Zuidlaren, Gereformeerde kerk

In 1905 bouwt Jan Proper een orgel voor de in 1900 gebouwde kerk. Bij de bouw van de nieuwe kerk in 1937 verplaatst De Koff het orgel naar het nieuwe kerkgebouw waarbij een nieuwe orgelkas en front worden gemaakt. Rond 1950 ontstaan plannen voor een geheel nieuw orgel. Organist Sybe Welmers speelt hierbij een belangrijke rol. Na advisering door de Gereformeerde Organisten Vereniging met als adviseurs Johan M. Vetter en A. van der Zee krijgt Johann Reil eind 1950 de opdracht voor de bouw van een nieuw mechanisch orgel. Het instrument met Hoofdwerk, Rugpositief en Pedaal wordt in oktober 1951 opgeleverd. Na veel technische problemen volgt in 1969-1972 een restauratie door Mense Ruiter. Speeltafel, tractuur, registratuur en delen van de windvoorziening worden vernieuwd en de dispositie uitgebreid met een Bazuin 16’ en een tremulant. Na advies van de GOV in 1997 wordt in 1998 een restauratie en herintonatie uitgevoerd door Sicco Steendam. In 2011 plaatst Steendam een andere Trompet 8’.

1898
Op 20 februari wordt de Gereformeerde kerk gesticht, waarna in 1900 het eerste kerkgebouw wordt gebouwd. (13)

1904
Er wordt besloten een pijporgel aan te schaffen. In de notulen van de kerkenraad van 4 augustus valt het volgende te lezen: 'Door den kerkeraad van Anjum wordt per advertentie een gebruikt kerkorgel (harmonium) aangeboden. Hierover is door Ds. Drenth met genoemden kerkeraad gecorrespondeerd, waardoor bleek dat voor dit orgel f 400,- bedongen werd. Besloten werd om eerst Anjum te schrijven om eerst de vraagprijs lager te stellen.'
En verderop in deze notulen: 'Aangaande een kerkorgel wordt besloten dat de praeses een onderzoek zal instellen bij een leverancier te Woerden (GJP: Vermeulen) die een orgel voor f 1000,- heeft aangeboden. Uit een gevoerd gesprek tusschen Ds. Drenth en den hypotheekhouder der kerk bleek deze niet ongeneigd te zijn het geld voor het orgel benoodigd op obligatieen te willen geven.'
Uiteindelijk wordt op 10 november 1904 besloten om een orgel te laten bouwen door Jan Proper uit Kampen. (02)

1905
Het orgel wordt op 7 juli 1905 in gebruik genomen, met als organist Jan Proper. (02)
Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de kerk in 1948 wordt een boekje uitgegeven waarin Ds. Drenth enige aandacht besteedt aan dit instrument: '7 Juli 1905 werd een pijporgel in gebruik genomen, dit instrument doet nog dienst, in zijn geheel verborgen achter een nieuw, niet sprekend front. De eerste organist was br. T. Sterenberg, Hoofd der chr. school, in Jan. 1917 werd hij opgevolgd door br. W. Hamstra. Orgeltrappers waren eerst Jakob en Berend Veenkamp, later Jan en Jakob Wieringa'. (06)
In een offerte van H. Spanjaard te Amsterdam van juli 1950 wordt de mogelijkheid tot inruil van het oude orgel besproken. De inruilwaarde blijkt f 2700,- te zijn, zonder de Trompet 8’. In het document wordt het instrument beschreven als een orgel van de firma Proper en van der Wal uit Kampen, bestaande uit Hoofdwerk, Bovenwerk en Pedaal met de volgende dispositie:
Hoofdwerk: Prestant 8’, Bourdon 8’, Vlakfluit 4’, Quint 2 2/3’, Nachthoorn 2’, Cornet 5 sterk discant
Bovenwerk: Holquintadena 8’, Salicionaal 8’, Baarpijp 8’, Prestant 4’, Gedekt fluit 4’, Octaaf 2’, Mixtuur 4 sterk 1’
Pedaal: Subbas 16’, Oktaafbas 8’
Koppels: Manuaalkoppel, Ped I, Ped II en een Tremulant (02)
(GJP: dit lijkt een voor Proper eigenaardige dispositie. In de offerte van Spanjaard van 17 juli komen deze gegevens niet voor. In de notulen van 9 september 1937 wordt gezegd dat: 'Het orgel is door vroegere ombouw een mechanisch-pneumatisch instrument'. Mogelijk is dit het gevolg van de verbouwing in 1926)

