Hollandscheveld, Gereformeerde Kerk

In 1908 bouwt orgelmaker A.S.J. Dekker uit Goes een nieuw orgel met mechanische kegelladen. Bij de bouw van een nieuwe kerk in 1952 wordt het orgel ongewijzigd overgeplaatst. Plannen voor uitbreiding en een pneumatische tractuur worden wegens geldgebrek uitgesteld. In 1957 wordt het orgel door orgelmaker Kamp ingrijpend verbouwd onder advies van de Orgelcommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging. Het instrument krijgt een pneumatische tractuur, een nieuw front met zinken pijpen en een nieuwe speeltafel. Een deel van het oude pijpwerk wordt hergebruikt. In 1976 plaatst orgelmaker Vierdag uit Enschede een nieuw orgel. Bij de bouw wordt rekening gehouden met de toekomstige plaatsing van een tweede manuaal, wat echter nooit is gerealiseerd.

Opnamen 17 november 2021 Geert Jan Pottjewijd
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Plenum + Holpijp 8'
 - Johann Caspar Simon (1701-1776): Fuga in F Registratie: Prestant 8,  Octaaf 4'

1870

De Gereformeerde kerk werd gesticht op 6 februari 1870.

Circa 1908
Orgelmaker A.S.J. Dekker uit Goes plaatst een orgel met mechanische kegelladen.
Het is onduidelijk of dit een nieuw orgel is en en door Dekker geplaatst of een gebruikt orgel van Proper? dat is geplaatst door Dekker. (01) (04)

Dispositie:

Bourdon 16'
Prestant 8'
Viola 8'
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Octaaf 2'
Cornet IV
Gereserveerd   

1933
Op 28 juli schrijft Mense Ruiter dat het orgel onbespeelbaar is geworden. De blaasbalg is lek; er zijn gesprongen panelen; de ventielen sluiten niet goed; de windlade is lek; de tractuur is in een slechte toestand. De blaasbalg is inmiddels weer dicht gemaakt. De windlade kan weer worden hersteld. De mechaniek is echter dusdanig slecht dat hij vervangen moet worden. Herstel van de mechaniek levert alleen tijdelijk resultaat op. Het pijpwerk is over het algemeen van goede kwaliteit. Enkele gebruikte registers uitgezonderd.
Er worden 3 werkplannen uitgewerkt.
Volledig werkplan: compleet herstel van de windlade; herstel van het pijpwerk en een herintonatie; nieuwe tractuur en klaviatuur; vervanging van alle membranen; de registratiemechaniek wordt ook pneumatisch; een nieuw hoofdwindkanaal en herstel van de orgelkas. De kosten bedragen: f 600,- tot 650,-
Werkplan nr. 2: handhaving van de huidige registermechaniek. Dit geeft een besparing van f 90,-
Werkplan nr. 3: de mechaniek niet vervangen maar verbeteren. Dit levert een besparing op van f 250,-
Ruiter adviseert om plan 3 niet uit te voeren. Dit zorgt alleen voor een tijdelijke verbetering. Op dit plan kan geen garantie worden gegeven.
In een kladnotitie met schetsen van de mechaniek en de windlade van Ruiter wordt dezelfde dispositie genoemd als hierboven. (06)

1934
Op 5 januari wordt aan Ruiter gevraagd een nota te sturen voor de uitgevoerde werkzaamheden. Vanwege de financiën heeft de kerkenraad nog geen beslissing genomen omtrent het voorstel van Ruiter.
Op 12 maart schrijft Ruiter dat de kosten van de blaasbalgreparatie f 35,- zijn. Kan dit bedrag worden overgeboekt naar de postrekening van Ruiter? (06)

