Havelte, Hervormde kerk

Informatie over de kerk



Plaat uit de Drentsche Volkslamanak van 1891


Ansichtkaarten


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-11-1857

Geluidsopnamen Geert Jan Pottjewijd d.d. 16 september 2017
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie:
Hoofdwerk: Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Octaaf 2', Mixtuur III-IV
 - J.S. Bach: Invention nr 1 Registratie: Bovenwerk: Holpijp 8', Fluit4'
 - Johann Nicolaus Hanff (1663-1711): Auf meinem liebem Gott Registratie: Hoofdwerk: Holpijp 8', Fluit 4' Bovenwerk: Dulciaan 8'
 - Anoniem: Voluntary in a Registratie deel 01 Hoofdwerk: Prestant 8', Octaaf 4' Deel 02: Holpijp 8', Fluit 4' Fluit 2'
 - Jonathan Battishill (1738–1801): Air Registratie: Hoofdwerk: Holpijp 8', Salicionaal 8'


Foto links: http://www.kerkeninbeeld.nl rechts: ansichtkaart



Foto: http://www.kerkeninbeeld.nl


Ansichtkerk

1819: Petrus van Oeckelen of Timpe maakte dit orgel voor de Hervormde kerk in Assen.

1844: Volgens van der Aa in het Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland was er in geen orgel in Havelte voorhanden.


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-10-1894


Provinciale Drentsche en Asser courant 01-06-1896, 04-06-1896, 19-06-1896

1897: Het orgel wordt  door van Dam geplaatst in de Nederlands Hervormde kerk te Havelte. Het is niet duidelijk, aan wie het orgel vanuit Assen is verkocht. Velen toonden belangstelling; er kwamen brieven binnen uit Helmond, Norg, Amsterdam (de orgelmaker G.F. Jurjaanz) en van H.W. Flentrop te Zaandam, die bijzonder veel interesse toonde. 
Van Dam had het orgel voor f 300,- aangekocht en plaatste ht voor f 1.000,- in Havelte.
Op het bovenwerk verdwenen de Holpijp 8' en de Flageolet 1'. De Nachthoorn 4' werd vervangen door een Quintadeen 8'??? (02)
18 april: Ingebruikname in een eredienst, die werd geleid door Dr. Offerhaus uit Assen. Het orgel werd bespeeld door orgelmaker Van Dam uit Leeuwraden, m.m.v. mevr. Offerhaus (sopraan) te Assen.(01)


Provinciale Drentsche en Asser courant 14-04-1897, 21-04-1897


Meppeler Courant 1897-04-17 en 1897-04-21


Provinciale Drentsche en Asser courant 08-05-1912

1920: Orgel gedemonteerd n.a.v. de kerkrestauratie.

1925: Orgel werd terug geplaatst onder toezicht van Monumentenzorg. De balgen verhuisden naar het kerkgewelf, vanwege de versmalling van de orgelgalerij. Onderhoud bij van der Molen uit Steenwijk.

1930: Verslag van een deel van excursie van de Drentse pre-historische vereniging. Men wist dat het orgel uit Assen kwam, maar niet wanneer het was gebouwd.


Provinciale Drentsche en Asser courant 15-09-1930

1931: Van augustus dateert een aanbevelingsbrief voor K.M. Luijten van het advieswerk wat hij deed in Vinkeveen. Blijkbaar poogde hij met deze brief betrokken te raken bij het orgel in Vledder. (09)

1932: Een inwoner van Ruinen schrijft op 21 december aan een bekende dat het orgel in Ruinen wordt onderhouden door Andreas Doornbos. Is een prima vakman. (09)

1933: Orgelmaker P. van Dam uit Leeuwarden doet op 2 januari verslag van het bezoek dat hij in Havelte heeft afgelegd. Een volledige revisie zou circa 1.000 gulden kosten. Aangezien er weinig geld beschikbaar is stelt hij voor om het in fases te doen. Het hoognodige eerst. Hij stelt voor de windvoorzienig als eerste aan te pakken. De kosten schat hij in op f 100,-.
Doornbos stuurt op 3 juli een briefkaart. Hij stemt al 30 jaar het door hem gemaakte orgel in Ruinen. Het stemmen kost f 3,- per register.
Op 20 juli dient Bernard Koch uit Apeldoorn een begroting in van f 685,- voor twee nieuwe magazijnbalgen op de orgelgalerij. Verder wordt het hele orgel nagezien, geďntoneerd en gestemd. De oude balgen zijn voor de orgelmaker. Een orgeltrapper dient beschikbaar te zijn.
Orgelmaker T. van der Molen uit Steenwijk stuurt op 22 juli een brief waarin hij schrijft dat hij samenwerkt met Koch uit Apeldoorn. Hij verwijst naar de prijsopgave door Koch. Een balg in het orgel kan niet omdat dan alles verbouwd moet worden. De nieuwe balg wordt door Koch gemaakt. De rest van het werk wordt samen uitgevoerd. na het verlenen van de opdracht kost het werk een doorlooptijd van 3-4 weken. Een onderhoudscontract kost f 20,- per jaar.
Op 8 augustus biedt van T. van der Molen nogmaals zijn diensten. Het maken van de balg wordt aan Kocht overgelaten vanwege de drukke werkzaamheden.
Op 1 september beantwoordt Van der Molen een brief uit Havelte. Hij wil deze brief persoonlijk bespreken in Havelte.
Op 4 november schrijft orgeladviseur Luijten aan de kerkvoogdij naar aanleiding van een gesprek in Havelte. Een magazijnbalg is voor de orgeltrapper makkelijker te bedienen en veel geruisloser. Verder groot onderhoud aan de windladen en mechaniek. Hij schat de kosten in op circa f 1.200,-, misschien ook lager. De orgelmaker kan proberen de twee tongwerken weer tot klinken te brengen. Mochten dit niet lukken dan kosten twee nieuwe tongwerken ongeveer f 350,- Het pedaal kan zo blijven. De organist gebruikt het waarschijnlijk toch niet. Hij vraagt of de toren van de kerk is of van de kerk. Ook wil hij graag weten of de vloer van de toren van hout of steen is. (08) (09)

1934: Blijkbaar heeft de kerkvoogdij van Havelte inlichtingen ingewonnen over dhr. Luijten. In een brief van feburari 1934 vanuit Hoogezand wordt gesteld men zei dat Luijten bij een opdracht in Vreewijk geen goed werk zou hebben geleverd. Men betwijfelt dit echter.
Luijten levert een brief van mei 1934 vanuit Varsseveld, waarin men hem dankt voor zijn advieswerk.
Op 21 november schrijft orgelmaker Van der Molen dat hij binnenkort weer langs komt om het bovenklavier verder na te kijken. Bij de vorige keer heeft hij er niet meer tijd in gestopt om de kerk niet op kosten te jagen.(08) (09)

1935: Nog een brief uit Hoogezand d.d. 31 oktober van ds. Oldeman dat Luijten deskundig is.(08) (09)


Provinciale Drentsche en Asser courant 01-03-1935

1936: Op 26 maart schrijft orgelmaker T. van der Molen uit Steenwijk dat hij de balgen op het gewelf heeft nagekeken en provisorisch heeft gerepareerd. Eigenlijk zouden ze vervangen moeten worden. Een tweede orgeltrapper zou enigszins helpen. Ook kan er dan een windmotor worden geďnstalleerd. Hij schat de kosten op nog geen f 500,- Binnekort zou de 'lichtleiding' in de buurt van de kerk moeten komen.
Weer een aanbevelingsbrief voor Luijten. Nu van Valkenswaard. Idem uit Loenen a/d Vecht. Idem uit Sappemeer. (08) (09)

