Rolde, Jacobuskerk

In 1847 ontvangt de Hervormde Gemeente van Rolde een orgel als schenking van oud‑predikant ds. C. Brouwer. Het instrument – ouder dan 1847 en van onbekende herkomst – wordt voor f 1.200,- aangeschaft en door H.J. Langendijk, onderaannemer van Petrus van Oeckelen, in de Jacobuskerk geplaatst. Eeen uitbreiding en de plaatsing kosten nog eens f 1.300,-. In 1876 voert Roelof Meijer groot onderhoud uit, waarbij frontpijpen worden verguld en de kas wordt geschilderd. Een omvangrijke restauratie vindt plaats in 1954–1955 door Leeflang, onder advies van Maarten Albert Vente. Tijdens de kerkrestauratie van 1961–1964 wordt het orgel gedemonteerd en later opnieuw opgebouwd, uiteindelijk door orgelmaker Ottes (1966). Zeer curieus is de beslissing om de orgelkas (zonder binnenwerk) tijdens de restauratie in de kerk te laten. Om het balkon te kunnen aanpassen wordt de orgelkas aan een spant opgehangen. In 1978–1981 volgt een ingrijpende restauratie door Bernard Koch, met vervanging van windladen, balgen, speeltafel en wijzigingen in de dispositie. Bij deze werkzaamheden is geen erkend adviseur betrokken. Vanaf 1999 start een restauratie in twee fasen door Mense Ruiter, begeleid door Stef Tuinstra, die in 2013 wordt voltooid en het orgel zoveel mogelijk in zijn oorspronkelijke staat terugbrengt.

Informatie over de kerk


Opnamen 18 juli 2022 Geert Jan Pottjewijd
 - J.S. Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Plenum Manuaal I + II
 - Dietrich Buxtehude (1637-1709) Toccata in F BuxWV 157 Registratie: Plenum met Trompet 8'

1847
De voormalige predikant van Rolde ds. C. Brouwer schenkt een orgel. Het orgel wordt gekocht voor f 1.200,-.
De herkomst en maker van het instrument zijn tot op heden niet achterhaald. Het is echter ouder dan 1847.
De plaatsing in Rolde wordt uitgevoerd door H.J. Langendijk als onderaannemer van Petrus van Oeckelen.
De uitbreiding van het orgel en de plaatsing vergen een bedrag van f 1.300,- (01)
Op 28 november 1847 wordt het in gebruik genomen en ingewijd door ds. E.J. Borgesius. Zie Drentsche courant (30-11-1847), Groninger courant (03-12-1847), Algemeen Handelsblad (01-12-1847), Opregte Haarlemsche Courant (02-12-1847),Verslag van Gedeputeerde Staten aan de Staten der provincie Drenthe [...], (1848, 01-01-1848 blz. 28).
De kerkvoogdijnotulen uit die tijd zijn helaas niet bewaard.
In de kerkenraadsvergaderingen van 1847 wordt met geen woord gerept over de plaatsing van het orgel. (33)



Foto: Janco Schout Herdenkingsbord schenking. (Klik op de afbeelding voor een vergroting)

1849
In krantenberichten wordt de gift van oud-predikant ds. C. Brouwer nog eens gememoreerd. Zie Drentsche courant (11-06-1850), Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant (14-06-1850).

1861
Volgens Romein zou het orgel gemaakt zijn in Harlingen. Zijn bron is onbekend. (01)

1862:
Er wordt een advertentie geplaatst voor een hulponderwijzer. Er is een mogelijkheid om de functie van organist te vervullen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (25-03-1862).

1863
Van 14 augustus tot 9 oktober logeert de 22-jarige Justine Rutgers uit Hallum met haar broertje Wolter bij haar tante Biena Wed. A. Wolthers in Rolde. De domineesfamilie Rutgers houdt een dagboek bij. In het dagboek staat een uitgebreide beschrijving van het orgel in de Hervormde Kerk van Rolde. Er staat dat het orgel uit Harlingen afkomstig is, maar het zou daar ook gemaakt zijn. (40)

1866
W.L. Venekamp uit Zuidwolde wordt benoemd tot hoofdonderwijzer en gaat ook de functies koster, organist en voorlezer vervullen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-01-1866).

1872
iering van de inname van Den Briel van 1572. Er wordt door de kinderen gezongen met begeleiding op het orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (14-03-1872), (04-04-1872).

1873
Orgelconcert door de blinde organist J. Oord uit Kampen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (23-12-1873).

1876
Groot onderhoud door de orgelmaker Roelof Meijer uit Veendam. De frontpijpen worden verguld en de kas geschilderd.  (24)
De kerkvoogdij is zeer tevreden: 'De inwendige herstelling geschiedde door de heer Meijer, orgelfabrikant te Veendam, die dit werk op alleszins anbevelenswaardige wijze ten uitvoer bragt, zoodat wij ter goeder trouw aan kerkvoogdijen den heer Meijer kunnen aanbevelen als een degelijk orgelfabrikant.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (11-05-1876)

1878
De 'vernieuwing' van het orgel uit 1876 wordt nog een keer gememoreerd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (08-01-1878).

1892
Orgelconcert door de blinde organist Van der Kaa. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (12-10-1892).

1892
Een krantenbericht meldt weer de afkomst uit Harlingen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (15-12-1892).

1894: Concert met koor en orgel door het zanggezelschap Crescendo uit Groningen. Zie Nieuwsblad van het Noorden (18-07-1894).

1895:
Benoeming van de nieuwe hoofdonderwijzer H. Lubbers tot koster/organist in tijdelijke dienst. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (12-09-1895), (05-10-1895). (Uit de raadsvergadering op 3 oktober te Hoogeveen)

1896
De woning van koster/organist H. Lubbers wordt verbouwd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (13-03-1896), (16-11-1897).

1898
Op 5 juni krijgt koster/organist H. Lubbers een brief dat zijn tijdelijke benoeming met 2 jaar is verlengd. (30)
In augustus een concert door 'Gruno's Liederentafel' in de kerk van Rolde. Zie Nieuwsblad van het Noorden (28-06-1898).
In de kerkvoogdijvergadering van 28 augustus wordt besloten f 50,- voor 1899 te begroten voor reparatie van het orgel.
Op 21 november vraagt de organist aan de kerkvoogdij of een gedeelte van zijn salaris van f 50,-, dat hij afstaat voor de kapitaalvorming voor een nieuwe kosterij, toch uitbetaald kan worden. Het verzoek wordt afgewezen. (34)

1899
Op 25 april informeert Lubbers naar zijn verzoek. Besloten wordt hem een afschrift te sturen van het kerkvoogdijbesluit. (34)

1900
Op 20 oktober wordt besloten het schoolhoofd H. Lubbers, zolang hij schoolhoofd is, te benoemen tot koster/organist en zijn aanstelling te wijzigen van tijdelijk naar vast. De instructie van 30 december 1895 wordt aangepast. (29)

1903
Op 20 februari wordt in de kerkvoogdijvergadering geconstateerd dat er gebreken zijn aan het orgel. Aan organist Lubbers wordt opgedragen in overleg met een deskundige maatregelen te nemen. (34)

1911
De kerkvoogdij besluit op 6 oktober Van Oeckelen opdracht te geven enkele gebreken te herstellen en een stembeurt te verrichten.
Op 10 november wordt vermeld dat er nog niets van Van Oeckelen is vernomen. (34)

1912
De kerk is verzekerd voor een bedrag van f 5.000,- en het interieur met orgel voor f 3.000,-.  (30)

1916
Orgeltrapper H. Jansen vraagt of zijn vergoeding kan worden verhoogd. Hij wordt gevraagd zijn verzoek schriftelijk in te dienen. (34)

1925
Propaganda-avonden voor het inzamelen van gelden voor een ziekenhuis in Assen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (21-02-1925), (04-03-1925).

1929
Organist H. Lubbers neemt ontslag als hoofd van de school in Rolde en vraagt ook ontslag als koster. Besloten wordt hem te benoemen als organist voor f 250,- per jaar. Hij kan de kosterswoning huren voor f 200,- per jaar. (34)

193x
Johan van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier. In de kantlijn een latere toegevoegde opmerking over de restauratie door Leeflang in 1955. Het orgel wordt door Meek gestemd. (37)

Klik op de afbeelding voor een vergroting

Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Quintadeen (staat holpijp) 8' Bourdon 16'
Prestant 16' disc. Fluit does 4' Prestant 8'
Holpijp 8' Prestant disc. 8' Octaaf 4'
Fluit 4' Superoctaaf 2'    
Octaaf 4' Spitsfluit 4'    
Fluit 2' Speelfluit 2'    
Sesquialter II Fluit does disc. 8'    
Mixtuur          
Trompet 8'        

Schuifkoppel en pedaalkoppel

1934
Organist Lubbers vraagt ontslag. De kerkvoogdij gaat hiermee akkoord. Hij biedt aan gratis te blijven spelen. De kerkvoogdij neemt dit graag aan. Als vervanger wordt aangewezen mej. A. Haange. (26) (34)

1937
Vermelding van de opschriften op het orgel in het boek Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe.

1941
Organiste Lammie van Wijk vraagt om verhoging van haar salaris. (34)

1943
In de kerkvoogdijvergadering van 14 februari komt de benoeming van een organist aan de orde. De heer Schuiling is bereid het orgelspelen te leren. Als hij bekwaam genoeg is krijgt hij dit jaar f 3,- per dienst en volgend jaar f 4,- Ook zal de heer Kok worden gevraagd. Als deze niet wil, wordt aan mej. Van Wijk gevraagd of ze langer wil doorspelen voor f 4,- per dienst. (34)

1944
Er wordt een advertentie geplaatst voor een organist. Zie Drentsch dagblad : officieel orgaan voor de provincie Drenthe (22-01-1944).

1947
Monumentenzorg heeft de kerk van Rolde bezichtigd. Geadviseerd wordt om voor de restauratie van het orgel contact op te nemen met de heer Bouman van de Nederlandse Klokken- en Orgelraad. (34)

1950
Mej. S. Snijders wordt benoemd tot organiste, als opvolger van de heer J. Kok. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (08-12-1950).

1951:
In de kerkvoogdijvergadering van 10 december meldt orgeltrapper J. Jansen dat hij per 1 januari 1952 wil stoppen.


Foto Orgelcentrum nr. 3781 voor de kerkrestauratie van 1961-1964

1952
Op 10 februari komt een standaardbrief van Mense Ruiter binnen voor onderhoud en orgelstemmen.
In de kerkvoogdijvergadering van 11 februari wordt verslag gedaan van een gesprek met de orgelmaker Van Leeuwen voor het installeren van een windmotor. De kosten bedragen f 600,- exclusief de aanleg van de elektrische voorziening. Besloten wordt de windmotor te laten plaatsen. Van Leeuwen heeft ook gekeken naar de toestand van het orgel. Van Leeuwen schat de kosten van een restauratie op f 10.000,-. Een nieuw orgel kost echter f 35.000,-. Men is voornemens een orgelcommissie te vormen.
Op 14 maart doet orgelmaker G. van Leeuwen een aanbieding om voor f 880,- een windmotor te plaatsen. Ook biedt hij aan het orgel te restaureren.
Op 12 september schrijft Van Leeuwen dat er nog een rekening van hem openstaat. (28)
Dr. Maarten Albert Vente wordt aangesteld als adviseur.

