Ruinerwold, Hervormde kerk
In 1872 plaatst Petrus van Oeckelen een eenklaviers orgel in het koor.
Dit gebeurt vanwege de slechte staat waarin de kerk verkeert. Op 7 april wordt
het in gebruik genomen met een bespeling door jonkheer mr. S.W. Trip. In 1921
wordt het orgel bij de kerkrestauratie verplaatst van het koor naar een nieuwe
galerij aan de westkant van de kerk. Het orgel wordt direct tegen de muur
geplaatst, waardoor het interieur alleen kan worden bereikt via een opening in
de achtermuur. In 1978 wordt het orgel door Reil gerestaureerd vanwege de schade
die de kerkverwarming heeft aangericht. Na 2000 voert orgelmaker Reil enkele
malen groot onderhoud uit.
Informatie over de kerk
1857
Er worden sollicitanten
opgeroepen voor de functie van hulponderwijzer. 'In staat, om tevens de
kerkdienst zonder Orgel waar te nemen.' Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(28-11-1857).
1858
Sollicitanten gevraagd voor de positie van hoofdonderwijzer. De taak van
voorzanger wordt tot nu toe uitgeoefend door de hoofdonderwijzer. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (11-05-1858).
1866
Er
worden plannen gemaakt voor
een nieuw orgel. De verkoop van zitplaatsen heeft al f 960,- opgebracht.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (02-06-1866),
(14-06-1866).
1869
Weer
bericht dat men een orgel wenst aan te schaffen. Zie Provinciale Drentsche en Asser
courant (14-09-1869).
1870
Ondanks het feit dat Ruinerwold een welvarend dorp is, heeft men
nog geen klok en orgel in de kerk. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (29-04-1870).
In september wordt besloten een orgel te
laten bouwen. Zie Meppeler Courant
(1870-04-30), Provinciale Drentsche en Asser courant
(03-06-1870).
In september wordt beslten een orgel aan te schaffen. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (27-09-1870).
1871
Van
Oeckelen krijgt opdracht om voor f 3.000,- een orgel te bouwen. Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (03-03-1871), Algemeen
Handelsblad (07-03-1871).
In
mei wordt er op gewezen dat het goed zou zijn ook een torenklok aan te schaffen.
Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (20-05-1871).
In november
wordt begonnen met het overbrengen van het orgel naar de kerk.Wie weet komt er
ook een torenklok. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (11-11-1871).
1872
Het orgel wordt door Petrus van Oeckelen in het koor geplaatst. Dit gebeurt vanwege de slechte staat waarin de kerk verkeert.
De ingebruikname vindt plaats op 7 april met een bespeling door jonkheer Mr.
S.W. Trip. Zie Meppeler Courant (10-04-1872),
Provinciale
Drentsche en Asser courant (09-04-1872).
Dispositie:
| Manuaal |
|
Pedaal |
| Bourdon |
16' bas/discant |
C-a |
| Violon |
16' discant |
|
| Prestant |
8' |
|
| Holpijp |
8' |
|
| Holfluit |
8' |
|
| Viola da Gamba |
8' |
|
| Octaaf |
4' |
|
| Fluit |
4' |
|
| Quint |
2 2/3' |
|
| Octaaf |
2' |
|
| Cornet |
V discant |
|
| Trompet |
8' bas/discant |
|
Door middel van
een piano/fortetrede kan de aanwezigheid van een tweede klavier worden gesuggereerd.
Hierdoor worden de Octaaf 4' en 2', Cornet, Quint en Trompet uitgeschakeld. Door de ongebruikelijke ligging van de
bas-discantdeling (tussen c en cis) van de Bourdon 16 vt wordt een zelfstandig Pedaal
gesuggereerd. De orgelbank
heeft een rugleuning over de volle breedte van de bank.
De kerkvoogden
plaatsen een advertentie in de krant, dat het orgel 'uitmuntend voldoet [...] en
bevelen zij met vrijmoedigheid gemelde firma aan bij allen, aan wie de zorg
voor het vervaardigen van nieuwe orgels mogt zijn opgedragen.' Zie
Provinciale
Drentsche en Asser courant (10-04-1872,).

