Sleen, Voormalige Evangelisatiekapel
Kerk
Het orgel van de voormalige Evangelisatiekapel in Sleen kent een lange en
complexe geschiedenis die teruggaat tot 1794. In dat jaar bouwt Johan Michael
Gerstenhauer in Monnickendam een orgel voor de Evangelisch‑Lutherse gemeente van
Medemblik, waarbij hij ouder pijpwerk uit circa 1735 hergebruikt. In 1858 werd
het orgel gedemonteerd, naar Amsterdam vervoerd en vervolgens in 1859 in
gewijzigde vorm opnieuw in Medemblik geplaatst. In 1878 wordt het vervangen door
een nieuw orgel, waarna het instrument uit ht zicht verdwijnt tot het in 1927
opduikt in de evangelisatie van Sleen. Het is waarschijnlijk afkomstig uit
Muntendam en door Andreas Doornbos overgeplaatst. In 1961 loopt het orgel
brandschade op; Mense Ruiter maakt een schaderapport en voert een herstelling
uit. Vanaf de jaren zeventig raakt het instrument in verval. Na sluiting van de
kapel wordt het orgel verkocht aan orgelmakerij Reil, waar het in opslag staat
tot 1996. Uiteindelijk wordt het in 1999 aangekocht door de Hervormde Gemeente
van Kedichem.
Algemeen:
De geschiedenis van het orgel was lange tijd grotendeels onbekend. Toen de
Hervormde Kapel in de jaren '80 van de 20e eeuw werd gesloten was al onderkend, dat
het een oud instrument betrof en werd het verkocht aan orgelmakerij Reil.
Daar heeft het in opslag gestaan tot 1996, toen het werd gekocht door de
Hervormde kerk van Kedichem. Tijdens het vooronderzoek voor het
restauratieproces kwam langzamerhand de geschiedenis boven water.
1794
Johan Michael Gerstenhauer, orgelmaker te Monnickendam bouwt voor de Evangelisch-Lutherse
gemeente van Medemblik een 'nieuw' orgel. Gerstenhauer maakte voor het binnenwerk van het orgel gebruik van ouder pijpwerk, dat
gezien de makelij in
de dertiger jaren van de achttiende eeuw moet zijn gemaakt. De Amsterdamse makelaar George Hendricus Broekhuyzen Senior beschreef
het instrument in zijn dispositieverzameling onder M18. (10)
"Medenblik:
Het orgel in de kerk der hersteld luthersche gemeente is afkomstig uit den afgebrande kerk te Zuidhoorn; aldaar geplaatst in ‘t jaar 1794 door L.M.
Garstenhouwer, orgelmaker te Monnikendam. Heeft 6 stemmen, een handclavier, geen pedaal en twee blaasbalgen.
Prestant 8vt Roerfluit
4vt Quint 3vt
Holpijp 8vt Sup. Octaaf
2vt Sexqualter 2st
voorts tremulant en ventil "

Klik op de afbeelding voor een vergroting (05)
1794
In de jaren na 1794 wordt het orgel onregelmatig onderhouden door Gerstenhauer;
'voor ‘t stellen van ’t orgel' vinden betalingen van kleine bedragen plaats aan de orgelmaker.
1818
Na het overlijden van Johan Michael Gerstenhauer in 1818, komt het onderhoud van het orgel in handen van Hermanus Knipscheer I, orgelmaker te Amsterdam.
Vanaf het jaar 1819 tot 1834 vindt jaarlijks onderhoud aan het orgel plaats door Knipscheer & Zoon, meestal voor het bedrag van f 7,-.
1834
In de jaren na 1834 vindt het onderhoud met grotere intervallen plaats, tot aan 1858.
Het orgel wordt onder andere gerepareerd door Johannes Henricus Overdeik, die toen
organist was in Medemblik. (11)
1858
De kerkenraad besluit tot bouw van een nieuwe kerk en een nieuwe pastorie.
Dit is opmerkelijk voor een gemeente met slechts 39 zielen waarvan 24 lidmaten.