1924
De kerk wordt verlengd tot 24 meter. (06)
Organist Sybe Welmers slaagt voor het getuigschrift van de Nederlandse Organisten Vereniging (NOV). Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (17-07-1924).

1926
Er worden verbeteringen aan het orgel uitgevoerd. (06)

1937
Er wordt een nieuwe kerk gebouwd.
Orgelmaker De Koff uit Utrecht onderzoekt samen met organist Sybe Welmers of het orgel naar de nieuwe kerk kan worden overgeplaatst.
In de notulen van 9 september 1937 staat: 'De uitslag was bevreedigend. Het orgel is door vroegere ombouw een mechanisch-pneumatisch instrument hetwelk door uitbreiding in staat zal zijn de gemeente in het nieuwe kerkgebouw te begeleiden. De firma stelde voor, wegens gebrek aan een vol overwegend instrument, de Salicionaal uit het orgel te verwijderen, daarvoor in te bouwen een Trompet hetwelk een groote verbetering zal zijn, mocht later een nieuw orgel genomen worden dan zouden de instrumenten weer verwisseld kunnen worden en de nieuwe Trompet in het te plaatsen orgel gebruikt kunnen worden. De prijsopgave was als ’t volgt: Het orgel demonteren, vervolgens nazien en overplaatsen naar het nieuwe kerkgebouw, nieuw te leveren Trompet, geheel nieuw front naar ontwerp van de architect, hetwelk in zijn geheel kan gebruikt worden bij een nieuw orgel en een complete nieuwe kast daarvoor voor de prijs van f 1.130,-. De broeders gaan hiermede accoord.' De werkzaamheden worden door De Koff uitgevoerd. De orgelkas is nieuw met een 16-voets front. Zie Het Orgel (1937 september).
De kerkenraad is later onaangenaam verrast als organist Welmers vijf gulden vraagt voor zijn medewerking.
Ds. Drenth merkt bij het 50-jarige bestaan van de kerk op: 'October 1937 werd dit algemeen geroemde gebouw in gebruik genomen. Een geheel nieuwe inventaris diende het inwendige, alleen het orgel was, op één register na, het oude. Later is er nog een pracht mogelijkheid geweest om bij het nieuwe front voor een zeer matige prijs een passende achterbouw te krijgen, maar door gebrek aan medewerking van de gemeente is dit mislukt. Zeer jammer, want nu is het moeilijk en zeer kostbaar.' (06)
Op 6 maart 1937 doet Reil een voorstel aan de kerkenraad om het orgel over te plaatsen en eventueel uit te breiden voor f 1588,-.
Ook stuurt Reil op dezelfde datum een brief aan organist Hamstra met zijn plannen voor het orgel en vraagt om de steun van Hamstra.
Op 9 april 1937 informeert Reil hoe het staat met zijn offerte voor de verbouw van het orgel. (07)

1940
Met enige regelmaat wordt het bespelen van dit orgel besproken in de kerkenraad.
4 april: 'Gezien de klachten over de bespeling van het kerkorgel gaan broeder Drenth en Speelman het orgel bespelen. Om de gevoelens van de huidige organist te sparen zal hij gevraagd worden de morgendiensten te doen, maar niet meer de avonddiensten.'
1 oktober: 'Om het bespelen van het orgel op een hoger peil te brengen zal broeder Pottjewijd in de middagdiensten helpen.' (08)