1937: Orgelmaker Andreas Doornbos verhaalt in een brief van 3 juli over zijn bezoek aan Havelte. De balgen op het gewelf zijn in zeer slechte staat. De windladen hebben doorspraak. Veel pijpen spreken niet. Het beeldhouwerk is in slechte staat.
Doornbos geeft in een vervolgbrief van 5 juli weer aan dat de blaasbalgen slecht zijn. De ijzeren abstracten moeten worden vervangen door bronsdraad, verlijmen houten pijpen, lekke windlade, vernieuwen snijwerken. Kosten ca. f 250,-
Op 27 juli beantwoordt Doornbos een vraag van de kerkvoogdij omtrent het leveren van een nieuwe blaasbalg. Als dit doorgaat dan graag snel een beslissing, omdat er in deze tijd het licht bij het orgel nog goed genoeg is om werkzaamheden uit te voeren. Toegevoegd een tekening van het orgel met de plek van de blaasbalg.
Hij specificeert de volgende werkzaamheden:
 - Nieuwe blaasbalg f 400,-
 - Windladen nazien f 200,-
 - Pijpwerk nazien f 150,-
 - Schoonmaken, intoneren en stemmen f 200,-

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Op 24 september vraagt de kerkvoogdij aan de hervormde synode een subsidie van f 2.000 om de afgekeurde kerkverwarming te vervangen. Deze werd aangebracht bij de kerkrestauratie van de jaren '20. Ook wordt genoemd dat het orgel na de kerkrestauratie niet voldoende is hersteld.
Op 15 november vraagt Doornbos aan de kerkvoogdij om het contract van Augustinusga (als voorbeeld afgegeven?) weer terug te sturen. Deze blijkt echter niet te zijn bewaard.
Op 25 november informeert Doornbos naar de stand van zaken rond zijn voorstel en nogmaals naar het contract van Augustinusga. (08) (09)

1938:
De Vereniging van Kerkvoogdijen (VvK) geeft op 4 oktober de naam van Van Maanen uit Sneek door als orgeldeskundige.
Op 13 oktober vraag Havelte aan de VvK wie de orgeldeskundigen zijn van de VvK. Volgens Luijten zouden er geen orgeldeskundigen zijn gekoppeld aan de VvK.
Op 14 oktober noemt de VvK de namen weer van Van Manen, Zorgman uit Velp en Van Herwaarden uit Rotterdam. Met Luijten heeft de VvK geen verbinding.
Op 16 oktober schrijft de Vvk afdeling Drenthe vanuit Nijeveen. Men is niet enthousiast over Luijten, maar blijkbaar is er nog een soort contractuele overeenkomst met hem.
Op 29 oktober schrijft de VvK afdeling Drenthe vanuit Assen. Dat dhr. Luijten kortgeleden in Assen was. Men vroeg hem naar Van Manen. Dit bleek een onderwijzer in Sneek te zijn. Van een koppeling van Van Manen met de VVK was hem niets bekend. Vanuit Assen zijn geen slechte berichten over Luijten bekend.
Op 5 november een brief van de landelijke VvK. Ze vragen zich af waarom de afdeling Drenthe nog steeds vasthoudt aan Luijten als orgeladviseur. Hij is wel deskundig, maar zeer lastig in de omgang.
Op 8 november schrijft Luijten dat Van Manen hoogstend adviseur is voor de afdeling Friesland van de VvK en dat hij ui eigen ervaring weet dat hij weinig deskundig is.
De VvK afdeling Drenthe meldt in november dat Luijten op 29 november het orgel komt inventariseren.
Ingevuld formulier over de toestand van het orgel. Opname toestand is zeer waarschijnlijk door Luiten opgesteld: uitgesleten mechaniek, slechte pedaalklaviatuur met te kleine omvang, draadwerk in slechte toestand, lekke windladen, Trompet en Dulciaan onbruikbaar en niet te repareren. Bij de kerkrestauratie van 1925 zijn de vier schepbalgen van het orgel op het gewelf geplaatst. Bediening hierdoor zeer slecht. Orgel verdient een goede restauratie. (08) (09)
De genoteerde dispositie:
Hoofdmanuaal:   Bovenmanuaal:  
Prestant 16’ disc. Holfluit 8’
Prestant 8’ Viola di Gamba 8’
Bourdon 16’ Nachthoorn 4’
Holpijp 8’ Fluit 4’
Salicionaal 8' Fluit 2’
Octaaf 4’ Dulciaan 8’
Fluit 4'    
Quint 3’    
Mixtuur 3-4 sterk    
Trompet 8’    



193x: Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier (10)

Klik op de afbeelding voor een vergroting

1939: Op 22 april prijst Luijten zich aan bij de kerkvoogdij. Hij refereert naar de zijns inziens bezwaren die de landelijke VvK tegen hem heeft. Een goed adviseur is van groot belng. Zie de 'mislukking' onlangs in de hervormde kerk van Zuidlaren.
In een brief van 6 mei aan de Raad voor het predikantstraktement komt toevallig ook het orgel ter sprake. Het is onbespeelbaar en de kerkvoogdij moet f 2.000,- lenen om het te kunnen laten herstellen.
Op 10 juli vraagt de kerkvoogdij aan Van Manen om een bestek te maken voor de restuaratie van het orgel.
Op 12 juli schrijft van Van Manen dat hij geen tijd heeft en dat het te ver af is. Hij verwijst door naar Zorgman uit Velp.
Op 11 september schrijft de kerkvoogdij naar de VvK over de reactie van Van Manen. Men denkt het lidmaatschap van de VvK maar op te zeggen als er geen deskundigehid te verkrijgen is.
Op 19 september beantwoordt de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad (NKO) de vraag om bijstand vanuit Havelte. De NKO is graag bereid te adviseren. Een advies kost f 25,- plus de reis- en verblijfkosten. Op 10 oktober zouden twee leden van de NKO langs kunnen komen, omdat ze dan onderweg zijn naar Groningen. Op 4 oktober schrijft de NKO dat 12 oktober beter uitkomt.
De NKO brengt op 18 oktober een rapport uit op basis van een bezoek van de orgeldeskundig P. Kluyver. In de historie enkele missers. Het is niet C. van Oeckelen, maar P. van Oeckelen. De vergroting was niet in 1840, maar in 1855. Ook werd het orgel niet uitgebreid met 3 stemmen, maar met 8 stemmen.
De toestand van het orgel wordt als volgt omschreven:
 - Pijpwerk is in goede staat, behalve de Trompet en de Dulciaan. Nachthoorn 4' is dubbel. Wijzigen naar Quintadeen 8'.  Samenstelling Mixtuur wijzigen, met een 1 3/5'. Dispositie verder gelijk laten.
 - Windladen degelijk, maar zijn verwaarloosd.
 - Mechaniek is uitgesleten en pulpeten verteerd.
 - De windvoorziening is zeer onvoldoende. Er zijn vier spaanbalgen op de zolder die met 4 treden worden bediend. Een regulateur bij de windladen ontbreekt. Nieuw magazijnbalg naast het orgel en regulateurbalgen in het orgel. De oude spaanbalgen kunnen als curositeit bewaard blijven op de gewelven.
 - De orgelkas is in een bevredigende toestand.
Een restauratie wordt ingeschat op f 1.000,- - f 1.200,-
Aangeraden orgelmakers: Bakker & Timmenga, Mense Ruiter en Steimann-Vierdag.
Op 31 oktober machtigt de kerkvoogdij de NOK om prijsopgaves aan te vragen. Men gaat subsidie aanvragen bij de synode en stelt een orgelfonds in. Om de financiën te verbeteren zullen wanbetalers worden aangepakt.
Op 17 november beschrijft de NKO de binnengekomen offertes:
 - Bakker & Timmenga ziet er vanaf
 - Mense Ruiter offreert f 1.250,- en met windmotor f 1.250,-
 - Steinmann-Vierdag rekent f 1.990,- en met windmotor f 2.290,-
Geadviseerd wordt met Mense Ruiter in zee te gaan vanwege de prijs en zijn goede reputatie.
Op 1 december bericht Ruiter dat de windmotor duurder uitvalt dan gedacht. Deze komt nu op f 217,-
Op 2 december schrijft de kerkvoogdij aan de NKO dat de restauratie is gegund aan Mense Ruiter. Graag wil men tijdens de restauratie een interim-orgel.
Op 15 december stuurt de NKO het contract  en het bestek van Mense Ruiter naar Havelte. De demontage kan pas eind januari 1940 beginnen vanwege leveringsproblemen van orgelonderdelen vanuit Duitsland. Kan de kerkvoogdij het contract ondertekenen?
 - De windladen worden uit elkaar genomen en gereviseerd. De sponsellatten worden vervangen door nieuwe van oud hout. Lade opnieuw verlijmd.
 - Mechaniek wordt gereviseerd en de winkelhaken en welarmen worden vernieuwd in messing.
 - Nieuwe magazijnbalg van 180x165 en 2 nieuwe regulateurs. Vervangen van de windkanalen.
 - Herstel pijpwerk. De Nachthoorn 4' van Manuaal II wordt omgewerkt tot een Quintadeen 8'. De samenstelling van de Mixtuur wordt gewijzigd met daarin een 1 3/5'. De intonatie wordt bijgewerkt in het bestaande oude toonkarakter.
 - De orgelkas valt buiten de restauratie. (08) (09)