1953
Op 17 april besluit men in het najaar een collecte te houden voor het orgelfonds.
Op 24 april wordt in de kerkvoogdij een brief behandeld dat het orgel op de monumentenlijst staat en voor subsidie in aanmerking komt. Dr. Maarten Albert Vente krijgt de opdracht een plan te maken voor de restauratie. (36) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (18-07-1953).
Op 5 juni verstuurt Vente een brief naar een aantal orgelmakers voor het maken van een offerte. Het rapport en het plan voor de restauratie worden bijgesloten.
Vente gaat er vanuit dat het orgel is gebouwd in 1847. Het instrument is nog geheel oorspronkelijk, maar zeer verwaarloosd en ondeskundig onderhouden. Veel houtwerk is door houtworm aangetast. De vier balgen zijn van goede kwaliteit en zijn aangesloten op een nieuwe windmotor.
De dispositie is als volgt:
Hoofdwerk: Prestant 8', Holpijp 8', Prestant 16' discant, Octaaf 4', Gedekte Fluit 4', Open Fluit 2', Mixtuur, Trompet 8'
Bovenwerk: Holpijp 8', Gedekte Fluit 4', Prestant 8' discant, Prestant 4', Superoctaaf 2', Spitsfluit 4' discant, Speelfluit 2', Fluit Does 8' discant
Pedaal: Bourdon 16', Holpijp 8', Octaaf 4'
Toonhoogte: 1/2 toon hoger dan normaal. (38)

Op 20 juni volgt een prijsopgaaf door Vente/Leeflang:
- het aangetaste houtwerk ontwormen
- nieuw houtvrij werk
- de adelaar wordt vervangen door een nieuwe console
- de windladen worden opnieuw verlijmd
- installeren van een groter windkanaal voor Hoofdwerk
- een regulateur toevoegen voor de windlade van het tweede klavier
- frontpijpen omgesmolten 40% alliage
Hoofdwerk:
 Prestant 8 vanaf klein c dubbel voor het dubbelkoor c t/m f'' pijpen van de Prestant 16, 12 kleinste pijpjes nieuw
 Holpijp 8
 Sesquialter II vanaf kleine c op de plek van de Prestant 16. Gaten bijboren van kleine c
 octaaf 4 voet.
 gedekte fluit 4 voet.
 open fluit 2 voet 2 nieuwe pijpen op kleine c en fis, de overige pijpen opschuiven en inkorten, ten einde een wijdere mensuur te krijgen.
 mixtuur 2 3 4 sterk De bestaande pijpen blijven nieuwe samenstelling C 2, 1 1/3, f'' 2/3, 2, 1 1/3, c' 4, 2 2/3 2 1 1.3, c''' dito 30% tin  
trompet 8 voet. De beledering in het kleine octaaf kan vervallen, zo mogelijk ook de beledering van het grote octaaf
Bovenwerk  
 Holpijp 8 De 2 grootste metalen pijpen opschuiven en inkorten. 2 nieuwe pijpen op a en ais.
 Quintadena 8 van c t m b gecombineerd met de holpijp 8 12 nieuwe pijpen van c t/m b, de discant wordt gevormd uit 30 pijpen van de Fluit douce 8
 Preastant 4 voet vanaf c dubbel. Op deze sleep thans de Prestant 8 discantsleep in de bus uitboren. 24 grootste gedekte pijpen worden vervangen door nieuwe, waarvoor zover mogelijk holpijpen worden benut. Voor dubbel koor de pijpen gebruiken van de Prestant 8 discant,  van fis'' t/m fis''' 12 nieuwe pijpen 30% tin.
 Fluit 4 voet.
 Superoctaaf 2 voet.
 Spitskwint 1 1/2 c' v.d. tegenwoordige Spitsfluit 4 discant plaatsen of F, c t/m C 5 nieuwe gedekte pijpen van 20% tin, 9 kleinste pijpen van f dl t/m f3 open cilindrisch, eveneens 20% tin.
 Speelfluit 2 , kleine c, cis en d vernieuwen, overige pijpen opschuiven en inkorten.
PRIJS f 13.325.-.
=================

Op 20 juli wordt het door Vente uitgewerkte restauratieplan besproken:
1. Restauratie en uitbreiding van het pedaal
2. Restauratie zonder uitbreiding
3. Restauratie van de bestaande toestand
Drie orgelmakers zijn gevraagd een offerte uit te brengen:
- Leeflang uit Middelharnis:     1: f 15.460,-, 2: f 14.525 3: f 11.295,-
- Van Leeuwen uit Leiderdorp: 1: f 21.000,-, 2: f 20.500 3: f 17.500,-
- 'Menzo Ruyter' schrijft op 26 juni dat hij wegens drukke werkzaamheden geen offerte kan uitbrengen. Hij heeft pas in het voorjaar van 1955 ruimte in zijn agenda.
Vente adviseert om contact op te nemen met Leeflang. Men besluit om plan 1 van Leeflang voor te leggen aan de rijkscommissie voor subsidieverlening.
De financiering dient plaats te vinden buiten de rekening van de kerkvoogdij. Om dit te organiseren wordt voor 1 september een vergadering belegd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (15-09-1953).
Briefje van 24 oktober met plannen voor het orgelfonds. (36) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (04-11-1953).

1954
Op 6 maart 1954 schrijft Maarten Albert Vente aan de kerkvoogdij naar aanleiding van een brief van orgelmaker Leeflang. De stijging van loonkosten is onontkoombaar. Het restauratiebedrag gaat omhoog van f 15.460,- naar f 16.233,-. Er is een stelpost van f 525,- voor de vernieuwing van de bekers van de Trompet 8'. Hierover kan pas later een beslissing worden genomen. Te nemen besluiten:
 - Aanbrengen van een koppeling tussen Bovenwerk en Pedaal: f 446,25
 - Regulateur Bovenwerk: f 367,50
Hij adviseert beide punten te realiseren.
Op 6 maart vraagt de kerkvoogdij bij de gemeente Rolde subsidie aan. Het rijk heeft al subsidie toegezegd voor 20%. De kerk heeft zelf al f 6.000,- bijeengebracht. (23) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (10-03-1954).
Op 18 maart wordt een bericht van het ministerie van OKW besproken met een toezegging van een subsidie tot maximaal f 2.691,-. Van provincie en gemeente wordt ook een subsidie van 10% verwacht. De offerte van Leeflang is inmiddels met 5% verhoogd. De stelpost van f 446,50 voor een extra pedaalkoppel wordt goedgekeurd. Of de trompetbekers moeten worden vervangen (f 577,50) zal pas kunnen worden bepaald tijdens de restauratie. Met algemene stemmen wordt besloten de restauratie door te laten gaan voor een totaalbedrag van f 17.512,75. De financiering loopt via een lening bij de Boerenleenbank van Rolde. Tijdens de restauratie zal gebruik worden gemaakt van het harmonium uit het jeugdgebouw. (36)
Op 22 maart vraagt de kerkvoogdij aan het Provinciaal College van Toezicht voor de Hervormde kerk in Drenthe (PCTHKD) om toestemming voor de restauratie.
Op 23 maart een brief van de kerkvoogdij aan de gemeente Rolde. Het restauratieplan is door het ministerie van OKW goedgekeurd. Het rijk heeft 20% subsidie toegezegd. Kan de gemeente ook subsidie verlenen? (28)
Het contract voor de werkzaamheden door Leeflang wordt gesloten op 5 april 1954. (23)
-Toevoeging van snijwerk bij de pijpvoeten
-Herstellen van de klaviatuur en mechanieken. Nieuw pedaalklavier met een omvang C-d1
-Restauratie van de windladen. Toevoeging van een kantsleep aan de lade van het bovenwerk. De pedaallade uitbreiden met de tonen fis-d1
-Restauratie van de windvoorziening met nieuwe windkanalen.
-Installatie van een nieuwe pneumatische tremulant
-Wijziging van de dispositie en nieuwe frontpijpen
-Herintonatie op basis van een lagere winddruk met verlaagde opsneden. (10) (23)
Op 9 april keurt de PCTHKD de restauratieplannen goed.
Op 20 april stuurt de kerkvoogdij een kopie van het kerkvoogdijverslag met daarin de beslissing tot restauratie van het orgel en de toestemming van de PCTHKD naar het ministerie van OKW.
Op 10 juni kent de gemeente Rolde een subsidie toe van f 2.825,-. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (25-06-1954), (20-07-1954).
Op 4 augustus kent Provinciale Staten een subsidie toe. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (28-08-1954).
Op 7 september meldt de provincie dat nog niet is verzocht om de toegekende subsidie van f 1.412,85 uit te betalen. De restauratie zou inmiddels wel voltooid zijn.
Op 23 september wordt gesproken over de financiering van de restauratie. Er is nog f 4.500,- nodig om de financiering rond te krijgen. Aan Leeflang is inmiddels de eerste termijn van f 5.559,75 betaald. Zie ook de notulen van die vergadering. (36)
Met de opbouw wordt binnekort gestart. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant ,(30-09-1954).
In oktober vraagt de kerkvoogdij toestemming aan de PCTHKD voor financiering van f 2.000,-.
Op 24 november de definitieve goedkeuring van subsidie door provinciale Staten. (28)

1955
In het Nieuwsblad van het Noorden (29-01-1955) verschijnt er een uitgebreid artikel over het orgel. (25)
De ingebruikname vindt plaats op donderdag 7 april met een bespeling door orgeladviseur Maarten Albert Vente. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (07-02-1955), (05-04-1955), (09-04-1955), Dagblad van het Noorden (april-1955).
Op 29 april wordt besloten f 6.000,- van het nog verschuldigde bedrag van f 6.904,85 aan Leeflang over te maken. Het restbedrag zal worden voldaan na goedkeuring door de rijksorgelcommissie. (36)
Op 27 mei schrijft Vente dat hij op 7 april een voorlopige keuring heeft uitgevoerd en op 25 mei een definitieve. Het werk is volgens plan opgeleverd. Later is nog een regulateur voor het Bovenwerk toegevoegd en zijn de trompetbekers vernieuwd. Deze kosten zijn in rekening gebracht. Op eigen kosten heeft de orgelmaker nog het volgende gedaan:
 - De windlade van het Pedaal is niet hersteld, maar compleet vernieuwd en uitgebreid
 - De windlades van het Hoofdwerk en het Bovenwerk blijken na demontage in slechtere staat dan gedacht
 - De intonatie kost meer tijd dan verwacht
Samenvattend is de conclusie dat het werk zeer goed is uitgevoerd. De totale kosten bedragen f 18.024,33. De restsom kan worden overgemaakt naar Leeflang. Vanwege de garantie is het aan te raden het onderhoud door Leeflang te laten uitvoeren. Het honorarium voor Vente bedraagt 5% van de aanneemsom.
Op 15 augustus dankt Vente voor de ontvangst van zijn honorarium.
Op 10 september stuurt de kerkvoogdij een overzicht van de restauratiekosten naar Provinciale Staten. De uitbreiding is niet meegenomen in de kosten. Wel de extra kosten voor het vernieuwen van de trompetbekers, extra tin na het omsmelten van de oude frontpijpen en schilderwerk. De kosten kwamen daarmee op f 17.240,47. (23)
Op 26 november wordt de concept garantieverklaring van Leeflang besproken. Er wordt besloten het orgel twee keer per jaar te laten nazien tegen een vergoeding van f 142,50 per jaar. (36)

