Veenhuizen, Rooms-Katholieke kerk

In 1836 plaatst J.W. Timpe een klein eenklaviers orgel, gefinancierd uit vrijwillige bijdragen. In 1873 wordt het orgel door C.B. Adema gewijzigd. Wanneer in 1893 een nieuwe kerk wordt gebouwd, ontstaat discussie over wie de overplaatsing van het orgel moet betalen: het Rijk of de parochie. Uiteindelijk wordt het instrument op kosten van de parochie overgeplaatst. In 1904 blijkt het orgel bouwvallig; na onderhandelingen draagt de parochie het instrument gratis over aan de Staat, op voorwaarde dat deze het volledig laat herstellen. D. Ansingh & Co. voert het herstel uit. In de twintigste eeuw blijft het orgel in gebruik, met onderhoud door onder meer Leijser. In 1960 wordt het instrument gedemonteerd en opgeslagen; in 1967 krijgt het een nieuwe bestemming in de St.-Martinuskerk in Halsteren, waar het door Blank & Zn. wordt geplaatst. In Veenhuizen wordt in 1961 een omgebouwd Standaart-theaterorgel geplaatst, dat tussen 2008 en 2012 wordt gerestaureerd door de broers Van der Meulen.
Informatie over de kerk

1826
De Maatschappij van Weldadigheid laat een katholieke kerk bouwen, die is gewijd aan Hiėronymus Aemilianus. Zie Overijsselsche courant (25-04-1826).

1835
In mei wordt een contract voor een eenklaviers orgel gesloten met orgelmaker J.W. Timpe & Zoon uit Groningen.
Dispositie: Prestant 8', Holpijp 8', Fluit 4', Mixtuur. Geen Pedaal.

Contract van Aanbesteding

Pastoor en Kerk meesters der Roomsch Katholyke gemeente inde Maatschappy van weldadigheid te Veenhuizen voornemens zynde een Nieuw-Orgel in hun Kerkgebouw te doen plaatsen, zyn met de orgelmakers J:W:Timpe & Zoon te Groningen omtrent het maken en plaatsen van een Nieuw-Orgel voor de zomma van Vijfhonderd Vijf & Twintig Guldens over een gekomen als volgt.
Art. 1.
De kast des orgels zal gemaakt worden van best Vuren en grynen hout, dezelve zal Vyftien voeten hoog, Acht voeten, en vier duim breed, en Drie Voeten zes duimen diep wezen, zy zal best en sterk bewerkt, met losse luiken, om overal waar het nodig is gemakkelyk by het binnen werk te kunnen komen, voorzien zyn, en de ornamenten en aanzicht, derzelve, zal weezen naar aard, van bygevoegde en afgegevene tekening des orgels.
Art. 2.
De windlade van het te maken orgel zal eene sleepwindlade wezen, gemaakt van best droog wagenschots hout, zeven voeten lang, twee vt. zes duim breed, verdeeld in vier en vijftig tonen van Groot C tot F /// gestreept, voorzien met losse ventielen of kleppen die er naar willekeur kunnen uitgenomen worden, met geel kooperen aanhangdraden1 veeren en stiften.- Verders zal deze sleepwindlade zoo zyn ingerigt, dat naderhand op dezelve zes of zeven registers of stemmen gemakkelyk kunnen geplaatst worden als buiten de art. 5 genoemde van Boerdon Zestien Voet, octaaf viet voet en Fluit twee Voet.
Art. 3.
De Blaasbalg van dit orgel zal zeven voeten lang Drie voeten drie duim breed wezen, drie bladen van best vurenhoud ter dikte van duim, de plooyen of vouden van best wagenschot ter dikte van een half duim hebben enop allen zyden evenweid ter hoogten van Zeventien of achttien duim opengaans. Onder dezen Blaasbalg zal de schepbalg met deszelfs windkanaal worden aangebragt vandezelfde specie gemaakt zyn als het vorigen van dit Art. endit alles met best wit schapen ieder bekleed worden./ de Voet maat word bedoeld groninger maat/ voor alle art. vatbaar.
Art. 4.
Het Handklavier lopende van 0 tot F drie gestreept voor Vier en Vyftig tonen zal van best droog wagenschots hout gemaakt worden, de onder toetsen zullen met best zwart Ebbenhoud belegd wezen, gelyk ook de boven toetsen welke laatste echter op de bovenzyde met wit yvoor zullen opgelegd zyn. Het hier toe behorende welraam verdeeld als het bovenstaande ter lengten vande windlade, en ter breedte van het Klavier zal ook van best droog wagenschotshoud gemaakt zn.- De Honderd en acht arrenas en stiften, de vier en vyftig winkelhaken en aanhangsdraden zullen van Geel koper weezen.
Art. 5.
Op bovengenoemde windlade in het te maken Orgel zullen gezegde orgelmakers verpligt wezen te plaatsen /
1e. Een Prestant van Acht voeten, gemaakt van Best Bankatin in het gezicht/
2e. Holpijp Acht voet
3e. Fluit van vier voet
4e. Mixtuur
Deze drie laatste voorwerpen zullen gemaakt worden van Een Derde Tin en twee Derde Lood.
Art.6.
Het orgel met alle zyne genoemde of ongenoemde toebehoorzelen zal tegen den Eerste November van dit lopende jaar Achttien Honderd Vijf en Dertig, niet alleen gemaakt maar ook in het Roomsch Katholyke Kerkgebouw te Veenhuizen geplaatst weezen, en op kosten vanden makers in eenen behoorlyken Order gezet weezen, zoo dat het zonderen verderen werkzaamheden aan het zelve kan bespeeld worden, zonder te verven dit is voor rekening der Heeren uitbesteeders.
Art.7.
Het Orgel zal in zyn geheel en allen zynen spreekende deelen eenen volmaakte goede toon en eenen vlugge aanspraak hebben, en in orchest toon met gelyk zwevende Temperatuur gestemd wezen, zoo dat allen toonen goed en vlug kan gespeeld worden.
Art. 8.
De plaatsing van het Orgel zullen Een of twee onpartydige deskundigen het Orgel Examineeren, het welk als het niet goed, of naar deze artiekels niet gemaakt te zyn bevonden, of in geenen deelen aande aftekeing voldoet of iets mogt ontbreken, zal door den maker verbeterd worden, alvorens betaling te ontvangen. Wanneer het Echter volgens dezen artiekels en aftekening gemaakt en buitendien goed is bevonden, zuilen heren aanbesteders na de goedkeuring Drie Honderd Gulden uit betalen, en voorts het resterende inde loop van het jaar Achtien Honderd Zes & Dertig voldoen.
Art. 9.
De orgelmakers zullen echter voor die gebreeken, welke voor het grootste gedeelten uit het maken van het orgel voort vloeijen, Zes agter eenvolgenden jaren lang voor het werk moeten instaan.
Art. 10.
Zoo lang ten laatste de orgelmakers met plaatsing en in een ander voegen van het orgel ingezegd Kerkgebouw werkzaam is, zullen hem Heeren uitbesteeders op hunnen kosten van Woning en Levensbehoeften voorzien.
Tot verbinding en nakoming van deze artiekelen zyn twee Eensluidende afschriften gemaakt en Eigenhandig ondertekend.
Veenhuizen den Eerste Mei, Achtien Honderd 35