1940: Op 3 januari stuurt Mense Ruiter een contract getekend terug. Het andere examplaar is naar de NKO gestuurd. Werkzaamheden starten binnekort. Kan de kerk tijdens de werkzaamheden worden verwarmd?
Op 31 januari vraagt de kerkvoogdij subsidie aan bij de synode
Op 23 april schrijft Mense Ruiter een herstelplan. De orgelkas is in zeer slechte staat. Er zou voor f 360,- een nieuwe onderkast van vurenhout gemaakt kunnen worden. Beter is het ook de stijlen van de zijwanden naar boven te vervangen. Dit kost 45,- extra. Inbegrepen is ook de vernieuwing van de lagers voor de windlade van Manuaal II. De consoles van de fronttorens worden door middel van trekstangen weer horizontaal getrokken. Alleen het oude front blijft gehandhaafd. Het pedaal zou iets moeten zakken, waardoor de organist een betere houding krijgt. Kosten ca. f 40,-
Uit de brief van 4 mei  door Mr. Arie Bouwman van de Nederlandsche Klokken- en Orgelraad blijkt dat het binnenwerk van het orgel al is gedemonteerd. Bouwman vindt het voorstel van Ruiter te ver gaan. Ook is vergeten de post van het schilderwerk te nomen. Bouwman stelt om de stijlen aan de achterzijde te versterken. Het lager leggen van het pedaal verdient aanbeveling.
Op 20 juni schrijft Mense Ruiter dat de oplossing van Bouman in aangepaste vorm zou kunnen werken. Hij schat dan de kosten in op crca f 200,- Het vernieuwen van de gehele orgelkas achter het front blijft hij een betere optie vinden. Hij wil ook als de orgelkas vern ieuwd wordt volgens zijn voorstel de orgelkas in de grondverf zetten. In en PS schrijft hij dat het archief van mr. Arie Bouman bij het bombardement van Rotterdam verloren is gegaan en er misschien moeilijk met hem cocntact kan worden opgenomen. Het zou de snelheid van de werkzaamheid verhogen om rechtstreeks met hem samen te werken.
Op 2 juli schrijft Bouman uit Amsterdam dat de werkzaamheden, die Ruiter beschrijft voor de restauratie van de oude orgelkas, zijn goedkeuring hebben. Hij wijst ook op zijn nieuwe adres.
Op 8 juli schrijft Bouman aan de kerkvoogdij. Hij dankt voor het medeleven bij het verloren gaan van zijn inboedel. De gegevens van de lpoende en afgedane zaken van NKO zijn gelukkig bewaard gebleven.
Op 19 juli meldt Ruidter dat hij met de orgelkas is begonnen.
Op 22 augustus meldt Havelte aan Monumentenzorg dat het orgel wordt gerestaueerd onder advies van de NKO. Het bestek wordt meegestuurd.
Op 28 augustus meldt Monumentenzorg dat ze geen bezwaren hebben.
Op 25 november schrijft de NKO dat op 20 november  A.P. Oosterhof uit Leeuwarden de eindkeuring op basis van het NKO-bestek van december 1939 heeft uitgevoerd. Het werk is uitstekend uitgevoerd. Veel pijpwerk is opgeschoven, omdat het te kort was. Er zijn nieuwe pijpen bijgemaakt. Ook het herstel van de orgelkas en het intonatiewerk is uitstekend. Aangeraden wordt de facturen te betalen en af te zien van de boeteclausele vanwege de tijdsomstandigheden en het uitstekende werk.
Op 27 november stuurt Mense Ruiter een brief voor het ondertekenen van het garantiebewijs. Ook ontvangt hij graag nog f 600,- omdat hij er vanuit gaat dat het orgel nu is goed gekeurd.(08) (09)

1941: Op 15 januari vraagt de VvK of Havelte tevreden is over het advieswerk van de NKO.
Op 23 januari meldt Havelte aan de VvK dat men tevreden is.
Uit april dateert een intern overzicht van de gebeurtenissen in '40 en '41 rond het orgel.
In een brief van 30 april wijst Monumentenzorg op de gaten in het dak en vraagt of er nog subsidie nodig is voor het vervangen van de kerkverwarming. Ook willen ze graag weten wanneer het orgel wordt gerestaureerd.
Op 5 mei antwoordt de kerkvoogdij dat het pannenprobleem zich vaker voordoet en dat dit de komende week wordt hersteld. De verwarmingsinstallatie is vervangen. Er is nooit antwoord gekomen op de subsidievraag. Het orgel is gerestaureerd onder advies van de NKO. Hiervoor is geen subsidie aangevraagd, omdat de kerk geen antwoord kreeg op een eerdere aanvraag.(08)

1942: Op 11 april stuurt Mense Ruiter een brief met als bijlage een (missende rekening) voor het onderhoud van de orgels in Havelte en Uffelte. Hij stelt om de harmoniums in Uffelte en het  De Weeme ook onder dit contract te laten vervallen.(08)


Provinciale Drentsche en Asser courant 31-03-1943


Provinciale Drentsche en Asser courant 16-04-1949

1958: Op 11 februari beschrijft Mense Ruiter de huidige staat van het orgel en de retauratie in 1940. De Prestant 16' discant is waarschijnlijk niet origineel. Volgens Ruiter is de kas achter het front toch geheel vernieuwd. Van het lofwerk aan de pijpvoeten is veel verdwenen. Destijds was er geen geld om dit te completeren. De grootste loden frontpijpen zijn opgehangen om doorzakken te voorkomen. Er is in 1940 een nieuwe magazijnbalg geplaatst. Helaas is er nog steeds geen windmotor. De oude spaanbalgen hebben vroeger vermoedelijk achter het orgel staan en zijn naar het gewelf verhuisd toen het orgelbalkon in de jaren '20 werd verkleind. (09)

1959: Plaatsing van een windmachine volgens een brief van Mense Ruiter van 14 juni 1984. (09)

1960: Rekening van Ruiter van f 151,25 voor stemmen, reparatie van Bourdonpijpen en de manuaalkoppel. (09)

1962, 1963 en 1966: Briefkaarten voor stembeurten. (09)

1966: De stemmer van Ruiter constateerde in augustus dat het orgel erg vuil was en dat de sleep van de Quintadeen niet geoed functioneerde. Ruiter komt vanuit Meppel, waar hij werkt aan het orgel van de Grote Kerk, even kijken wat er moet gebeuren.
Op 13 augustus meldt Havelte dat Ruiter welkom is. Een rekening van f 226,85 wordt nog niet betaald omdat er geen specificatie is. (09)

