Roden Gereformeerde kerk

Kerk.
De Gereformeerde gemeente in Roden wordt geïnstitueerd op 26 februari 1857 en betrekt een jaar later een kleine kerk aan de Kanaalstraat.


Foto: RV010108014 kerk aan de Kanaalstraat (16)

In de kasboeken zijn er berichten te vinden over betalingen aan voorzangers en voorlezers.

Kasboek 1878-1901 (06)
1897 1 oktober aan G. Schuil als voorzanger f 10,-
1898 1 oktober idem
1899 12 oktober idem voor lezen en zingen
1900 1 oktober idem
1901 1 oktober idem

Uitgaven, 1902-1926 (08)
1902 30 sep G. Schuil voorzanger f 10,-
1907 2 mei voor een psalmboek f 2,-
1916 4 nov voor het voorzingen in de kerk f 20,-

1919: Er wordt in de kerkenraad gediscussieerd over de bouw van een galerij in de kerk, omdat er gebrek is aan zitplaatsen. Dit plan mondt ten slotte uit in een besluit om een nieuwe kerk te bouwen. Er wordt niet gesproken over het installeren van een orgel. (10)

De Nederlander 07-03-1919


Links: DM0221011806 1920-1930, Rechts: Ansichtkaart RV9010108068 1920-1930 (16)

1921: Er wordt besloten een orgel aan te kopen uit de Gereformeerde Kerk van Bedum.

Orgelgeschiedenis te Bedum

1866: Eerst wordt geïnformeerd naar het Schnitger-orgel in de Hervormde Kerk te Middelstum. Na informatie bij de orgelmaker N. A. G. Lohman te Assen, blijkt dat Lohman voor f 2050, - een eenklaviers-orgel kan leveren. Hij levert drie registers meer dan het oorspronkelijk geplande aantal. Het schilderwerk en een orgelbalkon zijn voor rekening van de opdrachtgever. Het contract met Lohman dateert van 25 mei 1866.

1867
: Het orgel wordt op 12 december in gebruik genomen (01).

Wekstem; getuigenissen uit de Christelijke Afgesch. Geref. Kerk in Nederland, jaargang 3, 1867, no. 51, 21-12-1867

1872: Er wordt een nieuw kerkgebouw gebouwd. Het orgel wordt overgeplaatst. Onderhoud door D.G. Dik

1874: Roelof Meijer uit Veendam voert een reparatie voor f. 400,-.

1878: Roelof Meijer stelt voor om twee registers te vervangen en een tweede klavier toe te voegen. De kosten van f. 1700,- vindt men te hoog en het plan gaat niet door.

1882: Jan Doornbos breidt het orgel uit met een tweede klavier voor f. 1000,- (01)

1921: Aankoop van een nieuw orgel bij de firma Gebr. Rohlfing te Osnabrück. Het oude orgel wordt per advertentie aangeboden en verkocht aan de Gereformeerde kerk te Roden. (09)


De standaard 09-04-1921, Nieuwsblad van het Noorden 15-08-1922, Het Orgel 1921-03

Het Lohman-orgel te Bedum
Het orgel in de kerk van Bedum (09)

Orgelgeschiedenis te Roden

1921: In de kerkenraadsvergadering van 4 maart komt in de rondvraag aan de orde dat de Gereformeerde kerk van Bedum een gebruikt orgel te koop heeft. Is dit iets voor Roden? Twee ouderlingen gaan naar Bedum om het orgel te bekijken.
Op 1 juni wordt besloten f 1.000,- te lenen van G. Scharft en f 700,- van G. Berends voor de aanschaf van het nieuwe orgel. Het orgel kan dan aanstaande dinsdag worden betaald. (10)
Op 7 juli komt een vraag van de 'orgelbespelers' aan de orde. Zij hebben hulp nodig bij het bedienen van het orgel. Er wordt besloten J. van Wijk te vragen of deze daarbij behulpzaam kan zijn. (11)

Harmannus Thijs plaatst het orgel in Roden.
In het uitgavenboek (08) zijn voor 1921 de volgende uitgaven voor het orgel geboekt:
7 maart onkosten reis Bedum f 4,70
7 juni Voor 't orgel v. Bedum f 1750,-
7 juni H. Thijs 't orgel plaatsen f 447,35
14 juni arbeider bij het orgel f 10,50
14 juni arbeider bij het orgel f 21,-
14 juni arbeider bij het orgel f 13,50
10 sep Vrachtk. orgel J. Venenga f 32,50

Over de ingebruikname meldt het Algemeen Nieuws- en advertentieblad voor Westerkwartier en Omstreken van 25 juni 1921:
'Roden Zondagmorgen 20 juni werd het orgel in de Geref.Kerk alhier in gebruik genomen. ‘t Was een genot te luisteren naar de schoone samenklank der toonen. De muziek is zo krachtig, dat het 'zakken' voorbij is, anders nagenoeg niet te voorkomen. Het orgel deugdelijk in   elkaar gezet door den heer Thijs van Haren, is een sieraad voor de kerk'.
Thijs verzorgde het onderhoud tot 1932. Daarna werd dit uitgevoerd door de firma Holtman en Leemhuis tot 1938. (09)