Groningen den Mei 1835
De Pastoor A. BRUUNS
De orgelmakers J.W.Timpe B.N.Timpe
De Kerk Meesters van der Mey, de Bie, J. Stuyve (14)



Volgens het contract is op de windlade plaats gereserveerd voor de registers Bourdon 16', Octaaf 4' en Fluit 2'. De ondertoetsen zijn van ebben en de boventoetsen van ivoor.
De bouwkosten van f 525,- worden gefinancierd uit vrijwillige bijdragen.
Een intekenlijst brengt in 1836 f 455,55 op.
Volgens het contract moet het orgel uiterlijk op 1 november 1835 gereed zijn, maar de oplevering loopt vijf maanden uit.
Voor de examinatie wordt C. Meijboom, organist van de Hervormde Kerk in Assen, gevraagd.
Meijboom schrijft op 30 maart 1836:
'Weleerwaarde Heer en Vriend!
Met genoegen heb ik vernomen dat er een orgel in uwe kerk gekomen is. Voor de uitnodiging echter hetzelve te examineren
moet ik evenwel bedanken uit hoofde ik geen genoegzaam kennis van het mechanique van het werk zelve hebbe en meent men iets
aan om te beoordelen dan moet men het een zoo wel als het ander volgens het geweten naar waarheid kunnen doen.
Deze reden zullen toereikende zijn om mij te willen verschonen en iemand te kiezen die het geheel in staat is nauwkeurig en naar waarheid te onderzoeken.
Van uwe vriendelijke uitnodiging het middagmaal bij U te gebruiken moet ik dus voor deze keer insgelijks vriendelijk bedanken en houde mij wanneer het weder wat beter wordt steeds gecommandeerd.
Van mij in ... Vriendschap aanbevelend hebbe ik de eer met aller hoogachting te zijn
Weleerwarde Heer!
Uw dienaar en Vriend
J. Meijboom' (14)



(19) en (20)


Caecilia algemeen muzikaal tijdschrift van Nederland jaargang 6, 1849, no 19, 01-10-1849 met de werkzaamheden van Timpe.
De tekst bevat tal van fouten. Overal waar Amsterdam staat moet Groningen worden gelezen. Ook de jaartallen en de schrijfwijze van plaatsen zijn vaak foutief

Op de pagina's 150-152 van het memoriaal van 1908-1967 worden diverse uitgaven beschreven, waaronder die voor het orgel:
1836 - Orgel Reparatie v. .... f 1,50
1842 - Reparatie orgel f 13,77 1/2
1843 - Reparatie orgel f 10,-
1845 - aan leder voor het orgel f 4,55 Voor het aanzetten van een paar vleugels aan het orgel f 19,- Voor het ... van gemelde? vleugels f 15,28 Voor fragt en aanzetten f 8,09. De grote reparatie van f 450,- wordt hier niet vermeld. Waarschijnlijk wordt het betaald uit een andere bron. De werkzaamheden zijn niet bekend. Uit de andere betalingen is wel op te maken dat het uiterlijk wordt aangepast met vleugels. Gezien de uitgaven voor leer wordt misschien ook de balg gerepareerd.
1848 - reparatie aan het orgel f 23,85
1849 - aan het stemmen en reparatie van het orgel f 43,85
1850 - aan reparatie en stemmen van het orgel f 16,25
1851 - Reparatie orgel f 9,75
1852 - aan reparatie van het orgel f 75,82 , een ijzeren Tree? aan het orgel f 1,50
1856 - Het Orgel f 13,00 Organist, orgeltrapper en gezangboeken
1857 - Reparatie orgel f 33,-'
1866 - Reparatie orgel f 2,78
1873 - Reparatie orgel f 6,50 (21) - (24)

