Westerbork, Hervormde kerk
Informatie over de kerk

Ansichtkaart
na 1920
Geluidsopname
Arian van der Mark op 14 maart 2018
-
Thomas Weelkes (15761623)
Voluntary-in-a
- Johann Pachelbel (1653-1706)
Aria Quarta in g
1861: Er worden plannen gemaakt voor de aanschaf van een orgel
en een uurwerk in de toren.

Provinciale Drentsche en
Asser courant 05-02-1861
1862:
Er wordt besloten een gebruikt orgel aan te schaffen dat door de orgelmaker Van
Oeckelen wordt aangeboden. Uit de tot nu toe beschikbare informatie is niet op
te maken of de kerkvoogdij wist dat het orgel afkomstig was uit Beetgum.
De
geschiedenis van het orgel van 1726 tot 1862 in Beetgum staat beschreven
onderaan deze pagina.
Petrus van Oeckelen plaatst het orgel over van Beetgum naar Westerbork. Het orgel wordt op 13 juli in gebruik genomen.
Ds. G.W. van Eerde preekt over Psalm 96:6.
Het orgel blijft bij de
plaatsing grotendeels ongewijzigd. Er is ooit een Viola di Gamba 8 vt geplaatst
op de plek van de Sesquialter. Misschien is dat in 1862 gebeurd, maar hierover
is geen zekerheid. De orgelbank is van Van Oeckelen. (02)


Provinciale Drentsche en Asser courant 19-07-1862
en 06-09-1862
Op 22 augustus wordt er door twee gecommitteerden van het
Provinciaal college van Toezicht een inspectie uitgevoerd.
Hun verslag vermeldt onder andere: 'Er waren twee kerkvoogden aanwezig Mr.
Kymell en A. Brunsting. De overige drie waren niet op komen dagen. Wij hebben de kerk wel van binnen en van buiten in onderhoud aangetroffen.
Ook bij dit oude gebouw vertoonden zich echter op vele plaatsen aan de
buitenmuren afbrokkelingen van steen en voegen door de tand des tijds
veroorzaakt. Door de onlangs nieuw aangebrachte zitbanken en het plaatsen van
een orgel is het inwendige van de kerk veel verfraaid en verbeterd. De verfraaying en verbetering wenste men spoedig te kunnen uitbreiden door
de oude zolder door een gewelf en de onooglijke zware eikenbalken door ijzeren
balken te doen vervangen. Daaromtrent hoopten kerkvoogden spoedig een voorstel
te kunnen doen. De oude kosterij is in vervallen staat'.
Eind 1862 wordt voor de kosterij subsidie aangevraagd voor nieuwbouw of herstel
bij het Provinciaal College van Toezicht. Volgens hetzelfde verslag van 22
augustus is de pastorie in goede staat, de predikant had tenminste geen
klachten.
In oktober/november wordt verlof gevraagd om 48 populieren op het
kerkhof te mogen verkopen. Aangezien de bomen al gerooid en verkocht zijn, kan het
Provinciaal College van Toezicht op
2 december niets anders
doen dan goedkeuring verlenen.
De bomen brengen f 100.- op. Dit bedrag wordt
gebruikt om de kosten van de aanschaf van het orgel te drukken. (17)
1865: De kerkvoogdij is zeer tevreden met het orgel.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 19-12-1865
1873:
Orgelconcert door de blinde organist Oord.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 17-12-1873
1874:
Hulponderwijzer H. Hammeka vertrekt naar Brakel in Gelderland. In een later krantenbericht blijkt hij te zijn benoemd in Zuidlaren. Het lage salaris
kan een reden zijn geweest om ontslag te nemen.
De gemeente plaatst een
advertentie voor een hoofdonderwijzer in Elp en een hulponderwijzer in
Westerbork. De functie van organist levert f 50,- per jaar op. In een tweede
advertentie worden de onderwijzerssalarissen verhoogd. Het salaris van de
organist blijft gelijk.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 12-05-1874


Provinciale
Drentsche en Asser courant 24-10-1874, 27-10-1874




Provinciale Drentsche en Asser courant 28-10-1874,
03-11-1874, 19-11-1874
1879: G. Meppelink
wordt van hulponderwijzer tot hoofdonderwijzer bevorderd. De kerkelijke functies
gaan naar hem over.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 01-01-1879
1893: De
organist heeft de laatste twee tot drie jaar geen salaris ontvangen en overweegt ontslag
te nemen.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 29-11-1893
1894: De
kerkvoogdij beslist op 2 september
om de functies van organist en koster te combineren. De huidige organist
Meppelink krijgt deze functie voor een salaris van f 115,- per jaar. (08)
Vanaf 1894: Uit de begroting van ontvangsten en uitgaven is af te lezen wat
er jaarlijks wordt gereserveerd voor orgelonderhoud, orgeltrapper en organist.
Hoewel er na 1905 geen orgeltrapper meer wordt vermeld is er nog geen windmotor
aanwezig. De taak van orgeltrapper wordt verricht door de koster. (12)
| jaar |
orgel trapper |
orgel onderhoud |
organist |
|
| 1894 |
10 |
50 |
|
|
| 1896 |
10 |
25 |
|
|
| 1896 |
10 |
25 |
130 |
|
| 1897 |
10 |
25 |
130 |
|
| 1904 |
10 |
25 |
130 |
|
| 1905 |
10 |
25 |
130 |
|
| 1928 |
|
10 |
175 |
Koster wordt orgeltrapper |
| 1930 |
|
25 |
175 |
|
| 1931 |
|
10 |
175 |
|
| 1932 |
|
10 |
175 |
|
| 1935 |
|
12,50 |
175 |
|
| 1937 |
|
12,50 |
150 |
|
| 1938 |
|
20 |
150 |
|
| 1940 |
|
190 |
150 |
Kerk en orgel samen |
| 1941 |
|
200 |
150 |
- |
| 1942 |
|
200 |
150 |
- |
| 1943 |
|
260 |
150 |
- |
| 1944 |
|
300 |
150 |
- |
| 1945 |
|
300 |
150 |
- |
| 1946 |
|
400 |
200 |
- |
| 1947 |
|
300 |
200 |
- |
| 1951 |
|
300 |
200 |
- |
| 1952 |
|
300 |
200 |
|
| |
|
|
|
|
1903: De kerk wordt geverfd en gestukadoord. In de
kerkvoogdijvergadering van 3 oktober
worden de binnengekomen offertes besproken. In twee offertes wordt ook het
vergulden van de ornamenten van het orgel genoemd voor respectievelijk f 25,- en f 30,-. (08)
1907:
Onderhoud orgel f 14,46 (08)
1916:
Schoolhoofd G. Meppelink neemt afscheid. Hij is sinds 1879 in Westerbork
werkzaam. Hij blijft organist.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 27-10-1916
1917: Het orgel
wordt verzekerd voor f 3.000,-
(08)
1918: In de kerkvoogdijvergadering van 26 oktober
wordt besloten elektriciteit in de kerk aan te laten leggen. (08)
1921: Van 20 juni dateert een
kwitantie van f 10,-,
voor het stemmen van het orgel door de organist J. van Wageningen. (13)
1923: Op 15 januari een
kwitantie van f 15,- van H.
Thijs voor een stembeurt in 1922. (13)
Van
19 december dateert een
briefkaart van orgelmaker Jan Doornbos. Hij heeft van zijn schoonzoon gehoord dat
het orgel in Westerbork dringend nagezien moet worden.
Doornbos wil deze
werkzaamheden graag uitvoeren. Hij verwijst naar werkzaamheden die hij de laatste
tijd heeft uitgevoerd in Anloo en Godlinze. (13)
1924: Organist G. Meppelink viert zijn tachtigste verjaardag.
Hij is inmiddels al 60 jaar organist.


Provinciale Drentsche en Asser courant 13-05-1924
1925:
Op 13 januari een
kwitantie van f 15,10 door H. Thijs voor een stembeurt in 1924. (13)
In de vergadering van de kerkvoogdij op
9 maart komt de restauratie van
de kerk aan de orde. Het werk wordt gegund aan de laagste inschrijver, G. de
Boer uit Steenwijk. (08)
Ds. Riphagen neemt afscheid.
Organist G. Meppelink legt zijn functie ook neer. Meppelink wordt opgevolgd
door mej. Boukje Westra uit Westerbork.


Provinciale Drentsche en Asser courant 14-10-1925, 03-11-1925
1926:
Van
8 februari dateert een briefje van
orgelmaker Van Loghem aan de kerkvoogdij. Hij bedankt voor de postwissel en
vraagt of hij het jaarlijkse onderhoud kan gaan doen. Hij heeft de prijs
ervoor al doorgegeven aan onderwijzer Bos, die toen in de kerk aanwezig was.
Van
8 februari is een kwitantie van f
250,- van J. Van Loghem uit Kampen voor het repareren van het orgel in 1925. Op
de kwitantie worden de uitgevoerde werkzaamheden vermeld: stemmen, schoonmaken
en frontpijpen beplakken met bladtin. Jacob van Loghem werkte bij orgelmaker Jan Proper.
Op 22
april komt een rekening van f 160,- binnen van de sierschilder Jacob Por
uit De Bilt, waarschijnlijk voor werkzaamheden aan het orgel.
Van
9 juni dateert een brief van
het ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen dat een termijn van f
1000,- voor de kerkrestauratie beschikbaar wordt gesteld. De gedeclareerde f
250,- voor het repareren van het orgel telt echter niet mee voor de subsidie. (13)
1927: In de kerkvoogdijvergadering van
17 februari wordt besloten om
de functies voor klokluiden, orgeltrappen, schoonmaak en het beschrijven van de psalmbordjes
te beleggen bij één persoon voor een jaarlijks bedrag. Het orgel had op dat
moment dus nog geen windmotor.
In de vergadering van
17 september wordt een brief
van organiste mej. A.B. Westra behandeld waarin zijn vraagt om haar salaris te verhogen naar f 200,-
Mej. Westra wordt gewaardeerd, maar middelen voor een verhoging zijn niet
beschikbaar. (08)
1928: De restauratie van het orgel in 1925 wordt genoemd in onderstaand artikel
door ds. P.
van der Staay.

Provinciale Drentsche en Asser courant 23-01-1928
1929:
Onderhoud orgel f 10,-(08)
Uitgaven van f 160,- en f 20,-
aan organiste Westra en van f 1,67 aan J. Boer voor 't licht kerkorgel. (24)
1931: Onkosten
van
f 12,50 door Runeman uit Assen voor het orgel, f 175,- aan organiste Mej.
Westera en f 160,- voor koster/ orgeltrapper/bode H. Barkhof. (24)
1933:
Onkosten voor het orgel door Runeman uit Assen f 7,50 (24)
1935:
Onkosten voor het orgel door Runeman uit
Assen f 7,50 (24)
193x:
Een rapport zonder datum waarin de staat van
onderhoud van het orgel wordt beschreven. Gezien de lay-out is het rapport
waarschijnlijk
opgemaakt door orgeldeskundige Kardinus Luyten.
In het rapport staat dat het orgel
ongeveer 60 jaar geleden is aangekocht. Verderop in het rapport staat dat de
verzekering in 1942 afloopt. Het orgel is verzekerd voor f 4.500,-. Er is nog geen
elektrische windmachine. Het wordt 1x per jaar gestemd voor f 10,- door Runeman
uit Assen.
Dispositie: Prestant 8', Holpijp 8', Viola di Gamba 8' (vanaf B?),
Octaaf 4', Quintfluit 3' b/d, Octaaf 2', Mixtuur III-IV, Trompet 8' b/d
Stemming: '1/2 toon te hoog'.
De staat van het orgel is slecht:
rammelende mechaniek en veel slijtage. De windlade is lek en de ventielen sluiten niet
goed af. De grootste drie pijpen van de Prestant 8' spreken slecht aan. Van de
Trompet 8' spreekt bijna geen pijp. (06)
193x: Johan
van Meurs noteert de gegevens van het orgel in zijn dispositiecahier.
In een
latere opmerking noteert hij de restauratie door Van Vulpen, waar de Viola da
Gamba wordt vervangen door een Sesquialter. (20)

Klik op
de afbeelding voor een vergroting
1936: In de kerkvoogdijvergadering van
15 februari wordt besloten het
salaris van de organist(e) te verlagen naar f 125,- omdat men het salaris te
hoog vindt. (08)
Op
23 december besluit men toch de
f 150,- te handhaven. (09)
1937: In
de kerkvoogdijvergadering van 19
februari worden de taken van de koster beschreven. Een van de taken is het
orgeltrappen. Er is dus nog geen windmotor geďnstalleerd. (09)
1939: Op 24
mei wordt een rapport besproken
van 24 april door Kardinus Luijten.
Luijten stelt de volgende werkzaamheden
voor:
- Ruimte uit klavier en mechaniek verwijderen
- Herstel
windlade, ventielen beleren
- Nieuwe koperen welarmen, nieuw
koperdraad
- Herstel van de balg
- De negen grootste pijpen bijmaken om de
toonhoogte een halve toon te verlagen en pijpen intoneren, egaliseren en stemmen
-
Schoonmaken
- de Trompet vervangen door een nieuw exemplaar
-
Het kleine pedaal vervangen door een nieuw pedaal met een nieuw wellenbord
Omdat er geen geld
beschikbaar is wordt het rapport voor kennisgeving aangenomen. Herstel van het
orgel zou een bedrag vergen van f 1.150,-.
Wel wordt besloten een rekening te
openen bij de Boerenleenbank. (09) (10)
1940:
Op 28 februari komt het
orgelfonds ter sprake.
Op 29 mei
wordt een brief van orgelmaker Ruif uit Dedemsvaart behandeld. Herstel van
het orgel en de blaasbalg kost f 325,- Als er ook een windmotor wordt geďnstalleerd,
bedragen de kosten f 510,-. Men vindt herstel zeer nodig, maar de financiën ervoor
ontbreken. Er worden in deze offerte geen wijzigingen voorgesteld alleen
reparaties. Ook wordt getracht de Trompet te herstellen. Daar wordt echter geen
garantie op gegeven. (09)
1942/1943: Op de
kerkvoogdijvergaderingen van 22
december 1942 en 21 januari 1943 komt het onderhoud van het orgel weer aan de
orde. De offerte van Ruif wordt weer besproken. Men vraagt zich af of Ruif wel
over materiaal beschikt. (09)
1947: In de
vergadering van 7 januari
wordt naar aanleiding van een brief van de organiste besloten het salaris te
verhogen van f 150,- naar f 200,-. (09)
1950:
Organiste mej. Westra krijgt een
cadeau aangeboden bij haar 25-jarig jubileum.(12)
Op
17 november vraagt de
kerkvoogdij of het orgel kan worden gestemd. (15)