Leekster courant 17-06-1961

In het ontvangstenboek van 1902-1926 wordt in 1921 een obligatielening gesloten voor f 1.800,-tegen 4,5 %. Deelnemers: J. Scharft f 1.000 , J. Berends f 700,-, H. Brouwer f 100,-. Ook is er een orgelbusje voor het inzamelen van geld. (07)


De heraut voor de gereformeerde kerken in Nederland, 1921, no 2267, 03-07-1921

1922: Op 2 maart wordt gemeld dat er problemen zijn met het orgel. Orgelmaker Thijs zal het orgel nazien. Op verzoek van de 'orgelbedienden' zullen er voor f 10,- orgelboeken worden aangeschaft.
Op 6 september wordt afgesproken dat de meisjesvereniging zal zorgen voor een gordijntje bij het orgel. (11)

Uitgaven, 1902-1926 (08)
1922 2 maart Boeken voor het orgel f 10,-
1922 1 april H. Thijs f 15 voor nazien en stemmen orgel
1922 31 juli 't orgel nazien f 3,- door H. Thijs
1922 8 aug Orgeltrapper J. van Wijk f 25,-
1923 31 juli orgeltrapper f 25,- J. van Wijk
1924 17 jan H. Thijs f 39,10
1924 25 juli orgeltrapper f 25,- J. van Wijk
1925 14 jan orgel nazien f 19,60 rekening Thijs
1926 15 januari H. Thijs f 16,10 orgel herstellen
1926 juli orgeltrappen f 25,-

Uitgaven 1927-1938 (12)
1927 18 juli J. van Wijk orgeltrapper f 25,-

1928 : Op 29 februari komt het orgel weer ter sprake. Men besluit niet verder te gaan met de orgelmaker Vegter. Er wordt een deskundige ingeschakeld om te onderzoeken of het orgel te herstellen is zonder buitensporige kosten.
In de vergadering van 29 juni wordt een brief besproken van de firma Holtman en Leemhuis. Er wordt besloten de brief met de organisten te bespreken. Kan Thijs het onderhoud niet voortzetten, zodat het orgel bespeelbaar blijft? (11)

Uitgaven 1927-1938 (12)
1928 jan voorlopig onderzoek orgel (Vegter) f 7,65
1928 5 sep J. van Wijk orgeltrapper f 25,-
1929 2 juli idem
1930 23 juli idem

1930: Holtman en Leemhuis voeren een grote reparatie uit voor een bedrag van f 960,-.
Uitgaven 1927-1938 (12)
1930 1 oktober Holtman en Leemhuis 1e deel f 600,- en 2e deel f 390,-


Nieuwe provinciale Groninger courant 26-09-1930

1931 27 feb J. van Wijk 1/2 jaar orgelpompen f 12,50
1931 23 juli Holtman en Leemhuis f 15,10
1932 3 feb H en L orgelstemmen f 15,-
1933 9 juni Holtman en Leemhuis f 27,-
1932 28 dec Jac. Veninga orgeltrappen f 25,-
1934 1 nov Holtman en Leemhuis f 25,-
1936 jan De orgeltrapper f 25,-
1936 jan rekening Holtman en Leemhuis f 29,10
1936 3 dec idem f 25,10
1937 12 jan orgeltrapper f 25,-
1937 1 dec Holtman en Leemhuis f 25,10
1937 1 dec orgeltrapper f 25,-
1938 15 dec Holtman en Leemhuis f 25,10
1938 30 dec J. Wolt orgeltrapper f 25,-

1939: Orgelmaker Mense Ruiter noteert de dispositie: (05)


Manuaal I   Manuaal II   Pedaal:
Bourdon 16 vt Holpijp 8 vt aangehangen
Prestant 8 vt Viola di Gamba 8 vt  
Holpijp 8 vt Prestant 8 vt disc.  
Octaaf 4 vt Octaaf 4 vt  
Open fluit 4 vt Fluit 4 vt  
Quint 3 vt Octaaf 2 vt  
Octaaf 2 vt Hobo 8 vt  
Trompet 8 vt      


