Gieten Hervormde Kerk
In 1894 bouwt L. van Dam en Zn. uit Leeuwarden een nieuw orgel. De kerk
kiest voor het meest bewerkelijke ontwerp. Tijdens de ingebruikname bespeelt
orgelmaker Pieter van Dam het orgel. In 1929 wordt de orgelkas bij een
kerkrestauratie geschilderd in een eikenhouten kleur. Vermoedelijk is dit in de
jaren '60 weer ongedaan is gemaakt. In de periode 1974 tot 1975 restaureert
orgelmaker Reil het instrument. Hierbij vervangt hij de Violon 8' door een Quint
3' en plaatst hij een nieuwe Trompet 8'. In 2003 vindt er groot onderhoud
plaats.
Informatie over de kerk
Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 27 juni 2022
- J.S. Bach (1685-1750):
Fuga in G BWV 576 Registratie:
Prestant 8', Octaaf 4', Quint 3', Octaaf 2'
- Leopold Mozart: Für den
Weinmonat: Menueto uit "Der
Morgen und der Abend"
- Louis James Alfred Lefébure-Wély (1817-1870)
Andante nr. 7 uit
Meditaciones Religiosas
- Louis James Alfred Lefébure-Wély (1817-1870)
Andante nr. 5 uit
Meditaciones Religiosas
1892
In krantenberichten is de voortgang van het
proces goed te volgen. De kerkenraad vraagt in februari aan de kerkvoogdij
toestemming om een orgel aan te schaffen. Hier wordt eerst afwijzend op
gereageerd. Zie Nieuwe
Veendammer courant (08-02-1892),
(19-02-1892),
In de kerkenraadsvergaderingen van
20 juli en 30 september wordt
overlegd wat de mogelijkheden zijn om toch een orgel aan te schaffen.
1893
In april gaat de kerkvoogdij toch akkoord en wordt een
commissie benoemd..Op 27 juni meldt de krant dat de opdracht is gegund aan L.
van Dam uit Leeuwarden. Zie Nieuwe
Veendammer courant (12-04-1893),
(27-06-1893).
Het
bestekvan het orgel dateert van 2
augustus.van het orgel dateert van 2
augustus.
Dispositie uit het bestek
In het
brievenboekkvan de kerkvoogdij is
het contract in augustus onder nr. 413 in zijn geheel overgeschreven. De
kerkvoogdij heeft nog de toestemming nodig van het College voor Toezicht van de
Hervormde Kerk in Drenthe..
De kerkvoogden willen het orgel laten
keuren door een deskundige. Een eerste betaling van f 380,- wordt meteen voldaan.
Het restant van f 1.500 zal worden voldaan in november 1894. Men heeft uit twee tekeningen gekozen
voor de meeste bewerkelijke variant. De keuze
voor een Gemshoorn 4' of een Fluit Travers 4' laten ze over aan de orgelmaker..
In een brief van 25 september
vraagt Van Dam of de kerkvoogdij akkoord is met het bestek en of het getekend
geretourneerd kan worden.
Op 16 oktober wordt het getekende contract naar Leeuwarden gestuurd. Op verzoek
van de kerkvoogdij zijn nog twee artikelen toegevoegd. ((111)
1894
In
februari worden er bij muziekhandel
J.G. Schuur in Veendam voor
f 10,- muziekboeken aangeschaft. Twee eenstemmige koraalboeken voor psalmen en gezangen en een
boek met 120 voor- en naspelen van G.B. van Krieken.
Het
psalmboek en het gezangboek zijn nog aanwezig in het Drents Archief. (08)
(13)
Op 30 juni valt er een kerkdienst uit vanwege de
plaatsing van het orgel. Zie
Nieuwe Veendammer courant (30-06-1894).
Op 12 juli wordt gemeld dat er nog twee kerkdiensten vervallen. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (12-07-1894).
Op
28 juli schrijft Van Dam aan de kerkvoogdij
dat zijn zoon
Pieter van Dam naar Gieten komt voor de ingebruikname en op op maandag over Assen terug
reist om te overleggen over een
daar te plaatsen orgel.
Op 29 juli wordt in de
kerkenraadsnotulen stilgestaan bij de aanschaf van het orgel. Het is een
feestdag. Het orgel kan worden ingewijd.
Het orgel wordt op 29 juli met een bespeling door Pieter van Dam
in gebruik genomen. (11) Zie Nieuwe Veendammer
courant (31-07-1894), Provinciale
Drentsche en Asser courant (31-07-1894).
