Norg, Hervormde kerk
In 1897 kan orgelmaker Friedrich Leichel een eenklaviers orgel
plaatsen omdat de kerk een schenking van f 2025,- ontvangt van Marchien Martens
te Zuidvelde (1860–1919), ter nagedachtenis aan haar overleden broers Egbert en
Engbert Martens. In de jaren ’60 staat in een concertverslag al te lezen dat het
orgel in slechte staat verkeert. Aan het begin van de jaren ’70 vraagt de
kerkvoogdij de Orgelcommissie van de Hervormde Kerk om advies. Op dat moment is
het orgel gedemonteerd vanwege de restauratie van de kerk. Na de restauratie
wordt het orgel teruggeplaatst, maar niet gerestaureerd. Pas in 2005 wordt het
orgel gerestaureerd door orgelmaker René Nijsse, samen met een aantal
vrijwilligers.
Kerk
Opnamen 19 augustus 2022 Geert Jan Pottjewijd
- Johann
Sebastian Bach (1685-1750):
Fuga in G BWV 576
Registratie:
Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Octaaf 2'
- Marcel Dupré
(1886-1971):
Alle Menschen müssen sterben
- Anton Bruckner (1824-1896):
Preludium in C
Opnamen 19 augustus 2022 Harro Kraal
-
Johann Sebastian Bach: Fuga uit BWV596
-
Robert Schumann (1810-1856):
BACH Fuga III
1839
Sollicitanten voor de functie
van onderwijzer van de tweede rang in Norg kunnen meedoen aan een vergelijkend
examen. De functie is gecombineerd met de functie van koster en voorzanger. Voor
deze functie kan men zich wenden tot de Kerkenraad. Zie Drentsche courant
(13-09-1839).
1881
Sollicitanten gevraagd voor de
functie van hoofdonderwijzer in Norg. De functie van voorzanger en koster levert
f 300,- per jaar op. De jaarwedde als onderwijzer wordt dan verlaagd van f 900,-
naar f 700,-. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (29-08-1881),
(13-09-1881).
1886:
S. Weijer volgt de overleden G. Kuiper op, die 46 jaar
koster en voorzanger is geweest. Zie Provinciale Drentsche
en Asser courant (27-02-1886).
1895
Op 4 mei
stuurt orgelmaker Leichel de kerkvoogdij een
brief en een aantal tekeningen voor
een 'oxaal' voor de prijs van f 360,-.



Klik op de afbeelding voor een vergroting
1896
Een schenking van f 2025,- door Marchien Martens te Zuidvelde
(1860-1919), ter nagedachtenis van haar overleden broers Egbert en Engbert Martens, maakt het mogelijk een orgel aan te schaffen.
(01) (12) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(17-03-1896), Nieuwsblad van het Noorden
(18-03-1896).
Eerst was het plan om het orgel uit de Hervormde kerk te Assen over te nemen, maar
in een brief van 5 maart 1896 laat ds. R. Beunk weten van dit orgel af te zien
(15).
In 1895 heeft men al contacten met de orgelmaker Friedrich Leichel en Zn.
uit Lochem en wordt besloten om voor f 1950,- Leichel een orgel te laten
maken. Het
bestek van Leichel dateert van 17
april. Op verzoek van Norg wordt er een
tremulant toegevoegd, die niet in het bestek is opgenomen, omdat Leichel
die niet bij een klein orgel vindt passen en niet overeenstemt met de 'eischen
van den tegenwoordige tijd'.
Op 4 oktober 1896 wordt het instrument in gebruik genomen, waarbij ds. R. Beunk preekt over
Haggaï 2 vers 10.
Het orgel wordt bij de ingebruikname bespeeld door J. F. Bos, organist te
Arum, 'welke uitnemende speler namiddags in een concert de
kracht en schoonheid van het instrument deed kennen.'
Zie Provinciale Drentsche
en Asser courant (05-10-1896), (06-10-1896), Nieuwsblad van het
Noorden (07-10-1896).