Ontwerptekening door Van Oeckelen (07) Klik op de afbeelding voor
een vergroting
1873
De blinde organist Oord geeft een orgelconcert, waarbij hij zelf de zangpartij
voor zijn rekening neemt. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (13-12-1873).
1902
Het
schoolhoofd van de school in Oosteinde wordt organist. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (10-12-1902).
1905
Voorlezer en voorzanger M. Koning wordt opgevolgd door de onderwijzer B. Henkel.
Henkel krijgt voor het uitoefenen van deze functie toestemming van Gedeputeerde
Staten. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (09-09-1905),
(30-09-1905).
1906
Concert door J.H. Secrève orgel, mevrouw Secrève-Eminckhoven zang en L. van der
Tand viool. Zie Provinciale
Drentsche en Asser courant (09-03-1906).
1921
Het orgel wordt bij de kerkrestauratie verplaatst vanuit het koor naar
een nieuwe galerij aan de westkant van de kerk. Het orgel is direct tegen de muur geplaatst,
waardoor het interieur alleen kan worden bereikt via een opening in de achtermuur. Het orgel
heeft dan ook geen achterwand. De achterwand is bij de verplaatsing verwijderd.
Dhr. Lubbers neemt na bijna 53 jaar afscheid als organist. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(29-11-1921), (11-11-1922).
1926
Ds. de Boer schrijft een boekje over de kerk. Hij vermeldt in het
boekje ook de verplaatsing van het orgel van de oostzijde naar de westzijde. (10)
Concert
in oktober door ds. v.d. Berg uit Koekange (orgel) en Mej.
G. Vermeulen (zang). Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (19-10-1926).

Foto: (10)
1930
Propaganda-kunstavond van de Nederlandse Blindenbond met medewerking van H.J.
Besser bariton, C. Roelofs orgel en H. v.d. Heuvel declamatie. Ook het
plaatselijk koor Con Amore werkt mee. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant
(26-09-1930).
193x
Johan
van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier. (11)

Klik op
de afbeelding voor een vergroting


Foto
links: Stichting
Orgelcentrum Gr 3199
en nr. Pu 26858 1964 (12)
Foto rechts: nr. E 45696-6 1972 (12)
1970
Op
15 juni schrijft het Bureau Monumentenzorg aan de kerkvoogdij dat de rijksorgelbouwadviseur de vraag of het
orgel een monumentenstatus heeft nog niet kan beantwoorden. Er wordt aangeraden
contact op te nemen met de Hervormde orgelcommissie (HOC) voor nader onderzoek. (09)
Op 12 december beantwoordt de
kerkvoogdij een brief van 9 oktober van de Hervormde Orgel Commissie (HOC). De
kerk wordt in 1971 gerestaureerd. Volgens het Provinciaal Museum van Drenthe zou het orgel
tijdens de restauratie moeten worden verwijderd. Kan de kerk door de HOC worden
geadviseerd? (13)
1971
Op
17 maart verschijnt het voorlopige
rapport van de HOC. Er wordt vermoed dat het orgel is gebouwd door van Oeckelen.
Daarna volgt de dispositie. Het orgel bevindt zich in een nagenoeg onbespeelbare
staat. Een deel van het pijpwerk is uitgenomen en opgeslagen in kisten. ´De
wijze, waarop deze pijpen zijn ingepakt tart elke beschrijving, het pijpwerk is
dan ook zeer gehavend.´ Het is niet vast te stellen of deze registers compleet
zijn. De windlade is vermoedelijk lek. Het orgel is echter zeer slecht
toegankelijk. De speelaard van het orgel is zeer zwaar. Tijdens de restauratie
van de kerk moet het binnenwerk worden verwijderd. De kas kan blijven staan.
´Het instrument moge in aanleg van degelijke makelij zijn+ het is onmiskenbaar
een product van een periode in de orgelbouw, waarin het diepe verval, waarin
deze kunst zou komen te verkeren, zich al duidelijk manifesteerde. Wij vragen
ons daarom af, of niet een betere besteding van de gelden, welke aan het orgel
ten koste zouden moeten worden gelegd, mogelijk is.´ Een kandidaat is het door
Bätz in 1835 gebouwde orgel voor de Jacobskerk in Brielle dat nu te koop staat.
