Meppel, Grote of Mariakerk
De eerste berichten over een orgel dateren uit 1516. In de zeventiende
eeuw moet er ook een orgel zijn geweest, omdat in 1664 een bedrag van 266 gulden
wordt uitbetaald aan organist Willem Leemcuyl voor een periode van drie jaar en
drie maanden. Details over dit orgel zijn niet bekend. In 1700 ontvangt het
kerspelbestuur vanuit de kerk een verzoek om een nieuw orgel te bouwen. Het
kerspelbestuur legt het verzoek voor aan de elf rotmeesters van Meppel. Zeven
rotmeesters stemmen voor, twee rotmeesters willen eerst een opgave zien van de
kosten, één stemt tegen en één rotmeester onthoudt zich van stemming. Op grond
hiervan besluit het kerspelbestuur tot aanschaf en betaling vanuit de
gemeentekas. Een commissie onderzoekt de financiële mogelijkheden. In 1712
krijgt de Friese orgelmaker Jan Harmens Kamp de opdracht een orgel te bouwen met
Hoofdwerk en Rugwerk. De bouw sleept zich voort tot 1720 en het orgel wordt drie
keer afgekeurd. Wel levert Kamp boven bestek een Borstwerk. In 1720 overlijdt
Kamp; Franz Casper Schnitger voltooit het orgel tenslotte in 1722. In 1882 wordt
het orgel gemoderniseerd door Zwier van Dijk uit Kampen en verdwijnt het
Borstwerk. In 1905 volgt een verdere ombouw door Jan Proper en in 1927 door
Spiering uit Dordrecht. Na de oorlog worden er plannen gemaakt om het orgel in
de oude staat te herstellen en uit te breiden met een zelfstandig pedaal. De
Hervormde Orgelcommissie treedt op als adviseur. In 1951 krijgt orgelmaker Mense
Ruiter de opdracht voor de restauratie en uitbreiding. Deze restauratie duurt
uiteindelijk langer dan de bouw van het orgel zelf en wordt pas in 1968
afgesloten. De grootste vertraging ontstaat doordat tijdens de restauratie van
het orgel ook wordt besloten de kerk te restaureren. In 1989 voert Flentrop een
herintonatie uit en in 2014 volgt groot onderhoud door Reil.
Informatie over de kerk
Voorgeschiedenis
1516
Uit een stichtingsbrief uit het jaar 1516 blijkt dat in de toenmalige kapel een orgel
aanwezig is. Elke zaterdagmorgen tijdens de vroegmis doen twee priesters dienst en
bespeelt de schoolmeester-organist het orgel. (18)
1664
In 1664 wordt het salaris van 266,- over een periode van drie jaar en drie maanden uitbetaald aan organist Willem Leemcuyl. Er
staat dus een orgel in de kerk.
Over het orgel zijn geen gegevens bekend.
1700-1711
In het jaar 1700 ontvangt het kerspelbestuur van kerkelijke zijde het verzoek een
nieuw orgel te bouwen in de Mariakerk.
Het kerspelbestuur verzoekt de elf 'rotmeesters'
(een 'rotmeester' is het hoofd van een bepaalde stadswijk/rot) hun oordeel
hierover te geven. Alle stemgerechtigde inwoners van elk rot worden op
8 januari 1700,
tijdens een bijeenkomst in de Mariakerk geraadpleegd.
De uitkomst van deze
stemming is als volgt: zeven 'rotmeesters' stemmen voor de aanschaf van een nieuw orgel, mits de ingezetenen
niet extra belast behoeven te worden, twee 'rotmeesters' willen eerst een opgave
zien
van de kosten, één stemt tegen en één 'rotmeester' onthoudt zich van stemming. Op
grond hiervan besluit
het kerspelbestuur tot aanschaf en betaling vanuit de
gemeentekas. Een commissie onderzoekt de financiële mogelijkheden en
ontwerpt plannen voor de bouw van een groot en een klein orgel. (Waarschijnlijk wordt hier
een orgel met Hoofd- en Rugwerk bedoeld). Deze commissie is tot 1711 bezig om de financiën
rond te krijgen. (27)
1712
Op 9 januari besluit het kerspelbestuur van Meppel
met algemene stemmen tot de bouw van een 'bequaem'
orgel. De bouw van het orgel zal uit de gemeentekas worden betaald zonder de burgerij extra te belasten.
De schulte van Meppel Hendrik Schickhart
(1678-1720) schrijft op 17 juli aan orgelbouwer Jan Harmens Kamp een brief waaruit blijkt, dat een aantal orgelmakers offerte gemaakt
hebben
voor de bouw van een nieuw orgel.


Klik op de afbeelding voor een vergroting
"Meppel den 17 julij 1712
Monsr.
Nadat Uwe. en verscheidene andere Orgelmakers de goedheid hebben gehad aen Scholtes en Vol
magten van Meppel diverse bestecken en modellen tot een te makene Orgel in hunne Kercke
ter hand te stellen ook de moyte gelieven te nemen van dese Kercke te komen besigtigen, en
soo mondelijk als schriftelijk daarover te berigten; soo is 't dat Scholtes en Volmagten
hen over alle d'overgeleverde bestecken en gegeven consideratien hebbende geinformeerd,
ten laesten sijn overeen gekomen, om alhijr in de Kercke een Orgel na het besteck en model
van Arp Schnitger te laten
maken, met die veranderinge dat het manuael door een dulciaen van 16 voet sal worden
vermeerderd, en de puystertreder, kolen en keersen art: ii, van het besteck tot laste der
besteders gesteld, niet tot laste van Beste(ste)deren, maer ten laste van den aannemer sal
komen, en aldewijl Scholtes en Vol magten voornemens sijn, om dit orgel door den geenen,
welke het selve aldus voor de minste prijs presenteerd te verveerdigen, te doen maken, soo
komen Haer Ed
Waermede in naem van Scholtes en Vol maghten verblijve
Monsr.
UWEen
dienstw. Dienr.
H.Schickhart
1712. Scholtes. "(17) Transcriptie door W.D. van der Kleij
Jan Harmens Kamp beantwoordt de brief van Schickhart
op 28 juli.



Klik op de afbeelding voor een vergroting
"Wel:Ed.Scholten en Volmachten van Meppel Saluit.
De brief van Mijnheer d'Scholtes met het besteck heb well ontfangen, en soude daarop wel
hebben geantwoordt, maar sulxs is niet geschiedt om dat ik van huis ben geweest, maar heb
ook deze expresse ontfangen met ene brief met de namen van d'volmachten getekent, waarbij
gerigt en antwoordt op de brief van mijnheer Scholtes versochten, soo ist dat ik 't orgel
na 't toegezonden besteck, en de brief van mijnheer de Scholtes aannemen te maaken, te
wesen met deuren voor negentien hondert en sestigh Carol. gld. ensonder deuren voor
negentien hondert en tien Carol. gld. Edoch hebben uit de brief geen wijdere voorwaarden
vernomen, omtrent de betalinge, en om 't werk enege tijd goedt te houden, hetwelk veel
onderscheidt, in de conditien van aanneminge soudt moeten geven, waar over mijnheer
d'Scholtes, mij glieve te scriven, en souden malkanderen daar over moeten spreken, 'welk
well soud konnen geschieden, aanstaande dingsdagh oft woonsdaghe en morgen op 't
Heerenveen sal komen, maar kan niet langer uit blijven alwaar ik UEd sal tegemoeten en met
mijn model en bestek op dat mogen weten oft dit werk salI maken oft niet. Bevelen UEd. in
den protextie des alderhoogsten enverbl.
UEd. Dienaar.
Belcum den 28 julij 1712
Get. Johannes Harmannus
Orgel
maacker
Per ordre (adres)
Wel .Ed.Heer
Mijn Heer: H. Schickhart
Scholtes van Meppel
Mitschader: de Volmachten
tot Meppel " "(17) Transcriptie door W.D. van der Kleij
Jan Harmens Kamp stemt in met de voorwaarden van de schout van Meppel, hoewel
hij nog enkele vragen heeft.Tijdens een ontmoeting in Heerenveen presenteert hij
zijn model en bestek
Aan verschillende orgelbouwers (waaronder waarschijnlijk Arp Schnitger) wordt gevraagd offerte uit te brengen.
-Bestek van Johannes Radeker


Klik op de afbeelding voor een vergroting
Tekst:
'Opstellinge van een Nieuw Orgel.
Ten eersten zal een Nieuw Orgel worden gemaeckt, ... van twee handt Clavieren met lange
octaven van groet C, Cis9 D9 Dis tot c"' in alles 49 clavis van
Letterhout de platen en semitonen elpenbeen platen, tot dit werk behooren twie sleep windt
laden met registratuir en abstrctuyr, alle veeren angehang en stem Krucken van de
snarwarken van Messing draedt. Nota dient geledt te worden, dat sleepwindt laden wel
gemaekt, Lange Lieve Jaren konnen leggen dat geen hooft reparatien van nooden zij1 daerin
teegendeel an de sprinckladen geduyrig is te kleuteren, en voor jong en oneervaren
organist veel ongemak en verleegenheydt veroorsaekt, altoos waerschouw een jeder voor
sprinkladen.
Sullen op de Manuaelslade staen dese navolgende stemmen.
1. Praestant 8 voet van klaer tin in groot C. Cis~ D, Dis etc. soo veel in 't gesicht te
staan koomen, voorts alle ander pijpen van goedt metael, dient te letten dat het pijpwerk
van Loodt gemaekt $00 duyrabel niet is dan van metael, want het Loot vol salpeter is, en
sig selven consuimieert gelijk de ervarentheyd heeft geleert, en is ook bij het tin en
meerder suyverheyd van geluyd, en het ander pijpwerk van metael veel vaster en steeviger
om te hanteren.
2. Quintadeen 8voedt, welk stem seer bequaem is om bij voxhumana te gebruyken etc.
3. Spits Floit 8 voet
4. Octave 4 voet.
5. Quintadeen 3 voet.
6. Sexquialtera 2 stark.
7. Mixtuir 4,5,6 stark.
8. Cimbal 3 stark.
9. Trompet 8 voet.
10. Voxhumana8 voet.
Ten twieden komen op de Ruptifs lade te staan dese navolgende stemmen.
1. Praestant 4 voedt van klaer tin, soo veel int gesicht te staen koomen Groot C9 Cis,
D, Dis, E, F, Fis tot c"'.
2. Gedackt 8 voedt.
3. Floit 4 voedt.
4. Supra Octaef 2 voet.
5. Wal Fluyt 2 voet.
6. Quint 1 1/2 voet.
7. Scharp 4 voet.
8. Dulciaen 8 voet.
Ten derden, behoorde te minsten bij dit werk een pedaal waer in noch eenige fondamenteele
stemmen komen die het gesang vervullen, vooreerst een sleepwindlade, met lange octaven
groot C, Cis, D, Dis, 5, F, tot d' die groot en ruym genoegh is daer navolgenden stemmen
op koomen te staen.
1. Prestant 8 voedt.
2. Bourdon 16 voedt.
3. Basuyn 16 voedt.
4. Cornet 4 voet.
Vervolgen dit pedal met een Coppel ing te maken dat men met het ant Rugpositiff kan an en
afkoppelen met een Register, soo soude konde het een schoon pedael geeven waer op jeedts
door een Braeff organist gedaen worden.
Ten vierde behooren tot dit werk Ses blaes Balgen ieder van 8 voet lang en 4 1/2 voet
breedt, welke puysters bequamer sijn, en dienstiger voor dit werk, als puysters van 11
voet lang en 5 voet breedt, deese sijn te smal na de langte, en na de swaerte vervolgens
hobbelaers, die een geduyrige stotinge in accoord maeken ook sijn ses puysters beter, of
een of meer reddeloos wierden, Soo ras geen verleegentheydt geeft. Verder moet tot dit
werk tot jeder hand, en pedal clavier, een speer ventiel en een Tremulant, dienstig om bij
de voxhumana te gebruyken gemaekt worden. Wanneer de orgelmaker dit orgel hyr vooren
beschreeven alles in allen deelen eerjijk als een braef orgelmaker (en niet bedriegelijk
gelijk daer veel onder schuylt, gelijk de ondervindinge sulks wel heeft geleert)
volveerdigt wil koomen te kosten de somma (geen prijs genoemd).
Bijgeschreven op de achterkant van dit bestek:
Jannus Radeker
na 't model van Snitger
2300." (17) Transcriptie: W.D. van der Kleij
Ontwerp van een besteck tot een orgel in de Meppeler Kercke, reflecterende op 't model van
No 2.


Klik op de afbeelding voor een vergroting
1. Eerstelijk een gans nieuw stractuir off kaste van fatcoen soo als de laest gesonden
afbeeltsel vertoond van suyver en droog wagenschot, 't gesneden werck in allen deelen op
't beste gemaeckt.
2. Ten tweden soo koomt' er binnen een nieuwe windlade van goed wagenschot, op deze
windlade komen volgende stemmen van pijpwerk te staan.
Manuael
| voet | pijpen |
| 1. Prestant 8 | 47 in 't gesigte |
| 2. Quintadena 16 | 47 |
| 3. Holpijp 8 | 47 |
| 4. Octava 4 | 47 |
| 5. Spitstloit 4 | 47 |
| 6. Nasset 3 | 47 |
| 7. Octave 2 | 47 |
| 8. Rouspijp 2 stark | 94 |
| 9. Mixtur 4,5,6 stark | 350 |
| 10. Cimbel 3 stark | 141 |
| 11. Trompet 8 voet | 47 |
| 12. Vox Humana 8 voet | 47 |
| 12 stemmen som: | 1008 pijpen |
| voet | pijpen |
| 1. Prestant 4 | 47 |
| 2. Quintadena 8 | 47 ) Dese twee van |
| 3. Floite dous 8 | 47 ) houten pijpen |
| 4. Blokfloit 4 | 47 |
| 5. Octava 2 | 47 |
| 6. Walt floite 2 | 47 |
| 7. Sexquialter 2 stark | 94 |
| 8. Scharp 4, 5, 6 stark | 350 |
| 9. Dulcian 8 | 47 |
| 9 stemmen somma: | 773 pijpen |
| voet | pijpen |
| 1. Prestant 16 | 25 Groot Fis in ' gesigt |
| 2. Octava 8 | 25 |
| 3. Octava 4 | 25 |
| 4. Naghthorn 2 | 25 |
| 5. Mixtur 5, 6, 7 stark | 148 |
| 6. Basuin (13) | 25 |
| 7. Trompet (8) | 25 |
| 8. Cornet (8) | 25 |
| 8 stemmen som: | 323 pijpen |


| Manauel. | voet |
| 1. Prestant | 8 Het groot Fis in 't gesigt |
| 2. Quintadena | 16 |
| 3. Holpijpe | 8 |
| 4. Octava | 4 |
| 5. Spitsfloit | 4 |
| 6. Nassat | 3 |
| 7. Octava | 2 |
| 8. Rouspijp | 2 stark |
| 9 Mixtur | 4,5,6 stark |
| 10. Cimbel | 3 stark |
| 11. Trompet | 8 voet |
| 12. Vo Humana | 8 voet |
| Borstwerk | Voet | Pedael. | ||||
| 1. Floitdoux | 8 | 1. Prestant | 8 voet groot C in 't gesigt. | |||
| 2. Bloktloite | 4 | 2. bourdon | 16 voet | |||
| 3. Octava | 2 | 3. Octave | 4 | |||
| 4. Quinta | 1 1/2 voet | 4. Naghthorn | 2 | |||
| 5. Scharp | 4 stark | 5. Mixtur | 5, 6, 7 stark | |||
| 6. Dulciaen | 8 voet | 6. Basuin | 16 voet | |||
|
Beneffens een nieuwe windlade dog komen volgens 't afbeeltsel in dezen geen pijpen in 't gesight |
7. Trompet | 8 voet | ||||
| Tot desen komen 2 windladen. | ||||||




| 't Groot Werk | 't Rugwerk | 't Borstwerk |
| Trammelant | Trammelant | Holpijp |
| Scherp | Dulziaan | Octaaf |
| Quint | ...Quint | Quintadeen |
| Quintadeen | Gedekte Quint | Blokfluit |
| Trompet | Octaaf | Nazaart |
| Mixtuur | Holpijp | Bas in Echo |
| Floit | Zexquialter | Octaaf Bas |
| Ruispijp | Floit | Quint Bas |
| Octaaf | Prestant | Blokfluit Bas |
| Prestant | Scherp | Nazaart Bas |
| Voxhumaan | kwint | |
| Zuperoctaaf | Ventijl | |
| Holpijp |








| 1713 | Den 13 October | f. 606.-. |
| 1714 | Den 15 mart | f. 50.-. |
| Den 6 Octob | f. 100.-. |
|
| 1715 | Den 30 Maij | f. 244.-. |
f. 1000.-. |
||
| Den 7 october | f. 125.-. |
|
f. 1125.-. |
||
| rest | f. 475.-. |
|
f. 1600.-. |
(17) Transcriptie: W.D. van der Kleij
Getekend exemplaar van het contract met
Jan Harmens Kamp van 3 november 1712