1968: Op 3 juni komt er een brief van A.J. van der Wedden uit Meppel naar aanleiding van een ontmoeting. Hij vertegenwoordigt Walcker in Nederland. Walcker heeft twee orgels in Meppel in onderhoud. Hij stuurt wat informatie over Walcker mee. (09)

1970: Op 2 maart schrijft de vertegenwoordiger van Walcker dat deze orgelmaker een prijsopgave wil doen voor een restauratie. Op 2 april schrijft Havelte dat een prijsopgave willen. Op 25 juni schrijft Van der Wedden dat hij op 9 juni met een medewerker van walcker het orgel heeft bezocht. Voorgesteld wordt het volgende:
 - Nieuwe pedaalklaviatuur met nieuw wellenbord voor DM 1.500,-
 - Schoonmaak en intonatie voor DM 3.800,-
Van der Wedden blijkt ook af en toe te spelen in Havelte gezien zijn opgave van 25 juni.
Op 10 juli stuurt Walcker een bestek voor bovenstaande werkzaamheden.
Op 11 augustus stuurt Havelte bericht naar de Hervormde Orgelcommissie (HOK) omtrent de offerte van Walcker en vraagt advies.
Op 20 augustus antwoordt de HOK dat ze alleen een advies kunnen geven als ze de situatie ter plekke hebben bekeken.
Op 26 augustus schrijft Havelte naar Van der Wedden dat ze advies hebben ingewonnen bij de HOK en heerst het resultaat afwachten voordat ze in zee gaan met Walcker. Op dezelfde datum geeft Havelte aan de HOK een opdracht tot het uitbrengen van een advies.
Op 24 september bericht de HOK dat adviser Willem Hülsmann op 28 september langs komt.
Het rapport van de HOK dateert van 6 november. Er is geen historische onderzoek gedaan, gezien de opmerking dat het orgel zou stammen uit een afgebroken kerk in Assen. Het jaartal 1819 is wel correct. De restauratie van Ruiter wordt beschreven zonder dat men daar een tijd en orgelmaker aan koppelt. De klank van het orgel is 'niet onaantrekkelijk'. Winlade is in slechte staat. De windmotor maakt bij het opstarten veel lawaai. Het orgel is een restauratie ten volle waard. Veel schade is ontstaan door het gebruik van de kerkverwarming. De verzekerde waarde wordt ingeschat op f 125.000,- De volgende werkzaamheden worden voorgesteld:
 - Restauratie windladen. Aanbrengen van een verende sleepconstructie.
 - Betere omkisting van de windmachine
 - Houten pijpwerk controleren op scheuren. metalen pijpwerk laten zoals het is.
Het orgel staat op de monumentenlijst en komt voor subsidie in aanmerking. De werkbeschrijving door Walcker is onvoldoende en bevat voornamelijk uiterlijkheden. Vervanging van het pedaal en het wellenbord is uit den boze. Ook het 'gründlich nachintonieren' is sterk af te raden. De kans op subsidie is zeer klein als Walcker de werkzaamheden uitvoert. Een orgeladviseur zal een gedegen restauratierapport moeten opstellen.
Op 12 november schrijft de kerkvoogdij aan Van der Wedden dat het rapport van de HOK binnen is en dat niet ingegaan wordt op de offerte van Walcker.
Op 15 november reageert Van der Wedden op het niet doorgaan van de offerte van Walcker. Toen de HOK werd ingeschakeld verwachtte hij al dat de offerte van Walcker niet zou worden geaccepteerd. Hij verwacht dat men over 15 jaar weer terug komt bij Walcker.
Op 26 november schrijft de HOC dat de rijksadviseur in principe heeft toegezegd dat een restauratie kan worden gesubsidieerd. Voor die tijd dient er echter wel een restauratierapport te liggen. De kosten van een orgeladviseur zijn ook subsidiabel. (09)

1971: Op 25 januari verzoekt Havelte de HOK om een orgeladviseur aan te stellen. Men spreekt de voorkeur uit voor Lambert Erné.
Op 9 maart bericht de HOK dat er een toezegging van het rijk is voor een subsidie van 50%. Hierdoor kunnen ook de provincie en de gemeente subsidiëren.
Op 22 maart wijst een zekere Wolthuis uit Hoogeveen de kerkvoogdij op de 'Stichting Mooy' als mogelijke subsidiebron.
Op 4 mei bericht van de HOK dat lambert Erné op 19 maart is overleden. Er volgt nader bericht omtrent zijn vervanging.
Op 3 juni meldt de HOK dat Willem Retze Talsma zal gaan functioneren als orgeladviseur voor Havelte. Op 10 juni vraagt Havelte van dhr. Talsma kan beginnen.
Op 26 juli schrijft Talsma dat hij van plan is het orgel de volgende week te bezoeken.
Op 21 september schrijft Mense Ruiter dat het orgel groot onderhoud nodig heeft. Ruiter schat de kosten in op tussen de f 10.000,- en f 15.000,-
De HOK bericht op 24 september dat het rapport van Mense Ruiter is doorgestuurd naar dhr. Talsma. (09)


1973: Op 21 november antwoordt de HOK op een brief uit Havelte waarin er zorgen worden uitgesproken over de voortgang van de restauratie. Ook de onderhoudskosten beginnen op te lopen. De HOK verzoekt het rapport van Talsma op te sturen.
Op 23 november schrijft de HOK dat het voorlopige rapport is opgestuurd. Bedoelt wordt het restauratierapport van dhr. Talsma. (09)

1974: Talsma schrijft in mei? een brief naar het ministerie van CRM met als bijlage de offerte van 1 mei 1974 van orgelmaker Verschueren. Het restauratiebedrag is begroot op f. 69.000,- Hij verzoekt om toekenning van subsidie. Volgens de offerte zu het orgel uit 1823 dateren. De klaviatuur is gewijzigd. Het klavierbeleg is van kunststof en de bakstukken en lessenaar zijn niet meer origineel. De zijwanden en de achterzijde zijn voorzien van triplex-panelen en aangetast door houtworm. Mechaniek is goed van aanleg, maar ontregeld. Widnladen in uitstekende staat. Pijpwerk is zeer vervuild en verlengd. Pijpwerk is van een verschillende factuur. Windvoorziening heeft lekkages en is allesbehalve geruisloos.
Voorgestelde werkzaamheden:
 - Orgelkas wordt behandeld tegen houtworm. Overige werkzaamheden in eigen beheer door Havelte.
 - De klaviatuur en mechaniek worden afgeregeld.
 - Windladen reinigen en aanbrengen van ringen voor het soepeler lopen van de slepen.
 - Stelpost als de windladen bij droge onstandigheden niet goed blijken te functioneren.
 - Raparatie magazijnbalg. Opstelling windmotor hangend in een dubbelwandige dempingskist.
 - Het pijpwerk wordt gerepareerd. De samenstelling van de Mixtuur wordt gereconstrueerd. Vervallen van de zinken schuiven van de Dulciaan.
Kosten f 28.938,52 Vervanging klavierbeleg door ivoor: f 4.337,24 en een stelpost voor de windladen van f 16.728,36
Op 27 mei schrijft Havelte aan de HOK over de offerte van Verschueren. Men heeft de volgende vragen:
 - Is het niet verstandig nog een offerte aan te vragen van een orgelmaker dichter bij huis?
 - Wanneer en bij wie kan subsidie worden aangevraagd?
 - Moet bij de aanvraag ook een historisch rapport worden overlegd en wie moet dat schrijven?
 Hoe moet de voorfinanciering worden geregeld?
Op 22 juni antwoord van de HOK. In 1975 kan subsidie worden aangevraagd. Wel moet er dan een restauratierapport aanwezig te zijn. Voorfinanciering dient zelf te worden geregeld.
De kerkvoogdij bevestigt op 14 december dat ze de conceptbiref voor het aanvragen van de subsidie van talsma hebben ontvangen. Ze sturen hem door naar het ministerie. Voor gegevens over het orgel kan tals informeren bij dhr. Van Werven, die een onderzoek naar het orggel heeft gedaan. Verdere inlichtingen bij Mense Ruiter en oud kerkvoogd Waterbolk. (09)