Provinciale
Drentsche en Asser courant 31-10-1950
1951:
In maart wordt voor f
30,- het orgel gestemd door Meek uit Assen. (24)
Op 5 maart schrijft
hulpprediker Wuis een brief aan de Hervormde Orgelcommissie (HOC)
over de slechte staat van het orgel in de kerk. Het orgel is door gebrek aan geld
niet goed onderhouden. Zolang er nog geluid uit komt is het goed. Wuis neemt
initiatief voor de oprichting van een commissie om geld in te zamelen voor een
restauratie. Het kerkkoor wil actie ondernemen. Omdat Wuis de zaak aan het
rollen heeft gebracht, wordt hij beschouwd als technisch adviseur. Kan
de HOC een adviserende rol spelen en ter plekke de situatie inspecteren? De
eerste stap zou kunnen zijn een stembeurt en het installeren van een windmotor.
Er wordt doorgegaan met het inzamelen van geld om het orgel te kunnen
uitbreiden en te voorzien van een volledig pedaal en een uitgebreider manuaal.
Misschien moeten er ook nog wijzigingen worden aangebracht in de registerindeling.
Op 13 maart beantwoordt
de HOC de brief van hulpprediker A.H. Wuis. De HOC biedt graag zijn diensten
aan en Lambert Erné gaat het orgel onderzoeken en een rapport
schrijven. Na het onderzoek kan worden gezocht naar een orgelmaker.
Op
15 maart vraagt Wuis aan Erné
wanneer hij in Westerbork langs komt om het orgel te inspecteren.
Op
16 maart schrijft Wuis aan de
kerkvoogdij dat het initiatief van het kerkkoor om het orgel te laten
restaureren moet leiden tot het oprichten van een restauratiecommissie.
Op
19 april schrijft Wuis dat hij
op verzoek van de HOC de kerkarchieven heeft doorzocht. Hij heeft echter niets
gevonden. Het door de HOC genoemde jaartal 1800 zou volgens Wuis heel goed
kunnen, omdat een van de draagbalken van het plafond in de kerk het jaartal 1808
heeft. In die tijd is het schip van de kerk gewijzigd.
Op
13 juni meldt Wuis dat na het
bezoek van Erné er nog geen rapport gestuurd is. Graag wat spoed, zodat er
kan worden gestart met acties.
Op
10 juli verschijnt het
onderzoeksrapport van de HOC. Het orgel is volgens het rapport rond 1800 gebouwd
en vertoont gelijkenissen met orgels van Freytag of F.C. Schnitger.
Informatie uit het archief zou meer duidelijkheid kunnen geven.
De dispositie lijkt, op de Viola da Gamba na,
origineel. Op deze plaats heeft
vermoedelijk een Sesquialter gestaan. De Prestant 8' was in de discant dubbel.
De verbindingen naar het front zijn echter weggehaald. Er zijn veel vergane
pijpvoeten. De trompetbekers zijn in slechte staat. De bovenranden van de pijpen
zijn door onoordeelkundig stemmen beschadigd. De toonhoogte van het orgel is
gewijzigd door het aanbrengen van expressions. De windlade en mechanieken
zijn in slechte staat. Het leer van windkanalen en de balgen is sterk verdroogd
en vertoont lekkage. Het orgel is van goede makelij, heeft historische
waarde en is een restauratie waard. De HOC verzoekt om een machtiging, zodat Van
Vulpen plannen kan maken voor een restauratie. Verwezen wordt naar
succesvolle werkzaamheden van Van Vulpen in Oosterwolde, Sellingen, Klazienaveen
en Exloërmond.


Tekeningen uit het archief van Van Vulpen. Kan het pedaal worden gewijzigd naar
een standaard-pedaal. Is er een tweede klavier mogelijk? Klik op de afbeelding
voor een vergroting
Ondertussen is een
geldinzamelingsactie begonnen.
De 'burgers' worden gevraagd om een bedrag van f 2,50 tot f 25,- bij te
dragen. Aan de 'boeren' wordt een bijdrage gevraagd van 1/2 -2 mud graan. In
aparte boekjes voor rogge en haver wordt per plaats bijgehouden wie welke
bijdrage heeft geleverd. Er is een
standaardbrief voor de boeren met een instructie hoe de toegezegde
hoeveelheid graan af te leveren. Alle kerkleden krijgen een
brief om geld of graan bij te
dragen.


Ongedateerde notitie uit het archief van Van Vulpen. Klik op de afbeeldingen voor
een vergroting
Op 11 juli
vraagt Wuis aan Erné of hij binnenkort op een avond een toelichting kan geven op het
advies van de HOC.
Op 16
juli schrijft Wuis aan de HOC dat het advies van de HOC is besproken in de
restauratiecommissie. Er worden plannen voor een grote
geldinzamelingsactie gemaakt. Kan Van Vulpen een prijscalculatie maken, zodat
bekend is wat de kosten van de restauratie worden?
Op 17 juli gaat er
een uitnodiging naar diverse verenigingen om een open avond op 20 juli bij te
wonen waar Lambert Erné zal uitleggen hoe het met het orgel is gesteld. Op
dezelfde datum gaat er ook een
brief naar Erné dat ze blij zijn dat Erné wil komen. Erné meldt per
briefkaart dat hij er op 20
juli kan zijn.
Op 18 juli
schrijft orgelmakerij P. van Dam een brief waarin ze hun diensten aanbieden.
Op 23 juli vraagt de HOC aan
Van Vulpen om een offerte uit te brengen met een begeleidende
brief naar Wuis.
Aantekeningen
van Lambert Erné zonder datum.
Op
11 juli antwoordt Wuis. Er
wordt nu met grote spoed gewerkt om nog voor de oogst acties uit te voeren. Kan
de HOC iemand sturen om ter plekke voor de bestuurders uit te leggen hoe het
orgel ervoor staat? Is het mogelijk dit volgende week al te doen?
Op
17 juli meldt Wuis aan Erné dat
de voorgestelde datum van 20 juli om 19:00 uur akkoord is. Kan de heer Erné voor
die tijd even bij Wuis langs komen?
Op
23 juli schrijft de HOC aan
Van Vulpen dat ze door de kerkvoogdij zijn gemachtigd om een prijsopgave voor
een restauratie op te vragen.
Op
15 augustus meldt Van Vulpen
dat ze aanstaande vrijdag langs willen komen om het orgel te inspecteren.
Op
22 augustus verschijnt het
restauratieplan van Van Vulpen. Het restauratiebedrag bedraagt f 6.900,-
Het
orgel wordt gedemonteerd en vervoerd naar de werkplaats in Utrecht.
-
De windlade wordt gedemonteerd en voorzien van nieuwe pulpeten en abstractdraden.
Losse sponsels worden gelijmd, slepen worden behandeld met grafiet en pijpstokken
worden uitgeregeld.
-
De mechaniek wordt opnieuw bevilt. Er komen nieuwe welsarmen.
- Het klavier
wordt opnieuw
ingevoerd. Het ivoren toetsbeleg wordt aangevuld en gebleekt. De omlijsting van
het klavier wordt gerestaureerd.
Beschadigde registerplaatsjes worden bijgewerkt. Het pedaalklavier wordt gerestaureerd en opnieuw
bevilt.
- Het schapenleer van de balgen wordt deels vervangen evenals verwormde delen.
-
De houten koppen van de Trompet worden vervangen als ze zijn
verwormd. De losgelaten lijmnaden worden opnieuw verlijmd.
- Beschadigd pijpwerk
wordt in de goede vorm teruggebracht en de bovenranden worden vervangen als ze
zijn
gescheurd.
-Het front wordt schoongemaakt en gebladderde tinfoelie
wordt
vervangen. De niet gebruikte pijpveldjes van de Prestant worden weer aangesloten met loden
conducten. Verzakte voeten worden hersteld.
- De Gamba 8' wordt vervangen
door een nieuwe Sesquialter III. Het metaal van de Gamba levert f 3,50 per kilo
op.
- Er komt een elektrische windvoorziening van het merk
Meidinger in een dempkist.
- Na terugplaatsing herintoneren en stemmen.
- Het
orgel kan 9 maanden na het verstrekken van de opdracht worden opgeleverd.
Op
7 september schrijft de HOC aan
de kerkvoogdij over de resultaten van het uitgevoerde archiefonderzoek in het
Rijksarchief in Assen. Het orgel is op 13 juli 1862 in gebruik genomen en
geplaatst door Van Oeckelen. De aanschafkosten waren f 1.200,-, betaald in twee
termijnen in 1862 en 1863. Het salaris van de organist was f 25,-
Ook wordt
gemeld dat voordien nooit een orgel aanwezig is geweest. In
1795 stonden er in Drenthe maar 7 orgels. Het bericht dat Van Oeckelen het orgel
gemaakt heeft is beslist onjuist. Het orgel moet afkomstig zijn uit een kerk
waar hij een nieuw orgel heeft geplaatst. De HOC blijft proberen de herkomst van
het orgel te achterhalen. De offerte van Van Vulpen is correct en qua prijs
billijk.
In het archief van Lambert Erné is een
kladje te vinden, met
aantekeningen van vermoedelijk zijn archiefbezoek in Assen.
Op
26 september beantwoordt Wuis
de brief van de HOC van 7 september, met gegevens over het orgel. Het
restauratiebedrag valt erg hoog uit. Kan er op de restauratie worden bespaard en
kunnen er offertes worden aangevraagd bij andere orgelmakers zoals bv. Van Dam,
Reil en Van Leeuwen?
Op 2
oktober schrijft de HOC aan Wuis dat de brief van 26 september is ontvangen.
De HOC zal de mogelijkheden tot een besparing op de werkzaamheden bespreken. De
offerte van Van Vulpen is zeer billijk. Offerte aanvragen bij een andere
orgelmaker is mogelijk. Dit kost echter wel f 50,-. De door Westerbork genoemde
orgelmakers Van Dam en Reil kan de HOC niet aanbevelen. Beter is Van Leeuwen.
Op 25 oktober schrijft Wuis?
aan pianofabriek Hahn in Vries dat hij van hun pianostemmer heeft gehoord dat
Hahn ook orgels restaureert. Is dit inderdaad het geval dan zou iemand van Hahn een
bezoek moeten brengen aan de kerk voor het uitbrengen van een offerte.
Op
dezelfde datum vraagt Wuis aan
de HOC hoe het staat met de vraag omtrent een besparing op de kosten. Ook
vraagt hij naar de gang van zaken rond offertekosten
Op
25 oktober beantwoordt de HOC
de brief van Wuis van 26 september. Een inkrimping van werkzaamheden heeft geen
zin. Later moeten deze werkzaamheden toch worden uitgevoerd en zullen ze alleen
maar duurder uitvallen.
Op 6
november schrijft de HOC aan Wuis dat een beperking van de werkzaamheden
geen zin heeft. De orgelmaker heeft recht op een vergoeding bij het maken van
een offerte. Een beslissing hangt af van het advies van de HOC.
Op
16 november schrijft Wuis aan de HOC dat men heeft besloten dat ook Van Leeuwen een offerte
kan indienen.
Op 13 december
geeft de HOC opdracht aan Van Leeuwen om een offerte uit te brengen.
Ongedateerde brief van het
provinciaal college van toezicht op de Hervormde Kerk in Drenthe omtrent de financiering van de restauratie.
(06) (10) (22)

Het
orgel in 1951.Archief Van Vulpen
Er is inmiddels f 5.769,-
ingezameld.

Provinciale
Drentsche en Asser courant 19-09-1951
1952:
Onderhoud orgel op 24 maart
voor f
24,50 door Meek uit Assen. (24)
In
de begroting voor dit jaar wordt uitleg gegeven over de uitgaven voor de
orgelrestauratie (12)