Klik op de afbeelding voor een vergroting
"Besteck van een Orgel om te maken in de kerke tot Meppel door Scholtes en vol maghten aan Mr. Jannes Harmannus woonaghtig tot Bel kum.
1.Eerstelijk sal d'orgelmaker de strocktur met het gesneden werck maken, volgens d'afteikeninge hem ter hande gesteld en met vignet van d'ondergeschrevene Scholtes gemerct: van goed wagenschot mit die veranderinge dat de annemer in plaets van 't snijwerck aen wedersijden van 't manuael en 't ruggepositiujf sal maken voor het geheele werck bequaeme deuren van goed wagenschot.
2. In 't Manuaal sullen gemaekt worden goede sprinck laden
met opklossen soodanigh dat men de sprinckklossen kan uijtrecken sonder bewegingen van
alle pijpen en voorts met registratur abstractur en windleidingen soo als behoord,
sullende in dit Manuael testaen komen navolgende stemmen
| 1. Praestant | 8 voet 47 pijpen |
| 2. Holpijp | 8 voet 47 pijpen |
| 3. Octav | 4 voet 47 pijpen |
| 4. Floit | 4 voet 47 pijpen |
| 5. Quintadena | 16 voet 47 pijpen |
| 6. Nassat | 3 voet 47 pijpen |
| 7. Super Octave | 2 voet 47 pijpen |
| 8. Rusch pijpe | 2 starck 94 pijpen |
| 9. Mixtuir | 4,5,6 starck 235 pijpen |
| 10. Cimbel | 3 starck 141 pijpen |
| 11. Trompet | 8 voet 47 pijpen |
| 12. Vox Humana | 8 voet 47 pijpen |
| 13. Sal. De annemer nog in dit manuael en op gevoeglijckste order stellen een Dulciaen | 16 voet 47 pijpen |
| Totaal | 940 pijpen |
In 't ruckpositijff een sleepwindlade met Registractur,
abstractur en windleidingen daar op komen volgende stemmen
| 1. Praestant | 4 voet 47 pijpen |
| 2. Gedact | 8 voet 47 pijpen |
| 3. Floit dues | 4 voet 47 pijpen |
| 4. Gedact quint | 3 voet 47 pijpen |
| 5. Octav | 2 voet 47 pijpen |
| 6. Walt floit | 2 voet 47 pijpen |
| 7. Sexquialter | 2 starck 94 pijpen |
| 8. Sieflet | 1 1/2 voet 47 pijpen |
| 9. Scharp | 4 starck 188 pijpen |
| 10. Dulcian | 8 voet 47 pijpen |
| Somma 23 stemmen daar in komen | 1598 pijpen. |
4. Alle aengehangene Messing en messing drath beneffens
messinge veeren en stemkrucken.
5. Tot werck moet vyr puysters jeder acht voet langh en vyr
voet breet nevens de Canalen en windrohren alle van wagenschot.
6.7.Moeten sijn twee Clavieren van C, D, E, F, Fis, G, Gis,
A, Ais, B tot c''' alles 47 claves tot jeder claveer een speerventiel.
Een pedael claveer van C tot d' tot samen 25 claves, dat pedael wordt ant manuael claveer
gekoppelt.
8. Moeten vor gedachte stemmen mit allen pijpen egael gestemmet en geintoneret worden daertoe een tremulant.
9.De pijpen sullen gemakt worden van goed lood, welgeslagen en van behoorlijcke dickte en de prestanten sullen netjes verfoelyet en vertint worden.
10. (GJP: overgeslagen)
11. De bestederen sullen laeten maken het Fundament met den
solder Trappen en het puysterhuys en den annemer vorts al het onderwerck tot sijne laste
hebben in voegen dat het werck geheel en al op sijne kosten buyten eenige last van
bestederen sal verveerdigen en in de kercke alhyer gansch veerdigh leveren en stellen. Op
welcke voorsc. conditien Scholtes en Volmaghten van Meppel dusdanigh orgel omop het
allerspoendighste sonder tijt versuim verveerdigt te worden aanbestedet aan Mr. Jannes
Hermannus van Belkum dir hetselve door ondertekeninge deses alsoo betuygd aen te nemen
voor de somme sestijn Hondert Car: guldens ad twintig stuyvers het stucke te betalen op
drie termijnen het eerste wanneer het orgel tot Meppel sal gebracht hebben, het tweede
wanneer het werck door bequaeme luyden bij bestederen daer toe t'ontbieden, als wesen
opgenomen en voor goed gekeurt en het derde termijn een jaer daerna, namentlijck van de
tijt af dat dit werck sal wesen opgenomen en goed gekeurt. Voorts verbind sigh
d'ondergescr. Orgelmaker dit orgel vijf jaaren goed t'onderhouden mits dat wanneer te
Meppel sal wesen om het Orgel te Herstellen dat alsdan met behoorlijcke nooddruft werden
versorgd en voor reiskosten uyt en t'huys sal genieten een ducaat tot Vuft Car: guldens
Des 't oirconde sijn hyer van twee alleensluydend contracten gemaakt bij B~stederen en
annemer getekend en elk eene genoten actum Meppel den 3 November
AO 1712.
getekend: Johannes Harmannus
H.Schickhart
1712 Scholtes
Hendrick Wijntjes
Hendrick Willems Backer."
(17)) Transcriptie:
W.D. van der Kleij
1713
Op 25 januari komen de kosten aan
de orde die zijn gemaakt bij het bezoeken van orgels in Steenwijk en 'Vriesland'.
Op 30 januari wordt overlegd
over een nieuwe schoolonderwijzer, omdat deze ook in staat moet zijn het
orgel te bespelen.
Op 15 februari
is er een bestek voor de orgelgalerij, zodat daar op ingeschreven kan worden.
In maart wordt er weer overlegd
omtrent het functioneren van de huidige schoolonderwijzer en het aanstellen van
een tweede schoolonderwijzer, die zou kunnen functioneren als organist.
Ondertussen
wordt besloten in zee te gaan met de Friese orgelmaker Jan Harmens Kamp. Het bestek
staat hierboven opgenomen met daaronder de handtekeningen van de schulte van Meppel en de orgelmaker.
Op 13 oktober 1713
ontvangt Jan Harmens de eerste termijnbetaling
van f 606,- van de aanneemsom van f 1.600,-. Kamp moet dus begonnen zijn met de bouw van het 'bequaeme' orgel.
De vorderingen kunnen we aflezen uit de data waarop aan Kamp bedragen worden betaald:
:
| oktober 1713 | f 606,00 |
| mei 1714 | f 50,00 |
| november 1714 | f 100,00 |
| mei 1715 | f 244,00 |
| oktober | f 225,00 |
| maart 1716 | f 10,00 |
| juli 1716 | f 250,00 |
| Totaal | f 1485,00 |
Het resterende bedrag zou hem na algehele goedkeuring van het orgel worden uitbetaald.
Op 23 oktober en 5 december
komt de kwestie van de organist weer aan de orde. Men besluit te gaan zoeken
naar een tweede schoolonderwijzer/organist via een advertentie in de couranten
van Amsterdam en Haarlem.
1714
Op
23 januari komt het benoemen
van de schoolonderwijzer weer aan de orde in het kerspelbestuur. De benoeming zal
plaatsvinden op grond van een onpartijdig rapport door schulte, volmachten en
rotmeesters. Benoemd wordt Lucas Muselaer uit 'Hinloopen' als
eerste schoolmeester/organist.
Op 25
januari wordt nog overlegd omtrent de kosten van de sollicitatieprocedure
voor de organist.
Op 6 april
wordt Henric Hocksbergen benoemd tot 'puistentreder'. Hij wordt ook al betaald
en het orgel is misschien al deels bespeelbaar. Ook is hij nodig bij de
intonatiewerkzaamheden.
In
dezelfde maand komen ook de arbeidsvoorwaarden van de schoolonderwijzer/organist
aan de orde. Hij krijgt een salaris van f 130,-, maar heeft ook inkomsten
uit andere kerkelijke bronnen.
1716: 1e keuring
Jan Harmens Kamp is in 1716 zover gevorderd dat het orgel gekeurd kan worden. In een
vergadering van 24 maart besluiten de volmachten van de stad te zoeken naar 'een
bequaem orgelist, orgelmaeker of selfs twee orgelisten teneinde het orghel tot Meppelt op
te nemen'.
Op 24 maart besluit het
kerspelbestuur het orgel te laten keuren door twee organisten of een
organist en een orgelmaker.
De eerste keuring wordt verricht door de Deventer organist Nic. Berff.
Zijn keuringsrapport is gedateerd op 1 april:
Echo 8'
Octaaf 4'
Quint 3'
Blokfluit 2'
Nasat 11/2'
Rugpostijf
w.g. N. Berff, 1 April 1716'.
Op de achterkant van het rapport een overzicht van de
bedragen die Kamp tot nu toe heeft ontvangen. Van de afgesproken f 1600,- heeft
hij volgens het overzicht f 1485,- ontvangen.
Aan Jan Harmens wordt meegedeeld dat het orgel niet eerder aanvaard zal worden dan na herstel
van de in het rapport genoemde gebreken. (25, 26)
1717: 2e keuring
Op 26 januari wordt Jan Gerrits
Wever als orgeltrapper genoemd voor een salaris van f 15,-. Hij dient ook orde
te houden bij de kinderen op de galerij.
De tweede
keuring wordt op 13 juni
uitgevoerd door Hendrik Laageman uit Amsterdam
en een zekere Steenbergen. Nu komen eerst goed de
gebreken aan het licht van het 'bequaeme' orgel. Van dit rapport is een
copie gemaakt en ondertekent door
Laageman, Schickhart en Kamp.
w.g. Hendrik Laageman. 13 juni 1717'.
Onderaan de brief en
op de achterkant staat de reactie van 6 juli van Kamp. Hij zal de
geconstateerde fouten gaan herstellen. Dit gedeelte van de brief is ondertekend
door Kamp en de schout Schikhart
De volmachten, die zich voor het kerspelbestuur moesten
verantwoorden, verzochten Kamp alle gebreken op eigen kosten te herstellen. Zij hadden genoeg
gekregen van zijn uitvluchten en omdat zij niet van plan waren nog langer te wachten op
een algehele afwerking dachten zij er sterk over een andere orgelbouwer te raadplegen.
'.....aale schaden en costen op hem te verhalen waarover hem mr. Jannes Mermannus
in Vriesland niet gedenkende na te loopen en om van hem niet langer ongeleijnd of met
woorden gepaijd te worden, doch door desen hem verders afvragen, of alhier domiciluim
citandi wil stellen en annemen hetgene in cas van discrepantie door den Richter alhier sal
gewesen worden te willen nakomen....'.
Op 23 juli schrijft Jan Harmens aan organist, Luicas
Muijselaar:
'Monsr. Luicas Muijselaar,
Schoolmeester en Organist tot Meppelt.
Waerde vrind, Ick doe Ue: door desen versoeken als dat ghij' belieft bekent te maeken aen
de Burgemeesters dat ick een stuck werck onder handen hebbe gekregen alhier in de
provincie op het Bilt aen St. Jacobs Kerek dat ten eersten moet gemaeckt worden also de
Heeren nogh een maent gelieve te toeven en dan sal ick komen om het werck te verbeteren
dat het van goede eerlicke menschen voor goed gekeurd worde hier toe mij verlaete en
verblijve ondertusschen,
Ue goedgunstige vrindt,
w.g. J. H. Kamp. mr. Orgelmaeker'
Schickhart reageert op 26 juli op
de brief van Kamp aan Muijselaar. Ze zijn het niet
eens met het uitstel van een maand en willen dat Kamp zo snel mogelijk naar
Meppel komt.
Hierop reageert Jan Harmens op 28 juli en bericht dat de gebreken hersteld zijn zodat het orgel opnieuw gekeurd kan
worden.
In een brief van 25 september wordt Hendrick
Laageman voor de tweede maal verzocht het orgel te komen keuren, omdat Kamp in
Meppel geweest is en de geconstateerde problemen heeft opgelost.
Op dezelfde
datum stuurt Schickhart een soortgelijke brief aan Steenbergen, die het orgel
samen met Lagemaan keurde.
Laageman verzoekt in een brief van
november om uitstel
tot Pasen in verband met het invallen van de winter.
(25, 26)
1718
Of deze tweede keuring in het voorjaar van 1718 heeft plaats gevonden weten we niet
met zekerheid. Mogelijk betreft het dit
ongedateerde rapport.
Derde keuring
Op 2 augustus schrijft Laageman
dat hij het orgel niet kan keuren op 5 september, maar hij kan wel 14 dagen
later op 19 september naar Meppel komen. Hij trekt voor de keuring drie dagen
uit.
Op 9 augustus schrijft
hij als antwoord op een brief uit Meppel dat hij toch kans ziet naar Meppel te
komen om op 5 september het orgel te keuren.
Laageman verricht voor de tweede keer de (derde) keuring en kan alleen vaststellen dat
de gebreken niet zijn hersteld. Bij deze keuring is Kamp door ziekte verhinderd
aanwezig te zijn.
De zoon van Kamp schrijft op
28 augustus:
'Mijnheer H. Schikhart, Scholtes tot Meppelt.
Mijn heer, ick doe Uc: door deesen bekent maeken tot groote droefheit van mij dat mijn
Vader Jan Harmens Mr. Orgelmacker seer gevaerlick krank leit niet weetende hoe de groote
Oodt met hem versien heeft alsoo mijn Vader niet op geseijde tijt kan komen om het oorgel
op te nemen en ingevallen het ten quaesten komt uyt te vallen dat Godt de Heere een ijnde
aen Sijn E. Leeven quam te maeken soo sal ick persoon overkoomen en met Ued: spreecken en,
soo hij wederom tot gesontheit komt hetwelk ick verhoope soo sal men Ued: een veertien
daagen vooraff kennisse geven wanneer mijn Vader in stact is dat hij selfs bij Ued: kan
Koome versoeke dat Ued: hier van kennisse beleive te geeven aen de Heeren Burgemeesters
hier meede ijndigende verblijve altoos
Ued: onderdanige en Dw. Dienaear
J. Kampen 1718
Belcum den 28 augustus 1718'.
Op 25 juni biedt
'Rudolph
Garrels' zijn diensten aan. Hij verwijst naar het orgel dat hij heeft gebouwd
in Eelde in opdracht van dhr. Burmania uit 'Sneeck'. Ook noemt hij het
orgel in 'Suedlaeren'.
Op 19
oktober schrijft 'Rudolph Garrelts' nog een brief aan
Schickhart als antwoord op een brief van 17 juli. In deze brief biedt hij
nogmaals zijn diensten aan en verwijst daarbij ook naar het orgel in Anloo waar
hij mee bezig is.
(25, 26)
1720
Na een jaar stilte zijn er weer berichten over het orgel.
Het is niet bekend waarom er 1719 geen berichten over het orgel waren.
Op
13 april
wordt Kamp gesommeerd het orgel af te bouwen omdat anders de gebreken op zijn kosten
worden
hersteld.
Op 20 april
meldt de zoon van Kamp dat zijn vader zover is hersteld dat hij naar Meppel kan
komen om naar het orgel te kijken.
Op
25 april schrijft Kamp zelf spoedig te zullen komen
om het geheel nu werkelijk af te werken.
Op
7 oktober wordt weer tot een keuring besloten
maar Jan Harmens kan, wegens ernstige ziekte, niet aanwezig zijn. De keuring wordt
uitgesteld.
In een ongedateerde
brief van de schulte van Meppel Schickart krijgt Kamp een laatste kans om
het orgel in orde te brengen.
Er is nog een
ongedateerde brief van Schikhart
met afspraken omtrent het herstellen van de gebreken.
Dat Kamp ziek is blijkt ook uit een
brief die zijn zoon op 23 oktober
schrijft.
(25, 26)
1721
Op 8 januari 1721 overlijdt Jan Harmens Kamp zonder dat hij de geconstateerde
problemen volledig heeft kunnen oplossen. In een
brief van Kamp jr. worden
de volmachten hiervan op de hoogte
gebracht. Behalve deze mededeling heeft dit schrijven ook nog een zakelijke kant. Kamp jr.
spreekt over een geleden schade van f 1200,- en brengt tevens bij de volmachten onder de aandacht
dat er nog een tegoed is te innen van de aanneemsom. Omdat Kamp jr. niet persoonlijk naar
Meppel kan komen om deze zaak te bespreken, verzoekt hij hen van dit schrijven goede nota
te nemen en voor een coulante afhandeling zorg te dragen.
'Mijn Heer,
Mijn Heer, ick wil niet twijffele off UED: sult mijn Mecieve van de 23-8 ber. 1720 wel
ontvangen hebben op ordre mijn Vader en tot Antwoord op UFd: Mecieve van den 13-8 ber.,
waer in ick gemeld hebbe de Swackheit van mijn Vader door die Reise van Meppelt
veroorsaeckt en heeft sedert dien tijt geen gesontheit gehadt en heeft gesuckelt tot het
ijnde van sijn Leven alsoo het God al-machtig heeft belieft mijn lieve- en seer beminde
Vader op te ijsen uijt dit bedroefde Tranendal tot een overgangh in een Eeuwighduierende
gelucksaligh leven op den 8 januarus 1721, 500 hebben ick niet kunnen naelaeten, om UEd;
door deeser doen van kennisse te geeven en hadde alle seer en verpligt geweest om het
selve te doen maer hebbe het niet eerdre kunnen doen om reeden van Swackheit en
moglickheit dien ick in mi~n W. vaders Boedel hebben gevonden en gesien dat mijn W. Vader
soo veel schaede heeft geleden aan het orgel tot Uwent gemaeckt sal wel bedraege
Twaleffhondert guld. Alsoo sijn naelaetenschap seer slegt hebbe bevonden tot mijn en mijn
beijde susters leedwesen en alsoo nogh ongeveer tweehondert vijftigh car. gulden bij UEd:
te goede sijnde en het bedongen werck waere voldaen. Soo is ons aller versoekt seer
ootmoedelick oft UEd: voor ons niet bij de Heeren kante wege bringen dat wij boven
genoemde soma 500 veel min off ten deele als de Heeren ons believen toe te leggen kan
overmaecken en ick will hopen dat de Heeren die goetheit voor ons sullen hebben om ons
verzoek te voldoen ick soude selfs bij UEd: over hebbe gekomen om met UEd: ende Heeren te
spreecken maar mijnbedieninge laet niet toe om buijten de provinsie te gaen alsoo haer Ed:
Hoog: ten Admiraliteit hebben aengestelt tot Harlingen op het Cantoor van de Convoijen als
Contrarolleurs enz. enz.
Jan Kampen. 1721
Harlingen 18 april 1721'.
Op
29 mei wordt door het
kerspelbestuur overlegd wat nu te doen nu de erfgenamen van Kamp hebben gezegd
het orgel niet te kunnen afmaken. Er wordt besloten een orgelbouwer te ontbieden. '....daartoe een orgelmaker
sullen ontbieden en met denselve ten minste prise over het volstrecken (afwerken) van het
orgel soecken te accorderen, onvermindert des Carspels recht tegen gemelte Erfgenamen, (de
erfgenamen van Jan Harmens worden hier bedoeld) so wanneer meerder moste betaelt worden,
als hij het Carspel dieswege nog te goede Is.....'.
De ontboden orgelmaker is Frans
Caspar Schnitger die net het grote orgel in de Michaelskerk te Zwolle heeft voltooid.
Op
24 juni meldt het carspelbestuur
dat Schnitger het orgel heeft gevisiteerd en dat hij het orgel voor f 650,- kan voltooien. Schnitger stelt op 24 juni 1721 in zijn
bestek het volgende voor:
'....dat int manuaal (Hoofdwerk) een nieuw secreet sleeplade (in plaats van de springlade
van Kamp) met een nieuwe registratuire en abstractuire sal gemacekt worden, neffens een
nieuwe dulciaan sestijn voet dat een basse en tenor gravietelits en lievelijek koomt...'.
Het werk wordt aan Schnitger opgedragen voor f 650,-. '....so niet minder dan
voor dit bedrag......'.
Op 11 november wordt aan Schnitger f 325,- betaald zodat
het waarschijnlijk is Schnitger is begonnen met de werkzaamheden, of er al mee bezig was.
(25, 26)
1722
De volmachten
verzoeken Hendrik Laageman voor de derde keer het orgel te komen keuren,
maar Laageman bedankt voor de eer om nog een keer naar Meppel te
komen. (schrijven van 18 april 1722).
Vierde keuring
Daarop wordt de bekende organist van de Martinikerk in Groningen, Petrus Havingha, verzocht de keuring te verrichten.
Havinga legt zijn bevindingen vast in een
keuringsrapport van 8 mei:
De Rugpositifs en Borstpositifs laden zijn passabel, doch niet soo als de manuaalladen, 't waer wenselijck, dat al tesamen uijt eenen hand gemaeckt was, soo soude het een geheel goet en beter werck sijn geworden.
w.g. Petrus Havingba, 8 mei 1722'.
Op 9 mei 1722 wordt aan Frans Caspar Schnitger het resterende bedrag van f 325,-
betaald.
(25, 26)
1723
Op
23 januari komen in het
kerspelbestuur de kosten van de verteringen van de orgelmaker nog een keer aan
de orde.
1766
In de vergadering van het kerspelbestuur van
25 januari wordt organist
Muiselaer genoemd. Schulte Jan Alting vraagt of zijn zoon een stoel kan krijgen
'op' het orgel. Uit de tekst blijkt niet wat de reden daarvan is.
1788
Nicolaas Arnoldi
Knock noteert de dispositie. (33)
1780
Op 15 mei
komen bij het kerspelbestuur de stoelen bij het orgel weer even aan de orde.
1793-1798
P.A. Derks noemt in zijn artikelen over het orgel in de
Meppeler Courant van 1897 de volgende werkzaamheden aan het einde van de
18de eeuw:
'In het laatst der vorige eeuw schynen er nog al gedurig reparatien
aan het orgel te zyn verricht, wy vinden daarvan slechts eenige aanteekeningen
op het gemeentelyk archief als bewerkstelligd door Rudolph Knol, orgelmaker te
Norden in Oost-Friesland. Den 2 Nov. 1793 ontving hy voor reparatie en
schoonmaken f 100. — Den 10 April 1796 de som van f 12 ; 6 Aug. 1797 weder f 14
en 5 stuiver, en den 25 Aug. 1798 nog eens der f 12,— terwyl de orgeltreder ook
voor zyne adsistentie en hulp behoorlyk daggeld werd toegelegd.' (24)
1811
Scheuer repareert het orgel voor f 130,- en neemt voor f 16,-
per jaar het onderhoud op zich. Zie
tekst.
'De ondergetekende Johan Christoffel Scheuer,
orgelmaker te Coevorden, heeft op zich genomen
het orgel in de kerk te
Meppel voor dit maal
Voor de Summe van hondert dertig Guldens
in
die orde te brengen, dat het zelve het
nderzoek van deskundigen niet
alleen
kan doorstaan, maar verbindt zich tevens
om het
zelfde orgel (buiten gewone, onvoorziene
en buiten zijn toedoen, veroorzaakte
ongevallen
alleen uitgezondert dat) voor de Summa van
zestien Guldens in het jaar voor zijn
leven lang in zulk een orde te
houden
dat het ook het onderzoek en de goedkeuring
Van
deskundigen kan wegdragen.
behoudende evenwel dfe tegenwoordigen
Kerkvoogden Voor hunne successeuren
de Vrijheid om van dat accoord,
des
verkiezende, te kunnen afgaan
Des mijne vertekening
in
Meppel den 5? April 1811
H.C. Scheuer
orgelmaker
te Coevorden'
1813
Scheuer verricht een stembert voor f 16,-. De balgentreder wordt betaald voor het balgentreden tijdens het stemmen.
1815
Voor twee reparaties krijgt Scheuer f 20,-.
1816
Voor stemmen en reparatie wordt f 56,- aan Scheuer betaald.
1817
Stemmen en reparatie van het orgel, betaald aan Scheuer f 18,-.
1824
In de vergadering van van kerkvoogden en notabelen
op
5 november wordt besloten geld vrij te maken voor het restaureren van het orgel.
1825
Op
9 maart wordt in de
vergadering van de kerkvoogdij gemeld dat Scheuer een bestek zal maken voor de
reparatie van het orgel.
Op 4 mei wordt het bestek van Scheuer door de kerkvoogdij goedgekeurd.
Op
25 mei is de tekst van het
contract met Scheuer opgenomen. Het contract bevat 11 artikelen. De kosten
bedragen f 1200,-. Te betalen in vier termijnen.
1826
In een brief van 3 november
verontschuldigt Scheuer zich dat hij niet in Meppel is geweest. Hij is van plan
het volgende voorjaar te komen. (22)
Welke werkzaamheden door Scheuer
zijn uitgevoerd is niet duidelijk, maar over het uiterlijk schrijft Scheuer het
volgende:
'de beeltenis van koning David als harponier, indien er plaats voor is, na evenzoo
der grootte des orgels en twee famen of iets dergelijks ter verfraaiing derzelver van gips
gemaakt'.
Scheuer heeft het houtsnijwerk verwijderd en vervangen door
drie gipsen beelden.
1839
Op 30 juli schrijft organist Willem Koning een rapport over de
staat van het orgel. Uit zijn
rapport komt het volgende naar voren:
- 'De blaasbalken allen
lek'
- 'De kanalen waarschijnlijk ook niet winddigt'
-
Een groot aantal opmerkingen over de Trompet 8'
- Soortgelijke
opmerkingen over de Fagot 16'
- 'Prestant G spreekt niet'
- 'Voorts is de Stemming des geheelen
werks hoogst noodzakelijk, daar vele toonen zeer onzuiver zijn'
-
'In het Borstwerk hoort men bij aanhef van sommige toonen veel geruisch der
wind en voorts bij veelen zoals in het rugwerk, een aanmerkelijk bijgeluid dat
zeer hinderlijk is in de goede behandeling bij den openbare Godsdienst'.
Scan van het rapport. (16)
Op
19 augustus stelt organist Koning de
defecten aan het orgel opnieuw aan de orde.
Als er niets wordt gedaan zal de situatie alleen verder verslechteren.
Op
21 september schrijft Scheuer dat
ze pas in het late najaar naar Meppel kunnen komen vanwege de nieuwbouw van een
orgel. (21)
Of de gebreken
die door Koning worden genoemd zijn hersteld, is niet duidelijk.
1852
Het orgel is gerepareerd door de orgelmaker Bergman uit Amsterdam.
Bij de ingebruikname bespeelt organist Siltinger het orgel en zingt het
gezanggezelschap Harmonie. Zie Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van
(28-05-1852
_.
185x
De dispositie wordt genoteerd door Broekhuyzen
1855
Blijkbaar is er naast een organist ook een
voorzanger nodig. B. Heinen neemt ontslag. Er melden zich zeven kandidaten. Na
een vergelijkend onderzoek wordt A.R. Uhl benoemd. Hij was onderwijzer aan de
armenschool van de
diaconie. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (27-06-1855).
1863
Het Franse gezelschap dat op 20 februari in Assen een
concert gaf, mocht in Meppel geen concert in de kerk geven. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (24-02-1863).
1865
Er zijn plannen om kerk en orgel te verbouwen: 'Men
spreekt ervan dat de Hervormde Kerk in beteren toestand wordt gebragt. Zij is te
laag van zoldering en heeft groote behoefte aan een beter orgel'. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (30-03-1865).
1869
Weer een wens voor een nieuw orgel: 'Als de financiën het gedoogden, dan ware
een nieuw orgel voor een kerkgebouw als 't onze, zeker geen overtollige weelde.
Te Steenwijk o.a. heeft de groote kerk thans een orgel, krachtig, liefelijk en
welluidend van toon - waarbij het onze ver moet achterstaan - en dat zijn
plaatsing enkel. naar wij meenen, te danken heeft aan vrijwillige bijdragen der
vermogende gemeenteleden.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (12-11-1869).
1870
Ds. Gunning uit Den Haag houdt
een rede over 1 Koningen 8: 35-40 voor een overvolle kerk. 'Het orgel werd door
een dilettant bespeeld, die zich uitnemend van zijn taak kweet. Men kon echter
dadelijk merken, dat de maestro afwezig was. Wij houden ons anders voor de
heerlijke pre- en interludiums van den laatste zeer aanbevolen.' Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (12-03-1870).
1871:
Er is
een tekort van f 1200,- bij de kerk. 'Die periodieke tekorten worden werkelijk
verontrustend. en worden ze ook al gedekt, ze zijn toch oorzaak dat van
het aanbrengen van een nieuw orgel in de kerk - waarlijk geen overtollige weelde
- vooreerst wel niets komen zal, tenzij onze vermogende ingezetenen, evenals om
het armhuis en het burgerweeshuis, ook om een orgel wilden denken.' Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (21-11-1871).
1879:
In
onderstaand reisverhaal hoort de schrijver H. Boom van een kenner dat het orgel in
Meppel een 'prul' is en nodig vervangen zou moeten worden: '[...] Genoeg -
Meppel heeft het voorregt een organist te bezitten, die van het orgel kan maken
wat het niet is, maar ook om zijnentwille hoop ik, dat aan de kerk een orgel
worde gegeven, zijner talenten en tevens der gemeente waardig! Moge de harmonie
der "woorden" te Meppel niet volmaakt zijn - in die der "toonen" is het anders
en allen kunnen dus de handen ineenslaan om een orgel te verkrijgen.' dat zuiver
en liefelijk van toon de gemeente ook stemt tot harmonie.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(05-03-1879).
Op 5 september
vraagt de kerkenraad naar aanleiding van het vertrek van voorlezer/voorzanger
A.R. Uhl aan de kerkvoogdij onder welke voorwaarden sollicitanten voor deze
functie kunnen worden opgeroepen.
Op
26 september vraagt de kerkenraad
of de kerkvoogdij akkoord kan gaan met de benoeming van M.J. van Rooijen. Hij is benoemd via loting, omdat ook na een
tweede stemming er een gelijk aantal
stemmen was
voor A.R. Uhl en J. Hulst. (21)
1882
In de kerkvoogdijvergadering van 6 mei wordt overlegd over de restauratie van het orgel. Aan de voorzitter van het college wordt opgedragen
daarover te
corresponderen met de organist/orgelbouwer Zwier van Dijk uit Kampen. Speciaal
wordt genoemd de noodzakelijke reparatie van de Trompet en de Dulciaan van het
Hoofdwerk.
Er zijn geen gegevens bewaard gebleven
over de werkzaamheden die Zwier van Dijk uitvoerde.
Als de dispositie
uit het boek van Van 't Kruijs Verzameling van disposities der verschillende orgels in
Nederland' uit 1885 wordt vergeleken met de dispositie uit Knock dan worden
de werkzaamheden deels duidelijk.
Zwier van Dijk heeft het
Borstwerk verwijderd bij Broekhuijzen wordt het Borstwerk nog genoemd en in de dispositie bij
Van 't Kruijs in 1885 is er
sprake van een tweeklaviers orgel.
1883
De Amerikaans zanger Philip Phillips geeft op 24 augustus een concert met als
begeleiding een harmonium. Misschien was het orgel toen nog buiten
gebruik vanwege de restauratie door Zwier van Dijk?
Provinciale
Drentsche en Asser courant (25-08-1883)
Daartegen spreekt
dat hetzelfde concert ook is uitgevoerd in de Hervormde Kerk van Assen, waarbij ook het
harmonium werd gebruikt.
In september wordt Wiecher Brug benoemd als
voorlezer en voorzanger voor een salaris van f 75,- per jaar. Hij volgt W.J. van
Rooijen op. Voor de functie melden zich maar twee sollicitanten. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (04-09-1883)
Op 5 september wordt het orgel weer ingebruik genomen met een bespeling door
beide orgelmakers en door de plaatselijke organist Zillinger. het woord werd
gevoerd door ds. van den Hamme.
Over het orgel wordt het volgende gezegd:
- 'Jaren lang was bet er treurig mede gesteld en weinig dacht men, dat het oude
orgel nog voor zoodanige reparatie vatbaar was, als thans bleek het geval te
zijn. Helder en zuiver klonken de toonen door het kerkgebouw en gaven ons de
getuigenis, dat de huren van Dijk en Proper zeer zijn aan te bevelen in hun
vak.'
- 'Kerkvoogden der Hervormde gemeente te Ileppel achten zich verplicht
te verklaren, dat de Heer Z. VAN DIJK, Orgelmaker en Organist to Kampen, zeer
aan te bevelen is voor liet in orde brengen van kerkorgels. Het orgel in de kerk
alhier, dat men versleten waande, heeft hij met zijn neef PROPER tegen zeer
billijken prijs in nitmuntenden staat ge-bracht, zoodat zij eer van hun werk
hebben.'
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (06-09-1883), Provinciale Overijsselsche en Zwolsche
courant (02-10-1883).
Op 11 december geeft de blinde organist Oord een concert. Over het orgel wordt
gezegd: 'Ook deze uitvoering bevestigde ons in ons gevoelen , dat het kerkorgel
door de laatste reparatiën aanmerkelijk in goeden toon en kracht heeft gewonnen.
Vooral de Vox Ilinumei klonk prachtig, doch zou de voortdurende hoorbare werking
der pedalen weg zou kunnen worden genomen, zou het gehoor er veel door winnen.'
Zie Meppeler Courant (08-12-1883),
(15-12-1883).
1884
Concert met organist Godefroy uit Steenwijk op orgel en Mevr. De Koe-Elzinge uit
Amersfoort. Zie Meppeler Courant (1884-05-14).
1897
Vier artikelen van
P.A. Derks over het orgel. Zie
Meppeler Courant
24-04-1897 + resttekst,
01-05-1897,
15-05-1897 en
02-06-1897
1905
Na de Pinksterdagen wordt een begin gemaakt met de
restauratie van het orgel door orgelmaker Jan Poper. Zie Het Orgel (1905 mei).
Proper verplaatst de speeltafel naar de linkerzijwand van het
Hoofdwerk. Het is waarschijnlijk dat Proper de Rugwerklade op de (lege) plaats van de
Borstwerk-lade heeft gelegd, (voor de laatste restauratie bevond zich op deze plaats de
Rugwerklade) terwijl hij ook de klavieromvang heeft gewijzigd. Was de klavieromvang nog
steeds ongewijzigd, C-c3 Proper gaat deze omvang uitbreiden door cis3 t/m f3 terug te
koppelen aan het lagere octaaf, alleen echter in het Hoofdwerk. In het Rugwerk heeft
Proper de oplossing gevonden door de windlade te verlengen. Daar Cis en Dis uit het groot
octaaf ontbraken, zijn daarvoor op de verlengde lade pijpen
aangebracht. (behalve voor Sesquialter en Quint 3). Wat de Hoofdwerklade betreft heeft men
dit manco opgelost door een in zijn stunteligheid nog geniale constructie: Nasat en Octaaf
2' spreken op één pijp, Holpijp en (front-) Prestant evenzo, Ruispijp en Mixtuur bleven
stom. De trompet 8 kreeg een toevoeging van 2 pijpjes van + 30 cm lengte, voorzien van een
harmoniumtong. Trekt men de Prestant die op de lade staat, dan schuift het sleepje onder
deze trompet half open en fungeert deze 'Trompet' als Prestant 8.' Dit hele
geval is op een aparte lade aan de zijkant van het Hoofdwerk boven de speeltafel
aangebracht. Hiervoor was een uitbreiding van de kas noodzakelijk. Naast de Rugwerklade
zijn nog pijpen aangebracht waarop Cis en Dis van de Prestant 4'; Fluit 4'; de Holpijp 8'
en de Bourdon 16' van het Hoofdwerk spreken. Om deze pijpen een plaats te geven, zijn 7
pijpen van de Holpijp 8' van het Rugwerk (toen op de plaats van het Borstwerk) in de lege
Rugwerkkas geplaatst. Proper voltooide de restuaratie in vier maanden.
Het
orgel wordt op 24 november weer in gebruik genomen met een concert door de eigen
organist P.J. Sonbeek. De predikanten van 't Hooft en Ossewaarden voerden het
woord. Er waren 400-500 bezoekers. Zie
Het Orgel (1905 december). Jan Godefroy organist in Steenwijk
zegt in het bericht: ' De herstelling van het oude orgel was werkelijk noodig.
Ik herinner mij dat orgel bespeeld te hebben, plm. 20 jaren geleden. Toen was
het al niet heel mooi meer, het had aangehangen pedaal. Na dien tijd werd er dan
ook voor concerten geen gebruik meer van gemaakt.'
Zie ook Het nieuws
van den dag : kleine courant (29-11-1905),
Provinciale
Drentsche en Asser courant (27-11-1905).

