Kolderveen Hervormde kerk
In 1868 plaatst Petrus
van Oeckelen een eenklaviers orgel. In 1939 voert orgelmaker Ruif uit
Dedemsvaart groot onderhoud uit, met Kardinus Luijten als adviseur namens de
Vereniging van Kerkvoogdijen in Drenthe. In de periode 1956-1958 probeert de
orgelreparateur Beekamp uit Hoogeveen het orgel om te bouwen tot een pneumatisch
orgel met zwelkast. Deze ombouw mislukt volledig en de Hervormde
Orgelbouwcommissie wordt ingeschakeld. De werkzaamheden van Beekamp worden
gestopt en de kerkvoogdij ziet af van een schadevergoeding als Beekamp de al
betaalde bedragen terugbetaalt. Op advies van de HOC volgt er een herstel door
orgelmaker Vierdag. Het mechaniek en de windlade moeten worden vervangen en de
Trompet maakt plaats voor een Mixtuur. In 1980 volgt er een restauratie door
Vierdag. In 2013-2014 wordt het orgel gerestaureerd door orgelmaker Steendam.
Hij gebruikt daarbij een oude windlade van Van Oeckelen en herstelt zoveel
mogelijk de oorspronkelijke situatie met toevoeging van een Cornetmixtuur.
Informatie over de kerk
Opnamen 17 augustus 2021 Geert Jan Pottjewijd
- J.S. Bach (1685-1750):
Fuga in G BWV 576 Registratie:
Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4', Octaaf 2', Trompet 8'
-
Théophil Stern (1803-1886: Andantino
Registratie: Viola da Gamba 8' met afwisselend + Holpijp 8'
- Louis
Spohr (1784-1859) Allegro
Moderato Registratie: Bourdon 16', Prestant 8', Octaaf 4',
Octaaf 2'
- William Boyce (1710-1779):
Voluntary in d Registratie:
Prestant 8'en bij de fuga + Octaaf 4'
- Jos. van Rooij (organist te 's
Hertogenbosch): Elevation uit de
bundel Tweede Nederlandsch Orgelalbum (Henri Mosmans)


1951/1952
Er zijn problemen met het orgel in het lokaal. In de begroting voor 1952 wordt een bedrag
opgenomen van f 150,- om het orgel te vervangen. Het oude orgel wordt ingeruild voor een
nieuw instrument van Ansingh uit Zwolle.
Zie hiervoor de kerkenraadsnotulen van 4 sept 1951,
7 december 1951,
5 december 1952 en
22 december 1952. (09)
Op 23 december stuurt
muziekhandel Ansingh uit Zwolle het
garantiebewijs voor het door hen geleverde Petrof-harmonium. (13)
1956
Orgelreparateur Beekamp uit Hoogeveen probeert het orgel
van een pneumatische tractuur te voorzien en een aantal vaste combinaties en een zwelkast
in te bouwen. Het pedaalklavier en de orgelbank worden
vervangen. De werkzaamheden mislukken. Het orgel raakte zwaar
beschadigd. De sporen van de vaste combinaties onder de klaviatuur zijn bij de speeltafel tot op
heden nog steeds zichtbaar. (03)
In
de kerkenraadsnotulen is de gang van zaken goed te volgen.
31 januari: Het begint met een
vraag van organiste Mientje Beugeling omtrent de verlichting bij het orgel.
Men probeert dat te gaan verbeteren.
4 april: Een brief van de organiste
omtrent verlichting en verwarming en een verzoek haar honorarium met F 25,-
te verhogen. Men gaat naar het orgel kijken, maar besluit het honorarium niet te
verhogen.
23 juli: De vragen
komen opnieuw aan de orde. Besloten wordt Beekamp uit Hoogeveen naar het orgel te
laten kijken. De honorariumvraag wordt uitgesteld tot het najaar.
2 augustus: Er wordt besloten
Beekamp een offerte te laten maken voor de nodige reparaties aan het orgel.
6 september: Beekamp begroot de
reparatiekosten voor het orgel op f 1800,-. Besloten wordt een definitief
besluit te nemen in een latere vergadering.
