Gasselternijveen, Gereformeerde kerk

Kerk
De kerk werd op 2 maart 1865 gesticht.


Foto Reliwiki (06)

Orgel
1898: Jan Proper plaatst een orgel van onbekende herkomst. (01)
Het orgel had 9 registertrekkers. Deze zijn nog te zien aan de binnenzijde van de huidige orgelkas in de Baptistenkerk te Emmercompascuum. Bij de verbouw van het orgel in 1956 is dus een deel van de orgelkas hergebruikt.

Foto Geert Jan Pottjewijd 5-4-2023 Klik op de afbeelding voor een vergroting


Uit het boek Uitgaven der Kerk en het boek Ontvangsten der Kerk in 1898
27 Augustus Aan den Heer Proper te Kampen voor aankoop van het orgel, levering en plaatsing in de kerk.. 350,- Aan de heer Wissink Js. Reiskosten enz. ... 4,50
22 november Aan A. Bok voor timmerwerk volgens rekening .. 7,80
December Aan D. Kuiper voor gordijnen volgens rekening . 8,72
December Aan Occels voor verwwerk volgens rekening .. 9,35 Voor een koraalboek 4,50
Totaal Uitgaven 384,87
Totaal Ontvangsten 414,-
Batig Saldo .. 29,12
Nagezien en in orde bevonden
J. van der Veen
K. van der Veen Jzn
Overzicht van de ontvangsten voor het orgel in 1898 van de gemeenteleden etc.:
25,- 25,- 25,- 10,- 14,- 10,- 5,- 15,- 12,50 12,50 25,- 1,- 1,- 1,- 7,50 8,- 8,- 10,- 10,- 10,- 1,- 10,- 5,- 5,- 1,- 1,- 5,- 5,- 1,- 5,- 14,- 1,- de Meisjesvereniging 15,- 2,- voor de bergkisten van het orgel 1,50 Gevonden in t kerkzakje 5,- 12,50 8,- 5,- 10,- 15,- 4,- Gevonden in t kerkzakje 5, 1,- 1,- 5,- 2,50 2,- 7,50 5,- 2,- 1,- 1,- 7,50 2,- 3,- 5,-
Totaal Ontvangsten voor het Orgel 414,-
Totaal Uitgaven voor het Orgel 384,87
Batig Saldo 29,12 (04)

Het orgel werd op 28 augustus in gebruik genomen met een preek over Psalm 86:12.

De Bazuin; gereformeerde stemmen uit de Christelijke Afgescheidene Kerk in Nederland-kerk-, nieuws- en advertentieblad, jrg 46, 1898, no. 35, 02-09-1898

R. Walsma meldt in zijn boek Herziene en uitgebreide werklijst Properorgels uit 2011 het volgende: (05)

1902: Op 20 maart besluit de kerkeraad Proper te Kampen te schrijven: 'hem verzoekende over te komen en 't orgel na te zien, die niet meer te gebruiken is.'
Op 14 april: Omtrent een nieuw kerkorgel, waaromtrent besprekingen met den orgelmaker Proper uit Kampen hebben plaats gehad, meent de kerkeraad het aanbod te moeten aannemen en wel voor de som van 625,-- boven het oude, met dien verstande dat het oude front blijft uitgezonderd van 2 3 werkende pijpen, welke mede moeten worden geleverd en verder onder de volgende bepalingen 5 jaar kosteloos garantie - in de maand October gereed, zal de betaling zijn voor 10 Jan. 1903, de som van 400,-- de rest ( 250,--) voor 10 Jan. 1904. Is 't echter eerst gereed, wel voor 1903, maar na 15 Nov. e.k. het regt 25,-- te kunnen kosten. Bij genoegzame financin evenwel zal de betaling ineens geschieden d.i. voor 10 jan. 1903. Van dit besluit met de bepalingen zal aan Proper kennis gegeven worden en tevens op spoedig antwoord worden aangedrongen, terwijl het regt aan den scriba verblijft kleine afwijkingen van genoemde bepalingen toe te laten.
Op 13 juni: Omtrent het orgel zal aan Proper, orgelfabrikant, prijsopgaaf worden gevraagd van een geheel nieuw orgel, met zwaardere basstemmen.
Op 25 augustus 1902: Betreffende het orgel besluit men niet dadelijk tot 't koopen van een nieuw orgel over te gaan, maar Proper te schrijven voor 70,--, zijnde een door hem zelf bepaalde prijs, een nieuwe blaasbalg te leveren en verdere reparaties te doen.
Op 9 oktober: Aan Proper zal geschreven worden, in betrekking tot het orgel, dat de kerkeraad op zijn verzoek niet in kan gaan, daar de prijs hen te hoog is.
Op 5 december: Aangezien Albertus Bok, die tot hiertoe bij het orgel het werk van trapper, of wel van pomper heeft verricht, zijn dienst heeft opgezegd, wordt besloten het aan Hendrik v.d. Scheer op te dragen en wel aanvankelijk voor eene belooning van 10,-- per jaar. K.H. v.d. Veen wil zich belasten met de familie v.d. Scheer hierover te spreken. (04)