Broekhuyzen geeft geen dispositie maar omschrijft het instrument als een 'acht voets werk'. (15)


1853:
In een inventaris van 8 november  staat het orgel omschreven als 'orgel zes registers' (16)
Betalingen aan organist en orgeltrapper, kopiėren gezangboeken

1857
'Ook in genoemd jaar het orgel schoon gemaakt en er een pedaal bij gekomen voor rekening der Parochie' (19)

1867
De organist krijgt wekelijks 25 cent. Dit zet zich vele jaren voort. (22)

1873
In september 1873 stemt de Leeuwarder orgelmaker C. B. Adema het orgel (01); een maand later doet hij dit ook in de Hervormde kerk en wijzigt hij bovendien de dispositie van het Timpe-orgel: de Salicet 4' wordt vervangen door een Viola 8' (met C-B als Quintadeen 8'). Tevens wordt het klavierbeleg opnieuw genageld. De kosten van f 80,- zijn later vergoed door de Rijksbetaalmeester. In de Kerkrekening staat verder nog genoteerd: '31 oct. Bij de herstelling en vernieuwing van het orgel verblijfkosten en twee wagens voor den Heer Adema f 3,50 Aan W. Lukassen verblijfkosten van den knecht f 2,50'.
In dit jaar krijgt de organist ook enkele keren reiskosten uitbetaald naar bijvoorbeeld Vries. (22)

1874
Ook in december 1874 verricht Adema een stembeurt (voor f 25,-); hij wordt daartoe per rijtuig van het station in Assen afgehaald. En passant stemt hij ook de piano's van de directeur en de apotheker van de Rijkswerkinrichtingen.

1877
Uit dit jaar stamt een begroting van inkomsten en uitgaven. Voor het orgel zijn de volgende posten begroot: organist f 26,-, orgeltrapper f 10,- en onderhoud f 20,-.

1890
Op 19 mei wordt, nu er toestemming is voor de bouw van een nieuwe kerk, het plan geopperd deze zo te bouwen dat de Hervormden er ook gebruik van kunnen maken, omdat hun kerk te klein is.

1893

Op 1 februari schrijft pastoor Dorresteyn aan de bisschop dat de bouw van de kerk goed verloopt. Er zijn nog een paar weken nodig voordat alles is voltooid. Er wordt gewerkt aan het interieur. Het ministerie van Justitie heeft echter bezwaar tegen het overplaatsen van het orgel. De kosten van het overplaatsen zouden te hoog zijn. Het orgel is eigendom van de parochie. De kerk is eigendom van het rijk. Het orgel zou zonder vergoeding aan het rijk moeten worden afgestaan en dan kan het worden overgeplaatst. Volgens de pastoor kan het orgel na een kleine reparatie zonder al te veel kosten worden overgeplaatst. De orgelmaker N.S. Leijser uit Zutphen, die het orgel jaarlijks onderhoudt op kosten van het rijk, denkt dat er een grote reparatie nodig is. Volgens de pastoor is dit niet nodig en voldoet een kleine reparatie. Wat is het advies van de bisschop? Van deze brief blijft ook een kladversie bewaard.
Op 2 februari schrijft waarschijnlijk de gevangenisdirecteur dat hij met de pastoor wil overleggen over het orgel.
Op 9 februari schrijft de aartsbisschop dat hij nog geen definitief antwoord kan geven. Kan de pastoor de stukken van het Ministerie van Justitie opsturen?
Op 10 februari schrijft pastoor Dorresteijn dat er nog geen definitieve beslissing is omtrent het wel of niet overdragen van het eigendom van het orgel aan het Rijk.
Op 17 februari antwoordt de aartsbisschop dat het orgel op kosten van de parochie zal worden overgeplaatst en gerepareerd.
Op 21 februari schrijft de aartsbisschop dat er nog geen contact mag worden opgenomen met het Ministerie van Justitie. Wat is de waarde van het orgel?
Van 19 februari is een kladbrief bewaard van pastoor Dorresteijn aan de gevangenisdirectie. Het orgel wordt overgeplaatst op kosten van de kerk.
In een kladbrief  aan de aartsbisschop wordt gesteld dat de parochie te weinig middelen heeft om het orgel over te plaatsen en te laten repareren.
Op 23 februari schrijft de pastoor aan de aartsbisschop dat volgens orgelmaker Leijser de waarde van het orgel ligt tussen de f 600,- en f 700,-.
Aan de orgelmaker vraagt hij wat de kosten zijn als het orgel alleen wordt overgeplaatst zonder reparatie en wat de kosten zijn als de blaasbalg wordt gewijzigd en of dit echt noodzakelijk is.
Op 23 februari schrijft orgelmaker Leijser dat de waarde van het orgel zonder verplaatskosten ligt tussen de f 600,- en f 700,-. Vergroting met een Bourdon 16' en een Prestant 8' kost tussen de f 800,- en de f 900,-. Een nieuwe blaasbalg kost f 600,-. Een geschikt nieuw orgel kost f 2.300,-.
Op 1 maart vraagt de aartsbisschop aan de pastoor wat de kosten zijn voor de verplaatsing van het orgel.
Op 2 maart vraagt de hoofddirecteur aan de pastoor wanneer de kerk antwoord geeft over het orgel.
Op 14 maart schrijft de gevangenisdirectie dat er contact is geweest tussen het Ministerie van Justitie en de aartsbisschop omtrent het orgel.
Op 20 maart schrijft de hoofddirectie van Veenhuizen dat de nieuwe kerk op 4 april in gebruik wordt genomen en dat gedetineerden de gelegenheid moeten hebben de inwijdingsdienst bij te wonen. Katholieke inwoners van Veenhuizen zijn niet verplicht de dienst te bezoeken. Het orgel kan op kosten van de aartsbisschop worden overgeplaatst. Zie Nieuwsblad van het Noorden (22-03-1893).
Niet lang daarna deelt Leyser mee dat de verplaatsingskosten, met de hulp van drie timmerlieden uit het Gesticht, f 200,- bedragen. Het vervangen van de blaasbalg is niet nodig; wel adviseert hij het orgel te laten vergroten. Naar aanleiding van deze zaak noteert pastoor Dorresteyn: 'jammer dat het orgel niet door de staat is overgenomen, maar het speelt nog best.'
Op 16 juni stuurt de pastoor de rekening van de overplaatsing door naar de aartsbisschop. Kan de rekening worden betaald?
Op 24 juni stuurt het bisdom per brief f 200,- met ingesloten de originele nota. Op deze brief staat een aantekening dat het bedrag is uitbetaald aan orgelmaker Leijser. (18)
In het memoriaal zijn de gebeurtenissen rond de bouw van de nieuwe kerk en de overplaatsing van het orgel op hoofdlijnen te volgen. (21)

