Sleen, Voormalige Evangelisatiekapel
Kerk
De geschiedenis van het orgel was lange tijd grotendeels onbekend. Toen de
hervormde kapel in de jaren '80 van de 20e eeuw werd gesloten was al onderkend dat
het een oud instrument betrof en werd het verkocht aan orgelmakerij Reil.
Daar heeft het opgeslagen gestaan tot 1996, toen het werd gekocht door de
Hervormde kerk van Kedichem. Tijdens het vooronderzoek voor het
restauratieproces kwam langzamerhand de geschiedenis boven water.
1794: Johan Michael Gerstenhauer, orgelmaker te Monnickendam, bouwt voor de Evangelisch-Lutherse
gemeente van Medemblik een 'nieuw' orgel. Gerstenhauer maakt voor het binnenwerk van het orgel gebruik van ouder pijpwerk, dat
gezien de makelij in
de dertiger jaren van de achttiende eeuw moet zijn gemaakt. De Amsterdamse makelaar George Hendricus Broekhuyzen Senior beschrijft
het instrument in zijn dispositieverzameling’, onder M18. (10)
"Medenblik:
Het orgel in de kerk der hersteld luthersche gemeente is afkomstig uit den afgebrande kerk te Zuidhoorn; aldaar geplaatst in ‘t jaar 1794 door L.M.
Garstenhouwer, orgelmaker te Monnikendam. Heeft 6 stemmen, een handclavier, geen pedaal en twee blaasbalgen.
Prestant 8vt Roerfluit
4vt Quint 3vt
Holpijp 8vt Sup. Octaaf
2vt Sexqualter 2st
voorts tremulant en ventil "

Klik op de afbeelding voor een vergroting (05)
1794: In de jaren na 1794 wordt het orgel onregelmatig onderhouden door Gerstenhauer;
'voor ‘t stellen van ’t orgel' vinden betalingen van kleine bedragen plaats aan de orgelmaker.
1818:
Na het overlijden van Johan Michael Gerstenhauer in 1818 komt het onderhoud van het orgel in handen van Hermanus Knipscheer I, orgelmaker te Amsterdam.
Vanaf het jaar 1819 tot 1834 vindt jaarlijks onderhoud aan het orgel plaats door Knipscheer & Zoon, meestal voor het bedrag van f 7,-.
1834:
In de jaren na 1834 vindt het onderhoud met grotere intervallen plaats, tot aan 1858.
Het orgel wordt onder andere gerepareerd door Johannes Henricus Overdeik, die toen
organist was in Medemblik. (11)
1858: De kerkenraad besluit om een nieuwe kerk en pastorie te bouwen.
Dit is opmerkelijk voor een gemeente met slechts 39 zielen waarvan 24 lidmaten.
Het orgel wordt gedemonteerd en overgebracht naar Amsterdam, waar het tijdelijk wordt opgeslagen. Op 6 december 1858 wordt het instrument voor het
bedrag van f 2,- per stoomboot terug naar Medemblik vervoerd.
1859:
Op 27 maart wordt het nieuwe kerkgebouw aan de Westhaven te Medemblik in gebruik genomen, met het oude orgel van Gerstenhauer. De werkzaamheden worden
vermoedelijk uitgevoerd door de orgelmakers Flaes en Brunjes te Amsterdam. In de jaren na de overplaatsing wordt het instrument incidenteel onderhouden.
1878: In 1878 worden de zorgen over het orgel steeds groter. Er is geld nodig voor hoognodige reparaties.
De toenmalige predikant ds. Lodewijks had connecties met Pieter
Flaes, orgelmaker te Amsterdam. Dit resulteert in de koop van een nieuw orgel voor
een bedrag van f 1625,-.
1880:
Op 18 juli wordt het nieuwe orgel van Flaes in gebruik genomen.
1880-1927: Het lot van het orgel in de jaren 1880-1927 is vooralsnog onbekend.
1927: Het orgel wordt gekocht door de Vereniging voor Evangelisatie Bethel te Sleen.
In de notulen van de jaarvergadering op 8 december van de
vereniging wordt melding gemaakt van de inwijding van het orgel.