Van het orgel is helaas geen foto bewaard gebleven. Jan Albert Mennen heeft op basis van getuigen uit die tijd en bestudering van fronten van Jan Proper een schaalmodel van de kerk gemaakt zoals die was voor de verbouwing van 1956. Zie onderaan deze pagina.

1903: Op 8 mei: Betrekkelijk het orgel wordt besloten een nieuw blaasbalg aan te schaffen en verdere reparatin te laten doen en zal hierover aan de orgelmaker Proper te Kampen geschreven worden.
Op 26 Juni: Betrekkelijk het orgel wordt besloten aan Proper een schrijven te richten met verzoek om in 't begin van Augustus te komen om de reparatin te doen. (04)

1904: 7 oktober 1904: Bespreking over het oude orgel, dat nog altoos bij Bok staat, heeft tot uitslag dat men trachten zal hetzelve aan R. Bok te verkoopen. (04)

1905: Op 16 Januari: Wordt besloten Albertus Bok het oude orgel maar precent te geven. (04)

1908: 10 januari: Wegens het belangeloos bespelen van het orgel in de kerk, zal aan Mej. G. Wissink 10,-- gegeven worden als blijk van erkentelijkheid.
2 Oktober: Er zal aan van Oeckelen, orgelfabrikant te Haren, bericht worden gezonden hier te komen om 't orgel te stemmen. (04)

1910: 12 mei: Jans Thiewes wordt het orgelpomper voor 10,-- per jaar.
8 September: Aan mej. Wissink wordt 10,-- als geschenk aangeboden, voor haar belanglooze bespeling van het orgel, om voor dat geld een passend aandenken te koopen. (04)

1911: 6 maart: Broeder K. J. van der Veen zal trachten het salaris voor orgeltrappen en kagchel stoken met J. Thiewes in 't reine brengen. (04)

1933: 7 november: Er is een klacht van de organisten gekomen dat de orgeltrapper eigenmachtig optreedt, door eerst dan zijn werk aan te vangen als dit hem gepast voorkomt. Algemeen is de kerkeraad van oordeel dat de leiding in dezen bij de organisten moet berusten en dat de trapper zich daaraan moet onderwerpen. De scriba wordt opgedragen hem dit te zeggen.
4 December: De scriba brengt verslag uit van zijn onderhoud met den orgeltrapper en aangezien deze geen bevredigend antwoord heeft gegeven, wordt hij ter vergadering geroepen. Deze wenscht nadere omschrijving van zijn plicht als orgeltrapper. Besloten wordt dat de duur van het voorspel ter keuze van den organist blijft, doch de tien minuten niet mag overschrijden. De orgeltrapper wenscht zich hierover nader te beraden. (04)

1934: 5 december: Bij de Ingekomen stukken: Verzoek te houden orgelbespeling door de heer Kruithof, Kampen. (04)