1899
In de inventaris van dat jaar staat het orgel vermeld met zes registers. (16)

1904

Op 4 mei schrijft de hoofddirecteur der rijksinrichtingen dat het ministerie van justitie moet beslissen of het bedoelde bedrag dit jaar kan worden uitgegeven of het volgende jaar.
Op 10 mei schrijft de hoofddirecteur van de rijksinrichtingen dat het mogelijk is het orgel kosteloos over te dragen aan de rijksinrichtingen als het bezwaar uit 1893 wordt opgeheven.
Op 14 mei schrijft het aartsbisdom aan de pastoor dat het orgel mag worden afgestaan aan de kolonie als de kolonie de reparatiekosten en het verdere onderhoud op zich neemt.
Op 16 mei vraagt pastoor Fock of het antwoord van het aartsbisdom ook wordt doorgestuurd naar het Ministerie van Justitie.
Vermoedelijk eind mei schrijft de pastoor aan het aartsbisdom dat het orgel wordt overgenomen door de kolonie en dat de nodige herstellingen zullen worden uitgevoerd. Er wordt een notariėle nota van overdracht opgemaakt. Later volgt er een briefje met daarbij een formulier voor de notariėle akte.
Op 15 juli vraagt de hoofddirecteur van de Rijksinrichtingen of de pastoor akkoord gaat met een hernieuwd onderzoek van het orgel op 18 juli. (18)
Het orgel blijkt 'zeer bouwvallig' te zijn geworden. Brieven van pastoor Fock aan 'Utrecht' maken melding van twee offertes voor herstel. Het door Leyser ingediende plan:
Volgens mededeling van den Heer Leyser orgelfabrikant te Zutphen, zal het orgel in de R.K.Kerk binnen korten tijd geheel onbruikbaar zijn, wanneer niet eenige noodzakelijke reparatien van het instrument geschieden. Deze reparatien zijn door bovengenoemden als volgt gespecificeerd::

1e. Een nieuw mecanique klavieren windlade 50,00
2e. Blaasbalg vergrooten met nieuwe pompers 80,00
3e. Schoonmaken en bijbrengen van Octaaf 4 voet met pijpstokken en roosters 290,00
4e. Winkelhaakblok met  winkelhaken 12,50
5e. Twaalf houten pijpen voor holpijp 60,00
590,50
(Indien alle werkzaamheden tegelijk zouden kunnen worden uitgevoerd, kan er een korting van 10 % worden gegeven.