Klik op de afbeelding voor een vergroting
Op
23 januari meldt Van Leeuwen
dat hij op 30 januari naar Westerbork komt om het orgel te onderzoeken voor het
kunnen uitbrengen van een offerte.
Blijkbaar is de eerste afspraak niet
gelukt. Een nieuw bezoek is
gepland op 8 of 9 februari.
Hulpprediker Wuis schrijft op
3 maart aan de HOC dat er nog
geen antwoord is op de vraag of ook Van Leeuwen een offerte kon uitbrengen. Deze
offerte
blijkt er inmiddels te zijn maar is nog niet doorgestuurd. Graag spoed, omdat
Wuis per 1 april een beroep heeft aangenomen naar Friesland en graag wil dat dan
de opdracht voor restauratie is verstrekt.
De HOC stuurt op
12 maart de
offerte van Van Leeuwen van 13
februari naar de
kerkvoogdij. Qua kosten is de offerte ongeveer gelijk aan die van Van Vulpen. De offerte van
Van Vulpen is inclusief het herstel van de kas. Deze is bij Van Leeuwen niet inbegrepen.Alle
onderdelen worden nagekeken en gereviseerd. De windlade wordt voorzien van
het VEKA-systeem. De kosten worden geschat op f 5600,-. Bijkomende voorstellen:
- Nieuw aangehangen pedaal van 27 toetsen: f 425,-
- Installeren van een
windmachine, zodanig dat handmatige bediening mogelijk blijft: f 825,-
- Viola
da Gamba vervangen door een Quintadeen: f 650,-
- vervangen van de in slechte
staat verkerende Trompet door een Sesquialter II-III: f 300,-.
Op
26 maart schrijft Wuis aan de HOC dat de commissie haar taak heeft voltooid.
Binnenkort kan de opdracht tot restauratie worden verwacht.
Op de kerkvoogdijvergadering
van 8 april wordt de offerte
van Van Vulpen voor de restauratie van het orgel besproken. De restauratie zal
een bedrag vergen van f 6.900,- Het orgel wordt vervoerd naar de werkplaats in
Utrecht. De huisvestingskosten van de orgelmakers in Westerbork vallen buiten
dit bedrag en zijn voor rekening van de kerk. Er wordt besloten de opdracht aan
Van Vulpen te gunnen. Er moet worden overlegd wanneer de restauratie kan beginnen
en hoe lang het orgel niet bespeelbaar is.
Een rondgang door de gemeente
heeft een bedrag opgebracht van f 5.500,- De kerkenraad heeft een fonds van f
1.970,- beschikbaar. Er is dus nog een tekort van f 250,- Dit bedrag wordt door
de kerkvoogdij gefinancierd.
Op
18 april vraagt de kerkvoogdij aan Van Vulpen wanneer er een gesprek kan
plaatsvinden over de restauratie van het orgel.
Op
1 mei schrijft Van Vulpen dat ze aanstaande woensdag een bezoek aan
Westerbork willen brengen.
Op
10 mei schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze de restauratie laten
uitvoeren door Van Vulpen onder toezicht van de HOC.
Op
13 juni schrijft de HOC aan Van
Vulpen of zij aan de kerkvoogdij van Westerbork kunnen bevestigen dat het orgel
hoogstens 2 maanden buiten dienst is en voor Kerst van 1952 weer bespeelbaar is.
(06)
Op 10
juli schrijft Van Vulpen aan de kerkvoogdij dat ze al op 23 juli kunnen
beginnen met de restauratie vanwege stagnatie van werkzaamheden elders. (15)
Op 12 juli schrijft de
kerkvoogdij aan Van Vulpen dat ze op 23 juli kunnen beginnen met de restauratie
van het orgel. (15)
Op 15
juli schrijft Van Vulpen dat ze binnenkort naar Westerbork komen. Kan het bedrag van de eerste termijn dan ter
plekke worden betaald?
Op 24
juli bevestigt Van Vulpen de betaling van de
rekening van de 1e termijn van
f 2760,-
Op 15 augustus
schrijft Van Vulpen aan hulppredikant Wuis dat ze aanstaande vrijdag naar
Westerbork komen.
Betaling
van de eerste termijn in het kasboek en een uitgave van f 70,15 voor 'personeel restauratie
kerkorgel'. (13)
Op
28 oktober vraagt de kerkvoogdij aan Van Vulpen wanner het orgel weer naar
Westerbork komt. (15)
Op
29 oktober meldt Van Vulpen
dat ze op 10 november met het orgel naar Westerbork komen om met de opbouw te
beginnen. Kan er voor logies worden gezorgd? (15)
Op 10 november
meldt Van Vulpen de betaling van de
rekening van de 2e termijn van
f 2.070,- (13, 17)
Op
14 november meldt Van Vulpen
dat medewerkers van Van Vulpen op 1 december naar Westerbork komen om met de werkzaamheden te
beginnen. (15)
Op
22 november schrijft de kerkvoogdij aan
Van Vulpen dat
ze teleurgesteld zijn dat er nog niet met de opbouw
van het orgel is begonnen. Wordt de opleverdatum van Kerst wel gehaald? (15)
Betaling 2e termijn aan Van
Vulpen in het kasboek van de kerk.
Uitgaven van f 100,-(1-5 december en 8-12 december) en f 25,15 voor logies
van de orgelmakers. (24)
1953:
Uitgaven voor huisvesting van orgelmakers van 15-20 december voor f 60,15 (24)
Op 21 januari een brief van de
kerkvoogdij aan Van Vulpen dat de orgelmakers zich nog niet in Westerbork hebben
laten zien. De geplande opleverdatum is Kerst 1952.
Op 22
januari schrijft Van Vulpen dat de opleverdatum van december inderdaad niet
gehaald is. Ziekte van de beste pijpenmaker is de oorzaak. Een orgel als dat in
Westerbork verdient deze pijpenmaker.
Op
26 februari schrijft Van
Vulpen dat op 9 maart werknemers naar Westerbork komen om de restauratie voort te
zetten.
Op
7 maart meldt Van Vulpen dat
de pijpen naar Westerbork zijn verzonden. Bij navraag blijkt dat ze pas een week
later aankomen. De orgelmakers komen op 16 maart naar Westerbork.
Op
8 maart schrijft de kerkvoogdij aan Van Vulpen dat men zich zorgen maakt
omtrent de voortgang van de restauratie. (15)
Uitgaven van f 100,- f 35,- f 15,-
en f 90,- voor het huisvesten van orgelmakers in maart en april
Ook in mei,
juni en juli uitgaven van f
100,-, f 110,- en f 170,- voor de huisvesting van orgelmakers.
Brief van Van Vulpen aan de
kerkvoogdij als antwoord op een brief van 31 juni van de kerkvoogdij. Door
ziekte en uitlopende andere werkzaamheden is de opleverdatum van Kerst 1952 niet
gehaald.
Op
13 juli stuurt Van Vulpen een
rekening van f 853,- voor de laatste termijn.
In het kasboek een aantal
uitgaven voor de ingebruikname :
- kostgeld
huisvesting f 60,-
- 2 laatste termijn voor Van Vulpen van f 1035,- en
f 835,-
- Circulaires W. Beereboom inwijding orgel f 21,85
-
Porto circulaires inwijding orgel f 11,06
- Kosten organist inwijding
orgel f 16,-
- Kostgeld orgelmakers f 60,-(24)
Overzicht van de betalingen van totaal f 6.770,15 aan Van Vulpen en de kosten
van de ingebruikname.
Uitnodiging voor de ingebruikname van het orgel in de zondagsdienst op 19
juli door dhr. Wuis, de vroegere hulpprediker van Westerbork. Het orgel wordt
bespeeld door een deskundige (Lambert Erné?) van de HOC.
Op 10 september
een kwitantie van Van Vulpen
voor het ontvangen van de derde termijn van f 1.035,- (06) (10)
Op 11
november stuurt de kerkvoogdij een briefkaart aan Van Vulpen dat er per ongeluk
een snoer is meegenomen. (15)
Op
21 december schrijft Van
Vulpen dat een vermist elektrisch snoer in een koffer bij Van Vulpen blijkt te
zitten. Het zal worden terugbezorgd. (15)
1954: Van
19 februari dateert een
rekening van f 428,- van de HOC voor hun advieswerk, samen met een begeleidende
brief. (10)
In augustus zijn er weer uitgaven voor
het orgel:
- H. Nijlunsing bekleding voor het orgel (gordijntjes?): f
115,34
- Orgelcommissie Hervormde kerk: f 458,-
- H. Greving
nota restauratie orgel: f 37,33 (24)
1955:
Op 19 februari schrijft de
kerkvoogdij aan organiste mej. Westra dat er hogere eisen worden gesteld
aan de organist en dat ze daaraan kan voldoen door zelfstudie.
Op
21 februari meldt organiste
mej. Westra dat ze met ingang van 1 maart ontslag neemt. Ze is vanaf 1925
organiste geweest.
Op 2 maart
stuurt de kerkvoogdij een bedankbrief naar mej. Westra voor haar 28-jarige
dienst als
organiste.
Op 14 april
schrijft de kerkvoogdij aan de gemeente dat het kerkportaal wordt gebruikt als
rommelhok. Vooral de ladder naar de toren is ontsierend. Is het niet mogelijk
vanaf het orgelbalkon een deur naar de toren te maken? Onder de orgelgalerij kan
dan een bergplaats worden getimmerd voor opslag.
Op 30 juni
volgt een rekening van
Van Vulpen voor het vervallen van de garantiesom na de restauratie van f 220,-.
Daarnaast is er een rekening voor een
stembeurt van f 64,-
In de vergadering van de kerkvoogdij van
15 juli wordt gemeld dat het
orgel voor f 12.000,- is verzekerd. Dit bedrag vindt men te laag en het bedrag wordt
verhoogd naar f 15.000,- (10)
Op
6 augustus schrijft Van Vulpen
dat het orgel op 18 of 19 augustus wordt gestemd. (15)
Op
26 november schrijft de
kerkvoogdij aan het Bureau Monumentenzorg van Drenthe (BM). De restauratie van het orgel is
uitgevoerd door Van Vulpen.
Kosten: Aanneemsom f 6.900,-, pensionkosten
orgelbouwers f 1.003,60, Honorarium en kosten orgelcommissie f 428,-, andere
uitgaven: f 203,58.
De restauratie is niet gesubsidieerd omdat het orgel
niet op de monumentenlijst staat. De financiering is gedaan uit vrijwillige bijdragen
van f 5.500,- een kerkopbouwfonds van f 1.970,- en het restant is geleend. (16)
1956: Op 26 januari schrijft het BM dat de dienst contact
heeft gehad met de Rijksdienst voor Monumentenzorg. De Rijksdienst is verkeerd ingelicht en het orgel had op de
monumentenlijst moeten staan. De dienst zal zich inspannen om alsnog achteraf
subsidie te laten verlenen.
Op
3 februari stuurt de
kerkvoogdij een plan voor de verbetering van het interieur van de kerk naar het
ministerie. In de jaren '20 is de kerk gerestaureerd, maar van binnen werd er
alleen een 'verfje' gegeven.
'Het fraaie orgel met dito orgelkast dateert uit
het laatst van de achttiende eeuw en wordt toegeschreven aan de vermaarde orgelbouwers
F.C. Schnitger en Freytag. Het is in 1862 tweedehands aangekocht en wordt op de
lyst van de monumenten in Drenthe niet vermeld. Nu is juist deze lyst een van de
meest summiere (om het vriendelijk uit te drukken) van den lande. Dit fraaie
orgel had er zeker op moeten staan.'
Hierdoor is het verlenen van
rijkssubsidie niet mogelijk. De kerkvoogdij heeft toen het orgel voor f 8.655,18
op eigen kosten laten restaureren.
Is het mogelijk een subsidie te verkrijgen
op het verbeteren van het interieur? De banken kunnen worden vervangen door
stoelen, waardoor er een middenpad kan ontstaan en de doorkijk vanuit de
hoofddeur naar het koor verbeterd wordt.
Als er subsidie wordt verleend voor de
verbetering van het orgel heeft de gemeente meer armslag voor het verbeteren van
het interieur. (16)

Bijlagen van de
Handelingen der Generale Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk ten jare 1956
1957: Op 4
februari schrijft het BM dat ze ook de voordelen zien om de
banken te vervangen door stoelen.
Op
30 april schrijft predikant
Kloosterman aan het BM dat op zaterdag 20 april de
rijksorgeladviseur dhr. Oussoren het orgel heeft geďnspecteerd. Hij was zeer
lovend over de toestand van het orgel en de restauratie van vijf jaar geleden.
Is het mogelijk dat de dienst alsnog probeert subsidie te verkrijgen? (16)
Op 25
juni meldt Van Vulpen dat de stemmers in de buurt zijn. Komt het gelegen en is het mogelijk logies voor 2 personen te
verzorgen?
Op
4 juli schrijft Van Vulpen dat
het niet is gelukt het orgel te stemmen. (15)
1958:
Op 20 september vraagt de
kerkvoogdij aan Van Vulpen of het orgel kan worden gestemd. Graag contact
opnemen met de organiste mej. Zweers.
Op
4 november schrijft Van Vulpen dat er binnenkort wordt gestemd.
Op
8 december schrijft Van Vulpen
aan organiste mej. Zweers. De orgelstemmers komen deze week. Kan zij ervoor
zorgen dat de kerk verwarmd is? (15)
1959:
Op 21 januari vraagt de
kerkvoogdij het ministerie om subsidie voor de reeds uitgevoerde restauratie van
het orgel voor f 8.574,27 en voor de vernieuwing van het kerkdak voor f 2.933,41.
Voor 1959 is een verbetering van de verwarming en vervanging van de banken
gepland. Deze kosten worden geschat op f 20.000,-. Toegevoegd is een
kostenoverzicht van de
restauratie van het orgel en de reparatie van het dak.
Op
14 mei kent het ministerie een
subsidie van f 3.000,- toe voor de restauratie van het orgel. Geadviseerd wordt
ook verzoeken voor subsidie in te dienen bij de provincie en de gemeente.
Op
6 juni dankt de kerkvoogdij
dhr. Helbers van het BM voor zijn inzet om subsidie te
krijgen. (16)



Nieuwsblad
voor Beilen 29-05-1959, Provinciale Drentsche en Asser courant
02-09-1959 (Raadsvergadering Westerbork), Nieuwe provinciale Groninger courant
23-05-1959
Op
14 mei zegt het ministerie van
OKW een subsidie te willen van f 3.000,- hoewel de aanvraag te laat is
ingediend.
Op
30 mei wordt de
kerkvoogdijkamer om toestemming gevraagd een subsidie van f 3.000,- aan te
vragen bij het Rijk. Dhr. Helbers van het BM heeft er voor gezorgd dat het orgel is toegevoegd aan de
monumentenlijst en er dus achteraf subsidie kan worden aangevraagd.
Op een
notitie van 11 juni voor de
restauratie van het interieur is het volgende vermeld: punt 6 'omlijsting orgel verwijderen', onder
punt 7 'galerij voorkant
opverven' en onder punt 8 'kerkenraadskamer afbreken'.
De kerkvoogdijkamer van de
Hervormde Kerk geeft op 27 juni
toestemming een subsidie van f 3.000,- aan te vragen bij het ministerie. Op
dezelfde dag stuurt de
kerkvoogdij een brief naar gedeputeerde staten van Drenthe en de gemeente
Westerbork om een subsidie voor het orgel aan te vragen. Omdat het orgel
achteraf op de monumentenlijst is opgenomen is het rijk alsnog bereid een
subsidie van f 3.000,- te verlenen. Op grond hiervan wordt nu ook een subsidie
van provincie en gemeente aangevraagd. Ook zijn er plannen de kerkverwarming te
verbeteren.
Op
21 juli worden de nodige
documenten bij het Ministerie ingediend voor het verkrijgen van de subsidie
van f 3.000,-.
Op
2 oktober meldt het ministerie
dat het
subsidiebedrag van f 3.000,- wordt overgemaakt. (06) (10)

Foto: nr. MZ13012000226 10-09-1959 (21) (Klik op de foto voor
een vergroting) Het orgel tijdens de kerkrestauratie. De afdekking laat zeer te
wensen over.



Nieuwsblad
voor Beilen 28-08-1959, Nieuwsblad voor Beilen 04-09-1959,
onbekende krant 24-09-1959


Provinciale Drentsche en Asser courant 24-09-1959
1960:
Provinciale staten van Drenthe doen op
29 januari een
vooraankondiging van een mogelijke subsidie. (10)
Op 24 februari stuurt Van
Vulpen een nota voor een stembeurt en het schoonmaken van het orgel als gevolg
van de kerkrestauratie. (15)
Het provinciebestuur
van Drenthe meldt op 19 augustus
dat een subsidiebedrag van f 1.286,14 is uitbetaald. (10)
Op 28
september vraagt de kerkvoogdij aan het ministerie subsidie voor het
vervangen van de goten. In deze brief wordt opgesomd wat er gedaan is tijdens de restauratie van het kerkinterieur. Deze werkzaamheden
zijn uit eigen middelen
gefinancierd.
a. het weder aanbrengen van trede en koorverhoging
b. het
heropenen van de spaarbogen
c. het wegnemen van de kerkbanken
d. het geheel
opnieuw leggen en beleggen der vloer met plavuizen
e. staat : 'Het
verwijderen van een ontsierende betimmering boven de orgelgalerij'. (Dit
ging om een soort kerkenraadskamer en/of domineeskamer)
f. het schoonmaken en
herstellen van de eiken preekstoel en voorlezersbank, alles uit het jaar 1889
g. het gedeeltelijk vernieuwen van de bepleistering (16)