1940: Op 1 april schrijft Ruiter dat hij al een heel eind is opgeschoten met een plan voor het verbeteren van het orgel. Hij komt deze week langs om nog wat metingen te doen. Uit die tijd zijn ook een aantal kladnotities met daarin ook schetsjes van Ruiter bewaard gebleven.
Ruiter constateert dat de registers Quint 3' en Cornet zijn verdwenen. Van 31 december is een calculatie met de volgende bedragen:
- Reparatie windladen f 500,-
- Reparatie mechaniek en klavieren f 200,-
- Kanalen en regulateurs f 135,-
- Bourdon 16' op een pneumatische lade f 90,-
- Reparatie van het blijvende pijpwerk f 120,-
Nieuw te plaatsen pijpwerk: Roerfluit 8' f 135,-; Quint 3' f 60,-; Mixtuur II-III f 140,-; Blokfluit 2' f 55,-; Flageolet 1' f 15,-
Plaatsing van een windmachine f 275,-
Bourdon 16' in het pedaal f 45,-
Totale kosten f 1.755,- (13)

1941: Van 2 januari dateert een nieuw  plan van Mense Ruiter voor verbetering van het orgel.
- De windladen worden gerestaureerd
- De tractuur wordt geheel nagezien
- De windvoorziening wordt gewijzigd. Er komt een nieuw hoofdkanaal met een regulateurbalg naar het midden van de hoofdlade voor een meer stabiele winddruk. Ook de tweede windlade krijgt een nieuw windkanaal.
- Het te handhaven pijpwerk wordt gerestaureerd. De Bourdon 16' komt op een aparte pneumatisch windlade tegen de zij- en achterwand.
- Op de windlade van het Hoofdwerk ontbreken twee registers. Op de tweede windlade staan teveel en te grote pijpen, waarvoor te weinig wind wordt aangevoerd.
Ruiter stelt de volgende dispositie voor:
Oud Nieuw
Klavier I Klavier II Klavier I Klavier II
Bourdon 16' Prestant 8' discant Bourdon 16' Holpijp 8'
Prestant 8' Holpijp8' Prestant 8' Gamba 8'
Holpijp 8' Gamba 8' Roerfluit 8' Fluit 4'
Octaaf 4' Octaaf 4' Octaaf 4' Blokfluit 2'
Fluit 4' Fluit 4' Fluit 4' Flageolet 1'
Onbezet Octaaf 2' Quint 2 2/3'  
Octaaf 2' Hobo 8' Octaaf 2'  
Onbezet Mixtuur II-II  
Trompet 8' Trompet 8'  
De Bourdon 16' zou bespeelbaar moeten worden in het pedaal.
De kosten van de restauratie bedragen f 1.755,-

1947: De Groninger organist Carel Opten maakt een restauratieplan met geschatte kosten van f. 2615,-. Dit plan voorziet in een restauratie van de orgeldelen die na verloop van tijd aan reparatie toe waren. De toestand van het instrument is echter zo slecht, dat de werkzaamheden van L. Rinkema en Mense Ruiter uiteindelijk pas in 1949 worden afgesloten voor een bedrag van f 5668,26. Hierbij inbegrepen is de plaatsing van de Bourdon 16 vt op een pneumatische lade op het Pedaal. Op Manuaal II komt een Voix Celeste 8 vt (vanaf c), terwijl de discant van de Octaaf 2 vt wordt vernieuwd. De Prestant 8 vt disc. en de Hobo 8 vt keren niet terug. Op de zolder van de kerk wordt een windmotor geplaatst.
De ingebruikname vindt plaats op 15 juli 1949 met een concert door Carel Opten. (09)

1948: Op 13 februari stuurt orgelmaker Rinkema een briefje naar Mense Ruiter omtrent de financiële afwikkeling. Onderaan noemt hij een deel van de dispositie van het orgel. Hij beschrijft de oude en nieuwe dispositie van het tweede manuaal op een nogal onduidelijke manier. De Prestant 8' discant is vervangen door een Voix Celeste.  (13)

1960: Op 16 februari schrijft Mense Ruiter een rapport over het orgel.
- Op het bovenblad van de balg ligt een ladder. Hierdoor is de winddruk te hoog.
- Door de droge zomer ontstaan er problemen met de beide windlades
De windlades kunnen worden gerepareerd. Ruiter schat de kosten in op f 700,- Een verbetering van de orgelluiken kan op aanwijzing van Ruiter door een plaatselijke timmerman worden uitgevoerd.
Het volledig restaureren van de lade van het Hoofdwerk komt op f 1.500,- Het toevoegen van een Mixtuur op de lege plaats in het Hoofdwerk wordt geschat op f 1.200,- (13)

1965: Op 24 augustus schrijft de Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde organisten Vereniging (GOV) dat Johan van Dommele een advies gaat geven. Ter oriëntatie worden de voorwaarden voor een advies toegestuurd.
Op 30 augustus komt het advies van de GOV over het huidige orgel. Het verzoek voor het advies komt van de CvB via de heer Ottes (de orgelmaker?). De balgen van het orgel zijn op zich in goede staat, maar de windvoorziening is toch niet goed te noemen. Het windverbruik bij vol werk is erg groot. Ook staat de balg niet stil waardoor er schommelingen in de klank optreden. De mechaniek rammelt erg door slechte aanleg en slijtage. Het pijpwerk is goed onderhouden, maar zeer verschillend van kwaliteit. De intonatie is onvoldoende. Een restauratie wordt geschat op f 30.000,-. Nieuwbouw van een kleiner orgel zal ongeveer f 55.000,- vergen. (15)

1966: Op 2 mei stuurt de GOV een rekening voor het advies.