De dispositie van dit éénklaviers mechanisch kegellade-orgel met aangehangen pedaal is
volgens het bestek als volgt:
Dispositie volgens bestek:
| Benaming | Voetmaat | Stemmen van het manuaal | Tin | Metaal | Hout |
| 1. Prestant | 8’ | Van Engelsch tin in het front | 54 | ||
| 2. Bourdon | 16’ | De 2 diepste octaven van Grenenhout vervolg metaal | 30 | 24 | |
| 3. Viola di Gamba | 8’ | Het diepste Octaaf van Grenenhout vervolg metaal | 42 | 12 | |
| 4. Roerfluit | 8’ | Als voren | 42 | 12 | |
| 5. Dolce | 8’ | Het diepste Octaaf met nr. 4 combineer vervolg metaal | 42 | 12 | |
| 6. Octaaf | 4’ | Metaal | 54 | ||
| 7. Fluit Harmonique | 4’ | Metaal | 54 | ||
| 8. Octaaf | 2’ | Metaal | 54 | ||
| 9. Trompet | 8’ | Mondstukken krukken en tongen van koper Corpus van Metaal | 54 | ||
| 10. Tremulant | 54 | 372 | 48 | ||
| geheel aantal pijpen 474 | |||||
Pedaal: aangehangen van C - d1; boven het pedaalklavier bevinden zich twee treden: één voor Forte en
één voor Piano.
De balgen: Schepbalgen, magazijnbalg, regulateurbalg, bevinden zich samen met de windmachine in
een kast achter het orgel.
Het bestuur van de Spaarbank te Norg
geeft voor de orgelzolder f. 500, -.
T. Harking ontvangt
voor het oxaal en tekening f. 392, -
aan schilder Siegers wordt voor verven
en aan de organist samen f. 183, - betaald.
De totale kosten waren dus f. 2525, -. De totale
ontvangst was f 2525, - (02) (20)
Uit het Copir-Buch van
Hermann Leichel (Kopieën uitgaande post 1890-1901) bleef een aantal brieven van
Leichel aan Norg bewaard. Zie PDF.


Links foto vanuit
http://www.kerkeninbeeld.nl
rechts foto Orgelcentrum nr. GR. 3447
1897
Op 9 februari (verbaal 6/14) komt in het College van Toezicht
een
vraag van de kerkvoogdij van Norg aan de orde of er toestemming kan worden gegeven voor
het sluiten van een lening van f 250,- voor extra werk dat is veroorzaakt door
de lage nieuwe orgelzolder. Hierdoor moeten de banken onder de orgelzolder
worden verplaatst en de vloer gerepareerd. (13)
Het onderhoud
van het orgel wordt eerst uitgevoerd door Leichel:
19 januari 1897 M. Meelker, bediening orgel f. 15, - en f. 20, -.
September 1897 Leichel en Zn. f. 15, -.
2 december 1898 Leichel en Zn. f. 15, -.
1913
Concert door organist Secrève, mevr. Secrève zang en J.C. Manibarges viool.
Zie Nieuwsblad van het
Noorden (03-05-1913).
1919
S. Weijer schoolhoofd in
Norg sinds 1882 neemt afscheid. Hij legt ook zijn taak als organist en koster
neer. De kerkvoogdij biedt zijn woning te huur aan en heeft de voorkeur voor een
huurder die de taken van S. Weijer kan overnemen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(23-05-1919), (14-11-1919).
1922
Uit een krantenbericht blijkt dat mevr. van der
Gauw-Veendorp organiste is. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (26-09-1922).
1925
Benefietconcert voor een ziekenhuis in Assen.
Zie Nieuwsblad van het
Noorden (23-03-1925).
1932
Mej. G.G.E. Kolthoff uit
Veenhuizen is benoemd als tijdelijk organist. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (23-02-1932).
193x
Organist Johan
van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier. (14)

Klik op
de afbeelding voor een vergroting
1937:
De
teksten op
het orgel worden vermeld in het boek Genealogische en
heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe 1937.
(01)
1940
Na het overlijden van organist A. Uilenberg wordt mej. A. Kuiper benoemd.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (21-03-1940).
1956
Concert door organist Albert Warnars, de bas Ben Zaal en het
Sweelinckkwartet. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (11-08-1956).
1957
De kerk kampt met financiële problemen. De historie van kerk en orgel wordt
kort belicht. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (19-01-1957).
1961
De toestand van het orgel staat te lezen in de recensie van een concert: 'Alleen
was het jammer , dat de toestand van het orgel , dat nogal ontstemd was en
welkes mechanisme te zeer hoorbaar werkt, aan het effect veel afbreuk deed.' Zie
Leekster Courant
(22-07-1961).
1971
Op 24 februari vraagt de
Stichting ter bevordering der restauratie van de Nederlands Hervormde Kerk te
Norg aan de Hervormde Orgelcommissie (HOC) om advies. Het orgel is wegens de
kerkrestauratie gedemonteerd. Als adviseurs denken ze aan Bolt, Talsma of
Hülsmann.