Op
30 juli besluit de kerkvoogdij een
lening van f 1.500,- aan te gaan voor de betaling van het orgel. Er wordt
toestemming gevraagd aan het College van Toezicht. (11)
In het financiële overzicht van 1894
staan de aanschafkosten van het orgel helemaal rechtsonder voor een bedrag van
f 1.875,-
Op de bijbehorende
specificatie staat dat Van Dam in 2 termijnen van f 480,- en f 1.395,- is
betaald. De kwitanties zijn bewaard (07)
Op
23 augustus komt in verbaal 28/17 bij het College van Toezicht de aanvraag voor
een lening van f 1500,- aan de orde. De rente bedraagt 4% en er zal f 100,- per
jaar worden afgelost. Het college geeft goedkeuring. (16)
Op
19 november schrijft de kerkvoogdij Van Dam over het voldoen
van de tweede termijn. De betaling geschiedt via
bankbiljetten per post. Er staat precies gespecificeerd welke bankbiljetten de
brief bevat. Er is f 5,- ingehouden voor de gemaakte orgelbank, omdat men ervan uit gaat dat deze bij het orgel hoort. Aan Van Dam wordt gevraagd een
kwitantie bij ontvangst van het bedrag terug te sturen. (11)


In juli heeft organist B. Brongers
iemand op het oog, die kan worden benoemd tot orgelpomper. (06)
Uit een
rekening die Brongers indient op 23
september is af te leiden dat Brongers waarschijnlijk zelf heeft meegeholpen bij het
orgelpompen tijdens de orgelbouw.
1895
Op
12 maart wordt een brief geschreven
aan de agent van de Tielsche brandwaarborgmaatschappij dhr. Somer in Assen om het orgel te
verzekeren voor f 2.000,-.
1896:
Aan het begin van het jaar dient A. Ramaker een
rekening in van f 10,83 voor vijf
maanden orgelpompen en kachel stoken. (07)
1898
Een
rekening van f 12,50 van G. Ramaker
voor een half jaar orgelpompen in 1897. (06)
1902
In de
kerkenraadsnotulen van 1902
wordt gemeld dat het schoolhoofd Brongers is overleden. (12)
Er wordt door de gemeente Gieten een
advertentie voor een nieuw schoolhoofd geplaatst.
Er wordt vermeld dat het vorige schoolhoofd ook de positie van koster/organist vervulde.
Er is aan de post van organist een vrije woning gekoppeld en opbrengsten uit
landerijen en andere emolumenten.
Dertig onderwijzers solliciteren. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(29-05-1902), (17-06-1902).
Uit het
brievenboek van de kerkvoogdij blijkt dat dhr. P. Willering uit Schoonoord
is benoemd. Hij wordt door de
kerkvoogdij gelukgewenst met zijn benoeming. (11)
1921
Er wordt weer een schoolhoofd gevraagd, die tevens organist is
van de kerk. Er is aan de post van organist een vrije woning gekoppeld en
emolumenten ter waarde van f 600,-. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (04-05-1920).
Op 13 juni schrijft de gemeente Gieten de kerkvoogdij over de woning van de koster/organist. De
kerkvoogdij wordt verzocht de kosten van de verbouwing van het huis zelf te
bekostigen. Mocht dit niet lukken dan zal de gemeente een nieuw huis bouwen voor
de schoolmeester. Op 21 juni stuurt
de gemeente een aanmaning, omdat er nog geen antwoord is ontvangen op de
brief van 13 juni.
Op 4 juli
verklaart de gemeente Gieten eenmalig f 3.000,- te willen bijdragen aan de
verbouwing van het huis. (06) Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (13-06-1921). (Uit gemeenteraad Gieten)
Voor de nieuwe organist wordt ook een
instructie voor de organist vervaardigd. De organist is ook koster, voorlezer en voorzanger.
(10)
Twee orgelconcerten door organist Van Wageningen uit 's Hertogenbosch met de
concert ouverture van Klingenberg, een kerstliederenrevue, Hongaarse Rapsodie
van Liszt, opera-fantasieën van de organist zelf en tenslotte de Slag bij
Waterloo. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (04-08-1921),
(09-08-1921),
(05-09-1921).
1923
Artikel in de krant over de combinatie
van de functies schoolmeester, koster, voorlezen, voorzanger en organist. De
verbetering van de woning van de schoolmeester/organist in 1921 wordt samen betaald door
de gemeente Gieten en de kerkvoogdij van Gieten ter wederzijds voordeel. Ook in
1788 werden de functies van schoolmeester en koster al gecombineerd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(01-04-1923)
1925
Benefietconcert voor de stichting van een ziekenhuis in Assen door L. van Aalst
(orgel), Mevr. Servatius-Heldring (viool) en mej. Servatius (zang). Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (24-01-1925), Nieuwsblad van het Noorden
(31-01-1925).
1926
Op 24
februari vraagt organist/koster/voorlezer/voorzanger H. Begeman ontslag. Hij heeft de functie altijd met groot genoegen vervuld.
(06)
1927
Concert door de gemengde zangvereniging 't
Heidebloempje met dhr. Taatgen uit Wildervank aan het orgel. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (12-12-1927).
