Hoogeveen, Christelijk Lyceum

Geschiedenis van het Lyceum
1919: De statuten voor de vereniging achter de Christelijke HBS worden vastgesteld.
1921: Opening van de HBS.
1947: Toevoeging van een gymnasium zodat het Christelijk Lyceum ontstaat.
1960: De HBS en het gymnasium krijgen de naam Menso Alting Lyceum.
1968: Na de invoering van de Mammoetwet wordt de naam: Menso Alting College. (02)


Omschrijving uit de beeldbank: Menso Alting College, de mozaïek op de muur is van 1961. Titel: De slapende Jacob en diens visioen. Ontwerp Berend Hendriks en uitvoering Ren Karrer. Hij hakte daarvoor de figuren uit in de rode bakstenen muur, waarna hij de lijnen opvulde met lichte en donkere steentjes. Het ontwerp was deels van Berend Hendriks.

1960
Op 12 augustus stuurt de Nederlandse Klokken- en orgelraad een voorstel voor de bouw van een orgel.
Het voorstel is gebaseerd op een gesprek dat op 8 juli plaats vond. De akoestiek van de zaal is ingesteld op gesproken woord. Op het balkon is voldoende plaats voor een orgel. Voor het orgel is een bedrag van f 35.000,- nodig. Tijdens het gesprek bleek dat dit bedrag vermoedelijk niet beschikbaar is. Men voelt niet voor het plaatsen van een vleugel. Het aanschaffen van een 'electronenorgel' wordt afgeraden vanwege het nog experimentele karakter en de korte levensduur. Een alternatief zou zijn de aanschaf van een positief. De aanschafprijs zal dan tussen de f 15.000,- en f 20.000,- bedragen. Als orgelmakers worden genoemd G.A/C. de Graaf en Verschueren.
Voorgestelde dispositie van de balkonvariant en het positief:
Dispositie voor een kerkorgel
Hoofdwerk: Praestant 8′, Holquintadeen 8′, Spitsoctaaf 4′, Kegelpijp 4′, Octaafwerk 3-sterk 2′, Cantus firmus 3-sterk disc., Trompetmusette 8′ (horizontaal onder het front aan te brengen).
Rugwerk: Roerfluit 8′, Praestant 4′, Vlakfluit 2′, Nasard 1⅓′, Scherp 4-sterk 1′.
Pedaal: Subbas 16′, Baarpijp 8′, Gedekte Trompet 16′.
Koppels:3 koppels.
Maten: Hoogte hoofdorgel 370 cm, breedte 200 cm, diepte 140 cm. Rugwerk: hoogte 200 cm, breedte 160 cm, diepte 85 cm.

Dispositie positief
Manuaal: Praestant 8′ (geheel in front; het groot octaaf gecombineerd met Roerfluit), Roerfluit 8′, Spitsoctaaf 4′, Kegelpijp 4′, Vlakfluit 2′, Nasard 1⅓′, Scherp 3-sterk 1⅓′, Cantus firmus 4-sterk disc.
Pedaal: Zoembas 16′ (koper; C tot B gecombineerd met het groot octaaf van de Roerfluit).
Maten: Hoogte 370 cm, breedte 200 cm, diepte 100 cm.
Omvang:
Manualen C–g³; pedaal C–f¹.

Technische gegevens:
Sleepladen. Mechanische tractuur. Elektrische ventilator, in de onderkast van het orgel aangebracht.

1961
Op 30 maart schrijft de Nederlands Klokken- en orgelraad dat ze sinds het voorstel van 12 augustus niets meer hebben gehoord.
Op 15 mei wordt nog eens gevraagd om een reactie.
Op 30 mei reageert notaris Kuijper dat er is besloten geen orgel aan te schaffen. Er is toch besloten een vleugel aan te schaffen. Kan Bouman een nota sturen voor zijn advies?
Op 2 juni stuurt Bouman een nota van f 172,99. Wordt er toch besloten een orgel te bouwen met Bouman als adviseur kan er f 155,- van de rekening worden afgetrokken.

Bronvermelding:

  1. Utrecht, Universiteitsbibliotheek bijzondere collecties mr. Arie Bouman, Archiefmap Hoogeveen Chistelijk Lyceum B113
  2. www: https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken/archief/2.14.43/invnr/370
  3. www: https://www.beeldbankhoogeveen.nl/cgi-bin/beeldbank.pl?ident=01725 (24-09-2026)