Onze adviseur zal binnenkort overleggen met dhr. Corneille Janssen van het
Drents Museum over deze materie.
Op
dezelfde datum schrijft de HOC naar de kerkvoogdij van de Jacobskerk in
Brielle. Het orgel zou volgens adviseur Willem Hülsmann goed passend zijn voor
de Hervormde kerken in Ruinen of Ruinerwold. In beide kerken zijn echter de
financiën voor de koop net voldoende aanwezig. Een gesprek met dhr. Corneille
Janssen van het Provinciaal Drents Museum kan misschien een subsidie opleveren
waardoor aankoop misschien wel mogelijk wordt.
Op
2 april schrijft de HOC dat het
gesprek met Corneille Janssen wegens ziekte is uitgesteld. U hoort wanneer het
gesprek zal plaatsvinden.
Op 8 april
stuurt de HOC een rekening voor het voorlopig advies.
Op
29 oktober schrijft de HOC dat het
gesprek met Corneille Janssen een positief resultaat heeft gehad. Het zal
positief adviseren voor een subsidie voor het plaatsen van het orgel uit
Brielle. De HOC zal uitzoeken of het orgel nog beschikbaar is. Het huidige orgel
moet worden verzekerd tegen een vervangingswaarde van f 75.000,-.
Op een
notitie van 4 februari 1976 blijkt
dat het orgel uit Brielle als was toegezegd aan een kerk in Ermelo. De laatste
aantekening in het dossier was dat dhr. Talsma als adviseur zal optreden. (13)
1972
Reil doet op 8 mei een voorstel om
het orgel weer in orde te brengen. Reil wil de volgende werkzaamheden uitvoeren:
-
het repareren en terugplaatsen van pijpwerk dat voor een geplande restauratie uit het orgel
is gehaald en niet weer teruggeplaatst. Het pijpwerk
is daarbij sterk beschadigd.
-
een grote stembeurt en
onderhoudswerk.
De werkzaamheden kosten vijf mandagen voor f 1350,-.
De kerkvoogdij
schrijft op 19 mei
dat de uitgebreide stembeurt kan worden uitgevoerd. (06)
1976
Op 24
februari schrijft de HOC naar de kerkvoogdij dat uit een telefoongesprek
bleek dat het orgel voorlopig is hersteld door Reil. Mochten er toch nog plannen
zijn voor een volledige restauratie dan zal de HOC graag adviseren. (13)
1977
Op 17 januari schrijft Reil
naar aanleiding van een bezoek aan het orgel dat de toestand van het orgel zienderogen
achteruit gaat en dat een restauratie steeds noodzakelijker wordt.
1978
Op 13 april
schrijft de kerkvoogdij aan de Rijksdienst voor Monumentenzorg. Het orgel is
langzamerhand toe aan een restauratie. De kerk staat onder bescherming van
monumentenzorg. Het orgel echter nog niet. Is het mogelijk om ook het orgel op
te nemen?
Op
12 september schrijft de
kerkvoogdij op basis van een gesprek met Reil op 10 augustus dat de restauratie
door kan gaan.
Op 14 juli
schrijft Reil dat de grootste oorzaak van de problemen de grote verschillen
zijn in luchtvochtigheid. Het orgel is als het ware 'kapot' gestookt. De
restauratie zal zich dan ook richten op het oplossen van deze problemen.
Op
14 september dankt Reil voor de
opdracht het orgel te mogen restaureren. Het
contract is eveneens van 14
september .(06) (13)
1983
Op
11 april beantwoordt Reil een vraag van de
kerkvoogdij omtrent de jaarlijkse stem- en onderhoudskosten. (06)
1986
Op 27 oktober stuurt Reil de
gegevens van het orgel naar de kerkvoogdij. (06)
Op 29 december vraagt de kerkvoogdij
aan het Bureau Monumentenzorg of het orgel kan worden opgenomen in de
monumentenlijst. (09)
1987
Op
13 januari schrijft het Bureau Monumentenzorg dat het orgel op dit moment weinig kans maakt in het register te
worden opgenomen. Wel is er een onderzoek gaande naar 'jongere' monumenten van
na 1850. Als dit onderzoek is afgerond zal er meer duidelijkheid komen.