Er wordt op 19 juli een offerte ingediend door D. Ansingh & Co. te Zwolle met onder andere de volgende werkzaamheden: 'Voor herstel hebben twee mensen drie weken werk. Het schilderen vergt ongeveer een week'. Verder vermeldt het plan: schoonmaak, pijpen weer 'stemmend maken', nieuw celluloid voor het klavier en herstel van de blaasbalg, alles tezamen met het verhelpen van de resterende mankementen voor een bedrag van f 325 tot f 385. Bovendien zou tijdens de restauratie gratis een flink harmonium in de kerk worden geplaatst. (18)
Ansingh krijgt de opdracht.
Op 9 augustus schrijft de hoofddirecteur van de rijksinrichtingen dat het ministerie hem heeft gemachtigd het orgel over te nemen tegen een verklaring van overdracht. Daarna kunnen de nodige herstellingen plaatsvinden. De akte dient zo spoedig mogelijk te passeren.
Op 7 november schrijft pastoor Fock aan het aartsbisdom dat het ministerie de machtiging heeft verstrekt aan de rijksinrichtingen om het orgel over te nemen. Kan het aartsbisdom zorgen voor een akte van overdracht?
Op 8 november gaat de hoofddirecteur van de rijksinrichtingen akkoord met de door de pastoor voorgestelde regeling.
Op 9 november bericht het aartsbisdom aan pastoor Fock dat zij zorgen voor een akte van overdracht.
Op 18 november wordt gemeld dat de akte van overdracht op 22 november in Veenhuizen zal passeren.
Op 22 november schrijft de pastoor dat de restauratie van het orgel is opgedragen aan D. Ansingh uit Zwolle. Op 22 november 1904 vindt ten overstaan van de Asser notaris D. A. M. de Fremery de gratis overdracht plaats van het orgel aan de Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door Mr. J. P. H. Gallee, directeur van de Rijkswerkinrichtingen, onder voorwaarde dat de nieuwe eigenaar het orgel 'in volkomen bruikbaren staat laat herstellen en blijft onderhouden, zoodat het voortaan weder ten behoeve van den dienst in bedoelde Roomsch Katholieke Kerk kan worden gebruikt.
Op 10 december meldt het aartsbisdom dat de akte van overdracht is verzonden. (18)
In het memoriaal wordt de overdracht van het orgel aan het Rijk in grote lijnen beschreven. (21)
In de inventarisatie van 1906 is de tekst als volgt: '1 Orgel met zes registers Overgedragen aan het Rijk'. (16)
In een brief komt het eigendom van het orgel weer aan de orde.

1926
Op 6 december vraagt de pastoor aan de commandant van de 2e compagnie in Assen of de milicien Bart Doesburg-Smits op 8 december het orgel in Veenhuizen kan bespelen vanwege een katholieke feestdag.
Op 30 december schrijft de pastoor een soortgelijke brief gericht aan een hogere commandant in rang omdat een eerder verzoek is afgewezen. Ditmaal gaat het om diensten in januari en maart van 1927.

1927
Op 2 januari nogmaals een brief van dezelfde strekking. (17)

1928
Uit een bericht uit de Emmer courant (23-08-1928) blijkt dat orgelmaker Leijser uit Zutphen de orgels in Veenhuizen in onderhoud had. De gebeurtenis wordt ook uitgebreid beschreven in het Memoriaal. (21)
Elk jaar wordt f 25,- gereserveerd voor het onderhoud van het orgel. Dit bedrag komt voor in veel verschillende documenten gedurende langere tijd. (17)

1929
Op 21 oktober meldt de pastoor dat organist Bart Doesburg-Smit vertrekt en dat de post vacant wordt. (17)
Oktober vanuit het Memoriaal: Er moet een andere organist komen. Sinds drie maanden is er in de plaats van Doesburg-Smits een nieuwe organist. Dit is een verpleegde en dat scheelt f 4,75 per zondag. Na proefspel wordt de organist goed bevonden. Het was beter geweest een organist van buiten te laten komen en te laten examineren. De nieuwe organist heeft geen begrip van de eredienst. Ook het koor mengt zich in deze discussie.
In het memoriaal van oktober komt de organist weer ter sprake. (21)

1930
Op 4 maart schrijft de hoofddirecteur van de Rijksinrichtingen aan pastoor Preller dat organist Erdmann zijn eigen vervoer naar de kerk moet regelen.
Op 6 maart schrijft organist Edmann aan de pastoor dat hij de kosten van het reizen op doordeweekse dagen naar de kerk niet op zich neemt.
Op 10 maart schrijft de pastoor aan een onbekend persoon over organist Erdmann. Schijnbaar gaat er af en toe wat mis. (17)
In het memoriaal van oktober/november komt de organist ook weer aan de orde.
In het memoriaal wordt ook beschreven hoe het koor van de kerk oefent en samenwerkt met de organist.(21)

1931
Er wordt een conflict rond het koor en een orgeltrapper in het memoriaal beschreven. (21)

1940
Met ingang van 1 januari wordt dhr. Hermans benoemd tot organist. (21)

1952
Het orgel wordt in juni nagekeken en gerepareerd door een 'gedetineerde-orgelbouwer'. (21)

1954
Er moet een organist van buiten worden aangenomen omdat er geen gedetineerde beschikbaar is die kan orgelspelen. (21)

1955
In december wordt het orgel gerepareerd en wordt er een windmotor geplaatst. (21)

1956
Inventarisatie. Het orgel wordt vermeld met de nieuwe windmotor.

1958
Het orgel staat in de inventarisatie van dat jaar als volgt vermeld: '1 orgel met electrische windaandrijiving'. (16)


Het orgel rond 1960. Foto: 20238936. De omschrijving 'Orgel gesloopt in 1960' is niet correct. Het orgel wordt verwijderd en opgeslagen. Klik op de afbeelding voor een vergroting. (27)

1960
Het orgel wordt gedemonteerd en overgedragen aan de Rijksinspecteur voor Roerende Zaken. Het instrument wordt opgeslagen in een van de ruimten van de Gevangenpoort in Den Haag.
In 1967 wordt het orgel geplaatst in de St. Martinuskerk in Halsteren.
De dispositie van het orgel in 1960:
Manuaal: Prestant 8', Holpijp 8', Viola 8' discant, lege sleep, Fluit 4', Octaaf 2', Celeste 8'.
Pedaal: aangehangen. (26)
De vermoedelijke reden voor het weghalen van het orgel was de geplande verbouwing van de kerk. Dit dient nog verder te worden onderzocht.