1975: Op 5 mei een brief van het ministerie van CRM. Het orgel heeft monumentale waarde, maar op dit moment zijn er geen gelden voor een subsidie. In 1977 zijn er weer mogelijkheden. (09)

1976: De HOK meldt op 4 februari dat Willem Retze Talsma vertrekt naar Spanje en dat Willem Hülsmann het adviseurschap overneemt. (09)

1977: Op 11 juli vraagt de HOK om de beantwoording van hun brief van 4 februari 1976 met de overname van het werk van Talsma door Hülsmann.
Op 23 september een rekening van f 417,72 van Mense Ruiter voor een grote controle- en stembeurt door 2 personen. Het is nit gelukt alle huilers te herstellen. (09)

1978: Op 10 augustus vraagt de HOK weer om antwoord op de brief van 4 februari 1976. (09)

1979: De HOK schrijft op 16 februari dat Hans Erné het adviseurschap op zich zal nemen.
Op 25 juli meldt het Ministerie van CRM dat er geen geld beschikbaar is voor subsidie.
In de gemeentebrief van december wordt verteld dat er een orgelcommisie is samen gesteld voor de restauratie van het orgel. Een orgelfonds is al aanwezig. (09)

1980: Offerte door Bakker & Timmenga d.d. 27 oktober. Uit te voeren werkzaaheden:
 - Windvoorziening ongewijzigd handhaven en nazien op winddichtheid
 - Celluloidbeleg van klavier vervangen door ivoor of been. Klavieromlijsting en bakstukken facultatief door exemplaren in Van Oeckelenstijl. Pedaalkalvier restaureren.
 - Moderne delen van de mechaniek facultatief vervangen of herstellen
 - Windladen uit elkaar nemen en restaureren
 - Pijpwerk herstellen. Dispositie hoofdwerk blijft gelijk. Samenstelling Mixtuur herstellen naar oude situatie. Op het bovenwerk. Quintadeen 8' weer wijzigen naar Nachthoorn 4'. FRontpjpen ontdoen van alluminiumverf en opnieuw foliën.
 - Toonhoogte vaststellen na demontage
Geschatte kosten excl. BTW f 66.500,- met stelposten voor reconstructie klavieromlijsting, reconstructie oude mechanieken, meerwerk windladen, front foliën, herstel oude toonhoogte. Totaal stelposten: ca. f 60.000,-
Op 17 november schrijft adviseur Hans Erné dat hij de offerte van Bakker & Timmenga in Havelte wil toelichten. Het is een maximale offerte, die nodig is voor het aanvragen van subsidie bij het ministerie.
Op 11 december gaat een brief naar Monumentenzorg, de provincie en de gemeente voor de aanvraag van subsidie. (09)

1981: Op 13 februari zegt de provincie 10% subsidie toe als de subsidie ook door het rijk wordt toegezegd.
De nieuw benoemde organist B.J. Lemstra wil graag betrokken worden bij de restauratieplannen. Hij voegt een lijstje toe met aandachtspunten.
 - Hopelijk wordt ook de orgelkas gerestaureerd in de originele kleuren
 - Verbeteren verlichting lessenaar en vervangen van de orgelbank. Ook is de lessenaar te laag en te steil. De klaviatuur ligt ook te laag.
 - Installeren van een schakelaar met sleutel voor het aanzetten van de windmotor
 - De toegang tot het orgel via de toren is zeer moeizeem. Zijn er mogelijkheden voor een trap vanuit de kerk?  (09)

1982: Op 16 juni levert J. Kraal uit Ruinerwold een tekst over de orgelmaker Van Oeckelen.
Op 12 november 1984 kreeg hij een bedankbriefje voor zijn verhaal. (09)

 De orgelkas voor de laatste schilderbeurt, waarin de kleur gewijzigd naar een wittint


Meppeler Courant 1982-05-05


Onbekende krant. Waarschijnlijk voor af aan de 1e fase van de restauratie. Klik op de afbeelding voor een vergroting

1983: Op 6 mei een korte offerte van Van Vulpen voor f 19.300,- excl. BTW voor het alleen het restaureren van de hoofdwerkwindlade.
Op 11 mei brengt Reil een offerte uit voor de restauratie van de windlade van het hoofdwerk.
Op 30 mei vergadert de orgelcommissie, waar organist Lemstra nu aan is toegevoegd. Er zijn 3 offertes binnengekomen. De offerte van Van Vulpen lijkt het beste.
Op 3 oktober schrijft de orgelcommissie aan de kerkvoogdij dat voor  fase 1 van de restauratie de offerte van Van Vulpen is geaccepteerd. Het pijpwerk dient tijdelijk ergens te worden opgeslagen als de windladen in de werkplaats in Utrecht zijn. Deze tijd kan benut worden om in eigen beheer schilder- en reparatiewerk aan de orgelkas uit te voeren.
Op 1 november schrijft de kerkvoogdij aan hans Erné dat het werk is gegund aan Van Vulpen. Ze spreken hun verwondering uit dat Erné  niet aanwezig was bij de vergadering van 20 oktober.
Op 10 november schijft de kerkvoogdij aan de HOK dat men zeer ontevreden is over de inzet van Hans Erné en dat men Aart van Beek als vervanger wil. Een brief aan Hans Erné is bijgesloten.
Op 22 november stuurt de kerkvoogdij een brief aan Van Vulpen dat in overleg met de restauratiewerkzaamheden kan worden begonnen.
Op 2 december bericht van de gemeente Havelte dat de subsidie is goedgekeurd, omdat het rijk subsidie heeft verleend. Op 8 december een brief naar de gemeente Havelte met gegevens voor het verder subsidietraject.
Op 8 december een brief naar Monumentenzorg dat de restauartie wordt opgedeeld in fases. Er is gestart met de 1e fase. Een beschrijving van de werkzaamheden is bijgelsoten. Kan voor deze eerste fase subsidie worden toegekend. Deze restauratie zal de kerk voorfinancieren. (09)

1984: Op 8 februari zijn de werkzaamheden zover gevorderd dat de eerste en de tweede termijn kunnen worden betaald. De derde termijn wordt op 5 maart in rekening gebracht.
Op 13 april vraagt de kerkvoogdij aan de HOK waar het restauratierapport van dhr. Talsma is gebleven. Adviseur Van Beek zou dit graag in zijn bezit willen hebben. Op 29 augustus antwoordt Havelte dat ze nog geen rapport hebben kunnen vinden.
Op 18 mei schrijft de HOK dat werkzaamheden voor de restauratie van de hoofdwerklade conform de offerte zijn uitgevoerd. Voor de volgende fase zijn ze al bezig met historisch onderzoek.
Op 7 juni vraagt de kerkvoogdij aan Mense Ruiter wat de condities zijn om het onderhoud van het orgel bij hen voort te zetten. Op 14 juni antwoordt Ruiter dat er geen onderhoudscontract is, maar dat het onderhoud als sinds 1949 werd verricht. In 1959 werd een nieuwe windmotor geplaatst. Voor een stembeurt worden de standaardtarieven van de Vereniging van Orgelbouwers in Nederland (VON) gebruikt.
Op 10 september beantwoordt de kerkvoogdij een vraag van het Provinciaal College van Toezicht voor de Hervormde kerk van Drenthe (PCvT) over de restauratie van het orgel. Op 13 september antwoordt het PCvT dat ze graag willen weten wat de kosten waren en of er een orgeladviseur bij betrokken was. Dit is namelijk een verplichting. Op 21 september geeft de kerkvoogdij antwoord op de vragen: De totale kosten worden geraamd op f 170.000,- De eerste fase kostte f 19.696,- en werd gefinancierd uit eigen middelen. Er wordt een subsidie van van 80% verwacht. De adviseur is Aart van Beek. Op 16 oktober geeft de PCvT een goedkeuring voor de eerste fase. Een tweede fase kunnen ze nog niet goedkeuren omdat niet bekend is of met het beschikbare geld de eerste fase is gefinancierd of dat dit nog aanwezig is.
In november komt de beschikking af van het ministerie dat de subsidie voor de eerste fase is toegekend.
Op 16 november gaat de PCvT akkoord met de restauratie van het orgel in fases. (09)