1969/1970: Op 30 juli 1969 maakt de orgelcommissie van Roden een uitgebreide analyse van het tot dan toe doorlopen traject met aan het slot het advies voor de bouw van een nieuw orgel door Pels & van Leeuwen. Alle organisten ondertekenen het document (03)
Samenvatting:
In de zestiger jaren verslechtert de toestand van het orgel zodanig, dat een grondige restauratie nodig is. Men bekijkt eerst de mogelijkheid tot restauratie. Orgelmaker Mense Ruiter wordt gevraagd het orgel te onderzoeken. Ruiter adviseert de aanschaf van een nieuw orgel omdat het orgel een restauratie van circa f 35.000,- niet waard is. Ondertussen wordt het orgel met lapmiddelen spelend gehouden. De orgelcommissie bezoekt de orgelmakers Pels & van Leeuwen, Fonteyn & Gaal, Ernst Leeflang, Verschueren en ook een leverancier van luidsprekerorgels (Kettner & Duwaer in Amsterdam).
Daarnaast worden de volgende orgels bezocht: Hoogeveen, eenklaviersorgel van Verschueren; Hoogezand-Sappemeer, eenklaviers-orgel van Pels & van Leeuwen; Espel, eenklaviersorgel van Ahrend & Brunzema; Apeldoorn, tweeklaviers-orgel door Ernst Leeflang; Hengelo, tweeklaviers-orgel door Verschueren; Groningen, tweeklaviers-orgel door van de Berg & Wendt; Amsterdam, tweeklaviersorgel door Fonteyn & Gaal; Zoetermeer, tweeklaviersorgel door Verschueren; Alkmaar, tweeklaviers-orgels door Pels & van Leeuwen; Drachten, tweeklaviers-orgel door Pels & van Leeuwen.
Ook werd advies gevraagd aan R. Prins uit Paterswolde en Evert Westra uit Groningen. Beiden adviseerden de bouw van een nieuw orgel.
Offertes werden gevraagd bij Pels & van Leeuwen en bij Verschueren.
Er wordt besloten te kiezen voor de offerte van Pels & van Leeuwen. (09)
Dispositie van dit opus 741:

Hoofdwerk. C - g3 Borstwerk. C - g3 Pedaal. C - f1
1. Prestant 8’ 9. Roerfluit 8’ 15. Subbas 16’ deels tranmissie
2. Holpijp 8’ 10. Koppelfluit 4’ 16. Gemshoorn 8’ transmissie
3. Octaaf 4’ 11. Prestant 2’ 17. Koraalbas 4’ transmissie
4. Spitsfluit 4’ 12. Quint 1 1/3’ 18. Fagot 16’ deels transmissie
5. Sesquialter II vanaf a 13. Cymbel 2 st.    
6. Octaaf 2’ 14. Dulciaan 8’      
7. Mixtuur 3 st.        
8. Trompet 8’        

Systeem sleepladen met mechanische tractuur; tremulant op het Borstwerk; schakelaar voor de windmotor met contactslot.
Koppelingen: Pedaal-Hoofdwerk; Pedaal-Borstwerk; Hoofdwerk-Borstwerk .
Windvoorziening door een kleine magazijnbalg met regulateurs. De windladen hebben beweegbare ladebodems. Zie Bijlage 1

Het orgel wordt op 4 september 1970 in gebruik genomen met een orgelbespeling door Piet van Egmond, organist te Amsterdam.

Het programma luidt als volgt:
  1. Openingslied Psalm 100: 1, 3 en 4. (Met begeleiding van harmonium).
  2. Welkomstwoord door Dr. A. G. Luiks.
  3. Overdracht orgel aan de kerkenraad door de voorzitter van de orgelcommissie.
  4. Samenzang Psalm 89: 7 en 3. (Met begeleiding van het nieuwe orgel).
  5. Toelichting over het nieuwe kerkorgel door de heer R. van Rumpt, namens de Firma Pels en van Leeuwen te Alkmaar.
  6. Orgelbespeling door de heer Piet van Egmond te Amsterdam.
  7. 2e Orgelconcert in Bes-dur Georg Friedrich Händel
    Andante maestoso
    Allegro
    Adagio
    Allegro
    2. Voluntary in a-klein John Stanley
    3. Grand Choeur alla Haendel Alexandre Guilmant
    4. Partita octavi toni super ,,Veni Creator' Gabriël Verschraegen
    5. Improvisatie Piet van Egmond

  8. Slotwoord door Ds. R. Petersen.
  9. Slotzang Psalm 150: 1, 2 en 3 (oude berijming).


Leekster courant 10-09-1970


Het Orgel 1970-04


Foto: Pu 38589 1970 (14)

1978: Pels & Van Leeuwen verplaatst het orgel wegens een de verbouwing van de kerk naar de tegenoverliggende wand (de vroegere kanselwand). Het wordt daar ongewijzigd opgesteld op een nieuw balkon. De intonatie wordt in beperkte mate aangepast aan de sterk gewijzigde akoestische verhoudingen. Het instrument blijft in onderhoud bij Pels & Van Leeuwen. (09)

1980: Artikel door Victor Timmer over de orgelgeschiedenis.

