeft zij niets ontvangen. Het orgel zou worden opgeleverd met Pasen 1964. De rekening van de HOC voor het orgeladvies kan nog niet betaald worden omdat de orgelcommissie net een jaarlijkse termijn aflossing en rente heeft betaald van de schuld op het orgel. Er is geen geld beschikbaar. Ook worden er kosten gemaakt voor een tijdelijke voorziening, omdat het huidige orgel niet meer functioneert. Deze maand wordt er een bazaar georganiseerd, die het nodige geld moet opleveren.
Op 24 oktober schrijft de HOC dat het uitstellen van de betaling akkoord is. 'Intussen kunnen we U mededelen, dat U binnenkort een tekening van het orgelfront zal geworden.’ Het front zal veel overeenkomsten vertonen met het Vierdag-orgel in Glanerbrug. Het front kan echter pas definitief worden getekend als er uitsluitsel is over de kosten van het nieuwe pijpwerk in de brief van Vierdag van 20 mei. De mensuur van de Prestant 8' moet worden gewijzigd om betere verhoudingen te krijgen. De tinnen pijpen vergen een bedrag van f 4.956,-
Op 10 december schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze nog steeds geen tekening heeft ontvangen. Het bedrag van f 1.303,13 dat nog aan de HOC verschuldigd was, is betaald. Een afvaardiging van de kerk heeft het orgel in Glanerbrug bekeken en op grond van dat bezoek gaat men akkoord met het nieuwe bouwplan. De uitgave voor een nieuwe Prestant 8' ter vervanging van de zinken Prestant acht men op dit moment niet verantwoord. Het huidige orgel is al bijna een halfjaar niet meer te gebruiken.
Op 17 december schrijft de HOC aan Vierdag dat de kerkvoogdij om financiële redenen het oude pijpwerk wil handhaven. Ook wijzen ze er op dat de beloofde tekening nog niet is ontvangen.
Van eveneens 17 december dateert een brief van de HOC aan de kerkvoogdij dat ze Vierdag zal berichten dat het oude pijpwerk gehandhaafd blijft. Er wordt nu een nieuwe tekening gemaakt, die minder overeenkomst zal hebben met Glanerbrug. (03) (08)

1964: Op 25 februari wordt overlegd met Vierdag over het versterken van het orgelbalkon voor het plaatsen van het orgel.
Pp 29 februari stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 23 juni schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze op zaterdag 4 juli Vierdag wil bezoeken om te kijken naar de vorderingen rond de bouw van het nieuwe orgel. Vierdag heeft gebeld over de maten van het plafond. Het orgel wordt 4,63 m hoog en 3,50 m breed. Omdat er nog steeds geen tekening is, gaat de kerkvoogdij ervan uit dat er nog niet met de bouw is begonnen. De opleverdatum (Pasen 1964) is reeds ruim overschreden. Ook is nog niet bericht of de voorgestelde versterking van het orgelbalkon correct is. Duidelijkheid is gewenst omdat tijdig opdracht tot uitvoering moet worden gegeven. (03)

Tekening voor een nieuw orgelbalkon. Auteur en jaar onbekend. Waarschijnlijk een plaatselijke aannemer. (03)