19 september: De offerte van Beekamp
wordt doorgenomen. Hij krijgt de opdracht, omdat het orgel
lastig te stemmen is en de onderhoudskosten anders te hoog zouden blijven. (03)
1957
In een bericht uit de Meppeler Courant
(24-08-1957)
worden de plannen van Beekamp weergegeven:
- Uitbreiding met een tweede manuaal in
een zwelkast
- Mechanische tractuur vervangen door een pneumatische
tractuur
-
De dispositie die in onderstaand artikel wordt genoemd is waarschijnlijk een
vrije interpretatie van de schrijver van het artikel op basis van wat hij
gehoord heeft! Er staan bv. 2 prestanten 8' en 2x een bourdon 16 in genoemd.
-
De geschatte kosten voor deze zeer rigoureuze ombouw zijn uiterst laag ingeschat.
(03)
4 december Er wordt besloten een
lijstcollecte te organiseren met een streefbedrag van F 2.000,=.
1958:
De net opgerichte
accordeonvereniging vraagt op 3
februari om oefenruimte in het lokaal. De eerste dirigent is dhr. Beekamp.
In
de kerkvoogdijvergadering van 19 mei
wordt gesteld dat de
reparaties van het orgel te lang duren en men betwijfelt of Beekamp wel
capabel is.
Op 25 september
vraagt de
kerkvoogdij aan de Hervormde Orgelcommissie (HOC) om hulp. Beekamp is al 2
jaar bezig. Deze week is orgelmaker Vierdag langs geweest
en heeft geconcludeerd dat Beekamp met het werk moet stoppen, omdat het
orgel anders volkomen wordt bedorven. Hij raadt aan om contact op te
nemen met de HOC.
Op 7 oktober
beantwoordt de HOC de brief van 25 september. De HOC levert graag
ondersteuning. Een deskundige zal langskomen voor een onderzoek. De kosten zijn f 45,-
Op
27 november wil de kerkvoogdij
graag een gesprek met de HOC. Binnenkort wordt het orgel in Wanneperveen in
gebruik genomen en medewerkers van de HOC zijn dan waarschijnlijk in de buurt.
Men wil graag een oplossing voor deze pijnlijke situatie.
In de
kerkvoogdijvergadering van 30
december wordt besproken dat de
orgelmaker, die in Wanneperveen aan het werk is, de situatie in Kolderveen
heeft bekeken en tot de conclusie komt dat het niet goed gaat. Op grond daarvan neemt men weer
contact op met de HOC. De HOC komt na een gesprek met
Beekamp tot de conclusie dat Beekamp zijn werkzaamheden moet beëindigen. De
kerkvoogdij ziet af van een schadevergoeding als Beekamp het geld dat hij al heeft ontvangen
weer terugbetaalt. Men gaat nu verder met de HOC. (11) (03)
(18)
1959
Op
20 januari stuurt de kerkvoogdij
een brief naar Beekamp als antwoord op een brief van Beekamp van 22 december
1958 op basis van een conceptbrief
van de HOC.. De kerkvoogdij gaat akkoord met het voorstel van Beekamp om de
aanneemsom terug te betalen. Alle onderdelen van het orgel moeten terug naar
Kolderveen. De transportkosten zijn voor rekening van Beekamp. Als alles terug
is in Kolderveen kan Beekamp zijn eigen onderdelen weer meenemen. Hierbij is ook
de windlade van Beekamp begrepen.
In de kerkvoogdijvergadering van 21
januari wordt een brief van Beekamp besproken dat hij f 1800,- zal terugbetalen.
In de kerkvoogdijvergadering van
28 februari komt aan de orde dat
het geld van Beekamp
nog niet binnen is. Er wordt besloten niet te wachten op het geld om maatregelen
te nemen.
Op 30 april stuurt
de HOC een offerte van de
orgelmaker Vierdag van 22 april door naar de kerkvoogdij. Voor f 5650,- kan het
orgel worden gerestaureerd. De
Trompet was volgens
de offerte al verdwenen. In het document van Ruif wordt hij nog wel genoemd,
maar gekenschetst als zeer slecht.