Ansichtkaart
na 1960
1963: Op
26 maart schrijft de
kerkvoogdij dat de balgen lek zijn geworden door de heteluchtverwarming. Is er
een systeem dat de luchtvochtigheid op peil kan houden en wat zijn de kosten? (15)
1964: Op 14
juli stuurt het schildersbedrijf P.J. Revet & Zonen een rekening van f
352,48 voor 'Marmerschilderwerk t.b.v WESTERBORK'. Onduidelijk is waarvoor dit
plaatsvond.
1965:
Op 25 mei een briefje naar Van
Vulpen voor een stembeurt.
Op 21 juli vraagt de kerkvoogdij
wat er te doen is aan het uitdrogen van het orgel door de heteluchtverwarming. (15)
Op 27 augustus antwoordt Van
Vulpen dat het orgel inderdaad zeer te lijden heeft van de heteluchtverwarming.
Dit heeft al geleid tot enkele reparaties. Van Vulpen waarschuwt voor een te
lage vochtigheid en wil graag inlichtingen omtrent het stookgedrag en de
bevochtiging. (10)
1967:
Lippe van den
Brug uit Drachten wordt
Aangesteld als cantor-organist na een uitgebreide sollicitatieronde. De
Commissie voor de kerkmuziek heeft de sollicitatieprocedure ondersteund. Op een
advertentie in Hervormd
Nederland reageren 15 sollicitanten. (10)
Op
6 september vraagt de
kerkvoogdij aan Van Vulpen het orgel te stemmen, omdat het stookseizoen
nadert. Organist Van der Brug vraagt of het pedaal kan worden uitgebreid tot
een volledig pedaal. Mag dit en zo ja wat zijn de kosten.
Notitie van
8 september door Van Vulpen
omtrent de uitbreiding van het pedaal. Er is advies nodig van Cor Edskes. Omdat organist
van der Brug alweer is vertrokken volgt er geen actie. (15)
1968:
Op 8 april schrijft Van Vulpen
dat bij een bezoek van de stemmer is gebleken dat het
orgel zeer heeft geleden van de droogte in het kerkgebouw tijdens het
stookseizoen. Het is provisorisch weer hersteld. Graag contact opnemen met
Erné omtrent herstel.
Op 30
april vraagt de kerkvoogdij Erné om raad omtrent de ontstane situatie.
Op
4 mei schrijft Erné dat hij
graag adviseert en stelt voor een rapport te maken en de subsidiemogelijkheden
te onderzoeken.
Op 29 oktober
verzoekt de kerkvoogdij Erné stappen te ondernemen voor de restauratie.
Op
18 november beantwoordt Erné de
brief en vraagt of er een inventarislijst is van het archief. Hij wil ook weten of het archief
zich in Assen of Westerbork bevindt. Een voormalig predikant zou
een stuk hebben geschreven over de kerk. Is dit bekend?
Aantekeningen door de
kerkvoogdij van Westerbork?
- De documenten van de hulppredikant (Wuis?) zitten in
de kluis.
- De subsidieaanvragen uit 1952 en 1953 zitten deels in het
lopende archief en deels in de rekeningstukken van 1952 en 1953.
- Als
het contract met Van Vulpen niet in het lopende archief zit, zou het aanwezig
kunnen zijn bij de orgelcommissie.
- Het stuk waar Erné op doelt zal
een krantenartikel zijn. Dat zit ook in het archief.
- Het orgel staat
niet op de voorlopige monumentenlijst. Dhr. G.C. Helbers (directeur van het
Drents museum tot 1967) heeft er voor gezorgd dat het orgel bekend is bij
monumentenzorg. (06) (10)
1969: Op
3 juni schrijft D. Deinum aan
Erné dat het orgel in 1951 is gerestaureerd. Hij sluit enkele documenten over
het orgel in.
Op 10 juni
vraagt Erné de kerkvoogdij weer naar het archief van de kerk om de herkomst en
bouwtijd van het orgel te onderzoeken. Dit is van belang voor het verkrijgen van
subsidie.
Als antwoord op de brief van 3 juni een niet complete brief van
mogelijk de HOC waarin opeens wordt geschreven dat het orgel rond 1900 zou zijn
aangekocht. Er wordt weer gevraagd om inzage van het archief.
Blijkbaar is
men de resultaten van het archiefonderzoek kwijtgeraakt. (06)
197x: In de notulen komt het vinden van een organist
regelmatig aan de orde. Men adverteert in de krant, maar krijgt niet of nauwelijks
reacties. Diverse organisten nemen de diensten waar.
1973:
Op 22 maart beantwoordt de HOC
een brief van de kerkvoogdij waarin wordt gevraagd wat de verzekerde waarde van
het orgel is. De gegevens die de HOC heeft uit 1954 zijn ontoereikend om de
vraag te kunnen beantwoorden. Kan de kerkvoogdij aanvullende gegevens leveren?
Op 31 maart schrijft de
kerkvoogdij dat men geen antwoord heeft op de vraag van de HOC. Er wordt een
mededeling meegestuurd van Monumentenzorg. Inlichtingen kunnen ook worden
verkregen bij de organist G.A. Jonkman uit Beilen.
Op
17 augustus antwoordt de HOC
dat een orgel met een gelijke omvang verzekerd moet worden voor f
55.000,-. De bouw van een orgel dat het oorspronkelijke orgel zo exact mogelijk
zou benaderen zou f 70.000,- moeten kosten. ( 22)
1975: In het archief van de Hervormde
Orgelcommissie bevindt zich een curieuze
brief van 25 september gericht
aan de kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente. De brief is gericht aan dhr.
Borkhuis van de Gereformeerde Kerk en bevat een voorstel voor een nieuw
tweeklaviersorgel voor de nieuw te bouwen kerk 'De Voorhof' voor de
Gereformeerden. Gezien de inhoud van de brief is
men op de hoogte van de tot dan toe gemaakte plannen. Dit berust op een misverstand. Had men per ongeluk de Hervormde Orgelcommissie om advies gevraagd? De
Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging is niet bij
de bouw van het nieuwe orgel in de Gereformeerde Kerk betrokken. (22)
1980: Op 25 november
vraagt de kerkvoogdij de HOC om advies 'inzake de instandhouding van ons
betrekkelijk oude orgel'.
1981: Op 2
april brengt de HOC een rapport uit over de toestand van het orgel.
Het
orgel wordt gedateerd in de 2e helft van de achttiende eeuw. De factuur wijst op een
orgelmaker uit het noorden van Nederland. Het orgel is nog behoorlijk
oorspronkelijk. De toestand van het orgel is slecht. Oorzaak is uitdroging door
de heteluchtverwarming. Het pijpwerk is aan de bovenranden zeer beschadigd. Het
is zeer zinvol het orgel te restaureren mits de verwarming sterk wordt verbeterd.
Binnenkort vindt verder onderzoek van het orgel plaats door Aart van Beek en O.B. Wiersma. De toonhoogte van het orgel is een halve toon boven normaal. Dit
kan worden
opgelost door een oplegklavier.
Op
14 april schrijft ds. Poortman
van Westerbork aan de Hervormde Kerk in Burgh (Zeeland). Daar staat een
soortgelijk orgel (zie ook
Klazienaveen-Noord Veenkerk) als dat van Westerbork. Van bekenden heeft hij
gehoord dat in Burgh een soortgelijk orgel zou staan. Kan men gegevens over dit
orgel leveren? (07)
Op
13 juni bedankt de kerkvoogdij
de HOC voor het rapport. Men besluit een orgelrestauratie in gang te zetten,
samen met een verbetering van de kerkverwarming. Klaas Bolt is gevraagd om als
adviseur op te treden.
Op 17
juni bedankt de HOC de kerkvoogdij voor de plannen voor het orgel en de
kerkverwarming.
Van 27 juni dateert een
beschrijving van het orgel
door van der Giessen. Deze beschrijving dient om geld in te zamelen voor de
restauratie.
Op 1 juli
verklaart Klaas Bolt zich bereid om als adviseur op te treden. Is er nog
documentatie in het archief aanwezig over aanschaf en de restauratie uit de
jaren '50?
(22)
Op
24 juli belt
de rijksorgeladviseur met het Bureau Monumentenzorg (BM). Klopt het dat Klaas Bolt
adviseur is en dat Reil de restauratie uitvoert? (16)
Na enige tijd komt
antwoord uit Burgh. Het orgel
vertoont inderdaad overeenkomsten. Ze wijzen door naar de HOC. Als bijlage sturen
ze een overzicht van de historie van het orgel.
Op
12 oktober wordt er een
taakomschrijving van de orgelcommissie gemaakt. Voornaamste doel is de
financiering van de restauratie. Ook begeleidt de commissie de restauratie en
zorgt voor de installatie van een beter verwarmingssysteem. (07)
Op 2 november schrijft Klaas
Bolt dat het alweer een tijdje geleden is dat hij het orgel heeft bezocht. Hij
heeft het zeer druk en voorlopig zijn er geen subsidiemogelijkheden. De keuze
van een restaurateur kan dan ook nog wel even wachten, tenzij de gemeente wil
voorfinancieren. Het orgel is nu nog bespeelbaar en voor grondig onderzoek moet
het worden gedemonteerd.
Op 1
december schrijft de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met het voorstel van
Bolt van 2 november. (22)
1982: Klaas Bolt ontdekt dat het orgel stamt uit 1726 van
de orgelmaker Christiaan Müller en oorspronkelijk is gebouwd voor de kerk van
Beetgum in Friesland.
Hier wordt een theorie uitgewerkt dat het oudere
pijpwerk afkomstig zou zijn uit het oude orgel van de Grote Kerk in Leeuwarden
dat is vervangen toen Christiaan Müller een nieuw orgel bouwde.

Reformatorisch Dagblad 18-12-1982
.jpg)
.jpg)
Onbekende krant
Op 16 januari wordt
subsidie aangevraagd bij het ministerie. Er is nog geen kostenbegroting, maar de
kosten zullen waarschijnlijk de f 100.000,- te boven gaan.
Op
26 januari schrijft het BM dat
de provincie pas subsidie geeft als het rijk subsidie toezegt.
Op
4 februari antwoordt het
ministerie dat het orgel monumentale waarde heeft. Voorlopig is er geen financiële
ruimte voor een subsidie.
Op 25
februari schrijft Klaas Bolt aan de kerkvoogdij dat het inderdaad verstandig
is een kostenbegroting te laten maken zodat het orgel op de wachtlijst voor
subsidie komt. Misschien moet er toch al een orgelmaker worden gezocht omdat
Bolt assistentie nodig heeft met het onderzoek aan het orgel, waarbij er zaken
gedemonteerd moeten worden. De orgelmaker kan dan misschien al een eerste
calculatie maken.
Op 8 mei stuurt Klaas
Bolt de offerte van orgelmaker Albert de Graaf door naar de kerkvoogdij. De
kosten worden begroot op ongeveer f 150.000,-.
Op
14 mei schrijft Klaas Bolt dat
hij van de orgelmaker een gedetailleerde kostenopgave heeft gekregen die hij zal
doorsturen. De kosten zijn niet gering, maar wel realistisch. Kan Bolt deze
calculatie doorsturen naar monumentenzorg? Speurwerk van Bolt en de Graaf levert
op dat vermoedelijk Christiaan Müller de maker van het instrument is.
Orgelmaker van Oeckelen moet bij de bouw van een nieuw instrument voor Beetgum
het oude orgel innemen. Een sluitend bewijs is er nog niet, maar het onderzoek
wordt voortgezet.
Op
8 juni stuurt het BM een
kostenraming van f 16.520,- voor het herstel van de balustrade van de
orgelgalerij.
Op 16 juni
schrijft de kerkvoogdij aan Bolt dat de subsidieaanvraag doorgezet kan worden.
In een tweede brief van die
datum wordt aan Bolt gevraagd of in de kostenopgave van de Graaf de manuren met
tarief kunnen worden gespecificeerd. Ook graag de materiaalkosten per onderdeel
noemen. Daarnaast graag een specificatie maken wat er minimaal benodigd is om
een goed bespeelbaar orgel te krijgen.
Op 17 juni
vraagt de kerkvoogdij subsidie aan bij de provincie vanuit het ISP-fonds. Een
verzoek aan het ministerie wordt afgewezen vanwege gebrek aan middelen. De
begroting van orgelmaker A.H. de Graaf geeft aan dat de kosten de f 150.000,-
zullen overschrijden.
Op 18 juni maakt de directeur
van het BM dhr. Corneille F. Janssen een raming voor het
verbeteren van het orgelbalkon. De kosten worden geschat op f 16.250,- De
omschrijving van de werkzaamheden is nogal vaag, waardoor niet duidelijk is of
de posten betrekking hebben op de balustrade of op het orgel.
Op 24 juni
maakt orgelmaker de Graaf de gevraagde
specificatie.
Op
29 juni schrijft Bolt dat hij
onderzoek heeft gedaan in het Rijksarchief te Leeuwarden. Dit heeft nog geen
direct resultaat gehad. Wel is nu bekend wie onderhoud pleegden tussen 1730 en
1860. Bolt stuurt ook een afbeelding van het wapen van de familie Schwartzenburg
die het orgel schonken aan de kerk van Beetgum. Vermoedelijk sierde het wapen
van de familie de balustrade of de middentoren. Ze zijn helaas verdwenen.
Op
30 juni schrijft het BM dat
voor het verkrijgen van subsidie een restauratieplan door een erkend
orgeladviseur nodig is.
Op 3
juli stuurt de kerkvoogdij een
restauratieplan van 8 mei en een
bijgewerkte versie
uit juni van orgelmaker Albert de Graaf naar het BM.
Plan 1:
Windvoorziening: De 3 balgen worden gedemonteerd en opnieuw beleerd. De
verdwenen terugslagkleppen keren terug. Tussen de windmachine en de drie balgen
komen drie afsluiters. De pompinstallatie wordt weer hersteld. De tremulant
wordt hersteld en krijgt een nieuwe bladveer. De motor en de balgen krijgen een
omkisting door de plaatselijke timmerman.
Windlade: De windlade wordt in de
werkplaats geheel uit elkaar genomen en hersteld. Ook de pijproosters worden
hersteld.
Mechaniek: Er dient nog te worden bepaald of de bestaande toestand
wordt gereviseerd of dat de oude toestand volledig wordt gereconstrueerd.
Klaviatuur: De leren bevoering van het klavier bij de geleidepennen wordt
verwijderd. De ontstane ruimte wordt met stukjes hout opgevuld. Het beleg wordt
gerestaureerd en aangevuld. De niet originele klavieromlijsting wordt hersteld
naar het profiel dat nog op de orgelkas te zien is. De registerplaatsjes uit
1951 worden vervangen door plaatjes in een bijpassende stijl.
Pijpwerk: Nieuw
pijpwerk voor de Sesquialter en het groot octaaf van de Mixtuur uit 1951. Het
oude pijpwerk voorzichtig herstellen. Voetopeningen terugbrengen naar de
oorspronkelijke grootte. Onderzoek of de tongen van de Trompet nog origineel
zijn. Intonatie terug naar de oude klank. Inventarisatie en opmeten van het
pijpwerk. Als de pijpen verlengd moeten worden zullen de stukken die in 1951
zijn opgebracht verwijderd worden en vervangen door nieuwe in dezelfde legering
als de oude pijpen. Onderzocht wordt hoe het aanzien van de frontpijpen
verbeterd kan worden. In het uiterste geval worden ze voorzien van nieuw
tinfolie.
Orgelkas: Deze blijft ongewijzigd. Herstel van beschadigingen.
De totale kosten bedragen f 119.620,- Verblijfkosten worden geschat op f 2.000,-
Plan 2:
In het tweede plan wordt genoemd dat het orgel door
Christiaan Müller is gemaakt en dat het gaat om een instrument waarbij delen van
een ouder instrument zijn hergebruikt.
De restauratiekosten worden hier
geschat op f 153.557,- Daarnaast is er een stelpost van f 5.000,- voor de
bekisting van de windmotor en het balgenhok en van f 15.000,- voor schilderwerk aan de
orgelkas.
Afwijkingen met het eerste plan: De tractuur wordt in oude stijl
gereconstrueerd. Het pijpwerk wordt geďnventariseerd en opgemeten. Herstel
oorspronkelijke toonhoogte door het verlengen van het pijpwerk. Nieuwe tinfolie
op de frontpijpen.
Op 12
juli schrijft orgelmaker Mense Ruiter dat hun stemmer vernam bij een
stembeurt dat het orgel wordt gerestaureerd. Ruiter schat in dat de restauratie
een bedrag zal vergen van rond de 100.000 gulden.
Op
19 juli stuurt de kerkvoogdij
de brief van Mense Ruiter door naar Klaas Bolt en vraagt om advies.
Op 4
augustus maakt het BM een totaalopstelling van de kosten en komt tot een
bedrag van f 190.077,-.
Op 5
augustus schrijft Bolt aan de kerkvoogdij dat ze het beste kunnen antwoorden
dat er door het lange subsidietraject nog niet definitief voor een orgelmaker is
gekozen.
Op 20
augustus vraagt het Anjerfonds advies aan het BM.
Op
25 augustus zegt de provincie
10% subsidie toe mits het rijk ook subsidie toezegt. Een financiering vanuit de
ISP is niet mogelijk.
Op 31
augustus schrijft het BM dat het orgel een belangrijk instrument van
Christiaan Müller is. Met het geven van een bijdrage zou gewacht kunnen worden op de
toezegging van het rijk, zodat een financieringsgat opgevuld kan worden.
Uit dit jaar dateert ook een flyer
voor de financiering van de restauratie. Deze flyer maakt deel uit van een
actieplan
(klad).
In het kerkblad 'Opwaarts'
van november wordt de stand van zaken met de orgelrestauratie beschreven. In het
orgelfonds is nu een bedrag van f 53.251,60 beschikbaar. Op dat moment is het al
bekend dat het een orgel van Christiaan Müller betreft.
Op 9 december stuurt Klaas Bolt
informatie met een vergelijking van restauratieprijzen omgerekend naar een
prijs per register. (07) (16) (22)