Op 6 augustus stuurt de kerkvoogdij een brief aan de HOC over het bezoek dat ze bracht aan Vierdag. Het bezoek vond plaats op 11 juli. Net voor het bezoek was er nog overleg of de onderkas van het orgel door de deur van de kerk zou kunnen. De deur bleek bij meting groot genoeg te zijn. Er wordt inderdaad gewerkt aan het orgel. Bij het bezoek ontstond de indruk dat de onderkas van het orgel was gebouwd tussen de oorspronkelijke bezoekdatum van 4 juli en de nieuwe datum 11 juli. De voorgestelde versterking van het balkon is volgens Vierdag te zwak. Hij wil er samen met Erné ter plaatse nog een keer naar kijken. De kerkvoogdij wil daarbij aanwezig zijn. De tekening is er nog steeds niet. Vierdag schat in dat het orgel met Kerst kan worden opgeleverd. Deze maand zal het bestaande orgel worden weggehaald.
Op 17 augustus bevestigt de HOC de ontvangst van de brief van 6 augustus. De inhoud zal besproken worden met dhr. Erné als hij terug is van vakantie.
Op 28 augustus schrijft de HOC aan Vierdag dat hij een tekening van het orgel dient te leveren en geven aan de kerkvoogdij door dat Erné en Vierdag op 24 augustus Emmer-Compascuum hebben bezocht. Helaas was er geen kerkvoogd aanwezig. Het oude orgel is nu afgebroken. Het pijpwerk wordt nu in de werkplaats hersteld. De orgelkas is nagenoeg gereed en de bouw van de windlade is ver gevorderd. De verwachting is dat Kerst 1964 haalbaar moet zijn. Voor het orgelbalkon dienen de houten kolommen te worden vervangen door stalen exemplaren, die onderling verbonden zijn met een stalen dwarsligger. Vanuit deze dwarsligger dienen drie stalen balken aan de muur te worden verbonden. Vierdag is opnieuw verzocht de tekening van het orgel naar Emmer-Compascuum te zenden.
Op 7 september stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 17 oktober stuurt Vierdag de tekeningen (schaal 1:10) van het orgel en het orgelbalkon naar de HOC.
Op 29 oktober stuurt de HOC de tekeningen door naar de kerkvoogdij. (03) (08)

1965: Op 6 januari vraagt de HOC aan Vierdag hoe het kan dat het orgel van Emmer-Compascuum ontbreekt in zijn voortgangsverslag. Vierdag dient zich te houden aan de opleveringstermijnen.
Op 15 januari maant de HOC Vierdag op te schieten met het werk voor Emmer-Compascuum. Uit deze brief blijkt ook dat het nieuwe orgel wordt gebouwd op basis van de garantie op het in 1956 geleverde orgel dat niet goed functioneerde. In de brief staat ook dat Vierdag zeer loyaal omgaat met de garantie.
Op 20 januari schrijft Vierdag aan de HOC dat het orgel met Pasen opgeleverd zal worden.
Op 22 januari meldt de HOC dat Vierdag het orgel met Pasen 1965 gaat opleveren.
Op 5 februari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat er nog een rekening openstaat van 7 september.
Op 10 februari brengt de HOC weer kosten in rekening.
Op 4 maart schrijft de HOC dat de rekening van 7 september nu twee keer is betaald. De HOC stelt voor om dit bedrag in mindering te brengen op de rekening van 10 februari.
Op 21 mei schrijft Vierdag aan de HOC dat het orgel op donderdag 20 mei naar de kerk is gebracht.
Op 23 augustus stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten.
Op 3 december vraagt de kerkvoogdij aan de HOC wat de stand van zaken is rond de beloofde oplevering van het orgel met Pasen 1965. ‘Wij staan nu voor de Kerst en nog is het orgel niet opgeleverd.' In de brief van de HOC op 22 januari is beloofd dat het orgel met Pasen zou worden opgeleverd. (03) (08)