1935: 6 mei: Broeder Sloots zegt dat door het vertrek van mej. Eeftingh er een organist bij moet komen. Hiervoor valt de keuze op Mej. M. Schaafsma, die door broeder Salomons hiertoe aangezocht zal worden.
9 September: Per 1 september is als tweede organiste Mej. F. Holwerda benoemd. Voor wat meer muziek, dat noodig dient aangeschaft te worden, zal broeder Sloots zorgen. Verder is men algemeen er voor dat onder het collecteeren tijdens de dienst, het orgel, indien het zingen is afgeloopen en indien de organiste dit kan, doorspeelt tot dat het collecteeren is gedaan. Zulks ter meerdere stichting in den eeredienst. Broeder Sloots zal dit ook aan de organisten mededelen. (04)

1936: 3 september: Vraag van den heer Kruithof, organist te Kampen om het kerkgebouw een avond voor hem af te staan voor het geven van orgelbespeling. Ook hier wordt afwijzend op beschikt en zal hem dit bericht worden.
2 November: Voor orgelpomper is benoemd geworden een zoon van broeder Gerrijts, welke deze hiermee zal in kennis stellen en vragen of hij bereid is deze taak te verrichten. De benoeming zal op oude voorwaarden worden verricht. (04)

1937: 1 februari: Er wordt opgemerkt dat het voorkomt dat de orgelpomper Gerrijts soms andere jongens in dienst neemt, hetwelk de kerkeraad niet kan goedkeuren en hetwelk hem zal gezegd worden.
 - 26 april: Broeder Holwerda heeft te melden dat door het gebruik in de week van het kerkorgel, des 's Zondags de muziek door elkaar ligt en de boel in disorde is. Ook de koster, binnengekomen zijnde, vraagt of hij ieder maar mag toelaten te spelen op het orgel. Broeder Holwerda over de orgelkwestie. Het betreft hier een jongen welke gaarne in de week eens komt om orgelstudie te nemen, deze zal gezegd worden de boel niet in disorde te maken, om dan verder af te wachten of dit genoegzaam heeft geholpen.
 - 7 juni: Dat nog steeds klachten worden geuit door de organisten over het kerkorgel. Broeder Salomons zal aan de deskundige reparateur van het orgel schrijven waarin gevraagd zal worden wat de oorzaak is dat het orgel tegenwoordig zo vaak in disorde is.
 - 12 juli: Over de ons inziens onheusche houding van de orgelreparateur wordt gesproken en aan broeder Salomons opgedragen deze hierop te wijzen en of te ontslaan. Hierna geeft broeder Salomons verslag van het bezoek.
 - 30 augustus: Broeder Salomons deelt mede dat de orgelreparateur heeft geantwoord dat er maar kleine reparaties waren geweest aan het kerkorgel en dat het naar zijn oordeel niet voorkwam doordat oefenaars het orgel nogal eens bespeelden, doch hij zou persoonlijk nog eens komen. (04)

1948: 3 november : Tenslotte wordt nog gesproken, naar aanleiding van een bespelen van het orgel in de kerk door een jonge organist, waarover alle organisten het niet eens blijken te zijn. Als commissie worden de broeders K. Salomons en K. IJkema aangewezen om dit probleem te onderzoeken. (04)

1949:10 november: Van de drukkerij MPS te Den Haag, was ingekomen een aanbieding van een nieuw orgelboek. Reformatorisch Psalmgezang. Besloten werd hiervan een exemplaar te bestellen, dan kunnen de organisten thuis zich gaan oefenen. (04)

1950: 2 oktober : Wegens vertrek van zuster M. van der Veen-Eeftingh naar Stadskanaal zal een nieuwe organiste moeten worden getracht aan te stellen. Een zoon van Brandsma te Bonnerveen en een dochter van Edel komen hiervoor in aanmerking. Deze zullen worden gevraagd. (04)

1952: 6 oktober : Bij punt rondvraag wordt nog gesproken over het Ritmisch zingen tijdens de dienst. Besloten wordt om de kerk van Assen te vragen welke Psalmen het beste ritmisch kunnen worden gezongen, die daar door een muziekcommissie zijn uitgezocht en dan die Psalmen die ritmisch zullen worden gezongen met een R aan te duiden op de tekstborden. (04)