Nadere details ontbreken echter. Het orgel zou afkomstig zijn uit Muntendam (Groningen), waar
de Vereniging voor Evangelisatie was opgegaan in de Hervormde Gemeente en het orgel
is toen verkocht.
(02)

Nieuwsblad van
het Noorden 11-10-1928
In Muntendam is het orgel vermoedelijk geplaatst door de firma Proper uit Kampen, getuige een aangetroffen vrachtbrief
in het orgel voor het vervoer van Kampen naar Muntendam.
De demontage in Muntendam en de plaatsing van het orgel in Sleen is vermoedelijk
uitgevoerd door de firma Doornbos, orgelmaker te Groningen.
Het bestuur van
Sleen adverteert in De Nederlander in september om bijdrages voor de aanschaf
van een orgel. Er is al f 300,- bijeen gebracht, maar er is f 600,- nodig.
Doornbos
restaureert de
windlade in 1921, getuige een aantekening in potlood in de windlade.




De Nederlander 17-09-1927, 24-09-1927, 19-10-1927
1929: Er is geen maar f 10,-
voor de organist beschikbaar vanwege de veel te krappe kas. (04)
1944: Is het orgel gerestaureerd? In het krantenbericht wordt
gemeld dat het orgel wordt ingewijd.

Drentsch dagblad d.d.
08-07-1944
1955:
Het orgel krijgt een windmotor. (Mense Ruiter constateert in 1961 echter geen
windmotor) Het Kapelkoor wordt opgericht en staat onder leiding van dhr. H.J. van der Linde uit Sleen.
Voorheen was H. Schonewille orgelpomper. Hij kon dan
tevens de jeugd boven rustighouden. (04)
1961:
Er breekt brand uit en het orgel raakt beschadigd.


Nieuwsblad van het
Noorden 23-10-1961, Nieuwe provinciale Groninger courant 23-10-1961
Mense Ruiter noteert de dispositie
bij de inventarisatie van de brandschade.
'P 8' D 10 ...frontp
H
8,
O 4 17 spr frontpijpjes 4x4 = 16 kleine blinde pijp
Spfl 4,
Oct 2,
Cornet 4 st D,
B 16 - groot oct.
Klavier C-c'''
geen voetklavier,
geen machine, zwakker druk, aangeboorde lade à la Pieterburen
Roetschade
doorgegeven aan de brandverzekering
Reparatiekosten (geheel) opgegeven aan
kerkbestuur'
Op 11 december
rapporteert Mense Ruiter de brandschade bij het expertisebureau A. Kruijer. Het
binnenwerk is sterk vervuild door roet. De orgelkas en inwendige onderdelen
moeten worden schoongemaakt. Hierna dient het pijpwerk te worden gestemd.
De
frontpijpen zijn door de hitte beschadigd, maar daarna ook door ondeskundig weghalen.
De pijpen zijn met tinfolie beplakt en later overgeverfd met
aluminium. Het is goedkoper de pijpen te vervangen door nieuwe zinken frontpijpen
dan ze te restaureren. De voorkant van de houten pijpen moeten worden schoongemaakt. De kosten worden ingeschat op f 1.800,-
Het brandschade rapport van
de brandschade gaat naar assurantiekantoor Schonewille in Sleen. Daarbij
ingesloten is een brief met een
voorstel om een windmotor te plaatsen. Er zijn twee types geschikt:
1.
Orgelwindmachine 5/105 voor draaistroom van f 644,50
2. Orgelwindmachine
5/105 voor één fasen wisselstroom (lichtnet) voor f 705,-
De prijzen zijn
inclusief plaatsing met bekisting en automatische regelaar. De elektrische
leiding is exclusief. Het makkelijkste is het tweede type, omdat die op het
lichtnet kan worden aangesloten. De levertijd is circa 8 weken.
Ook zou de
windlade gerestaureerd moeten worden. Deze kosten belopen f 5.000,- inclusief
het herstel van de roetschade. (07)

Foto: onbekende herkomst
1962:
Op 18 april schrijft Mense Ruiter
dat het hem spijt dat de frontpijpen niet op tijd zijn aangekomen. Als de pijpen
op tijd waren gekomen, dan had de geplande oplevering kunnen worden gehaald. Het
pijpwerk zal nu pas aankomen na Pasen.
