Uit oude aktes blijkt dat de kerk van Ruinen in de 16e eeuw een orgel moet hebben gehad. Het zal zijn verdwenen tijdens de Reformatie of de woelingen van de Tachtigjarige Oorlog. In 1901 plaatst orgelmaker Doornbos een nieuw eenklaviers orgel. Bij de ingebruikname wordt het bespeeld door H.P. Steenhuis, organist van de Martinikerk in Groningen. Pas in 1959 wordt een windmotor geplaatst. Wanneer in de jaren ’70 de kerk wordt gerestaureerd, wordt de Orgelcommissie van de Hervormde Kerk (HOC) om advies gevraagd. De HOC schrijft het orgel toe aan Leichel en adviseert het niet te restaureren vanwege de inferieure kwaliteit. Na de restauratie van de kerk wordt enige tijd een luidsprekerorgel gebruikt. In 1981 wordt het orgel gerestaureerd door Mense Ruiter.
Informatie over de kerkInventarisatie archief Abij Dikninge No 231, fol.50. Rijksarchief Assen.
'A01570 den 23 Julie 76 gestorven heer Eyso organissta ontrent
tusschen tachtetich ende negenttich jaer olt, ende bewaerde den dienst van Sunte Annen
altaer mede daer was he to geholden alle dynxsedage mysse to lesen ofte to syngen, nu yd
vacteerde, hebben de guede luden yd my bevalen ende to gestaen voer mynen neven, myn
swagers sone, ende so he mydtertydt den denst laten verwaren so opdat orgel ende myt der
myssen ter tydt he groedt ende daer bequeme to were, ende onse her van runen was nyet hyer
mer, to meyn heved op synen huse dan sijn t broder in syn stede sachte, yc verse my den
heren van runen salt oeck wal belenen so dese hebt my to gestaen als Rolof van Echten myt
Johan sijn sone Rolof van de Cloester Henric de Vos van Stenwyk.'

Klik op de afbeelding voor een vergroting
A01576. It gerekent mit den organist dat is hem hebbe
betaelt des blef he mi noch schuldich 2 daler … str …
Rijksarchief Groningen Provinciehuis te Groningen Register Feith, handschrift I in
folio nr. 271.
Titelblad van dit handschrift:
'Item, in dessen nhafolgenden boecke sinnen gescreven, de landtrechten der ommelanden van
Groningen, ennde binnen in soeven boecken vervatet ennde gedeilet. Item, daernae volgen
sommighe olde orden de eertijdes in den lande van Drenthe dorch drosten ennde Etten
indertijdt gewizet sinnen. Sampt der lantschappe van Drenthe Landesbrieff, ennde
geestelijcke recht, offte Zeendtbrieff.
Gescreven ende vuleindet Anno, 1571 dorch Gerharduin Harmanni, alias Loppersum Organistam
in Ruinen.'


1903
De kerkvoogdij laat
een leuning aanbrengen bij de
orgeltrap. (04)
1904
De
beloning van de orgeltrapper wordt
met drie gulden verhoogd. (04)
1915
In de kerkvoogdijvergadering van
17 juni komt aan de orde dat er een zitplaats vrij komt in een bank van
vier. [...] Hierna wordt, vóór tot stemming van een kerkvoogd wordt overgegaan
door de kerkvoogden voorgesteld eenige wijziging te brengen in de vier
zitplaatsen welke de afgetreden President gratis genoten had. Zij stellen
derhalve voor één van deze plaatsen te laten aan de nieuw te benoemen President,
terwijl een zal worden geschonken aan de bediende van de Avondmaalstafel, zoo
dit tenminste niet is begrepen onder het salaris van den organist en voorzanger,
of wanneer laatstgenoemde hiervan geen gebruik wenscht te maken, dan de drie
overige zitplaatsen te verhuren ten bate der Kerkvoogdij. [...] (04)
1922:
Orgelconcert door J. van Wageningen uit Steenwijk.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (24-06-1922),
(27-06-1922).
1925
Schoolhoofd H. Sikkens is ziekelijk en zal worden bijgestaan door H. Mulder uit
Ansen. In december vraagt Sikkens ontslag als organist. Hij wordt opgevolgd
door S. Riegstra uit Ruinen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(23-11-1925), (05-12-1925),
(28-12-1925).
1926
H. Sikkens viert zijn 25-jarig jubileum als
schoolhoofd in Ruinen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (30-07-1926).
1928
Andreas Doornbos repareert het orgel. Misschien is toen een Quint 3' toegevoegd?
Het zuster-orgel in Zuidwolde kreeg direct bij de bouw al een Quint. Zie Nieuwsblad van
het Noorden (11-10-1928).
193x
Johan
van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier. (13)