1930
Burgemeester J.R. Arriëns schrijft over de familie van Dongen en de kerk. Hij
schrijft abusievelijk dat het orgel in het midden van de negentiende eeuw is
geplaatst. (18)
1929
Restauratie van de kerk. Het orgel krijgt een 'eikenhoutenkleur'.
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(22-08-1929).
1939
Mogelijk
heeft Johan van Meurs rond deze tijd geadviseerd. Op een overzicht met mogelijke
adviesopdrachten staat: ‘Gieten, Herv. kerk, bezocht 10-03-1939, orgel
schoonmaken’.661
In zijn
verzamelde orgelgegevens vermeldt hij bij de dispositie van dit orgel: ‘centrale
verwarming’ en ‘windverlies in de laden'.662
Of er daadwerkelijk werkzaamheden zijn uitgevoerd, valt aan de hand van deze
beperkte informatie niet vast te stellen. Van Meurs begeleidde hier in de jaren
zestig kerkdiensten.
661 GrA, toegang 1618, inv. nr.
13.
662 Dispositieverzameling Van Meurs, [71].
Gegevens in
het dispositiecahier van Johan
van Meurs. (17)

Klik op
de afbeelding voor een vergroting
1956
In een advies van 14 april van het Bureau Monumentenzorg
van het Drents Museum (BM) voor de kerkrestauratie
wordt aangeraden de toegang tot het orgel via het torenportaal te verwijderen.
De toren kan dan bereikt worden via het orgelbalkon. Het orgelbalkon wordt
toegankelijk middels een spiltrap. Wanneer de orgelgalerij wordt ingezwenkt,
komen de vensters vrij en wordt de sierlijkheid van het interieur bevorderd. (15/))
1957
Op 8 oktober wordt het advies enigszins gewijzigd. De
toegang tot de toren komt niet via de orgelgalerij, maar via een optrekbare ladder
zoals in Westerbork. (15/))
1958
In een begroting van 30 mei staat voor de spiltrap naar het orgel f 600,- begroot.
Voor het schoonmaken van de eiken banken en avondmaalstafel plus het schilderen
van het orgelfront, de zoldering onder het orgel en de binnenkant van de ramen
en deuren' is f 1.650,-
begroot. (15))
1961
Op 18 januari
1961 geeft het BM een positief advies over de restauratie
van de kerk en het torenportaal.
Op 1 juni
schrijft het BM aan architect B. Nijenhuis over het orgel.
-
Het is rampzalig dat het verguldsel van de orgelkas is overgeschilderd.
- Het
verband is uit de orgelgalerij verdwenen door het schilderen
van de platte balusters in een andere kleur.
- De beide oorspronkelijke zuilen staan optisch
ongelukkig onder de orgelkast. Kunnen zij verder uit elkaar worden geplaatst?
- De trap naar
de orgelgalerij is onnodig breed en de blauwe kleur is te modieus. (15))
Ongedateerd
krantenbericht
over de acties voor de financiering van de restauratie van het orgel. Er is een
bedrag nodig van f 30.000,-. (14))

Foto uit
1971 (15))
1973
Op 8 januari
vraagt de kerkvoogdij aan de hervormde Orgelcommissie (HOC) na een telefonisch
onderhoud om een onderzoek te doen naar de toestand van het orgel.
Op
10 juli verschijnt het voorlopige
advies van de HOC. Het orgel wordt toegeschreven aan Van Dam eind 19e eeuw. In
de windlade wordt windverlies geconstateerd. Het pedaalklavier rammelt. Het
metalen pijpwerk is in goede toestand. In het houten pijpwerk worden scheuren
geconstateerd. In de orgelkas wordt houtworm geconstateerd. Ook heeft het orgel
schade opgelopen door de kerkverwarming. Een Trompet 8' is voorbereid maar nooit
geplaatst. Geadviseerd wordt geen Trompet te plaatsen maar een Mixtuur. De
Bourdon 16' zou misschien zelfstandig gemaakt kunnen worden in het pedaal.
Voorgesteld wordt een offerte aan te vragen bij Van de Berg & Wendt. De kosten
(zonder uitbreiding) worden geschat op f 15.000,-.
Op
15 augustus stuurt de HOC een
rekening voor het voorlopig advies.
Begin november schrijft de kerkvoogdij naar de HOC om offertes aan te vragen
voor alleen een restauratie en een restauratie met een uitbreiding in diverse
alternatieven:
-onderste octaaf van de Violon completeren
-Mixtuur op de
plek van de gereserveerde Trompet
-Plaatsing van een Trompet op de
gereserveerde plaats
-Plaatsing van een Mixtuur op de plek van de Violon 8'
-Zelfstandig maken van de Bourdon 16' in het pedaal
Offertes aanvragen bij de
volgende orgelmakers: Reil, Hendriksen en Reitsma, Vierdag en Mense Ruiter.