Het orgel wordt gedemonteerd en overgebracht naar Amsterdam, waar het tijdelijk wordt opgeslagen. Op 6 december 1858 wordt het instrument voor het
bedrag van f 2,- per stoomboot terug naar Medemblik vervoerd.
1859
Op 27 maart wordt het nieuwe kerkgebouw aan de Westhaven te Medemblik in gebruik genomen, met het oude orgel van Gerstenhauer. De werkzaamheden worden
vermoedelijk uitgevoerd door de orgelmakers Flaes en Brunjes te Amsterdam. In de jaren na de overplaatsing wordt het instrument incidenteel onderhouden.
1878
In 1878 worden de zorgen over het orgel steeds groter, er is geld nodig voor hoognodige reparatie.
De toenmalige predikant ds. Lodewijks had connecties met Pieter
Flaes, orgelmaker te Amsterdam. Dit resulteert in de koop van een nieuw orgel voor
een bedrag van f 1625,-.
1880
Op 18 juli wordt het nieuwe orgel van Flaes in gebruik genomen.
1880-1927
De geschiedenis in de jaren 1880-1927 is tot nu toe onbekend gebleven.
1927
Het orgel wordt gekocht door de Vereniging voor Evangelisatie Bethel te Sleen.
In de notulen van de jaarvergadering van de
vereniging van 8 december wordt namelijk melding gemaakt van de inwijding van het orgel.
Nadere details ontbreken echter. Het orgel zou afkomstig zijn uit Muntendam (Groningen), waar
de Vereniging voor Evangelisatie was opgegaan in de Hervormde Gemeente. Het orgel werd verkocht.
(02)
In Muntendam is het orgel vermoedelijk geplaatst door de firma Proper uit Kampen, getuige een aangetroffen vrachtbrief
in het orgel voor het vervoer van Kampen naar Muntendam.
De demontage in Muntendam en de plaatsing van het orgel in Sleen is vermoedelijk
uitgevoerd door Andreas Doornbos, orgelmaker te Groningen. Andreas Doornbos
leverde in Muntendam een nieuw orgel. Zie Nieuwsblad van
het Noorden (11-10-1928).
Het bestuur van
Sleen adverteerde in De Nederlander in september om bijdragen voor de aanschaf
van een orgel. Er is al f 300,- bijeen gebracht, maar er is f 600,- nodig. Zie
De Nederlander (17-09-1927),
(24-09-1927), (19-10-1927).
Doornbos
restaureerde de
windlade in 1921, getuige een aantekening in potlood in de windlade.

1929
Er is geen f 10,-
beschikbaar voor de organist vanwege de veel te krappe kas. (04)
1944
Is het orgel gerestaureerd? Bij predikbeurten: 'Sleen.
Ned. Herv. Evang. 10 uur dhr. Kiewiet (inwijding orgel).' Zie Drentsch dagblad
(08-07-1944).
1955
Het orgel krijgt een windmotor. (Mense Ruiter constateert in 1961 echter geen
windmotor) Het Kapelkoor wordt opgericht en staat onder leiding van dhr. H.J. van der Linde uit Sleen.
Voorheen was H. Schonewille orgelpomper. Hij kon dan
tevens de jeugd boven rustig houden. (04)
1961
Brand in de Hervormde Kapel. Het orgel heeft schade opgelopen.
Zie Nieuwsblad van het
Noorden (23-10-1961), Nieuwe provinciale Groninger courant
(23-10-1961).
Notitie
door Mense Ruiter van de dispositie na inventarisatie van de brandschade.
'P 8' D 10 ...frontp
H
8,
O 4 17 spr frontpijpjes 4x4 = 16 kleine blinde pijpen
Spfl 4,
Oct 2,
Cornet 4 st D,
B 16 - groot oct.
Klavier C-c'''
geen voetklavier,
geen machine, zwakker druk, aangeboorde lade á la Pieterburen
Roetschade
afgegeven aan de brandverzekering
Reparatiekosten (geheel) opgegeven aan
kerkbestuur'
Op 11 december
rapporteert Mense Ruiter aan het expertisebureau A. Kruijer de brandschade. Het
binnenwerk is sterk vervuild door roet. De orgelkas en inwendige onderdelen
moeten worden schoongemaakt. Hierna dient het pijpwerk te worden gestemd.