Foto: AR 51321-65 (34)
1906
Op 20 juni geeft organist Joh. W. Wensink een
concert met mej. Lignac (sopraan) en mej. Oterbeek Bastiaans (alt). Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (27-11-1905),
(22-06-1906).
1920
In deze periode voerde de Nederlandsche Organisten
Vereniging (NOV) een campagne voor salarisverhogingen. Dit lukte in Meppel. Het
salaris werd met f200,- per jaar verhoogd.
1926
Op 27 december schrijft de
rijksarchivaris van Drenthe aan de secretaris-kerkvoogd van Meppel H. Vink, dat
hij in de gestuurde archiefstukken niet heeft kunnen vinden wat hij zocht. Dat
had hij ook al verwacht, omdat het orgel niet door de kerkelijke gemeente is
aangeschaft, maar door de burgerlijke overheid. De archivaris stuurt informatie
mee van een zekere Koops (waarschijnlijk Willem Koops 1844-1922 uit De Wijk),
waarin de geschiedenis van het orgel wordt beschreven. In het gemeentearchief
van Meppel is volgens de rijksarchivaris veel meer informatie te vinden. Hij
stelt voor dit archief te bezoeken. In dezelfde archiefmap is ook nog een
ongedateerd aantekenbriefje te
vinden met gegevens over de in 1825 uitgevoerde werkzaamheden door Scheuer. Een
paar keer vergist de schrijver zich en noteert per ongeluk '1925'.
Een ander
aantekenbriefje bevat
aantekeningen, die verband houden met de werkzaamheden door Spiering in 1927.
Er worden 3 pedaalregisters voor een pneumatisch vrij pedaal genoemd: Subbas
16', Octaafbas 8' en Trombone 8'.
Voor het tweede manuaal worden Aeoline
8' en Viola 8' genoemd. Verder Tremulant en windmachine.
Verder nog een
afschrift uit het Meppeler
gemeentearchief van het sluiten van het contract met Jan Harmens Kamp te
Heerenveen. (15)
1927
In maart bericht De standaard (21-03-1927)
over de komende restauratie.
Orgelmaker Spiering uit Dordrecht restaureert het orgel in 1927 en voert de
volgende werkzaamheden uit:
Het metalen front wordt vervangen door een zinken front, zowel voor het
Hoofdwerk als
het Rugwerk.
Spiering plaatst een nieuwe Viola 8' en een Celeste 8' op de lade van het
oorspronkelijke Rugwerk en verwijdert de
Octaaf 2'.
Er komt een nieuwe pneumatische pedaallade
achter het orgel met een Subbas 16' en een Gedekt 8'. (in Het Orgel
wordt een Zacht Gedekt 16' genoemd) Ook wordt er een windmotor geďnstalleerd.
Zie
Het Orgel (1927-juni).
Op 9 juni geeft de eigen organist Willem Zorgman een concert na afronding van de
restauratie. De opbrengst is bestemd voor het orgelfonds. Zie Meppeler Courant (04-06-1927)
In de kerkvoogdijvergadering van 11
juli wordt besloten dat organist Zorgman ervoor moet zorgen dat bij zijn 'ontstentenis'
er een bekwame plaatsvervanger speelt. Dit geldt vooral voor trouwdiensten.
In
de kerkvoogdijvergadering van 12
oktober wordt het onderhoud van het orgel besproken. Eenmaal stemmen
inclusief onderhoud bij Spiering komt op f 80,- per jaar. Tweemaal kost f 110,-.
(28)
De kosten van de restauratie beliepen f 2.000,-.
In een serie van
vier artikelen wordt in het Predikantenblad
in de maand juni de
geschiedenis van het orgel uitgebreid beschreven. Onderaan het eerste artikel
staat genoteerd: 'W. Zorgman is organist Orgel zeer belangrijk'.


Links: foto: bron onbekend rechts: Foto:
AR 56728-123 (34)
1928
Willem Zorgman. geeft een serie concerten. De
eerste is op 27 juni. Zie Meppeler Courant (1928-06-22).
1929
Op 19 augustus
schrijft organist Willem Zorgman aan zijn collega Johan van Meurs in Groningen
een brief. Blijkbaar heeft
Van Meurs bij Zorgman geďnformeerd naar de mogelijkheden om hem op te volgen. Zorgman vertrekt naar
Breda.
Het geven van orgellessen in Meppel is redelijk verlopen. Extra
inkomsten verwerven is lastig. Er zijn maar weinig extra diensten die apart
worden betaald. Zangverenigingen zijn allemaal voorzien van een dirigent.
Meppel is onmuzikaal. Concerten worden slecht bezocht. Zorgman ontraadt
solliciteren. Hij blijft voorlopig in Meppel wonen, omdat hij in Breda nog geen
woning heeft en er een tweede kind wordt verwacht. Van Meurs kan dus voorlopig nog
geen leerlingen overnemen.
Aan het slot van de brief wordt door Zorgman de
dispositie van Meppel vermeld. (10)
1933
Frederik van Eeden houdt een rede in de kerk met orgel en cello.
Zie Opgang
geillustreerd weekblad voor godsdienst, wetenschap, kunst, staatkunde, economie,
techniek, nijverheid, handel, industrie, jaargang 13, 1933, no 654,
26-08-1933
1934
Concert door Jan Zwart. Zie Meppeler Courant
(1934-10-26).
193x
Organist J.B. van Meurs noteert de
dispositie op een pagina in het boek met de dispositieverzameling van M.H. van 't Kruys.
(10)

Klik op de afbeelding voor een vergroting
1936
Concert door Feike Asma als vervanger van de zieke Jan Zwart.
Zie Meppeler Courant (23-10-1936).
1937
In het boek Genealogische en
heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe uit 1937
wordt een opschrift op het orgel vermeld.
1939:
De kerkvoogdij krijgt een bericht van Monumentenzorg dat het orgel op de
monumentenlijst is geplaatst. Zie Meppeler Courant (05-09-1939).
1940
De dispositie van het orgel ziet er in 1940 als volgt uit:
| Hoofdwerk | ||
| Prestant | 8' | Front zink, rest origineel |
| Prestant | 8' | Een tweede prestant op de plaats van de Dulciaan 16' |
| Holpijp | 8' | G-B hout, rest origineel |
| Bourdon | 16' | C-c van hout en gedekt, rest open en waarschijnlijk gemaakt uit de Quintadeen 8' |
| Octaaf | 4' | Origineel |
| Quint | 3' | Origineel F.C. Schnitger |
| Octaaf | 2' | Origineel |
| Open fluit | 4' | Origineel |
| Ruispijp | II | Origineel |
| Mixtuur | III | Origineel |
| Trompet | 8' | Origineel |
| Rugwerk | Op de plaats van de voormalige Borstwerklade | |
| Prestant | 4' | Front zink, rest origineel in rugwerkkas |
| Holpijp | 8' | Origineel |
| Fluit | 4' | Origineel |
| Quint | 3' | Origineel C-B gedekt |
| Woudfluit | 2' | Origineel |
| Sexquialtera | II | Origineel Waarschijnlijk vroeger in onderste octaaf + tertsen-koor |
| Flute travers | 8' | Alleen discant en geplaatst op de plaats van de Sifflet 1 1/2' |
| Celeste | 8' | Op de plaats van de Scherp. Spiering |
| Gamba | 8' | Op de plaats van de Octaaf 2'. Spiering |
| Dulciaan | 8' | Origineel |
| Pedaal | ||
| Subbas | 16' | Door Spiering gemaakt. Pneumatisch. Hout |
| Gedekt | 8' | Door Spiering gemaakt. Pneumatisch. Hout |
Omvang van de klavieren: C-f3 (Oorspronkelijk C-c3)
Cis en Dis uit het groot octaaf ontbraken tot Proper. (zie 1905)
1941
In de Drentse Volksalmanak van 1941 (bladzijden 44-53) schrijft
B. Lonsain een
artikel Bijdrage tot de
geschiedenis van den bouw van een kerkorgel over het orgel in Meppel. (13)
In het blad HET KERKORGEL, een uitgave van de orgelfabriek A.S.J. Dekker
schrijven A.P. Oosterhof en E.J. Penning in het
artikel Grepen uit de
Nederlandsche orgelhistorie, 1941 op de pagina's 1-5 over de orgelmaker
Garrels. Genoemd worden de brieven die Garrels in 1718 schreef aan de schulte
van Meppel.
1942
Het Meppeler Mannenkoor geeft een concert met
medewerking van de tenor Gerrit Kijk in de Vegte en organist George Stam uit Leeuwarden.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (30-03-1942), Agrarisch nieuwsblad jaargang 6, 1942, no. 1516,
(28-03-1942).
1948
Op
17 februari schrijft de Bouw- en
restauratiecommissie van de Hervormde Kerk aan de kerkvoogdij dat een mogelijkheid
tot subsidie wordt besproken met Monumentenzorg. Men raadt aan contact op
te nemen met de sinds kort bestaande Orgelcommissie van de Hervormde Kerk (HOC).
Contactpersoon is de heer Besselaar in Rotterdam.
Op
23 februari schrijft de HOC dat
er in 1943 overleg is geweest met Monumentenzorg over het orgel, maar dat dit is
opgeschort door de tijdsomstandigheden. Monumentenzorg wil het overleg graag
hervatten en is in principe ook bereid tot het verlenen van subsidie.
In een
brief van 3 maart geeft de HOC antwoord op een brief vanuit Meppel van 26 februari waarin om advies
wordt gevraagd. Het plan is dat
Erné en Legęne een bezoek aan het orgel gaan brengen.
Op 1 april
bevestigt de kerkvoogdij per
brief (09)
het bezoek van Lambert Erné op 7
april. De sleutels van het orgel krijgt hij bij de administrateur van de kerk. Dit
kantoor zit vast aan de kerk. Voor de geschiedenis van het orgel wordt verwezen
naar een artikel door B. Lonsain in de Drentse Volksalmanak uit 1941. (13)
In de notulen van de kerkenraad worden werkzaamheden
gevonden door Scheuer in 1826 voor f 1200,- en in 1886 door Van Dijk voor f
500,-
Een samenvatting uit een brief
van 15 april van het Drents Archief geeft een beeld van de geschiedenis van het
orgel. Genoemd worden de werkzaamheden in de 19e eeuw. Bijlagen worden
meegestuurd.
Op 16 april stuurt de
kerkvoogdij een brief
met de zojuist verkregen informatie uit het Drents
Archief door
naar Erné en
Legęne.
Op 12 mei beschrijft
Johannes Legęne in een
rapport, op basis van de ontvangen informatie, de geschiedenis van het
orgel. Op basis hiervan en de huidige toestand wordt een
restauratievoorstel gedaan. Volgens het rapport van Legęne heeft de kerkvoogdij al
overleg gehad met de orgelmaker Sanders. De dispositie van Hoofdwerk en Rugwerk
kan weer in de oorspronkelijke staat worden hersteld, omdat het pijpwerk voor
het grootste gedeelte bewaard is gebleven. Het Borstwerk kan worden
gereconstrueerd op basis van het eerste keuringsrapport van Berff. Dit zal
ook moeten, omdat volgens Legęne het snijwerk van het Borstwerk bewaard is
gebleven en dus de plaats van het Borstwerk goed zichtbaar is. Ook doet hij een
voorstel voor een nieuwe zelfstandig Pedaal. De lelijke gipsen beelden van het Rugwerk
zouden naar een tuin kunnen verhuizen. Het snijwerk van het Rugwerk kan dan
worden gemaakt conform dat van het Hoofdwerk. Als de windladen ruimte bieden voor een Cis en
Dis kunnen deze in het groot octaaf worden toegevoegd. De manualen kunnen hun omvang van C-c'''
behouden. Er is geen ruimte voor een uitbreiding van de manuaalomvang naar boven.
In een
rapport van 5 juni wordt door de HOC vooral de nadruk gelegd op de
keuringsrapporten van N. Berff en Petrus Havingha. Op basis hiervan kan de
oorspronkelijke dispositie van Hoofdwerk en Rugwerk worden hersteld. De opgave van
Berff over het Borstwerk (Echo, Octaaf, Quint, Blockfluit, Nazaat) hoeft niet
letterlijk gevolgd te worden omdat er niets van is bewaard. Het zou als volgt
kunnen luiden: Gedekt 8',
Roerfluit 4', Blokfluit 2', Nazard 1 1/3', Flageolet 1', Scherp IV en Regaal 8'.
Ook zou kunnen worden overwogen de Cimbel III te vervangen door een Scherp
II-III. Twee orgelmakers (Sanders en Ruiter) zouden offerte moeten uitbrengen op
basis van dit rapport.
Op 10 oktober komt er een
uitgebreider rapport, waarin de
geschiedenis van het orgel en de huidige toestand uitgebreid wordt beschreven en
alle uit te voeren werkzaamheden staan opgesomd.
De offerte van
Sanders is van 30 september. Hij begroot een prijs van f 23.500,-. De werkzaamheden
kunnen begin 1949 aanvangen. Sanders had deze restauratie al eerder besproken
met dr. G.J. van Kolmeschate. Een bestek willen ze in deze fase nog niet leveren.
De
offerte van Mense Ruiter is van 29
oktober met een begroting van f 27.000,- Een reservering van f 3.000,- voor
tegenvallers is gewenst. Hij schat dat dat de klavieren kunnen worden uitgebreid
tot f''' en dat er ook ruimte is voor de Cis en Dis in het groot octaaf.
De Hoofdwerkkas zou iets terug moeten worden geplaatst. Een tekening van
het orgel is bijgesloten.
Op 11 november bevestigt de
kerkvoogdij van Meppel aan de HOC de ontvangst van de offertes van Ruiter en
Sanders. Graag ontvangt men nader advies. Op
30 november bevestigt de HOC de
brief van de kerkvoogdij.
Op 21
december meldt de HOC dat ze de voorstellen van Ruiter en Sanders hebben
bekeken. Op grond van de inhoud van de aanbieding en de betrokkenheid bij de
restauratie van historische orgels geeft de HOC de voorkeur aan Mense Ruiter.
Ruiter moet dan in overleg met de HOC een volledig bestek opstellen. Daarna kan
het bestek worden voorgelegd aan Monumentenzorg voor het verkrijgen van een
subsidie.
Op 31 december
schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de opgaven van Sanders en Mense Ruiter
zijn bestudeerd. De HOC heeft een sterke voorkeur voor Mense Ruiter gezien zijn
uitwerking van het plan en zijn ervaring. Ze adviseren Mense Ruiter het werk
te gunnen.
(08) (40)
1949
Op 5 januari schrijft
dr. G.J. van Kolmeschate namens de
kerkvoogdij van Meppel. Hij vraagt waarom de HOC de voorkeur geeft aan Ruiter,
terwijl de offerte van Sanders goedkoper is.
Op 7 januari een
briefkaart vanuit Meppel. Men
verwacht de opdracht aan Ruiter te gunnen, maar men wil volgende maand eerst nog
een overleg tussen de kerkvoogdij, Ruiter en de HOC.
Op
14 januari stuurt van Kolmeschate een
brief naar Mense Ruiter met kopieën naar Erné en secretaris Besselaar van de
HOC. In de brief krijgt Mense Ruiter een voorlopige opdracht voor de restauratie.
Voordat de definitieve opdracht kan worden verstrekt dient er eerst een
uitgewerkt bestek te worden gemaakt dat moet worden toegestuurd aan Besselaar
van de HOC, Erné en de kerkvoogdij. Dit bestek moet worden besproken
in een vergadering op 8 februari met de HOC, Erné en de kerkvoogdij. In deze
vergadering kan dan het bestek definitief worden vastgesteld en doorgestuurd naar
Monumentenzorg. Men is blij dat de manualen kunnen worden uitgebreid met Cis en
Dis en tot g'''. Ook wil de organist (toen Bé Hollander) graag een strijker op Manuaal II. Dat kan
dan ook ter sprake komen.
Op 5 februari gaat er een
briefkaart naar Erné met gegevens
voor de vergadering op 8 februari.
Op 25 februari een
briefje van Kolmeschate naar Erné
met gegevens uit de kerkarchieven. Na 1833 is er weinig meer te vinden. De werkzaamheden van Scheuer en Zwier van Dijk zijn onduidelijk. Wel is er een
opschrift op een prestantpijp die interessant is.
Op 6 juni schrijft van
Kolmeschate via een
briefkaart naar
Erné waarom er nog geen rapport ligt over het orgel. In februari zouden Erné en
Ruiter het orgel bezoeken en het rapport opstellen. Graag voortgang. De eerste
contacten met de HOC dateren al van 1948.
Op
6 oktober een brief van
Kolmeschate vanuit Delft als antwoord op een brief van 5 oktober van Erné. Zijn
eigen gegevens zijn nog in Meppel. De speeltafel moet door Proper in 1907 zijn
verplaatst naar de zijkant, omdat de oudste kerkvoogden zich herinneren dat de
organist daarvoor tussen Hoofd- en Rugwerk zat. Kennis van 1883 kunnen zij niet
hebben. Op de achterzijde van de panelen van het Rugwerk? zijn nog
spoorwegetiketten aanwezig van 1907. Ook zijn de rugwerkpanelen nog aanwezig.
Als de verplaatsing van de speeltafel in 1883 was gebeurd, dan zouden deze
vermoedelijk toen zijn verdwenen. Het Borstwerk zou kunnen zijn verdwenen in
1883. Van 't Kruijs vermeldt in 1885 geen Borstwerk meer. Ook stelt hij nog aan de
orde of er een organist in de commissie moet plaatsnemen, naar aanleiding van een
artikel in een tijdschrift over bouwkunde.
Op
28 oktober schrijft Mense Ruiter
aan Hendrikse van de HOC dat zijn begroting van de restauratie f 27.000,-
bedroeg met daarin opgenomen f 10.700,- voor het nieuwe pedaal. Hij heeft toen
ook al aangegeven dat de uiteindelijke kosten tussen de f 27.000,- en f 30.000,- zullen
gaan uitkomen. Voor de subsidieaanvraag dient uitgegaan te worden van het
hoogste bedrag. Dit bedrag dateert uit 1948 en gezien de inflatie zal daar nog
wel f 2.000,- bijkomen.
Op 2
november schrijft de HOC dat het rapport gereed is en dat men dit kan
gebruiken om subsidie aan te vragen bij Monumentenzorg. Het bedrag voor het
nieuwe zelfstandige pedaal is apart gespecificeerd.
Op
15 november schrijft van
Kolmeschate
aan Erné dat bij zijn bezoek aan Meppel op 6 november het rapport er nog niet
was en verzoekt daarom vaart te maken. (08)
(40)
1950
Op
4 januari stuurt van Kolmeschate aan
Erné een adreswijziging van zijn verhuizing van Meppel naar Delft. Zijn beroep
geeft hij aan als scheikundige.
Er is een ongedateerd maar wel ondertekend restauratieplan (waarschijnlijk van november 1949).
In dit plan wordt de kerkvoogdij geadviseerd het orgel te laten bestaan uit
Hoofdwerk, Rugwerk en Borstwerk en uit te breiden met een zelfstandig Pedaal in
een kas achter het Hoofdwerk. De klaviatuur komt tussen Hoofdwerk en Rugwerk. (08)
Hoofdwerk
1. Prestant 8 voet, oud,
front nieuw.
2. Roerfluit 8 voet, oud, met vervanging der houten door metalen.
3. Quintadeen 8 voet, (mogelijk is deze gedeeltelijk in de Bourdon 16 aanwezig
en zal daaruit gereconstrueerd worden
4. Octaaf 4 voet, oud.
5. Fluit 4
voet, oud.
6. Spitsquint 3, oud.
7. Octaaf 2 voet, oud.
8. Ruischpijp 2
sterk, oud.
9. Mixtuur 3 sterk, oud.
10. Cymbal 3 sterk, nieuw. Gaten nog
aanwezig.
11. Dulciaan 16 voet, nieuw. Op oude plaats.
12. Trompet 8 voet,
oud.
Rugwerk
13. Gedekt 8, oud.
14. Prestant 4 voet., oud.
15. Fluit
Doux 4 voet, oud.
16. Quint 3 voet, oud.
17. Octaaf 2 voet, oud.
18.
Woudfluit 2 voet, oud.
19. Sifflet 1 1/3 voet, nieuw.
20. Sexquialter 2
sterk, oud(met aanvulling van ontbrekende pijpen)
21. Scherp 4 sterk, nieuw.
22. Dulciaan 8 voet, oud.
Borstwerk
23. Gedekt 8 voet, nieuw
24.
Blokfluit 4 voet, nieuw.
25. Octaaf 2 voet, nieuw.
26. Ouint 1 1/3 voet,
nieuw.
27. Octaaf 1 voet, nieuw
28. Scherp 4 sterk, nieuw.
29. Regaal 8
voet, nieuw.
Pedaal
30. Bourdon 16 voet, nieuw.
31. Prestant 8 voet,
oud, nieuw.
32. 0ctaaf 4 voet , nieuw.
33. Nachthoorn 2 voet, nieuw.
34. Mixtuur 6 sterk, nieuw.
35. Bazuin 16 voet, nieuw.
36. Trompet 6 voet,
nieuw.
37. Cornet 2 voet, nieuw
Man.koppel: II-I, III, II,
Koppel
Pedaal-I,Tremulant voor Rugwerk.
Al het te handhaven pijpwerk wordt
schoongemaakt en hersteld. Teveel beschadigde bovenranden worden vernieuwd. Te
hoge opsneden verlaagd. Niet te herstellen pijpen worden vervangen door pijpen
van gelijke makelij.
Klaviatuur naar boven uitbreiden met minstens 4 tonen. Toevoeging
van Cis en Dis in het groot octaaf, indien dit verantwoord mogelijk is.
Van
de registers 1 en 4 wordt het frontpijpwerk vernieuwd met 75% tin. De Quintadeen
wordt, indien mogelijk, gereconstrueerd uit de Bourdon 16'. Het nieuwe pijpwerk
dient aan te sluiten bij het oude pijpwerk.
De intonatie dient karaktervol te
zijn. Stemming gelijk aan de huidige. Na herstel van het pijpwerk de winddruk verlagen tot
de juiste druk.
De bestaande windladen uit elkaar nemen, herstellen en opnieuw
verlijmen. De speelventielen opnieuw richten en van een nieuwe viltlaag voorzien.
De pulpeten, pulpeetdraden, geleidestiften en veren vervangen.
De
windladen met minstens 4 tonen en indien mogelijk, ook met Cis en Dis uitbreiden.
De
nieuwe windladen dienen aan te sluiten bij de oude windladen.
De tractuur
wordt evenals de klavieren geheel nieuw gemaakt.
De bestaande balg wordt
gehandhaafd. Er komen nieuwe windkanalen. Elke windlade krijgt een eigen schokbalg. De
balgkamer moet zodanig geplaatst te worden dat temperatuur en vochtigheid gelijk
zijn aan die in het kerkgebouw.
Het Hoofdwerk wordt 20cm teruggeplaatst,
zodat tussen Rugwerk en Hoofdwerk 97cm ruimte is. De nieuwe pedaalkas achter het
Hoofdwerk met 60cm tussenruimte. De panelen van het Borstwerk worden uitneembaar ten behoeve van de stemming.
In de begeleidende brief van
Lambert Erné worden de 4 stappen van het restauratieproces beschreven
1. Restauratie en uitbreiding van het Rugwerk. Opstelling op de oude plaats.
Klaviatuur met 3 manualen in Hoofdwerkkas. Opstelling en herstel van de
Hoofdwerkkas in oude vorm.
f 8.895,- Eind september 1951 gereed
2. Restauratie en uitbreiding van het
Hoofdwerk.
f 10.861
3. Inbouw van een nieuw Borstwerk. f 6.616 fase 2 en 3 gereed januari 1952
4.
Bouw van een nieuw pedaalwerk in een eigen kas. Dit pedaal van 9 stemmen zou circa f 11.000,- gaan kosten.
Mense Ruiter verzoekt Erné aan de kerkenraad mee te delen dat hij het
risicopercentage heeft laten vervallen. De klaviatuur voor het Rugwerk zal
waarschijnlijk oktober 1951 worden. Het Hoofdwerk komt gereed in maart 1952. Het Borstwerk
is gepland voor juli 1952.
Uit de aantekeningen op een
kladnotitie blijkt dat
bovenstaande planning te optimistisch is en dat het minimaal een maand later
wordt.
Verder is er een beschrijving
van het nieuwe pijpwerk voor het Hoofdwerk: Prestant 8' frontpijpen en enkele
binnenpijpen, Dulcian 16', Cymbel IV-VI en pijpen c'''-f''' in andere registers.