Bovenstaande melding is het laatste bericht over het orgel in Veenhuizen. (21)

1961
In de inventarisatie van 1961 staat de volgende beschrijving: '1 orgel electronisch Onderhoud-mm 11/7-60 Dir Gev.wezen Bur.mat. M 314 Nom? 19.' Onduidelijk is wat de verwijzing betekent. Ook is onduidelijk waarom het orgel wordt gedemonteerd en door de Rijksinspecteur voor Roerende Zaken werd opgeslagen in de Gevangenpoort in Den Haag.  (16)

196x
Ter vervanging wordt een bioscooporgel van de orgelmaker Standaart geplaatst. Dit instrument zou afkomstig zijn uit het Chicago-theater in Tilburg. (29)

Manuaal I: C-c4 Manuaal II: C-c4
1. Bourdon 16' Bourdon 8'
2. Bourdon 8' Diapason 8'
3. Diapason 8' Flute 4'
4. Flute 4' Viola 4'
5. Viola 4' Octaaf 4'
6. Octaaf 4' Flute 2'
7. Flute 2' Viola 8'
8. Twelfth 2 2/3'    
9. Tierce 1 3/5'    
10. Octaaf 2'    
Aangehangen pedaal C-e1.

1976
J.F.A Griepink schrijft een boekje over de kerkgeschiedenis. (25)
Over het orgel wordt het volgende vermeld: 'pastoor Antonius Bruuns zorgde voor een orgel. In 1836 wist hij f 455,- bijeen te brengen en kocht een orgel bij de firma Timpe te Groningen voor f 525,-. De pastoor zelf schrijft hierover: '... en het is betaald door milde bijdragen van deze arme gemeente, zonder hulp van de direkteur, die protestant is'. In 1893 tekent de toenmalig pastoor aan: 'jammer dat het orgel niet door de staat is overgenomen, maar het speelt nog goed.' Ook de reparatie uit 1904 en de overdracht aan de staat worden vermeld. Over het weghalen van het orgel in 1960 uit de kerk wordt niets vermeld.


Foto links: Frits Kaan (05) Foto rechts: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Documentnummer 275.371 Fotograaf: J. van der Wal, 05-1990

1995-1997
Tijdelijk wordt in het koor van de kerk een Engels orgel geplaatst van Robson uit 1843. Dit orgel is eigendom van het Roder Jongenskoor. (10)
Het staat nog steeds te koop bij de orgelmaker R. Feenstra. (2025) (28)

Fotograaf onbekend (10)

2003
Het theaterorgel wordt door leden van de NOF (Nederlandse Orgel Federatie) gerestaureerd. Er worden een Vox Humana, een accordeon register,metallofoon-xylofoon van hout en nog wat slagwerk zoals trommel, castagnettes, sleebells en tamboerijn toegevoegd. (02)

2009
De broers Van der Meulen Rrstaureren het orgel. In een later stadium wordt een orgelmaker ingeschakeld voor de intonatie. (03)

2010
Bericht Willem van der Meulen d.d. 22-06-2010: 'Eind 2008 heb ik van Rijksgebouwendienst toestemming gekregen om het pijporgel-gedeelte te herstellen. Mijn broer en ik doen dat op basis van vrijwilligheid; alleen de materiaalkosten worden op basis van declaratie vergoed. Er is slechts een beperkt budget beschikbaar. Het orgel verkeerde in erbarmelijke staat. De diverse pijpen stonden al naast de gaten. De windvoorziening lekte aan alle kanten. Bij het schakelen van de registers bij koud of vochtig weer moest je afwachten of het inschakelde en of het wel weer uitschakelde. Elektrotechnisch is nu gekozen voor een modulair systeem. Voor de besturing zal gebruik worden gemaakt van een soort PLC, - een eenvoudige programmeerbare pc -; de bedrading is zodanig opgebouwd dat ze eenvoudig demonteerbaar is, met behulp van patchpanels en netwerkstekers met UTP-kabel. E.e.a. om het orgel op eenvoudige wijze te kunnen demonteren en weer opbouwen, e.e.a in overleg met de Rijksgebouwendienst. Kort onderzoek i.s.m. de rijksbouwmeester uit Den Haag leerde, dat het orgel niet uit een bioscoop uit Tilburg kan zijn, zoals andere bronnen wel eens vermelden. In april 2009 zijn we daadwerkelijk begonnen. Het gehele orgel is gedemonteerd, de complete bedrading is vervangen (bijna klaar); windladen van nieuw afdichtvilt voorzien, electro-pneumatische klepjes opnieuw bedraad en stuurbalgjes opnieuw beleerd, etc, etc. De orgelkas is verstevigd. Klavieren opnieuw bedraad. Gehele speeltafel gereviseerd en opnieuw gelakt etc,etc. Als laatste zal een orgelbouwer de intonatie verzorgen, en die iets meer afstemmen op het gebruik in de RK-eredienst. Wij verwachten nu dat tegen het eind van dit jaar het orgel weer speelklaar is.'
De intonatie wordt uitgevoerd door Rene Nijsse. Bij de voorbereiding op deze restauratie is intensief contact geweest met de NOF en met name met Bert van Rossum en ook Bert-Jan de Waard voor de elektronica. Het instrument dateert uit de jaren twintig van de twintigste eeuw, gezien een opschrift in een pneumatisch stuurbalgje. (04)