Op 26 februari antwoordt
de HOC dat ze bereid zijn een voorlopig advies uit te brengen. De keuze van een
adviseur komt doorgaans aan de orde na het voorlopige advies.
Op
3 maart schrijft de Stichting of de
HOC een voorlopig advies kan uitbrengen. Het orgel is opgeslagen in de schuur
van J. Jipping, Achter de Kerk 3 in Norg.
Van 27 april
dateert een voorlopig advies van de HOC. Het orgel was wegens de lopende
kerkrestauratie tijdens het onderzoek al gedemonteerd en opgeslagen in een stal.
De HOC hoopt dat het daar droog genoeg is. De orgelonderdelen zijn slecht
toegankelijk. Dat geldt voornamelijk voor de windlade met het pijpwerk er op.
Een beoordeling van de toestand van het orgel is daarom niet mogelijk. Uit een
gesprek met orgelmaker Mense Ruiter blijkt dat het hier gaat om een orgel met
een mechanische kegellade van de orgelmaker Leichel. Het pijpwerk maakt een
fabrieksmatige indruk. Het orgel wordt gebouwd in een tijd waarin het verval van
de orgelbouw zich al duidelijk manifesteerde. Als instrument voor de begeleiding
van de gemeentezang heeft het gebruikswaarde. Het vloerverwarmingssysteem dat nu
in de kerk wordt geïnstalleerd is het minst schadelijke voor het orgel. Mits er
verstandig mee wordt omgegaan. De kosten van demontage en de opbouw van het
orgel kunnen worden opgevoerd binnen de restauratierekening van de kerk en zijn
dan subsidiabel. Bij de heropbouw is geen orgeladviseur benodigd. Het orgel
dient verzekerd te worden voor een vervangingswaarde van f 60.000,-. De
werkelijke waarde wordt echter lager ingeschat.
Op
29 april bedankt de Stichting de HOC
voor het voorlopig rapport. Het bestuur zal zich over de vraag buigen hoe om te
gaan met het advies en het orgel weer in bruikbare staat te brengen. De
directeur van het Drents Museum Corneille F. Janssen maakt ook deel uit van het
bestuur.
Op 10 mei stuurt de HOC een
rekening voor het voorlopig advies.
De orgelmaker Mense Ruiter te Groningen heeft het orgel gedemonteerd
en na het gereedkomen van de kerkrestauratie weer in de kerk opgesteld. Het
orgel is schoongemaakt en er zijn wat kleine verbeteringen aangebracht.
Ook is er een nieuwe
windmachine geplaatst. Op 16 december 1971 wordt de gerestaureerde kerk weer in gebruik genomen.
(11) (17)

Dwarsdoorsnede naar het westen 4 januari 1968 (klik op de afbeelding voor een
vergroting) (11)
1973
Op 29 november
schrijft Mense Ruiter over het onderhoud naar aanleiding van een brief van de
kerkvoogdij van 17 november. Het orgel wordt 1x per jaar gestemd buiten het
stookseizoen. Hij wijst op het stookgedrag. De kerk wordt op maandagavond en
woensdagavond ook gebruikt. Hij raadt de verwarming op maandagavond weer wat
zachter te zetten en vooral ook op woensdagavond. Een hoge temperatuur
veroorzaakt uitdroging van het orgel. Het mooist is als de hygrometer rond de
65% aanwijst. Ook een goede ventilatie is belangrijk. (09)
1976
Op 13 april
schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het orgel nogal wat mankementen heeft.
Kan de HOC een rapport maken?
Op 13 augustus verschijnt het
rapport van de HOC. Het Leichel-orgel
is gebouwd met mechanische kegelladen. Dit windladesysteem is nogal
storingsgevoelig. Bij de inspectie blijkt het dat de g in het klein octaaf van
de Bourdon 16' constant doorspreekt. Volgens orgelmaker Ruiter is het
ingewikkeld en tijdrovend om dit op te lossen. Deze constatering is juist.
Enkele pijpen spraken niet, maar die bleken naar de gaten te staan. Misschien om
doorspraak te voorkomen? Bij de trompet spraken een paar pijpen niet, maar dat
zal te maken hebben met vervuiling. Waarschijnlijk heeft het orgel te lijden
gehad van de plaatsing in de kerk direct na de restauratie. Aangeraden wordt om
samen met orgelmaker Ruiter nog eens naar het orgel te kijken.