1953: 2 november: In een orgelpomper is nog niet voorzien. Broeder Beens zal dit voorlopig nog doen. (04)

1954: 1 maart: Ingekomen stukken: Van orgelbouwer Rinkema een schrijven, die ons een advies geeft over het orgel, wordt met dankbaarheid aanvaard.
11 oktober: Er is door de scriba met Betty Edel gesproken over het bespelen van het orgel, wat ze heeft aangenomen. (04)

1955: 16 februari: Een schrijven van de organisten over de toestand van het orgel en of het niet nodig is een fonds te vormen voor een beter instrument. Dit zal op de gemeentevergadering worden besproken.
Gemeentevergadering 21 Februari: Over post onderhoud orgel kwam nogal wat reactie, waarna de Praeses een brief voorlas van de organisten. Allen waren het erover eens dat hieraan iets moest worden gedaan. Vernieuwen of herstellen. Vele mogelijkheden werden aan de hand gedaan, om aan geld te komen. Tenslotte werd een orgelfonds ingesteld waarin zitting namen W. Holwerda, voorzitter, verder de broeders W. Eeftingh,
J. Kerssies, B. Hulshof met de drie organisten. Aan hun werd opgedragen hoe ze dit moeten zullen financieren en informeren wat het beste is voor onze kerk.
 - 2 mei: De broeders B. Hulshof en W. Holwerda komen ter vergadering, leden van de orgelcommissie, die een rapport van de Gereformeerde Orgelraad ter sprake brengen. Hieruit blijkt dat er drie plannen zijn gemaakt voor de restauratie van het orgel.
Plan I kost 5000,--, plan II 8500,-- en plan III 16.000,--. De commissie voelt het meest voor plan II. Het wordt in bespreking gegeven. Plan III wordt vanwege te hoge kosten terzijde gelegd.
Over de andere twee plannen wordt uitvoerig gesproken, doch er wordt geen beslissing genomen, hoewel het tweede plan door de commissie hardnekkig wordt verdedigd. Advies wordt tenslotte gegeven aan de commissie, om te trachten renteloze aandelen zien te krijgen en dan de volgende vergadering daarover te rapporteren. Op 3 Juni zal dan een gemeentevergadering worden belegd waarover deze zaak zal worden gesproken.
 - 13 mei: De broeders Hulshof en W. Holwerda, leden van de orgelcommissie komen binnen. Deze rapporteerden, dat ze nog steeds voor plan II voelden en hoopten op de steun van de kerkeraad. Voor plan II was toegezegd 2000,-- op obligatie 4 % 600,-- renteloos en 500,-- gift en een gift van 100,--, terwijl nog meerdere gelden zijn toegezegd. Voor het eerste plan vervallen deze bijdragen. Na nog even te hebben gediscussieerd wordt tenslotte uitgesproken, dat de kerkeraad in principe voor plan II is en dit zal stimuleren op de a.s. Gemeentevergadering. Hierna vertrekken de commissieleden.
 - Gemeentevergadering, 3 juni: Ds. de Vries opent de vergadering en laat zingen Ps. 150 : 2 en leest het eerste gedeelte van Psalm 149 en de 150e Psalm, waarna gebed. Ds. heet allen welkom en vertelt dat deze gemeentevergadering is belegd om te spreken over het orgel en wat er mee moet gebeuren. Er zullen straks twee heren komen van de Geref. Organisten vereniging die het orgel hebben onderzocht en bekeken en verder ons enige inlichting zullen verschaffen. Eerst houdt ds. een causerie over de Eredienst. Dan komen de heren binnen welke worden begroet door Ds. de Vries en die hun meteen het woord geeft. De heer Vedder zet alles helder uiteen wat er moet gebeuren als het orgel weer goed wordt en daarvoor zijn drie plannen of rapporten opgemaakt. Het 1e plan dat geraamd is op 5000,-- bevat de reparatie wat beslist nodig is en dat het orgel weer in de zelfde toestand brengt als voor 50 jaar. Het tweede plan is geraamd op 8500,--, dit geeft een gehele verbouwing met een "electriese motor" voor luchtaandrijving alsmede een 16 voets Bourdon. Plan 3, wat eigenlijk het beste is volgens deze heren, is geraamd op 16.000,-- met als inbouw een 2e klavier. Na deze uiteenzetting wordt gelegenheid gegeven om vragen te stellen, waarvan ook wordt gebruik gemaakt. Na beantwoording door de heer Vedder, worden deze heren bedankt voor hun komst en uiteenzetting, waarna ze weer gaan vertrekken. Hierna worden de plannen besproken. De orgelcommissie is voor plan 2. Ook de kerkeraad is er in principe voor en door stemming met zitten en opstaan de gemeente ook. Nu komt de financile kant van de zaak. Er wordt voorgesteld dat ieder anderhalf maal zijn kerkelijke bijdrage betaalt, dan is het geld voor plan 2 beschikbaar. Het wordt tenslotte aan de commissie overgelaten hoe zij dit wil tracteren.
Na de rondvraag en het zingen van Ps. 89 : 1 gaat de dominee voor in dankgebed en keren allen huiswaarts.
 - 6 juni 1955: De bouwcommissie vraagt een rondgang of collecte van onze gemeente. Besloten wordt om daar later op terug te komen, omreden wij nu met de restauratie van het orgel zitten. Het wordt niet afgewezen. De scriba zal hun antwoorden.
 - 8 september: Deze vergadering is belegd met leden van de orgelcommissie, om te komen tot een besluit over een nieuw orgel voor de Eredienst. Ds. de Vries opent deze vergadering met gebed. Deze geeft dan het woord aan een broeder van de orgelcommissie die rapporteerde over ingewonnen informaties over orgelbouwer de Wit van Badhoevedorp. Deze zijn prima, zodat zijn bezwaren zijn vervallen. De orgelcommissie heeft nog meer informatie ingewonnen en ook orgels gehoord en gezien. Bijvoorbeeld die in Smilde en Een, ook schriftelijk nog informatie van Ezinge en Rotterdam. Deze orgels zijn ook door de Wit gebouwd. Alle inlichtingen waren prima en ook de orgels speelden goed. Nadat alles nog eens breedvoerig wordt besproken, wordt orgelbouwer de Wit binnengeroepen, die nog een uiteenzetting geeft en verschillende vragen beantwoordt. Nadat deze zich even verwijdert, wordt het voorstel van de broeder van de orgelcommissie het nieuwe orgel te accepteren met de verbouwing van de goede oude pijpen, met algemene stemmen aangenomen en dit besluit later mondeling aan de Wit medegedeeld. Het bestek wordt in duplo getekend, waarna orgelbouwer de Wit dankt voor de opdracht hem gegeven en het vertrouwen in hem geschonken. Hij zal zorgen het nieuwe orgel omstreeks maart 1956 hier te zullen opleveren.
Na dankzegging door de Praeses, sluit deze de vergadering. (04)