Klik op
de afbeelding voor een vergroting
1951
In de
functieomschrijving van de koster van 5 juli staat dat de koster in alle diensten
moet klokluiden, orgelpompen en het tekstbriefje verzorgen. Er is nog geen
windmotor geïnstalleerd. (05)
1958
Op 19 mei stuurt de N.V. P. van Dam (J. v.d. Bliek)
een offerte naar de organist van
de kerk S. Riegstra. De organist heeft gevraagd of er een elektrische windvoorziening kan worden aangebracht. Aangeboden wordt een
Ventus-windmotor met 1400 omwentelingen per
minuut. De windmotor kan voor f 1.135,- worden geplaatst op de orgelzolder. De
elektrische voorzieningen dienen te worden aangelegd door een
installateur. Een dempkist voor de windmotor kost f 100,- extra. De brief is
ondertekend door W.G van Dam.
Op 21
mei wordt de offerte doorgestuurd naar de Hervormde Orgelcommissie (HOC) voor
advies. In de brief wordt vermeld dat P. van Dam het orgel regelmatig stemt.
Op 31 mei komt het antwoord van de
HOC. Men wil Lambert Erné langs laten komen om de situatie in
ogenschouw te nemen, voordat er een advies kan worden uitgebracht.
Op 29
oktober wordt verslag gedaan van
het bezoek aan het orgel. Een Meidinger hardloper zal goed voldoen. De HOC vindt
dat het bedrag van de offerte te hoog is en men heeft weinig vertrouwen in
het bedrijf van P. van Dam. Beter is het een offerte aan te vragen bij Vierdag of Van
Vulpen.

Aantekenbriefje van Lambert Erné ? Klik op de afbeelding voor een
vergroting.
Ds. Mulder van Ruinen
meldt op 7 november de HOC
dat de kerkvoogdij hem heeft gevraagd om aan de HOC te verzoeken een
offerte te laten uitbrengen door Vierdag en Van Vulpen.
De
offerte van
Vierdag is gedateerd op 8 december. De installatie van een Meidinger windmotor
zal inclusief installatie f 795,- bedragen. (14) (15)
1959
Op
19 februari vraagt de HOC of
de kerkvoogdij een machtiging kan verstrekken voor het geven van de opdracht aan
Vierdag.
Op 21 juli stuurt de
HOC een rekening voor het voorlopige advies.
Op 12 september stuurt de
HOC een brief met de vraag wanneer Ruinen een beslissing neemt omtrent de machtiging
voor Vierdag.
Op 15 september deelt
de kerkvoogdij mee dat P. van Dam inmiddels een windmotor heeft geplaatst die tot
volle tevredenheid functioneert. (14) (15)
1960
Op 31 maart
stuurt de HOC een rekening voor een voorlopig onderzoek. (15)

Foto:
nr. Pu 33348 1967 (11)
1970
De kerkvoogdij
vraagt de HOC om advies.
Op
24 februari antwoordt de HOC
dat ze dat graag geven. De standaardwerkwijze wordt uitgelegd. (05)
(14)
1971
Op
2 februari vraagt ds. de Bruin of
de HOC advies kan geven over het orgel tijdens de kerkrestauratie.
Op
17 maart schrijft de HOC dat ze op
22 mei 1970 hebben toegezegd om te bemiddelen over de aankoop van het Bätz-orgel
uit de Jacobskerk van Brielle. Het orgel zou passen in de kerken van Ruinen en
Ruinerwold. In beide kerken zijn de financiën niet dusdanig dat men in staat is
het orgel te kopen. Dhr. Hülsmann zal overleg plegen met Corneille Janssen van
het Drents Museum of er mogelijkheden zijn voor subsidie.
Op
8 april brengt de HOC een
voorlopig advies uit. De HOC schrijft het orgel toe aan Leichel. Het is voorzien
van een mechanisch kegelladen-systeem. Het orgel heeft een orgelkas van naaldhout
in neo-gotische stijl. Het houten pijpwerk is ook van naaldhout. Het metalen
pijpwerk is van inferieure kwaliteit. De Trompet heeft doorslaande tongen. Er
wordt houtworm geconstateerd. De windlade is van een zachte houtsoort gemaakt in
plaats van eikenhout, zoals gebruikelijk. Het leer van de balg lijkt hard
geworden te zijn. Bij de komende kerkrestauratie moet het orgel uit de kerk
worden verwijderd en opgeslagen. "gelet op de kwaliteit van het instrument, zou
het zeer te betreuren zijn, wanneer het -ten koste van naar verhouding grote
bedragen- na de kerkrestauratie weer herplaatst zou worden.' Beter is te
proberen een historisch orgel te kopen. De vervangingswaarde van het orgel is f
60.000,-.
Op 29 oktober
schrijft de HOC dat het gesprek met Corneille Jansen positief was. Janssen is
ook van mening dat het orgel niet moet worden herplaatst. Er moet nu een keuze
worden gemaakt tussen nieuwbouw of de aankoop van een oud
instrument. (15)
Foto: nr.
MZ12328000538 12-10-1972 (12)
1972-1975
De kerk wordt gerestaureerd.
1972
In de
bouwvergadering van 1 november wordt afgesproken om orgel en kansel in te
pakken.
1973
In de bouwvergadering van 15 februari komt onder punt 16 het
orgel aan de orde. Het orgel is slecht, maar de gemeente heeft geen geld om het
te laten restaureren. De restauratie kan uitgesteld worden. Het elektrische
huisorgel heeft genoeg capaciteit. Misschien zijn over een paar jaar orgels
beschikbaar uit niet meer gebruikte kerkgebouwen. (10)