2012
'VEENHUIZEN - Op 20 april werd het orgel in de voormalige rooms katholieke kerk H. Hieronymus Aemilianus in Veenhuizen opnieuw in gebruik genomen. Het voormalige theaterorgel, gebouwd door Standaart te Rotterdam en afkomstig uit een theater in Tilburg, vertoonde als gevolg van ouderdom en verwaarlozing grote gebreken. Willem en Johannes van der Meulen kwamen met het voorstel om dit electro-pneumatische orgel te restaureren en in 2008 is afgesproken dat de broers als vrijwilliger het werk ter hand zouden nemen, waarbij de Rijksgebouwendienst de benodigde materialen zou vergoeden. In ruim drie jaar en met 2000 uren op de teller, is onder advisering van de Nederlandse Orgel Federatie, het orgel in de oude glorie hersteld. Daarbij is de oude besturing vervangen door een moderne elektronische aansturing. Orgelbouwer René Nijsse uit Oud-Sabbinge heeft het orgel gestemd en volgens kenners klinkt het als nooit tevoren.' (06) Zie Brief Rijksgebouwendienst (02-04-2012) (10), De Regiobode (24-04-2012). (10)


Foto (07)

Geschiedenis van het orgel op de nieuwe locatie Halsteren


Foto: (09)

Na decennialang voor allerlei doeleinden te zijn gebruikt krijgt de St.-Martinuskerk te Halsteren weer een kerkelijke bestemming.
Na een restauratie wordt het gebouw in 1962 in gebruik genomen door de Hervormde Gemeente.
Een orgel ontbreekt. Men besluit in mei 1963 tot aankoop van het voormalige orgel uit Veenhuizen (13).
Het instrument wordt gerestaureerd en deels hersteld naar de oorspronkelijke toestand door de firma K. B. Blank & Zn te Utrecht met als adviseur Dr. M. A. Vente.
Het wordt geplaatst op een nieuw ontworpen balkon. Bij de start van de restauratie is de dispositie:

Holpijp 8' geheel oud
Prestant 8' geheel oud, 41 frontpijpen waarvan 10 loos en 23 binnenpijpen
Viola 8' disc oud maar niet origineel
Lege sleep   cancellen, sleep en pijpenstok van onderen zijn geboord. Pijpenstok is niet doorgeboord - originele toestand
Fluit 4' geheel oud
Octaaf 2' 12 grootste nieuw, vanaf klein c oorspronkelijk Octaaf 2'
Celeste 8' later aangebracht, vermoedelijk in plaats van een tongwerk

Na bestudering van de windlade (waarbij blijkt dat de originele boringen met stroken leer waren dichtgeplakt) en het pijpwerk, denkt men dat de plaats van de Viola oorspronkelijk bestemd is voor een 1-2 sterke vulstem ('Quint 2 2/3' bas en Sesquialter 2 sterk discant').

Er wordt een nieuwe windvoorziening aangelegd met een nieuwe windmotor en een kleine spaanbalg onder de lade. De tractuur en registratuur worden geheel vernieuwd (met o.a. een zwevend opgehangen wellenraam), de lade wordt grondig gerestaureerd en aan twee zijden voorzien van een trekvrije mahonieplaat, in de pijpstokken wordt een verend sleepsysteem aangebracht en verder worden o.a. de ventielen waar mogelijk smaller en spitser gemaakt.
Ook het pijpwerk wordt grondig gerestaureerd en in de 'oorspronkelijke' toestand teruggebracht, o.a. door het verwijderen van alle niet-originele intonatiekunstgrepen (zoals bijv. kernsteken); bij het opnieuw intoneren (van zowel het oude, als het nieuwe pijpwerk) zou worden afgezien van het toepassen van kernsteken. De bestaande toonhoogte zou blijven gehandhaafd.
Hoewel volgens het restauratieplan het werk eind 1964 voltooid zou moeten zijn, duurde het tot 1967 voor het instrument weer in gebruik kan worden genomen.

Sindsdien is de dispositie (in ladevolgorde):
Prestant 8' oud, alle frontpijpen (behalve de bovenste tussenvelden), rest op de lade; bas vrij wijd (enkele pijpen in de middentoren verkropt), discant eng van mensuur (strijkend); frontpijpen met vergulde labia en tinfoelie.
Holpijp 8' oud, geheel metaal, erg wijde discant, geen volle toon.
Octaaf 4' nieuw, enge mensuur, zeer boventonig.
Sesquialter II C-c' alleen 2 2/3', vanaf c' 2 2/3 en1 3/5' nieuw, eng van mensuur, hard en schel van toon.
Fluit 4' oud, spits ingeritste bovenlabia, baarden, bas gedekt, discant open fluit; bescheiden van toon, grondtonig.
Octaaf 2' oud, ronde ingedrukte bovenlabia, vrij enge mensuur, hoogste octaaf nieuw, enkele pijpjes zijn verlengd.
Dulciaan 8' nieuw, eiken koppen en stevels, boventonig snaterend, Duits tongwerk van matige kwaliteit.
2024
Het orgel wordt gerestaureerd door orgelmaker Martin Butter met als adviseur Dirk Bakker. (26)