Tekeningen Mense Ruiter Orgelmakerij. 1: Hoofdwerk en Borstwerk, 2: Borstwerk en
Pedaal van bovenaf, 3: deel pedaallade 4: Zijkant orgel Klik op de afbeeldingen
voor een vergroting. (08)
Op
7 maart vraagt de kerkvoogdij van
Kolmeschate om raad omtrent een brief van 15 februari van de rijkscommissie
voor kerkorgels. Daarin worden de volgende vragen gesteld:
- Een nauwkeurig
begroting voor de restauratie van het orgel en de uitbreidingen
- Mensuren
van alle oude en nieuwe registers op c
- Wat is de winddruk
Op
12 maart schrijft van Kolmeschate aan
Erné dat de kerkvoogdij een brief kreeg van dr. M.A. Vente van de Rijkscommissie
van advies voor kerkorgels. Dit naar aanleiding van het rapport van Erné. Kan Erné de vragen
uit de brief van 15 februari
beantwoorden?
Op 13 maart
schrijft de rijkscommissie voor kerkorgels (Vente) dat er geen subsidie kan
worden verleend voor de toevoeging van een zelfstandig Pedaal. Wel wordt overwogen
subsidie te verlenen voor het herstel van het oude deel van het orgel.
Op 21 maart
vraagt de HOC aan de kerkvoogdij wat de stand van zaken is. Is het rapport al
ingediend bij de betrokken rijksinstantie?
Op 29 maart maant
van Kolmeschate Erné om snel te antwoorden.
Op
3 april informeert de HOC bij Erné
of de vragen van de Rijksorgelcommissie al zijn beantwoord.
Op
4 mei informeert de HOC bij Mense
Ruiter hoe het staat met de opgave van de mensuren.
Op
11 mei antwoordt Mense Ruiter dat
de opgave van de mensuren eind volgende week zal komen.
Op
17 mei een brief van Mense Ruiter
aan de HOC met daarin de mensuren van het bestaande pijpwerk van Hoofd- en
Rugwerk. Dezelfde gegevens in
handschrift van Mense Ruiter.
Op 22 mei wordt de mensuuropgave van Mense
Ruiter doorgestuurd naar Erné.
Op 24 mei bezoekt G.A.J. ter Linden van de
Bouw- en restauratiecommissie van de Hervormde Kerk Meppel en hoort daar dat het maar
niet opschiet in het restauratieproces. Hij
informeert bij de HOC naar de
stand van zaken.
Op 30 mei een
brief van de HOC aan de kerkvoogdij dat er schot komt in de zaak nu Mense Ruiter
de mensuurgegevens heeft toegestuurd.
Conceptbrief van de HOC. Hierin
wordt gesteld dat de mensuren pas tijdens de restauratie van de windladen kunnen
worden vastgesteld.
Op 31 mei volgt dan de definitieve
brief.
Op
9 juni meldt de bouw- en
restauratiecommissie van de Hervormde Kerk zich. Ze hebben via de HOC van de restauratieplannen
gehoord.
Op 12 juni
schrijft de kerkvoogdij naar van Kolmeschate op zijn vraag wat er al aan
correspondentie is binnen gekomen. De kerkvoogdij stuurt het op en vraagt wat de
rol is van al die instanties. Kan van Kolmeschate
uitleggen wat de volgende stap is?
Op
14 juni verzoekt van Kolmeschate de HOC
nogmaals om de gevraagde gegevens aan de Rijkscommissie te leveren.
Op
20 juni antwoordt de HOC dat ze nu
alle gegevens van Mense Ruiter binnen hebben en verder kunnen. De HOC verzoekt
ook alle correspondentie aan het secretariaat te sturen om een
vlotte verwerking te bewerkstelligen.
Op
18 juli stuurt Mense Ruiter
aanvullende gegevens voor de begroting. Hij rekent de volgende bedragen:
Hoofdwerk f 9380,-, Rugwerk 6800,-, Borstwerk f 7720,- en pedaal f 11500,- Samen
f 35400,-. Inbegrepen zijn: Verplaatsing Hoofdwerkkas naar achteren,
draaibaar maken panelen borstwerk, nieuwe kas Pedaal. De nieuwe frontpijpen voor
het Hoofdwerk zijn nogal duur: f 2300,-
Op
20 juli maant van Kolmeschate de HOC
weer om op te schieten.
Op 24 juli
antwoord van de secretaris van de HOC. Hij zal proberen de zaak te
versnellen.
Op 29 juli stuurt
de HOC de van Mense Ruiter verkregen gegevens door naar de kerkvoogdij.
Opgemerkt wordt dat het vaststellen van de winddruk op dit moment geen zin heeft. Dat is pas
zinvol na herstel van de windladen en het pijpwerk.
Ongedateerde
opgave van Mense Ruiter met de
specificatie van de tongwerken van het pedaal.
Op
3 augustus schrijft de
kerkvoogdij naar van Kolmeschate in Delft. Zou van Kolmeschate de correspondentie
met alle instanties kunnen voeren. De kerkvoogdij acht zich niet capabel.
Op
7 augustus schrijft de
kerkvoogdij naar Vente. Zijn vragen zijn beantwoord in een bijlage. De kosten
voor het Hoofdwerk bedragen f 9.380, Rugwerk f 6.800,-, Borstwerk f 7.720,- en
Pedaal f 11.500,-. Totaal f 35.400,-
Voor de mensuren wordt verwezen naar de
HOC. De winddruk kan pas tijdens het restauratieproces
worden vastgesteld
In augustus? geeft de
secretaris van de Bouw- en restauratiecommissie een
samenvatting van de tot nu toe
uitgewisselde correspondentie. Uit deze samenvatting blijkt dat al in 1943
contact was met Monumentenzorg over een restauratie. Door de oorlog kon dit
verder geen doorgang vinden. In een brief van 13 maart 1950
heeft de Rijkscommissie van Advies voor Kerkorgels (via M.A. Vente) al gesteld
dat er geen
subsidie kan worden verleend op toevoegingen aan het orgel. Ook dienen er
meer gegevens te worden aangeleverd voor het kunnen verlenen van subsidie. Ook
blijkt uit deze samenvatting dat van Kolmeschate namens de Kerkvoogdij alle
correspondentie verzorgt.
Op 2 november een
brief van Mense Ruiter aan de
kerkvoogdij met daarin de restauratiefases:
1. Rugwerklade
en -pijpwerk restaureren. Nieuwe speeltafel. Rugwerk speelklaar maken.
2.
Hoofdwerklade en pijpwerk restaureren en plaatsen
3. Borstwerk en
pijpwerk maken en plaatsen
4. Pedaallade, pijpwerk en kas maken en
plaatsen
Vier weken na datum deze brief kan worden begonnen met de demontage
van het rugwerk. Daarna de
tekeningen uitwerken. De restauratie van het Rugwerk start in januari 1951.
Op 7 november
schrijft de HOC een brief aan ds. Zuiderduyn in Meppel. Het is van groot belang dat eerst
officieel
toestemming wordt verkregen van Monumentenzorg voordat met de werkzaamheden
wordt begonnen. Zonder deze toestemming kunnen er grote moeilijkheden ontstaan.
Vente is slechts een officieuze bron.
Op
7 november schrijft de HOC aan de
Rijksdienst voor Monumentenzorg dat er inmiddels een restauratierapport is met
een kostenraming. Op 1 januari is het plan de restauratie te starten. Een lid
van de rijksorgelcommissie zou toestemming hebben gegeven om te starten in
afwachten van officiële toestemming en subsidieverlening. De HOC geeft de
voorkeur aan een schriftelijk akkoord.
Op 13 november stuurt de HOC een
brief aan Mense Ruiter om een beschrijving van de werkzaamheden in
vijfvoud op te sturen.
Op 18 november een
brief van rijkscommissie voor
Monumentenzorg aan de HOC. Monumentenzorg wacht nog op gegevens van de
rijkscommissie van advies voor kerkorgels. Een te vroege start kan de subsidie in
gevaar brengen. Gezien de beperkte middelen is toekenning van een subsidie
twijfelachtig.
Op 19 november
schrijft de ds. Zuiderduijn aan de HOC dat er wel degelijk een
schriftelijke bevestiging is van dr. Vente dat de restauratie kan worden
gestart.
Op 22 november een
brief van de HOC aan Mense Ruiter om de gevraagde gegevens te leveren.
28
november een brief van de HOC aan
de dr. Vente wanneer Monumentenzorg nu bericht krijgt van
de adviescommissie.
Op dezelfde datum
schrijft de HOC aan ds. Zuiderduyn
dat Monumentenzorg zelfstandig een beslissing neemt omtrent subsidieverlening op
basis van ontvangen informatie.
Op 30 november een
brief van de Rijkscommissie van
advies voor Kerkorgels aan de HOC. De rijkscommissie heeft nog steeds geen
gegevens over de mensuren van het nieuwe pijpwerk. Wel zou op eigen risico
kunnen worden begonnen aan het restaureren van de windladen.
Op 15 december
schrijft de HOC aan de
rijkscommissie dat de mensuren van het pijpwerk pas goed kunnen worden
vastgesteld tijdens de restauratie. Vaststelling vooraf is een theoretische
exercitie.
Op dezelfde datum gaat bovenstaande
informatie ook naar Monumentenzorg.
(08) (40)
1951
Op 15 januari
informeert ds. Zuiderduyn bij de HOC hoe het er nu voor staat met de
informatieuitwisseling tussen orgelmaker Ruiter en de HOC.
Van 16 januari is een
kladbriefje van
onbekende herkomst omtrent de veronderstelde niet juiste handelswijze van Mense Ruiter.
Op
16 januari komt een brief van
Monumentenzorg naar de kerkvoogdij als reactie op de brief van de
kerkvoogdij aan Monumentenzorg van 27 december 1949. Men gaat akkoord met het
restauratievoorstel, maar wil nog steeds een opgave van de mensuren van het
pijpwerk. Ook vindt men de restauratiekosten aan de hoge kant. Het herstel van
Hoofdwerk en Rugwerk zou maximaal f 13.000,- mogen kosten. Het
nieuwe pedaal en de reconstructie van het Borstwerk komen niet in aanmerking
voor subsidie. Toekenning van subsidie is vanwege beperkte middelen zeer
twijfelachtig.
Op 20 januari
schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat Monumentenzorg akkoord gaat met de
restauratie en dat Lambert Erné de kerk zal bezoeken voor nadere afspraken.
Op dezelfde dag stuurt de HOC Mense Ruiter een
brief dat het rijk akkoord gaat
met het restauratieplan. Graag zonder uitstel de volgende gegevens aan de HOC
sturen:
- Opgave in vijfvoud van de uit te voeren werkzaamheden per stap
inclusief de te gebruiken materialen.
- Tijdsstippen dat de
werkzaamheden worden uitgevoerd en de aanneemsom per stap
- Gegevens
voor onderhoud en garantie.
Welk bedrag is nodig voor al het materiaal voor
het gehele werk. De kerkvoogdij kan dit dan alvast betalen. Ruiter kan bestellen en het in
eigendom overdragen aan de kerkvoogdij. De andere werkzaamheden kunnen
vervolgens per stap
worden afgerekend.
Op 23 januari een
notitie van waarschijnlijk Erné.
Ruiter kan een offerte vragen bij Stinkens voor het pijpwerk. Op 6 februari dient er een concept-contract
te zijn. Dit kan dan worden doorgenomen in een vergadering te Meppel.
Op 30 januari
volgt er een
notitie van Erné dat hij een
bespreking heeft gehad met Mense Ruiter over de begroting.
Op 1 februari een
briefje met een kladnotitie van
Mense Ruiter aan Lambert Erné of alles nu compleet is. De prijs van de drie
fases
is nu f 2472,- hoger geworden. Dit had meer moeten zijn, maar door het
terugbrengen van het risicopercentage is de stijging beperkt gebleven. Ruiter
spreekt hier ook uit dat de Rijkscommissie zich wat minder met details
bezig zou moeten houden.
Op 5 februari een
brief van de Raad voor Kerk en Eeredienst van de Hervormde Kerk naar Lambert
Erné met als bijlage de concept-contracten.
Op 6 februari een
kladje van Erné: eerst het Rugwerk
restaureren. Dinsdag 19 februari overleg over
materiaalaankoop.
Op 13 februari
een brief van de kerkvoogdij aan
Mense Ruiter om 55 kg tin en 20 kg lood aan te kopen voor f 985,- Het bedrag zal
door de kerkvoogdij worden betaald.
Op 20 februari
schrijft de kerkvoogdij aan de HOC
dat het contract voor de eerste twee fases definitief kan worden opgemaakt.
Op 9
maart vraagt de HOC aan de
kerkvoogdij of het juist is dat in het contract fase 1 en fase 2 zijn
opgenomen.
Op 9 april stuurt de
HOC het contract in drievoud naar de kerkvoogdij. Na het tekenen graag doorsturen
naar Mense Ruiter.
Op dezelfde dag ook een
brief van de HOC naar Mense Ruiter.
Hierin wordt aangekondigd dat de kerkvoogdij
een ondertekend contract naar
Ruiter stuurt. De HOC vraagt of het reeds aangekochte materiaal
goed gemerkt en verzekerd is. De werkzaamheden dienen zo snel mogelijk aan te
vangen.
Op 9 april een brief
van de HOC aan Monumentenzorg. Kan Monumentenzorg het restauratierapport naar de
kerkvoogdij opsturen, zodat zij subsidie kunnen aanvragen bij gemeente en
provincie?
Na enkele tussenversies van
13 februari en
15 februari wordt het
uiteindelijke contract getekend op 1 april door orgelbouwer, kerkvoogdij en
de HOC. Het
stappenplan wordt al op 1 februari
apart ondertekend. In dit plan staan de bedragen per etappe vermeld en is ook
vastgelegd dat het metaal voor de in fase 1 benodigde pijpen al door Mense
Ruiter is ingekocht en door de kerkvoogdij betaald.
Op 23 mei
stuurt Mense Ruiter het getekende
contract naar de HOC. Het tin en lood ligt bij Mense Ruiter en is
verzekerd voor f 5.000,- In het kantoor hangt een lijst met de kerken van Roden
en Meppel en het aantal bijbehorende kilo'saan pijpwerk. Alle in de werkplaats opgeslagen
onderdelen zijn verzekerd voor 35.000,-. Het vervoer van onderdelen is tijdens
het vervoer verzekerd bij Van Gend & Loos.
Op 24 augustus brengt de HOC
advieskosten in rekening van f
926,43. Deze declaratie gaat vergezeld van een brief met uitleg.
Op 5 september stuurt de HOC een briefje
naar meubelrestaurateur Jacobs in Leeuwarden als antwoord op een bericht dat Jacobs iets aan de orgelkas zou moeten doen. Hiervan is de HOC niet op de
hoogte.
Op 25 oktober vraagt
Mense Ruiter aan de HOC het contract op te sturen, zodat hij weet welke etappes
zijn opgedragen en hoe het zit met de betaaltermijnen.
Briefje van Lambert Erné van
onbekende datum aan de HOC dat Ruiter al 5 weken met de windlade bezig is en er
een begin is gemaakt met het pijpwerk. De 1e termijn kan dus worden betaald.
Op
16 november een schrijven van
Mense Ruiter aan de HOC of deze de kerkvoogdij kan verzoeken het bedrag van de
eerste termijn over te maken. Het nieuwe gedeelte van de windlade is zo goed als
klaar en het restaureren van het pijpwerk vordert. Ook wordt bericht dat Mense
Ruiter vier weken ziek is geweest en weer voor halve dagen aan de slag is. Dit
heeft voor vertraging gezorgd.
Op
22 november verzoekt de HOC de kerkvoogdij om de eerste termijn aan
Mense Ruiter van f 9010,- uit te betalen. Ook sturen ze het contract met zegel
voor opslag in het kerkarchief.
(08) (40)
1952
Jan Poortman schrijft in de Meppeler
courant (14-03-1952) over het
orgel en de restauratie.
Op
27 oktober doet ds. Zuiderduijn
zijn beklag bij de HOC. In oktober 1951 is het Rugwerk weggehaald, maar
sinds die tijd heeft de kerk taal nog teken
van Mense Ruiter vernomen en is de
staat van het orgel langzamerhand zo slecht dat het nog nauwelijks bruikbaar is.
Wanneer onderneemt de HOC actie?
Op
31 oktober stuurt de HOC de brief van ds. Zuiderduijn door naar Mense Ruiter.
Op 3 december een brief van de
HOC aan ds. Zuiderduijn. De werkwijze van Mense Ruiter is inderdaad zeer traag,
maar hij levert wel vakwerk zoals hij onlangs aantoonde bij de oplevering van
zijn orgel in Den Haag (Maranathakerk GJP).
Op 12 december stuurt Mense Ruiter
een brief naar de kerkvoogdij.
Door personeelsproblemen en andere niet nader toegelichte problemen is er zeer
veel vertraging ontstaan. Hij hoopt in februari 1953 het Rugwerk met een aparte
klaviatuur te kunnen plaatsen. Het Hoofdwerk hoopt hij eind mei 1953 te kunnen
afronden. Moet de orgelkas blank gemaakt worden?
(08) (40)
1953
Op 3 november schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC. Enkele kerkvoogdijleden hebben op 2 november een bezoek
gebracht aan de werkplaats van Mense Ruiter in Groningen. Zijn belofte om het
Rugwerk op 4 september te plaatsen is niet nagekomen. De nieuwste datum is
nu januari 1954. Ruiter is van mening dat de orgelkas blank gemaakt moet worden
en dat de gipsen beelden van het Rugwerk verwijderd moeten worden. Deze kunnen
worden vervangen door een reconstructie van de oorspronkelijke ornamenten.
Hij vraagt hiervoor f 1250,- Terwijl hij op 24 april nog het bedrag van f 2500,-
noemde. Vermoedelijk is de f 1.250,- een tegemoetkoming voor alle vertragingen.
Op 30 november
schrijft de nieuw benoemde organist Nico
Verrips aan Lambert Erné. Hij is per 1 oktober benoemd als cantor-organist in
Meppel en wil graag een gesprek met Erné omtrent de gang van zaken rond de
restauratie van het orgel.
Op 3 december een
brief van de HOC naar de
kerkvoogdij. Er kan subsidie aangevraagd worden via een conceptbrief
die de HOC nog zal sturen. De orgelkas dient ook gerestaureerd te worden. De
prijs van f 1250,- door Ruiter acht de HOC acceptabel. Dit bedrag dient
meegenomen te worden in de subsidieaanvraag.
Op 15 december een brief van
Verrips aan Erné. Hij kon helaas jongstleden vrijdag niet aanwezig zijn in Meppel
vanwege lessen. Hij vraagt aan Erné om bevestiging dat het huidige orgel
nauwelijks bruikbaar is.
(08) (40)
Het orgel van Meppel wordt
genoemd in de Synode van de Hervormde Kerk. Zie
Bijlagen van de
Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare (1953,)
Beeldbank
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Documentnummer 46.669 Fotograaf Delemarre,
G.Th. mei 1953
1954
De kerkvoogdij vraagt op
7 januari aan de HOC of ze de
conceptbrief voor de subsidieaanvraag kunnen ontvangen en aan Erné wordt
gevraagd of
de op de vergadering van 11 december afgesproken ontmoeting met rijksarchitect
Van Iperen al heeft plaatsgevonden.
Op 7
januari schrijft de kerkvoogdij aan Mense Ruiter dat men van oordeel is dat
de orgelkas door hem gerestaureerd moet worden.
Van 28 januari dateert een
notitie van Erné dat het restaureren van de kas is besproken met Ruiter en
Van Iperen. Op het
klankbord van de preekstoel staan oorspronkelijke ornamenten van het orgel. Deze zullen weer op
het orgel worden herplaatst. (38)
Op
14 februari stuurt Erné een brief aan de kerkvoogdij met een verslag van het gesprek met rijksarchitect
Van Iperen over de orgelkassen.
Van Iperen gaat akkoord met het
geheel schoonmaken van de rugwerkkas als proef. De restauratie van de
orgelkas kan door Ruiter worden uitgevoerd.
Op 17
februari een brief van de kerkvoogdij aan de HOC.
Is het wel verstandig de rugwerkkas in de was te zetten? Als er later
toch geschilderd moet worden zal de verf niet goed hechten en weinig stootvast zijn.
Op 22 februari vraagt de
kerkvoogdij aan de HOC wanneer de conceptbrief voor het aanvragen van subsidie
wordt toegestuurd. Kan er ook subsidie worden aangevraagd bij provincie en
gemeente?
Op 22 februari
schrijft G. van Mulligen van de kerkvoogdij aan van Kolmeschate in Delft of hij
nog weet of en wanneer er een subsidieverzoek is ingediend.
In een
notitie van Erné
van 2 maart worden de kosten van f 1250,- voor het restaureren van de rugwerkkas
genoemd.
Op 27 maart schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat Erné in gesprek is met de rijksarchitect om de conceptbrief voor
de subsidieaanvraag te regelen.
Op
5 april schrijft de kerkvoogdij
aan de HOC dat ze nog geen antwoord hebben op de vraag over het aanvragen van
subsidie bij provincie en gemeente. Ook is er nog geen schriftelijke toestemming
van Monumentenzorg voor de restauratie van de rugwerkkas.
Op 9 april
schrijft de HOC aan Erné dat hij
haast moet maken met enkele vragen van de kerkvoogdij.
Op 4 juni
schrijft Mense Ruiter aan Erné
dat begin mei is afgesproken dat het Rugwerk op 5 juni in Meppel zou worden
opgebouwd. Hij wil een poosje rust nemen en zijn mechaniekbouwer is onder
doktersbehandeling vanwege de spanning. Hij wil graag rustig doorwerken. Qua
planning durft hij geen nieuwe uitspraak te doen. Het zal echter niet lang meer
duren voordat het Rugwerk wordt geplaatst. Ook het Hoofdwerk zal dit jaar gereed
zijn.
Op 9 juni schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat Mense Ruiter heeft toegezegd het Rugwerk voor
Pinksteren te plaatsen. Deze belofte is voor de zoveelste keer niet nagekomen.
Kan de HOC ervoor zorgen dat plaatsing in juni plaats vindt?
Op 8 juli
meldt de HOC aan de kerkvoogdij
dat Erné de werkplaats van Mense Ruiter heeft bezocht en het volgende heeft
geconstateerd:
- De rugwerklade is klaar
- Het pijpwerk voor
het Rugwerk is nagenoeg klaar
- De mechaniek wordt gemaakt voor de
afmetingen van de nieuwe speeltafel en voorlopig klaar ingericht voor 1
noodklavier.
De HOC verliest ook zijn geduld en spoort Mense Ruiter
aan nu eerst het orgel voor Meppel af te maken. Graag op 15 juli een
bespreking met kerkvoogdij en organist 's ochtends om 08:30. Het intonatiewerk
voor Roden ziet er zeer goed uit. De verwachtingen voor Meppel zijn dan ook
prima.
Op dezelfde datum schrijft
de HOC aan Ruiter dat ze hun geduld verliezen.
Op
18 juni vraagt de kerkvoogdij aan
Ruiter wanneer in deze maand het Rugwerk wordt geplaatst.
Op
23 juni schrijft de kerkvoogdij
dat het spijtig is dat Ruiter niet naar Meppel kan komen vanwege
personeelsproblemen. Graag willen ze weten wanneer hij komt in de week van 5 -
10 juli.
Op 23 juni schrijft
de kerkvoogdij dat Ruiter meldt dat het Rugwerk later wordt geplaatst. Gepland
is begin juli.
Op 24 juni
schrijft de kerkvoogdij over een gesprek met Ruiter op 23 juni over de voortgang
van de restauratie. Het Rugwerk wordt op tijd geplaatst.
Op
8 juli schrijft de HOC aan Mense
Ruiter dat ze hun geduld verliezen. Ruiter wordt dringend verzocht zich aan de
afspraken te houden.
Op
11 augustus schrijft de HOC aan
de kerkvoogdij dat de conceptbrief voor de aanvraag voor subsidie in een een
gevorderd stadium is. Erné zal in augustus weer met Ruiter overleggen omtrent
opleverdata.
Op 24 augustus
schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat Ruiter het resterende deel van het orgel
heeft gedemonteerd, maar dat hij het Rugwerk nog steeds niet heeft geplaatst. Dit zou
plaats vinden op 16 augustus, maar is wederom niet nagekomen. Telefonisch is
toegezegd dat het Rugwerk op 26 augustus wordt geplaatst. In de kerk staat sinds enkele
weken een takelinstallatie.
Op 27
augustus schrijft Mense Ruiter aan Erné dat de kosten van het Borstwerk met
7 registers f 7143,- bedraagt en die van het Pedaal 14.991,- De kosten van het
Rugwerk bedragen f 9010,- en die van het Hoofdwerk f 10.861,- De kosten voor het
schoonmaken van de kas heeft Ruiter verlaagt van f 2500,- naar f 1250 als
compensatie voor de te late oplevering.
Op
27 augustus meldt Ruiter aan de
kerkvoogdij dat er 's middags een kist met pijpen naar Meppel is verzonden. De
andere delen zullen morgen volgen. Ruiter stuurt dan een paar medewerkers mee
voor de montage. De kosten voor het Rugwerk bedragen nu f 9285,- incl. 5% loonsverhoging. Voor etappe 2
het Hoofdwerk worden de kosten nu 11.046,-.
Graag
de 2e termijn
van f 2835,- voor het Rugwerk betalen en de eerst termijn voor het
Hoofdwerk ŕ f 2761,50. Is het mogelijk om deze bedragen aanstaande woensdag te
ontvangen? Een deel van de pijpen moet nog door de pijpenmaker worden aangeleverd.
Op 31 augustus vraagt de
kerkvoogdij of Mense Ruiter recht heeft op de gevraagde bedragen, gezien de
teleurstellende gang van zaken tot nu toe. Aan Ruiter wordt
gemeld dat de restauratie tot
nu toe zeer teleurstellend is verlopen en dat ze aan de HOC gevraagd hebben of
een betaling van de termijnen kunnen worden uitgevoerd.
Op 4 september een
brief van de HOC aan Erné om het
dossier Meppel mee te nemen naar de eerstvolgende vergadering.
Op
6 september schrijft Ruiter aan
de kerkvoogdij dat aanstaande woensdag een begin wordt gemaakt met het verder afwerken
van het Rugwerk. Ruiter zelf is nog bezig in
Roden. Ruiter vraagt om hem niet
te forceren om noodoplossingen te bedenken. 'Ik ben bezig om van het wrak dat uw
orgel toch was iets te maken dat zeer de aandacht zal trekken en zeer duurzaam
zal blijken.'
Op 15 september een
brief van Mense Ruiter aan
Lambert Erné. Hij kan niet accepteren dat de betaling aan hem door de
kerkvoogdij afhankelijk wordt van een taxatie van de waarde wat van wat er nu in
de kerk aanwezig is. Dat is niet rechtvaardig, omdat de Hoofdwerkkas en allerlei
andere delen nu niet in de kerk aanwezig zijn. In de brief een berekening van
delen die wel en niet in de kerk aanwezig zijn. Hij vraagt Erné om te bemiddelen
in de betaling van de oorspronkelijke bedragen. Gezien de gang van zaken wil hij
het aanbod om voor het schoonmaken van de orgelkassen f 1250,- te rekenen in
plaats van f 2500,- weer intrekken.
Op
25 september doet de kerkvoogdij
verslag van vergaderingen op 5 en 8 september. In de laatste vergadering was ook
Mense Ruiter aanwezig. De conceptbrief voor de subsidieaanvraag is nog steeds
niet binnen.
Op 30 september
een
brief van de HOC aan de kerkvoogdij. In de HOC-vergadering van 17 september is
het betalingsvoorstel van Meppel aan de orde geweest en is overleg gepleegd met
Mense Ruiter. De conceptbrief aanvraag subsidie zal uiterlijk 2 oktober
arriveren.
Op 2 oktober
schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze de conceptbrief subsidieaanvraag
hebben verstuurd. Ook doen ze een voorstel aan de kerkvoogdij om aan Ruiter
eerst f 2108,- te betalen gezien het tot nu toe uitgevoerde werk. De HOC heeft
Ruiter aangeraden de commissie goed op de hoogte te houden van de vorderingen.
Men kan niet elke twee weken de werkplaats bezoeken om de voortgang te controleren.
De HOC verwacht dat het Rugwerk in november 1954 gereed kan zijn en het
Hoofdwerk met Pasen 1955.
Op 5
oktober schrijft de kerkvoogdij aan Ruiter dat men de zaak zeer
onbevredigend vindt en dat men elke week f 500,- wil betalen mits er verder wordt
gewerkt aan het orgel. De kerkvoogdij heeft geen toestemming gegeven voor de
inbouw van Cis en Dis. Men wil dit wel, maar dan moet er overeenstemming met de
betrokken instanties zijn. Op dezelfde datum een
brief van de kerkvoogdij aan de
HOC met als bijlage de brief naar Ruiter en het verzoek nader te informeren over
de toevoeging van Cis en Dis in Rugwerk en Hoofdwerk.
Op
6 oktober vraagt Ruiter aan de
HOC om het bedrag van f 1750,75 uit een brief van 2 oktober te specificeren.
Op 7 oktober een brief van de
kerkvoogdij aan het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Op basis
van het advies van de HOC wordt antwoord gegeven op een aantal vragen.
-
De mensuren kunnen pas door de orgelmaker vast worden gesteld tijdens de
restauratie. De HOC houdt hier toezicht op.
- De aanneemsom wordt als
te laag ingeschat voor een verantwoorde restauratie. Tijdens de werkzaamheden
wordt geconstateerd dat sommige delen vervangen moeten worden en ook zijn de
lonen gestegen.
- De kerkvoogdij neemt de kosten van het toe te voegen
Pedaal voor zijn rekening.
- Ook het te reconstrueren Borstwerk zou
voor subsidie in aanmerking moeten komen, omdat dit tot de oorspronkelijke opzet
van het orgel behoort.
Er wordt subsidie gevraagd op basis van het plan van
1 februari 1951 voor een bedrag van f 26.372,-. Dit bedrag dient verhoogd te
worden met f 1200,- voor de inbouw van de Cis en Dis in Rugwerk en Hoofdwerk.
Inclusief loonrondes komt dan het totaalbedrag op f 28.451,50. De kosten van de
restauratie van de orgelkas van f 1250,-, het maken van het restauratieplan en
het houden van
toezicht komen op f 2200,-, zodat de totale kosten f 31.901,50 bedragen.
Op
26 oktober vraagt de kerkvoogdij
aan Mense Ruiter om een kostenopgave voor het toevoegn van groot cis en dis in
het Rugwerk.
Op
8 november een brief van Ruiter
aan Erné. Het resterende pijpwerk voor het Rugwerk is in de kerk aangekomen. Ook
is de vloer klaar tussen beide orgelkassen. Kan Erné deze voortgang aan de
kerkvoogdij melden, zodat ze dat deel kunnen betalen? Ook zou hij de inbouw van
de Cis en Dis aan de orde kunnen stellen, zodat ook die f 600,- betaald kan
worden. Organist Verrips wil op 25 november een zanguitvoering geven en wil
dan graag het orgel gebruiken. Vermoedelijk zijn er dan wel een paar stemmen
klaar. Ruiter vindt het echter beter om het orgel pas te gebruiken als het klaar
is.
Op 10 november schrijft de
kerkvoogdij aan Mense Ruiter of alle kosten nu zijn opgegeven in verband met de
toevoegingen in het Rugwerk en het Hoofdwerk.
Op 16 november een brief
van de kerkvoogdij aan de HOC hoe het nu zit met de toevoeging van Cis en Dis en
de restauratie van de orgelkassen. Ze willen graag op de hoogte zijn als iemand
van de HOC het orgel in Meppel bezoekt.
Op
19 november stuurt Ruiter aan
Erné een aangepaste tekening voor het snijwerk van het Rugwerk. Als Erné hiermee
akkoord gaat kan Ruiter verder met de orgelkas.
Op
25 november schrijft Ruiter aan
Erné dat hij de f 600,- voor de inbouw van Cis en Dis nog steeds niet uitbetaald
krijgt, omdat de kerkvoogdij nog geen antwoord heeft gekregen op hun vragen
hierover. Ze zijn op dit moment niet erg tevreden over de HOC. Kan Erné naar
Meppel komen om eerst te overleggen met Ruiter? Hij moet dan de zijdeur nemen
naast de toren en niet de andere ingang via de kamer van de boekhouder. Deze
belt anders de kerkvoogdij en dan is er te weinig tijd om samen te overleggen.
Bijgesloten is een uitgebreide berekening van het verrichte werk, betaling en in
de kerk aanwezig materialen.
Op 16
december een antwoord van de HOC aan de kerkvoogdij voor de inbouw van de Cis
en Dis. De HOC is van mening dat dit in het contract staat beschreven. De kosten
die Ruiter in rekening brengt zijn beslist niet te hoog. Graag de bedragen zo
spoedig mogelijk betalen. Bij de werkzaamheden voor het Hoofdwerk dient de inbouw
van de Cis en Dis duidelijk te worden genoemd en gecalculeerd. Aanstaande
maandag komt iemand van de HOC weer naar Meppel om de voortgang te bekijken.
Op 16 december een brief naar Ruiter
van Erné omtrent de inhoud van bovenstaande brief.
Op
21 december een brief van de HOC
aan de kerkvoogdij naar aanleiding van het bezoek van Erné en Hülsmann op 20
december aan Meppel. De intonatie van het Rugwerk vordert goed en zal rond de
jaarwisseling gereed zijn. In de werkplaats te Groningen zijn de werkzaamheden
aan de windlade van het Hoofdwerk ver gevorderd. Een tekening van de Hoofdwerkkas zal worden
doorgenomen met de rijksarchitect Van Yperen. Geadviseerd wordt om de volgende
bedragen aan Ruiter te betalen: f 800,- voor de resterende pijpen van het
Rugwerk en f 1300,- voor het Rugwerk dat vergaand gereed is.
Brief
van onbekende datum van vermoedelijk Erné aan de kerkvoogdij van Meppel dat ze
niet op eigen initiatief Ruiter opdracht mogen geven werkzaamheden uit te voeren.
Hiervoor dient de officiële weg te worden bewandeld via de juiste
rijksinstanties.
(08) (40)
1955
Op
3 januari stuurt Stinkens een opgave
naar Mense Ruiter voor het nieuwe pijpwerk voor het Hoofdwerk. Het totale bedrag
is f 4426,-. Hiervoor wordt het volgende geleverd: Prestant 8', Dulciaan 16',
Cimbel IV volledig en 80 ontbrekende pijpen voor de Holpijp 8', Quintadena
8', Octaaf 4', Open fluit 4', Quint 3', Octaaf 2', Ruispijp II en de Mixtuur
III. Deze rekening zal door de kerk worden voldaan. Ook dient een
oude schuld van Ruiter van f 1500,- aan Stinkens te worden betaald.
Op
14 februari geeft Ruiter aan Erné
een overzicht omtrent de posten betaald en niet betaald van de eerste fase en komt tot de
conclusie dat er nog f 3210,- betaald moet worden. Voor de tweede etappe is al f
750,- betaald. Hij verzoekt Erné om te adviseren de f 3210,- te laten betalen.
Ook wil hij graag het restant van de eerste termijn van etappe twee van f 1965,25 ontvangen.
Op 8 april
schrijft de kerkvoogdij aan de HOC. De HOC heeft nog steeds geen contact gehad
met Monumentenzorg omtrent de subsidieaanvraag. Als dit nog langer duurt, dan
is de kerkvoogdij van plan zelf stappen te ondernemen. Ook is er onduidelijkheid
over de betalingen aan Ruiter. Deze heeft de werkzaamheden aan het Hoofdwerk nu
stil gelegd vanwege de niet gedane betalingen. Mense Ruiter heeft het Rugwerk
medio februari speelklaar opgeleverd.
Op
21 april schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat de eerste etappe nu zo goed als gereed is. Voltooid moeten nog
worden de Dulciaan van het Rugwerk, restauratie van de kas van het Hoofdwerk en
de drieklaviers-speeltafel. De HOC adviseert om deze etappe tot een
bedrag van f 8375,- te betalen. Voor de tweede etappe wordt geadviseerd f 2750,-
te betalen. De stand van zaken voor het Hoofdwerk is nu als volgt:
het cancellenraam is gereed, de pijpstokken en ventielen zijn bijna gereed, en
aan de slepen wordt gewerkt.
Op 22 april maakt Van Mulligen
een overzicht van de eerste etappe en de tweede etappe qua bedragen.
Op
3 mei schrijft Ruiter aan Erné
dat hij voor de eerste etappe f 3210,75 heeft ontvangen als laatste betaling voor het
Rugwerk en f 1500,- als tweede betaling voor het Hoofdwerk (Etappe 2) tot een totaal van f 2750,- Dit is minder dan de gevraagde f
2855,- De laatste 14 dagen is gewerkt aan het pijpwerk van het Hoofdwerk. Verder
is gewerkt aan het overbrengen van de pijpstokboringen op de nieuwe slepen. Ook
zijn onderhanden de stemdrukknoppen voor het Hoofdwerk en het wellenbord voor de
pedaalkoppel.
Op 18 mei
schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat er binnenkort een bericht komt van
Monumentenzorg omtrent de subsidieverlening.
Op
7 juni een brief van het
ministerie van OKW met een goedkeuring van de restauratie. Er wordt subsidie
verleend op het binnenwerk en de kas op basis van f 31.186,50. Gesubsidieerd
wordt 20% tot een maximum van f 6257,- Ook wordt aangeraden een
subsidieverzoek in te dienen bij provincie en gemeente.
Op
26 september schrijft Lambert
Erné een verslag van een bespreking die hij afgelopen zaterdag had over Roden,
Meppel en wat andere zaken in de werkplaats van Mense Ruiter. Ruiter is klaar
met de Lutherse Kerk in Groningen; Roden zit in de afwerkingsfase en voor Meppel
wordt de windlade van het Hoofdwerk gerestaureerd en het werk aan de orgelkas
vordert. Erné heeft ook gesproken met de zwager van Ruiter dhr. Stoit over de
liquiditeitspositie. Stoit verzorgt de financiële administratie. 'Stoit
schilderde R als een eigenwijze man en was erg blij met het contact met O.C. Om
Meppel vlot te doen verlopen heb ik voorgesteld, dat de K.V. de te maken pijpen
rechtstreeks aan Stinkens (pijpenmaker in Zeist) betaalt en dit bedrag van
Ruiter's nota in mindering brengt.' Ruiter en Stoit gaan hiermee akkoord.
Hierdoor loopt de schuld van Ruiter niet verder op. Door de uitloop van het werk
nemen de loonkosten toe. Erné zal de kerkvoogdij vragen om aanvullende subsidie
aan te vragen. 'Dit alles moet gedaan worden om R als orgelmaker te behouden
voor ons werk.'
Op
27 september meldt de HOC de
voortgang van de werkzaamheden bij Ruiter. Het werk aan de windlade van het
Hoofdwerk vordert en
het pijpwerk is gedeeltelijk hersteld. Deze voorgang is genoeg voor het
overmaken van f 1500,- naar Ruiter. Is het mogelijk een vergadering te beleggen
op 11 oktober om de restauratie door te nemen?
Op
29 september meldt de kerkvoogdij
dat de datum 1 oktober geschikt is en dat aan Ruiter f 1500,- is overgemaakt.
Financieel overzicht etappes 1 en
2 van 4 oktober
Op 5 oktober
stuurt Ruiter Erné een overzicht van de diverse werkzaamheden en de daaraan
verbonden kosten.
| Kosten diverse loonrondes | f 3162,50 |
| Speeltafel rugwerk | f 300,- |
| Regulateur voor het rugwerk | f 400,- |
| Stemdrukknoppen voor de Dulciaan | f 300,- |
| Windlade voor Rugwerk 9/10 nieuw | f 1000,- |
| Tremulant Rugwerk | f 80,- |
| Balg kwartslag draaien | f 140,- |
| Totaal | f 2140,- |
Het schoonmaken van de Hoofdwerkkast heeft tot nu toe f 3216,- gekost. Samen
met de Rugwerkkast en de herplaatsing komt dit uit op f 4300,- Ruiter merkt op
dat dit nog altijd goedkoper is dan de f 4600,- die meubelmaker Jacobs rekent voor het schoonmaken van de orgelkassen in Roden. Vanwege het schoonmaken van de orgelkas
moeten de ontbrekende ornamenten nu in oud eiken worden gemaakt.
Ruiter vindt
negen pijpen in de torens te veel. Ze staan te dicht bij elkaar. Zeven pijpen is beter.
Dit kost f 395,-
Op 20 oktober
vraagt Ruiter aan Stinkens in Zeist een prijsopgave te maken voor de aanvullende pijpen
voor het Hoofdwerk en het pijpwerk voor het Pedaal en het Borstwerk.
Op
5 november een brief van Ruiter
aan Erné met de prijzen voor het nieuwe Borstwerk (Gedekt 8', Blokfluit 4',
Octaaf 2', Nasard 1 1/3', Sifflet 1', Cymbel III en Regaal 8') en het
zelfstandige Pedaal (Prestant 16', Octaaf 8', Mixtuur, Bazuin 16', Trompet 8', Cornet
4' en Cornet 2'). Het Borstwerk zal f 9685,- kosten en het vrije pedaal f
19.615,- Het pedaal wordt opgesteld in een kas achter het Hoofdwerk op een tweedelige windlade, zodat het pedaal later ter weerszijden van het
Hoofdwerk zou
kunnen worden opgesteld. Pedaalkas in naaldhout en meubelplaat is f 2300,-.
In eiken uitgevoerd f 5100,-. De kosten van een pedaalkoppel naar het Rugwerk is f 375,-
Meerkosten voor een scherp II-IV zijn f 350,-.
Op
7 november levert Ruiter de
gegevens aan Erné voor het schoonmaken en herstellen van de orgelkassen. De
totale kosten bedragen f 4.938,53. De lonen zijn sinds het begin van de opdracht
met 16% gestegen.
Op 9 november
maakt Erné een opstelling van de nog te verrichten werkzaamheden op basis van de
brieven van Ruiter van 5 en 7 november.
Op
19 november verschijnt er een nieuw overzicht
van alle kosten door Mense Ruiter. De Cymbel wordt duurder, omdat bij de
restauratie van de lade de oorspronkelijke boringen tevoorschijn zijn gekomen.
De samenstelling is IV-VI, waarvoor 114 extra pijpjes nodig zijn voor f 350,-.
Op 25 november schrijft Ruiter
aan de HOC en de kerkvoogdij dat hij blij is met de beslissing om hem tegemoet te
komen bij de restauratie van de orgelkassen voor f 3000,-. Als de nieuwe pijpen
op tijd binnen zijn, ziet hij kans om het orgel vlot af te werken. Hij stuurt een
tijdschema mee. Dit is wat later dan verwacht, maar andere mogelijkheden ziet
hij niet. Ook is het dan noodzakelijk dat de betalingen volgens schema plaatsvinden.
Hij zal de kerkvoogdij wekelijks op de hoogte houden van de vorderingen.
Op
30 november een memo van de
orgelcommissie dat de kerkvoogdij zal beslissen over de laatste stappen in het
restauratieproces.
- Borstwerk f 9.685,-
- Zelfstandig Pedaal f 21.000,-
Op 2
december is er een bespreking over de verdere gang van zaken. De kerk moet
mogelijk gerestaureerd worden.
(08) (40)
1956
Op
14 januari gaat Mense Ruiter akkoord dat de kerkvoogdij van Meppel het pijpwerk
dat in de bijgesloten stukken wordt gespecificeerd
besteld en betaalt.
Stand van zaken door Ruiter per
1 februari.
Stand van zaken
financieel door Ruiter per 1 maart.
Ruiter geeft aan waar hij op 28 april mee bezig is.
Op
7 maart stuurt Stinkens een factuur van f 459,-
voor de levering van 256 pijpen voor de Scherp.
Op
29 maart vraagt de kerkvoogdij
aan de HOC of de rekening van Stinkens voor de Scherp correct is. Zo ja dan
wordt deze rekening betaald.
Op 29
maart vraagt de kerkvoogdij aan Mense Ruiter hoe het is geregeld met een
brandverzekering.
Op 5 april
schrijft Mense Ruiter dat het kerkorgel in de werkplaats tegen brand is verzekerd voor f
40.000,-.
Op 12
mei schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de werkzaamheden door Ruiter
voor de tweede etappe nu
zo ver zijn gevorderd dat een bedrag van f 2.000,- kan worden uitbetaald. Ook
vraagt de HOC wat de stand van zaken is met de plannen voor de restauratie van
de kerk.
Op 17 mei meldt de
kerkvoogdij aan de HOC dat ze f 2.000,- hebben overgemaakt aan Ruiter.
Op
18 september constateert de HOC
dat de werkzaamheden bij Ruiter nu zo ver zijn gevorderd dat het orgel
binnenkort naar de kerk zou kunnen worden getransporteerd. Is dit mogelijk in
verband met de kerkrestauratie?
Op
3 oktober adviseert de HOC de kerkvoogdij f 1.000,- aan Ruiter te betalen vanwege
de vorderingen. Binnen enkele weken kan het orgel naar de kerk worden
overgebracht.
Op 13 november
schrijft mevrouw Ruiter aan Erné dat de geplande ontmoeting met
kerkvoogd Kaptein niet is doorgegaan. Er wordt een nieuwe afspraak gepland. Er
is een gesprek geweest van Ruiter met de bedrijfsconsulent dhr. Smith. Deze zou
ook nog contact opnemen voor een gezamenlijke bespreking.
Op
28 november vraagt de HOC aan
Ruiter hoe het orgel in de werkplaats is verzekerd en op op wiens naam de
verzekering is geregistreerd in
verband met de kerkrestauratie in Meppel.
Op
30 november antwoordt Ruiter dat
op de brandverzekeringspolis het volgende staat vermeld: 'Onder het totaal
verzekerd bedrag geldt in de eerste plaats tijdelijk gedekt een kerkorgel, in
eigendom toebehorende aan de kerkvoogdij der Hervormde Kerk te Meppel en wel ter
waarde van f 40.000,-'. De polis staat op naam van Mense Ruiter.
Op
17 december schrijft Ruiter aan
de kerkvoogdij dat gezien de voortgang van de werkzaamheden weer een bedrag van
f 1874,-kan worden betaald. Ruiter wil het geld graag bij de bank ophalen, omdat
hij het bedrag aanstaande vrijdag nodig heeft. Blijkens de aantekeningen op de
brief heeft hij op 20 december f 1000,- ontvangen en op 31 januari f 874,-. Uit deze brief
blijkt ook dat de kerkvoogdij rechtstreeks aan Stinkens een bedrag van f 3077,-
heeft betaald voor pijpwerk.
Op 31
december schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de HOC navraag heeft gedaan
naar de verzekering van het orgel in de werkplaats te Groningen in verband
met de kerkrestauratie. De kerkvoogdij dient uit te zoeken of deze verzekering
voldoende is.
In '55 en '56 hield Ruiter een soort
logboek bij om zijn voortgang te
kunnen laten zien.
(08) (40)
Het orgel wordt genoemd in de
Synode van de Hervormde Kerk. Zie
Handelingen
van de Vergaderingen van de Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk,
ten jare (1956).
1957
Op
11 januari vraagt Ruiter aan Erné
hoe het staat met het advies aan de kerkvoogdij om f 1874,- te betalen.
Op
25 januari stuurt Mense Ruiter
Lambert Erné een overzicht welke betalingen de kerkvoogdij aan
Stinkens
heeft gedaan voor pijpwerk
Op 5 maart
schrijft de HOC dat de rekening van Mense Ruiter van f 1.430,- kan worden
voldaan vanwege de voortgeschreden werkzaamheden.
De Provinciale
Drentsche en Asser courant (20-05-1957)
bericht dat er plannen zijn om de kerk te restaureren.
Op
19 juni vraagt de HOC aan Ruiter
of het orgel ook verzekerd is als het naar een nieuwe opslagplaats wordt
overgebracht. Ook dient het op de nieuwe plek verzekerd te zijn.
Op
24 juni schrijft Ruiter aan de
HOC dat ze nog niet verhuisd zijn. Hij vraagt of Erné met de kerkvoogden kan regelen dat
de jaarlijkse kosten van opslag (f 300,- verzekering en f 250,- opslagkosten) door de
kerkvoogdij wordt betaald. Ook de verhuizing van het orgel dient door
de kerkvoogdij te worden betaald.
Op
16 augustus schrijft Ruiter dat
in oktober 1956 de restauratie van het orgel is gestopt vanwege de
kerkrestauratie. Ruiter brengt f 525,- in rekening voor de verzekering van het
orgel en f 5,- per week voor de opslagkosten.
Op
12 september meldt Ruiter aan
Erné dat Meppel het geld voor de brandverzekering en de huur van de opslagruimte
heeft betaald.
Op 2 december
schrijft Ruiter aan de HOC dat het nodig is een aanvraag in te dienen of de
toegekende subsidie kan worden verhoogd. Het betreft een bedrag van f 3.237,58
voor de windlade en kas van het Rugwerk en verhoging loonkosten voor Hoofdwerk
en Rugwerk. (08) (40)
1958
Op 2 mei schrijft Ruiter de HOC
over subsidieverhogingen voor Roden en Meppel. Zijn deze al aangevraagd? Roden
is al in 1956 opgeleverd en nog steeds is niet bekend of de subsidiebedragen
worden aangepast.
Op
21 mei schrijft Mr. W.F.
Schokking (Jurist te Amsterdam en lid van de Raad van State, voormalig minister)
aan Erné dat dr. Doeve is gestrand bij het schrijven van een brief aan Mense Ruiter voor het Centraal Controle Bureau. Kan Erné de benodigde gegevens
verstrekken uit het dossier van Meppel?
Op
19 juni vraagt de HOC aan Ruiter
hoe het is gesteld met de verzekering van het orgel van Meppel voor de
aanstaande verhuizing.
(08) (40)
1959
De Meppeler Courant (20-03-1959)
meldt dat de restauratie van de kerk nog steeds niet
is gestart.
Op
10 november stuurt de rijksadviseur voor orgels
dr. H.L. Oussoren
een brief naar de HOC. Momenteel wordt de kerk
gerestaureerd. Voordat het orgel kan worden herplaatst zullen waarschijnlijk nog
enkele jaren verstrijken. Hij adviseert om het orgel in Meppel op te slaan
vanwege de volgende redenen:
- Opslagplaats op de zolder van een school
of gemeentehuis is minder kwetsbaar dan een ruimte achter een orgelwerkplaats.
-
Indien de orgelmaker in financiële problemen komt kunnen er complicaties
optreden.
Kan het orgel zo spoedig mogelijk naar Meppel worden overgebracht?
(08) (40)
1960
In
januari schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij hoe het er voor staat met de geadviseerde maatregelen van dr. Oussoren.
Op 19 februari schrijft de
kerkvoogdij aan Erné dat ze er inmiddels in zijn geslaagd een ruimte in Meppel
te huren voor de opslag van het orgel. De ruimte is gelijkvloers en droog. Kan
Erné met Ruiter de verplaatsing van het orgel naar Meppel regelen? Graag apart
vervoer en geen vervoer per bode.
Op
26 februari schrijft de HOC aan
Lambert Erné of Oussoren al iets heeft ondernomen met de maatregelen die zijn
voorgesteld om de financiële positie van Mense Ruiter te verbeteren.
Op
26 maart schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat er contact is geweest tussen orgeladviseur Edskes en Ruiter over de
verplaatsing van het orgel van Groningen naar Meppel. Ook wil de HOC graag een
overzicht van de aan Ruiter betaalde bedragen via afschriften van nota's. Dit
bericht wordt ook doorgestuurd
naar dr. Oussoren.
Op 26 maart
een brief van de HOC aan Mense Ruiter. De kerkrestauratie begint te vorderen en
de kerkvoogdij wil nu alle orgelonderdelen laten overbrengen naar Meppel. Het
papierpakhuis van Ten Brink bevindt is hiervoor een goede locatie. Ook het
gedemonteerde Rugwerk wordt naar deze plaats overgebracht. De ruimte waar het nu
staat wordt ook gerestaureerd. De pijpen dienen zoveel mogelijk op de windladen
geplaatst te worden. De grote pijpen worden staand in rekken geplaatst. Alle kosten komen voor
rekening van de kerkvoogdij. De rijksadviseur wil alle onderdelen graag
inventariseren voor een eventueel andere subsidie.
Op
6 april schrijft Ruiter aan de HOC
dat alle onderdelen op 8 april worden overgebracht naar Meppel. Ook zal hij het
Rugwerk naar de locatie bij Ten Brink verplaatsen. De kerkvoogdij en de Rijksadviseur worden door de HOC geďnformeerd.
Op 12 april schrijft de HOC aan
de kerkvoogdij dat de orgelonderdelen naar Meppel worden gebracht. Ook het
Rugwerk zal daar worden opgesteld.
Op
25 april meldt de kerkvoogdij dat
alle orgelonderdelen in Meppel zijn opgeslagen. De kerkvoogdij zal fotokopieën
van nota's en betalingen naar de HOC sturen.
Op
31 mei schrijft het ministerie
van OKW dat het subsidiepercentage wordt verhoogd van 20% naar 50 % tot een
maximum van f 15.600,-.
(08) (40)
De kerk
wordt gerestaureerd, waardoor de restauratie van het orgel enorme vertraging
oploopt. Zie Meppeler Courant (26-09-1960).