1956: Gemeentevergadering 4 februari: Broeder B. Hulshof rapporteert over t orgelfonds. 600,-- 700,-- moet er nog komen, wil men het bedrag van ruim 9000,-- bijeen hebben.
 - 20 februari : Er wordt gemeld dat er geld nodig is bij de orgelcommissie en er deswege een lening zal worden gedaan bij een broeder, groot 1000,-. De desbetreffende schuldbekentenis wordt door de Praeses en de Scriba getekend namens de kerkenraad.
 - 9 maart: De orgelbouwer, de heer de Wit en een lid der orgelcommissie, broeder W. Holwerda. komen binnen en lichten het programma overdracht orgel enz. toe. Dit groots gebeuren zal plaats vinden op D.V. 14 maart 1956, na de Bidstond. De derde collecte op dit biduur zal komen te vervallen, terwijl daarvoor een collecte voor het orgel zal worden gehouden. Genoemde broeders vertrekken.
 - 9 april: Ingekomen stukken: De Organistenvereniging wil ook onze organisten tot lid hebben. Besloten werd de organisten ieder 25,-- te geven voor hun werk.
 - 6 augustus: Bij ingekomen stukken: Het Orgelfonds deelt mee dat ze tevreden is en dat de aflossing geregeld voortgang heeft.