De
frontpijpen zijn door de hitte beschadigd, maar ook door ondeskundig weghalen.
Omdat de pijpen met tinfolie beplakt waren, maar daarna zijn overgeverfd met
aluminium is het goedkoper de pijpen te vervangen door nieuwe zinken frontpijpen
dan ze te restaureren. De voorkant van de houten pijpen moeten worden schoon
gemaakt. De kosten worden ingeschat op f 1.800,-
Het brandschade rapport gaat naar assurantiekantoor Schonewille in Sleen. Daarbij
ingesloten is een brief met een
voorstel om een windmotor te plaatsen. Er zijn twee types geschikt:
1.
Orgelwindmachine 5/105 voor draaistroom van f 644,50
2. Orgelwindmachine
5/105 voor éénfase wisselstroom (lichtnet) voor f 705,-
De prijzen zijn
inclusief plaatsing met bekisting en automatische regelaar. De elektrische
leiding is exclusief. Het eenvoudigst is het tweede type, omdat die op het
lichtnet kan worden aangesloten. De levertijd is circa 8 weken.
Ook zou de
windlade gerestaureerd moeten worden. Deze kosten bedragen f 5.000,- inclusief
het herstel van de roetschade. (07)

Foto: onbekende herkomst
1962
Op 18 april schrijft Mense Ruiter
dat het hem spijt dat de frontpijpen niet op tijd zijn aangekomen. Als de pijpen
op tijd waren gekomen, dan had de geplande oplevering kunnen worden gehaald. Het
pijpwerk zal nu pas aankomen na Pasen.
Op
23 april schrijft J. Ziengs vanuit
Sleen dat Mense Ruiter zijn best heeft gedaan om alles op tijd af te krijgen,
maar dat het te wijten is aan de orgelpijpenmaker. Zodra de pijpen in Sleen zijn,
stuurt hij bericht.
Op 17 mei
stuurt Mense Ruiter een rekening van f 1.800,- naar Sleen voor het herstel van
de brandschade. (07)
1963
Op
16 augustus schrijft Mense Ruiter
over de windmachine. De machine is tijdelijk aangesloten voor het uitvoeren van
de werkzaamheden aan het orgel. Zoals hij er nu staat kan hij worden overgenomen
voor f 225,- Als de windmachine moet worden ingebouwd in een geluidsdichte kist
in de orgelkas dan bedragen de kosten daarvoor f 160,-
Als de situatie
stabiel blijft
dan graag de f 225,- overmaken. Kan het orgel worden opgenomen
in het stemschema?
Op 20 september
schrijft J. Ziengs van Sleen dat is besloten de windmachine over te nemen voor f
225,- Iemand uit de gemeente zal zorgen voor de geluiddempende kist om kosten te
besparen. Graag het orgel controleren omdat af en toe één toon blijft vastzitten.
De f 225,- wordt zo snel mogelijk overgemaakt. (07)
1967
Op 25 maart
antwoordt Mense Ruiter op een verzoek uit Sleen om het beleg op het klavier te
vernieuwen. Hiervoor moet het klavier naar de werkplaats in Groningen. Dit kan
echter in een werkweek gebeuren. De kosten worden geschat op circa f 350,- (07)
1972
Er wordt een elektronisch orgel
(vermoedelijk een Solina) aangeschaft omdat het pijporgel door de
heteluchtverwarming niet meer functioneert.(04)
1976
In Sleen heeft het instrument gefunctioneerd van 1927 tot 1972. In 1976 wordt een
voorlopig rapport opgesteld door Willem Hülsmann, namens de Orgelcommissie der
Nederlandse Hervormde kerk (HOC). Uit dit rapport blijkt dat het instrument onbespeelbaar
is en niet meer functioneert.
1977
Op 20 januari
wordt door orgelmakerij Gebr. Reil te
Heerde een offerte uitgebracht voor restauratie.