Tekening van architect W.A. Heineman 12 april 1960 (31)
1961
Op 23 oktober vraagt het
ministerie van OKW om een restauratieplan. Ondertussen mogen er geen
werkzaamheden aan het orgel worden verricht.
Op
14 november vraagt de HOC aan de
kerkvoogdij of ze een aantal dagen kunnen noemen voor een vergadering met Erné en Edskes.
Op 6 december doet de kerkvoogdij
aan
de HOC verslag van het gesprek dat ze hadden met Erné en Edskes. De ruimte bij
Ten Brink moet per 1 januari worden ontruimd. De restauratie van de kerk is
zo ver gevorderd dat deze weer- en tochtdicht is. Ook de verwarming werkt. Ruiter
dient een offerte te maken voor het transport dat plaats zou moeten vinden
tussen Kerst en Nieuwjaar. Niet alle door de HOC gevraagde stukken zijn teruggevonden. Misschien heeft
dr. van Kolmeschate in Delft nog stukken in zijn bezit.
Begin 1962 komen Oussoren en Erné naar Meppel om de toestand van het orgel te
bekijken.
Op 8 december dankt
de HOC de kerkvoogdij voor het toesturen van de gewenste stukken. Zij zullen
Ruiter vragen voor een offerte om de orgelonderdelen over te brengen naar de
kerk. Dit gebeurt op dezelfde dag per
brief.
Op 18 december
antwoord van Ruiter. Hij rekent f 850,- voor het transport. De offerte is
exclusief de zware delen. Deze dienen door een door de kerkvoogdij aan te wijzen
expediteur te worden vervoerd. De geplande datum is 27 december.
Op
22 december geeft Ruiter nog een
specificatie van de vervoerskosten op verzoek van de kerkvoogdij.
(08)
1962
Op 19
januari stuurt de HOC de stukken die zij van dr. van Kolmeschate hebben gekregen
door naar de kerkvoogdij.
Op 19
maart vraagt de kerkvoogdij aan de HOC of de rekening van Ruiter voor het orgeltransport correct is. Ook
graag antwoord waarom er niet
wordt gewerkt aan de opbouw van het orgel.
Op
3 mei antwoordt de HOC dat de
rekening van Ruiter betaald kan worden.
Op
4 mei vraagt de HOC aan Ruiter
om een offerte te maken voor de volgende werkzaamheden:
a. Speelklaar
opstellen van het rugpositief
b. Is het bedrag van f 2.000,- dat nog
open staat voor etappe 2 met het Hoofdwerk genoeg om de etappe af te maken. Wat
is de invloed van
de loonkostenstijgingen?
c. Is het bedrag van f 1.100,- voor het
plaatsen van de Dulciaan 16' voldoende?
d. Wat zijn de kosten als het Rugwerk zo
wordt geplaatst dat het zoveel mogelijk buiten de balustrade
valt? Het Hoofdwerk zo plaatsen dat het nog net voor de dwarsbalk staat. De luiken
moeten zo worden ingericht dat er makkelijk kan worden gestemd.
Wanneer kan
er worden gestart met de werkzaamheden?
Op
25 mei komt het antwoord van
Ruiter.
a: f 1450,-
b: Kostenstijging van f 1.600,- ook vanwege de
beschadigde kappen
c. Stijging van f 1600,-
d. Stijging van f 240,-
Door de wijzigingen na de kerkrestauratie op de galerij en het wegvallen van de oude magazijnbalg moet
er een totaal nieuwe windvoorziening worden gemaakt. Deze zal f 2.400,- gaan
kosten.
De werkzaamheden zullen tussen de 10 en 12 weken duren en
kunnen beginnen in augustus.
De balk boven de galerij moet echter eerst
worden verwijderd voordat met het werk kan worden begonnen. Als de balk niet
wordt verwijderd, zullen de kosten f 1.000,- hoger uitvallen.
Op
25 mei schrijft Ruiter nog een
toelichting en enkele tekeningen waarom de balk verwijderd zou moeten worden. Er zijn
veel wijzigingen nodig aan de orgelkas van het Rugwerk om deze naar voren te kunnen
plaatsen. Het intoneren en stemmen van het Hoofdwerk is zo goed als onmogelijk
als de balk blijft gehandhaafd. Ruiter heeft tijdens de restauratie van de kerk
al geprotesteerd tegen het aanbrengen van de balk. Deze balk is nooit aanwezig geweest.
(08)