Op
19 augustus stuurt de HOC een
rekening voor het voorlopige advies. (17)
1977
Orgelmaker Mense Ruiter constateert
bij een bezoek aan het orgel op 20 januari een aantal gebreken: Tinpest in de
Fluit Harmoniek, te grote toetsgang, enkele latten voor het optrekken van kegels
krom, intonatiegebreken in de Gamba.
Op
17 februari schrijft de HOC dat ze
een rapportage van Ruiter hebben ontvangen. De HOC adviseert de werkzaamheden te
laten uitvoeren. (17)
1979
In een
gespreksnotitie van een telefoongesprek van het Bureau Monumentenzorg op 25 mei met dhr. H.H. Beuling
wordt er gesproken over het terugbrengen van een boek over het van Norg.
Onduidelijk is welk boek bedoeld wordt.
Er zijn
plannen om het orgel te schilderen. Het lijkt echter betrekking te hebben op het
opschrift met 198 letters. Het schilderen en vergulden van een letter kost 2x
een kwartier. Geschatte kosten: 100 uur à f 35,- = f 3.500,-. Het is niet bekend of deze werkzaamheden zijn
uitgevoerd. (11)
1987
Op
2 maart vraagt de Stichting
Instandhouding Hervormd Kerkgebouw te Norg de HOC om het orgel te inspecteren.
Op 20 mei verschijnt het voorlopige
rapport van de HOC. De mechaniek van de mechanische kegelladen-orgel
functioneert matig. De afregeling is niet meer in orde. Bij volgrepig spel laat
de windvoorziening te wensen over. Het pijpwerk verkeert in redelijk goede
staat. Het is misschien mogelijk het instrument als monument erkend te krijgen.
Dit opent mogelijkheden voor subsidie. De HOC kan een bezoek van de
Rijksadviseur arrangeren om dit te onderzoeken. Een restauratie in de bestaande
vorm wordt geschat op f 61.150,-. Vervanging van de mechanische kegelwindlade
door een sleeplade zal tussen de f 5.000 en f 10.000,- kosten.
Op 5 juni
stuurt de HOC een rekening voor het
voorlopige rapport. (17)
1993
Op
14 juni constateert orgelmaker Ruiter
een aantal gebreken:
1. De stemschuiven en stemrollen van de Gamba en de
Dolce zitten los.
2. De stoppen van de houten pijpen van de Bourdon en de
Holpijp zitten vast.
3. Er is doorspraak in het kleinoctaaf van de Dolce
4. De speelmechaniek is ontregeld, waardoor pijpen niet tegelijk aanspreken.
De kosten van herstel zijn f 4.600,- en een stelpost voor punt 3 van f 3.500,-.
(17)
1994
Op
17 april vraagt de kerkvoogdij aan
Aart van beek het orgel te inspecteren. Ook na een paar grote onderhoudsbeurten
functioneert het orgel nog niet naar behoren.
Op 1 juni verschijnt het
rapport van de HOC.(de eerste pagina
mist in het archief) De toestand van het orgel is redelijk, maar het houten
pijpwerk is in een slechte toestand. Binnen een termijn van 10 - 15 jaar zal het
orgel gerestaureerd moeten worden. Het orgel is inmiddels als monument erkend
waardoor het jaarlijkse onderhoud binnen bepaalde grenzen subsidiabel is. Een
totale restauratie komt in principe voor een 80% subsidie in aanmerking. Het
lijkt de HOC raadzaam een restauratie al vast aan de gemeente kenbaar te maken.
Een totale restauratie wordt ingeschat op net onder de f 100.000,-.
Op 3
juni stuurt de HOC een rekening voor
het advies.
Op 15 augustus
schrijft de kerkvoogdij dat het onduidelijk is waarom het orgel pas over 10 jaar
gerestaureerd zou moeten worden. Zijn de door Mense Ruiter genoemde
werkzaamheden nuttig en worden daardoor de restauratiekosten lager?
Van 27
oktober dateert een begroting van
Aart van Beek voor een deelherstel. De kosten van het herstel op basis van het
voorstel van Mense Ruiter van 14 juni 1993 bedragen ruim f 10.000,-.