De HOC dringt sterk
aan op behoud en restauratie van het orgel. Het bestuur van de Vereniging neemt dit advies over, en benoemt op 21 november Aart van Beek tot adviseur.
1978
Tijdens een bezoek door Van Beek en de toenmalige rijksorgeladviseur Onno Wiersma, in september 1978, waren beiden getuige van het feit, dat een werknemer van de firma Johannus (luidsprekerorgels) bezig was het pijpwerk
van de windlade te verwijderen om ruimte te maken voor plaatsing van de geluidsboxen!


Foto links: herkomst onbekend foto rechts: Stichting
Streekeigen Sleen nummer SL09004429
Klik op de foto voor een vergroting
1977
Er wordt een luidsprekerorgel van het merk Johannes-orgel
type Opus 18.
Op 4 mei beantwoordt het
ministerie de aanvraag voor subsidie van 16 februari. Het orgel heeft grote
monumentale waarde. Helaas is er op dit moment geen geld beschikbaar voor
subsidie. Eerst over enkele jaren is er weer een mogelijkheid. (09)
198x
Aan het einde van de jaren tachtig gaan de Hervormde kerk Sleen en de Hervormde Evangelisatie samen. Het kerkgebouw van de Hervormde Evangelisatie wordt verkocht. Er
wordt een bloemenzaak in gevestigd.
Het orgel wordt verkocht aan orgelmaker Reil. Het
staat bij Reil enkele
jaren in opslag (zie foto's), totdat het wordt verkocht aan de
Hervormde Kerk van Kedichem.
1996
De kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Kedichem besluit om een
ander orgel aan te schaffen. (01)
1998
Aart Bergwerff wordt in september aangesteld als adviseur.
Na een aantal gebruikte orgels te hebben onderzocht, blijkt het orgel van Sleen
het meest geschikt te zijn voor plaatsing in Kedichem. De afmetingen en
verhoudingen lijken te zijn gemaakt voor de situatie in de kerk van Kedichem. (01)
1999
Het instrument wordt op 7 januari door de Hervormde gemeente Kedichem aangekocht. Het orgel
is inmiddels opgenomen in het monumentenregister.
Open
staat nog het achterhalen van de herkomst en geschiedenis van het orgel.
Uitgebreid onderzoek van de technische aanleg van het orgel, van de
verschillende onderdelen en vooral van het pijpwerk wordt uitgevoerd door
orgelmaker, rijksorgeladviseur en adviseur gezamenlijk. (01)

Foto (03)
- Uiteindelijk wordt na intensief onderzoek de volgende conclusie
getrokken: Het binnenwerk van het orgel (windlade en pijpwerk) dateert van de eerste helft
van de achttiende eeuw, rond het jaar 1735.
- Vermoedelijk is het gemaakt voor een kleine schuilkerk in West-Nederland
met als dispositie:
Prestant
8vt
discant
Holpijp 8vt
Fluit 4vt
Quint 3vt
Octaaf 2vt
Sesquialter II st., discant
- Het betreft een klein balustradeorgel met een laag liggende windlade, voorzien van een stekermechaniek. Het orgel wordt aan de achterzijde bespeeld.
- Rond het jaar 1760 wordt er een nieuw 4-voets front gemaakt met loze frontpijpen. Het blinderingssnijwerk wordt deels uit het oude front overgenomen, deels wordt
het vernieuwd in ‘moderne’ rococo vormen.
- In 1794 wordt het orgel geplaatst in het kerkgebouw van de Hersteld Evangelisch Lutherse gemeente te Medemblik, door de orgelmaker Johan Michael Gerstenhauer, orgelmaker te
Monnickendam. Bij plaatsing in Medemblik wordt het instrument niet gewijzigd.
- In 1858 wordt het instrument gedemonteerd en verscheept naar Amsterdam. In december van dat jaar wordt het in gewijzigde vorm geplaatst in de nieuwe
kerk van de Hersteld Evangelisch Lutherse gemeente. Deze werkzaamheden worden vermoedelijk uitgevoerd door de orgelmakers Pieter Flaes en Georg
Diderich Brunjes te Amsterdam. In een poging het orgel grondtoniger te maken en een meer sonore klank te geven, worden de volgende wijzigingen uitgevoerd:
- De orgelkas wordt verbreed met twee zijvelden, tot een zevenledig front.