Leekster Courant 19-06-1980 (klik op de afbeelding voor een vergroting)


Foto Reliwiki

1995: Op 28 maart wordt er een overeenkomst gesloten met de GOV voor het uitbrengen van een advies voor een herintonatie van het orgel. Adviseurs zijn Victor Timmer en Anco Ezinga.
Op 9 juni wordt het rapport van de GOV uitgebracht. Het instrument is een kind van zijn tijd. Nu worden orgels anders gebouwd. In 1978 werd het orgel ongewijzigd weer opgesteld in een sterk vergrote kerk. Van de oostkant verhuisde het naar een nieuwe galerij aan de westkant.
De laatste tijd doen zich de volgende klachten voor:
- ongelijkheid in aanspraak en intonatie
- ondanks regelmatig stemmen geen stemming kunnen houden
- een vlakke weinig geprononceerde intonatie met teveel boventoon
- slechte menging van de prestantregisters met als gevolg een nauwelijks bruikbare Cymbel
- trage aanspraak van veel pijpen
- tremulant werkt af en toe ongevraagd
- onvrede over het onderhoud bij Pels & van Leeuwen.
Geadviseerd wordt groot onderhoud en vooral een herintonatie vanwege het onevenwichtige klankkarakter. Uitgezocht moet worden of basis van het bestaande pijpwerk meer grondtoon verkregen kan worden. Ook moet worden uitgezocht of er dispositiewijzigingen kunnen worden doorgevoerd.
Er zal offerte worden aangevraagd bij de volgende orgelmakers: Pels & van Leeuwen, Mense Ruiter en Winold van der Putten & Berend Veger.
Op 22 november stuurt de GOV de nota voor het advies .(15)

1996: Op 10 januari inspecteert dhr. Bambacht van Pels & van Leeuwen het orgel. Zie verslag.
Op 16 januari werd het orgel onderzocht door Veltkamp en Kamminga van orgelmakerij Mense Ruiter. Zie verslag.
Op 25 januari werd het orgel geïnspecteerd door Putten & Veger. Zie verslag.
Op 30 januari werd het orgel door orgelmakerij Mense Ruiter (dhr. Veenstra) voor een tweede keer onderzocht. Zie verslag.
Bovenstaande handgeschreven verslagen zijn gemaakt door een onbekend persoon. Vermoedelijk een van de organisten van de kerk of een geïnteresseerd gemeentelid.
Op 30 januari sturen van der Putten & Veger hun offerte.
Op 1 februari stuurt Mense Ruiter een offerte in. Naar aanleiding van de offerte stelt de onbekende auteur telefonisch een aantal vragen aan dhr. Tamminga van Mense Ruiter. Zie verslag.
Van 9 februari dateert de offerte van Pels & van Leeuwen.
Na de inspecties van het orgel en de binnenkomst van de offertes wordt een vergelijking gemaakt.
Op 21 maart concludeert de GOV in hun analyse dat de offerte van Pels & van Leeuwen het minst voldoet aan de gestelde vragen. Mense Ruiter wil het orgel zoveel mogelijk laten zoals het is en de werkzaamheden beperken tot herintonatie en het herzien van de sleepconstructie. Van der Putten & Veger gaan een stuk verder en willen daarnaast ook de windvoorziening en de dispositie wijzigen. De GOV adviseert verder te gaan overleggen met van der Putten en Veger, waarbij het idee om de windvoorziening aan te passen te ver gaat.
Op 8 mei wordt er een overeenkomst gesloten met de GOV voor een volledig advies. (15)


1998: Het werk wordt gegund aan van der Putten & Veger.
De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd:

Foto Reliwiki

Het orgel wordt op 24 september 1998 weer in gebruik genomen. Details over de restauratie en het ingebruiknameprogramma zijn te vinden in het ingebruiknameboekje. (03) In het boekje zijn ook gegevens te vinden over de orgelcommissie, eerdere orgels en organisten.
Op 28 november verschijnt het keuringsrapport van de GOV door Ezinga en Timmer. Het orgel is op 16 november onderzocht.
- 'De speelaard van het orgel is nu weer erg plezierig, de mechanieken werken probleemloos en naar behoren.'
- 'De windladen zijn conform de offerte gewijzigd en functioneren naar behoren.'
- 'Het is verbazingwekkend hoeveel beter het orgel klinkt nu over de hele linie de intonatie is verbeterd. [...] De dispositiewijzigingen hebben de gebruiksmogelijkheden aan zienlijk vergroot. [...] Het klankbeeld heeft beduidend meer grondtoon gekregen en is veel evenwichtiger geworden.'
- De nieuwe dubbele magazijnbalg geeft een veel soepeler wind en minder start dan voorheen. Het blijkt nu dat de windmotor eigenlijk te weinig capaciteit heeft en zou moeten worden vervangen. Dit vergt nog een investering van f 3.000,-.
- De nieuwe tremulant werkt naar behoren. (15)