Op
10 november schrijft de HOC dat de
toestand van het orgel nu nog redelijk is, maar verre van optimaal. Door de
geplande werkzaamheden zullen de in het rapport geconstateerde mankementen
worden opgeheven. Herstel van de houten pijpen heeft een lang rendement. Het
opnieuw afregelen van de mechaniek zal uiteindelijk een keer fundamenteel moeten
worden uitgevoerd. De offerte van Mense Ruiter is prijstechnisch in orde. De
stelpost 3 is niet correct en hoort bij punt 2. Voor het herstel van het houten
pijpwerk kan een onderhoudssubsidie worden aangevraagd. (17)
2005
Orgelmaker Nijsse restaureert het orgel met de hulp van een aantal vrijwilligers.

Foto: Hilbrand Dijkhuizen
Op de foto
hierboven zijn de vrijwilligers Sape Jonker (links) en Johannes
van der Meulen aan het werk om een orgelpijp aan te nemen van
orgelbouwer René Nijsse (rechtsonder) en Willem van der
Meulen.
Het orgel lijdt aan 'ademnood'. Een groot deel van de ingestuurde lucht
komt in plaats van uit de pijpen, op andere plaatsen het orgel uit. De
lekkage kan alleen worden verholpen door het kerkorgel uit
elkaar te halen en onder meer de leertjes te vervangen.
Dat wordt voor een groot deel gedaan door de drie vrijwilligers; Sape
Jonker uit Haulerwijk en de gebroeders Johannes en Willem van der
Meulen uit Norg. Zij zijn 'gek' van kerkorgels en bespelen het meer dan
honderd jaar oude kerkorgel bovendien. Zij staan op hun beurt onder
supervisie van orgelbouwer René Nijsse uit Zeeland.
'Die mensen zijn werkelijk zeer enthousiast. Ze hebben nog enige kennis
van zaken bovendien. Dat werkt fijn en het werk schiet lekker op zo', zegt Nijsse. Volgens hem komt het zelden voor dat 'zijn' werk uit
handen wordt genomen door vrijwilligers met hart voor het kerkorgel. 'Maar ik juich het van harte toe, te meer omdat dit orgel anders
wellicht niet op tijd gerestaureerd had kunnen worden.'
Nu valt de schade volgens hem nog mee. 'Maar hoe langer je wacht, hoe
groter het verval. Dat betekent dan ook automatisch een hogere
kostenpost.' De kosten voor de restauratie zouden zonder de hulp van
vrijwilligers een
slordige 40.000 euro bedragen. Met de hulp van Jonker en de gebroeders
Van der Meulen komt de operatie ongeveer uit op 14.000 euro. 'En dat
scheelt toch een aardige slok op een borrel'. 'Kerkbesturen hebben
doorgaans weinig budget voor dergelijke opknapbeurten en als ik op deze
manier een steentje kan bijdragen aan het behoud van een mooi en
bovendien een bijzonder orgel, dan ben ik daar blij mee.'
Het Friedrich Leichel-orgel van Norg is tamelijk bijzonder. In
Nederland zijn er drie van dergelijke exemplaren te vinden. Nijsse:
'Het bijzondere is dat iedere pijp z'n eigen klepje heeft. Er zijn in
totaal 486 pijpen. Van al die pijpen moet het leertje bij het klepje
worden vervangen, dus je kan wel nagaan dat het een tamelijk
omvangrijke klus is.'
De Zeeuwse orgelbouwer komt zo eens in de paar weken naar Norg om het
werk van de vrijwilligers te inspecteren en hen vervolgens te voorzien
van vervolgklussen. Het werk begon vorig jaar en is naar verwachting
begin juni klaar. (03)
Het orgel wordt op 9 december
2005 weer in gebruik genomen. Zie de brochure
bij de ingebruikname.
Het orgel is weer in oude luister hersteld; er is niets aan de klank
gewijzigd. De orgelkas behoefde niet behandeld te worden. Slechts alle
delen die versleten waren, zijn vervangen, dan wel gerepareerd. Lekken
zijn gedicht, balgen en windlade zijn opnieuw beleerd. Het mechaniek is
opnieuw afgeregeld. (04)
2007
Jaap
Brouwer schrijft in De Orgelvriend een viertal artikelen over orgelmaker
Friedrich Leichel. In het tweede artikel
wordt het orgel van Norg beschreven met historie en de restauratie van
2004/2005. (07)
2023
De Hervormde
Gemeente van Norg is opgeheven. (16)
2024
Op 6 december draagt het kerkbestuur de kerk over aan het Drents Landschap. (16)
Bronvermelding.

Onderstaande foto's zijn van Marcel Pelt (05)