Meppeler Courant 1984-07-06


Meppeler Courant 1985-05-13

1985: Op 5 juni een overzicht van de door Ruiter vroeger uitgevoerde werkzaamheden op basis van een gesprek op 28 mei met dhr. Ruiter.
De kerk is voor 1940 gerestaureerd.
Tijdens deze restauratie is de orgelgalerlj ondieper gemaakt.
Voor de 3 aanwezige apaanbalgen was toen achter het orgel geen plaats meer, Zij zijn bij deze wijziging op de kerkzolder boven het orgel gelegd. De balgtreden werden van omlaaghangende staalkabels voorzien welke onderaan een soort stijgbeugel in een geleidekonstruktie hadden.
In de kork was nog geen elektriclteit aangelegd.
In het begin van de oorlog zijn werkaaamheden vorricht door Mense Ruiter onder suporvizie van Mr. A. Bouman.
De windladen zijn in de aanwezige gosponselde vorm winddicht gemaakt.
Delen van de orgelkas (zij- en achterwand) werden vernieuwd.
Op de galerij naast het orgel werd een nieuwe magazijnbalg gemaakt met 2 schepbalgen.
In de dispositie werd een nieuwe tertsmixtuur aangebracht.
Het pedaalklavier werd iets in de vloer ingelaten teneinde de afstand man - pedaal te vergroten.
De "loden" frontpijpen werden met aluminiumverf behandeld. (09)

Van 11 juni dateert een handgeschreven offerte van Mense Ruiter voor herstel van de orgelkas, mechaniek, pijpwerk, windvoorziening en lade bovenwerk.
De offerte van Van Vulpen voor dezelfde werkzaamheden dateert van 19 augustus.
De definieve offerte van Mense Ruiter is van 21 augustus. Een samenvatting van de offerte dateert van 2 september.
Op 16 september adviseert de orgelcommissie de kerkvoogdij om de offerte van Mense Ruiter te accepteren, omdat deze offerte veel lager is dan de offerte van Van Vulpen. Wel dient er nog een gesprek te worden gevoerd met adviseur Aart van Beek, Rijksaviseur Wiersma en Holthuis van mense Ruiter omtrent de verdere invulling. Men wil in een volgende fase niet weer van orgelmaker wisselen.
Van november dateert een historische overzicht en een inventarisatie van de huidge situatie door Aart van Beek. Hij vermoedt dat Van Oeckelen niet een volledig nieuw orgel bouwde, maar gebruik maakte van ouder materiaal uit het einde van de 18de eeuw.
Op 16 november schrijft de kerkvoogdij naar Van Vulpen dat gezien de onduidelijkheid met de subsidieverlening er nog geen opdracht verstrekt kan worden.
Op 18 november gaat er een subsidieaanvraag naar Monumentenzorg voor de vervolgfases van de restauratie op basis van de begroting van Van Vulpen. Op dezelfde datum gaat er ook een brief naar de gemeente Havelte. (09)

1986: Organist Piet Wiersma schrijft op 6 januari een aanbevelingsbrief voor de orgelmaker Sicco Steendam. Een soortgelijk schrijven van organist Ab Wegenaar.
Op 29 mei komt er bericht van het ministerie dat er voorlopig geen subsidie kan worden verleend. In de bijgaande brief doet de gemeente Havelte de toezegging dat ze de restauratie van het orgel opnemen in de meerjarenplanning.
Op 23 juli een brief van de gemeente Havelte dat de meerjarenplanning en de prioritering op de gemeenteraadvergadering van 11 augustus aan de orde komen. Er is ruimte voor 5 minutenspreekrecht.
Op 25 augustus doet de kerkvoogdij een beroep op de gemeente Havelte voor een subsidie.
Op 3 oktober antwoordt de gemeente Havelte dat de middelen schaars zijn en dat er een aanvraag ingedined dient te worden als men van plan is in 1987 werkelijk aan te vangen met de restauratie. (09)

1987: Op 29 januari een brief van Mense Ruiter dat hun offerte inmiddels anderhalf jaar oud is. Wat is de stand van zaken?
Op 4 april maakt Aart van Beek een begroting van de totale restauratie op basis van de offerte van Mense Ruiter d.d. 16 augustus 1985 en de aanvulling van 2 september 1985.
Op 15 juni een brief van de provincie dat subsidie wordt toegekend als het ministerie ook subsidie toekent. Op 23 juni een bevestiging door Monumentenzorg dat er subsidie is aangevraagd.
Op 18 juli een bericht van de Stichting tot Behoud van het Nederlandse Orgel (SBNO) dat een gift van f 2.500,- is toegekend.
Op 7 september komt het ministerie met de toezegging 80% subsidie te verlenen voor een bedrag van f 56.391,-
Op 25 september brengt Mense de 1e termijn van 2e fase van de restauratie in rekening omdat omdat op dezelfde datum het contract is getekend. (09)


Meppeler Courant 1987-12-21

1988: Op 2 februari gaat er een bedankbrief naar de SBNO voor de gift van f 2.500,-
Op 9 maart wordt Aart van Beek uitgenodigd voor een bijeenkomst van de orgelcommissie. Onderwerp is een 'meer sprekend front'. Aart van Beek antwoordt dat hij niet kan en noemt een alternatieve datum.
Op 22 juni schrijft de kerkvoogdij aan Aart van Beek dat dhr. Kurvers op 31 augustus het orgel zal bezoeken voor een kleurenonderzoek. Is het nodig Mense Ruiter in te lichten? Op dezelfde datum een brief naar dhr. Kurvers dat hij welkom is. Het binnenwerk zal dan al gedemonteerd zijn, zodat alles goed bereikbaar is. Kurvers maakt een rapport met een schets in kleur van de vermoedelijke kleuren in 1855. Naar aanleiding van een vraag vanuit Havelte stuurt Monumentenzorg een tweetal foto's uit 1962.
Op 8 september herstelt Mense Ruiter een ingezakte pijp.
Op 14 december plant de orgelcommissie een vergadering voor januari 1989. Aart van beek wordt gevraagd hoever de werkzaamheden bij Mense Ruiter zijn gevorderd. (09)

1989: Op 8 januari stuurt de decorateur/restaurateur Bert Jonker een offerte voor het verven van de orgelkas op basis van het rapport van Kuvers. De kosten daarvan bedragen ruim f 20.000,-
Op 19 januari wordt de offerte van Bert Jonker toegelicht door Aart van Beek. Het is nu duidelijk dat dit specialistenwerk is. Getracht wordt het geld bij elkaar te krijgen om dit werk uit te voeren.
Op 18 februari doet Aart van Beek verslag van zijn werkplaatsbezoek bij Mense Ruiter. Het werk vordert goed en de tweede termijn kan worden betaald. Op een van de pijproosters werd de volgende tekst aangetroffen: 'Berend Nienburg? 17 jan? 1906 geholpen bij reparatie'.
Op 27 februari meldt de kerkvoogdij dat ze nog niets hebben kunnen vinden over 1906.
Op 15 april een brief van de kerkvoogdij aan de orgelcommissie of ze hun werk willen voortzetten, ondaks dat de restauratie bijna is afgerond. Zij kunnen hun kennis inzetten voor het realiseren van een dienstgebouw.
Op 18 april vergadering van de orgelcommissie. De kerk in Dedemsvaart werd bezocht om het werk van Bert Jonker te bekijken. Ook werd de werkplaats van Mense Ruiter bezocht.
Op 10 mei doet Aart van Beek verslag van zijn bezoeken aan de werkplaats van Mense Ruiter. Het werk vordert goed. Veel tijd wordt gestoken in het achterhalen van de smanestelling van de Mixtuur. Besloten is proeven te doen in de kerk.
Op 3 juni een brief naar Aart van Beek voor een nieuwe vergadering van de orgelcommissie. Er wordt op aangedrongen een subsidieaanvraag in te dienen voor de derde fase van de restauratie.
Op 30 juni wordt de 4e termijn door Mense Ruiter in rekening gebracht.
Van 19 augustus een brief van de orgelcommissie aan Aart van Beek waarin gemeld wordt dat er overnachtingen nodig zijn in september voor de intonatiewerkzaamheden.
Op 7 augustus schrijft Aart van Beek aan de orgelcommissie dat de werkzaamheden aan het orgel twee weken zijn opgeschort vanwege het plaatsen van nieuwe kerkbanken.
Op 10 oktober een offerte van Mense Ruiter voor het aanbrengen van een tweede lessenaar inde bestaande lessenaar volgens de methode 'Witte'. Kosten f 600,-
Op 21 november stuurt Mense Ruiter de eindafrekening van de restauratie. Over de samenstelling van de mixtuur in de discant is er nog discussie, vandaar dat deze nog niet is geplaatst. De wintermaanden zullen worden gebruikt om dit uit te zoeken in overleg met Aart van Beek en rijksorgeladviseur Wiersma.
Op 27 november meldt de orgelcommissie dat het orgel op 24 november weer in gebruik genomen is. Er wordt nog een hanger gemeld. De offerte voor het maken van een lessenaar is goedgekeurd. Gelieve hiervoor contact op te nemen met organist Lemstra. (09)

Bericht uit het tijdschrift Kerk en Muziek van de VOGG 1990-06


1990: Op 24 januari schrijft Aart van Beek dat het afsluitende rapport van de 2e fase nog moet worden gemaakt. De Trompet behoeft nog enige verbetering en het eindrapport dient ook te worden doorgenomen met de rijksorgeladviseur.
Op 3 februari wordt een nieuwe vergadering van de orgelcommissie gepland. Aan de orde komen de derde fase van de restauratie en het schilderen van de orgelkas.
Op 28 april maakt Aart van Beek een begroting voor de derde fase voor het restaureren van het bovenwerk.
Mense Ruiter meldt op 29 mei dat de werkzaamheden voor de derde fase in december kunnen beginnen en zullen duren tot mei 1991.
Op 3 juli verschijnt het rapport van de eindkeruing van de tweede fase. Het werk is uitgevoerd conform het contract. Er zijn nog verbeteringen mogelijk met betrekking tot de Trompet en de Mixtuur. Herover vindt al overleg plaats tussen orgelmaker en adviseur.
Op 9 juli stuurt Mense Ruiter de rekening voor het oplevreren van de Mixtuur. De lessenaar wordt na de bedrijfsvakantie opgeleverd.
Van 25 juli dateert een brief van Monumentenzorg dat de aanvraag van subsidie is ontvangen.
Op 1 oktober stuurt Mense Ruiter het contract voor de derde fase voor de restauratie van het bovenwerk naar Havelte.
Op 5 oktober nog een bevestiging van Monumenten voor de aanvraag van subsidie.
Op 10 december brengt Mense Ruiter de eerste termijn voor de derde fase in rekening, omdat het contract is ondertekend.
Op 21 december een bevestiging van de provincie Drenthe dat de subsidieaanvraag is ontvangen en een aankondiging dat iemand zal langskomen om te beoordelen of de aanvraag terecht is.
Op 31 december een brief van de provincie voor de uitbetaling van de subsidie voor de tweede fase. (09)

1991: Op 17 januari een bevestiging van Monumentenzorg van de subsidieaanvragen van 13 en 17 december 1990.
Op 21 januari een brief naar de kleurenexpert dhr. Kurver. Ze willen graag op 27 februari overleg omtrent de kleurstelling in Havelte. Dhr. Kurver verwijst naar zijn rapport en heeft geen tijd om naar Havelte te komen.
Op 8 en 12 maart worden subsidietoezeggingen ontvangen van Monumentenzorg op basis van f 74.800,- en f 92.110,- In een andere brief wordt de verdeling van de subsidie per jaar toegelicht.
Op 14 maart bericht van de Stichting Nationaal Restauratiefonds dat op 19 maart bedragen van f 36.000,- en f 20.391,- uitbetaald zullen worden.
Op 27 mei bericht van de provincie Drenthe dat ze 10% subsidie geven over een bedrag van f 92.110,-
Op 6 juni meldt Monumentenzorg dat het het orgel is toegevoegd aan de monumementenomschrijving van de kerk.
Op 18 juni meldt Mense Ruiter dat in oktober met de restauratie van het bovenwerk kan worden begonnen.
Op 18 september vraagt de Evangelische Omroep of ze opnames mogen maken in Havelte voor een serie rond de orgelmaker Van Oeckelen, die in 1992 tweehonderd jaar geleden werd geboren. Op 5 oktober antwoord van de orgelcommissie. Aanvraag is akkoord. Graag de opnames zo laat mogelijk in 1992 vanwege de restauratie van het orgel.
Op 9 oktober meldt de orgelcommissie aan de kerkvoogdij dat de orgelcommissie ook na het gereedkomen van de restauratie betrokken wil blijven bij het orgel voor bijvoorbeeld het organiseren van concerten, begeleiding onderhoud orgel. Ook dient er nog het een en ander te worden geregeld voor het herstel van de kleuren van het orgel. De kerkvoogdij antwoordt op 10 december dat het werk van de orgelcommissie inderdaad langer kan duren. Het verven van het orgel zal door vrijwilligers gebeuren.
Op 5 november een rekening van Mense Ruiter voor de 2e termijn van fase 3 restauratie.
Op 19 november een brief van Mense Ruiter waarin alle werkzaamheden uit fase 3 nauwkeurig worden beschreven.
Op 18 december schrijft de Stichting Nationaal Restauratiefonds dat op de toegekende subsidie voorschotten kunnen worden aangevraagd. (09)


1992: Op 7 februari brengt Mense Ruiter de derde termijn in rekening.
Op 28 februari een planning van Mense Ruiter voor de nog uit te voeren werkzaamheden:
 - Begin maart plaatsing van de gerestaureerde onderdelen.
 - Eind maart intonatie van het bovenwerk
 - Begin april uitnemen frontpijpen en foliën.
 - In de tussentijd kunnen gemeenteleden de orgelkas schilderen. Er is dan een steiger beschikbaar. Op 21 april kunnen dan de frontpijpen weer worden terug geplaatst.
Op 4 maart vraagt Monumentenzorg of de werkzaamheden al gestart zijn vanwege de toekenning van de subsidie.
Op 5 april schrijft de orgelcommissie aan Aart van Beek dat men zich grote zorgen maakt over het schilderen van de orgelkas door vrijwilligers.
Op 8 april een soortgelijke brief naar het moderamen van de kerk. Het schilderen dient te gebeuren door vakmensen en de gelden hiervoor zijn al beschikbaar.
Op 9 april brengt Mense Ruiter de 4e termijn in rekening, omdat de gerestaureerde onderdelen weer ter montage naar de kerk zijn vervoerd. Ook een rekening voor het maken van een nieuwe opzet-lessenaar.
Op 13 april schijft de kerkvoogdij dat ze niet terug komen op hun beslissing het schilderwerk te laten uitvoeren door vrijwilligers. Er is niet genoeg geld beschikbaar. Alleen al het restaureren van het lofwerk zou f 10.000,- moeten kosten. Aart van Beek schrijft aan de orgelcommissie dat Monumentenzorg eisen stelt aan het schilderen van een historisch orgel.
Op 14 april meldt de EO dat ze op 27 april opnames gaan maken met de organist Dick Sanderman.
Op 12 mei stuurt Mense Ruiter de eindafrekening voor fase 3 van de orgelrestauratie.
Op 23 mei schrijft de orgelcommissie aan de kerkvoogdij dat er de restauratie van het mechanische en klinkend gedeelte van het orgel er nog f 70.000,- beschikbaar is. Dit geld kan aangewend worden voor het schilderwerk. De commissie overweegt om dit probleem in de openbaarheid te brengen.
Aart van Beek schrift op 30 mei aan de orgelcommissie over het schilderwerk aan het orgel. Aangeraden wordt om hiervoor dhr. H.H.J. Kuvers van monumentenzorg in te schakelen voor een advies. Hij zal uitzoeken wat de gevolgen zijn als het schilderwerk in eiegen beheer wordt uitgevoerd.
Van 7 juli dateert een briefje met daarop genoteerd aantekeningen die in de orgelkas gevonden zijn:
 - De timmerlieden Sietse Bakker uit Mppel en Jan van Goor geb. 9-10-1906 oud 19 jaar op 4 maart 1925
 - De schilders: E. Kinds uit Wapserveen 1925 en H. de Vries Steenwijk
Gezien de woonplaatsen van deze mannen werden deze werkzaamheden vermoedelijk uitgevoerd door de orgelmaker Van der Molen uit Steenwijk.
Op 3 september stuurt Mense Ruiter de rekening voor het folién van de frontpijpen.
Van 15 oktober is een eindafrekening van fase 3 van de restauratie door NOK.
Op vrijdag 20 november wordt het orgel weer in gebruik genomen met een bespeling door de adviseur Aart van Beek. Zie de uitnodiging en het ingebruikname programma.
Ter gelegenheid van de voltooiing van deze fase verscheen er een boekje over het orgel. Zie PDF.
Op zaterdag 21 november wordt de CD gepresenteerd over de orgelmaker Petrus van Oeckelen, met daarop een opname van het Havelter orgel.
Aan het einde van de restauratie maakt de orgelcommissie een overzicht van de 3 fases van de orgelrestauratie. Aan het einde wordt nog de wens uitgesproken dat het lofwerkwordt gerestaureerd en terug geplaatst.
Hierna wordt er een onderhoudscontract met Mense Ruiter afgesproken. (09)

1993: Op 22 oktober stelt de orgelcommissie nogmaals het lofwerk aan de orde. Dit ligt nu nog in kist in de Nije Wheeme. Het zou gerestaureerd kunnen worden als de laatste subsidiebedragen binnen zijn. (09)


Foto: Geert Jan Pottjewijd (2021) Klik op de afbeelding voor een vergroting

2012-2013: De 4e fase van de restauratie door Mense Ruiter is gestart. Voor meer informatie zie de PDF uit het kerkblad van de kerk.
Tijdens de restauratie plaatste Mense Ruiter een tijdelijk orgel. Voor een foto zie onderaan deze pagina.

Huidige Dispositie:
Hoofdwerk   Bovenwerk   Pedaal
Bourdon 16' Holpijp 8' C - a
Prestant 16' disc Holfluit 8'  
Prestant 8' Viola da Gamba 8'  
Holpijp 8' Nachthoorn 4'  
Salicionaal 8' Fluit 4'  
Octaaf 4' Fluit 2'  
Fluit 4' Dulciaan 8'  
Octaaf 2'      
Mixtuur III-IV      
Trompet 8'       

Samenstelling van de mixtuur:
C: 2, 1 1/3, 1
c': 2, 1 1/3, 1, 2/3
c'': 2, 1 1/3, 1, 1
g'': 2, 1 1/3, 1 1/3, 1
c''': 4, 2 2/3, 2, 1 1/3

Herkomst pijpwerk (02)
Dit orgel geldt als het eerste instrument van Petrus van Oeckelen. Onderzoek van het pijpwerk in 1984 gaf echter aan dat Van Oeckelen bij de bouw van dit orgel gebruik heeft gemaakt van een grote hoeveelheid bestaand pijpwerk van de hand van H.H. Freytag. Dit materiaal is te vinden in de volgende registers van het HW: Bourdon 16’, Prestant 8’, Holpijp 8’, Octaaf 4’, Quint 3’, Octaaf 2’ en de bas van de Mixtuur. Het overige pijpwerk van het HW dateert grotendeels uit 1855 en 1897 (frontpijpen).
Voor het BW maakte Van Oeckelen in 1855 voor een deel gebruik van overtollig materiaal van het HW. Dit pijpwerk bleef bewaard in de volgende registers: Viola di Gamba 8’, Fluit 4’ en Fluit 2’. Het overige pijpwerk dateert geheel uit 1855, met uitzondering van de Holpijp 8’. Dit laatste register werd in 1992 gereconstrueerd en is van C-H gecombineerd met de Holfluit 8’.
Uiterst opmerkelijk is de samenstelling van de Mixtuur. De nog bewaard gebleven originele boringen lieten bij de reconstructie van 1989 geen andere samenstelling toe.


Meppeler Courant 2013-05-17

Opnamen:
CD/LP Organist Componist  
CD VLC1092  Dick Sanderman W.G. Hauff Allegro
    J.G.Werner Allegro
    H.P. Steenhuis Verjaardagsmars

Bronvermelding:

  1. Kerkelijke courant 1897 nr. 19 8 mei.
  2. Boek: Het historische orgel in Nederland 1819-1840 blz. 43-46
  3. Boek: Lex Gunnink Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oeckelen
  4. Tijdschrift: de Mixtuur 82 april 1996 Kroniek Zie PDF
  5. Tijdschrift: Het orgel 1985/03 Orgelbouwnieuws Zie PDF
  6. Tijdschrift: Het orgel 1995/11 Ruiter Mense recent werk Zie PDF door Peter Westerbrink
  7. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Havelte,_Uffelterkerkweg_1_-_Clemens
  8. Drents Archief: 0359 Nederlands Hervormde Gemeente Havelte 348 Geschiedenis van het orgel, door organist G. van Werven, met bijgaande fotokopieën van brieven betreffende de restauratie; 1974, 1853, 1854, 1936-1942.
    Vermoedelijk is de tekst in de jaren '70 van de 20e eeuw geschreven.
  9. Drents Archief: 0359 Nederlands Hervormde Gemeente Havelte 341 Stukken betreffende onderhoud en restauratie van het orgel; 1931-1943, 1958-1997
  10. Boek: Jaap Brouwer: Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur
  11. Drents Archief: 0359 Nederlands Hervormde Gemeente Havelte 349 Kort levensverhaal van Petrus van Oeckelen, de bouwer van het kerkorgel, door kerkvoogd W. Hoek; met bijgaande afbeelding van het orgel; 1993. Deze tekst is niet geschreven door kerkvoogd Hoek, maar door J. Kraal uit Ruinerwold.


Foto Dick Sanderman (situatie 1992)
 


Foto Janco Schout (Situatie 1992) Foto rechts Geert Jan Pottjewijd 2021 (Klik op de afbeelding voor een vergroting
 



Foto: Geert Jan Pottjewijd (2017) Klik op de foto voor een vergroting

Foto van het noodorgel tijdens de restauratie van 2013/2014

Foto Geert Jan Pottjewijd