1952
Op 14 mei komt een adviseur langs van de orgelcommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV). De komst wordt dezelfde dag gemeld via een telegram. De dispositie wordt genoteerd en er wordt genoteerd dat het orgel stamt van 14 september 1908. Het heeft mechanische kegelladen. 'Lade ziet er uitstekend uit'. Er wordt wel houtworm geconstateerd. Dunwandig pijpwerk van lood en zink. Op 12 juni schrijft Joh. M. Vetter van de GOV dat hij een tekening van de kerk zou ontvangen. Deze is nog niet aangekomen.
Op 5 juli stuurt architect een tekening van de nieuwbouw van de kerk.
Er is een notitie bewaard waarin op grond van het aantal zitplaatsen en de afmetingen van de kerk wordt berekend hoeveel stemmen een orgel zou moeten hebben.
Op 23 september stuurt de GOV haar adviesrapport. De kosten van restauratie worden geschat op f 6.500,-. Dit is exclusief het herstel van het pijpwerk. Dat is op dit moment niet te taxeren.
Het metalen pijpwerk is vrij dun. Er is wat klein zinken pijpwerk. Er is pijpwerk aanwezig met een hoog loodgehalte. De windlade is goed. De mechaniek is uitgesleten. In het klavierraam is spinthout verwerkt. In de orgelkas is houtworm geconstateerd. Voor de nieuwe kerk is een orgel nodig van 11 stemmen.
Bij de verplaatsing naar de nieuwe kerk dient een Mixtuur III-V en een Bourdon 16' op het pedaal te worden toegevoegd. De mechanische tractuur moet worden vervangen door een pneumatische tractuur met mechanische relais. Het orgel moet aan de voorzijde van de galerij worden geplaatst.
Op 15 oktober schrijft de GOV dat ze nog geen antwoord hebben ontvangen op het orgeladvies.
Op 2 december schrijft J.C. Exel, hoofd van de christelijke lagere tuinbouwschool, dat de kosten voor de nieuwe kerk hoger zijn uitgevallen dan gedacht. Het oude orgel is ongewijzigd overgeplaatst. (07)

Ongedateerde tekening van de akoestiek van de nieuwe kerk  (07)

1956
In maart 1956 schrijft J.C. Exel dat het orgel in 1952 ongewijzigd is overgeplaatst door 'een plaatselijk kracht'. Het orgel is nu in onderhoud bij de orgelmaker Kamp uit Zwolle. Deze heeft geconstateerd dat er veel mankementen zijn. Kan de GOV weer advies geven?
Op 24 maart schrijft de GOV dat dhr. Vetter binnenkort contact zal opnemen.
Op 8 mei schrijft orgelmaker Kamp aan Vetter dat hij aanstaande zaterdag in Den Haag moet zijn. Is dat een gelegenheid om elkaar te spreken?
In een ongedateerd plan van de GOV wordt gesteld dat de beste oplossing een nieuw orgel is. Kosten f 16.000,-. Het alternatief is om het bestaande orgel te verbeteren:
- Plaatsing van een nieuwe windmachine
- De windlade kan na een renovatie worden gehandhaafd.
- De registermechaniek dient vervangen te worden.
- De Holpijp en de Viola kunnen worden hergebruikt. Verder kan gebruikt pijpwerk worden toegepast. De Octaaf 4', Sesquialter en Mixtuur zijn volledig nieuw.
- Er zal een nieuw front gemaakt moeten worden.
De kosten worden geschat op f 5.650,-
Op 4 juni schrijft de GOV dat de offerte met Kamp is besproken en vergeleken met het rapport uit 1952. Als het orgel wordt gerestaureerd met handhaving van de oude tractuur zijn de kosten f 5.650,-. Indien een pedaal wordt toegevoegd dan worden de kosten f 8.200,-. Indien de tractuur wordt vervangen door een pneumatische dan zijn de kosten f 9.600,- en resp. f 12.150,-. De GOV adviseert voor de laatste optie. Het toevoegen van een pedaal kan bij 'de organist de lust opwekken om pedaalles te nemen'.
Op 8 oktober schrijft J.C. Exel aan de GOV dat in overleg met Kamp de betalingsregeling is gewijzigd. De eerste stappen voor de restauratie zijn gezet.
Op 22 oktober stuurt Kamp een tekening van het nieuwe front aan Vetter. Het nieuwe front wordt 1 meter breder. De pijpen in het midden zijn van de nieuwe Prestant 8'. De pijpen van de zijvelden zijn deels van de de Octaaf 4' en deels oude pijpen.
Op 5 november stuurt Kamp een overzicht van de mensuren naar Vetter.
Op 19 november vraagt Kamp aan Vetter hoe het er voor staat met de mensuuropgaven. De Quint zou te wijd zijn. De mensuren zouden kunnen worden gewijzigd door het opschuiven van pijpwerk. Graag spoed omdat het werk anders niet op tijd af is.
Op 29 november schrijft de GOV aan de kerkenraad dat het nieuwe front 380 cm breed wordt. Het oude front is 275 cm. Aan weerszijden van de orgelkas worden 10 niet-sprekende pijpen toegevoegd. De GOV is daar geen voorstander van omdat dit geen juiste indruk geeft van de grootte van het orgel. De grootste hoogte van het orgel is 310 cm boven de borstwering. De pijpen van het middenveld zijn niet symmetrisch. De GOV vraagt aan de orgelmaker het ontwerp te wijzigen. Wat is de beslissing van de kerkenraad?
Op 29 november stuurt de GOV op basis van de ontvangen mensuren, waarmee ze niet tevreden zijn, een nieuwe mensurentabel naar Kamp.
Op 6 december dankt Kamp voor de mensuuropgaven. Het komt hierdoor wat duurder uit, maar Kamp zal volgens de ontvangen mensuren gaan werken. Kamp wil de zijvelden behouden. De symmetrie wordt beter als er enkele pijpen wat langer worden gemaakt.
Het contract dateert van 26 oktober voor een bedrag van f 9.600,-. Het bedrag wordt betaald in drie termijnen. (07)