Tekening door Mense Ruiter van 11 mei 1962 Klik op de foto voor een vergroting
Op 21 juni schrijft de HOC aan
Ruiter dat de offerte uitgebreid is besproken met de kerkvoogden. Uit de
bespreking komt naar voren dat er extra informatie nodig is:
-
Loonstijgingen opbouw Hoofdwerk
- Plaatsing Rugwerk buiten de balustrade.
Constructie hiervoor wordt elders verricht.
- Offerte voor de nieuwe
windvoorziening.
Offerte graag opleveren voor 1 juli
Op
30 juni komt Ruiter met de
gewenste gegevens. De lonen zijn sinds 1956 met 60% gestegen. Hierdoor wordt de
resterende post van f 2.000,- verhoogd met f 1.200,- Het herstel van de
beschadigde kappen kost f 400,-. Door de nieuwe balk zullen de intonatiekosten
veel hoger uitvallen omdat het pijpwerk niet goed bereikbaar is. Inschatting van
de kosten is
f 1.000,-. Als een extern bedrijf de plaats geschikt maakt dan blijft het installeren van
het Rugwerk staan op f 1.450,-. Hoe de nieuwe windvoorziening ingepast moet
worden is pas goed te zeggen als kas en mechanieken geďnstalleerd zijn.
Op
10 juli meldt de HOC aan de
kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met de prijzen zoals Ruiter ze heeft genoemd. Graag
wil de HOC overleg met de kerkvoogdij en de restauratiearchitect over de nieuw
aangebrachte balk, de uitbouw van het Rugwerk en de gewijzigde
windvoorziening.
Op 2 augustus
schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat de vergadering kan plaatsvinden op 23
augustus.
Op 13 september doet
de HOC verslag van een overleg tussen Edskes en Ruiter. Het resultaat van deze
bespreking is dat Ruiter een nieuw totaalplan maakt inclusief Pedaal en Borstwerk
en de gewijzigde plaatsing van het Rugwerk. Edskes en Ruiter nemen het nieuwe plan door
en daarna kan het worden besproken met kerkvoogdij en architect.
Op
22 september stuurt Ruiter een offerte voor etappe 3 en 4 (Borstwerk en Pedaal). Het Borstwerk gaat f 15.550,-
kosten en het Pedaal f 27.500,-. Ruiter rekent voor de pedaalkas een stelpost
van f 5.000,-.
Op 24 september
komt er een offerte voor het speelklaar opstellen van Hoofdwerk en Rugwerk. De
kosten belopen f 20.450,-. Niet inbegrepen zijn de kosten van een
staalconstructie voor de gewijzigde opstelling van het Rugwerk. Wel inbegrepen
zijn de kosten voor het toezicht op het plaatsen van deze constructie.
Op
28 september wordt een
tekening aan
Monumentenzorg, architectenbureau Heineman en de kerkvoogdij
gestuurd.
Op 27 september schrijft Mense Ruiter dat de
nieuw geplaatste tweede balk dwars door het orgel zal lopen, waardoor
de pijpen niet goed kunnen worden opgesteld. Indien de balk wordt vervangen door
een trekstang is het probleem verholpen. Ook ziet hij andere problemen door het gewijzigde orgelbalkon.
Op 9 oktober schrijft Ruiter dat
hij voor de bespreking op 17 oktober geen kans meer ziet een nieuwe tekening te
maken voor de opstelling van het Rugwerk half in de balustrade. Hij kan er wel
voor zorgen dat het Rugwerk grotendeels voor die tijd wordt opgesteld. (08)


Links: tekening 27 september 1962 Rechts tekening orgelbalkon ongedateerd Zie
ook de toelichting van Mense
Ruiter en een begeleidend briefje.
De tekeningen worden doorgestuurd naar de Rijksdienst voor Monumentenzorg,
Architectenbureau heineman en de kerkvoogdij. Klik
op de afbeelding voor een vergroting
(28) (40)



Links tekening ongedateerd midden tekening 9 april
1963 MR rechts ongedateerd Klik op de afbeelding voor een vergroting (28)


Tekeningen Borstwerk juli 1963 Klik op de afbeelding voor een vergroting (28)


Tekening pedaalkas juli 1963 en orgeldoorsnede 9 april 1963 (28)

Orgelkasten terug gezet tot 10cm in de balk. Achter de kast zal de balk
vervangen worden door een trekstang zoals getekend onder D. Klik op de
afbeelding voor een vergroting
1963
Op 1
februari stuurt de HOC een aangetekende brief naar
Mense Ruiter. De afgesproken tekeningen die Ruiter in overleg met Edskes zou maken zijn nog
steeds niet binnen. De HOC geeft hem nog 3 weken de tijd.
Op
15 maart stuurt Ruiter een schema
van de opbouw van het orgel. Ook stuurt hij de gevraagde tekeningen.
maart/april 1963: Rugwerk
mei/juni 1963: Hoofdwerk
juli/september: Borstwerk
oktober
1963/maart 1964: Pedaal
Uit de
bijgaande brief blijkt dat de kassen van het Hoofdwerk en
het Rugwerk al staan opgesteld.
Op 22
maart doet de HOC verslag van een bespreking tussen Oussoren, Edskes en
Ruiter. Ruiter zal voor 1 april de gewenste tekeningen en offerte maken. De
werkzaamheden mogen pas beginnen als er toestemming van het rijk is voor het
gehele plan.
Op dezelfde datum
beschrijft de HOC voor Ruiter de gemaakte afspraken.
Op
23 maart antwoordt Ruiter dat hij
sinds begin maart ziek is en deze week voor de helft aan het werk is. Hij heeft
met Edskes en Erné afgesproken de gegevens te leveren voor 10 april. De
brief wordt ook doorgestuurd naar
Oussoren en de kerkvoogdij.
Op 10
april belt Ruiter dat de tekeningen klaar zijn, maar nog vermenigvuldigd
moeten worden.
De offerte dateert inderdaad van
10 april en bestaat uit drie delen.
Pagina 1 beschrijft de installatie van Hoofdwerk en Rugwerk inclusief een nieuwe
windvoorziening voor een bedrag van f 30.675,-. Hoofdwerk en Rugwerk zijn al in
de kerk aanwezig. Een staalconstructie voor het Rugwerk is niet inbegrepen.
Pagina 2 beschrijft de bouw van het Borstwerk (Gedekt 8', Fluit 4', Octaaf 2',
Nasard 1 1/3', Sifflet 1', Cimbel III en Regaal 8') en Pedaal (Prestant 16' en
8'gecombineerd, Octaaf 4', Mixtuur VI, Bazuin 16', Trompet 8', en Cornet 4')
voor f 17.050,- en f 32.500,- De pedaalkas kost f 4.500,-.
Pagina 3 bevat een
materiaalspecificatie.
Op
26 april
schrijft organist Nico Verrips aan Mense Ruiter dat hij vanaf nu meer bij
het restauratieproces betrokken zal zijn en enkele vragen heeft.
Op 2 mei
worden de offerte en tekeningen naar de kerkvoogdij gestuurd. Wanneer kan de HOC
deze stukken met de kerkvoogdij doornemen?
Op
14 mei schrijft Mense Ruiter:
1. het Rugwerk is in 1955 speelklaar opgesteld. Daarna zijn de orgeldelen
enkele keren verplaatst. Daar zijn ze niet beter van geworden.
2.
de verbetering van de mechaniek kost 3 weken volgens punt 12
3. de trekbalk
of trekstang blokkeert de toegang tot het Hoofdwerk
4. het orgel zou vanwege
punt 3
iets verder naar achteren moeten staan.
5. Nachthoorn f 1200,- en Cornet f
1500,- ingebouwd
6. De mechaniek voor de koppeling van het Rugwerk naar het
Pedaal is al ingebouwd. Volgens de HOC zou dit verwijderd moeten worden. Dat is
onzin en kost alleen maar geld.
Op
20 mei stuurt Mense Ruiter foto's van de stand van de Rugwerkkast. Er zijn lichtdrukken naar Den Haag
gezonden.
Op
23 mei wordt een verslag van de
vergadering op 17 mei met de HOC, vertegenwoordigers van de
kerkvoogdij en cantor-organist Nico Verrips
gemaakt.
Uitgangspunten:
-Het
OC-rapport
-Het al gedane werk is akkoord
-Bij het gereedkomen van de
kerkrestauratie dient het Rugwerk speelklaar te zijn.
'1. Het Rugwerk moet weer in de balustrade worden geplaatst. Dit is ook een eis van
Monumentenzorg. De balken kunnen volgens de architect worden verwijderd.
2. De nieuwe dispositie van het Pedaal is niet akkoord. Men wil vasthouden aan de
oorspronkelijke 8 registers in plaats van 6 registers. Ook de transmissie
tussen Prestant 16' en Prestant 8' is niet wenselijk. Het liefst heeft men een
Bourdon 16' en een Prestant 8.
3. De koppeling tussen Rugwerk en Pedaal wordt
gehandhaafd.
4. In Hoofdwerk en Rugwerk moeten de stalen wellenborden vervangen
worden door
wellenborden van hout. In de laatste alinea van de offerte van Ruiter wordt een
materiaalkeuze genoemd waarvoor hij geen verantwoordelijkheid wil nemen. Wat
houdt dit in en wie is verantwoordelijk
5. Wat is de situatie rond de
subsidieverlening nu er een nieuw plan ligt? Op maandag 10 juni wordt er een
vergadering in Meppel belegd waarbij de architect en de orgelmaker ook aanwezig
zullen zijn.
Op 28 mei stuurt
de HOC een
brief aan Oussoren. Men wil een gesprek met Oussoren om te
regelen dat het Rugwerk bij het afsluiten van de kerkrestauratie bespeelbaar is.
Op 28 mei schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat zowel Erné als Edskes aanwezig kunnen zijn bij de vergadering
van 10 juni. Ook regelt de HOC een vergadering tussen kerkvoogdij en Oussoren 's
middags in Den Haag.
Op 1 juni
komt het voorstel van de HOC om de vergadering van 10 juni in Meppel zonder
Ruiter te houden omdat hij financieel belanghebbend is.
Op
7 juni schrijft de kerkvoogdij
aan de HOC dat het nu niet meer gepast is om Ruiter niet uit te nodigen voor 10 juni. Wel
kan een deel zonder hem besproken worden.
Op
7 juni schrijft Mense Ruiter dat
de orgelkas weer op de oude plaats moet worden opgesteld. De trekstang kan door
de orgelkas. De offerte van 10 april is uitgewerkt volgens de richtlijnen van
Edskes en Erné. De uitvoering van de punten 3 en 5 vindt hij zinloos.
Het
nieuwe Borstwerk dient zijn stalen wellen te behouden wegens de beschikbare
ruimte. Ook de ingebouwde lessenaar van punt 10 kan blijven gehandhaafd.
Hierdoor kan f 6.500,- worden bespaard. Hiervoor kan een extra stem op het
pedaal komen. Van de originele speeltafel en van de mechaniek is niets bewaard
gebleven. Een windvoorziening met 3 of 4 spaanbalgen heeft niet zijn voorkeur.
Op
12 juni volgt er een verslag van
de vergadering van 10 juni te Meppel.
Het orgel wordt zoveel mogelijk voor de
balustrade geplaatst. Het daarvoor benodigde bedrag wordt subsidiabel gemaakt.
De metalen wellenborden dienen te worden vervangen door houten wellenborden.
De werkwijze met metalen wellenborden is inmiddels achterhaald. De kosten voor vervanging zijn
subsidiabel. De windladen moeten op een andere manier worden vervaardigd en voldoen aan de eisen van nu. Er bestaan geen bezwaren voor het handhaven van
de koppel Rugwerk/Pedaal. Uitbreiding van de pedaaldispositie met een 2 voets-register
en eventueel een Gedekt 8' dient nader te worden bezien. De al gemaakte
kosten worden bij het toekennen van subsidie als eerste termijn gezien. Het
werk mag pas worden begonnen nadat het totale plan van rijkswege is goedgekeurd.
Oussoren vraagt zich ook af of Ruiter het werk wel aan kan. Het idee om het
orgel door Ruiter 'in elkaar te laten zetten' en later na te denken over een 'echte'
restauratie wordt onaantrekkelijk gevonden.
Er dient te worden gekozen uit de
volgende twee mogelijkheden:
1. Ruiter maakt de restauratie van Hoofdwerk en
Rugwerk af en op grond van de bereikte resultaten kan hij verder met Borstwerk
en Pedaal.
2. In overleg met de rijksadviseur kiezen voor een andere
orgelmaker.
Een vervolgvergadering met Ruiter wordt op 18 juni gepland.
Op
14 juni wordt de afspraak op 18
juni bevestigd.
Op 24 juni maakt architect Heinemann een
verslag van de
vergadering op 18 juni. Over het orgel wordt het volgende afgesproken: het Rugwerk wordt op de oude plaats in de balustrade ingepast en steekt dan 50cm
binnen de balustrade. Onder het Rugwerk komt een afneembaar plafond om de
windlade te kunnen bereiken. De trekbalk dient ter hoogte van de orgelkas te
worden vervangen door een trekstang.
Ook de HOC maakt een
verslag van deze vergadering,
waarin de aanwezigen letterlijk worden geciteerd. Aanwezig waren van de HOC
Erné, Edskes en de Waard, Kerkrestauratiecommissie: Van de Honing en verder Nico
Verrips en Mense Ruiter.
Hopelijk zal de restauratie van het orgel vlotter
verlopen dan de restauratie van de kerk. Eerst wordt er vergaderd zonder
orgelmaker Ruiter. Ruiter dient een zodanige technische omschrijving en tekening
te maken dat verwarring is uitgesloten. Hij dient een bankgarantie te geven en
het voorstel moet voor alle partijen acceptabel zijn. Ruiter zal weer een
totaalplan maken wat op 1 juli in Amersfoort met de HOC en Nico Verrips zal worden
doorgenomen. Op 22 juli dient alles vast te staan en kan dan ter goedkeuring aan
het rijk worden aangeboden. Als de kerkrestauratie in september is afgesloten
kan Ruiter op 1 oktober beginnen. Ruiter verwacht de volgende doorlooptijden:
Hoofdwerk zes maanden, Rugwerk twee maanden, Borstwerk drie maanden en Pedaal
eveneens drie maanden. De verdere afwerking kost dan nog eens twee maanden. Het orgel
zou dan eind januari 1965 gereed kunnen zijn.
Op
20 juni wordt Oussoren door de
HOC op de hoogte gesteld van de laatste ontwikkelingen. Hij wordt erop gewezen dat
'men niet van Ruiter af kon komen' en dat over de plaats van het orgel
overeenstemming is bereikt. Bijgesloten worden de brieven aan de kerkvoogdij en
aan Ruiter. In de brief aan de kerkvoogdij memoreert de HOC dat aan het
adviestraject kosten zijn verbonden, die nog nooit
door de
kerkvoogdij zijn betaald. Er is er op 29 oktober 1962 een rekening gestuurd, maar deze is
nooit voldaan. Men wil een nieuwe rekening nu baseren op de door het rijk geaccepteerde
eerste termijn van de orgelrestauratie.
Voor Mense Ruiter worden de op 18
juni gemaakte afspraken bevestigd. De plaats van het
Rugwerk met de achterkant 50 cm achter de balustrade wordt bevestigd. De onderzijde
van het Rugwerk moet goed bereikbaar zijn. De trekbalken bij het orgel
worden vervangen door ijzeren trekstangen.
Op
20 juni schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij over de afspraken voor de plaatsing van het Rugwerk.
Op
20 juni schrijft de HOC aan de
kerkvoogdij dat er voorlopig alleen de directe kosten zoals reiskosten en dergelijke
in rekening worden gebracht.
Op 20
juni schrijft de HOC aan Ruiter dat er een nieuw plan voor de
orgelrestauratie nodig is nu de restauratie van de kerk over enkele maanden
gereed zal zijn. Op maandag 1 juli is er een overleg te Amersfoort tussen
orgelmaker, organist, Erné en Edskes om te bespreken wat er aan de plannen
moet worden gewijzigd. Twee weken later zal dan het gewijzigde plan gereed
moeten zijn.
Op
25 juni bericht de HOC dat
architect Heinemann Erné om een tekening van het Rugwerk heeft gevraagd.
Op
28 juni stuurt Heinemann een
tekening naar Erné met de sparing in het balkon.
Op
4 juli stuurt de HOC een rekening
voor gemaakte onkosten.
In
juli een kort verslag van de HOC
over de bespreking in Amersfoort met Erné, Edskes, Hülsmann en Verrips en een
tweede gesprek in Groningen tussen Edskes en Erné. De tekeningen van Ruiter waren
nu veel verder uitgewerkt, maar nog niet helemaal voldoende. Ook de
materiaalbeschrijving was nog niet beschikbaar.
Op
20 juli een uitgebreide offerte van
Ruiter
inclusief een tekening van het vooraanzicht van het Borstwerk.
Op de
eerste 2 pagina's staan alle werkzaamheden met bedragen voor de installatie van
Hoofdwerk en Rugwerk inclusief een drieklaviers speeltafel en een windvoorziening
voor het totale orgel. Dit deel van de offerte bedraagt f 39.385,-
Op blad 3
en 4 volgt een beschrijving van de te gebruiken materialen.
Blad 5 bevat de
leveringsvoorwaarden met de betaaltermijnen per werk.
Op blad 6 de tekening
van het Borstwerk en klaviatuur.
Op de laatste pagina de geschatte
opleverdatums.
Er is nog een apart blad
voor het Borstwerk en het Pedaal. Handgeschreven zijn de mensuren toegevoegd.
Zie ook een groot aantal bewaarde
tekeningen in het archief van de HOC.
Op
7 augustus stuurt de HOC een
rekening voor gemaakte onkosten.
Op 8 augustus schrijft de HOC aan
Ruiter dat zij zich in grote lijnen met de omschrijving en de vijf tekeningen
kunnen verenigen. Graag wil men nog wel een opgave zien van de labiumbreedte van
het nieuwe pijpwerk en de mensuren van de Dulciaan 16'. Ook graag een mensurenstaat van
het oude pijpwerk om te kunnen zien of het nieuwe pijpwerk daarmee aansluit.
Later kan er een bespreking plaatsvinden voor definitieve
afspraken. De ontvangen stukken worden doorgezonden naar de kerkvoogdij
en Oussoren. Zie brief.
Op
14 augustus een interne notie
door de HOC. Ds. Schaap is tevreden over de nu bereikte resultaten. Er worden
datums genoemd voor besprekingen.
Op
16 augustus een briefje naar
Edskes met een vraag van architect Heinemann of de galerij zo kan worden uitgevoerd
als op de tekening van 28 juni.
Op
22 augustus een briefje naar
Edskes dat het architectenbureau de tekening naar hem toestuurt om te beoordelen
of de galerij volgens de tekening kan worden uitgevoerd.
Op
27 augustus wordt door de HOC
aan kerkvoogdij en architectenbureau bevestigd dat de galerij volgens de tekening
vervaardigd kan worden.
Op 30
augustus stuurt Ruiter een opgave van de mensuren van Hoofdwerk en Rugwerk.
Op 6 september is er een interne HOC-notitie
dat er een bespreking is gepland in Meppel op 12 september om 10:00 uur. Ruiter
schuift later aan. Ook dient overleg plaats te vinden over een eventuele noodvoorziening tussen
het gereedkomen van de kerkrestauratie en het opleveren van het orgel.
Op
13 september schrijft mr. Bongers
uit Meppel dat Erné hem opbelde dat de restauratie gestalte begint te
krijgen. De leveringsvoorwaarden dienen zeer goed te worden geformuleerd. 'R.
is een gladde vogel'.
Op 16
september schrijft Ruiter aan Erné dat de leveringsvoorwaarden nu verstuurd
kunnen worden. Dit heeft vertraging opgelopen door de afwezigheid van de directeur
van de bank.
Op 16 september
stuurt Ruiter de gewijzigde leveringsvoorwaarden naar de HOC.
Interne memo van
17 september van de HOC. De
nieuwe leveringsvoorwaarden lijken ongunstiger dan de eerdere: Lunch in plaats
van melk,
materiaalprijsstijgingen, toezicht HOC.
Op
19 september een brief van de
kerkvoogdij aan de HOC dat ze de rekening van de HOC pas betalen als de HOC de
aanvraag voor de subsidie van het reeds uitgevoerd werk hebben ingediend.
Op 23 september
antwoordt de HOC dat de in rekening gebrachte kosten reis- en verblijfkosten
zijn, die niet onder deze afspraak vallen.
Op
9 oktober schrijft de kerkvoogdij
dat het contract inmiddels door Ruiter en de kerkvoogdij
is ondertekend.
Toegevoegd zijn enkele aanvullingen in een
bijlage. Zie Nieuwsblad van het
Noorden (11-10-1963), Nieuwe provinciale Groninger courant
(11-10-1963), Ons Noorden
(11-10-1963).
Op
11 oktober zegt de HOC aan de
kerkvoogdij toe om een conceptbrief te maken voor de subsidieaanvraag.
Op 11 oktober stuurt de HOC de
brief van 9 oktober van de kerkvoogdij door naar Oussoren. Kunnen de huidige
bedragen voor de restauratie dienen als basis voor een aangepaste
subsidieverstrekking?
Op 14
oktober geeft Ruiter een schema van de toekomstige werkzaamheden.
-
Rest 1963: schoonmaken en herstel van de in de kerk aanwezige onderdelen.
-
Januari 1964: aanleg windvoorziening.
- Februari 1964: speeltafel maken
en inbouwen.
- Maart 1964: Hoofdwerkmechaniek maken en inbouwen.
Hoofdwerk voorlopig stemmen.
- April/mei 1964: Mechaniek Rugwerk
aanleggen en monteren
- Juni 1964: Pijpwerk hoofd- en Rugwerk verder
afwerken.
De aannemer van de kerkrestauratie gaat er vanuit dat het balkon op 1 november gereed is.
Begin oktober heeft Ruiter in opdracht van de kerkvoogdij het orgel naar de
andere kant van de galerij overgebracht zodat de aannemer de galerij kan
wijzigen.
Op 16 oktober brengt
Mense Ruiter de punten 14 en 15 van de offerte in rekening.
Op 17 oktober een
afschrift van de brief van de kerkvoogdij dat de rekeningen van de HOC zijn
betaald. Ook een afschrift van een rekening van Ruiter voor de punten 14 en 15 (gemaakte
tekeningen) van de offerte.
Op 21
oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat de rekening van Ruiter
betaald kan worden en dat het nog niet zeker is of de declaraties van de HOC
voor subsidie in aanmerking komen.
Rond deze tijd is er ook een
conceptbrief voor een
subsidieaanvraag gemaakt. Deze brief gaat uit van het bedrag van f 39.385 uit de nieuwste
offerte, maar ook de kosten van de al eerder uitgevoerde werkzaamheden van f
23.985,01 worden aan de orde gesteld. Daarnaast worden de kosten voor advies en
toezicht door de HOC van f 4500,- en een post onvoorzien van f 15.000,- genoemd.
Bij elkaar geteld levert dit een bedrag op van f 82.870,01. De subsidie is nodig
om de restauratie te kunnen uitvoeren samen met de subsidiebedragen van gemeente
en provincie. Tevens wordt toestemming gevraagd om met de restauratie te kunnen
beginnen.
Op 21 oktober
schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze in overleg met de rijksadviseur een
conceptbrief hebben gemaakt voor een subsidieaanvraag. Onduidelijk is of dit
dezelfde brief is als de brief hierboven vermeld.
Op
29 oktober is er een HOC-kopie van twee brieven van architect Heinemann voor de HOC en voor Ruiter. Heinemann levert
een tekening waarop staat aangegeven waar de balken op het balkon lopen. Zowel
Ruiter als de HOC wordt gevraagd de maten op te geven van het gedeelte wat moet worden
verwijderd, zodat de aannemer met de werkzaamheden kan beginnen.
Op
31 oktober schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC dat de subsidieaanvraag geen betrekking heeft op een
nieuwe subsidieaanvraag, maar om een verhoging van een reeds op 31 mei 1960
toegekende subsidie van f 15.600,-
Op
1 november meldt de HOC aan de
kerkvoogdij dat het wel degelijk om een nieuwe subsidieaanvraag gaat. Wel zou
men via een tussenzin kunnen verwijzen naar de f 15.600 uit 1960.
Op
4 november beantwoordt
Ruiter de brief van Heinemann over de trekbalken. Alleen van de tweede balk vanuit de toren gezien
moet een stuk van 333 cm vervangen worden door een
trekstang. Ook oppert hij de mogelijkheid om de balken geheel te vervangen door
trekstangen.
Op 11 november
stuurt de HOC een tweetal rekeningen voor een deel van het honorarium.
Op
19 november stuurt de kerkvoogdij
twee nota's terug naar de HOC. Graag de nota's in het vervolg in duplo sturen.
Op 20 november stuurt de HOC
dezelfde nota's, maar dan in duplo.
Op 22 december wordt de kerk na de kerkrestauratie weer in
gebruik genomen. Zie orde van dienst.
(08) (28) (40)
1964
Op
29 februari stuurt de HOC een
nota voor gemaakte onkosten.
Op
4 mei stuurt de kerkvoogdij een
brief aan Ruiter wanneer welk deel gereed is en speelklaar
kan worden opgeleverd.
De conceptbrief voor de aanvraag van de
subsidie van oktober 1963 wordt op 17
juni verstuurd. De door de HOC voorgestelde wijzigingen zijn verwerkt.
Op
2 juli factureert Mense Ruiter de
punten 1, 3, 11, 12 en 13 van de offerte van 16 juli 1963.
Op
7 juli meldt de kerkvoogdij aan
de HOC dat het Rugwerk speelklaar door Ruiter is opgeleverd en voor de eerste
keer in de eredienst is gebruikt. Kan er nu opdracht worden gegeven voor het
Borstwerk en het Pedaal?
Op 9 juli
bevestigt de HOC de ontvangst van de brief.