Dispositie:

Manuaal (C – g’’’) Borstwerk (C – g’’’) Pedaal (C - f')
Prestant 8’ Prestant 4’ Subbas 16'
Holpijp 8’ Roerfluit 8’ Gemshoorn 8'
Octaaf 4 ‘ Koppelfluit 4’ Koraalbas 4'
Spitsfluit 4’ Spitsfluit 2’ Fagot 16'
Quint 2 2/3’ Sesquialter 2 sterk    
Octaaf 2’ Dulciaan 8’    
Mixtuur 3 sterk        
Trompet 8’        


Samenstelling Mixtuur HW:
C c c’ c’’ c’’’ g’’’
1 1/3 1 1/3 2 2 2/3 4 4
2/3 1 1 1/3 2 2 2/3 2 2/3
1/2 2/3 1 1 1/3 2 2


Samenstelling Sesquialter BW:
C c a
2/3 1 1/3 2 2/3
2/5 4/5 1 3/5


Roder journaal 29 september 1998

2006: Het orgel van de gesloten kerk te Nieuw-Roden is nu verplaatst naar de Gereformeerde kerk. (02)

Foto : Wim Boer (13)

Bronvermelding:
  1. 1 Groninger Archieven. 1919 Gereformeerde kerk Bedum 2 Notulen kerkenraad 1844 - 1874. 
  2. E-mail van Wim Boer d.d. 7-11-2006
  3. Ingebruiknameboekje en analyse orgelcommissie gekregen via Wim Boer
  4. www: https://reliwiki.nl/index.php/Roden,_Touwslager_125_-_Op_de_Helte (29-04-2025)
  5. Archief Jaap Brouwer
  6. Drents Archief: 0421 Gereformeerde Kerk te Roden 19 Kasboeken Ontvangsten en uitgaven, 1878-1901
  7. Drents Archief: 0421 Gereformeerde Kerk te Roden 20 Ontvangsten, 1902-1926
  8. Drents Archief: 0421 Gereformeerde Kerk te Roden 21 Uitgaven, 1902-1926
  9. Brochure Orgels aan de Kanaalstraat - Heringebruikneming van het orgel in de Gereformeerde kerk te Roden, 1998
  10. Drents Archief: 0421 Gereformeerde Kerk te Roden 4 Notulen van de kerkenraad 1913-1921
  11. Drents Archief: 0421 Gereformeerde Kerk te Roden 5 Notulen van de kerkenraad 1921-1928
  12. Drents Archief: 0421 Gereformeerde Kerk te Roden 22 Uitgaven, 1927-1938
  13. Mense Ruiter oude archief
  14. www: http://www.kerkeninbeeld.nl (12-02-2025)
  15. VU-Archief: 669 Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) - Orgelbouwadviescommissie 1-780 Doos 57 527. Roden, Gereformeerde Kerk, 1965, 1995-1996, 1998
  16. Beeldbank Drents Archief


Bijlage 1.

AGGR. Stukken nieuwbouw orgel 1970.

Aan de Kerkenraad der Gereformeerde Kerk.
p. a. de Weledele Heer C. Bezuyen,
Acacialaan 16, Roden.

Alkmaar 31-12-1969.
Aanbieding. Dispositie en omschrijving van een tweeklaviers mechanisch orgel voor de Gereformeerde Kerk te Roden.

  Aantal pijpen
Dispositie Front tin gepolijst Tin Tin Tin Koper Oregon Pine Totaal
  75% 75% 40% 30%      
Manuaal I Hoofdwerk c-g''' 56 tonen              
1. Prestant 8’ 16 40 - - - - 56
2. Holpijp 8' C-f transm. Gemshoorn Pedaal - - - 38 - - 38
3. Octaaf 4' 7 - 49 - - - 56
4. Spitsfluit 4’ C-f transm. Gemshoorn Pedaal - - 38 - - - 38
5. Sesquialter IIvanafa - 70 - - - - 70
6. Octaaf 2’ C-f transm. Koraalbas Pedaal - - 38 - - - 38
7. Mixtuur III - 168 - - - - 168
8. Trompet 8’ C-f transm. Fagot 16' Pedaal - - 38 - - - 38
Manuaal II Borstwerk C-g''' 56 tonen              
9. Roerfluit 8’ - - - 44 - 12 56
10. Koppelfluit 4’ - - 56 - - - 56
11. Prestant 2’ - 56 - - - - 56
12. Quint 1 1/3’ - - 56 - - - 56
13. Cymbel II - 112 - - - - 112
14. Dulciaan 8’ - - 56 - - - 56
Pedaal C-f1 30 tonen              
15. Subbas 16’ - - - 6 - 24 30
16. Gemshoorn 8’ 12 - 18 - - - 30
17. Koraalbas 4’ - 30 - - - - 30
18. Fagot 16’ - - 6 - 24 - 30