1957
Op 28 februari schrijft Kamp dat ze de volgende week alle orgelonderdelen weer naar de kerk brengen en beginnen met de opbouw.
Op 25 maart meldt Kamp aan de GOV dat de werkzaamheden goed vorderen. Ze verwachten de volgende week klaar te zijn. Een datum van ingebruikname moet nog worden bepaald.
Op 15 april constateren Joh. M. Vetter en A. van der Zee in hun eindrapport dat het orgel conform contract is opgeleverd. De eindkeuring vond plaats op 12 april. Er is meer van het bestaande pijpwerk vervangen dan overeengekomen. Zie Organist en eredienst 1957-08 Het bericht in het tijdschrift is letterlijk overgenomen van een brief van de orgeladviescommissie van de GOV.
Op 15 juni speelt de GOV een vraag van de kerk door aan Kamp of de windmachine genoeg capaciteit heeft om later een zelfstandig pedaal toe te voegen.
Op 26 april dankt Kamp voor het eindrapport. Kamp schat in dat de Meidinger-windmachine van het type DFO 1201 genoeg capaciteit heeft.
Op 7 mei stuurt de GOV een rekening voor een volledig advies van 5% van de restauratiekosten van f 9.600,- = f 480,- en f 2,- aan zegelkosten.
Op 14 juni geeft de GOV het antwoord van Kamp door aan de orgelcommissie. De windmotor heeft een capaciteit voor 11 stemmen. (07)

Dispositie: Prestant 8', Holpijp 8', Viola 8', Octaaf 4', Fluit 4', Octaaf 2', Quint 2 2/3', Sesquialter II, Mixtuur III-IV.


Foto (03) na de bouw van de nieuwe kerk in 1952 en de ombouw in 1957 door Kamp

1973
Op 13 augustus stuurt de GOV, na een telefonische aanvraag, de voorwaarden toe voor het uitbrengen van een advies.
Op 21 augustus schrijft de GOV aan de CvB dat J.C. Hanegraaff en A. de Ru contact zullen opnemen voor het uitbrengen van een advies.
Op 2 oktober schrijft de GOV in haar advies dat het orgel op 14 september is bezocht. Ondanks het advies van de GOV uit 1952 is het orgel toch tegen de achterkant van het balkon geplaatst en niet aan de voorkant. Het orgel is zo ingericht dat een Subbas 16' kan worden bijhgeplaatst. De prima windmotor heeft te weinig capaciteit. De windlade, speeltafel en tractuur zijn van de gelijke makelij. Om de windvoorziening te verbeteren dient een nieuwe windmotor te worden geplaatst en de oude grote magazijnbalg te vervangen door een regulateur. Ook dient de bovenzijde van het orgel dicht te worden gemaakt. Op langere termijn zou er een nieuw mechanisch tweeklaviers-orgel met zelfstandig pedaal en 10-11 stemmen aangeschaft moeten worden. De kosten van een nieuw instrument zullen 55-60 duizend gulden bedragen. Als leveranciers worden genoemd Vierdag en Pels & Van Leeuwen die de boedel van orgelmaker Kamp heeft overgenomen toen deze failliet werd verklaard. (07)