2025
Het orgel wordt op 25 januari weer in gebruik genomen. Zie uitnodiging ingebruikname en een video van de ingebruikname: https://www.youtube.com/watch?v=1JP9wIcqlEA.
De geschiedenis van het orgel in Veenhuizen en Halsteren wordt uitgebreid bescheven in de brochure die is uitgeven bij de voltooiing van de restauratie. (26)


Bronvermelding:
  1. Gegevens over de werkzaamheden van C. B. Adema afkomstig van Ton van Eck.
  2. E-mail Bert Scheepstra 21-4-2003.
  3. E-mail Pieter van Herwaarden 30-7-2009.
  4. E-mail Willem Willem van der Meulen 22-06-2010 en 24-06-2010.
  5. E-mail Frits Kaan 29-08-2011.
  6. www: http://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/3688/Orgel-uit-1923-opnieuw-in-gebruik-genomen (20-04-2012) en http://www.dekrant-info.nl (20-04-2012).
  7. www:https://reliwiki.nl/index.php/Veenhuizen,_Kerklaan_6_-_Hiėronymus_Aemilianus_(1893_-_2011) (28-02-2025).
  8. www: https://reliwiki.nl/index.php/Halsteren,_Dorpsstraat_20_-_Martinuskerk (01-03-2025).
  9. Boek: Peter van Dijk (redactie), Het historische orgel in Nederland 1819-1840, Amsterdam: NIvO, 2001 blz. 333.
  10. Archief Jaap Brouwer.
  11. Boek: Willehad Kocks O.. Carm, 1000 jaar hierarchie in Drente 1853-1953, Drents genootschap, 1953.
  12. Boek: Willem Jan Cevaal, Johannes Wilhelmus Timpe (1770-1837)) Orgelmaker in Groningen, Utrecht, 1997 blz. 60-63.
  13. Boek: Victor Timmer, een 'Drents' orgel in Noord-Brabant: Over het laatste werk van de orgelmakers Timpe in Veenhuizen, Abraham zien en andere artikelen over het orgel, Voorburg, 1985.
  14. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 38 Stukken betreffende de aanschaffing van een orgel in de kerk 1835, 1836.
  15. Boek: Arend Jan Gierveld, George Hendricus Broekhuyzen Sr., Orgelbeschrijvingen 1850-1862, Vereniging voor Nederlandse Muziekgeschiedenis, 1986.
  16. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 37 Inventarissen van de goederen, toebehorend aan de kerk; 1853-1968.
  17. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 55 Kopieboek; 1926-1932.
  18. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 44 Ingekomen stukken en minutenvann verzonden stukken; 1849-1952.
  19. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 11 Registrum memoriale 1856-1870.
  20. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 22 Registrum memoriale 1871-1908.
  21. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 33 Registrum memoriale 1908-1967.
  22. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 44 Registers vann ontvangstenen uitgaven 1867-1878.
  23. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 43 Registers van ontvangsten en uitgaven 1851-1856.
  24. Drents Archief: 0432 R.K. parochie Hieronymus Aemilianus te Veenhuizen 42 Registers van ontvangstenen uitgaven 1835-1852.
  25. Boek: J.F.A. Griepink, Beknopte geschiedenis van de parochie Sint Hiėronymus Aemillianus te Veenhuizen 1826-1976, Veenhuizen: in eigen beheer, 1976
  26. Brochure: Dirk Bakker, Timpe's Assepoester - Lotgevallen van het orgel in de Sint-Martinuskerk van Halsteren, College van Kerkrentmeesters Halsteren, 2024.
  27. www: https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/rce-mediabank/  (05-08-2025).
  28. www: https://www.frfeenstra.nl/robson_1843.html (01-02-2025).
  29. www: https://www.standaart-orgels.nl/Tilburg-stadsschouwburg-1923.html  (01-03-2025).
  30. Tijdschrift: Wim van der Ros, "Timpe-orgel in Halsteren heeft zijn karakter terug", De Orgelvriend 2026-06.
  31. Boek: Frans Jespers, Brabants orgelbezit, 's-Hertogenbosch: Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, 1975, blz. 21.
  32. Boek: Frans Jespers, Henk van Loo, Ton Reijnaerdts, Pereboom & Leijser - orgelmakers te Maastricht, Maastricht: Stichting Samenwerkende Orgelvrienden Limburg, 1998, blz. 32. Alexander Benedictus Leijser, een broer van de orgelmaker, was van 1877–1884 pastoor in Veenhuizen.
  33. Boek: Maarten Albert Vente, Flor Peeters, De orgelkunst in de Nederlanden, Amerongen: Gaade, 1975, blz. 244.
  34. Boek: Frans Jespers, Repertorium van orgels en orgelmakers in Noord-Brabant tot omstreeks 1900, 's-Hertogenbosch: Het Noordbrabants Genootschap, 1983, blz. 117.
*********************************************************************************
Engels koororgel:
Dit orgel heeft een tijd opgesteld gestaan in het koor van de kerk. Het is in 1843 gebouwd door de Engelse orgelbouwer Thomas J. Robson in een neo-gotische kas. Bevat twee klavieren en een vrij pedaal. Het werd gebruikt als begeleidingsinstrument van het Roder Jongenskoor.