De volgende werkzaamheden zullen worden
uitgevoerd:
-Herstel van de
windvoorziening
-Restauratie van manuaal- en pedaalklavier
-Nieuwe windlade en
deels nieuwe mechanieken
-Het pijpwerk restaureren en deels aanvullen uit eigen voorraad
-Mogelijkheid
tot het plaatsen van een
nieuwe mixtuur op de plaats van de verdwenen Trompet
-Herintonatie.
Op 4 mei schrijft de kerkvoogdij
aan de HOC dat ze akkoord gaan met de offerte van Vierdag en dat ze de HOC
machtigen om de opdracht te verstrekken.
Op
20 mei schrijft de HOC aan
Vierdag dat de kerkvoogdij van Kolderveen de HOC heeft gemachtigd om de geoffreerde
werkzaamheden te laten uitvoeren.
In de kerkvoogdijvergadering van 3
juni wordt de
offerte van Vierdag besproken. De herstelkosten bedragen f 5650,-. Men heeft
besloten
de werkzaamheden te laten uitvoeren. Daar komen nog de kosten van de HOC bij.
Op 21 juli brengt de HOC
advieskosten in rekening.
02-09-1959 Vierdag stelt voor, na overleg met de HOC,
om op de plek van de Trompet 8', die altijd slecht te stemmen was een
Mixtuur te plaatsen. Besloten wordt te bellen met adviseur Renee (GJP: bedoeld
wordt Lambert Erné). De extra kosten bedragen f 850,-.
21-11-1959 Offerte van Vierdag
voor het leveren van een nieuwe Mixtuur 1 1/3' IV sterk.
30-12-1959 Samenvatting van een
jaar, waarin het orgel ook wordt genoemd. (12) (14))
(18)
1960
Op 2 januari schrijft organiste
M. Beugeling van Kolderveen een brief aan Lambert Erné. Het orgel is vanaf 22
december 1959 weer bespeelbaar gemaakt door Vierdag. Er mankeert echter nog wel
het een en ander aan:
- Kan de lijst om de voeten neer te zetten wat
breder worden gemaakt?
- De stemming behoeft nog verbetering
-
Het volume zakt weg als alle registers worden gebruikt
- Het orgel
klinkt minder krachtig dan vroeger
- De Trompet 8', die er niet meer
is, werd vroeger nooit gebruikt omdat de organiste deze niet kon stemmen
-
Toetsen liggen nog ongelijk
- Ze mist de deling bas/discant van de
Bourdon 16'. Het antwoord van Vierdag luidt dat dit niet langer gebruikelijk is. Kan
dit worden hersteld?
- De registertrekker van de Octaaf 4' zit bij het
uitrekken verder naar voren dan de andere registers
- De blaasbalg
bonst als hij aan staat zonder te spelen.
- Het orgel zou weer moeten
worden als vroeger
Op 30 januari
stuurt Vierdag de rekening van f 5.650,- voor de restauratie van het orgel.
Daarnaast brengt Vierdag f 850,- in rekening voor de Mixtuur die op de plaats
van de verdwenen Trompet is geplaatst. Een bedrag van f 3.766,- is al betaald.
In de kerkvoogdijvergadering van 22
maart komt de restauratie van het orgel weer aan bod.
De verwoording van de stand van zaken in deze vergadering
is nogal onduidelijk. Tot nu toe is al f 4.000,- aan Vierdag betaald. f 1.800,- zou nog tegoed
zijn van Beekamp. Het orgel is nog niet gekeurd.
Op 29 september
verschijnt het keuringsrapport van de HOC. De windlade en mechaniek zijn
nieuw gemaakt. De
intonatie is zeer bevredigend. Van het orgel resteerden na de werkzaamheden van
Beekamp alleen nog de orgelkas, pijpwerk, blaasbalg en het klavier. De Gamba zou eigenlijk
vervangen moeten worden vanwege de ingrepen van Beekamp. Als Vierdag beslag kan
leggen op een oude Gamba, dan zal deze over enkele maanden gratis geplaatst
worden. Er wordt gewezen op de mogelijke schade door de hoge vochtigheid in de
kerk. Geadviseerd wordt om de laatste termijn aan Vierdag te betalen.