Op
23 april schrijft J. Ziengs vanuit
Sleen dat Mense Ruiter zijn best heeft gedaan om alles op tijd af te krijgen,
maar dat het te wijten is aan de orgelpijpenmaker. Zodra de pijpen in Sleen zijn
stuurt hij bericht.
Op 17 mei
stuurt Mense Ruiter een rekening van f 1.800,- naar Sleen voor het herstel van
de brandschade. (07)
1963: Op
16 augustus schrijft Mense Ruiter
over de windmachine. De machine is tijdelijk aangesloten voor het uitvoeren van
de werkzaamheden aan het orgel. Zoals hij er nu staat kan hij worden overgenomen
voor f 225,-. Als de windmachine moet worden ingebouwd in een geluidsdichte kist
in de orgelkas dan bedragen de kosten daarvoor f 160,-
Als de situatie blijft
zoals hij nu is dan graag de f 225,- overmaken. Kan het orgel worden opgenomen
in het stemschema?
Op 20 september
schrijft J. Ziengs van Sleen dat is besloten de windmachine over te nemen voor f
225,- Iemand uit de gemeente zal zorgen voor de geluiddempende kist om kosten te
besparen. Graag het orgel controleren omdat af en toe één toon blijft vastzitten.
De f 225,- wordt zo snel mogelijk overgemaakt. (07)
1967: Op 25 maart
antwoordt Mense Ruiter op een verzoek uit Sleen om het beleg op het klavier te
vernieuwen. Hiervoor moet het klavier naar de werkplaats in Groningen. Dit kan
echter in een werkweek gebeuren. De kosten worden geschat op circa f 350,- (07)
1972: Er wordt een
luidsprekerorgel
(vermoedelijk een Solina) aangeschaft omdat het pijporgel door de
heteluchtverwarming niet meer functioneert. (04)
1976:
In Sleen heeft het instrument gefunctioneerd van 1927 tot 1972.
Op
2 maart schrijft ds. Couvee aan de
hervormde Orgel Commissie (HOC) dat het orgel al een jaar buiten gebruik is. Een
reparatie gaat het budget van de kerk ver te boven. Het orgel is afkomstig uit
Muntendam en moet oud zijn. is het mogelijk een onderzoek in te stellen.
Op
19 mei wordt een
voorlopig rapport opgesteld door Willem Hülsmann, namens de Orgelcommissie der
Nederlandse Hervormde kerk (HOC). De dispositie wordt als volgt genoteerd:
Prestant 8' discant
Holpijp 8'
Octaaf 4'
Speelfluit 4'
Octaaf 2'
Cornet IV discant
Bourdon 16' discant
Omvang manuaal C-c'''.
Het orgel
is onbespeelbaar. De balg is zo lek dat hij niet meer omhoog komt. Zodoende kan
de klankkwaliteit niet worden bepaald. Ook de windlade bevindt zich in een
slechte toestand. Het pijpwerk stamt vermoedelijk uit de tweede helft van de
negentiende eeuw. Het is met aluminiumverf bestreken. Er zijn geen expressions.
Het frontpijpwerk is van zink. De grotere houten pijpen zijn van eiken. De
kleinere van naaldhout. Een restauratie wordt geschat op tussen de f 25.000,- en
f. 30.000,-. Er zal worden uitgezocht of het orgel een monumentale waarde heeft,
zodat er subsidie kan worden verleend. Misschien zijn er in Muntendam gegevens
over het orgel te vinden? (13)
1977: Op 20 januari
stuurt orgelmakerij Gebr. Reil te
Heerde een offerte voor een restauratie.
De HOC dringt sterk
aan op behoud en restauratie van het orgel. Het bestuur van de Vereniging neemt dit advies over, en benoemt op 21 november Aart van Beek tot adviseur.
Op 3 februari schrijft de HOC dat ze van orgelmaker Reil een offerte hebben
ontvangen. het bedrag op deze offerte is aanmerkelijk hoger dan het door de HOC
geschatte bedrag. De door Reil voorgestelde werkzaamheden zijn aanmerkelijk
uitgebreider en geheel volgens de voorschriften van monumentenzorg. In dit licht
bezien zijn de prijzen niet onredelijk. Voorgesteld wordt een subsidieverzoek in
te dienen conform het meegeleverde voorstel.