1942
26 maart: Er is een prijsopgave ontvangen van een bij de firma Standaart te verkrijgen kerkorgel voor f 3.700,-.
12 oktober: Van de firma Dekker te Goes kan men een orgel zonder front betrekken voor f 3.600,-. Dat orgel staat nu in de toonzaal van de firma en men wil ervan af. Voor het oude orgel wil men f 450,- betalen. Installatie van het orgel gaat f 1.350,- kosten.
14 oktober: Er wordt geen overeenstemming bereikt over de verbouw van het huidige orgel of de koop van een nieuw orgel. (08)

1948:
Organist Sybe Welmer viert zijn 25-jarig jubileum. Zie Het Orgel (1948 augustus).

1950:
In juli bieden de orgelmakers Spanjaard en Spiering hun diensten aan.
Op 8 augustus beantwoordt Reil een brief van 7 augustus van organist Welmers. Reil maakt inderdaad mechanische orgels. De prijs per stem ligt tussen de f 1100 en f 1300.
Op 18 augustus wordt aan de Orgeladviescommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) gevraagd of ze advies willen geven bij de vernieuwing van het orgel.
Op 28 augustus schrijft Welmers dat hij enkele orgels van Reil zal gaan bezoeken en bespelen.
Op 29 augustus schrijft Reil dat Welmers beslist het orgel in Ferwerd (weliswaar elektrisch/mechanisch) moet bezoeken. Ook wordt Welmers uitgenodigd de werkplaats te bezoeken, waar een mechanisch orgel in aanbouw is.
Op 28 september brengen Joh. A. Vetter en A. van der Zee van de GOV een advies uit omtrent het type te plaatsen orgel.
Op 4 oktober schrijft Welmers aan Reil dat de GOV om advies is gevraagd. Drie orgelmakers, waaronder Reil, krijgen het verzoek een offerte uit te brengen.
Op 4 oktober wordt een tekening van de kerk naar adviseur Vetter gestuurd. Graag de tekening terugsturen. Als bijlage wordt een overzicht van hygrometerstanden meegestuurd.
In oktober schrijft Welmers aan Reil dat hij beslist vasthoudt aan een mechanisch orgel. Hij heeft al een dispositie ontworpen die is afgestemd met Joh. Vetter. Het advies van W.A. Houtman wordt niet meegenomen.
Op 11 oktober beantwoordt Reil een brief van Welmers van 4 oktober waarin wordt besproken hoe het contact met de adviseurs zo kan verlopen dat er een mechanisch orgel gebouwd kan worden.
Op 21 oktober stuurt de GOV een brief aan de orgelmakers voor het uitbrengen van een offerte op basis van de volgende dispositie:
 Manuaal I: Prestant 8', Holpijp 8', Octaaf 4', Koppelfluit 4', Quint 2 2/3', Octaaf 2', Mixtuur IV-V, Trompet 8
 Manuaal II': Holquintadena 8', Roerfluit 8', Prestant 4', Open fluit 4', Sesquialter II, Fluit 2', Scherp III, Echotrompet 8'
 Pedaal: Subbas 16', Octaafbas 8', Gedekt 8' (unit), Koraalbas 4' (unit)