Het Orgel
1983-01
1983: Op 2 februari
gaat er een aanvraag voor subsidie naar het Prins Bernhardfonds. Men zoekt
financiering voor de nog ontbrekende f 35.000,-
Op
15 februari gaat er een
soortgelijke brief naar het W.A. Scholtens fonds. In deze brief wordt ook de
kerkrestauratie meegenomen. Ook het Kammingafonds wordt aangeschreven.
Op 10 maart
bedankt de kerkvoogdij het Prins Bernhardfonds voor de subsidie van f 18.000,-.
Er worden concerten georganiseerd ten bate van de restauratie. Een
voorbeeld is een concert op 6
april door het Wiener Schubert-duo.
Op
24 juni schrijft Klaas Bolt aan
de kerkvoogdij dat het geen zin heeft op basis van de afwijzing van de subsidie op
16 januari met een meer gedetailleerd plan te komen. De rijksorgeladviseur O.B. Wiersma wordt door Bolt op de hoogte gehouden van alle ontwikkelingen in
Westerbork.
In juni is er een
conceptbrief voor Monumentenzorg met daarin een specificatie van alle kosten.
Op 3 juli stuurt Klaas Bolt de
offerte van De Graaf naar de kerkvoogdij. In de bijbehorende brief meldt
Bolt dat hij archiefonderzoek heeft gedaan, maar daar niets extra's heeft
gevonden. Wel is nu bekend wie het orgel in de periode van 1726 tot 1860 hebben onderhouden.
Ook is een wapen bijgesloten van de familie Schwartzenberg. Waarschijnlijk heeft
dit in de balustrade in Beetgum gestaan, maar het is helaas niet meer aanwezig.
De offerte bestaat uit 2 gedeelten. In het ene gedeelte een volledige restauratie
en in het andere gedeelte een minimale restauratie om het orgel weer goed
bespeelbaar te maken.
Speciale posten betreffen het pijpwerk. Het pijpwerk
wordt verlengd. Het pijpwerk uit 1951 blijft gehandhaafd, maar wordt
aangepast aan de intonatie van het oude pijpwerk. Het 1 1/3 voets koor van de
Sesquialter wordt verschoven naar 2 2/3. De bovenste pijpvelden van het front
worden niet aangesloten als dubbelkoor van de Prestant 8'.
Op
9 augustus wordt een nieuw
verzoek om subsidie naar de provincie gestuurd.
Op
12 augustus wordt een plan
ingediend bij de provincie voor de bouw van een consistorie (f 170.000,-),
Kerkexterieur (f 90.000,-), Tweede fase kerkinterieur (f 290.000) en orgel (f
160.000). Er komen al vele jaren opmerkingen van de monumentenwacht over de
onderhoudsstaat van de kerk. Voor het orgel is al een plan ingediend. Ook de
orgelgalerij dient te worden hersteld. Er moet een bekroning komen van de zuilen
onder de orgelgalerij. De drie balgen dienen te worden omtimmerd en de orgelkas
hersteld. Het predikantskamertje onder de orgelgalerij zal in eigen beheer worden
afgebroken.
Op
23 augustus wordt een
subsidieaanvraag gedaan bij het orgelfonds Mooy.
Van
18 augustus dateert een notitie
van Klaas Bolt van een gesprek dat hij had met orgelmaker Albert de Graaf. In
het late najaar van 1983 heeft hij tijd. Slapen in de pastorie is akkoord. Voor
1984 nog geen werkzaamheden gepland.
Hij heeft een leenorgel beschikbaar dat
in een halve dag opgebouwd kan worden. Bij de restauratie blijven de kas en het
pijpwerk in Westerbork en worden ter plekke gerestaureerd.
Op
22 augustus vraagt de
kerkvoogdij bij Monumentenzorg aandacht voor de restauratie. Op een totaalbedrag
van f 178.000,- is er nog een tekort van f 36.000,-. Is er een restfinanciering
mogelijk?
Op 1 september dankt de
kerkvoogdij de vrouwenverenigingen van Westerbork, Elp, Witteveen en Orvelte
voor de acties die zij hebben gehouden. Er is nu voor de derde keer een bedrag
geschonken. Het laatst bijgedragen bedrag is f 6.000,-.
De kerkenraad heeft
inmiddels besloten dat de restauratie in 1984 kan beginnen.
Op
1 september adviseert het BM
de provincie. De nieuwbouw is niet subsidiabel. De andere posten zijn voor het
grootste gedeelte subsidiabel.


Van 1983 dateren ook
twee niet gerealiseerde tekeningen van het interieur van de kerk.
Klik op de afbeelding voor een vergroting
In september 1983 schrijft
Klaas Bolt een
rapport.
Archiefonderzoek
brengt aan het licht dat het orgel door Christiaan Müller en Michael Schwartzburg in
1726 is gebouwd
voor de Hervormde Kerk van Beetgum.
Het orgel is gebouwd met gebruikmaking
van veel materiaal uit de zeventiende eeuw. Het meeste pijpwerk dateert uit de
zeventiende eeuw.
Het orgel had oorspronkelijk een kort octaaf.
Müller bouwt het kort octaaf
om tot een volledig octaaf. Dit is af te lezen aan de factuur van nieuwe, door
Müller toegevoegde pijpen, in het groot-octaaf.
Hierdoor moest er ook een nieuwe
windlade en een nieuwe klaviatuur gemaakt worden.
Bij de restauratie door
Van Vulpen in 1951 is de Viola da Gamba van Van Oeckelen vervangen door een
Sesquialter discant. Het orgel is geherintoneerd op een lage winddruk en
grotere voetopeningen en een deel van de kernspleten is vernieuwd. Ook delen van de
tractuur werden vernieuwd. Door de heteluchtverwarming verkeert het orgel nu in
een zeer slechte staat.
Verdere details zijn te lezen in het rapport.
Op
23 augustus heeft A.C.M.
Luteijn van de HOC een uitgebreid telefonisch overleg met kerkvoogd Bruins uit
Westerbork. Hij heeft de vragen over BTW en percentages advieskosten zo goed
mogelijk proberen te antwoorden.
Op
10 september vraagt de
kerkvoogdij aan de HOC hoe de vergoeding aan de HOC functioneert als het orgel
wordt gerestaureerd voordat de subsidie is uitgekeerd.
Op dezelfde
datum schrijft de kerkvoogdij
aan de HOC dat ze de restauratie willen starten ondanks het financieringstekort.
Verzocht wordt om
toestemming van de HOC.
Op 1 oktober
wordt de f 178.000,- bereikt, die men nodig heeft voor de financiering van de
restauratie.
Op 27 oktober zegt het
ministerie een deelsubsidie van f 32.000,- toe vanwege het ontbreken van
voldoende middelen.
Op 3
november bedankt de kerkvoogdij de HOC voor de inspanning om een subsidie te
verkrijgen. Er is door het ministerie een subsidie toegezegd van 80% van f
40.000,-. Aangezien de financiering nu rond is kunnen de voorbereidingen voor de
restauratie worden gestart.
Op 23 december wordt het
contract met Albert de Graaf
getekend. (07) (16) (22)

Ongedateerde
foto uit deze tijd (07)
1984: Op
3 januari beantwoordt de HOC
de brieven van de kerkvoogdij van 10 september. De HOC gaat akkoord met de
restauratie door Albert de Graaf. Het percentage voor de advieskosten is een
generale regeling vanuit de Hervormde Kerk.
Op
5 maart beschrijft de
kerkvoogdij de stand van zaken voor de rijksdienst voor de Monumentenzorg. In
dit stuk wordt genoemd dat de Rijksdienst een restfinancieringssubsidie voor de
restauratie van het orgel heeft toegekend. Om het orgel in de toekomst beter te
beschermen zal een vloerverwarming worden aangelegd. Door de restauratie van het
orgel zal ook timmerwerk aan de balustrade en de balgenkast moeten worden
verricht. De sloop van het predikantshok zal door vrijwilligers worden
uitgevoerd.
De kosten voor het inkisten van het orgel vallen lager uit, omdat het binnenwerk
van het orgel is opgeslagen bij de orgelmaker.
Op
12 oktober schrijft Albert de
Graaf dat hij voorlopig nog niet kan starten met de opbouw in de kerk, omdat de
kerkrestauratie pas deze week is gestart. Het orgel moet worden opgeslagen en
dat heeft financiële consequenties. De Graaf is met Bolt overeengekomen dat 75%
van de aanneemsom dient te worden voldaan. De loonkosten in de periode dat het
orgel niet kan worden geplaatst zullen worden doorberekend evenals de kosten van
de bankgarantie. De opslagkosten bedragen f 100,- per maand. Tijdens de
kerkrestauratie dienen de orgelkas en de balgenkas goed te worden beschermd. Er
wordt een rekening met het te
betalen bedrag toegevoegd.
Op
18 december zegt de provincie
een subsidie van 10% toe. (07) (22)

Foto: nr.
MZ13012000205 30-12-1983 (21) Albert de Graaf aan
het werk in Westerbork.

Doorsnede bestaande toestand naar het westen 19 april 1984 (klik op de
afbeelding voor een vergroting)
1985: Op
17 juli declareert Klaas Bolt
zijn honorarium voor advieswerk.
Op
13 september schrijft
architect L.W. Barneveld aan Klaas Bolt dat hij samen met Lammert Muller de
werkplaats van Albert de Graaf heeft bezocht. De door Muller geconstateerde kleur
blauw kon niet worden vastgesteld. In overleg met Corneille F. Janssen van het
bureau Monumentenzorg dat de voorkeur ligt bij een orgelkas in 'Müller'-rood en volledig verguld lofwerk.
Op 14
september vraagt Klaas Bolt aan architect Barneveld of er onderscheid is
gemaakt tussen het voorfront van Müller en de eigenlijke orgelkas uit
vermoedelijk de 17e eeuw. Bolt kan zich verenigen met dezelfde kleur als het
Müller-orgel van Leeuwarden, dat in dezelfde periode ontstond.
1986:
Op 2 december schrijft de
Graaf aan Klaas Bolt dat hij op 6 oktober een ongeval heeft gehad waardoor de
afwerking van het orgel weer vertraagd is. Hij vermoedt dat hij vanaf begin
volgend jaar weer langzamerhand kan gaan beginnen. Veel klimwerk zit er
niet in. Hij zal voornamelijk in de werkplaats bezig zijn. In mei kan er in de
kerk verder worden gewerkt. Hij dankt voor de belangstelling uit Westerbork.
Op 8 december stuurt Klaas
Bolt de brief van de Graaf door naar de kerkvoogdij. Vooral het intoneren is
belangrijk en kan beter niet worden uitbesteed. (22)
Naar aanleiding van
de restauratie brengt de kerkvoogdij een
brochure uit. Het orgel wordt
op 3 pagina's beschreven: 'De behaaglijke temperatuur voor de mensen was
funest voor het oude orgel. Al twee jaar na de aanschaf van de
heteluchtverwarming, meldden orgelmakers, dat het orgel op deze manier kapot
gestookt werd. Op dat moment, in het begin van de zestiger jaren, was er nog
niet veel over het Börker-orgel bekend. Vermoed werd, dat het uit ongeveer 1800
stamde, maar wie het gemaakt had en waar het vandaan kwam, waren open vragen.
Toch werd al een orgelfonds gevormd, om in de toekomst een herstel van het
instrument mogelijk te maken.
Maar nu eerst terug naar het begin.
De kerk
van Westerbork heeft het eeuwenlang zonder orgel gesteld. De gemeentezang werd,
zoals overal, door een voorzanger ingezet. En zingen was voor de meesten toen
geen probleem, Maar toen, in het midden van de vorige eeuw, over de mensen een
modern levensgevoel kwam, ging men toch ook verlangen naar de begeleiding van
een instrument. In vele andere kerken was dat immers al heel gewoon. Een nieuw
orgel kon de gemeente in 1860 niet betalen. Het leven was al duur genoeg en de
mensen waren nog steeds niet rijk. Dus keek men uit naar een goed tweedehands
instrument. In die jaren woonde er in Haren bij Groningen een bekende orgelmaker:
Van Oeckelen, die zijn sporen in de noordelijke provincies duidelijk heeft
getrokken. Hij bouwde en verbouwde talloze orgels. Bij hem ging de kerkvoogdij
te rade. En ja, in het jaar 1861 had hij de beschikking over een goed en
degelijk instrument, dat -een beetje opgeknapt- voor f 1250, door de
Westerborkers gekocht kon worden. Nu was dat ook al een heel bedrag, maar rond
de kerk stonden 48 populieren en die moesten dan maar verkocht worden (en ze
leverden f 100, op) om een stukje van het orgel te kunnen betalen. Zo kwam in
1862 het orgel naar Westerbork. Jarenlang had men er plezier van. Het werd zelfs
in 1953, vakkundig, en naar de inzichten van die tijd, gerestaureerd. De ellende
begon, toen de heteluchtverwarming z'n intree deed.
Het hout van de windlade
ging krimpen en barsten. Het leer van ventielen en balgen verdroogde en meestal
was het orgel danig ontstemd. De 'trompet', een erg gevoelige stem, was niet
meer te gebruiken. Orgelkenners schudden het hoofd over de toestand. Dit orgel
moest behouden blijven. Het was wel niet zo groot, 8 stemmen, maar de klank was
wel bijzonder. Het moest tot in de tachtiger jaren duren, voordat de hervormde
gemeente besloot nu maar eens flink actie te gaan ontketenen en het orgel
gerestaureerd te krijgen. Er werden adviseurs in de arm genomen, waarvan Klaas
Bolt, de bekende organist van de Grote- of St. Bavokerk in Haarlem, de
belangrijkste was.
Er begon een grondig onderzoek.
Belangrijke vragen bij
restauratie zijn natuurlijk: Hoe is het vroeger geweest? Wie heeft het gebouwd?
Waar heeft het eerder gestaan? Wat is er in de loop van de jaren aan veranderd?
Enzovoort, enzovoort. En om een lang verhaal nu maar kort te maken: Klaas Bolt
ontdekte, dat dit orgel bijna zeker veel ouder moest zijn dan uit 1800. Er bleek
zelfs pijpwerk ouder dan 1700. En toen in de archieven ontdekt werd, dat de fa.
Van Oeckelen in 1861 de beschikking kreeg over het oude orgel van Beetgum in
Friesland dat in 1726 door niemand minder dan Christiaan Müller, de orgelbouwer,
en zijn knecht Schwartsburg was gebouwd en de dispositie van het oude orgel van
Beetgum en dat van Westerbork nagenoeg overeenstemde, waren vele vragen opgelost.
Ondertussen was er ook een orgelmaker in de arm genomen, die begrootte wat
restauratie moest kosten. Het werd de lieve som van f 152.000,. Er werden
financiële acties ontketend. Een inzameling onder de burgerij van Westerbork
leverde in één klap f 80.000,-- op. Dat gaf moed en de kerkvoogdij zette door.
Orgelmaker A.H. de Graaf uit Leusden werd belast met de restauratie. Het werk
begon in januari 1984. Het werd onderbroken door de verdere werkzaamheden aan de
kerk- en zal in de loop van 1985 worden afgemaakt.
De dispositie van het
orgel zal er als volgt uitzien: Prestant 8' (discant dubbelkorig), Roerfluit 8',
Octaaf 4'. Quintfluit 3' gehalveerd, Octaaf 2', Sesquialter discant. 3', Mixtuur
3' [sic], Trompet 8'.'