- De klaviatuur wordt verplaatst naar de zijkant. Een nieuw klavier wordt aangebracht.
- Speel- en registermechanieken worden vernieuwd.
- De windvoorziening wordt gewijzigd; een nieuwe magazijnbalg wordt aangebracht.
- Een extra sleep en pijpstok worden aangebracht op de plaats van de vroegere stekermechaniek. Hierop worden de tonen c t/m c”’ van de houten Bourdon 16vt geplaatst.
- De toonhoogte wordt een halve toon verhoogd.
- Het groot octaaf van de Holpijp 8vt wordt vernieuwd in eikenhout.
- Het pijpwerk van de Quint 3vt wordt verschoven tot Prestant 4vt. Nieuwe frontpijpen voor de tonen C t/m fis worden gemaakt.
- Na deze wijzigingen blijft het instrument in deze staat bewaard.
Foto (03)
Nu de geschiedenis van het instrument grotendeels blootgelegd is, blijkt ook dat de dispositie, zoals genoemd in het handschrift van Broekhuyzen (M18
Medemblik), de juiste is geweest, zij het dat het instrument beschreven is vòòr de ombouw van 1858.
Slechts de toevoeging discant bij de registers Prestant 8vt en Sesquialter II st. ontbreekt in de beschrijving. Voorts is de door hem genoemde
Roerfluit 4vt niet voorzien van roeren, maar een gedekte fluit. Wellicht zijn ook in 1858 nieuwe hoeden gemaakt voor dit register.
2003/2004
Restauratie en plaatsing in Kedichem door orgelmakerij Gebr. Reil.
Voor meer informatie zie de PDF van het ingebruiknameboekje
en
Reformatorisch Dagblad (17-11-2003).

Ingebruiknameboekje
Bronvermelding:
- Ingebruiknameboekje: "Geschiedenis en restauratie van het Gerstenhauer-orgel in de hervormde kerk te Kedichem.
- Mondelinge mededeling van wijlen de heer D. Meijerman, bestuurslid van de Vereniging voor Evangelisatie te Sleen, 20 januari 1979.
- www:
http://reliwiki.nl/index.php/Kedichem,_Kerkstraat_18_-_Hervormde_Kerk
(22-02-2025)
- Boek: 100
jaar Kapel - Historisch overzicht van de Vereniging voor Evangelisatie
"Bethel" te Sleen
- E-Mail Wim Zwart d.d. 12 januari 2019
- Boek: Hans Steketee (redactie), Het Historische Orgel in Nederland
supplement, NIvO, 2010 21
- Oude archief Mense Ruiter
- Brochure: Stichting Kapel 2000 100 jaar Kapel – Historisch
overzicht van de Vereniging voor Evangelisatie ‘Bethel’ te Sleen, Sleen:
Stichting Kapel, 2000.
- Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling
Monumentenzorg van de provincie Drenthe 1401 Sleen, evangelisatiegebouw
Bethel; 1977
- Boek: George Hendricus Broekhuyzen Senior, Orgelbeschrijvingen, handschrift ea. 1850-1862,
Amsterdam, Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, 1986
- Tijdschrift: Jan van der Male, Moderne orgelbouw
zonder succes (1), De Orgelvriend 2025-01
- www:
https://reliwiki.nl/index.php/Sleen,_Menso_Altingstraat_20_-_Bethel_(1887_-_1995)
(22-02-2025)
Het orgel in de werkplaats van Reil:
Op 19 februari 1999 werd door de schrijver een bezoek gebracht aan de
werkplaats van de orgelmakers Reil. Daarbij werd de dispositie opgetekend vanaf de registerknoppen boven het manuaal:
| Manuaal |
C - c''' |
| Bourdon |
16' |
| Holpijp |
8' |
| Prestant |
8' disc. |
| Prestant |
4' |
| Speelfluit |
4' |
| Octaaf |
2' |
| Cornet
(Sesquialter) |
II disc. |