Op
4 oktober stuurt de HOC een
rekening voor de tweede termijn van de advieskosten.
Op
26 oktober schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat de organiste van de kerk nog opmerkingen heeft bij de werkzaamheden
van Vierdag. Graag zouden ze van de HOC antwoord willen hebben op haar vragen.
Op 4 november antwoordt de HOC
dat ze het een en ander zullen onderzoeken. (11) (18)
Tekst website Orgelmakerij
Steendam: 'Vierdag verving de mechaniek van het manuaal en van de registers.
Waarschijnlijk gebruikte hij grote delen van de windlade van Van Oeckelen.
Vierdag bouwde de slepen om naar een verend systeem met telescoophulzen. Ook
heeft Vierdag een nieuw (gebruikt?) klavier geplaatst, uitgevoerd als
balansklavier. Vierdag verwijderde de Trompet 8' en plaatste hiervoor in de
plaats een Mixtuur IV sterk (1 1/3'). De huidige Gamba 8' is niet van Van
Oeckelen, de herkomst is onbekend, maar waarschijnlijk betreft het hier Duits
fabriekspijpwerk uit de eerste helft van de 20ste eeuw.' (02)
Dispositie na de werkzaamheden van Vierdag:
| Manuaal | Pedaal | |
| Bourdon | 16' | C-f1 |
| Prestant | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Gamba | 8' | |
| Octaaf | 4' | |
| Fluit | 4' | |
| Octaaf | 2' | |
| Mixtuur | III |



Op 5 juli schrijft de
kerkvoogdij dat ze op basis van het rapport van de HOC van 30 november Vierdag
hebben gevraagd om een prijsopgave te doen. De prijsopgave is doorgestuurd naar
de HOC. Aart van Beek verklaart dat hij akkoord kan gaan met het voorstel. De
kerkvoogdij verstrekt daarop de opdracht aan Vierdag. Kan de HOC toezicht
houden op de werkzaamheden?
Op 8
juli schrijft de HOC dat ze akkoord zijn met het gunnen van de werkzaamheden
aan Vierdag. Aart van Beek zal de werkzaamheden begeleiden. (18)
1981
Op 6 maart schrijft de HOC een
keuringsrapport voor de door
Vierdag uitgevoerde werkzaamheden. 'Alle werkzaamheden zijn conform de offerte
dd 23 mei 1980 uitgevoerd. e.e.a. is met zorg geschied.' Het probleem met de
klimaatbeheersing is nog niet opgelost. Er wordt niet voldoende geventileerd.
Het advies van Vierdag om ventilatieruitje in de kerkramen te plaatsen is niet
opgevolgd. Aart van Beek noteert bij zijn bezoeken luchtvochtigheidpercentages van 85%, 80% en 68%.
Op 6 mei stuurt de HOC een
rekening voor het advieswerk.
Op 18 mei schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat ze de rekening hebben ontvangen voor het toezicht op
de restauratie door Vierdag. Bij de start van de werkzaamheden werd beloofd dat
de HOC alleen werkuren en reiskosten zou declareren. De rekening blijkt nu hoger
te zijn dan 5% van de aanneemsom. Op
18 juni volgt het antwoord van
de HOC. De HOC wijzigt het bedrag naar 5% van de aanneemsom. De kerkvoogdij kan
dus het laagste bedrag betalen. (18)
198x?
In het Drents Archief is een
document aanwezig waarin het
orgel door een onbekende auteur wordt beschreven.