Dispositie na deze werkzaamheden
Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Quintadeen 8' Bourdon 16'
Holpijp 8' Holpijp 8' Bourdon 8'
Gedekte fluit 4' Prestant 4 Octaaf 4'
Octaaf 4' Fluit douce 4'    
Open fluit 2' Superoctaaf 2'    
Sesquialter II Speelfluit 2'    
Mixtuur III-IV Spitsfluit 1 1/3'    
Trompet 8' Scherp III-IV    
    Kromhoorn 8'     
    Tremulant      

1956
Op 18 februari schrijft de HOC dat er bij de ingebruikname van het orgel in Roden met Erné is gesproken over Rolde. De kerkvoogdij van Rolde heeft tot nu toe geen contact gehad met de HOC. Hülsmann en Erné hebben het orgel in Rolde bespeeld en hoorden daar dat het orgel is gerestaureerd door Leeflang met dhr. Vente als adviseur. Tijdens het bespelen constateren zij meerdere gebreken. (45)
Kerkvoogdijvergadering 23 april: Organiste mevr. Dokter gaat per 1 juni verhuizen en zegt haar functie op. Door organist Johan van Meurs uit Groningen wordt dhr. Boerema aanbevolen, die bij hem in opleiding is. Na de restauratie moet het orgel worden bespeeld door een bevoegde persoon. Boerema wordt benoemd per 1 juni voor een salaris van f 350,- per jaar en f 50,- voor reisgeld. (36)
In november stelt Gedeputeerde Staen voor het subsidiebedrag te verhogen van 10% naae 15%. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (01-12-1956).

1956
Brief van 18 februari van de Orgelcommissie van de Hervormde (HOC) kerk aan de Kerkvoogdijkamer Drenthe. Bij de ingebruikname van het orgel in Roden is er met Lambert Erné gesproken over het orgel. Hülsmann en Erné hebben het orgel in Rolde bespeeld na de restauratie door Leeflang en hebben diverse gebreken geconstateerd.
In april wordt dhr. Boerema uit Groningen benoemd als organist. In een briefje bedankt Boerema voor de aanstelling  (26)
Op 22 augustus een brief van Provinciale Staten wat de stand van zaken is rond de subsidieaanvraag van 10 september 1955. Men houdt de aanvraag vast totdat er toezegging is vanuit de rijksoverheid.
Op 11 september antwoordt de kerkvoogdij dat er nog geen bericht van de rijksoverheid binnen is.
Op 3 oktober vraagt de kerkvoogdij aan de gemeente Rolde of de subsidie kan worden verhoogd, omdat de rijksoverheid dit inmiddels ook heeft gedaan.
Op 15 oktober gaat er een brief naar Provinciale Staten met een soortgelijke inhoud. (28)

1957
Op 22 januari schrijft Provinciale Staten dat er is besloten de subsidie te verhogen van 10% naar 15%.
Op 20 februari volgt er bericht van Provinciale Staten dat het bedrag betaalbaar wordt gesteld. Voor nieuwe stoelen in de kerk kan geen subsidie worden toegekend. (28)

1958
In de begroting voor de kerkrestauratie staat een post van f 4.000,- opgenomen voor 'Orgel demonteren, opbergen en weer opbouwen'. (39)

Restauratietekening van het orgelbalkon (klik op de afbeelding voor een vergroting) (39)

19xx?:
Aantekeningen door misschien W.D. van der Kleij omtrent de mogelijke herkomst van het orgel. De werkzaamheden door Ottes en Koch worden nog niet genoemd. (25)


Foto: Negatiefnummer MONUM. ZORG Ca. 1960 (44)

1961
In dit jaar begint de restauratie van de kerk. De restauratie duurt tot 1964.
In het bestek van de kerkrestauratie van januari staan op pagina 27 ook schilderwerken aan het orgelbalkon en de orgelkas vermeld. Helaas worden geen kleuren vermeld. Wel wordt vermeld dat alle oude verflagen dienen te worden verwijderd.
Op 7 februari schrijft de rijksadviseur voor orgels Dr. Oussoren dat de demontage van het orgel  vanwege de kerkrestauratie het beste kan worden begeleid door de adviseur van de orgelrestauratie Dr. M.A. Vente. Voor de demontage is subsidie mogelijk.
Op 13 februari schrijft Leeflang dat er samen met Vente een bezoek is gebracht aan de kerk en dat er telefonisch is overlegd met de architect van de kerkrestauratie. De meest kwetsbare delen (pijpen, snijwerk en pedaallade) worden opgeslagen op de pastoriezolder. De orgelkas wordt omsloten met een plastic hoes. Windvoorziening en balghuis met balgen worden ook gedemonteerd en opgeslagen. Zo mogelijk op de pastoriezolder. Het orgel zal daarna worden voorzien van een omtimmering en worden opgehangen aan een dakspant, zodat er kan worden gewerkt aan het orgelbalkon. De kosten van de werkzaamheden door Leeflang bedragen f 3.000,-
Op 14 maart bericht architect van der Sterre aan het ministerie van OKW dat het orgel wordt gedemonteerd tijdens de kerkrestauratie.
Op 7 april schrijft de HOC in een brief aan de Kerkvoogdijkamer Drenthe dat men heeft vernomen dat het orgel is gedemonteerd wegens de kerkrestauratie en dat er plannen zijn om het orgel te restaureren. De kerk in Rolde is verplicht advies te vragen bij de commissie.
Op 19 april vraagt de kerkvoogdij aan Leeflang wat de kosten zijn voor het weer opbouwen van het orgel in de kerk na de kerkrestauratie.
Op 3 mei schrijft Leeflang dat de kosten op dit moment nog niet zijn in te schatten. Pas na voltooiing van de kerkrestauratie is een inschatting mogelijk.
Op 6 mei meldt de PCTHKD dat zij van de HOC hebben vernomen dat het orgel is gedemonteerd in verband met de kerkrestauratie. Het orgel is pas gerestaureerd. Komt er weer een restauratie?
Op 8 mei beantwoordt de kerkvoogdij van Diever een vraag van de kerkvoogdij van Rolde. Orgelmaker Rinkema heeft het orgel van Diever gedurende de kerkrestauratie gedemonteerd, gerestaureerd en weer herplaatst voor f 3.407,37 inclusief de levering van een windmachine voor f 760,-.
Op 4 oktober vraagt de kerkvoogdij aan architect van der Sterre of Leeflang de werkzaamheden goed heeft uitgevoerd. Als dat het geval is kan de rekening van f 3.000,- worden voldaan.
Op 6 oktober antwoordt het College van Toezicht voor Drenthe dat het orgel is opgeslagen op de zolder van de pastorie. Bij terugplaatsing zal geen restauratie nodig zijn. Men wacht dan ook het advies van de betreffende instanties af.
Op 9 oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdijkamer dat de demontage heeft plaatsgevonden onder supervisie van een particulier adviseur. De orgelcommissie vermoedt dat bij herplaatsing dezelfde procedure zal worden gehanteerd en dat de orgelcommissie niet zal worden ingeschakeld.
Op 15 november vraagt Leeflang waarom de rekening van f 3.000,- voor de demontage van het orgel nog niet is betaald. (28)

1964
Op 23 maart schrijft de kerkvoogdij aan orgelmaker Rinkema dat het orgel uit de kerk is verwijderd en dat de Hervormde Orgelcommissie geen bemoeienis heeft met het orgel.
Op 27 april stuurt orgelmaker Blank een offerte voor het herplaatsen van het orgel. Blank heeft samen met de organist Dik Jansz. Zwart een bezoek aan het orgel gebracht. Het orgel heeft zeer geleden onder de kerkrestauratie door vocht, gruis en stof en kan niet zonder restauratie worden herplaatst. De windladen moeten worden gerestaureerd en er dient een verende sleepconstructie te worden aangebracht. Deze is nodig vanwege de geïnstalleerde heteluchtverwarming. De orgelkas kan het best worden gerestaureerd en geschilderd door de bedrijven, die waren betrokken bij de kerkrestauratie. De vier spaanbalgen moeten opnieuw worden beleerd. De windkanalen zullen moeten worden gerestaureerd en waar nodig vervangen. De windmotor dient te worden opgesteld in een dempkist op een verend onderstel.
De mechaniek moet zo worden aangepast dat de invloed van de heteluchtverwarming zo gering mogelijk is. Het pijpwerk wordt schoongemaakt en hersteld waar nodig. Geen aanpassingen aan de intonatie. De kosten worden ingeschat op f 28.000,- en de levertijd is 2 jaar.
Op 25 mei schrijft muziekhandel Van Slooten uit Assen dat men heeft vernomen dat er problemen zijn met het orgel. Men biedt aan een elektronisch 'Parie-orgel' in de kerk te demonstreren.
Op 28 mei vraagt het Bureau Monumentenzorg (BM) aan orgelmaker Rinkema of hij op 1 juni in de kerk kan zijn om samen met de restauratiecommissie het orgel te bekijken.
Op 9 juni beantwoordt de kerkvoogdij een vraag van de directeur van het BM, dhr. Helbers, over het orgel in de kerk naar aanleiding van de kerkrestauratie. De stand van zaken wordt gemeld. Er is nog geen beslissing genomen.
Op 10 juni brengt orgelmaker Rinkema een offerte uit voor de herplaatsing van het orgel. Hij plant de volgende werkzaamheden:
 - Schoonmaken van het orgel
 - Herplaatsen van balgen, windkanalen, windmachine en balgkast
 - Oplijmen van het losgelaten toetsbeleg.
 - Herplaatsen, schoonmaken en herstellen van het pijpwerk
 - Pas als de windladen weer zijn aangesloten op de windvoorziening kan worden bepaald of ze dienen te worden hersteld.
De kosten worden door Rinkema ingeschat tussen f 4.000,- en f 4.500,-. De doorlooptijd schat hij op 13 weken.
Op 16 juni vraagt de kerkvoogdij aan Bakker & Timmenga een offerte uit te brengen voor de herplaatsing van het orgel na de kerkrestauratie.
Op 17 juni antwoordt Bakker & Timmenga dat ze geen tijd hebben vanwege een volle orderportefeuille.
Op 22 juni schrijft Rinkema dat hij nog geen antwoord heeft gehad op zijn offerte van 10 juni. Hij is momenteel bezig in Gasselte en verwacht de werkzaamheden daar deze week te kunnen afronden. De Rolder kerk zou op 3 juli weer in gebruik worden genomen. De vraag is of de frontpijpen dan zijn herplaatst. Dit is mogelijk, maar dan moet er wel onmiddellijk begonnen worden.
Op 25 juni vraagt de kerkvoogdij aan Rinkema wat de kosten zijn voor het terugplaatsen van de orgelpijpen.
Op 27 juni beantwoordt orgelmaker Rinkema de vraag van de kerkvoogdij van 25 juni. Voor het herplaatsen van de frontpijpen is het lastig een prijs te geven. De pijpen zijn liggend opgeslagen geweest, daarbij ingezakt en pas later rechtop gezet. Het lukt in geen geval voor aanstaande vrijdagavond. Als ze uit de pastorie gehaald kunnen worden en direct worden geplaatst bedragen de kosten f 300,-. Als de pijpen opnieuw gerond moeten worden schat hij de kosten vrijblijvend in op f 425,-. (28)
Op 3 juli wordt de kerk weer in gebruik genomen. Zie programma.
Op 11 november schrijft architect van der Sterre dat hij geen afschrift heeft van de rekening die hij zou moeten beoordelen. De kerkvoogdij informeert telefonisch naar een brief van 4 oktober 1961. (39)