Totaal:

35 446 385 88 24 36 1014

Koppelingen: Pedaal Hoofdwerk, Pedaal-Borstwerk, Hoofdwerk- Borstwerk
Tremulant op Borstwerk
Schakelaar wind met Contactslot
Kas en front volgens tekening nr. 4687 uitgevoerd in Mahoniehout.
Prijs: f. 57. 000, b. t. w. 12% f. 6. 840, f. 63. 840, --
(ZEGGE; DRIE EN ZESTIGDUIZEND ACHTHONDERD EN VEERTIG GULDEN).

De genoemde prijzen zijn gebaseerd op de C. A. O. voor het Orgelbouwbedrijf ingaande 1 april 1969 en artikel 4 van de overeenkomst is niet van toepassing, indien opdracht uiterlijk 18 januari 1970 zal zijn verleend.

In genoemde prijzen is begrepen: De opstelling in de kerk; de reiskosten van het personeel; de vrachtkosten van de onderdelen.

In de genoemde prijzen is niet begrepen: de kosten van aanleg en levering van elektrische leidingen en magneetschakelaar voor de windmachine; eventuele hak-, breek-, metsel-, timmer-, schilder-, en beeldhouwwerken, alsmede wijziging of aanpassing van galerij of balustrade e. d. ; verblijfkosten van het personeel gedurende de werkzaamheden in de kerk. Hiervoor kan worden volstaan met een onderkomen bij gemeenteleden, niet te ver van de kerk (ca. 5 weken voor 2 man, dus ca. 50 pensiondagen).

Levertijd: vijf-en-een-halve-maand na opdracht en ontvangst der eerste termijnbetaling.

Garantie: gedurende 10 jaar, mits het orgel tenminste éénmaal per jaar door ons wordt gestemd en gecontroleerd, tegen het geldende tarief.

Algemene Condities: Zie aangehecht leveringscontract alsmede:
A. Tijdens de bouw in Alkmaar en Roden zijn alle werktekeningen ter inzage aan de door de Kerkeraad benoemde orgelcommissie.
B. Eventueel vertraagde betaling van termijnen zal niet langer dan 3 maanden na datum plaatsvinden en opdrachtgever zal hiervoor acceptwissel afgeven aan orgelbouwer.
C. Het oude orgel zal worden overgenomen voor f. 1000, -- na demontage door opdrachtgever, waarbij opdrachtgever het recht behoud delen zelf te behouden, waarna genoemd bedrag na rato zal worden verlaagd. Indien het de opbrengst van loden en tinnen pijpen of windmachine betreft.

Technische omschrijving. Het orgel wordt van de beste, uitsluitend nieuwe materialen en onderdelen vervaardigd.

Niet toegepast worden: vuren- en grenenhouten stellingen, orgelkast en pijpen; triplex voor orgelkast en/of pijpenstokken; zink of andere minderwaardige materialen voor het pijpwerk, ijzeren schroeven.

Orgelkas en front: De orgelkast zal worden uitgevoerd in eerste klasse natuurgedroogd mahoniehout, volgens ontwerptekening no. 4687. Alle frontpijpen worden in natuurlijke lengte van ingedrukte labia voorzien, vervaardigd van orgelmetaal met een tingehalte van 75%, om ook na jaren uiterlijke fraaiheid van het instrument te behouden. De stellingen en verdere betimmeringen als liggers, regels enz. worden van eerste soort Oregon Pine vervaardigd en gevernist.

Klaviatuur: Deze zal in de voorkant van het orgel worden geplaatst; de ombouw en orgelbank worden van gelijke houtsoort gemaakt als de orgelkast; de windvoorziening is afsluitbaar met een contactslot. De ondertoetsen worden belegd met dik ivoor, de boventoetsen met ebbenhout.