Op
16 februari wordt door het
kerkbestuur een subsidieaanvraag gedaan bij de Rijksdienst voor de
Monumentenzorg. Bijgesloten is de offerte Reil. Al eerder bracht de HOC een rapport uit. De kosten worden geschat op f
70.000,-.
Op 20 mei schrijft de
Rijksadviseur voor orgels O.B. Wiersma aan de HOC dat hij aannam dat het ging om
het orgel in de Hervormde kerk. Bij het bezoek aan de kerk bleek dat het ging om
de Hervormde Evangelisatie. De HOC heeft zich verkeken op de waarde van het
instrument. Het binnenpijpwerk is grotendeels oud loodhoudend pijpwerk dat
vermoedelijk stamt uit de eerste helft van de 18e eeuw. Ook de windlade stamt
uit die tijd. Op 4 mei heeft het kerkbestuur dan ook een brief ontvangen van de
Rijksdienst voor Monumentenzorg dat het orgel grote monumentale waarde heeft.
Het aanstellen van een adviseur is zeer wenselijk.
Op
24 juni beantwoordt de HOC de brief van 1 juni van het kerkbestuur,
Het wordt ontraden om
het orgel te verkopen. Hiervoor is toestemming nodig van Monumentenzorg omdat
het orgel monumentale waarde heeft. De verkoopwaarde zal niet hoog zijn omdat
het orgel moet worden gerestaureerd. Zou er geen fonds gevormd kunnen worden
voor de restauratie? Willem Hülsmann spreekt binnenkort de Rijksorgeladviseur en
zal hem het geval Sleen voorleggen.
Op
5 oktober schrijft het kerkbestuur
aan het ministerie dat het orgel dat nu in gebruik is het binnenkort zal laten
afweten. Wanneer is er zekerheid omtrent restauratie en subsidie van het
pijporgel? Als er enige zekerheid is dan kan er misschien een lening worden
afgesloten voor reparatie van het oude orgel. Er zijn gemeenteleden die
aandringen op een groter elektronisch orgel, waardoor de voorstanders van het
pijporgel in het gedrang komen.
Op 8
november schrijft de HOC aan de Rijksorgeladviseur of Aart van Beek in Sleen
als adviseur kan optreden. Een soortgelijke
brief gaat naar het kerkbestuur.
Op 21 november schrijft het
kerkbestuur aan de HOC dat ze akkoord gaan met Aart van Beek als adviseur. Met
een restauratie wordt pas begonnen als er zekerheid is over subsidie.
Op
30 november schrijft de HOC dat
Aart van Beek een historisch rapport zal schrijven. Voor een subsidieaanvraag is
dat rapport noodzakelijk. (13)
1978:
Op 19 februari schrijft de HOC aan
het kerkbestuur dat Aart van Beek contact zal gaan opnemen. Aan het advies van
de HOC zijn kosten verbonden, maar deze vallen onder de subsidieregeling.
Tijdens een bezoek door Van Beek en de toenmalige rijksorgeladviseur Onno Wiersma, in september 1978, waren beiden getuige van het feit, dat een werknemer van de firma Johannus (luidsprekerorgels) bezig was het pijpwerk
van de windlade te verwijderen om ruimte te maken voor plaatsing van de geluidsboxen!


Foto links: herkomst onbekend foto rechts: Stichting
Streekeigen Sleen nummer SL09004429
Klik op de foto voor een vergroting
1977: Er wordt een luidsprekerorgel van het merk Johannes-orgel
type Opus 18-3.
Op 4 mei beantwoordt het
ministerie de aanvraag voor subsidie van 16 februari. Het orgel heeft grote
monumentale waarde. Helaas is er op dit moment geen geld beschikbaar voor
subsidie. Eerst over enkele jaren is er weer een mogelijkheid. (09)
1985: Op 2 oktober
schrijft Aart van Beek naar aanleiding van een brief van 24 september van het
kerkbestuur. De subsidiering is gewijzigd. Het is nuttig om opnieuw een
subsidieverzoek in te dienen. Hiervoor is wel een herziene prijsopgave nodig.