1965
In januari schrijft orgelmaker Ottes dat hij zich heeft gevestigd als orgelmaker in Roden. Hij heeft 7 jaar ervaring opgedaan bij Mense Ruiter, Vierdag en Leeflang. Ook heeft hij studiereizen gemaakt naar bekende orgels in Nederland en het buitenland.
Kladnotitie van een bezoek dat men op 15 januari 1965 aan de werkplaats van orgelmaker Ottes in Nieuw-Roden heeft gebracht. Hij is bevriend met de familie Edskes uit Groningen. Men heeft de indruk dat hij competent is om het orgel weer in orde te brengen.
Op 20 januari levert orgelmaker Ottes uit Roden een offerte voor herplaatsing van het orgel op basis van een bezoek dat hij op 19 januari heeft gebracht. Hieronder de belangrijkste constateringen:
 - De orgelkas staat 15 cm uit het lood.
 - De pedaalkas is niet meer aanwezig
 - Achter de orgelkas ontbreekt de tweede vloer.
 - Door verandering van het orgelbalkon is het erg lastig het pedaalklavier weer te installeren
 - Van beide klavieren is het toetsbeleg los
 - Beide windladen zijn sterk vervuild. De pedaallade is in goede staat, maar heeft te korte ventielstiften
 - De windvoorziening kan weer worden gemonteerd, maar de doorgang tussen de orgelkas en de balgkas is erg nauw. De oude spaanbalgen zijn nog intact.
 - Het pijpwerk is in goede staat.
 - De orgelkas is zeer sterk vervuild.
Hij stelt voor f 7.798,- de volgende werkzaamheden voor:
 - Algehele schoonmaak.
 - Orgelkas weer recht zetten.
 - Klavieren opnieuw beleggen met ivoor en kromme toetsen rechten
 - De manuaalladen demonteren en geheel schoonmaken.
 - Beschadigde frontconducten vervangen door flexibele buizen
 - De oude spaanbalgen weer installeren en aansluiten.
 - Contactslot installeren.
Op 31 januari functioneert orgelmaker Rynko Ottes als organist in een kerkdienst met medewerking van het meisjeskoor van de Sionskerk in Groningen.
Op 13 februari schrijft de kerkvoogdij aan Ottes dat ze bereid zijn hem de opdracht te gunnen onder de volgende voorwaarden: goedkeuring door het Ministerie van OKW of Monumentenzorg en de 'goudclausule' moet worden geschrapt. Het werk dient aan te vangen in 1966 en gereed te zijn in oktober 1966.
Op 15 februari schrijft de kerkvoogdij aan het ministerie van OKW dat het orgel wordt herplaatst voor f 7.798,-. Met bijkomende kosten wordt het bedrag ingeschat op f 10.000,-. Is er subsidie mogelijk?
Op 22 februari aanvaardt Ottes de opdracht.
Op 11 maart informeert Rinkema wat de stand van zaken is rond zijn offerte. Hij heeft nog niets gehoord.
Op 17 maart belt orgelmaker Ottes met het BM. Zie de telefoonnotitie.
Op 3 april een rekening van Rinkema van f 73,50 voor het maken van een offerte voor het terugplaatsen van het orgel.
Op 29 juni schrijft directeur Helbers van het BM dat orgelmaker Leeflang de in 'hout gesneden adelaar met gespreide vleugels' weer naar de kerk heeft terug gebracht. Bij de restauratie door Leeflang is de adelaar niet weer teruggeplaatst op de middentoren. Hij zal nu worden opgehangen in de kerk.
Op 5 juli schrijft het Drents Museum dat de rekening van f 73,50 van Rinkema voor het maken van de offerte voldaan kan worden. Dit bedrag is alleszins redelijk. Men is blij dat de firma Ottes de terugplaatsing zal verzorgen. De offerte van Rinkema is aangevraagd omdat men de offerte van Leeflang 'exorbitant' hoog vond.
Op 16 september een notitie van het BM over contact met het ministerie. Kan het orgel weer in elkaar worden gezet na de restauratie van de kerk? Men acht orgelmaker Ottes wel geschikt. Ook nu wordt de vriendschap met de familie Edskes genoemd. De kosten worden geschat op f 10.000,-
Op 21 september heeft het BM weer contact met het ministerie. De opdracht kan naar Ottes. Een brief met de goedkeuring volgt nog.
Op 5 oktober weer contact van het BM met het ministerie. Het dossier blijkt nog niet op orde te zijn. Als dat op orde is kan de brief worden verstuurd.
Op 5 oktober beantwoordt het ministerie van OKW de brief van de kerkvoogdij van 15 februari. De kosten van de herplaatsing zijn goedgekeurd. Alleen de kosten als gevolg van de kerkrestauratie komen voor vergoeding in aanmerking.
Op 7 oktober contact van het BM met het ministerie. De brief blijkt zoek te zijn geraakt. Hij wordt opgezocht en zo spoedig mogelijk verzonden.
Op 13 oktober stuurt Dirk Jansz. Zwart een rekening van f 400,- voor zijn advieswerk voor de restauratie van het orgel. Hij bezocht het orgel op 20 februari en 18 april 1964. (28) (39)


Foto Orgelcentrum nr. 3779 na de kerkrestauratie van 1961-1964

1966
In maart krijgt Helbers van het BM een uitnodiging om de ingebruikname van het orgel op 18 maart bij te wonen.
Op 18 maart wordt het orgel weer in gebruik genomen met medewerking van orgelmaker Ottes als organist, het kerkkoor van Rolde, J. Kuik op piston en W. Naber op bugel. Zie ingebruiknameprogramma. (39) Zie Nieuwsblad van het Noorden (21-03-1966).
Op 28 maart wordt besloten het noodorgel te verkopen aan de leverancier dhr. Van Slooten. Op 31 mei blijkt het orgel te zijn opgehaald. (36)
Op 31 maart stuurt Ottes een rekening voor de tweede en derde termijn, samen voor f 5.199,-. Extra werkzaamheden: nieuw ivoren toetsbeleg f 785,-, timmerwerken, elektrische leiding en 6% stijging loonkosten. Samen f 1.776,82 (28)
Op 23 september geeft orgelmaker Ottes uitleg over de problemen met het orgel door de heteluchtverwarming van de kerk. Oplossing is de kerk zeer geleidelijk op te warmen en de verwarming niet hoger zetten dan 18 graden. Ook kan een infrarode verwarming in het orgel worden aangebracht teneinde de verschillen in temperatuur en luchtvochtigheid tot een minimum te beperken. Kosten: f 200,- Verder wordt een overeenkomst met Ottes aangegaan om het orgel twee keer per jaar te stemmen voor f 100,- per keer. (36)
Op 12 december schrijft Ottes aan de kerkvoogdij dat er nog steeds een bedrag van f 559,05 open staat. Hij ziet zich genoodzaakt rente in rekening te brengen. (28)
Op 21 november wordt besloten dat organist Bogaard een abonnement op kosten van de kerk kan nemen op het blad Musica Pro Deo. Na lezing kan hij het blad dan doorgeven aan organiste mevr. van 't Hull. (36)


Foto nr. Pu 31976 1967 (44)

Tekst op het bord boven het klavier:
DE HERV. GEMEENTE VAN ROLDE
ONTVING DIT ORGEL VAAN EEN HARER
VOORMALIGE LERAARS, DEN WELEERWAARDE
ZEERGELEERDE HEER C;BROUWER. THANS RUSTEND
LERAAR TE ASSEN, ALS EEN BLIJK VAN
BLIJVENDE LIEFDE EN VOORTDURENDE BE
LANGSTELLING IN HARE GODSDIENSTIGE
BELANGEN, TERWIJL HET, DOOR VRIJ
WILLIGE BIJDRAGEN DER GEMEEN
TE, VERGROOT EN VERFRAAID, OP DEN
28 NOV 1847 PLECHTIG WERD GEWIJD

1968
Op 16 april meldt organiste mevr. van 't Hull dat ze stopt vanwege drukke werkzaamheden. Als opvolger is in beeld dhr. van der Brug, cantor-organist in Westerbork. Het abonnement op Musica pro Deo wordt met een jaar verlengd. Het orgel is op 11 april gerepareerd voor f 150,40 door orgelmaker Ottes.
Op 2 augustus blijkt dat mevr. van 't Hull inderdaad gaat stoppen. Dhr. Bogaard gaat aan het eind van het jaar weg vanwege een verhuizing. Als opvolgster wordt gedacht aan een mej. Speets of Spelde uit Assen.
In september wordt gepolst of onderwijzer Hidding uit Rolde het orgel zou willen bespelen.
In november wordt afgesproken om bij de Muziekschool van Assen te informeren naar een organist. Orgelmaker Ottes is niet meer beschikbaar voor het stemmen van het orgel. Besloten wordt met organist Boogaard te overleggen omtrent een andere stemmer.
Op 3 december wordt meegedeeld dat een nieuwe organist is gevonden in de persoon van dhr. van der Valle uit Assen. Van der Valle heeft al contact gehad met Boogaard over het orgelrooster. Hij zal tussen de f 7,- en f 10,- per dienst krijgen. Orgelmaker Mense Ruiter heeft toegezegd het orgel te gaan stemmen. (36)