Tekeningen van het Bureau Monumentenzorg van 5 december 1972. De trap van de
linker tekening is zo nooit gerealiseerd. De trap is wel aan de linkerkant maar
loopt andersom. Hij is vanuit de kerk niet zichtbaar. (07)
(10)
Klik op de afbeelding voor een vergroting
1975
In de bouwvergaderingen van 27
februari en 18 april komt het orgel weer aan de orde.
Volgens
de organist is het orgel na het verwijderen van de
omkisting van spaanderplaat in een slechte conditie. De vergadering
is het niet eens met deze stelling. Uitgezocht wordt wat het bespeelbaar maken en
stemmen gaat kosten. Uitgaven aan dit orgel zijn zonde van het geld. Beter
is het tijdelijk gebruiken van een luidsprekerorgel. Het plan is een historisch orgel
aan te schaffen.
De bouwcommissie vindt dat het orgel nog wel 'een kwastje
verf moet hebben, omdat het nu te veel afsteekt'. Afgesproken wordt te kiezen
voor de blauwgroene kleur van de deur van de consistoriekamer.
In de
vergadering van 18 april wordt afgesproken een luidsprekerorgel van het merk
Johannes
achter het orgel te plaatsen. (07)


Foto uit het archief Bureau Monumentenzorg Drenthe (09) (klik
op de afbeelding voor een vergroting) Foto links: nr. E 54114-10 1975 (11)
1977
Op
19 februari schrijft de
kerkvoogdij aan het Bureau Monumentenzorg (BM) dat er binnenkort een nieuw orgel moet
komen. Er is al gekozen voor een luidsprekerorgel. In de kerk past echter
beter een pijporgel. Kan er via monumentenzorg misschien een orgel uit een
andere kerk worden aangekocht? (10)
1978
In de 3e druk van de
brochure De geschiedenis
van onze kerk te Ruinen wordt ook het orgel
beschreven. Het is zeer
onwaarschijnlijk dat het orgel uit de 16e eeuw op het balkon aan de westzijde
heeft gestaan. De liturgie speelde zich af in het koor van de kerk.
Orgelmakerij Mense Ruiter maakt op 7 december een
rapport. Het orgel wordt ten
onrechte toegeschreven aan de orgelmaker Marten Eertman.
Het heeft een mechanische
kegellade. Het pijpwerk is voor een deel fabriekspijpwerk en nogal gehavend.
Mechaniek en windlade zijn te slecht om te restaureren. De orgelkas en de
magazijnbalg zijn in slechte staat. De Ventus-windmachine kan worden hergebruikt.
Ruiter adviseert om tot nieuwbouw over te gaan met gebruikmaking van bruikbare
delen van het huidige orgel. De kosten worden geschat op f 49.000,-. (08)
1979
Het contract
voor de restauratie van het orgel door orgelmakerij Mense Ruiter is gedateerd op 9 mei 1979
voor f 60.514,-
De levertijd is 30 maanden. Het
bestek van 19 maart luidt als volgt:
Dispositie:
| Prestant 8' | bestaand pijpwerk |
| Bourdon 16' | bas/discant C-b bestaand, rest nieuw metaal, gereserveerd |
| Holpijp 8' | C-b bestaand, c-f3 nieuw metaal |
| Octaaf 4' | nieuw |
| Roerfluit 4' | nieuw |
| Quint 3' | bestaand |
| Octaaf 2' | nieuw |
| Mixtuur II-IV | nieuw |
Het pijpwerk wordt schoongemaakt en gerestaureerd. Het nieuwe pijpwerk dient aan te
sluiten bij de Prestant 8'.
De windlade wordt vervangen door een nieuwe
windlade en er wordt een nieuwe magazijnbalg onder de windlade geplaatst.
De
klaviatuur wordt vervangen met een toetsbeleg van palmhout en ebbenhout.
Er komt een nieuwe toets- en registermechaniek.
De oplevering is in november
1981. (08)
| Manuaal | Pedaal | |
| Bourdon | 16' b/d | C-d1 |
| Prestant | 8' | |
| Viola da Gamba | 8' | |
| Holpijp | 8' | |
| Octaaf | 4' | |
| Roerfluit | 4' (nieuw) | |
| Quint | 2 2/3' | |
| Octaaf | 2' | |
| Mixtuur | III-IV (nieuw) |