1987
Op 10 december schrijft de HOC
een voorlopig rapport. Het orgel wordt nu gedateerd op 1880. Het rapport wordt
gemaakt naar aanleiding van klachten over de windvoorziening. De balg vertoont
geen lekkage. De vermoedelijke oorzaak zit in de dempkist van de windmotor. Deze
is zo dicht dat de motor moeite had om wind aan te zuigen. Dit is inmiddels door
de orgelmaker verholpen. Nu wordt gesteld dat de windlade geheel nieuw is
gemaakt door Vierdag. 'Doordat de windlade vervangen moest worden heeft men de
gelegenheid aangegrepen de dispositie van het instrument om te buigen in een
meer neo-barokke trant. Daarvoor moesten originele Van Oeckelen-registers wijken
om plaats te maken voor slecht bijpassend materiaal in moderne factuur.' De
Rijksadviseur voor orgels kan onderzoeken of het
mogelijk is het orgel op de monumentenlijst te plaatsen.
Op 10 december stuurt de HOC
een rekening voor het voorlopige
advies. (18)
1989
De fa. Kaat & Tijhuis maakt op 20 oktober een
offerte voor een
restauratie. Er wordt geen onderzoek gedaan naar de historie van het instrument.
Dit leidt tot foutieve aannames. De offerte bevat ook een voorstel tot ombouw
tot een tweeklaviers instrument met gebruikmaking van pijpwerk van Van Oeckelen
en van Witte. De voorgestelde werkzaamheden worden niet uitgevoerd. (18)
1990
Op 8 januari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het orgel volgens 'deskundigen'
een grote revisiebeurt nodig heeft. Door eerdere ondeskundige wijzigingen staat
het orgel niet meer op de monumentenlijst. De kerkvoogdij wenst dat het orgel in
zijn originele staat wordt hersteld, maar vreest dat dit de financiële
draagkracht van de gemeente te boven zal gaan. het plan was het orgel in stappen
terug te brengen naar de originele situatie. Het plaan van Kaat & Tijhusi gaat
echter een heel andere kant uit. Kan de HOC adviseren?
Van 10 maart dateert een
brief van K.E.
Smit uit Hoogezand over het van Oeckelen-orgel in Blijham. Beide orgels lijken
sterk op elkaar en zouden dus uit dezelfde tijd kunnen stammen. (03)
Lex Gunnink schrijft
in 1990 een doctoraalscriptie over de orgelmaker Petrus van Oeckelen. (05)
Over Kolderveen schrijft hij het volgende: 'Over het orgel van Kolderveen is bijzonder weinig bekend.
Het orgel staat nergens in de ons bekende negentiende-eeuwse bronnen vermeld,
ten gevolge waarvan ook het bouwjaar van het orgel onbekend is. Volgens een
plaatselijke brochure zou dit orgel omstreeks 1900 gebouwd zijn. Deze
datering is vermoedelijk onjuist. De kas van het orgel toont grote
verwantschap met die van Blijham; laatstgenoemd orgel stamt uit 1869. Het
orgel van Kolderveen hoeft niet uit dezelfde tijd als het instrument in
Blijham te stammen. Van Oeckelen werkte namelijk met vaste frontontwerpen,
waaruit de opdrachtgevers naar believen konden kiezen; het is dus mogelijk,
dat een bepaald orgeltype na een groot aantal jaren weer terugkeert. Toch
moet het orgel, gelet op de ornamentiek van de kas, welhaast van vroeger
datum zijn. De ornamentiek bezit nog de vaste elementen, die zo kenmerkend
zijn voor het werk van Petrus, zoals het rasterwerk onder het front en de
bekronende muziekinstrumentengroepen boven op het orgel. De klaviatuur,
hoewel gewijzigd, verraadt eveneens de hand van Petrus als bouwer met het
klassieke inlegwerk in de hakstukken en de grote zwarte registerknoppen,
waarbij de naam van het register niet op de knop zelf aangebracht is. Het
beeld is bij de orgels, die zijn zoons rond 1900 maakten, geheel einders.
Het
orgel is in de loop der tijd nogal aangetast. Een plaatselijke
amateur-orgelbouwer deed een poging een zwelkast aan te brengen en het kleine
eenklaviers-orgel uit te breiden met een aantal vaste combinaties (!) Toen dit
op niets uitliep kreeg de firma Vierdag opdracht tot herstel. De aanleg voor de
vaste combinaties en voor het zwelpedaal werden tenietgedaan. De sporen zijn
echter aan de speeltafel tot op heden zichtbaar. De firma Vierdag ging tijdens
de werkzaamheden failliet, waardoor het werk niet kon worden afgemaakt.