Fotografen onbekend
Op 13 juli schrijft de HOC
dat Erné op 17 juli naar Meppel komt om de huidige situatie te bekijken. Op grond
daarvan kan er verder worden geadviseerd.
Op
27 juli wordt de stand van zaken
door de HOC aan Oussoren gemeld. Het Rugwerk is speelklaar opgeleverd. Dit
ontheft Ruiter niet van zijn verplichtingen. De oplevertermijn van de drieklaviers speeltafel is ver overschreden. Voor de vertraging door ziekte zijn geen
bewijsstukken geleverd. Ook had dit veel eerder gemeld moeten worden. Het
pijpwerk van het Rugwerk is wel geplaatst, maar nog niet geďntoneerd. Bespeling
van het Rugwerk geschiedt middels een noodklavier aan de achterzijde. Vastgesteld wordt dat Ruiter
de volgende verplichtingen niet is nagekomen:
- De opleveringstermijnen
-
De volgorde van afwerking
- De verplichting om overmacht (bv. ziekte)
te melden.
Krachtens artikel 7 van de overeenkomst heeft Ruiter nog een maand de tijd om
Hoofdwerk en Rugwerk op te leveren. Een opdracht voor Borstwerk en Pedaal is dan
ook niet aan de orde.
Op 27 juli
maant de HOC Mense Ruiter om binnen één maand zijn verplichtingen na te komen.
Op 30 juli
vraagt de kerkvoogdij aan de HOC advies omtrent een binnengekomen
rekening van 2 juli van Ruiter met de volgende posten:
1. f 2.750,- Schoonmaken en herstellen orgelonderdelen in de kerk
opgeslagen
3. f 2.550,- Aanbrengen Nolte's sleepladenconstructie in windladen
Hoofdwerk en Rugwerk
11. f 1.875,- Opstellen Rugwerk
12. f 2.775,- Nieuwe
mechaniek tussen speeltafel en windladen
13.f 1.800,- In de was zetten van de
orgelkassen
Notitie van Erné dat Ruiter de 'euvele
moed' had om op 27 juli om een betaling te vragen.
Op
31 juli bericht de HOC aan Ruiter
dat ze de kerkvoogdij hebben geadviseerd de nota niet te betalen.
Op
31 juli stuurt Mense Ruiter een
brief dat er problemen zijn met de betaling van delen van de nota van 2 juli.
Hij stuurt daarom aparte nota's per punt. Ruiter hoopt dat dit de betaling zal
versnellen.
Op
31 juli schrijft Ruiter aan de
HOC dat het werk door de verbouwwerkzaamheden van de galerij pas kon starten
op 9 december in plaats van, zoals afgesproken, op 1 oktober. De rugwerkkas is
toen op
verzoek van de kerkvoogden opgesteld met frontpijpen. Dit
was net voor Kerst gereed. Door het late begin in Meppel zijn andere
werkzaamheden opgepakt, waardoor we vanaf 9 december niet alle tijd aan Meppel
konden besteden. Ook was er sprake van ziekte van de speeltafelmaker en de vrouw
van Ruiter, die de administratie voert. De ziektegevallen bewijst Ruiter door
het tonen van de betalingen van het GAK (Gemeentelijk Administratie Kantoor).
Ruiter heeft tot nu toe f 25.000,- besteed aan werkzaamheden voor het orgel.
Ruiter stuurt nu aparte rekeningen post voor post uit de offerte zodat die onderdelen
betaald kunnen worden waarvan de HOC heeft vastgesteld dat ze gereed zijn.
Op
18 augustus schrijft Ruiter een
aanvullende brief op zijn brief van 31 juli. Hij excuseert zich voor het feit
dat hij het wijzigen van de volgorde van werkzaamheden niet heeft doorgegeven. Ook
speelt een rol dat de klavieren maanden later werden geleverd dan afgesproken.
De genoemde termijn van één maand om het werk af te maken is een onmogelijke eis.
Ruiter probeert het Rugwerk en het Hoofdwerk op 1 oktober bespeelbaar te krijgen. Het
lofwerk van de kassen kan pas worden begonnen als de rijksarchitect gegevens
levert. Ook heeft hij nog goedkeuring nodig voor de Dulciaan 16' qua mensurering.
Hij levert een tekening van de registerknoppen en wil weten hoe de naamplaatjes
er dienen uit te zien.
Op 19
augustus stuurt Mense Ruiter een schets van een registerknop naar de HOC. De
schets is niet bewaard.
Op 28 augustus
schrijft de HOC aan de kerkvoogdij en Oussoren over de voortgang van de restauratie.
De HOC adviseert om een voorschot f 7.500,- te betalen. De nota's zelf zijn door
de HOC nog niet gecontroleerd. Het schetsje van de registerknoppen is
doorgezonden naar Edskes ter beoordeling. Aan Ruiter wordt de ontvangst van zijn
brieven van 31 juli en 18 augustus bevestigd. Men is het eens met Ruiter over de
latere aanvang van de werkzaamheden. Dit is buiten zijn schuld. Hij had echter
andere werkzaamheden aan het orgel kunnen oppakken. Ook is men niet gelukkig met
de term 'bespeelbaar maken' in plaats van opleveren. Bij het bespeelbaar
maken van het Rugwerk is Ruiter teveel zijn eigen gang gegaan, zonder dit goed
te overleggen met de HOC. Ook gaat Ruiter niet in op de opmerking van de HOC omtrent de intonatie van het Rugwerk. Ruiter dient de HOC beter op de hoogte te
houden van het gereedkomen van werkzaamheden uit het contract, zodat de HOC op
tijd kan controleren of de werkzaamheden goed zijn uitgevoerd en er gefactureerd
kan worden. In de tweede helft van september is de HOC van plan een vergadering te
beleggen met alle belanghebbenden.
Op
7 september wordt aan kerkvoogdij
en Ruiter gemeld dat de vergadering zal plaatsvinden op 28 september in Meppel.
Op 7 september brengt de HOC
gemaakte onkosten in rekening.
Op 14 september wordt het
schetsje van Ruiter voor de registerknoppen goedgekeurd.
Op
18 september bericht de HOC dat
de volgende personen op de vergadering van 28 september aanwezig zullen zijn: Erné, Hülsman,
De Waard (secretaris HOC), Ruiter schuift om 11:00 uur aan.
Op
30 september doet de HOC verslag
van het overleg op 28 september te Meppel. Op basis van deze vergadering gaat
een brief naar Ruiter, waarin het volgende wordt afgesproken:
-
Op 2 november zijn het Hoofdwerk en het Rugwerk gereed voor de keuring. Die dag
zullen Erné en Hülsman het orgel keuren in aanwezigheid van dhr. Edskes.
-
Er wordt een voorbehoud gemaakt voor de Dulciaan 16'. Deze dient nog te worden
overlegd met Erné en Edskes en daarna besteld te worden bij Giesecke.
-
Op 2 november vindt er 's middags overleg plaats met de kerkvoogdij omtrent het resultaat van de keuring.
- De kerkvoogdij kan dan op grond van het
resultaat de opdracht verstrekken tot de bouw van het Borstwerk en het Pedaal.
Op 2 oktober schrijft de HOC aan
de kerkvoogdij dat ze in de vorige brief vergeten waren te melden dat het door
Ruiter tot nu toe verrichte werk er zeer verzorgd uitziet.
Op
22 oktober stuurt de kerkvoogdij
een nota van 26 september voor punt 10 (windvoorziening) van f 3.850,- van Ruiter door
aan de HOC ter controle.
Op 26
oktober meldt de HOC aan de kerkvoogdij dat er vertraging is bij het
intoneren, omdat Ruiter ziek is en niet mag reizen. Wel is hij pijpwerk aan het
voorintoneren in zijn werkplaats. Al het pijpwerk staat dus nog niet op de
laden. Ook is de HOC niet op de hoogte gebracht van de vertraging door de ziekte.
Ruiter antwoordt dat hij vanaf 29 oktober weer in Meppel zal zijn en daar dan ook
zal blijven. Het zou mooi zijn als iemand van de HOC in de dagen daarna langs
zou kunnen komen.
Op 30 oktober
wordt door de HOC gemeld dat de keuring inderdaad op 2 november zal plaatsvinden.
Op 6 november doet de HOC verslag
van de op 2 november uitgevoerde keuring. Het werk is technisch en artistiek zeer
verantwoord met de volgende uitzonderingen:
- Cymbel en Scherp passen
niet goed in het klankbeeld en dienen in overleg met Erné en Edskes te worden herzien
-
In de pijptorens zitten nu 7 pijpen vanwege de zorg van Ruiter voor de
klankuitstraling. Erné en Edskes willen graag weer de oorspronkelijke 9 pijpen.
Hierover wordt overleg gevoerd.
- Boven het Hoofdwerk moet nog een
eikenhouten afdekking worden aangebracht.
Op grond van de keuring kunnen de
volgende posten uit de offerte worden voldaan: 1, 3, 11, 12, en 13 met aftrek van het
reeds betaalde voorschot van f 7.500,- Ook de posten 4, 8 en 9 kunnen nu worden
voldaan. Open staan nu nog de posten 2, 5, 6 en 7.
Op basis van deze keuring
heeft de kerkvoogdij nu aan Ruiter een voorlopige opdracht gegeven voor het
Borstwerk en het Pedaal op basis van de offerte van 20 juli 1963. Deze opdracht
kan pas definitief worden na de volgende aanpassingen:
- loon- en
materiaalprijswijzigingen
- een andere leverancier zoeken dan Giesecke
in verband met de te lange levertijden
- samen met Erné een bezoek aan
Stinkens brengen om goede afspraken te maken met betrekking tot levertijden en
prijzen
- na definitieve gunning worden alle mensuren bepaald
-
vormgeving naamplaatjes registers.
Van belang is dat Ruiter de HOC goed op de
hoogte houdt van de voortgang en mogelijke tegenslagen.
De oplevering van het
Borstwerk wordt bepaald op Pasen 1965 en die van het Pedaal op 1 september 1965.
Aan de kerkvoogdij wordt bevestigd dat Ruiter zijn afspraken goed is nagekomen.
De opdracht voor het Borstwerk en het Pedaal kan dus worden verleend. Geadviseerd wordt
om nog geen concerten te geven, omdat het orgel nog niet gereed is. Je loopt dan
risico met publicaties in de pers over deze concerten. Ook de omkering van eerst
Pedaal en dan Borstwerk lijkt de HOC geen goed idee, omdat er dan vertragingen
zouden kunnen ontstaan in de levering. Wel zouden bv. orgelvespers georganiseerd
kunnen worden.
Van 11 november
dateert een
mensuurtabel voor de registers van het Borstwerk en het Pedaal.
Op
18 november stuurt Ruiter
Erné een mensuurtabel voor de Dulciaan 16' van het Hoofdwerk.
Op
28 november meldt Ruiter aan de
HOC dat het orgel minder ver gereed is dan afgesproken vanwege de volgende
oorzaken:
- Ziekte van de echtgenote van werknemer Smith, waardoor hij
niet van huis kon
- Ziekte van de vrouw van Ruiter, waardoor hij niet
van huis kon
- Aanvulpijpen van de Cymbel en de Scherp zijn te laat
ontvangen.
- Bijzondere diensten in de kerk, waardoor er niet kon
worden gewerkt
Ruiter verwacht volgende week weer in de kerk te kunnen werken.
Aan Erné zal worden gemeld wanneer alle werkzaamheden zijn afgewerkt.



Tabellen van de Scherp en de Octaaf 2' van het Rugwerk
Op
22 december geeft Ruiter door aan
de HOC dat hij weer is begonnen met de fijne na-intonering, omdat zijn vrouw nu
zover hersteld is dat hij weer van huis kan. De omstelling van de Cymbel en de
Scherp is inmiddels afgerond. Erné krijgt bericht zodra alles is afgerond. (08)
(28) (39)
1965
Volgens het tijdschrift Het
Orgel (1965-01) nadert het orgel
zijn voltooiing.
Op 20
januari schrijft Ruiter een brief aan de HOC over 9 of 7 pijpen per toren. In
1955 was hij van mening dat 9 pijpen te veel was.
Op
10 februari stuurt de HOC een
rekening voor gemaakte onkosten.
Op
16 februari wordt het
restauratieplan door het ministerie van OKW goedgekeurd. Er wordt een subsidie
van 50% verleend op de werkzaamheden aan het Hoofdwerk en het Rugwerk op basis van f
72.538. De subsidie bedraagt dus maximaal f 36.269,- Voor het toevoegen van een
Borstwerk en een Pedaal dient nog een plan te worden ingediend.
Op
26 maart brieven van de HOC naar
kerkvoogdij en Ruiter voor een nieuwe bespreking op 6 april in Meppel.
Op
30 maart stuurt Ruiter
een brief over de gewijzigde prijzen voor Borstwerk, Pedaal en pedaalkas.
| oorspronkelijk | nieuw | |
| Borstwerk | 18.750,- | 22.350,- |
| Pedaal | 38.540,- | 46.300,- |
| Pedaalkas | 8.000,- | 9.200,- |

| omschrijving | kosten | |
| 2. offerte | verbetering windladen Hoofdwerk en Rugwerk | f 1.823,50 |
| 7. offerte | Wijzigingen hoofwerk- en rugwerkkas | f 3.283,90 |
| Bouwkundige voorzieningen | f 1.529,00 | |
| Wijziging front | f 3.755,65 | |
| Wijziging Cymbel en Scherp | f 1.208,40 | |
| 5. offerte | Dulciaan 16' | f 2.700,00 |
| 6. offerte | Intonatie Hoofdwerk | f 1.800,00 |
| Kosten loonstijgingen | f 4.982,00 | |
| Logieskosten | f 1.819,00 | |
| ------------ | ||
| Totaal | f 22.901,45 |
| Bouw Pedaal | f 32.571,00 |
| Bouw Borstwerk | f 20.052,00 |
| Loonkostenstijgingen | f 1.161,75 |
| Loonkostenstijgingen | f 3.351,24 |
| Logieskosten | f 1.981,00 |
| ----------- | |
| Totaal | f 59.117,00 |
Dispositie: Kamp (K), F.C. Schnitger (S), Ruiter (R)
| Hoofdwerk | Rugpositief | Borstwerk | Pedaal | ||||
| Prestant (R) | 8' | Holpijp (K) | 8' | Gedekt (R) | 8' | Prestant (R) | 16' |
| Holpijp (K) | 8' | Prestant (R) | 4' | Gedekte fluit (R) | 4' | Octaaf (R) | 8' |
| Quintadeen (K) | 8' | Open fluit (K) | 4' | Octaaf (R) | 2' | Gedekt (R) | 8' |
| Octaaf (K) | 4' | Fluit Quint (K) | 2 2/3' | Fluit Quint (R) | 1 1/3' | Octaaf (R) | 4' |
| Open fluit (K) | 4' | Octaaf (K,R) | 2' | Sifflet (R) | 1' | Mixtuur (R) | VI |
| Nasard (S) | 2 2/3' | Woudfluit (K) | 2' | Scherp (R) | III | Bazuin (R) | 16' |
| Octaaf (K) | 2' | Quint (R) | 1 1/3' | Vox Humana (R) | 8' | Trompet (R) | 8' |
| Ruispijp (K) | II | Sesquialter (K,R) | II | Cornet (R) | 4' | ||
| Mixtuur (K) | III | Scherp (R) | IV | Trompet (R) | 2' | ||
| Cimbel (R) | VI | Dulciaan (S) | 8' | ||||
| Dulciaan (R) | 16' | ||||||
| Trompet (K,S) | 8' |

Foto (01)


Ansichtkaart van het orgel (28)
1969
Op 28
januari besluit de gemeente Meppel subsidie toe te kennen.
De provincie
kent subsidie toe. Zie hiervoor de
Notulen (en bijlagen) van de
Provinciale Staten van Drenthe van de vergadering op 13 maart 1969.
(31)
Zie Meppeler Courant
(1969-03-07).
1971
Op 7
januari schrijft de kerkvoogdij aan Ruiter dat de
NCRV een opname wil maken van
organist Van Laar uit Zwolle. Kan het orgel een tussentijdse stembeurt krijgen?
(29)
In september wordt het eerste orgelconcours voor amateurs
gehouden. Winnaar is J. R. Luth uit Amstelveen. Zie Nieuwsblad van het
Noorden (27-09-1971).
1972
Organist Daniel Chorzempa maakt opnames van de zes triosonates van Johann
Sebastian Bach. Zie Meppeler Courant
(09-06-1972).