1969
Op 17 januari wordt gememoreerd dat Mense Ruiter het orgel nog voor Kerst heeft gestemd. De kosten waren f 180,65. Volgens Ruiter mankeert er nogal wat aan het orgel. Hij zal dit op schrift stellen. De kerkvoogdij gaat informeren wat de kosten zijn van een rapport door de HOC.
Op 20 januari schrijft de kerkvoogdij de HOC dat de kerkrestauratie in 1964 gereed is gekomen. Het orgel, dat tijdelijk was opgeslagen, is weer in de kerk geplaatst. Er is ook een nieuwe kerkverwarming geïnstalleerd. Sindsdien zijn er klachten over het orgel. Volgens de orgelstemmer is dit te wijten aan de nieuwe kerkverwarming. Kan de HOC een onderzoek uitvoeren?
Op 28 januari wordt besloten een voorlopig orgeladvies aan te vragen bij de HOC. De kosten hiervoor bedragen f 80,-. De organisten hebben klachten over het orgel. Deze zullen worden doorgegeven aan Mense Ruiter.
Op 29 januari geeft de kerkvoogdij de HOC opdracht voor een voorlopig advies.
In de kerkvoogdijvergadering van 18 februari wordt meegedeeld dat de HOC op 26 februari het orgel zal onderzoeken.
Op 19 februari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat een bezoek op 26 februari akkoord is. Zo mogelijk zullen predikant en organist aanwezig zijn.
Het voorlopige advies van de HOC dateert van 11 maart. De bouwer van het orgel is onbekend. Daarna wordt de dispositie vermeld. Het orgel is nagenoeg onspeelbaar. De winddruk is veel te laag. Dit is voornamelijk te wijten aan het windverlies in de kanalen en windladen en misschien ook de balg. Het is eigenaardig dat van de twee balgen er maar één in gebruik is. De windladen hebben in sterke mate door- en bijspraak. De toetsmechaniek is ontregeld door waarschijnlijk de kerkverwarming. Een andere oorzaak is dat mechaniek en windladen tijdens de kerkrestauratie in de kerk zijn gebleven. Het is onbegrijpelijk dat orgelmaker Leeflang hiervoor niet heeft gewaarschuwd. Het pijpwerk is voor het grootste gedeelte oud. Gezien de ouderdom van het orgel zal contact worden opgenomen met de Rijksadviseur voor Orgels of er subsidie mogelijk is.
Op 14 maart komt het advies van de HOC aan de orde. Dit advies wordt eerst voor kennisgeving aangenomen. Op 1 maart is Mense Ruiter langs geweest. Zijn rapport is nog niet binnen. Organist Boogaard vertrekt per 1 september. Van der Valle krijgt f 7,50 per dienst.
Op 10 april stuurt de HOC een rekening voor het advies.
Op 17 juni schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat het overleg met de Rijksadviseur voor orgels niet heeft opgeleverd dat het orgel op de monumentenlijst wordt geplaatst. De kosten van restauratie moet dus zelf worden gefinancierd. Aangeraden wordt een offerte te vragen aan Mense Ruiter die het orgel al in onderhoud heeft. Allereerst zal echter een adviseur moeten worden ingeschakeld. Het orgel moet worden verzekerd voor een vervangingswaarde van f 160.000,-.
Op 7 september wordt een brief  geschreven waarin de kerkvoogdij zijn verwondering uitspreekt dat het orgel zeer waardevol (f 160.000,-) is maar niet subsidiewaardig. De kerkvoogdij ziet af van restauratie. De aanschaf, indien noodzakelijk, van een geheel nieuw, modern orgeltje, lijkt ons, mede uit financieel oogpunt bezien, aantrekkelijker. In dat geval zouden wij ons huidige orgel gaarne verkopen aan een andere kerkvoogdij tegen het door U gewaardeerd bedrag of eventueel een lagere kostprijs. Zou de HOC kunnen helpen bij het vinden van een koper?
Op 12 september wordt de zaak behandeld  dat het orgel niet voor subsidie in aanmerking komt. Herstel is echter wel zeer noodzakelijk. Het orgel zou voor f 160.000,- verzekerd moeten worden. De commissie geeft een paar namen door van mogelijke orgeladviseurs. De kerkvoogdij besluit vanwege het ontbreken van subsidie voorlopig van restauratie af te zien.
Op 3 oktober schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat het bedrag de vervangingswaarde betreft. Dit houdt in het bouwen van een nieuw orgel van vergelijkbare grootte. Dat het orgel niet meer als monument wordt erkent heeft als oorzaak de behandeling van het orgel tijdens de kerkrestauratie van een paar jaar geleden. Het is goed mogelijk het orgel weer te herstellen. Misschien is een subsidieaanvraag van het ministerie van Cultuur en Maatschappelijk werk mogelijk. Voor verkoop van het orgel is ook toestemming nodig van het ministerie.
Op 17 oktober schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze een subsidieaanvraag bij het ministerie hebben gedaan.
Op 31 december schrijft het ministerie dat subsidie niet mogelijk is omdat het orgel niet op de monumentenlijst staat.
(36) (46)

1970
Op 12 januari schrijft de kerkvoogdij naar de HOC dat de subsidieaanvraag is afgewezen. (46)
Op 24 maart wordt meegedeeld dat Mense Ruiter de volgende dag onderhoudswerkzaamheden zal uitvoeren. (36)
Op 31 december deelt het ministerie mee dat ze geen subsidie kunnen verlenen omdat het orgel geen monumentale waarde heeft. (39)

1971
Op 19 januari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het orgel voorlopig wordt gebruikt in de huidige staat. Mocht het orgel geheel uitvallen dan zal men zich beraden over de te nemen maatregelen. Er wordt dan overwogen een nieuw of gebruikt orgel aan te schaffen. Een nieuw orgel blijkt goedkoper te kunnen dan de door de HOC geschatte restauratiekosten.
Op 26 januari reageert de HOC. De HOC heeft tot nu toe nooit een raming gemaakt voor de restauratiekosten. Mense Ruiter zou het orgel waarschijnlijk kunnen herstellen voor tussen de f 50.000,- en f 60.000,-. Het orgel is een herstel zeker waard. Ook een nieuw orgel kost een groot bedrag, waarbij het de vraag is of de bestaande orgelkas verwijderd mag worden. Een tussenoplossing zou kunnen zijn een nieuw orgel in de bestaande orgelkas. Misschien met gebruikmaking van bestaand pijpwerk. Aanschaf van een geschikt gebruikt orgel is vaak lastig uitvoerbaar. Goede instrumenten worden niet vaak aangeboden. (46)

1978
Op 9 februari maakt orgelmaker Bernard Koch een offerte voor de restauratie van het orgel.
In de eerste etappe wordt de windlade van het Hoofdwerk geheel gedemonteerd. het windladeraam wordt gevlakt, de dekplaten uit hechthout met watervaste lijm afdekken, de slepen vervangen door kunststofslepen en aanbrengen van telscoophulzen.
Pijpwerk schoonmaken, repareren, opnieuw intoneren en stemmen.
De mechaniek van het Hoofdwerk wordt geheel vernieuwd met licht metaal.
De speeltafel, wellenbord en koppelingen worden vervangen.
Het regeerwerk van de registers wordt uit licht metaal vervaardigd met draaipunten in kogellagers. De huidige klavieren worden hergebruikt.
De windlade en mechaniek van het Pedaal worden op een soortgelijke manier vernieuwd.
Het bovenmanuaal wordt in de bestaande toestand op de nieuwe speeltafel aangesloten en gestemd.
De kosten bedragen f 43.250,-. Garantie 30 jaar indien door Koch onderhouden.
Op 8 maart schrijft de HOC de kerkvoogdij 'dat de firma Koch te Apeldoorn, waarover U informatie vroeg, door onze commissie niet in één adem wordt genoemd met andere te goeder naam en faam bekend staande orgelbouwers.' Voor advies bij de restauratie is geen goede organist maar een goede orgeladviseur nodig.
Op 13 maart schrijft de kerkvoogdij aan Koch dat de restauratie doorgang kan vinden. De restauratie wordt begeleid door de plaatselijke organisten J. Bolhuis en S. Zwerver. De werkzaamheden dienen uiterlijk op 1 april te zijn gestart. Er wordt naar gestreefd het orgel op 25 december weer in gebruik te nemen. Meerwerk alleen mogelijk na toestemming door de kerkvoogdij.
Op 29 maart schrijft de kerkvoogdijkamer dat ze in het kerkblad van Rolde hebben gelezen dat rond 10 maart een opdracht zou worden gegeven voor de restauratie van het orgel. Hiervoor is goedkeuring nodig van de kerkvoogdijkamer.
Op 15 mei schrijft de kerkvoogdij aan het College van Toezicht dat er in 1976 een orgelfonds is gesticht. Een bazaar bracht in één keer zoveel op dat een restauratie mogelijk werd. De restauratie moest echter in 1978 worden uitgevoerd was een eis bij een gift van f 15.000,-. Van de drie binnengekomen offertes was de offerte van orgelmaker Koch de enige die dit kon garanderen. Er werden inlichtingen ingewonnen bij organisten (in de kantlijn staat geschreven 'S.C. Janssen, P. v. Egmond en Lensink' met een uitroepteken), die positief waren. Onze organist dhr. Bolhuis die zelf amateur-orgelmaker is en dus goed met de materie op de hoogte is had ook vertrouwen. Ook het bespelen van een Koch-orgel gaf vertrouwen. Koch is inmiddels begonnen met de restauratie.
Op 22 augustus schrijft het College van Toezicht dat de restauratie binnen het college uitvoerig is besproken. Dat haast was geboden is begrijpelijk, maar dat ontslaat de kerkvoogdij niet van de plicht om advies te vragen bij de HOC. Dit ongeacht of uw ervaringen in het verleden met de HOC negatief waren. Uit onderzoek van de correspondentie blijkt dat de HOC in het verleden correct heeft gehandeld. Een kopie van deze brief is naar de HOC gestuurd.
Op 11 oktober schrijft de kerkvoogdij aan het College van Toezicht dat de brief van 22 augustus op 5 september is besproken. De kerkvoogdij heeft zich niet gerealiseerd dat er advies nodig was van de HOC ondanks het feit dat het orgel niet op de monumentenlijst voorkomt. De offerte van Koch wordt toegestuurd. Volgens de kerkvoogdij komt de offerte van Koch grotendeels overeen met het advies van de HOC. Inmiddels wordt besproken over het wijzigen van de restauratie zodanig dat het pedaal kan worden uitgebreid op een nieuwe windlade. Het pedaalwerk wordt daarom voorlopig niet gerestaureerd. Als adviseurs dien onze organisten Bolhuis en Zwerver en dhr. Lensink organist te Eibergen. Een advies van de HOC over deze restauratie wordt op prijs gesteld.
Op dezelfde datum wordt de HOC op de hoogte gesteld van de voortgang van de restauratie. Het herstel van de windlade en pijpwerk is nagenoeg gereed. In oktober wordt gestart met de opbouw in de kerk.
Aan het einde van 1978 had men in het orgelfonds inmiddels f  40.000,- bij elkaar gebracht. (46)

1979
Op 10 september schrijft het College van Toezicht aan de kerkvoogdij. Op de vergadering van 5 september is na het voltooien van de eerste fase van de restauratie het volgende afgesproken:
-De HOC zal een eindkeuring verrichten
-Voordat de tweede fase kan worden uitgevoerd is er goedkeuring nodig van de HOC en qua financiën van het College van Toezicht. (46)

1980
Op 13 juli schrijft de HOC aan de kerkvoogdij dat ze nog geen aanvraag hebben gekregen voor een eindkeuring. Ook is er niet gevraagd om een advies voor het uitvoeren van de tweede fase.