Daarom zijn de registernamen op dit moment aangebracht op strips afkomstig uit
een dymo-lettertang; Vierdag had nog geen naamplaatjes voor de registers
aangebracht en de originele plaatjes zijn spoorloos verdwenen.
De
oorspronkelijke dispositie van het orgel is waarschijnlijk als volgt geweest:
| Manuaal | |
| Bourdon | 16' |
| Prestant | 8' |
| Holpijp | 8' |
| Viola di Gamba | 8' |
| Octaaf | 4' |
| Fluit | 4' |
| Octaaf | 2' |
| Trompet | 8' |
Aangehangen Pedaal en 2 loze knoppen
Deze dispositie is ook
aangetast. De huidige Gamba bestaat uit zinken fabriekspijpwerk. De
oorspronkelijke Trompet is vervangen door een Mixtuur 3 sterk. De Bourdon is
tegenwoordig niet meer gehalveerd. In het orgel is verder een balansklavier
aangebracht in plaats van een staartklavier. Het originele pedaalklavier, dat
mogelijk de omvang C-a heeft gehad, is vervangen door een modern klavier met de
omvang C-f'.'
Op 20 april
refereert de de HOC aan een eerder uitgebracht rapport. De technische toestand
is sindsdien niet gewijzigd. Het orgel is in een relatief goede toestand en er
zijn geen grote gebreken te verwachten. De HOC adviseert niet op de offerte van
Kaat & Tijhuis in te gaan en het orgel goed te onderhouden. Een reconstructie
naar de oorspronkelijke situatie is echter goed mogelijk. Er zal dan een
adviseur moeten worden aangesteld en een restauratieplan gemaakt moeten worden.
Daarna kunnen er offertes worden aangevraagd.
Op 17 mei brengt de HOC de
kosten voor het voorlopig
rapport in rekening. (18)
1991
Op 2 februari schrijft J. Kuipers een
brief aan Jan Jongepier om de aandacht van hem op dit orgel
te vestigen.
1992
Van 26 maart dateert een
brief van Hans
Kriek. Hij heeft het orgel bezocht en vindt dat het orgel in fasen zou moeten
worden hersteld. Dat Jan Jongepier al een rapport heeft gemaakt is geen probleem.
Hij kan worden bedankt zonder verdere consequenties. Men moet niet te bang zijn
voor instanties. Hij wil graag adviseren en verwijst daarbij naar het orgel in
de Gereformeerde Kerk van Nijeveen.
Het orgel is in slechte staat. Zie Zwolse Courant
(11-07-1992).
Jan Jongepier brengt in augustus een
onderzoeksrapport uit
omtrent de toestand van het orgel.
Op 8 september stuurt J. Kuipers een
brief aan de kerkenraad naar
aanleiding van
het rapport van Jan Jongepier. Kuipers looft het onderzoek van Jongepier, maar
denkt dat het plan veel te duur wordt en te lang zal duren. Hij voelt meer voor het
voorstel van Kaat en Tijhuis. Het plan van Jongepier is alleen realiseerbaar als
er subsidie komt. (03) (18)

Foto: Wieger van Asperen
Klik op de afbeelding om een grotere versie te bekijken
1993
In het Bulletin van de Stichting
Drents-Overijsselse kerken van juni 1993 staat de volgende tekst over het orgel:
'Op een tribune vóór de westmuur van het schip (in de volksmond 'het beun'
genoemd) staat het orgel opgesteld. Dit instrument is in 1869 gebouwd te Haren
(Gr.), zonder twijfel door Petrus van Oeckelen. Karakteristiek voor zijn werk
zijn o.a. het rasterwerk onder het front en de groepen muziekinstrumenten op de
torens (een lier op de middentoren en muziektrofeeën op de zijtorens). De
breedte van de aan de voorzijde zwart geschilderde en aan de achterzijde in imitatie eiken geschilderde
grenenhouten kas (vgl. Blijham, 1869) is 3,12 m., de diepte 1,61 m. Het orgel is
in de jaren 1939-1940 hersteld door de fa. Ruijf te Dedemsvaart en in de jaren
vijftig gemoderniseerd (en verknoeid!) door een plaatselijke
amateur-orgelbouwer, die een zwelkast en pneumatische tractuur met vaste
combinaties wilde aanbrengen. Omstreeks 1960 is het instrument hersteld door de
fa. Vierdag in Enschede, waarbij - met gebruikmaking van goede onderdelen - een
nieuw binnenwerk werd aangebracht.