1966: Op 24 februari schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de garantiewerkzaamheden nu op een zeer goede wijze zijn afgesloten. 'Gezien de oorspronkelijke opdracht aan de orgelmaker Vierdag, uitgaande van het feit, dat U kennis droeg van het toenmalige niveau van deze orgelmaker ten tijde van de opdracht, kan niet anders gesteld worden, dan dat de heer Vierdag op een uitermate royale wijze ten opzichte van U heeft gehandeld.' De kerk heeft nu een veel beter orgel. Vierdag is uiterst royaal omgegaan met de garantievoorwaarden. De f 500,- die nog open staat van de bouw van het vorige orgel dient dan ook snel voldaan te worden. Op 24 februari schrijft de HOC aan Vierdag dat het keuringsrapport is opgestuurd. Dit keuringsrapport ontbreekt echter zowel in het archief van Erné als van de HOC.
Op 28 februari stuurt de HOC een nota voor gemaakte onkosten.
Op 19 april schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het keuringsrapport is besproken. De kerkvoogdij spreekt haar verwondering uit over de plotsklapse en niet verwachte oplevering van het orgel. Eén van de kerkvoogden was aanwezig bij een gesprek tussen Erné en Vierdag. Erné had nog een aantal opmerkingen over het orgel: 'o.a. over de windvoorziening, over de overbrenging, niet sprekende pijpen, deuken in pijpen enz. Toen werd er tussen hen afgesproken dat er nog iemand een week zou komen om het geheel in orde te maken. De Hr Vierdag is na die tijd een paar uur met enkele werknemers geweest, maar verschillende dingen zijn precies zoals voor die tijd. Ook is het ons niet bekend of de Hr Erné na dat de Hr Vierdag de laatste hand aan het orgel heeft gelegd, de zaak gecontrôleerd heeft. Wij zullen het ten zeerste op prijs stellen dat de Hr Erné alsnog samen met, of althans in het bijzijn van enkele kerkeraadsleden en de organist het orgel afneemt.'
Op 8 juni  schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze de vragen in de brief van 19 april hebben voorgelegd aan Erné.
De conclusie wordt als volgt verwoord:
‘1. Het lijkt niet geheel juist om van Uw kant te stellen, dat Uw orgel zo onverwacht is opgeleverd: U hebt er -misschien zult U zeggen: tot vervelens toe- wel enige tijd op moeten wachten en U hebt dat moment ook als het ware kunnen zien (of horen) aankomen. 2. Er waren destijds inderdaad enkele opmerkingen. De Heer Vierdag heeft deze inmiddel verholpen. Niemand heeft er enig belang bij om uit te zoeken, in welk tijdsbestek de Heer Vierdag dit heeft gedaan, resp. (volgens U) zou hebben moeten doen. Wat belangrijker is: nauwelijks is voor te stellen, dat er Uwerzijds nog klachten over het orgel zouden zijn. 3. De mening is, dat -zoals reeds in het eindkeuringsrapport tot uitdrukking is gebracht- : a. U zelf destijds tegen een lage prijs een niet bevredigend orgel heeft doen bouwen; b. de Heer Vierdag de garantiebepalingen onverplicht zo heeft opgevat, dat hij zonder één enkele prijsverhoging, het onder a. bedoelde orgel heeft omgebouwd tot een instrument, dat voorzover kan worden beoordeeld aan de heden ten dage redelijkerwijze te stellen kwaliteitseisen voldoet.
Gelet op het bovenstaande, vertrouwen wij U er gaarne mede akkoord, dat niet tot een overbodig toeschijnende herkeuring van onzentwege zal worden overgegaan.’  (03)


Foto nr. B 47740-113 1973 (06)



Foto (02)


2003: In mei voeren Maarten Oranje en Jan de Bruijn een grote onderhoudsbeurt uit.
Maarten Oranje schrijft hierover in een E-mail van 10 juli 2003: ‘Samen met collega Jan de Bruijn uit Emmeloord hebben we het orgel voor zover daar mogelijkheden voor waren, technisch en geluidmatig wat in het gareel gebracht. Borstwerklade was geheel achterover gezakt waardoor mechanische problemen ontstonden zoals hangers e.d. Rolkasten van de wind zijn veranderd omdat de constructie helemaal fout was. Mixtuur is meer passend in het totaal en de rest van het pijpwerk is beter aansprekend en homogener van klank geworden. Niet alles was financieel haalbaar maar een bevredigend resultaat hebben we wel bereikt.’
De dispositie van het orgel blijft ongewijzigd. (01)

Hoofdwerk   Borstwerk   Pedaal  
Prestant 8' Holpijp 8' Subbas 16'
Roerfluit 8' Fluit 4' Quintadeen 8'
Octaaf 4' Prestant 2' Nachthoorn 4'
Octaaf 2 Nasard 1 1/3'    
Gemshoorn 2' Octaaf 1'    
Mixtuur 1 1/3'        
Trompet 8'         

emmercomp02b.jpg (23333 bytes) emmercomp02c.jpg (22992 bytes)

Bronvermelding:

  1. E-Mail van Maarten Oranje d.d. 10-07-2003
  2. www: https://reliwiki.nl/index.php/Emmer-Compascuum,_Runde_Zuidzijde_108_-_Het_Anker (10-10-2024)
  3. Utrecht Universiteitsbibliotheek Archief Lambert Erné 8157-Emmer-Compascuum-HK Dossier 2930
  4. www: https://vierdag.net/noordnederland/Emmer-Compascuum.html (10-10-2024)
  5. Mense Ruiter oude archief
  6. www: http://www.kerkeninbeeld.nl (13-04-2025)
  7. Beeldbank Drents Archief
  8. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 424, Emmer-Compascuum, 1963-1966