1987: Vooraf aan de ingebruikname wordt er een
persbericht rondgestuurd.
Op 30 september schrijft de
HOC dat Rudi van Straten namens de HOC de ingebruikname zal bijwonen.
Op 1 oktober vindt de
ingebruikname plaats, waarbij Klaas Bolt het orgel bespeelt. Zie de
uitnodiging voor de
ingebruikname op donderdag 1 oktober en de eerste kerkdienst op 4 oktober met
medewerking van de eigen predikant ds. Poortman en de eigen organisten Henk Stekelenburg
en Miep van der
Giessen-Smit.
De
eindafrekening van de Graaf
dateert van 1 oktober.
Op 3 oktober stuurt Klaas Bolt de
eindafrekening voor zijn
advieswerk.
In november schrijft Klaas Bolt een
aanvulling op zijn rapport van
1982 en op de offerte van de Graaf van 8 mei 1982. Hieronder een enigszins
verkorte weergave:
Windvoorziening:
De
balgenstoel is nieuw gemaakt. De balgen zijn alle drie gerestaureerd. De windmotor is aangesloten op de onderste balg. De bovenste balg dient als meeloper en
de middelste balg wordt niet gebruikt. De winddruk is 72,5 mm.
Windlade:
Er is geen hechthoutplaat aangebracht.
Er werden dunnen ringetjes onder de stokken en bruggetjes achter de ventielen
aangebracht. Nieuw leer aan de bovenzijde en onder de dammen. De door van
Oeckelen losgemaakte ventielen werden weer van achteren vastgelegd.
Mechaniek:
Nieuwe winkelhaakbalken, bedrading,
eiken abstracten en metalen welarmpjes.
Klaviatuur:
Boventoetsen waarschijnlijk uit 1951. Voetklavier waarschijnlijk 19de eeuws.
Nieuwe registerplaatjes naar Haarlem.
Pijpwerk:
De dubbelkoren in het front en op de lade zijn weer sprekend gemaakt. Veel
pijpen werden teruggevonden in andere registers. De teruggeplaatste pijpen zijn
vervangen door nieuwe exemplaren. De te harde opzetstukken van 1951 zijn
vervangen door beter passende opzetstukken van een zachter alliage.
De Octaaf
4' en de Octaaf 2' zijn teruggeschoven. De C-pijpen van Van Oeckelen zijn
daarbij verwijderd. Een c''' werd bijgemaakt.
De Mixtuur is opnieuw
samengesteld uit oude pijpen, waarvan zich aardig wat in andere registers
bevonden.
De mensuur van de nieuwe Sesquialter is 1 1/2 toon enger dan de
prestanten.
Een deel van de oude tongen moest worden vervangen omdat ze door
de te lage winddruk uit 1951 te dun waren afgevijld. De tenorligging zal later
nieuwe tongen krijgen.
Intonatie:
De in 1951
wijder gemaakte voetopeningen zijn teruggebracht.
Toonhoogte:
Door herstel en terugschuiven van pijpwerk kwam de
toonhoogte uit op en kwarttoon boven 440. Op verzoek van kerkbestuur en
organisten is voor 440 Hz gekozen.
Orgelkas:
Het schilderen en vergulden is uitgevoerd door Lammert Muller uit Zuidhorn en F.
Baron uit Meppen. Corneille F. Janssen adviseerde.
Op 6 november schrijft
Klaas Bolt een brief over de voltooide
restauratie. 'De restauratie is door de restaurateur Albert de
Graaf op een uitstekende wijze uitgevoerd'.
Het
eindverslag dateert van 12
oktober.(22)



De
restauratie omvat de volgende werkzaamheden:
- De kas is hersteld en geschilderd in Venetiaans rood, een kleur die ongeveer overeenkomt met die van het orgel in de Grote Kerk van Leeuwarden. Het bladgoud op de blinderingen en ornamenten is opnieuw aangebracht.
- Balgen en kanalen zijn hersteld.
- De mechanieken zijn hersteld, delen van de manuaalmechaniek zijn vernieuwd, zoals twee winkelbalken, de verticale abstractuur en alle draadwerk.
- De volledig kapotgestookte windlade is hersteld. Daarbij zijn alle scheuren in sponsels gespied, terwijl bij het ventiel-draaipunt bruggetjes dwars werden ingezet. De belering werd aan de onder- en bovenzijde opnieuw aangebracht. Op de stokken zijn
ringen van geweven stof geplakt als afdichting.
- Het pijpwerk is met grote zorg gerestaureerd nadat via een volledige inventarisatie de oorspronkelijke plaats van alle pijpen was vastgesteld. Met name bij de Mixtuur bleken er nogal wat pijpen verplaatst te zijn. Besloten is, het pijpwerk te verlengen
tot de toonhoogte 440 Hz. Uitgaande van de toonhoogte-inscripties kon niet de hogere koortoon gekozen worden omdat dan bij de frontpijpen in authentiek materiaal zou moeten worden gesneden. De voetopeningen zijn verkleind, als winddruk is 72 mm vastgesteld.
- Als temperatuur is nu een vrijwel gelijkzwevende temperatuur
ingestemd, nadat de
laatste verfijningen in de afwerking zullen zijn aangebracht ligt het
in de bedoeling een
temperatuur volgens Neidhardt aan te brengen.
- De Sesquialter van 1953 is door een nieuwe Sesquialter vervangen. (02)
Beschrijving van het orgel door Jan Jongepier in
Het Orgel 1988-01(02)
Hoewel aan de ene kant typerende
Müller-trekken zoals de zevendelige
frontstructuur en de deling van de tussenvelden in drieën niet
aanwezig zijn (waardoor
het orgel waarschijnlijk ook nooit als een werk van Müller is herkend), zijn er
anderzijds toch wel veel kenmerken in het front aanwijsbaar die
Müllers auteurschap en de
bouwtijd bevestigen. Het spreekt vanzelf dat het Leeuwarder
Müller-orgel daarbij dan als
referentiepunt optreedt. Het orgel van Westerbork heeft een vijfdelige
frontstructuur met
zeven pijpen per toren en gedeelde tussenvelden met elk zes pijpen. De
frontpijpen
bezitten rond ingeritste labia die verguld zijn; zijbaarden ontbreken.


De in 1953 aangebrachte tinfoelie is bij de thans uitgevoerde
restauratie gehandhaafd.
Overeenkomsten met Leeuwarden zijn vooral aanwijsbaar in de vorm van de
kappen van de drie
torens, met name de profilering daarvan, en in de vormen en motieven
van het
blinderingssnijwerk. Uiteraard is het zo, dat overeenkomst van stijl,
in dit geval Régence, vanzelf tot congruentie van vormen en motieven leidt. In dit
geval gaat het dan om
banden, omrankt met blad- en bloemmotieven, ruitwerk en C-voluten. Maar
binnen dat
vaststaande gegeven is toch een opmerkelijke overeenkomst in de
hoofdvorm en uitvoering te
zien, bijvoorbeeld in de vleugels, vergeleken met de vleugels van het
Rugwerk te
Leeuwarden. Ik moet er direct aan toevoegen dat er ook verschillen
zijn. Zoals de curieuze
oplossing tussen de spitskappen en de middentoren: het
blinderingssnijwerk boven de
bovenste tussenvelden met C-voluut en ruitwerk, met, los daarvan, boven
de profiellijst
van de kap de elegante verbinding tussen spitskap en stijl van de
middentoren. Ook
opvallend, en afwijkend van Leeuwarden, is het onderste detail van de
vleugels, een
minuscuul draperietje met kwastjes. Generaal gesproken is het
blinderingssnijwerk van
Westerbork bovendien grilliger, consistenter en beheerster dan dat in
Leeuwarden.
De kas
De
gehele kas is van eiken. Alleen het onderste zetluik in
de achterwand is van vuren. Verondersteld wordt, dat in 1726 delen van
een oudere kas
gebruikt zijn, ingepast in het Müller-concept. De 87 cm diepe
kas is geschilderd in een
fraaie, ingehouden rode tint (ongeveer overeenkomstig de kleur van
Leeuwarden) waarbij de
vleugels en blinderingen verguld zijn. De onderkas is eenvoudig van
constructie. Er zijn
vier stijlen aan de voorzijde, de buitenste vakken zijn verdeeld in
twee panelen met een
profiellijstje, in het middelste vak zijn klaviatuur, lessenaar en
knieschot geplaatst.
Knieschot en lessenaar zijn met kleine metalen schuifjes vergrendeld
(evenals in
Leeuwarden).
Curieus zijn de bolle hoekprofielen op de hoeken van de buitenste
stijlen.
De achterwand zit, in verhouding tot de simpele structuur van het
orgel, tamelijk
gecompliceerd in elkaar: gescheiden door tussenregels zien we van onder
naar boven: een
zetluik (ruimte onder walsbord), twee deuren (bij walsbord), een losse
plank over de
gehele breedte (bij ventielkast), een dubbel scharnierend stemluik over
de gehele breedte,
met ringen aan haken te bevestigen (in hoofdzaak voor stemmen Trompet)
en tenslotte
zetluiken in het bovenste gedeelte.

Klaviatuur
Wat bij het klavier natuurlijk in de eerste plaats opvalt is
de prachtige uitvoering
van de bakstukken. Ze zijn in twee opzichten zo bijzonder. In de eerste
plaats, omdat het
unica zijn en onverwacht van vorm binnen het Müller-kader. Of
die verwachting terecht
was, valt te bezien. Alleen de bakstukken van het Bavo-orgel zijn
originele exemplaren,
daarnaast zijn enkele authentieke klavieren met bakstukken van
kabinetorgels bekend. Maar
omdat die kabinet-orgelbakstukken toch varianten van het Bavo-thema
zijn, evenals
authentieke bakstukken van Pieter Müller (Hoorn, 1773, Ev.
Luth. kerk), en J. H. H.
Bätz, is het verwachtingspatroon ontstaan, dat alle orgels van
Müller wel iets in dié
geest gehad zullen hebben. Weerspreken de bakstukken van Westerbork die
gedachte?
Misschien wel. Maar er zijn er ook die menen (en dat is dan het tweede
bijzondere
element), dat deze bakstukken niet uit 1726 kunnen zijn. De grillige
vorm waarbij de
bladmotieven naar schuimwerk neigen lijkt inderdaad niet in
overeenstemming met het
bouwjaar en de thema's van het blinderingssnijwerk. Geen enkele post
van de
onderhoudsbetalingen wijst echter op ingrijpend herstel of verfraaiing.
Ook passen de
bakstukken niet in het stijlbeeld van 1792, noch in de stijl van het
huis Van Gruisen.
Behalve de beschreven bakstukken omvat een zware ebben geprofileerde
onderlijst het
klavier, in deze vorm is wel degelijk de hand van Müller te
herkennen. Het klavier bezit
ivoorbeleg op de ondertoetsen, gelijmd, twee delen per toets. De bruine
houten
boventoetsen hebben dun ebben beleg. Toetsmaten: totale lengte 11,2 cm,
voorste deel 3,8
cm, boventoets onderaan respectievelijk bovenop 7,1 / 6,8 cm. De frontons zijn
van lichtbruin hout,
iets gewelfd (niet geprofileerd). Er is een eiken pedaalklaviertje van
15 toetsen. Het
raam meet 65,6 x 47,7 cm, de boventoetslengte is 7,5 cm. Het orgel
heeft een oud grenen
orgelbankje, aardig model, zwart geschilderd. De registerknoppen zijn
origineel, bruin,
ongeschilderd hout, kort model knop. De registeropschriften staan op
witte houten
tabletten, letters zwart, kapitaal, romein, met schreef. Aanduidingen
voor Bas en Disc.
ontbreken bij halve of gehalveerde stemmen.

Windvoorziening
Achter
het orgel staat een balgenkas waarin drie oude spaanbalgen zijn
opgesteld. Aan
de noordzijde zijn de drie treden aangebracht. Van de balgenkas gaat
een hoofdkanaal naar het orgel, over de vloer. Hierop in de onderkas een kastje met een
inliggende Tremulant.
Vervolgens een aftakking naar C- en Cis-kant, elk met een eigen
Afsluiting, die tegelijk
door één knop bediend worden. Tenslotte de eiken
kanalen naar de lade. Alle kanalen en
overige delen zijn van eiken.
Windlade
De windlade is van eiken. Ongedeelde lade, met desondanks
twee kanaalingangen. Stokken
en roosters zijn ook van eiken. De ventielkast heeft twee inliggende
voorslagen, vastgezet
met ijzeren klemmen. De cancelindeling is: b0
fs0
B Gs c0 e0
gs0/c1-c3/Fs
E D C Cs Ds F/h2-es'/a
f cs0A G H ds0
g0
h0.
Mechanieken
Voor het pedaal
is er een eiken walsbord in mooi gebogen vorm, walsen grenen, nokken
eiken, armen eiken. Het Manuaal bezit een eiken walsbord, eiken walsen
in eiken nokken,
armen van ijzer. In de nokken rode kernlaken invoering, gehandhaafd
werk uit 1953. Tussen
klavier (eiken staartklavier) en walsbord twee eiken winkelbalken met
messing winkelhaken,
nieuw. Horizontale abstractuur oud, eiken, verticale abstractuur nieuw,
eiken. Draadwerk
nieuw. In de onderkas zijn, onder de registerknopen, merkwaardige
'vloertjes' aangebracht,
grenen. Staande walsen draaien hierin, klampjes voor horizontale walsen
zijn hierop
bevestigd. Alle walsen zijn van eiken, achtzijdig. Staande walsen
bezitten ijzeren armen,
liggende walsen eiken armen. De sleep-bevestiging is uiteraard aan de
zijkanten van de
lade. Ter plekke zijn ijzeren hefbomen aangebracht in een grenen regel
met as. Waar de
hefboom door de sleep heen steekt, is de sleep met een messing plaat
versterkt.