Hiervoor is Reil inmiddels ingeschakeld. Het zou zinvol zijn het pijpwerk verder
te onderzoeken. Hiervoor moet echter wel de aluminiumverf worden verwijderd in
de werkplaats van de orgelmaker. Van Beek wil graag binnenkort overleggen met
het kerkbestuur. (13)
198x: Aan het einde van de jaren tachtig gaan de Hervormde kerk Sleen en de Hervormde Evangelisatie samen. Het kerkgebouw van de Hervormde Evangelisatie wordt verkocht. Er
wordt een bloemenzaak in gevestigd.
1995: Op
6 februari schrijft de Stichting
Kapel Sleen aan de HOC dat er plannen zijn om het gebouw te verkopen. Het is
noodzakelijk een goede bestemming voor het orgel te vinden. Aart van Beek krijgt
een volmacht om een bestemming voor het orgel te vinden voor 1 april 1995.
gezien het korte tijdsbestek zal het orgel waarschijnlijk moeten worden
opgeslagen bij een erkende orgelmaker.
Op
29 juni wordt het adviestraject
afgesloten middels een rekening van de HOC. (13)
Het orgel wordt verkocht aan orgelmaker Reil. Het
staat bij Reil van 1995 tot 2003 in opslag. (zie foto's)
2020:

Het orgelbalkon
in Sleen in 2020 bij een bezoek aan het gebouw tijdens een verbouwing.
Geschiedenis Kedichem (01) (14)
1996: De kerkenraad van de Hervormde Gemeente te Kedichem besluit om een
ander orgel aan te schaffen.
1997: In het voorlopige
rapport van de HOC van 9 april 1997 wordt als alternatief genoemd aankoop van
het orgel van de evangelisatie in Sleen dat in opslag ligt bij Reil.
1998: Aart Bergwerff wordt in september aangesteld als
adviseur. Na een aantal gebruikte orgels te hebben onderzocht, blijkt het orgel
van Sleen het meest geschikt te zijn voor plaatsing in Kedichem. De afmetingen
en verhoudingen lijken te zijn gemaakt voor de situatie in de kerk van Kedichem.
1999:
Het instrument wordt op 2 februari door de Hervormde gemeente Kedichem gekocht
van de orgelmaker Reil. Het orgel
is inmiddels opgenomen in het monumentenregister.
Open staat nog het
achterhalen van de herkomst en de geschiedenis van het orgel. De technische aanleg van het orgel en vooral van het pijpwerk wordt
gezamenlijk onderzocht door orgelmaker,
rijksorgeladviseur en adviseur.

Foto (03)
- Uiteindelijk wordt na intensief onderzoek de volgende conclusie
getrokken: Het binnenwerk van het orgel (windlade en pijpwerk) dateert van de eerste helft
van de achttiende eeuw, rond het jaar 1735.
- Vermoedelijk is het gemaakt voor een kleine schuilkerk in West-Nederland
met als dispositie:
Prestant
8vt
discant
Holpijp 8vt
Fluit 4vt
Quint 3vt
Octaaf 2vt
Sesquialter II st., discant
- Het betreft een klein balustradeorgel met een laag liggende windlade, voorzien van een stekermechaniek. Het orgel wordt aan de achterzijde bespeeld.
- Rond het jaar 1760 wordt er een nieuw 4-voets front gemaakt met loze frontpijpen. Het blinderingssnijwerk wordt deels uit het oude front overgenomen, deels wordt
het vernieuwd in ‘moderne’ rococo vormen.
- In 1794 wordt het orgel geplaatst in het kerkgebouw van de Hersteld Evangelisch Lutherse gemeente te Medemblik, door de orgelmaker Johan Michael Gerstenhauer, orgelmaker te
Monnickendam. Bij plaatsing in Medemblik wordt het instrument niet gewijzigd.
- In 1858 wordt het instrument gedemonteerd en verscheept naar Amsterdam. In december van dat jaar wordt het in gewijzigde vorm geplaatst in de nieuwe
kerk van de Hersteld Evangelisch Lutherse gemeente. Deze werkzaamheden worden vermoedelijk uitgevoerd door de orgelmakers Pieter Flaes en Georg
Diderich Brunjes te Amsterdam. In een poging het orgel grondtoniger te maken en een meer sonore klank te geven, worden de volgende wijzigingen uitgevoerd:
- De orgelkas wordt verbreed met twee zijvelden, tot een zevenledig front.