1981
Op 12 januari wordt in de kerkenraadsnotulen vermeld dat de restauratie door ziekte bij de firma Koch is vertraagd. De vernieuwde onderdelen liggen nog in de werkplaats te Apeldoorn.
Op 25 februari wordt gemeld dat Koch de vernieuwde onderdelen weer zal installeren. Vermoedelijke doorlooptijd circa 6 weken.
Op 9 maart doet organist Bolhuis verslag van de voortgang van de restauratie. De kerkvoogdij vindt dat de werkzaamheden te traag verlopen. Vermoedelijk is het orgel niet voor Pasen gereed. Door werkzaamheden aan de orgelgalerij zal het orgel circa 3 weken niet bespeelbaar zijn. Koch zal zorgen voor een noodorgel.
Op 13 april wordt geconstateerd dat voor de orgelrestauratie f 116.000,- is bijeengebracht. De restauratie is zo goed als afgerond. Er wordt nog gewacht op de levering van één pedaalregister. Ook moet het orgel nog acclimatiseren en daarna bijgeregeld. De ingebruikname wordt bepaald na de oplevering door Koch. Vrijwilligers zullen de pedaalkas gaan schilderen.
Op 11 mei wordt gemeld dat de orgelrestauratie is afgerond. De ingebruikneming wordt gepland na de zomervakantie.
Op 14 september wordt gemeld dat het orgel is geïnspecteerd door twee orgeldeskundigen en de beide Rolder organisten. Van deze inspectie is een rapport gemaakt met de geconstateerde tekortkomingen en aan de orgelmaker overhandigd. Deze zal de gebreken herstellen. De Bazuin 16' van het pedaal is nog steeds niet gearriveerd. De officiële overdracht in besloten kring zal plaatsvinden op 9 oktober. Later volgt een openbare ingebruikname. Op 7 november een orgelconcert door de organist Piet Wiersma.  (21) (28)

De volgende werkzaamheden zijn uitgevoerd: 
Op vrijdagavond 9 oktober 1981 wordt het orgel officieel weer in gebruik genomen. Er wordt een concert gegeven door organist Jaap Zwart. Inspeelconcert door de Rolder organisten Bolhuis en Zwerver op 11 oktober. (21)

Dispositie:
Manuaal I   Manuaal II   Pedaal  
Prestant 8' Quintadeen 8' Subbas 16'
Holpijp 8' Holpijp 8' Gedekt 8'
Gedekte fluit 4' Prestant 8' disc. Octaafbas 4'
Octaaf 4' Fluit dolce 4' Koraalbas 8'
Woudfluit 2' Superoctaaf 2' Bazuin 16'
Sesquialter II Speelfluit 2'    
Mixtuur II-IV Spitsfluit 1 1/3'?    
Trompet 8' Scherp III-IV    
    Kromhoorn 8'     
    Tremulant      
Koppels: Manuaal I-II, Manuaal I - Pedaal, Manuaal II - Pedaal

De foto's hierboven zijn afkomstig van de website van de kerk (21)

Op 23 december beantwoordt de HOC een brief van het College van Toezicht van 20 oktober. Een kopie van het antwoord werd per abuis ook aan de kerkvoogdij van Rolde gezonden. Sinds 1980 heeft de HOC geen informatie meer ontvangen omtrent de orgelrestauratie. 'Dit bevreemdt ons zeer en is natuurlijk niet bevorderlijk voor een goede gang van zaken. Misschien is er voor U aanleiding om Uw en ons misnoegen daarover, aan de kerkvoogdij kenbaar te maken (voorzover U dat althans niet reeds hebt gedaan).'

1982
Op 30 maart schrijft de kerkvoogdij aan het College van Toezicht: 'Wij zijn ons er van bewust dat wij bij de restauratie van ons kerkorgel niet geheel overeenkomstig de voorschriften hebben gehandeld. De opgedane ervaringen bij de vorige restauratie van het orgel in 1963, waren van dien aard dat wij niet de behoefte gevoelden om de orgelcommissie in te schakelen. De restauratie in 1963, die werd uitgevoerd door de fa. Leeflang (niet correct GJP) onder toezicht van de orgelcommissie, heeft tot gevolg gehad dat ons orgel dat voordien als een monument werd aangemerkt, als zodanig van de lijst werd afgevoerd, vanwege de slecht uitgevoerde restauratie.' Na 17 jaar was het orgel alweer in een slechte staat. Na de restauratie is het orgel weer bespeeld door gerenommeerde organisten die alle tevreden waren over het orgel. Een eindcontrole door de HOC is geen bezwaar, maar lijkt de kerkvoogdij niet erg zinvol. De kosten daarvan zullen dan ook niet worden vergoed.
Op 29 april schrijft het College van Toezicht aan de HOC dat er weer is overlegd over de orgelrestauratie in Rolde. Het wordt hoog tijd om deze zaak tot een oplossing te brengen. Het imago van de HOC heeft schade geleden.
Op 30 september schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat het niet mogelijk is het orgel op 13 oktober te keuren. In de week van 18-23 is dit wel mogelijk. De kerkvoogdij is niet bereid de kosten van een keuring te betalen. De keuring is zinloos omdat het orgel goed is opgeleverd. In het verleden zijn slechte ervaringen opgedaan met orgelbouwers die door de HOC waren geadviseerd.
Op 21 december verschijnt het verslag van een keuring door Aart van Beek en Willem Hülsmann van de HOC. De bouwer van het orgel is onbekend. Het werd in 1847 door van Oeckelen in Rolde geplaatst en toen waarschijnlijk uitgebreid met een bovenwerk. In de jaren '50 werd het onder advies van Maarten Albert Vente gerestaureerd door Leeflang. Na de kerkrestauratie in de jaren '60 werd het orgel weer opgebouwd door de beginnend orgelmaker Ottes uit Roden. In 1969 werd er door de HOC een voorlopig advies geschreven omdat het orgel mankementen vertoonde na het installeren van een nieuwe kerkverwarming. Een poging om het orgel op de monumentenlijst te krijgen mislukt omdat het orgel tijdens de restauratie in de kerk is gebleven en grote schade opliep. In 1978 kreeg de firma Koch van de kerkvoogdij opdracht om het orgel te restaureren. Bij alle werkzaamheden aan het orgel is de HOC niet betrokken geweest.
Bij de restauratie door Koch 'moet worden vastgesteld, dat er op o.i. onaanvaardbare en betreurenswaardige wijze is omgesprongen met het historische gegeven.'
De oude klavieren zijn vervangen door niet passende nieuwe. De twee oude spaanbalgen zijn vervangen door zwemmerbalgen. Koppels zijn vervangen door treden van licht metaal. Toepassing van multiplex en metaal past niet bij een oud orgel. De windlade van het Hoofdwerk is grotendeels nieuw. De lade van het Bovenwerk is geheel nieuw. De windlade is te groot, waardoor de pijpen boven het orgel uitsteken. Daarna wordt de dispositie beschreven.
Het oude pijpwerk is ouder dan het jaar van plaatsing. Het nieuw pijpwerk is deels van Leeflang en deels van Koch. De intonatie is onacceptabel. De nieuw Bazuin van Koch is grof van toon. De vulstemmen houden slecht stemming. Het Bovenwerk is luider dan het Hoofdwerk. 'Het spijt ons bijzonder, dat wij ten aanzien van het werk een zo negatief geluid moeten laten horen. Wij hopen, dat het nog eens mogelijk zal zijn om althans het oude pijpwerk een behandeling te geven in overeenstemming met zijn kwaliteit, opdat het op een betere wijze tot klinken kome dan thans het geval is.'
De HOC heeft een overzicht gemaakt van de correspondentie tussen 1954 en 1982. Daarnaast is er een samenvatting van de brieven tussen 1954 en 1971. (46)

1989
Wijzigingen door Sicco Steendam. Op het Bovenwerk komt een Prestant 8' discant in de plaats van de aanwezige Viola di Gamba 8'. Dit is 19e-eeuws pijpwerk, mogelijk afkomstig van Henricus Lindsen, een leerling van Abraham Meere. Het pijpwerk van de Scherp wordt van de lade gehaald en leeg gelaten. Op het Hoofdwerk wordt een Octaaf 2' geplaatst van fabrieksmakelij in plaats van de oude Woudfluit 2'. De Woudfluit 2' verhuist naar een gereserveerde plaats op de pedaallade van 1981. De discant van de oude Woudfluit 2' van het Hoofdwerk wordt boven op de pedaalkast gelegd. (47)

1991
Op 7 november vraagt de Stichting Behoud Kerkelijke Gebouwen in Groningen (SBKGG) de HOC om een voorlopig rapport te maken. De kosten worden door de stichting betaald.
Op 14 november antwoordt de HOC dat de adviseurs Aart van Beek en Rudie van Straten op 4 december het orgel zullen bezoeken. (46)

1992
Op 29 april maakt Aart van Beek een rapport op basis van een bezoek aan de kerk op 4 december 1991. Volgens organist Bolhuis heeft orgelmaker Steendam in 1986 een wijziging in de dispositie aangebracht als volgt: De Woudfluit 2' van het Hoofdwerk is vervangen door een nieuwe Octaaf 2' en een deel van het pijpwerk is geplaatst in het pedaal. De oorspronkelijke Viola da Gamba 8' van het Bovenwerk is omgeruild voor een Prestant 8' discant bestaande uit historisch pijpwerk van elders. De Scherp II-IV van het Bovenwerk is verwijderd. 'Ondanks de zeer ingrijpende wijzigingen in het verleden bevat het orgel zoveel materiaal van historische waarde dat het instrument sinds enige tijd (weer) een beschermd monument is. [...] Er liggen plannen op tafel die voorzien in een dispositiewijziging die in zekere mate recht doet aan het oude recept. Er is hiertoe reeds een opdracht aan Mense Ruiter Orgelbouw te Zuidwolde (gr.) verleend. Deze opdracht is in principe niet te elimineren.'
Geadviseerd wordt om de technische mankementen op te lossen en ondertussen te werken in overleg met Mense Ruiter of de bestaande opdracht omgebogen kan worden. Er zou een lange termijnplan gemaakt moeten worden.
Op 29 juni schrijft de HOC dat bij het nalopen van de dossiers Rolde weer aan de orde kwam. De geplande restauratie wordt begeleid door adviseur Stef Tuinstra. De HOC blijft graag op de hoogte van de vorderingen. (46)

1995
Stef Tuinstra maakt een restauratieplan met daarin de volgende hoofdstukken: Samenvatting historie, archivalische verantwoording, restauratieplan. (46)

1999-2002: Eerste fase van de restauratie.
In de eerste fase wordt de windvoorziening aangepast en gereconstrueerd en worden de windladen gerestaureerd. Kosten: EUR 115.000,-
Voor de tweede fase van de restauratie zijn de volgende werkzaamheden gepland:
De orgelkas is nu wit, maar was oorspronkelijk Pruisisch blauw. Het is nog onduidelijk of deze kleur weer wordt aangebracht.