De dispositie luidt (volgens nomenclatuur aan de klaviatuur).
| Praestant |
8 voet |
C en Cis binnen, metaal, open, rond ingeritste labia, zijbaarden; D-b1 in het front, waarvan h0-b1 in de
tussenvelden, dubbel (onderveld en bovenveld gelijke tonen), h'-c3 op de lade, dubbel |
| Roerfluit |
8 voet |
Geheel metaal; grootste pijpen 1726, rond ingeritste labia, zijbaarden; omdat papier bij hoeden vergaan was en de losse hoeden zeer ruim zijn is nieuw afsluitmateriaal
aangebracht. Modern materiaal op katoenbasis |
| Octaaf |
4 voet |
|
| Quint |
3 voet b/d |
Gewreven labium, geen belijnde vorm, losse hoeden, zijbaarden |
| Octaaf |
2 voet |
|
| Sesquialter |
III sterk |
Pijpwerk 1987; samenstelling: c1= 2 2/3, 1 3/5, 1 3/5 voet |
| Mixtuur |
III sterk |
Grotendeels oud pijpwerk, samenstelling hersteld in 1987, hier en daar aangevuld
met pijpwerk uit 1987;
samenstelling: C: 1, 2/3, 1/2 C0: 1 1/3, 1, 2/3 g0: 2, 1 1/3, 1 c1: 2 2/3, 2, 1 1/3 f1: 4, 2 2/3, 2 |
| Trompet |
8 voet b/d |
Stevels en koppen van eiken, om de stevels een perkamenten band
met de toonhoogteletters, nieuw aangebracht in 1987, messing kelen,
iets schuin aan de onderkant, tongmateriaal grotendeels origineel |
| Tremulant |
|
|
| Windlosser |
|
|


Gewassen inkt tekening door Maarten 't Hart, Balkbrug. Gemaakt in 1997.
Enkele algemene kenmerken van het pijpwerk
Uitgezonderd frontpijpen en grotere binnenpijpen lijkt alle
labiaalpijpwerk ouder dan 1726
te zijn. Het pijpwerk heeft een donkere metaalkleur, een hoog
loodgehalte maar een dunne
wand en is derhalve toch licht van factuur.
Nergens is een belijnde
labiumvorm te zien,
behalve bij grotere pijpen uit 1726. Toonhoogteletters meestal aan de
voorkant, maar ook
bij de kruising van soldeernaden, rechts.
Op veel (alle?) pijpen een
cancelnummer, zoals
we uit het werk van Schwartzburg kennen.
Indruk
Bij het orgel van Westerbork is toch echt wel sprake van een
'Doornroosje'-geval. Het
afdankertje, dat tengevolge van een totaal gebrek aan
financiële middelen alle stormen
overleefde en 'het haalde'. Friesland heeft in de welvarende 19de eeuw
immers weinig
respect getoond voor de roem van de uit andere streken afkomstige
orgelmakers Schnitger en
Müller, en de kwaliteit van hun werk als niet passend in de
tijdgeest verworpen.
Schnitgers werk verdween daardoor bijna geheel, van Müller
ging het charmante orgel van
Menaldum in 1861 spoorloos ten onder en verloor het Leeuwarder orgel
gedurende 10
opeenvolgende Van Dam-restauraties (tussen 1802 en 1928) balgen,
manuaalladen, klaviatuur,
mechanieken en meer dan de helft van het pijpwerk. Wanneer dan een werk
van deze Müller
onverwacht gelokaliseerd kan worden, en zó compleet, in
technisch opzicht, bewaard blijkt
te zijn, is er toch sprake van een verrassing van formaat. De nu
uitgevoerde restauratie
heeft bewerkstelligd, dat ondanks verschuivingen, verplaatsingen en
ander gepruts ook het
klankbeeld van dit gave orgel kon worden teruggewonnen. Ik moet er hieraan herinneren,
dat slechts weinig pijpen van Müller/Schwartzburg zijn. Het
merendeel is ouder.
Tóch kan worden gehoord, dat er sprake is van een
Müller-concept. Wat we als kenmerkend
voor Müller hebben leren onderscheiden, een intensieve, in de
hogere prestant-registers
snijdende klank met een zeer grote versmelting in het plenum, is ook
hier aanwezig.
Vooral
de Quint 3 vt disc. en Octaaf 2 vt dragen tot dat snijdend karakter
bij, de Mixtuur is
door zijn samenstelling, het gering aantal koren en de intonatie in
zichzelf milder.
Opvallend is de bereikte perfectie in versmelting tussen Mixtuur en
Sesquialter wanneer ze
samen worden gebruikt met de grondstemmen.
Bijzonder is de klank van de
Roerfluit 8 vt:
een duidelijk Roerfluit-karakter, maar daarnaast vooral vol met een
meditatieve ondertoon.
De Roerquint 3 vt werkt heel overtuigend als versterker van de
grondtoon.
Met de Trompet
is het merkwaardig gesteld. Alleen beluisterd overtuigt het register
allerminst. Een
scherpe, wat kelige è-klank die te weinig evenwicht met de
grondtoon lijkt te hebben.
Maar in combinatie met plenumregistraties gebeurt er iets wonderlijks.
De boventoonrijkdom
van de labiaalstemmen grijpt samen met die van de Trompet en de
duidelijke grondtoon van
de grondstemmen vult dat gebrek bij de Trompet aan.
Desondanks zal nog
wat aan details
gewerkt worden, met name aan de sterkte van het klein octaaf. Ook een
onwillige frontpijp (eis')
heeft nog de aandacht.
Dit bereikte klankbeeld is echter
allerminst vanzelfsprekend
tevoorschijn gekomen. Daarom is groot respect op zijn plaats voor het
minutieus gepuzzel,
de kennis van en het begrip voor het Müller-klankbeeld, en het
vakmanschap om dit alles
weer hoorbaar te maken.

Kerk en Muziek 1988-04, waarbij
het jaartal 1800 1726 moet zijn en Beetsterzwaag moet worden vervangen door
Beetgum.

Reformatorisch Dagblad 30-10-1987
Tekst: 'Drents Müller-orgel in ere hersteld
Aardig orgeltje' bleek een belangrijk historisch instrument
Ik ben
weliswaar organist van het grootste Müller-orgel in ons land, maar vanavond
bespeel ik toch met groot plezier het kleinste orgel van orgelmaker Muller'.
Aldus Klaas Bolt onlangs in het Drentse dorpje Westerbork, waar het orgel van de
hervormde gemeente na restauratie weer in gebruik werd genomen.
Het orgel van
Westerbork is een bijzonder orgel. Voor de restauratie werd altijd gezegd: Een
aardig instrument, uit ongeveer 1800'. Daarmee was alles gezegd. Over de
geschiedenis van het orgel was eigenlijk niets bekend.
Toen echter Klaas
Bolt, in 1983 door orgelcommissie en kerkvoogdij als adviseur aangesteld, advies
moest uitbrengen voor een eventuele restauratie, kwam aan het licht dat het
orgel zeker ouder moest zijn dan 1800. Kas, pijpwerk en windlade gaven alle
aanleiding om dat te denken.
Van Oeckelen
Nader onderzoek bracht het
volgende aan het licht: Het orgel werd in 1862 aan Westerbork geleverd door de
orgelmaker Van Oeckelen uit Harenermolen. Deze bouwde in 1861 een groot
tweeklaviers instrument voor de hervormde kerk van Beetgum in Friesland,
waarbij volgens het contract het oude instrument moest worden ingenomen. Pas nu
kwam aan het licht dat Van Oeckelen in Westerbork destijds het uit Beetgum
afkomstige orgel heeft geplaatst. Dat betekent bovendien dat dit orgel uit de
werkplaats komt van niemand minder dan Christiaan Muller.
De historische
waarde van het orgel was daarmee onomstotelijk vastgesteld. Deze waarde zou
overigens nog vergroot worden, want bij nadere bestudering bleek dat Muller
destijds veel pijpwerk heeft gebruikt dat van veel oudere datum was. De
aanvullingen die hij aanbracht, vertonen de karakteristieken van zijn hand. Er
kwam kennelijk wel een nieuwe windlade en een ander front. Ongetwijfeld heeft
Van Oeckelen destijds bij de overplaatsing enkele wijzigingen aangebracht.
In 1953 werkte Van Vulpen nog aan dit orgel, maar in 1983, toen een begin werd
gemaakt met de kerkrestauratie, was het orgel in dermate desolate toestand, dat
aan een algehele restauratie niet te ontkomen viel.
Restauratie
Orgelmaker
De Graaf uit Leusden werd uitgezocht om de klus uit te voeren. Van meet af aan
stond vast dat de volledige restauratie op authentieke wijze zou worden
uitgevoerd. Deze is thans voltooid. We hebben door middel van een toelichting
van Klaas Bolt, die het orgel uitvoerig op de hem kenmerkende wijze
demonstreerde, een uitstekende indruk van dit orgel en zijn restauratie gekregen.
Het geheel straalt een zekere deftigheid uit, anderzijds klinkt het instrument
wat afstandelijk. Het heeft een schitterend prestantenkoor en prachtige
vulstemmen. De Roerfluit daarentegen klinkt wat oubollig, terwijl de Trompet,
vooral in het hoge register, enigszins benepen klinkt. Dat neemt niet weg dat
orgelmaker De Graaf zich hier heeft ontpopt als een kunstenaar die alle lof
verdient voor de wijze waarop het historische orgel van Westerbork weer tot
klinken werd gebracht. Aan het Drentse orgelbezit in het bijzonder en het
Nederlandse orgelbezit in het algemeen is opnieuw een pareltje toegevoegd.
Dispositie
Praestant 8'' discant dubbelkorig. Roerfluit 8'', Octaaf 4'',
Roerquint 3'' bas, Quintprestant 3'' discant, Sesquialter discant, Mixtuur,
Octaaf 2'', Trompet 8'' gehalveerd. Tremulant.'


De Mixtuur nr. 60 1988 juni
2024: Er zijn plannen om groot onderhoud uit te voeren.
Adviseur is Henk de Vries.
Bronnen
- Boek: Hans van Nieuwkoop (redactie), Het Historische
Orgel in Nederland 1726-1769, Amsterdam: Nationaal Instituut voor de
Orgelkunst, 1997 39-41.
- Tijdschrift: Jan Jongepier, Het orgel in de Hervormde kerk te Westerbork,
Het Orgel 1988-01
- www:
https://reliwiki.nl/index.php/Westerbork,_Hoofdstraat_12_-_Stefanuskerk
(06-03-2025)
- Tijdschrift Ut de smidte' juni 1978 (12e jaargang, no. 2) Notitie
door S. ten Hoeve in de rubriek Fynsten en fragen
- Tijdschrift Meindert van der Galiën,
Müller en
Schwartzburg - vondsten en vragen, De Mixtuur nr. 26 1978 oktober
- Utrecht Universiteitsbibliotheek Archief Lambert Erné
7446-Westerbork-HK Dossier 1635
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 119 Correspondentie met de
orgelcommissie; 1982
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 49 1899-1952 notabelen
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 48-108 Registers van notulen van
vergaderingen van kerkvoogden en notabelen; 50 1936-1956
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 62 Stukken betreffende het
beheer van het orgel; 1927-1981
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 55 Stukken betreffende de
aanstelling van een koster/bode, een catecheet en een organist; 1937, 1953,
1955
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 67 Begrotingen van ontvangsten
en uitgaven 1828-1971
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 73 Kasbewijzen 1906-1929
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij - 108 Registers van notulen van
vergaderingen van kerkvoogden en notabelen; 1972-1983
- Archief Van Vulpen
- Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling
Monumentenzorg van de provincie Drenthe 1642 Westerbork, Hoofdstraat 12 (NH
kerk); 1954-1987
- Drents Archief: 0446 Provinciaal College van Toezicht
Hervormde Gemeenten Indices op de verbalen 128 1860-1863
- Tresoar: 326 Familie thoe Schwartzenberg en
Hohenlansberg 2984 Staat en liquidatie tussen Johan Caspar Schik, secretaris
van Menaldumadeel en de kerkvoogden van Beetgum gesloten op 7 juli 1740, met
de daartoe behorende kwitanties.
- Boek: Nicolaas Arnoldi Knock, Dispositien der
merkwaardigste kerk-orgelen welken in de provincie Friesland, Groningen en
elders aangetroffen worden, Groningen: Petrus Doekema, 1788.
- Boek: Jaap Brouwer, Johan van Meurs Een studie
over een pionierend orgeladviseur, Groningen: Philip Elchers, 2017.
- Beeldbank Drents Archief
- Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 1375 Westerbork, 1951-1989
- Utrecht Universiteitsbibliotheek Archief Lambert Erné
7446-Westerbork-HK Dossier 1635
- Drents Archief: 0402 Nederlands Hervormde Gemeente
Westerbork- 3. Archief van de kerkvoogdij -71 Registers van ontvangsten en
uitgaven; 1929-1967
Van Oeckelen-orgel te
Beetgum
Geschiedenis voor de plaatsing van het orgel in 1860.
1841: Hoofdonderwijzer Harm Eisingh overlijdt. De
functie van koster/voorzanger/voorlezer wordt vacant. De gemeente roept
sollicitanten op. 'De voordeelen, aan deze positie verbonden, zijn, behalve
vrije woning en tuin, 25 Ned. mudden rogge, bij de ingezetenen op te halen, en
het schoolgeld, hetwelk in dit jaar f 260 bedraagt.'

Drentsche
courant 09-04-1841
Geschiedenis van het orgel op zijn eerste locatie in Beetgum
1725/1726: Christiaan
Müller maakt in de tijd dat hij het orgel in de Grote Kerk van Leeuwarden (1724-1727)
bouwde, een orgel voor de kerk in Beetgum.
Dit kan worden afgeleid uit twee kwitanties in het Schwarzenberg-archief.
(18) De familie Thoe
Schwarzenberg en Hohenlansberg is een adellijk geslacht uit Duitsland, waarvan
een tak zich omstreeks 1550 door een huwelijk in Friesland vestigt. Een telg uit dat
geslacht is betrokken bij de bouw van het orgel in Beetgum.
Dit blijkt uit een tweetal kwitanties uit zijn
familiearchief:
Schwarzenberg-archief no. 47-19
'Mijnheer
de secretaris Schick gelieve te betaelen uit de penningen, de kerke van Beetgum
toebehoorende en onder zijn E. berustende, eene soma van hondert rixdaelders aan
de ordre van Cristiaan Millart, meester orgelmaeker, op rekening van het gelt
door deselve bedongen voor het onder handen hebbende orgel. Al gequalificeerde
ingesetenen van Beetgum voornoemt soo neemen aen de Hr secret. deese betaelinge
te sullen valiedeeren bij liquidatie soo als behoort.
Actum
Leeuwaerden 12de September 1725.
verso
'den inhoud van de andre
sijde hebbe ontfangen uyd handen van Mijn Heer Schick den 24 September 1725 in
Leuwarden. Christian Muller'.