- De klaviatuur wordt verplaatst naar de zijkant. Een nieuw klavier wordt aangebracht.
- Speel- en registermechanieken worden vernieuwd.
- De windvoorziening wordt gewijzigd; een nieuwe magazijnbalg wordt aangebracht.
- Een extra sleep en pijpstok worden aangebracht op de plaats van de vroegere stekermechaniek. Hierop worden de tonen c t/m c”’ van de houten Bourdon 16vt geplaatst.
- De toonhoogte wordt een halve toon verhoogd.
- Het groot octaaf van de Holpijp 8vt wordt vernieuwd in eikenhout.
- Het pijpwerk van de Quint 3vt wordt verschoven tot Prestant 4vt. Nieuwe frontpijpen voor de tonen C t/m fis worden gemaakt.
- Na deze wijzigingen blijft het instrument in deze staat bewaard.
Foto (03)
Nu de geschiedenis van het instrument grotendeels is blootgelegd blijkt dat de dispositie, zoals genoemd in het handschrift van Broekhuyzen (M18
Medemblik), de juiste is geweest, zij het dat het instrument beschreven is vòòr de ombouw van 1858.
Slechts de toevoeging discant bij de registers Prestant 8vt en Sesquialter II st. ontbreekt in de beschrijving. Voorts is de door hem genoemde
Roerfluit 4vt niet voorzien van roeren, maar een gedekte fluit. Wellicht zijn ook in 1858 nieuwe hoeden gemaakt voor dit register.
2003/2004: Restauratie en plaatsing in Kedichem door orgelmakerij Gebr. Reil.
Voor meer informatie zie de PDF van het ingebruiknameboekje.


Reformatorisch Dagblad, 17-11-2003, p. 13, ingebruiknameboekje
Bronvermelding:
- Ingebruiknameboekje: "Geschiedenis en restauratie van het Gerstenhauer-orgel in de hervormde kerk te Kedichem.
- Mondelinge mededeling van wijlen de heer D. Meijerman, bestuurslid van de Vereniging voor Evangelisatie te Sleen, 20 januari 1979.
- www: http://reliwiki.nl/index.php/Kedichem,_Kerkstraat_18_-_Hervormde_Kerk(22-02-2025)
- Boek: 100 jaar Kapel - Historisch overzicht van de Vereniging voor Evangelisatie "Bethel" te Sleen
- E-Mail Wim Zwart d.d. 12 januari 2019
- Boek: Hans Steketee (redactie), Het Historische Orgel in Nederlandsupplement, NIvO, 2010 21
- Oude archief Mense Ruiter
- Brochure: Stichting Kapel 2000 100 jaar Kapel – Historisch overzicht van de Vereniging voor Evangelisatie ‘Bethel’ te Sleen, Sleen: Stichting Kapel, 2000.
- Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 1401 Sleen, evangelisatiegebouw Bethel; 1977
- Boek: George Hendricus Broekhuyzen Senior, Orgelbeschrijvingen, handschrift ea. 1850-1862, Amsterdam, Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, 1986
- Tijdschrift: Jan van der Male, Moderne orgelbouw zonder succes (1), De Orgelvriend 2025-01
- www: https://reliwiki.nl/index.php/Sleen,_Menso_Altingstraat_20_-_Bethel_(1887_-_1995) (22-02-2025)
- Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 1186. Sleen, 1976-1995
- Utrecht, Het Utrechts Archief 1445 Orgelcommissie 714. Kedichem, 1997-1999
Het orgel in de werkplaats van Reil:
Op 19 februari 1999 werd door de schrijver een bezoek gebracht aan de
werkplaats van de orgelmakers Reil. Daarbij werd de dispositie opgetekend vanaf de registerknoppen boven het manuaal:
| Manuaal |
C - c''' |
| Bourdon |
16' |
| Holpijp |
8' |
| Prestant |
8' disc. |
| Prestant |
4' |
| Speelfluit |
4' |
| Octaaf |
2' |
| Cornet
(Sesquialter) |
II disc. |