Windladen: De sleepladen worden, voor wat de ramen, dammen en pijpenstokken betreft van rechtdradig gelijkmatig gedroogd redwood gemaakt. De bodems en dekken worden van gegarandeerd trekvrij en watervast verlijmde mahonieplaat, de toebehorende delen als pijpenroosters, pijpenhangers etc. worden eveneens van genoemde mahonieplaat of massief mahonie gemaakt. De van het trekvrije materiaal DARVIC vervaardigde slepen schuiven onder verende concentrische sleepaandrukkers, terwille van een natuurlijke klankontwikkeling. Bij wisselende temperatuur blijven de slepen licht schuiven en wordt, bij lange levensduur bijspraak uitgesloten. De ventielen worden van lichtgewichthout red cedar vervaardigd. Zij worden met vilt en leder belijmd; het draadwerk (veren, aanhangdraden, pulpeten etc. )zal worden vervaardigd met fosforbrons en vertind koperdraad. De constructie der windladen en de verwerking der genoemde houtsoorten is gebaseerd op onze jarenlange ervaring in de tropen en deze kunnen wij dan ook onvoorwaardelijk garanderen, ook in met hete lucht verwarmde kerken. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de verwerking van houstoorten die ongevoelig zijn voor worm-, vocht en temperatuursinvloeden.

Mechaniek: Zowel wellenramen, wellenborden, alsmede hangers, liggers en regels worden van metaal of eerder-genoemd watervast verlijmde mahonieplaat vervaardigd om ontwrichting of ontstelling van het mechaniek te voorkomen. De wellen worden van lichtmetaal vervaardigd, alle draaipunten worden, om geruisloosheid en grotere duurzaamheid te bevorderen, van slijtvaste kunststofbevvoering voor-zien. Het mechaniek wordt voorzien van een vrijzwevende tractuur (automatische nastelinrichting).

Pijpwerk: Om een homogeen geheel te verkrijgen en de gewenste intonatie te bevorderen worden de pijpen in eigen pijpenmakerij vervaardigd van de bij de dispositie vermelde materialen. Zij zullen een wand van voldoende dikte hebben, terwille van een vaste toon en duurzaamheid. Het tingehalte is in overeenstemming met de voor ieder register benodigde verhouding. De houten pijpen worden van Oregon Pine vervaardigd. Kerns en stoppen worden van kopshout gemaakt, de stoppen worden met zwaar vilt en leder beplakt, waardoor een goed sluiten gewaarborgd wordt. De voeten, grepen en voorslagen worden gemaakt van eikenhout; in de voeten wordt waar nodig, een windregeling ingebouwd. Inwendig worden de pijpen met lijmsaus bestreken en uitwendig blank gelakt. De einden der pijpen zijn met schroeven extra verstevigd.

Windvoorziening: De windmachine van het fabrikaat MEIDINGER voor aansluiting op 3 fasenstroom 220/380 volt, 50 perioden per seconde, zal worden geplaatst in een geluiddempende, dubbelwandige kist. De verbinding met het orgel geschiedt met een elastisch verbindingsstuk. In het orgel wordt een magazijnbalg en regulateurbalgen aangebracht, die in de laden worden geplaatst om een rustige wind te verzekeren. De magazijnbalg wordt vervaardigd van massief mahoniehout, voor wat de zijden, vouwen en het raamwerk betreft. De zijden worden verlijmd met een zwaluwstaartverbinding, terwijl deksels en bodems worden gemaakt van eerdergenoemd watervast verlijmde mahonieplaat. Alle scharnierpunten worden met dubbel leder beplakt en voorzien van koordscharnieren; inwendig worden zij met lijmsaus bestreken en uitwendig blank gelakt. De windtoevoer wordt automatisch geregeld met dubbelwerkende ventielen volgens eigen constructie. De windkanalen die gelegd worden vanuit verdelingskanalen van mahonieplaat, zijn van ronde flexibele of plastic buis.

Intonatie: De intonatie van het instrument zal op artistieke wijze op een niet te hoge winddruk worden uitgevoerd. In het pijpwerk worden geen kernsteken aangebracht, terwille van een frisse, boventoonrijke klank, die ieder register tot volle waarde doet uitkomen, waarbij voor vermoeiende scherpte of opdringerigheid wordt gewaakt en snelle correcte aanspraak wordt nagestreefd. Bijzonder aandacht zal worden besteed aan de verhouding bas-discant, zodat ook het 'volle werk' een rijk en boeiend karakter zal dragen. Voor deze intonatie laten wij ons leiden door de heldere, warme en kleurige klank van de Nederlandse orgelbouw van vóór 1850. Hierbij wordt gestreefd naar verscheidenheid en harmonieus samengaan der verschillende stemmen en aanpassing aan de grootte en de sfeer van de ruimte, waarin het orgel geplaatst wordt. De toonhoogte zal 440 Hz. bij 150C. zijn.

Mensuren: De mensuren zijn naar de ruimteverhoudingen en naar de dispositie op wetenschappelijk gefundeerde wijze berekend, opdat een volledig slagen van het werk gewaarborgd wordt. Dit geldt ook voor de samenstelling der vulstemmen. Het orgel wordt zodanig ingericht, dat men voor het stemmen enz. overal gemakkelijk bij kan komen.

Contract getekend 21-12-1969. Firma Pels & Van Leeuwen.

[w. g. ] Van Rumpt.