Dispositie:
Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Quintadeen 8' Subbas 16'
Holpijp 8' Gamba 8' Bourdon 8'
Octaaf 4' Roerfluit 4'    
Mixtuur III-IV Prestant 2'    
    Nasard 1 1/3'    

Nevenregisters:
Superkoppel, koppel manuaal I - II, subkoppel, tremulant, pedaal manuaal I en pedaal manuaal II


Provinciale Drentsche en Asser courant 26-01-1956, Provinciale Drentsche en Asser courant 21-11-1956

1957: Gemeentevergadering, 18 januari 1957: Het orgelfonds heeft niets te melden.

1958: 13 januari: De organistenbeloning wordt van 75,-- gebracht op 100,--
 - 3 februari 1958: Aan de organiste Zr. Holwerda-Eeftingh zal een boekwerk worden aangeboden. Als organisten hebben zich aangeboden Zr. Pepping en Zr. T. Leffers.
 - Gemeentevergadering 27 maart: Over het orgelspel onder het collecteren wordt nog gesproken en bij stemming is dit zo om de helft. Br. en Zr. Holwerda worden naar voren geroepen. Dominee deelt mede dat Zr. Holwerda al 25 jaar hier het kerkorgel bespeelt. Ze wordt hartelijk dank gezegd, terwijl ze als waardering een mooi muziekboek krijgt aangeboden. Br. Holwerda, als voorzitter van de Orgelcommissie, draagt nu de bescheiden over alsmede het batig saldo van 30,99 en beschouwd thans haar werk als beindigd. Dit werd op zeer humoristische wijze gedaan. De leden van de orgelcommissie worden ook bedankt voor hun veel omvattende taak. Mevr. Holwerda heeft een Koninklijke onderscheiding ontvangen, die haar is opgespeld door burgemeester te Loo van Gasselte. (04)


Provinciale Drentsche en Asser courant 29-03-1958

Op 11 oktober 1958 brengt de kring Emmen van de Gereformeerde organisten Vereniging een bezoek aan het vernieuwde orgel.

Organist en eredienst 1958-10


Foto door Jan Albert Mennen uit Gasselternijveen (03)


Tekening door Jan Vissering (1933-2017)

Beeldbank Drents Archief

1993: In de 90-er jaren van de vorige eeuw zijn de Gereformeerde kerk en de Hervormde kerk samengegaan in een SOW-kerk en werd de Gereformeerde kerk gesloten. Het orgel werd voor f 7.500,- verkocht aan de Baptistenkerk te EmmerCompascuum. De verhuizing werd uitgevoerd door de fa. Opten. (02) De firma Opten had het orgel jarenlang in onderhoud (04)
De kerk is nu een groepsaccomodatie. (07)

Bronvermelding:
  1. De Bazuin 1898 nr. 35
  2. E-Mail van  Frits Kaan d.d. 28-4-2004 16:12
  3. Foto's geleverd door Jan Albert Mennen uit Gasselternijveen
  4. Beschrijving op 15 januari 2010 via E-Mail aangeleverd door Jan Albert Mennen: Gasselternijveen, Geschiedenis over de aanschaf, het verdere verloop en de overige perikelen van het oorspronkelijke Jan Properorgel in de Gereformeerde kerk te Gasselternijveen, 2010
  5. Uit "Herziene en uitgebreide werklijst Properorgels" door R. Walsma april 2011
  6. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Gasselternijveen,_Hoofdstraat_131_-_Gereformeerde_Kerk
  7. www: http://www.kerkjegasselternijveen.nl/
Foto's door Jan Albert Mennen uit Gasselternijveen (03)





Reconstructie door Jan Albert Mennen uit Gasselternijveen van het interieur van de kerk voor 1956. Klik op de afbeelding voor een vergroting.