Facultatief: Tongwerk 16' op pedaal, Prestant 16' met daaruit afgeleid Octaafbas 8' en Koraalbas 4'.
Elektrische speeltafel op een nader te bepalen plaats. Hergebruik van de bestaande orgelkas.
Daarnaast een afzonderlijke prijsopgaaf voor een geheel mechanisch orgel.
Op 6 november schrijft Reil aan Welmers dat hij kortgeleden de kerk heeft bezocht. Hij vraagt of er inderdaad een orgel met rugwerk gebouwd moet worden. Hij vraagt zich ook af of de oude orgelkas gehandhaafd kan blijven. Dat scheelt in de kosten.
Op 8 november stuurt Reil een offerte.
Op 8 november schrijft Welmers aan Reil dat het orgel zo laag mogelijk geplaatst moet worden met een positief vanwege de slechte akoestiek door de aanwezigheid van absorberend materiaal en de trekbalken van het plafond. Het oude orgel is inmiddels verkocht en wordt zo spoedig mogelijk weggehaald.
Op 22 november schrijft Mense Ruiter dat hij heeft gehoord dat de termijn voor het indienen van een offerte voor een nieuw orgel inmiddels is verlopen. Hij verwacht dat hij een te lange levertijd heeft door de drukte in zijn bedrijf. Een kwalitatief goed orgel kost momenteel tussen f 1600,- en f 1800,- per stem. Ook is het door de sterk wisselende metaalprijzen nauwelijks mogelijk een vaste prijs af te geven.
Op 23 november worden de offertes van Reil en Spanjaard naar de GOV gestuurd. Van Mense Ruiter is nog geen opgave ontvangen. Na telefonisch contact blijkt Ruiter het eerste jaar nog geen tijd te hebben. Dit is reden om niet met Ruiter in zee te gaan.
Op 12 december schrijft Welmers aan Reil naar aanleiding van een gesprek dat ze vorige week hadden. Er moet ruimte zijn voor het kerkkoor en het orgel wordt iets meer in de breedte uitgebouwd.
Op 14 december stuurt Vetter een voorlopig contract aan Reil en aan de kerk ter controle.
Op 21 december gaat men akkoord met het voorlopig contract en stuurt dit naar Vetter. De ondertekening dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden zodat de eerste termijn voor 1 januari betaald kan worden.
Op 23 december wordt het contract getekend met Johann Reil voor de levering van een nieuw orgel. De opdracht wordt ook ondertekend door adviseur Johan M. Vetter namens de GOV.
Op 23 december stuurt Vetter van de GOV de contracten ter ondertekening naar Reil.
Op 27 december vraagt Reil aan Vetter of de manuaalkoppel moet worden uitgevoerd als trekkoppel (Hoofdwerk-Rugwerk) of als drukkoppel (Rugwerk-Hoofdwerk).
Op 29 december vraagt Vetter aan Reil of het mogelijk is het orgel te bouwen met als onderklavier het Hoofdwerk en als bovenklavier het Rugwerk. Hij geeft de voorkeur aan de trekkoppel. (07) (05) (15)