Hier volgen de oorspronkelijke en de huidige dispositie:
Oorspronkelijk: Bourdon 16', Prestant 8', Holpijp 8', Gamba 8', Octaaf 4', Fluit 4', Octaaf 2', Trompet 8'
Huidig: Bourdon 16',
Prestant 8', Holpijp 8', Gamba 8', Octaaf 4', Fluit 4', Octaaf 2', Mixtuur
Aangehangen pedaal
Het instrument vertoont sinds enkele jaren ernstige gebreken en wacht dringend op restauratie.'
(14)
2012
De orgelrestauratiecommissie is door de kerkenraad
ingesteld om de mogelijkheden voor restauratie van het orgel te onderzoeken. In
het restauratiefonds zit, mede dankzij een legaat, inmiddels een bedrag dat dit
(bijna) mogelijk maakt. De orgelcommissie bestaat uit Cor Hoorn
(kerkrentmeester, voorzitter), Anneke Westenbrink-Knol (organist, secretaris),
Hans Westenbrink (financieel adviseur), Johan Rodenhuis (adviseur) en ds.
Wilbert Dekker (adviseur).
De orgelcommissies is met verschillende
orgelrestaurateurs in gesprek geweest. Op zaterdag 3 november zijn drie leden
van de commissie op excursie geweest om te kijken wat de verschillende
mogelijkheden zijn. Een belangrijke vraag is: welke klankkleur is er mogelijk?
Uitgangspunt daarbij is dat het orgel bijna uitsluitend gebruikt wordt voor
ondersteuning van de gemeentezang. Daar moet het orgel vooral geschikt voor
zijn.
De commissie heeft gekeken naar twee orgels in Oost-Groningen die van
dezelfde bouwer zijn als ons eigen orgel, namelijk de 19e-eeuwse orgelbouwer
Petrus van Oeckelen uit Haren Het orgel in de
Gereformeerde kerk te Midwolda is qua grootte vergelijkbaar met ons orgel en is
al in 1991 gerestaureerd. Het orgel in de fraaie koepelkerk te Sappemeer is veel
groter dan ons orgel, maar geeft wel een goede indruk van hoe een Van
Oeckelen-orgel hoort te klinken. De commissie is nu bijna aan het einde van de
eerste fase en gaat binnenkort met een voorstel naar de kerkenraad. (01)
2013
Orgelmakerij Steendam gaat het orgel restaureren. Roelof
Kooiker (hij leverde veel informatie aan omtrent dit orgel) stelt in een
Email voor om de
Trompet 8' op te delen in bas en discant.
Op de
website van Steendam staan de volgende werkzaamheden beschreven (02):
Dispositie:
Manuaal
Bourdon bas/discant 16'
Prestant 8'
Holpijp 8'
Viola di gamba (vanaf
c) 8'
Octaaf 4'
Fluit 4'
Octaaf 2'
Cornet-Mixtuur IV
Trompet
8'
Pedaal
Aangehangen
2014
Het orgel is op 5 oktober weer in gebruik genomen. Ter
gelegenheid daarvan schrijft Jaap Brouwer een brochure. (17)
Zie Meppeler Courant
(24-09-2014).

Foto Roelof
Kooiker (06) Een nog lege galerij in begin 2014
Bronvermelding:
Organisten:
Mientje Beugeling (1941-1992)
Ze stopt vanwege haar gezondheid. Zie
Meppeler Courant
Foto's van Wieger van Asperen














Foto's montage door Roelof Kooiker:












