Schoonoord, Gereformeerde Kerk

Vanaf 1905 tot 1928 wordt er gebruikgemaakt van harmoniums. Door bemiddeling van muziekhandel Johannes Meek uit Assen wordt in 1928 bij orgelmaker Verschueren een eenklaviersorgel aangeschaft. In 2020 en 2023 voert Mense Ruiter groot onderhoud uit.

De kerk wordt gesticht op 18 mei 1873. Het kerkgebouw stamt uit 1913.

Opnamen Geert Jan Pottjewijd 3 januari 2020
 - J
ohann Sebastian Bach (1685-1750): Fuga in G BWV 576 Registratie: Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Octaaf 2'.
 - Enrico Pasini (1935-): Cantabile nr. 1 Registratie: Holpijp 8', daarna + Viola 8', daarna + Prestant 8'.

1895
Dhr. Schuil wordt aangesteld als voorzanger. (02)

1905
10 en 18 juli: Er wordt een tweedehands orgel aangeschaft, waarschijnlijk een harmonium (GJP). Vooraf wordt er eerst door de kerkenraad uitvoerig over gediscussieerd. Niet zozeer het orgel zelf staat ter discussie, maar meer de manier waarop het orgel is aangeschaft.
Hendrik Wieten koopt namelijk - volgens eigen zeggen met medeweten van in ieder geval ds. Diemer - het orgel voor ƒ 80,- ten behoeve van de gemeente.
Diemer zegt van niets te weten en dus wordt besloten het niet te kopen. Na veel heen-en-weer gepraat wordt het toch voor het gevraagde bedrag gekocht.
De eerste organist is de koper van het orgel, Hendrik Wieten. (02)

1910
30 maart Bij het vertrek van Hendrik Wieten naar Nieuw-Amsterdam wordt besloten Anje Kalsbeek te vragen het orgel te bespelen. (02)

1913
Waarschijnlijk bespeelt zij ook het nieuwe orgel (Zeer waarschijnlijk weer een harmonium GJP) in de nieuwe kerk. De kerk wordt op 3 augustus 1913 in gebruik genomen. Het orgel wordt gefinancierd door middel van renteloze aandelen ter waarde van ƒ 5,-, waarvan er jaarlijks twee worden uitgeloot. (02)

1915
In 1915 biedt een niet bij name genoemde schipper aan te bemiddelen in het verkrijgen van een schijnfront voor het orgel voor ƒ 25,-. Dit voorstel wordt afgewezen, aangezien het te duur is. Het orgelspel gebeurt in het begin letterlijk en figuurlijk pro Deo. In 1913 is voor het eerst sprake van een passend cadeau voor de organiste (naam niet vermeld, maar vermoedelijk Anje Kalsbeek) ter waarde van ƒ 4,30. Om de twee jaren krijgt de organiste een cadeau, oplopend in waarde tot ƒ 18,50 in 1917. (02)

1920
Rond dit jaar stopt Anje Kalsbeek vermoedelijk met orgelspelen en wordt zij opgevolgd door haar zus Rika Kalsbeek. Naast een meer persoonlijk cadeau krijgt Rika in 1922 een nieuw psalmboek voor het orgel. (02)

1925
Er wordt voorgesteld en goedvonden het voorspel voor de kerkdienst vijf minuten voor het begin van de kerkdienst te stoppen. Vanwege haar huwelijk stopt Rika Kalsbeek in april 1926 als organiste. Voorgesteld wordt om haar zus Fem Kalsbeek als organiste te vragen, hoewel de kerkenraadsleden zich realiseren dat zij met het oog op haar jonge leeftijd het misschien niet zou aandurven. Zij doet het echter wel, zodat meester Warmels niet gevraagd hoeft te worden. Rika Kalsbeek kreeg als dank van de gemeente een nikkelen koffiepot met theelichtje. (02)

1927
21 juni Rekening Joh. Meek Assen f 20,-. (04)

1928
Er worden plannen gemaakt voor de aanschaf van een pijporgel.
In de kerkenraadsnotulen van 12 oktober is de eerste aanzet tot de aanschaf van een pijporgel te vinden.
Op 20 november wordt besloten een orgelcommissie in te stellen en naar een orgel te gaan kijken bij Meek in Assen.
Op 4 december wordt voor 11 december een gemeenteavond gepland om de plannen voor de aanschaf van een pijporgel te bespreken. (02) (03)

1929
Op 19 maart wordt een aanbod van orgelmaker Pels & Zn. besproken en komt een cadeau voor de organisten aan de orde.
Op 22 april wordt besloten dat de heer Meek uit Assen en de heer Kalsbeek orgels gaan bezoeken in Schoonhoven en Rotterdam.
Op 23 mei wordt besloten op 29 mei een mansledenvergadering te houden om te overleggen over de aanschaf van een orgel.
In de vergadering van 7 juni wordt vermeld dat de mansledenvergadering van 29 mei heeft besloten dat doorgegaan kan worden met de plannen voor het orgel. Via intekenlijsten wordt geïnventariseerd wat de gemeenteleden overhebben voor de aanschaf van een orgel.
In de kerkenraadsvergadering van 24 juni wordt gesteld dat men graag verder wil gaan met de aanschaf van een pijporgel. De inventarisatie heeft echter nog niet genoeg zekerheid opgeleverd voor een goede financiering.
In een nieuwe lidmatenvergadering op 9 augustus wordt besloten tot aanschaf van een orgel.
Op 26 augustus wordt het definitieve besluit genomen.
Er wordt een nieuw pijporgel aangeschaft bij Verschueren (Opus 30). (02)
Op 30 september wordt besloten dat bij de ingebruikname de zitplaatsen vrij zijn. De collecte wordt bestemd voor het orgelfonds.
Op 20 oktober wordt het orgel ingespeeld door Johannes Meek uit Assen. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (22-10-1929), Emmer courant (25-10-1929).
Op 23 oktober worden Vroom en Kalsbeek uit de kerkenraad en vier andere personen benoemd in de Orgelcommissie. Op het orgel zal een plaatje komen met het bouwjaar. (02) (03)

Dispositie:
Manuaal   Pedaal
Prestant 8' C-d1
Roerfluit 8'  
Viola 8'  
Holpijp 8'  
Octaaf 4'  
Octaaf 2' discant  



Foto: Geert Jan Pottjewijd


Kasboek 1926-1933 (04)
1928 28 nov Orgel Commissie reis Assen f 2,40
1929 25 mei reiskosten Kalsbeek & Meek f 43,96
1929 25 mei advertentiekosten orgel f 7,82
1929 1 juli Cadeau organisten f 11,50
1929 28 augustus Reiskosten Assen orgel f 3,00
1929 16 oktober Reiskosten Meek orgelinwijding f 5,00
1931 10 april cadeau 'orgelniste' f 15,75
1931 31 december aan 't orgel geleend f 59,39
1931 31 oktober Het orgel afbetaald f 112,-
1933 30 oktober rekening van het orgel f 108,25
1933 27 december Kerkorgel nagekeken en gestemd f 20,-

193x
Vanaf begin jaren dertig probeert de kerkenraad het werk van de organiste meer te waarderen. Waar zij vroeger slechts eens in de twee jaar een attentie kreeg, besluit men in 1931 dat zij voortaan jaarlijks een cadeau krijgt ter waarde van 15 gulden, omdat ze haar werk altijd kosteloos verricht. (02)

1934
Helaas is de belofte van korte duur en moet Fem Kalsbeek tot 1934 wachten voordat zij weer een cadeau krijgt. Ditmaal krijgt zij het cadeau vanwege haar afscheid als organiste in verband met haar huwelijk. Ze krijgt van de gemeente een ‘schoorsteenmantelgarnituur’. Als vervangsters worden gevraagd Riek Maat en Mien Hogeveen, die beiden de benoeming tot organiste aanvaarden. De jaarlijkse vergoeding wordt weer afgeschaft. (02)

1936
Beide organistes krijgen een cadeau, nu ter waarde van ƒ 5,-. Het jaar erop vertrekt juffrouw Maat en blijft Mien Hogeveen als enige organiste over. Tijdens de oorlog kan het orgel regelmatig niet op de normale wijze worden bespeeld, omdat de windmotor door het wegvallen van stroom niet werkt. De beide oudste zonen van de koster functioneren als orgelpompers. (02)

1942
Er is voor het eerst sprake van een soort jaarlijkse vergoeding voor de organiste. Deze vergoeding betreft geen cadeau, maar een bedrag van ƒ 10,- per jaar. Door de oorlogsomstandigheden wordt het besluit echter niet uitgevoerd. (02)

1945
27 febr gift aan organiste f 25,-. (05)

1947
Mien Hoogeveen trouwt in 1947 met Lippe Scheeringa en vertrekt naar Indië. Ze bedankt als organiste en zou van de kerkenraad een mooi cadeau krijgen. Aangezien niemand van de kerkenraad in staat blijkt iets zinnigs te bedenken, krijgt ze een bedrag van ƒ 50,- om daar zelf iets nuttigs voor te kopen. Wilhelmina (Mien) Oving Hd. volgt haar op als organiste. Zij wordt in 1947 lid van de GOV. (06) Voor en na de dienst leert zij haar gelijknamige nicht Wilhelmina (Willy) Oving Ed. de kneepjes van het organistenvak. (02)

1953
Mien Oving stopt wegens haar huwelijk en wordt opgevolgd door haar nicht Willy Oving. (02)

1952-1998
Inmiddels is de betalingsregeling uit 1942 weer uit de kast gehaald en krijgt de organiste een regelmatige vergoeding. Willy Oving bespeelt het orgel wekelijks tot omstreeks 1960 en wordt opgevolgd door Annie Oving, die tot ca. 1966 blijft spelen.
In 1967 krijgt Schoonoord voor het eerst sinds 1910 weer een mannelijke bespelers van het orgel. Roelof Gebben en Berend Prins begeleiden de zang om beurten.
In 1969 wordt dit tweetal aangevuld met H. van der Spoel uit Zweeloo, de eerste organist die niet uit de eigen gemeente afkomstig is. Van der Spoel is ook in zijn woonplaats organist en stopt in 1974.
Gebben is dan al enige jaren gestopt, zodat tussen 1974 en 1976 voornamelijk Berend Prins de diensten begeleidt. De vergoeding per dienst is inmiddels ƒ 7,50. In 1976 stopt ook Berend Prins.
In Schoonoord zijn geen organisten, wel hebben enkele kinderen orgelles. Prins wordt opgevolgd door Henk Fictorie, die in 1981 hulp krijgt van Hans Kroeze.
Kort daarna kan de gemeente weer voor organisten uit eigen gelederen zorgen, hoewel Kroeze en met name Fictorie (tot 1986) nog jarenlang in Schoonoord blijven spelen.
In de jaren tachtig bespelen Harma de Graaf en Margot Prins het orgel. Eind jaren tachtig en beginjaren negentijg zijn dat Astrid Ottens, Joan Janssens en Rosita Pot.
Later spelen diverse organisten uit de omliggende dorpen diensten in Schoonoord. (02)

2019
Op 24 september vraagt de kerkvoogdij of Mense Ruiter het orgel kan inspecteren. Dhr. Opten heeft het orgel jarenlang onderhouden, maar is vanwege zijn leeftijd gestopt.
Op 25 oktober maakt Mense Ruiter een onderzoeksrapport. Het orgel is onderzocht zonder iets te demonteren. De kans op niet gevonden gebreken wordt niet groot geacht. Het orgel is samengesteld uit onderdelen van verschillende periodes. De bovenzijde is open waardoor er veel vervuiling is. Het pijpwerk is niet homogeen. De Octaaf 4' en Octaaf 2' zijn niet volledig uitgebouwd. Er zijn pneumatische hulpladen voor de frontpijpen van de Prestant 8' en de grootste pijpen van de Holpijp. De luiken zijn lastig uitneembaar en dienen verbeterd te worden. De loopplank voor het orgel moet beter worden ondersteund. De frontpijpen moeten worden gereinigd. Het beleg van het manuaal dient beter te worden bevestigd. De klaviatuur moet worden afgeregeld. De mechaniek ziet er goed uit. Het pijpwerk wordt per register beschreven en geanalyseerd op verbeteringen. De intonatie kan worden verbeterd. De windvoorziening kent kleine lekkages. (07)

2020
Op 16 maart dankt Mense Ruiter voor het verlenen van de opdracht voor het uitvoeren van groot onderhoud. Qua kosten is het aan te raden alle werkzaamheden in één keer uit te voeren.
Op 11 mei brengt Mense Ruiter wegens voltooiing van de werkzaamheden de tweede termijn in rekening.
Op 18 november schrijft Mense Ruiter dat ze in november al twee keer een storing moesten oplossen. Misschien wordt het tijd voor groot onderhoud aan de mechaniek van het orgel. In 2019 was er nog geen reden om dit aan te pakken. (07)

2023
Op 17 mei  schrijft Ruiter dat tijdens de werkzaamheden op basis van de offerte van 18 november 2020 is geconstateerd dat de as- en draaipunten van de winkelbalk zo sterk zijn ingesleten dat zij direct zijn hersteld. (07)

Bronvermelding:
  1. www: https://reliwiki.nl/index.php/Schoonoord,_Kerklaan_35_-_De_Wijngaard (18-02-2025).
  2. Boek: C. de Graaf jr. en C. de Graaf sr, Van "Het zwarte kerkie" tot "de fiene Karke", 1998.
  3. Drents Archief: 0422 - Gereformeerde Kerk te Schoonoord 4 Notulen van kerkenraadsvergaderingen 1906-1917.
  4. Drents Archief: 0422 - Gereformeerde Kerk te Schoonoord 20 Kasboek 1926-1933.
  5. Drents Archief: 0422 - Gereformeerde Kerk te Schoonoord 20 Kasboek 1933-1945.
  6. Tijdschrift: Organist & Eredienst 1947-02.
  7. Ten Post Archief Mense Ruiter Hangmap Schoonoord.
  8. Boek: Gedenkboek bij gelegenheid van het 60-jarig Bestaan der Firma L. Verschueren c.v. Orgelbouwersbedrijf te Heythuysen 1891-1951, blz. 17.



 

Foto's Geert Jan Pottjewijd (2020).


Links: ansichtkaart van de oude kerk voor 1913. Rechts: ansichtkaart, beschreven in 1956.


Foto Geert Jan Pottjewijd (2020).