Geplande dispositie na uitvoering van de 2e fase van de restauratie:

Hoofdwerk   Bovenwerk   Pedaal  
Prestant 16vt dis Prestant 8vt dis Bourdon 16vt
Prestant 8vt Holpijp 8vt Prestant 8vt
Holpijp 8vt Fluit doux 8vt dis Octaaf 8vt
Octaaf 4vt Prestant 4vt Bazuin 16vt
Fluit 4vt Fluit 4vt Trompet 8vt
Fluit 4vt Spitsfluit 4vt dis    
Mixtuur 2 sterk Superoctaaf 2vt    
trompet 8vt Speelfluit 2vt    
    Flageolet 1vt    
    Dulciaan 8vt    
    Tremulant      

Koppels: Ped + I, Ped + II, Man I+II (Schuifkoppel)
3 keilbalgen
Ventiel


Foto: Janco Schout

2008

Drenthe-journaal: De Jacobuskerk in Rolde heeft EUR 146.621,- aan subsidie van de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) ontvangen. Vorige maand maakte de RACM bekend dat 150 rijksmonumenten een totaal van 30 miljoen euro aan subsidie kregen. In Rolde gebruiken ze het geld voor verschillende restauraties. De kerk is volgens kerkrentmeester Melle Buruma goed onderhouden, mede dankzij een restauratie in de jaren zestig. De grootste taak is de restauratie van het orgel (een rijksmonument sinds 1991) dat al in 1847 in Rolde is terechtgekomen. Er is in de loop van de jaren van alles aangepast aan het orgel van Rolde. Er is besloten om het orgel weer in de oude stijl te restaureren. Maar eerst moet de bouwer dan boven water komen. Men heeft echter de originele bouwer nog niet kunnen achterhalen. (02)


Foto: Janco Schout

De Stichting Behoud Rolder Kerk (SBRK) ontving van de Lionsclub Assen Drentsche Aa een cheque van tienduizend euro. Dat was de netto opbrengst van een kunstveiling, die in april van dit jaar werd gehouden in samenwerking met het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK) Drenthe. Er kwamen zo`n vierhonderd kunstwerken uit de collectie van de Kunstuitleen van CBK Drenthe onder de hamer. De opbrengst van deze kunstverkoop gaat naar de SBRK, die zich inzet voor het behoud van de historische Jacobuskerk in Rolde. Het geld van de Lions wordt gebruikt voor de restauratie van het monumentale orgel. (03)
De actie 'Adopteer een orgelpijp' van de Rolder Jacobuskerk heeft al 85.000 euro opgeleverd. Er is in totaal 100.000 euro nodig voor de restauratie. De Stichting Behoud Rolder Kerk hoopt dat de orgelrestauratie door orgelmaker Mense Ruiter dit jaar kan beginnen. Het werk zal een jaar duren en kost in totaal 385.000 euro. (04) Zie ook krantenbericht
Tegen Kerst 2008 worden de eerste delen van het orgel gedemonteerd en vanuit de kerk overgebracht naar de werkplaats van de orgelbouwer. Het gaat in eerste instantie om het Pedaal. Mogelijk wordt ook het Bovenwerk, overgebracht naar de werkplaats. In de kerstvakantie zullen vrijwilligers de pedaalkas gaan demonteren zodat de torenmuur weer vrijkomt. De orgelbouwer heeft dan ruimte om de nieuwbouw van het pedaalwerk te gaan voorbereiden. Omdat het Bovenwerk een nieuwe windlade krijgt wil men ook het Bovenwerk verwijderen. Het ligt in de bedoeling dat de wand tussen de toren en de kerk naar achteren wordt verplaatst. De wand komt dan dus verder de toren in te staan. Er wordt geprobeerd deze werkzaamheden mee te nemen in de restauratiewerkzaamheden aan de toren, zoals die in opdracht van de Gemeente Aa en Hunze volgend jaar uitgevoerd gaan worden. Door de verplaatsing van de torenwand ontstaat meer ruimte zodat het pijpwerk van het pedaal beter bereikbaar is voor onderhoud en stemwerkzaamheden. In de huidige situatie zijn de labialen vrijwel niet te stemmen. De extra ruimte die ontstaat wordt gebruikt om het pijpwerk van de Subbas 16 en de grootste pijpen van de Prestant 8 te plaatsen. Deze zullen via conducten vanaf de lade van wind worden voorzien. Zie Drenthe Journaal (30-12-2008). (22)



Foto (20)Tijdens de restauratie stond er een nood-pijporgel in de kerk opgesteld

2009
Kosten orgelrestauratie Jacobuskerk Rolde gedekt (05)
ROLDE - De Stichting Behoud Rolder Kerk (SBRK) heeft de afgelopen maanden met diverse acties en dankzij giften van vele bedrijven, instellingen en stichtingen, 120.000 euro bij elkaar gebracht. De complete restauratie van het orgel kan nu doorgaan.
De SBRK is de inwoners van Rolde en omgeving zeer dankbaar. Zij hebben een flink deel van het bedrag bij elkaar gebracht. Zo hebben ongeveer tweehonderd mensen een orgelpijp 'geadopteerd', wat bijna 15.000 euro heeft opgebracht. En ze bezochten bijvoorbeeld massaal de kerstmarkt in december vorig jaar, waardoor 2650 euro op de rekening van de SBRK kan worden bijgeschreven, mede dankzij samenwerking met de OVVR.
Burgemeester Eric van Oosterhout heeft zondag de cheques overhandigd aan de SBRK en aan de Stichting Opvanghuizen Wingurla (3600 euro). Deze stichting, opgezet door twee inwoners van Rolde, is met hulpprojecten actief in India. Wingurla was deze keer het goede doel van de Rolder kerstmarkt. Daarnaast hebben diverse stichtingen en bedrijven, maar ook de gemeente Aa en Hunze en een aantal Lionsclubs, vele (tien)duizenden euro's gedoneerd.
De orgelrestauratie, die inmiddels is begonnen, gaat naar verwachting een jaar duren en kost in totaal 375.000 euro. Zie Gezinsblad (04-02-2009). (22) 05-02-2009:http://www.assen.nu  (06)
Berichten door RTV Drenthe:
 - 12 november 2007: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/21338/Adoptieplan-restauratie-orgel
 - 22 september 2008: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/29431/Geld-voor-restauratie-Rolder-orgel
 - 23 december 2008: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/32049/Restauratie-orgel-Rolde-begonnen
 - 29 december 2008: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/32138/Actie-restauratie-Rolder-kerk-een-succes
 - 2 februari 2009: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/33089/Kerkorgel-kan-worden-opgeknapt

2010/2011

De restauratie bij Mense Ruiter is in volle gang. Verwacht wordt dat de intonatie zal plaatsvinden in mei/juni 2011. De nieuwe pedaalkas is reeds geplaatst en zal worden geschilderd door de gebroeders Boer.

2011
Bericht uit het kerkblad van april 2011:
'Helaas kijken we nog steeds tegen een lege orgelkas aan. Al eerder is de restauratie in de vertraging geraakt, o.a. als gevolg van de grote werkdruk bij de Nederlandse orgelbouwers door wijzigingen in het subsidiebeleid van de overheid. In het kerkblad van februari is aangegeven waarom de afspraak met de orgelbouwer om het orgel in de zomer op te leveren niet gehaald kon worden. Er is al wel veel werk verricht. Zo zijn de oude pijpen inmiddels gerestaureerd en zijn de tweede balg en één van windladen nieuw gemaakt. De adviseur, de organist Stef Tuinstra heeft geprobeerd zoveel mogelijk vragen te beantwoorden over de historie van ons orgel. Veel vragen bleven onbeantwoord omdat veel historisch materiaal bij voorgaande ingrepen is verdwenen.
Doordat één van de leidinggevenden van Mense Ruiter voor de tweede keer in één jaar geconfronteerd werd met zeer tragische familieomstandigheden, kwam het restauratieproces in de cruciale fase stil te liggen. Juist deze fase van de restauratie is specialistenwerk, omdat nu alle puzzelstukjes bij elkaar moesten worden gebracht. Omdat veel historische delen verloren zijn gegaan, was het in ons orgel dus niet mogelijk om alle onderdelen één voor één te restaureren en terug te plaatsen. Een groot deel van het orgel moet in feite nieuw ontworpen en gemaakt worden op een historisch verantwoorde wijze. Kijken naar de resterende oude delen, oude foto’s in detail bekijken en op basis daarvan alle mechanische delen nieuw maken. Zo bestaan de oude klavieren nog, maar hoe de mechanieken daar vroeger op aangesloten hebben en hoe ze eruit hebben gezien is niet precies te achterhalen. Dit ontwerpproces van onderzoeken, uitdenken en tekenen is het specialistenwerk van één van de leidinggevenden in het bedrijf. Het moge duidelijk zijn dat dit specialistenwerk, waarvoor je bovendien ons orgel heel goed moet hebben geanalyseerd, niet zomaar door een andere orgelbouwer overgenomen kan worden. Bovendien zijn alle Nederlandse orgelbouwers met veel ervaring in restauratie overbezet.
Op 7 april j.l heeft overleg plaatsgevonden over deze situatie tussen een groot aantal betrokkenen, waaronder vertegenwoordigers van de kerkrentmeesters en de organisten, met de orgelbouwer en Stef Tuinstra. De firma Mense Ruiter heeft geprobeerd om op korte termijn een oplossing te vinden voor dit ontwerpwerk, zodat vervolgens alles door hun medewerkers gebouwd en ingebouwd kan worden. Een deel van de reeds vervaardigde onderdelen voor Rolde is gemaakt in de werkplaats van de aan Mense Ruiter gelieerde firma van der Putten in Finsterwolde. Vanuit dit bedrijf lopen relaties naar de Duitse orgelbouwer Harm Kirschner in Stapelmoor. Deze kundige orgelbouwer is door de firma Mense Ruiter gevraagd de voor Rolde uitgedachte constructie van mechanieken etc. in tekeningen uit te werken. Op deze wijze is een oplossing gevonden om al het ontwerp- en tekenwerk in de maand april af te werken. Dit betekent dat na deze maand alle onderdelen in de werkplaatsen in Zuidwolde en Finsterwolde gemaakt gaan worden. Hier heeft men de maanden mei en juni voor nodig. Ook de nog ontbrekende nieuwe pijpen en de laatste windlade worden dan gemaakt. In deze maanden zal ook een nieuwe ombouw van de (historische) klavieren worden gemaakt, die vervolgens in de orgelkas wordt ingebouwd. Met deze nieuwbouw wordt de interpretatie van historische voorbeelden gecombineerd met maten die ook voor de huidige organisten een goede zitpositie opleveren. Zoals eerder gemeld zullen de organisten straks ook niet meer op gelijke hoogte zitten met de bovenkant van de balustrade. Wanneer de nieuwe ombouw van de klaviatuur is ingebouwd zal de hele kas worden geschilderd in de maanden juli en/of augustus. Ook bij het schilderwerk deed zich nog een probleem voor omdat één van de gebroeders Boer van het gelijknamige restauratieschildersbedrijf door een blessure is uitgeschakeld. In overleg met alle betrokkenen zal dit werk worden overgenomen door de firma Martens uit Zuidwolde (Gr.). Wanneer het schilderwerk is uitgevoerd zullen in september alle oude en nieuwe delen van het instrument weer worden ingebouwd. Vervolgens hoopt men in oktober te beginnen met de zgn. intonatie, de klankgeving van alle individuele pijpen, zodanig dat deze gezamenlijk het gewenste klankbeeld gaan opleveren. Men trekt hier 3 maanden voor uit. Dit betekent dat er een strakke planning is, waarbij alles er op gericht is om het orgel eind december klaar te hebben. Dit is ook noodzakelijk omdat afronding van de restauratie vóór 1/1/2012 een belangrijke subsidievoorwaarde is. Het is te hopen dat de vorst dit jaar niet te vroeg invalt zodat de afwerking van de intonatie lastig wordt in verband met de verwarming. Uiteraard willen alle betrokkenen voorkomen dat het orgel wel gebruikt kan worden maar dat de laatste afwerkingen in het klankbeeld nog in het voorjaar moeten worden uitgevoerd. Alles is er op gericht om het orgel daadwerkelijk in december klaar te hebben. Waarschijnlijk zal de openbare ingebruikname pas na de jaarwisseling plaatsvinden omdat de periode rond Kerst en Oud en Nieuw daarvoor niet zo geschikt is. De datum voor de officiële ingebruikname zal in een later stadium worden bepaald. Hopelijk wordt binnen afzienbare tijd in de kerk ook zichtbaar dat er volop aan het orgel gewerkt wordt, zodat iedereen vertrouwen krijgt in de goede afloop.
Melle Buruma' (07)