Klik op de afbeelding voor een vergroting
Archief van
de familie Thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg, inv.nr. 2984 (Staat en
liquidatie tussen Johan Caspar Schik, secretaris van Menaldumadeel en de
kerkvoogden van Beetgum gesloten op 7 juli 1740, met de daartoe behorende
kwitanties, (1710)-1739):
'Door ordre van den Edelen Heer Baron toe Schwarzenberg.
Een compleet orgel gemaackt en den 20 Januari 1726 afgelevert inde
kerck tot Betgom, daar voor geaccordeert de somme
| van ses hondert Carolij guldens |
600,- |
| noch boven den accord verdient |
28,- |
| |
-------- |
| somma |
628, |
| hier op ontvangen |
250, |
| |
-------- |
| noch resto |
378, |
Den ondergeschreven als gequalifceerde, stemdragende ingesetenen van den
dorpe Beetgum versoeke de Heer secretaris Caspar Schick om bovenstaende drie
hondert acht en seventich caroliguldens te betaelen aen monsr Christiaen Müller,
meester orgelmaeker, tot volcomene betaelinge voer desselfs gemaekt en
afgelevert orgel in de Beetgumeren kerk voornoemt, beloove deese te doene
betaelinge aen de heer secret. Schick bij liquidatie te doen passeeren voor
deugdelicke credit en deselve tegens alle schaede te guarandeeren.
Actum Leeuwarden den 24ste Janou 1726
G. W. v. Schwarzenberg en Hohenlansberg.
Boven staande resteerende som van drie hondert agt en seventig Carolij
gulden bekenne ontfangen de hebben ende alsoo van de heele somme voldaen. Actum
Leuwarden de 9e Fbr. 1726.
Christian Müller, orgelmaaker'. (04)
en (05)

Klik op de afbeelding
voor een vergroting
Knock meldt van het orgel van Beetgum in
1788 de dispositie: (19)

Knock schrijft het orgel toe aan 'Swartsburg' en niet aan Christiaan Müller
1754-1759: Stemming door
Johannes Jans voor 5 Caroligulden per jaar. (02)
1760-1776: Stemming door Pieter de Vries (organist van Galileeërkerk te
Leeuwarden) (02)
1777-1782: Stemming door A. van Kampen (Campen) uit Koudum
voor 6 gulden en 6
stuivers. Soms alleen zes
gulden, soms iets meer als er wat aan de balgen (1782) of aan het
torenuurwerk (1781)
moest gebeuren. (02)
1784-1789:
Stemming door Albertus S. Hempenius ook weer voor 6 Caroligulden en 6
stuivers. (02)
1789-1818: Onderhoud
door Albertus van Gruisen. Hij begint met
een ingrijpende herstelling, kennelijk uitgevoerd in 1792. De eerste
termijn wordt
namelijk in november 1791 uitbetaald, de tweede en laatste termijn in
januari 1793. In
totaal was met deze werkzaamheden een bedrag van 225 caroligulden
gemoeid. Wat Van Gruisen
ervoor deed is onbekend. Wijzigingen werden niet uitgevoerd, dat
kunnen we wel uit het
orgel afleiden. Het pedaalklavier dat er nu nog is, kan heel goed van
Van Gruisen zijn.
Het vertoont de karakteristieke factuur, die we ook bij Hinsz en
Freytag aantreffen, met
schuin afgeschaafde zijkantjes aan de toetsen. Tot 1818 stemden de
orgelmakers Van Gruisen
jaarlijks het orgel voor het vaste bedrag. Meestal staat Albertus van
Gruisen bij de
betaling genoemd, een enkele keer Johannes van Gruisen, na 1812
meermalen Willem van
Gruisen.
In 1807 werden reparaties aan de kanalen uitgevoerd. (02)
1819: Wanneer in 1819
werkzaamheden aan het
dak van de kerk zijn verricht, waaronder vernieuwing van de leien,
blijkt het noodzakelijk
te zijn, het orgel te herstellen. De opdracht hiertoe wordt aan Johann
Adolf Hillebrand
gegeven, een leerling van Albertus van Gruisen, die vooral opvalt door
dubieuze kwaliteit
en een slechte verstandhouding met zijn leermeester. Voor f 189,65 herstelt Hillebrand
het orgel, wat volgens het rekeningboek inhield het schoonmaken van het
orgel en het
vergulden en verzilveren (foeliën) van de frontpijpen. Stemmen
deed Hillebrand voor 7
gulden, maar dat komt maar één keer voor (1828).
De overige jaren was er altijd wel wat
te repareren en liep het bedrag op tot 10, of zelfs tot 22 gulden. (02)
1832-1837: Na een paar jaar
onderbreking van het onderhoud (1830-'31) komt in 1832 Willem van
Gruisen hiervoor terug.
Tot 1837 is er weer sprake van regelmaat, eveneens met betrekking tot het bedrag,
f 6,30 per jaar. (02)
1838-1843: Géén onderhoud is uitgevoerd in de periode
1838-1843. In laatstgenoemd jaar overleed
Willem van Gruisen, en wordt de orgelmakerij gecontinueerd door Willem
Hardorff
(aanvankelijk met T. van der Meer, maar al spoedig alleen). (02)
1844-1858: Stemming door Willem Hardorff. Aan de
onregelmatigheid van de bedragen is te zien, dat er toen altijd wel wat
mankeerde aan het
orgel. Dat zal dan ook wel de reden zijn geweest om naar een ander
orgel om te zien.
Dat
moest dan ook een groter en moderner werk worden, naar de nieuwste
smaak. Welnu, dat werd
het ook, het nieuwe orgel van Van Oeckelen, dat er in 1861 kwam nadat
Hardorff dus de
opdracht aan zich voorbij had zien gaan.
Het oude orgel werd als
afdankertje aan Van
Oeckelen overgedaan, zoals veelal gebruikelijk was. Is het geen
merkwaardige coïncidentie
dat ook dit ingeruilde instrument door Van Oeckelen in de provincie
Drenthe werd
geplaatst, evenals het oude orgel van Akkrum (thans in Veenhuizen),
vijf jaar eerder? (02)
1860/1861: Petrus van Oeckelen
bouwt een nieuw orgel voor Beetgum.
Een nader onderzoek van het archief van de Hervormde Gemeente van
Beetgum bracht in de
eerste plaats aan het licht, dat Van Oeckelen het oude orgel inderdaad
ingeruild had.
Er zijn twee bestekken voor de bouw van het nieuwe orgel bewaard
gebleven. Eén bestek van
Willem Hardorff (die het oude orgel onderhield toen over nieuwbouw werd
gesproken),
ongedateerd, niet ondertekend, de aanneemsom niet ingevuld.
Het tweede
bestek van P. van
Oeckelen, gedateerd 'juny 1860' en ondertekend namens de orgelmakers
door P. van
Oeckelen, C. A. van Oeckelen en H. van Oeckelen.
In beide bestekken komt, eensluidend, de volgende bepaling voor:
'Het oude orgel moet dienstbaar blijven totdat de kast van het nieuwe
orgel geplaatst
wordt. De Kerkvoogden zullen proberen het oude orgel zo voordelig mogelijk te
verkopen. Wanneer
dat niet lukt dan moet de orgelmaker het innemen voor een bedrag dat
hij per
inschrijvingsbiljet heeft gedeponeerd.' (02)
Het nieuwe
orgel wordt op 30 september in gebruik genomen en bespeelt door jonkheer Trip.

Harlinger
courant 02-10-1861
Het van Oeckelen-orgel staat nog steeds in de kerk van Beetgum. Voor foto's
van kerk en orgel zie
onderaan deze pagina.

Foto Geert Jan Pottjewijd

Foto Geert Jan Pottjewijd De kerk van Beetgum
Archief Klaas Bolt (Nog te onderzoeken)
- 19/451. Schrijven aan Erne: Onderzoek in archief der kerk heeft niets
opgeleverd.
- 18/7'51. Orgelfabriek P.van Dam (J.v.d.Bliek) biedt zich aan voor
restauratie.
- 22/8'51, V.Vulpen geeft opsomming van huns inziens te verrichten
werkzaamheden aan het orgel met prijsopgaaf: Reparaties, vervanging Gamba
Cult latere tijd) door Sesquialtera.
- 7/9'51. OC. Onderzoek in Rijksarchief Assen: Orgel
- 13/7 1863 in gebruik genomen, geleverd door Van Oeckelen.-
- 27/6'59. Subsidieaanvraag. Hierin: orgel 1953 gerestaureerd, bouwer
onbekend ca 1800. Lijkt op werk van F.C.Schnitger en Freytag.
- 27/8'65. Van Vulpen, reactie op klachten, gevolg van heteluchtverwarming.
- 8/4'68. Van Vulpen: Grote schade,door grote droogte tijdens stookperiode.
- 2/4'81. OC. Verslag onderzoek.
- 13/5'81. Benoeming Bolt als adviseur. Constructietekening betr.
labiumvorm.
- 2/11'81. Bolt schrijft: Nog even wachten met kiezen orgelmaker. Er komt
voorlopig toch geen subsidie beschikbaar.
- 25/2'82. Bolt schrijft, dat hij samen met een orgelmaker het orgel
uitvoeriger wil onderzoeken en hem een voorlopige kostenberekening wil laten
maken.
- 8/5'82. Kostenberekening, opgesteld door De Graaf met begeleidend
schrijven aan OC
- 14/5:82 over de herkomst van het orgel, verm. uit Beetgum, (als in een
volgend stuk) Kladaantekeningen in hand Bolt, ook inscripties. Z.d. Anoniem,
verm. Bolt 'Het Orgel in de Dorpskerk te Westerbork', getypt. Orgel 1862 als
gebruikt instrument gekocht van Van Oeckelen, waarsch. orgel dat tot 1861 in
Beetgum stond. Disp. klopt met die van Knock (op Trompet na). In Mixtuur
okt'78: orgel van Beetgum in 1726 door Chr. Muller geleverd en waarsch. door
zijn knecht Schwartsburg opgebouwd. Het instrument blijkt een omgebouwd XVII
instrument te zijn, aanvullingen in gr.oct. zichtbaar.. 1951 restauratie
v.Vulpen. Gmb -> Sq dc, winddruk verlaagd, voetopeningen vergroot,
kernspleten vernauwd. Viltinvoeringen. Thans door heteluchtverwarming orgel
in zeer slechte staat geraakt. Beschrijving: P 8, Hp 8 (dc roeren), 0 4, Qf
3 (bas roeren, dc cil.op), Sq dc (1951), 0 2, Mxt 3 st (op plaatje: 3-4 st,
gr.oct'51), T 8 b/d. 3 spaanbalgen, lade C-c''', aangehp reg.kn. oud? Veel
vernieuwingen 'Si in tractuur, Klav. orig? 60 mm, kas stijl regence.
Nauwkeurige inventarisatie pijpwerk nu niet mogelijk, enige inscripties.
Enige inscripties bijgetekend. Samenst. vulstemmen (afwijkend van die uit
1987).
- 24/6'82. Anon. (De Graaf?). Toelichting op offerte,
- 29/6'82. Bolt over tekening in archief Leeuwarden met wapen van
Schwatzenberg, die het orgel in Beetgum heeft geschonken. Jammer dat in
Westerbork de bekroning van het orgel is verdwenen. Jun' 82. Concept
subsidieaanvraag.
- Juli/aug'82. Schrijven M.Ruiter, die het orgelyil restaureren. Bolt's
reactie: wachten met keuze orgelmaker, tot subsidie afkomt. 'Deze dient
voldoende ervaring te bezitten in het restaureren, reconstrueren en
intoneren van 17de- en 18de-eeuws pijpwerk'.-
1983. Hernieuwde subs.
aanvragen bij mon.zorg, Pr. Bernh.fonds. Door allerlei acties is al een
forse som geld voor orgelrestauratie beschikbaar.
- 27/10'83. Ministerie subsidieert een deel der restauratiekosten.
- 23/12'83. Contract Kerkvoogdij- De Graaf (copie). okt'83. Een nummer
van,'Opwaarts', Maandblad Herv. Gemeente Westerbork. Hierin
kerkeraardsbesluit tot verbetering verwarming en restauratie orgel.
- 12/10'84. De Graaf schrijft over de werkzaamheden.-
17/5'85. Bolt
reageert op wat hij in 'Opwaarts' heeft gelezen. Hij dringt aan op beperken
van aanbrengen gordijnen en achterwege laten van vloerkleden, In----
C-d',--Bolt archief 221 historische kerken horen houten vloeren of plavuizen.
Geruststellende reactie hierop 22/5.
- 13/9'85. Ir L.W.Barneveld architect: Over de kleuren der kas. 2/12'86.
De Graaf over vertraging werk na ongeval.
- 1/10'87. Programma ingebruikneming gerestaureerde orgel. Hierin
registervolgorde: P 8 (dc db), Rf 8, 0 4, Rq 3 bs, QP 3 vt dc, Sxq 3 st dc,
Mxt 3 st, 0 2, T 8 b/d, 440 Hz. Samenst. Mt, afwijkend van wat hierna staat
(nov-87). Persbericht over ingebruikneming orgel op 1 en 4 okt'87.
- Nov-87. Bolt, Restauratie Christian Willer-orgel Westerbork. Aanvulling
op rapport 1982 en offerte De Graaf
- 8/5-82. Getypt origineel, hiervan zijn stencils gemaakt. Over de balgen.
Laden: Er is geen hechthoutplaat aangebracht, verder o.m. over ventielen.
Mechaniek, klaviatuur, dubbelkoren in front weer sprekend gemaakt, oak
dubbelkoren op de laden (pijpen in andere registers teruggevonden. De
dubbelkoren zijn identiek van mensuur en opsnede. Frontpijpen hebben hoger
loodgehalte dan de binnenpij pen. Opzetstukken uit 1951 van te hard
materiaal verwijderd en vervangen door beter passende.Oct 4 en 2
teruggeschoeven, daardoor C-pij penvan Van Oeckelen verwijderd. Mixtuur
gereconstrueerd. Veel hiervan zat in andere registers: 1 2/3 1/2 1 1/3 1 2/3
2 1 1/3 1 2 2/3 2 1 1/3 f' 4 2 2/3 2 Sesquialter 1 1/2 toon enger dan rest
Prestantenkoor. 2 2/3 1 3/5 1 3/5 Trompet: Tongen vernieuwd (waren in '51 te
veel afgevijld wegens lagere winddruk). Intonatie: In '51 wijder gemaakte
pijpvoetopeningen naar Muller traditie teruggebracht: door een traag verloop
van de has naar de discant toe wijder wordend met dienovereenkomstige
kernspleet-openingen. Verlaagde opsneden gecorrigeerd tot een gemiddelde van
2/7. Toonhoogte kwam na herstel en terugschuiving uit op 1/4 toon haven 440.
Op verzoek van kerkbestuur en organisten is de toonhoogte op precies 440
gebracht. Kas bij overplaatsing van Beetgum naar Westervoort 6 cm ingekort.
Opnieuw geschilderd en verguld met adv. van C. Janssen.
- 6/11'87. Bolt, eindoordeel. Hij spreekt nu van Chr.Willer-orgel uit
1726. Oorspronkelijke Willer-conceptie die door gebrekkige en deels foutieve
restauratie in 50-ger jaren ernstig was aangetast, grotendeels
terugverkregen. Herintonatie heeft geleid tot een klank die ik, op grond van
mijn bekendheid met andere M.orgels els authentiek herken: Ruig, krachtig en
tevens zangrijk (ook door verbeterde windvoorziening), stimulerend tot
meezingen. Verder verwezen naar vorige genoemde stuk Krantenknipsel. Fotoc.
uit HO jan'88. Hierin zeer veel details die verder in de stukken niet warden
genoemd. Of misschien toch: in al die kladjes van Bolt?
- 16/1'88. De Graaf, prijsopgave voor nieuwe Tremulant. De oude is niet
good te krijgen, wordt uitgeschakeld, maar niet verwijderd. Fotocopie.
Waaruit? Over aanschaf gebruikt kistorgel van Slooff: Hp 8, F 4, 0 2, Q 3 dc
als koororgel te gebruiken. Bijgeschreven: aug-83. Ingebruikneming 9 okt.
- 12/10'88. Eindrapport OC. Eindkeuring op 2/10'87. Hieruit blijkt, dat de
Sesq weer nieuw is gemaakt. Bij de Trompet stuitte de orgelmaker op bezwaren,
die hij bewust niet overschreed: minder fraai in middenligging. Na
beslissing hierover voorjaar '88 bijgewerkt.
- Veel foto's, Negatieven.
- Geinventariseerd 1 en 2/6'93.
- Naar elders in archief overgebracht: Kranteknipsel over L.Huivenaar.
Mixtuursamenstelling Waalse Kerk, Amsterdam, Willer. Over Geref.K. ter pl.--
c'