Foto Geert Jan Pottjewijd
2000
Reil constateert in een brief van 22
september dat het orgel toe is aan een grote onderhoudsbeurt. (06)
2001
Op 15 juni schrijft
de kerkvoogdij Reil dat het groot onderhoud uitgevoerd kan worden.
Op 30 juli
stuurt Reil de offerte voor het uitvoeren van groot
onderhoud. Er wordt op gewezen dat het uiterst zinvol is Liegelind ringen aan te
brengen onder de stokken van de windlade.
De volgende werkzaamheden worden
uitgevoerd:
- uitnemen frontpijpen, uitdeuken, schoonmaken en poetsen
-
binnenpijpen afnemen, windlade nazien, schoonmaken, houtwormbehandeling, speel-
en registermechaniek nazien
- pijpwerk herplaatsen, intonatie nazien en
daarna een stembeurt
- aanbrengen van vilten ringen onder de stokken.
Op
3 september gaat de kerkvoogdij
akkoord met de offerte inclusief het aanbrengen van de Liegelind ringen. De ringen
waren oorspronkelijk niet begroot. (06)
2013
Brief van 27 maart van Reil met informatie rond de huidige
staat van het orgel, als antwoord op een brief van Architectenbureau Kouwen waar
in het kader van de BRIM-regeling wordt gevraagd welke werkzaamheden in de
komende tijd voor het orgel zijn te verwachten.
De volgende werkzaamheden
worden genoemd:
- Enige lekkage in de houten pijpen
-
Neerdalend gruis vanuit de toren vanwege een vleermuizenkolonie.
-
Jaarlijks klein onderhoud en eens per 2 jaar een grote stembeurt (06)

Foto Geert Jan Pottjewijd
2022
Groot onderhoud door Reil.
Het orgel wordt schoongemaakt en de windlade
wordt
voorzien van nieuwe Liegelind-ringen. De lessenaar krijgt LED-verlichting en er
wordt een
trap aangebracht om de Prestant 8' en de Bourdon 16' beter te kunnen stemmen.
Waar nodig wordt het pijpwerk hersteld en de mechaniek nagekeken. De windmotor
wordt uit
voorzorg vervangen omdat hij tijdens de werkzaamheden goed bereikbaar is.
De ingebruikname vindt plaats op dinsdag 12 april met een concert door organist
Harm Hoeve en Noortje van Middelkoop op panfluit. (08)
2026
De kerken van Ruinerwold en van Koekange fuseren. Er wordt elke maand van kerk
gewisseld. (14)
Bronvermelding:
- Boek: Repertorium van de orgels gebouwd door Petrus van Oeckelen door Lex Gunnink blz. 125-126
- Cd-boekje: VLS VLC1092 Orgels in Drenthe
- Boek: Teus den Toom (redactie),Het historische orgel in Nederland 1872-1878, Nivo, 2005 67-68
- www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Ruinerwold_%28Blijdenstein%29,_Blijdenstein_3_-_Bartholomeus (17-02-2025)
- www: http://hervormde-gemeente-ruinerwold.protestantsekerk.net (17-02-2025)
- Archief Reil
- Archief Jaap Brouwer, Publicatie Stichting Groninger Orgels mei 1985
- www: www.orgelnieuws.nl (03-08-2022)
- Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 1284 Ruinerwold, Blijdenstein 13 (NH kerk); 1952-1987
- Boek: Ds. AE. T. de Boer, De kerk te Ruinerwold, Assen: Van Gorcum, 1926
- Boek: Jaap Brouwer, Johan van Meurs – Een studie over een pionierend orgeladviseur, Groningen: Philip Elchers, 2017.
- www:http://www.kerkeninbeeld.nl (17-02-2025)
- Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 1129. Ruinerwold, 1970-1994
- Dagblad van het Noorden
24-01-2026