Wateren, Landbouwkundig Instituut
1823
Het Landbouwkundig Instituut wordt opgericht door de Maatschappij van Weldadigheid
naar Zwitsers voorbeeld. (04)
1833
Het
instituut krijgt een kabinetorgel geschonken.
'Een ander,
niet minder doelmatig en kostbaar, geschenk ontving dezer dagen het Instituut te
wateren van zekeren edeldenkenden menschen- en kindervriend, bestaande in een
kabinetorgel, waarmede de zangkunst onder de kweekelingen van hetzelve wordt
bevorderd, - de gemoederen van deze landjongens verzacht en harmonisch gestemd
kunnen worden, en aan dit, in het open veld, zoo eenzaam gelegen verblijf eene
bekoorlijkheid wordt bijgezet, die aan hetzelven nog scheen te ontbreken.' (01)
1834
De schenking wordt gememoreerd.
'[...] terwijl eindelijk een
menschenvriend aan het Instituut van wateren een kabinetorgel vereerde, waarvan
de waarde beoordeeld kan worden door hen, die weten hoe groot de invloed is,
welken de toonkunst op de vorming van het kinderhart uitoefent.' (02)
1860
Het instituut wordt opgeheven en verkocht. Wat er met het orgel
is gebeurd, is niet bekend. (04)

Een foto van een prent met een afbeelding van het Instituut te Wateren voor
Landbouwkundige Opvoeding. Fotografische reproductie uit begin 20e eeuw naar
lithografie ca. 1825-1830 van Hendrik van Geelen. Datering 1825 - 1830.
Beeldbank Drents Archief Nummer DM35030605.

Plattegrond van het Landbouwkundig
Instituut te Wateren. De tekst is getypt, de verwijsletters zijn met blauwe inkt
ingevuld. Reconstructie. Schaal 1 : 50. Beeldbank Drents Archief: Nummer
DA18601023. Het kabinetorgel zal waarschijnlijk
in ruimte f hebben gestaan.
Bronvermelding:
- De vriend des vaderlands; een tijdschrift toegewijd
aan den roem en de welvaart van Nederland en in het byzonder aan de
hulpbehoeftigen in hetzelve, 1833, no 1 blz. 81-82.
- De vriend des vaderlands; een tijdschrift toegewijd
aan den roem en de welvaart van Nederland en in het byzonder aan de
hulpbehoeftigen in hetzelve, 1834, no 6 blz. 444-445.
- Victor Timmer wees mij op deze teksten. (29-12-2025).
- Encyclopedie van Drenthe blz. 542.