Reportage RTV Drenthe d.d. 12 december 2012: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/69624/Orgel-Jacobuskerk-Rolde-weer-klaar

2013
Het orgel is nu volledig gerestaureerd/gereconstrueerd door Mense Ruiter met als adviseur Stef Tuinstra.
Het orgel wordt op vrijdag 11 januari in gebruik genomen met een presentatieconcert door Stef Tuinstra. Zie Drenthe Journaal, 10-01-2013 pagina 17 (22), Drenthe Journaal, 17-01-2013 pagina 11 (22)
Details omtrent de restauratie zijn te vinden in het ingebruiknameboekje. (08)
In het boek uit 2013 van André Kamsma, De Rolder kerk - Een middeleeuwse dorpskerk in Drenthe staat het orgel beschreven in hoofdstuk 15 door Melle Buruma. (42)

Dispositie na restauratie

Hoofdwerk (C-f3) Bovenwerk (C-f3) Pedaal (C-d1):
Prestant 16’disc. (O) Prestant 8’ disc (Li) Bourdon 16’ (K)

Prestant 8’ (L/O)

Fluit doux 8’ (L/O/R)

Prestant 8’ (K)

Holpijp 8’ (O)

Prestant 4’ (O/L/R)

Octaaf 4’ (O/L)

Octaaf 4’ (O)

Fluit 4’ (O)

Bazuin 16’ (R)

Fluit 4’ (O)

Spitsfluit 4’ disc (O)

Trompet 8’ (R)

Fluit 2’ (O)

Nasard 3’ (R)

Mixtuur II-III (O/R)

Superoctaaf 2’ (O)

Trompet 8’ (R)

Gemshoorn 2’ (O)

Dulciaan 8’ (R)  

Terts 1 3/5’ (R)

 

Tremulant (opliggend over het gehele werk) (R)
Manuaal-schuifkoppel (O/L/R)
Pedaalkoppel HW (R)
Pedaalkoppel BW (R)
Windvoorziening : 2 spaanbalgen (R)
Toonhoogte : a1 = 440 Hz bij 18oC
Winddruk : 75 mm waterkolom
Stemming : 1/5 komma Wohltemperierte stemming naar Kellner

O = Historisch pijpwerk, in 1847 aanwezig
Li = Historisch pijpwerk (in 1989 toegevoegd), mogelijk van Henricus Lindsen, leerling van Abraham Meere.
L = Pijpwerk Leeflang 1955, in 2012 in stijl bijpassend gemodelleerd en geherintoneerd.
K = Geplaatst door Koch 1979, onzekere herkomst, deels fabriekspijpwerk 20e eeuw, in 2012 in stijl bijpassend gemodelleerd en geherintoneerd .
R = Mense Ruiter 2012, naar voorbeeld pijpwerk orgel Rolde; de tongwerken naar voorbeeld Honhof te Haaksbergen. Deze zijn weer gebaseerd op een traditionele Westfaalse stijl, die sinds eind 17de eeuw nauwelijks is gewijzigd. (08)


Foto Geert Jan Pottjewijd

2014
In het tijdschrift De Orgelvriend (mei 2014) schrijft Dirk Molenaar een artikel over de restauratie.

2016
Jacques Bolhuis, organist van de kerk, wordt koninklijk onderscheiden. Zie Dagblad van het Noorden (december 2016).

Bericht door RTV Drenthe d.d. 11 december 2016: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/116241/Nietsvermoedende-kerkgangers-verrast-met-koninklijke-onderscheiding
 
Bronvermelding:

  1. Romein, T. A., De Hervormde predikanten van Drenthe sedert de Hervorming tot 1861, J. Oomkens J. Zoon, 1861, 111
  2. Drenthe-journaal d.d. 9 augustus 2008 www.assen.nu
  3. Drenthe-journaal d.d. 22 september 2008 www.assen.nu
  4. RTV-Drenthe http://www.rtvdrenthe.nl/ d.d. 14-10-2008
  5. Assen.nu 02-02-2009: http://www.assen.nu
  6. Assen.nu d.d. 05-02-2009:http://www.assen.nu
  7. Informatie verkregen via Wim Boer op 24 april 2011
  8. E-Mail d.d. 09-01-2013 Stef Tuinstra
  9. Boek: Klankschoonheid der Drentse orgels door Maarten Seybel
  10. Boek: Het Nederlandse historische orgel 1819-1940 blz. 73-75
  11. Tijdschrift: de Mixtuur 38 maart 1982 Kroniek
  12. Tijdschrift: De Orgelvriend 1981/03 Orgelbouwnieuws
  13. Tijdschrift: De Orgelvriend 1984/04 Reacties van lezers - correctie Rolde R.L.P.M. Azenray van Graaf
  14. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2008 Provincie Drenthe 2008 Groninger orgelagenda orgel
  15. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2009 Orgelrestauraties in 2009 provincie Drenthe Tuinstra Stef orgel
  16. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2010 Orgelrestauraties in 2009 Provincie Drenthe Tuinstra Stef orgel
  17. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2011 Provincie Drenthe Groninger orgelagenda orgel
  18. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2012 orgelrestauraties in 2012 Groninger orgelagenda orgel
  19. Tijdschrift: Groninger Orgelagenda 2013 Orgelrestauraties in 2013-2014 Tuinstra Stef orgel
  20. www: http://reliwiki.nl/index.php/Rolde,_Kerkbrink_5_-_Jacobuskerk
  21. www: http://www.rolderkerk.nl/
  22. E-mail d.d. 3 januari 2015 van Frits Kaan
  23. Archief Leeflang
  24. E-Mail van Wim de Olde d.d. 16-01-2020
  25. Archief Jaap Brouwer
  26. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 31 Stukken betreffende de benoeming van personeel; 1927, 1934, 1953, 1956, 1964
  27. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 42 Register van inkomsten en uitgaven; 1793-1855
  28. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 38-39 Stukken betreffende de restauratie van de kerk; 1929-1969
  29. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 23 Notulen 1900-1909
  30. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 25 Brievenboek; 1894-1939
  31. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 26 Algemene correspondentie; 1930-1972
  32. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkenraad 1 1883-1943
  33. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkenraad 7 Doopboek 1811-1844, notulen van de kerkenraad 1817-1883, huwelijksregister 1816-1856, lidmatenregister 1810-1856
  34. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 22 Notulen 1897-1949
  35. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 42 Register van inkomsten en uitgaven; 1793-1855
  36. Drents Archief: 0394 Nederlands Hervormde Gemeente Rolde Archief van de kerkvoogdij 24 Notulen 1950-1956
  37. Boek: Jaap Brouwer, Johan van Meurs - Een studie over een pionierend orgeladviseur, Groningen: Philip Elchers, 2017
  38. Mense Ruiter oude archief
  39. Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 1251 Rolde, Kerkbrink 5 (NH kerk); 1956-1974
  40. Boek: A.I. Brouwer-Prakke, 'Rolde, zoals logeergasten van Dominee Borgesius het in 1863 zagen', Nieuwe Drentse Volksalmanak 1962, Assen: Van Gorcum, 1962 47-58
  41. Vouwblad De Jacobuskerk van Rolde, Stichting Drents-Overijsselse kerken, 2002: Het historische orgel is niet alleen voor de kerkelijke gemeenten van grote betekenis, wat wel blijkt uit het feit dat het op de monumentenlijst is geplaatst. Het is rond 1820 gebouwd voor een kerk elders. De bouwer is niet bekend, maar kan iemand zijn die werk-te in de 'post-Westfaalse' traditie. Het is niet onmogelijk dat Jacobus Armbrost uit Haaks-bergen de oorspronkelijke bouwer is. In 1847 is het orgel aangeschaft voor f 1200,-- en aan de Hervormde Gemeente Rolde geschonken door de emerituspredikant ds. C. Brouwer. De plaatsing van het voor f 1.300,-- gerestaureerde en uitgebreide orgel werd uitgevoerd door P. van Oeckelen en Zoon uit Haren. Dat is de reden dat het vaak een 'Van Oeckelen-orgel wordt genoemd. Het is een balustradeorgel, de beide klavieren zijn aan de zijkant geplaatst. Het is in de loop der jaren vaak gerestaureerd, waarbij niet altijd een gelukkige aanpak is gevolgd en het van karakter is veranderd. Zo'n tien jaar geleden bleek dat het weer aan een grondige restauratie toe was De voorbereiding daarvan begon in 1994. Monumentenzorg stelde als eis dat het zoveel mogelijk weer de oorspronkelijke klank terug moest krijgen.
    In 2001 begon de eerste fase van de restauratie door de fa. Mense Ruiter te Zuidwolde (Gr.) De restauratie omvatte in hoofdlijnen: reparatie van de orgelkas; een nieuwe windvoorziening naast het orgel; een nieuwe motor met dempkist en regulering; gedeeltelijk nieuwe windkanalisatie: restauratie van de hoofdwerkwindlade met conductwerk en toevoegen ontbrekende delen; bovenwerk en voorlopige afregeling van de speelmechaniek; herstel van de ernstigste beschadigingen van al het pijpwerk, herschikking van enkele registers en afgevoerde pijpen en selectieve intonatieretouche, gericht op het goed aanspreken van de pijpen. Deze informatie is grotendeels ontleend aan een verslag van Stef Tuinstra, orgeladviseur. Inmiddels wordt onderzoek verricht en worden plannen gemaakt voor de tweede en mogelijke derde en laatste fase van de restauratie.
  42. Boek: André Kamsma, De Rolder kerk - Een middeleewuse dorpskerk in Drenthe, Rolde: Uitgeverij Servo, 2013
  43. Boek: J. Belonje en J. Westra van Holthe, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe, Assen: Van Gorcum, 1937 blz. 129
  44. www:http://www.kerkeninbeeld.nl (14-02-2025)
  45. Utrecht Universiteitsbibliotheek Archief Lambert Erné 7356-Rolde-HK Dossier 1273 & 8559-Rolde-HK Dossier 3342
  46. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 1117. Rolde, 1961-1995
  47. Rapport door Aart van Beek van 29 april 1992