Op
12 december worden de door de
kerkvoogdij genoemde orgelmakers door de HOC uitgenodigd om een offerte uit te brengen.
(19)
1974
De
offerte van Hendriksen & Reitsma
dateert van 2 januari.
Op 13 januari
schrijft de HOC dat er tot nu toe nog maar één offerte is binnengekomen. Er is
echter door de orgelbouwers verzekerd dat deze spoedig zullen komen.
Op 17
januari brengt Reil een
offerte uit.
Mense Ruiter stuurt
een offerte op 21 januari.
De
offerte van Vierdag is van 1
februari.
Op 7 februari meldt de
HOC dat alle offertes binnen zijn.
Op 28 februari stuurt de HOC een
beoordeling van de vier offertes
naar de kerkvoogdij. Een vergelijking van de bedragen is lastig omdat er grote
verschillen zijn in de aanpak.
Hendriksen en Reitsma: Zij wijken het verste af
van de bestaande toestand. De slepen zouden vervangen moeten worden door nieuwe
van Masonite en de winkelhaken door exemplaren van Pertinax. Ventielveren en de geleidestiften
zouden moeten worden vervangen. De mechaniek invoeren met met nylon en vilt en
de ventielen met vilt en leer.
Reil: Laderestauratie. Invoering mechaniek alleen
voor Pedaal en koppelmechaniek.
Ruiter: Specificeert niet hoe de windlade te
restaureren. Alleen de pedaalmechaniek wordt ingevoerd.
Vierdag: Handhaaft in
de windlade de sponsels. Mechaniek en klavieren worden ingevoerd.
De HOC
stelt voor de keuze te beperken tot Reil en Hendriksen & Reitsma. De voorkeur
gaat uit naar Reil, hoewel de prijs wat hoger is.
Op
24 april schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat er bij Mense Ruiter is geïnformeerd wanneer een oplevering
kan plaatsvinden. Dit blijkt te zijn in het voorjaar van 1975. Bij de
restauratie van de windlade zal inderdaad een afdekplaat worden aangebracht. De
door Ruiter te leveren trompet is afkomstig van Giesecke in Duitsland.
Op 6 mei verleent de kerkvoogdij van Gieten
per brief aan Reil de opdracht.
Zie Het Orgel (1974/12).
Op 21 mei schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat het adviseurschap nog niet is geregeld. De HOC adviseert Aart
van Beek te nemen.
Reil stuurt op 31 mei een
brief met afspraken rond
de demontage.
Op 8 juni schrijft
de HOC dat de correspondentie wordt doorgestuurd naar Aart van Beek. Hij zal
contact opnemen. Aart van Beek wordt op dezelfde dag
geïnformeerd.
Het contract wordt
opgesteld op 2 juli. Het contract werd vergezeld
door een brief met details.
Adviseur is Aart van Beek.
Op 30
december stuurt de HOC een rekening voor gemaakte onkosten. (04)
(14) (19)
1975
In de bouwvergadering van 13 februari wordt gevraagd of het
orgel weer kan worden teruggeplaatst. Er wordt besloten dit nog niet te doen
vanwege de lopende restauratie van de toren. (15)
Op
30 december schrijft Aart van Beek
een eindverslag. De inhoud van de restauratie werd op 24 juni ingevuld in een
bespreking tussen de adviseur, Willem Hülsmann, orgelmaker Reil en de
kerkvoogdij. De Violon wordt vervangen door een Quint 3'. De Violon wordt
bewaard in de orgelkas. Op de daarvoor gereserveerde plaats wordt een Trompet
geplaatst naar een voorbeeld van Van Dam uit de bouwtijd. De Bourdon wordt zo
ingericht dat hij alleen voor C-d ingeschakeld kan worden. Na een bezoek aan
enkele Van Dam-orgels wordt besloten de Trompet+ van het orgel in de Nieuwe Kerk
van Scheveningen als uitgangspunt te nemen. Na een bezoek aan het Van Dam-orgel
in Nieuw-Amsterdam blijkt dat het orgel in Gieten te luid is. Na verwijdering
van drie niet originele gewichten van de balg blijkt de winddruk uit te komen op
55 mm, met een fraaie klank. De eindkeuring vindt plaats op 3 november 1975 door Willem Hülsmann en M.
den Os. (19)

Dispositie na de restauratie:
| Manuaal | Pedaal | ||
| Bourdon | 16' | C-g | |
| Prestant | 8' | ||
| Octaaf | 4' | ||
| Fluit | 4' | ||
| Quint | 2 2/3' | ||
| Octaaf | 2' | ||
| Cornet | III | ||
| Trompet | 8' |



Afbeelding uit
Wikimedia (03)