1973
Het 250-jarig bestaan van het orgel
wordt gevierd.
Het tweede amateur-orgelconcours wordt georganiseerd. Zie Tubantia
(21-07-1973),
Nieuwsblad van het
Noorden (25-08-1973), Nieuwsblad van het
Noorden (24-09-1973).
Nico
Verrips viert zijn 25-jarig jubileum als organist. Zie
Nieuwsblad van het Noorden (30-06-1973).
Recensies van een LP-box, die
Daniël Chorzempa maakte van de triosonates van Bach.Zie Nieuwsblad van
het Noorden 15-10-1973, Tubantia
02-11-1973 (klik op de rechter afbeelding
voor een vergroting
1980
Op
18 februari schrijft de
kerkvoogdij aan de HOC. Bij een grote stembeurt door orgelmaker Dam bleek dat de
winddruk niet optimaal was. Is het mogelijk dat O. Wiersma naar Meppel komt om
er naar te kijken? Nu de problemen iets groter lijken te zijn dan verwacht, is een
technisch advies misschien nodig.
Op
6 juni schrijft de HOC dat
Hülsmann het orgel heeft bezocht en contact heeft opgenomen of de kosten van een
wijziging in de windvoorziening en een herintonatie voor subsidie in aanmerking
komen. Dit blijkt niet mogelijk te zijn. Is er misschien iets door de toenmalige
stemmer van Mense Ruiter dhr. Groenenberg iets aan de windvoorziening of
intonatie gewijzigd?
Op 30 juni
schrijft de kerkvoogdij dat het geen zin heeft contact op te nemen met dhr.
Groenenberg. Onze organist dhr. Verrips is op de hoogte. Nog een keer contact
opnemen rakelt de zaak alleen maar verder op.
Op
13 juli stuurt de HOC een
rekening voor gemaakte onkosten. (39)
1989
Flentrop voert een herintonatie uit. De
herintonatie heeft voornamelijk betrekking op de tongwerken.
1990
Jan Jongepier schrijft in Het Orgel van 1990-07/08 een uitgebreid
artikel over het orgel: 'Orgel
van Meppel door herintonatie herboren''.

Foto: Bert Kiewiet.
1991
Ewald Kooiman neemt
ook de
triosonates van Bach op in Meppel. Zie Nederlands dagblad (23-11-1991).


1992
CD Drentse Orgels door Erwin Wiersinga.
Zie
Leeuwarder courant
(10-07-1992).

2007
Naast het orgel worden aan de linkerkant van het orgel door Flentrop twee nieuwe spaanbalgen geplaatst.
2014
Orgelmaker Reil voert groot onderhoud
uit.
Het contract met een beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden en
een aantal stelposten werd op 18 maart 2013 afgesloten. (05)
Korte samenvatting
van de uitgevoerde werkzaamheden:
Er is historisch onderzoek gedaan
door Rudi van Straten (adviseur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
en de orgelbouwer zelf.
Dit heeft geresulteerd in een
rapport waarin de inscripties van het pijpwerk
zijn geanalyseerd. (05)
Er zijn weinig inscripties van Jan Harmens Kamp gevonden. Wel een oude reeks in de
Quintfluit 3' van het Rugwerk.
Franz Casper Schnitger heeft veel inscripties
gemaakt op het labium. Verder inscripties van Zwier van Dijk, Proper en
Spiering. Uit de jaren '60 dateren de inkt-inscripties van Mense Ruiter.
Het orgel is op zaterdag 7
juni 2014 gepresenteerd met een concert door de cantor-organist van de kerk, Mannes
Hofsink. (02)
Zie
programma, Meppeler Courant (02-05-2014) en
(04-06-2014).
2016
Cd door Mannes Hofsink op het label
Tulip
records
2021
De kerk wordt na het samengaan van Hervormd en
Gereformeerd niet meer voor de eredienst gebruikt.
De Stichting Grote of Mariakerk
wordt opgericht. De stichting heeft tot doel het beheren en
exploiteren van de kerk. (13)
2023
De kerk is voor 1
euro verkocht aan uitvaartonderneemster Annerie Kremer. Zij wil de kerk
gebruiken voor culturele activiteiten zoals lezingen, concerten, congressen en
uiteraard uitvaarten. Zie Dagblad van het Noorden (05-12-2023).
2024
De handtekeningen voor de verkoop zijn
gezet. Zie Dagblad van het
Noorden (27-06-2024).
Bronvermelding:
De organisten
Willem Leemcuyl
Voor de bouw van het huidige orgel is een zekere Willem Leemcuyl organist in de
Mariakerk in Meppel. Wij vinden zijn naam vermeld in de archieven wanneer de financiën
weer kunnen worden geregeld na de oorlogshandelingen van bisschop Bernard van Galen. De
schulden zijn weer betaald en dan wordt de organist weer uitbetaald: f 266,- voor 3 jaar en 3 maanden.
In de 17e eeuw komt de combinatie Leemk(c)uijl en Willem in de
doop- en
trouwregisters veelvuldig voor. Het is niet vast te stellen welke persoon de
organist is.
(20)
Zie Drents Archief
0176.01 Trouwregister Meppel 72: Bruidegom: Willem Willemz Leemkuijl Bruid:
Eereltien Janz
Lucas Muijselaar ( voor 1717 - voor 1765)
Tijdens de bouw van het 'bequaeme orghel' wordt Lucas Muijselaar als organist
aangesteld.
Uit de correspondentie tussen de kerkvoogdij en orgelmaker Kamp kunnen we zien dat de
organist af en toe voor de orgelmaker moest opkomen bij kerkmeesters en
volmachten van de Meppel. Muiselaar is in 1766 nog organist. Zijn naam
komt voor in een brief uit 1766 die vanuit Meppel naar de kandidaat-dominee
Hein in Almelo wordt gestuurd. '[...]zullende ook jaerlijks en alle jaaren uijt
dit Wheme-Tractement an den tegenswoordigen Organist Emke Muiselaars off syn
successeurs, als eerste schoolmeester van Meppel moeten uijtkeeren de somma van
seventig Car. Glds.[..] (12)
Hij
trouwt op 1 januari
1720 met Aaltje Ottoman uit Sneek. Als beroep geeft hij op 'organist'. In de
akten zijn geen kinderen geregistreerd.
Bruidegom Lucas Muiselaar Beroep
organist Geboorteplaats - Woonplaats Meppel
Bruid Aaltje Ottoman Beroep -
Geboorteplaats - Woonplaats Sneeck
Gebeurtenis Trouwen Datum 01-01-1720
Religie herv. Gebeurtenisplaats Meppel
Drents Archief 0176.01
Registratienummer 73 Aktenummer 0176.01 Registratiedatum 01-01-1720 Akteplaats
Meppel Collectie Bron: Trouw, Deel: 73 Boek Trouwregister Meppel 73 Opmerking
Religie: herv. (20)
Emko Muiselaar?
In 1765 wordt organist Emko Muiselaar verzocht te stoppen met het laten spelen
van jonge heren voor en na de godsdienst. Misschien is Luicis Muijselaar
opgevolgd door een zoon of familielid? (19)
'Monsr
Emko Muiselaer
[...] door Eenige jonge Heeren ..: discipelen in de musyke voor
en na de
Godsdienst, als mede op andere dagen op t orgel in de kerk
laten spelen .
welk niet ten genoegen van de ingezetenen en ons
Scholte en volmagten is,
[...] uwe de goedheid zal gelieven te hebben van
hedendage van te onthouden:
was mede ons Schulte en volmagten genoegen zal
geven worden en ons daar op
verlatende noemen ons [...]
getekent op t Carspelhuis de 23 maart?
1765
getek. J. Alting'
P.A. Derks noemt deze organist in zijn uitgebreide artikelen over het orgel
in de Meppelr Courant van 1897:
'E. Muijzelaar, die in 1802 als schoolmeester en organist op pensioen werd
gesteld met eene jaarljjksche toelage uit de Kerspelkas van f 200, zyn
tractement als organist bedroeg f 60, ’s jaars — in 1796 was dit f 70, — dat hij als organist uit de tractementen der beide Predikanten ontving. Het jaarlyksch
tractement van den Poestentrapper of orgeltreder was f 15'. (24)
Jacob Prins
Hij zou van 1800-1802 de oude organist
Muiselaer hebben vervangen. Daarna vertrok hij naar Tiel (23)
Gritters?
In een brief van 10 december 1811 wordt
een salaris van f 60,-
genoemd voor de schoolonderwijzer E. Gritters. Op
18 december wordt dit besluit
bevestigd.
In 1812 betaalt de kerkvoogdij twee jaren organistentractement
over 1810 en 1811 aan de weduwe
Gritters.
In 1807 wordt Hendrik Nijenbranding benoemd als organist. Was
Gritters vanaf 1807 de tweede organist?
Lubbers?: In 1806 geeft schoolonderwijzer Lubbers aan dat hij wil
stoppen. Het is niet duidelijk of hij ook als organist functioneert. Er zijn drie gegadigden voor de functie: H.
van Diever uit Goor, G. List en H. Schenkel. Er wordt een examen gehouden met
Schenkel als eerste en Van Diever als laatste. De plaatselijke gecommitteerden
benoemen H van Diever met tegenstemmen van Schulte en het kerspelbestuur. De
benoeming wordt door het kerspelbestuur tegengehouden. De bevolking is het
daarmee niet eens en schrijft zelfs dreigbrieven. Na het invoeren van de nieuwe
onderwijswet van 1806 komt er een nieuwe commissie. De procedure wordt opnieuw
uitgevoerd en nu wordt H.T. Nijenbranding benoemd met een jaarsalaris van f 350,-
en f 50,- uit de kerspelkas. (11)
Hendrik Nijenbranding (1807-1818)
In 1813 betaalt de kerkvoogdij aan meester Nijenbranding een bedrag van f 52,- omdat
hij 36 weken als voorzanger en 14 weken als organist heeft gefungeerd. Deze
schoolmeester/organist is in 1818 overleden.
Zijn weduwe ontvangt
nog 10 maanden salaris f 50,-, in 1819. Het jaarsalaris was f 60,-
Schoolmeester-organist Hendrik Nijenbranding, ook wel Baandering genoemd, wordt
opgevolgd door Willem Koning.
Willem Koning (1818-1847)
In de vergadering van 27 september van
het kerspelbestuur komt aan de orde of de nieuw te benoemen onderwijzer de
overleden organist Nijenbranding ook moet opvolgen. Meester Heinen
komt als beste naar voren bij de examinatie. Deze Heinen komt ook voor in een
aanstellingsbrief als voorzanger/voorlezer.
De kerkvoogden antwoorden dat
Nijenbranding bij zijn benoeming als schoolmeester niet meteen als organist is
benoemd. De kerkvoogden houden zich het recht voor zelf te beslissen welke
organist wordt benoemd. De eerste schoolonderwijzer heeft al een uitstekend
inkomen en hoeft niet automatisch als organist te worden benoemd. De Gouverneur
van Drenthe P. Hofstede besluit op grond van de argumenten van de kerkvoogden dat
zij vrij zijn om een organist te benoemen, los van de functie als eerste
schoolonderwijzer.
De kerkvoogdij beoordeelt dan 3 sollicitanten: Jacob
Koning, Willem Koning en Harm Steenwijk. Bij de examinatie blijkt dat Willem
Koning en Jacob Koning gelijk worden beoordeeld. Men besluit dan om te loten,
waarbij Willem Koning de gelukkige winnaar is.
Ook wordt er op 6 november een
nieuw reglement voor de organist gemaakt dat mede wordt ondertekend door de
nieuwe organist Willem Koning. Voor de teksten zie de
kerspelbestuursverlagen. (14)
Op 30 okt 1821 wordt een vraag
van organist Koning behandeld, waarin hij vraagt of zijn traktement kan worden
verhoogd. Besloten wordt het tractement per 1 januari 1822 met f 15,- per jaar te
verhogen. (22)
Koning maakt een rapport over de toestand van het orgel, gedateerd 30-7-1839 waarin de
mankementen aan het orgel worden opgesomd.
1847:
J.H. Bekker (1847-1851)
Volgens een bericht uit Het Orgel van
1907-januari wordt hij benoemd tot organist in Meppel.
Hij vertrekt in 1851
naar Gouda en gaat in 1867 naar Groningen. Zie Drentsche courant
25-03-1851,
28-03-1851
Hij wordt later
bekend als muziekdirecteur van de Harmonie in Groningen.
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(09-01-1896).
Bekker overlijdt
in 1907. Zie Het Orgel
(1907-januari), Caecilia; algemeen
muzikaal tijdschrift van Nederland, 1907 [volgno 1] (01-01-1907 blz. 38).
Christian Friedrich Zillinger (ook genoemd: Christiaan Fredrik) ( 1851-1886)
Zillinger wordt geboren op 26 maart 1826 te Doesburg. Zijn ouders zijn Johan
Andreas Zillinger en Hendrika de Rijk. Zijn vader is stadsmusicus te Doesburg
(organist van de Grote- of Martinikerk en klokkenist of beiaardier). (04)
Zillinger wordt benoemd tot organist van de Mariakerk door kerkvoogdij en
kerspelbestuur.
In 1870 verkoopt hij voor f 500,- een viool aan een rijke
wijnhandelaar uit Cette. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (15-01-1870).
Al in 1885 gaat het gerucht dat Zillinger ontslag neemt en naar Doesburg
vertrekt. Dit blijkt niet te kloppen. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (07-04-1885),
(11-04-1885).
Na 35 jaar dienst vraagt Zillinger
in 1886 ontslag aan de kerkvoogdij. In een
vergadering van 13 februari 1886 wordt hem dit verleend, terwijl meteen ook over de opvolging
wordt gesproken. De president-kerkvoogd zou, samen met de secretaris met de burgerlijke
overheid gaan praten om opnieuw samen een organist te benoemen. Zowel kerkvoogdij als
gemeente zouden elk f 150,- per jaar betalen aan de organist-muziekmeester. In een volgende
vergadering wordt besloten het salaris van de organist te brengen op f 200,-, nu alleen
voor rekening van de kerkvoogdij. De burgerlijke overheid is gestopt met de
jarenlange traditie samen een organist te benoemen. Op 4 april 1886 wordt uit de
binnengekomen sollicitaties een zevental opgeroepen voor het afleggen van
een vergelijkend examen op woensdag 7 april, tussen één en vijf
uur. De examinator is de huidige organist Zillinger.
Op
10 April brengt Zillinger verslag uit. Er is een drietal kandidaten waaruit de kerkvoogden
kunnen kiezen: P. J. Sonbeek uit Dedemsvaart, H. J. de Vries uit Bolsward en H. C. van Griethuizen uit Alphen aan den Rijn. Gekozen wordt P. J. Sonbeek. Tijdens de
vergadering wordt Zillinger bedankt voor zijn 35-jarig organistschap, hij wordt een kundig
en stipt organist genoemd die als kunstenaar het orgel 'toonen kon ontlokken die
de eerbiedige stichting opwekte'.
Zie Het
Orgel (1886-02), Provinciale
Drentsche en Asser courant (11-02-1886),
(05-04-1886), (13-04-1886),
(28-04-1886), Het
Orgel
(1886-02).
Pieter Johannes Sonbeek (1886-1919)
In 1886 wordt hij benoemd tot organist.
Op 15 februari 1899 viert Sonbeek
zijn
25-jarig jubileum
als organist. Eerst vanaf 1874 in Dedemsvaart en vanaf 1886 in Meppel. Zie
Het Orgel
(1899-12 februari
).
Op 24 november 1905
geeft Sonbeek een concert bij de inwijding van het door Proper gerestaureerde
orgel. Als er een voorstel wordt ingediend door een der kerkvoogden het salaris
van de organist te verhogen aangezien het in vergelijking met andere gemeenten
veel te laag is, dan wordt er opgemerkt: 'de handelingen van de organist zijn niet altijd in overeenstemming met
de belangen van de gemeente en als hem hierop wordt gewezen is zijn antwoord een nieuwe
ongepaste handeling'. Hieruit kunnen we opmaken dat de verhouding
kerkvoogdij-organist gespannen is. Toch wordt het salaris van de organist gebracht
van f200,- op f 300,- en wordt hem voor elke trouwdienst een bedrag van f 5,- uitbetaald,
waarvan hij echter 50 cent moet afstaan aan de orgeltrapper. Tot 1919 is Sonbeek organist
in Meppel. Zijn weduwe krijgt f 4,- pensioen per week. Er wordt een oproep geplaatst voor een nieuwe organist op een salaris van f 500,-
per jaar. Er zijn zeven sollicitanten die zich aan een vergelijkend examen moeten onderwerpen.
In 1905, 1906 en 1907 schrijft Sonbeek in het tijdschrift Het Orgel
over het muziekonderwijs. Zie Het Orgel (1905 juli),
Het Orgel (1906 december),
Het Orgel (1907 maart ).
Vanaf 1908 wordt het salaris van de organist verhogd van f 200,- naar f 300,-
per jaar. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (27-11-1907), Het Orgel
(1907 december).
In 1911 viert hij zijn 25-jarig jubileum als organist Zie
Provinciale Drentsche en Asser courant
01-05-1911,
04-05-1911,
Het Orgel 1911 mei
Sonbeek wordt geboren op 4 dec 1841 in Rotterdam en overlijdt op 2 februari 1919 in
Meppel. Hij is getrouwd met Elisabeth Jacoba Meerburg, geboren op 7 oktober 1841
in Zoetermeer en overleden op 15 februari 1926 in Meppel.

Foto verkregen via
aanwijzingen van Frits Kaan en Lammy Sonbeek. (03) De middelste persoon
is vermoedelijk Pieter Johannes Sonbeek. De man naast hem
is zijn zoon Jan Adrianus, die ook organist is geworden.
Hendrik Beunk (1920-1926)
Na een vergelijkend examen wordt H. Beunk uit Dokkum in 1920 benoemd tot organist.
Zie Het Orgel (1919 maart),
Leeuwarder courant (22-05-1919), Het Orgel
(1919 juni).
De Nederlandse
organisten Vereniging (NOV) voert actie voor de verhoging van het salaris van
organisten. In Meppel leidt dit tot een verhoging van f 300,- naar f 500,-.
Zie Het Orgel (1920
mei).
In 1921 vraagt hij bij de NOV ontheffing van zijn taak als
correspondent vanwege drukke werkzaamheden. Zie Het
Orgel (1921 februari).
Al
spoedig krijgt de kerkvoogdij moeilijkheden met de pas benoemde organist want deze leidt
concerten op zondag, iets wat niet strookt met de opvattingen van de kerkvoogden. Als
men hem
hierop wijst is zijn antwoord dat hij vrijzinnig is. Hij gaat door met concerten geven. Als Beunk in 1924 verzoekt
zijn salaris van f 500,- op f 750,- te brengen wordt dit afgewezen. Dit is voor de
organist aanleiding te solliciteren, hij vraagt per 1 september 1926 ontslag. Hij vertrekt
naar Zwolle en wordt daar leraar aan de muziekschool.
In 1923 schrijft hij
een reactie naar aanleiding van 'De hervorming van den
Gemeentezang in de Hervormde Kerk'. Zie Het Orgel (1923 oktober).
Hij schrijft in Het Orgel van
januari 1924 en
februari 1924 een artikel César
Franck's "Final" voor Orgel (op 21).
In 1924 meldt Het
Orgel (1924 april) een concert
van Beunk.
Henk Beunk overlijdt in 1953 in Zwolle op 59-jarige leeftijd. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (16-04-1953).
Willem Zorgman (1926-1929)
Per 1 oktober 1926 wordt Willem Zorgman uit Maassluis benoemd na een
vergelijkend examen dat werd afgenomen door Willemier uit Zwolle. Zie Het Orgel 1929
(juli), (september),
november)
Ook met Zorgman heeft de
kerkvoogdij moeilijkheden want in 1928 krijgt Zorgman een brief van de kerkvoogden waarin
hem wordt meegedeeld dat de leiding van de kerkdiensten bij de predikant berust en niet
bij de organist. Voorts zou Zorgman onwelwillend optreden bij huwelijksdiensten. Voor een benoeming als organist in Enschede bedankt Zorgman maar al spoedig vertrekt hij uit Meppel.
Henk Pijlman (1929-1934)
In 1929 volgt Henk Pijlman Willem Zorgman op. Zie
Het Orgel (1929 december).
In 1930 slaagt hij voor het hoofdvak orgel aan het conservatorium van Amsterdam.
Zie
Het Orgel (1930 juli).
Provinciale
Drentsche en Asser courant (20-06-1930).
Vrij snel vraagt Pijlman ontslag als organist van de Grote Kerk wegens zijn benoeming
bij de
Gereformeerde Kerk in Meppel. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (08-01-1934), Het Orgel
1936-april
In de Gereformeerde Kerk wordt een nieuw
elektro-pneumatisch orgel geplaatst van de Duitse firma Walcker.
Hendrik H. Kaldenberg (1934-1949)
Hendrik
Kaldenberg wordt in 1934 de opvolger van Henk Pijlman. Zie De Nederlander
(15-02-1934), Het Orgel (1934 februari), Het Orgel
1934
juli
Hij adverteert in diverse kranten met orgellessen, pianolessen en
koordirectie. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (25-09-1937),
(15-01-1947), Meppeler Courant
(24-02-1939),
(22-08-1941).
In de concertserie
die Kaldenberg organiseert in 1935 geeft ook Jan Zwart een concert. Zie
De standaard (19-08-1935).
In 1938 wordt hij benoemd tot dirigent van het oratoriumkoor van Meppel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(05-11-1938).
In 1946
organiseert kaldenberg weer een concertserie. Zie Meppeler Courant
(1946-06-21).
In 1947 geeft hij
voorlichting over de Gehrels-cursus in Assen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(15-01-1947).
Bé Hollander (1949-1953)
Bé Hollander is de opvolger van Kaldenberg, neemt zijn leerlingenpraktijk over en werkt, samen met de kerkvoogdij, aan de realisering van de restauratie
van het orgel. In 1953 vertrekt Hollander naar Wageningen, het wachten op en moeizaam
werken aan het orgel beu.
Nico Verrips (1953-1998)
Vier sollicitanten worden uitgenodigd in Meppel mee te doen aan een vergelijkend
examen: Jan Lensink uit Apeldoorn, Gerard Kieviet uit Bussum, Cor de Koning uit
Almelo(?) en Nico Verrips uit Vinkeveen. Het examen vindt plaats in de Gereformeerde Kerk
op het Walcker orgel omdat de toestand van het orgel in de Grote Kerk een
dergelijk examen niet toelaat. In een vergadering van september 1953 wordt Nico Verrips
benoemd tot cantor-organist. Op 25 september 1953 speelt Nico Verrips zijn eerste dienst
op het zeer slecht functionerende orgel in de Grote kerk. Het kerkkoor, meisjes- en
kinderkoor komen onder zijn leiding te staan. Zie Meppeler Courant (28-09-1953),
Het Orgel (1953-11).
In 1958 salgen zowel Nico Verrips als zijn aanstaande echtgenote Marjan Doorn
voor het examen hoofdvak orgel. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (06-06-1958).
In 1978 viert hij zijn 25-jarig jubileum als organist. Zie
krantenartikel met een interview.
Ook in een andere krant verscheen een
interview.
In 1998 gaat hij met pensioen. Zie Meppeler Courant (1998-04-17),
(1998-04-20).
Klaas Stok
http://www.klaasstok.nl 1998-20xx
Nico Verrips neemt in 1998 afscheid, na meer dan 40 jaar werkzaam te zijn geweest als
Cantor-Organist van de Grote kerk te Meppel. Zijn opvolger is Klaas Stok.
Klaas
Stok is maar korte tijd organist in Meppel, omdat hij Bert Matter opvolgt als
organist van de Walburgkerk te Zutphen.
In de overgangstijd van Klaas Stok naar
Mannes Hofsink is Nico Verrips weer tijdelijke organist.
Mannes Hofsink (zie www.manneshofsink.nl)
2003-2019
Ook hij combineert de
functie van cantor en organist.
Mannes Hofsink heeft per september 2019
afscheid genomen van de Protestantse Gemeente Meppel om de functie van
Kerkmusicus in de Nieuwe Kerk in Groningen te aanvaarden.
Johan
Smit 2020-2023
Per 1 januari 2020 is Johan Smit benoemd als kerkmusicus
van de Protestantse Gemeente in Meppel.
Johan Smit studeert aan het
Conservatorium in Groningen Docent Muziek (vroeger Schoolmuziek) en
daarnaast studeert hij orgel.
Eerst bij Theo Jellema en nu (14-2-2020) bij Sietze de
Vries en Erwin Wiersinga. (06)