1974
Op 1 april brengt de kosten van f 254,- voor het advies in rekening.  (07)

1976
Orgelmaker Vierdag uit Enschede plaatst een nieuw orgel. Bij de bouw wordt rekening gehouden met de plaatsing van een tweede manuaal. Dit is echter nooit gerealiseerd. (zie foto van de speeltafel)


Foto (03)

Dispositie:
Hoofdwerk   Pedaal  
Prestant 8' Subbas 16'
Holpijp 8'    
Viola 8'    
Octaaf 4'    
Fluit 4'    
Kwint 2 2/3'    
Octaaf 2'    
Sesquialter II    
Mixtuur      



Foto's: Geert Jan Pottjewijd (2021)



Foto: Geert Jan Pottjewijd (2021)

Bronvermelding:

  1. Boek: "Herziene en uitgebreide werklijst Properorgels" door R. Walsma
  2. www: werklijst Vierdag https://vierdag.net/ (16-12-2024)
  3. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Hollandscheveld,_Jan_Wintersdijkje_33_-_Gereformeerde_Kerk (16-12-2024)
  4. www: Orgeldatabase Piet Bron
  5. Boek: G.J. Kok Vaak was het ploegen op rotsen blz. 204
  6. Mense Ruiter oude archief
  7. VU-Archief: 669 Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) - Orgelbouwadviescommissie 1-780 Doos 50 326. Hollandscheveld, Gereformeerde Kerk, 1952, 1956-1957, 1973

 

Gegevens volgens  "Herziene en uitgebreide werklijst Properorgels" door R. Walsma april 2011
1908 - Hollandscheveld, Gereformeerde kerk
• Oorspr. disp. onbekend, maar waarschijnlijk: P.8, B.16, H.8, Viola 8, FI.4, 0.4, 0.2, C.3 of 4 (d). Meen. kegellade. Afgegeven garantie door Proper: april 1908.
• 1952: Nieuw kerkgebouw. Het Properorgel (opgeslagen op de zolder van de pastorie) wordt op een galerij geplaatst door de fa. Kamp. Vanwege hoogtegebrek wordt de kas van boven voor een deel afgebroken en daardoor geheel open.
• 1956: Contract 26 okt. 1956 fa. Kamp voor een totale ombouw van het orgel.
• Eindkeuring op 12 april 1957.
Mech. kegellade > pneum. kegellade.
Gehele tractuur en registratuur > pneumatisch.
Nieuwe speeltafel. Magazijnbalg Proper gehandhaafd.
Nieuw front geplaatst met zinken pijpen. Kas Proper gehandhaafd.
Pijpwerk volledig vervangen op Holpijp en (deels) Viola na. Gebruikmaking van gedeeltelijk nieuwe pijpen en gedeeltelijk elders gebruikt pijpwerk. Kosten ƒ 9.600,-.
Disp. toen: P.8, H.8, Viola 8, FI.4, O.4, Q. 22A, 0.2, Mix 4 st., Sesq. 2 st. (d). B. 16 en Cornet verdwenen.
• 1974: Contract 25 nov. 1974 fa. Vierdag.
Het orgel krijgt mech. sleepladen en een nieuwe tractuur.
Klaviatuur naar middenvoor.
Nieuwe balg voor hoofdwerk en pedaal. Pedaal krijgt voor het eerst een Subbas 16 (eikenhout).
Frontzijde kas en ramen zij- en achterkas geheel nieuw. Deuren van Proper gehandhaafd.
Registerbestand blijft gehandhaafd, uitgezonderd P.8 (nieuw), Viola 8 (deels) en 0.4 (deels). Herintonatie.
De uiteindelijke kosten bedroegen ƒ 80.879,—. Ingebr.name: 1977.
 




Links de oude kerk (05) en rechts de nieuwe kerk uit 1952


Ansichtkaarten