Meppel, Huisorgel familie Kiewiet
1993-1995
Vader en zoon Kiewiet bouwen zelf een huisorgel. Het pijpwerk is gemaakt en geïntoneerd
door orgelmaker Mense Ruiter.

Dispositie:
| Holpijp 8' | bas | Kwartiersgezaagd Duits eiken. |
| discant | Kwartiersgezaagd Duits eiken. | |
| Gedekte fluit 4' | bas | Kwartiersgezaagd Duits eiken. |
| discant | Metaal (30% tin en 70% lood) (open vanaf c'') | |
| Woudfluit 2' | bas | Metaal (30% tin en 70% lood) |
| discant | Metaal (30% tin en 70% lood) |
Manuaalomvang: C - f'''
Pedaalomvang: C - d' aangehangen
Deling tussen bas en discant: b/c'
Winddruk: 48 mm.
Stemming: 1/6 komma (Young) a' = 440 Hz.
Windvoorziening: Windmotor Laukhuf en spaanbalg.
Windlade:
Ventielenkast, cancellenraam, dammen, slepen, stokken, pijproosters en voorslag; eiken.
Afdekplaten cancellenraam: 10 mm hechthout.
Cancelscheien 4 mm. Hechthout (4-zijdig ingefreesd)
Ventielen: ceder, beplakt met 2 lagen schapenleer.
Ventielveren: fosforbrons.
Ventielstiften: 2 mm. messing.
Pulpeten: Laukhuf. Conducten voor Holpijp C - b0 koperbuis 15 en 22 mm.
Mechaniek:
Balansarmen, walsbord van het pedaal en pedaalklavier: eiken.
Veren onder de pedaaltoetsen: 3 mm. messing.
Balansklavier met beenbeleg en ebbenhouten boventoetsen.
Abstracten: 2 mm messing met leermoeren.
Registermechaniek: koperen walsen en eiken registertrekkers.
Kast:
Amerikaans gelakt eiken met uitneembare panelen.
Afmetingen: hoogte 203 cm, breedte120 cm, diepte 50 cm. Frontpijpen: niet sprekend 2'
pijpwerk.

De Orgelvriend 1997-12 (klik op de afbeelding voor een vergroting)