Schets van het front. Klik voor een vergroting op de foto. (07)

1951
Op 20 februari stuurt Reil 2 tekeningen van het orgel naar de GOV.
Op 24 maart spreekt Vetter zijn zorgen uit over het gebruik van gestoomd beukenhout voor de houten voeten. Hij vindt dit een risico voor houtworm. Hij vraagt of dit materiaal vaker wordt gebruikt.
Op 28 maart antwoordt Reil dat gestoomd Slavisch beukenhout niet vatbaar is voor wormaantasting. Bij Subbas-pijpen kan eenvoudig eikenhout worden gebruikt.
Op 24 maart doet de GOV verslag van een bezoek op 23 februari aan de werkplaats van Reil. Besproken is de opstelling van het orgel. Het bovenklavier krijgt een balans in het midden, waardoor de ventielen worden getrokken in plaats van gedrukt. De windlade voor Manuaal I krijgt een aparte regulateur. De Prestantbas 16' krijgt een aparte lade in het front die direct verbonden is met de pedaaltractuur. Het rugwerk zal rusten op twee ijzeren balken. Dit valt buiten de aanneemsom. De kosten worden geschat op f 80.-.
Op 15 mei vraagt Welmers aan Reil hoe de bouw van het orgel vordert en of er al een plaatsingsdatum bekend is. Ook beveelt hij de fa. van Anken (lid van de gemeente) voor het transport aan.
Op 16 mei schrijft Reil over de voortgang van de bouw. Het bestelde pijpwerk is net binnengekomen. De montage in de werkplaats kan beginnen. Hiervoor is de oude orgelkas nodig. Deze moet worden opgehaald. Hiervoor komt het transportbedrijf van Van Anken in beeld. Reil komt met drie man om het bestaande orgel te demonteren. Volgens de huidige planning staat het orgel eind augustus speelklaar in de kerk.
Mense Ruiter zou het oude orgel hebben overgeplaatst naar de Gereformeerde kerk van Glimmen. Op 16 juni schrijft A. Vrijen uit Zuidlaren aan orgelmaker Mense Ruiter dat hij een rekening heeft gestuurd voor het weghalen van het orgel uit de 'Gereformeerde kerk aan de Stationsstraat'. De rekening is echter nog niet betaald. Uit deze zin valt op te maken dat Mense Ruiter inderdaad betrokken was bij de demontage van het oude instrument. (12)
De organist Peter van Dijk oefende in de periode 1969/1970 op het orgel in Glimmen. Men vertelde hem dat het orgel uit Zuidlaren afkomstig zou zijn. Het orgel in Glimmen was een eenmanuaals orgel met aangehangen pedaal, met een front dat verwantschap had met Proper of Standaart. De pneumatische tractuur was in 1951 door Mense Ruiter geëlektrificeerd.
Dispositie na 1951 tot de afbraak in 1982 in ladevolgorde: Prestant 8', Salicionaal 8' (C-H gecombineerd met Holpijp 8'), Holpijp 8' (groot-octaaf hout), Octaaf 4', Fluit 4', Octaaf 2' (1951/ i.p.v. niet-originele Trompet 8', eerst misschien een Woudfluit 2'), Quint 3' disc. (in 1951 toegevoegd). (11) Het instrument bestaat inmiddels niet meer. (01) GJP: Deze dispositie heeft nauwelijks overeenkomsten met de door Spanjaard genoemde dispositie. Heeft Spanjaard het verkeerd of is de overplaatsing naar Glimmen niet correct?
Op 21 mei schrijft de orgelcommissie aan de GOV dat Reil op die dag het front van het oude orgel heeft weggehaald. Er is met Reil overlegd of de muur achter het orgel verbeterd moet worden. Wat is het advies van de GOV?
Op 9 juli schrijft Reil aan de orgelcommissie dat hij van plan was te beginnen met de plaatsing van het orgel in Zuidlaren. De adviseurs willen echter dat het orgel speelklaar in de werkplaats wordt opgesteld ter controle. Hierdoor ontstaat er een vertraging van 14 dagen.
Op 11 juli bevestigt Vetter een gesprek met Reil van 30 juni om het orgel speelklaar in de werkplaats op te stellen.
Op 27 augustus brengt Reil de tweede termijn in rekening.
Op 19 oktober verklaren Vetter en Van der Zee van de GOV dat Reil het orgel conform het contract heeft opgeleverd. Genoemd wordt de goede intonatie ondanks de slechte akoestiek. De kladnotities dateren van 13 oktober.
Het orgel wordt op 19 oktober in gebruik genomen met bespelingen door Sybe Welmers en adviseur Vetter. Zie Het Orgel (1951 december), Organist en Eredienst (1952 september).
Op 23 oktober vraagt Vetter een foto van het orgel voor een publicatie in het tijdschrift van de GOV Organist en Eredienst.
Op 29 oktober stuurt het transportbedrijf van Van Anken Reil een nota voor het vervoer van het orgel van Heerde naar Zuidlaren.
Op 3 november schrijft de GOV dat het cliché van het orgel is ontvangen. Vetter meldt tevens dat hij op het orgel zal concerteren voor de NCRV. Is het mogelijk het orgel voor die tijd te stemmen?
Op 5 november schrijft Welmers aan Reil dat het orgel uitstekend voldoet. Wel dienen nog enkele kleine kinderziekten te worden verholpen.
Op 5 november schrijft Reil aan Vetter dat het orgel vooraf aan het concert van Vetter zal worden gestemd.
Op 7 november schrijft Reil aan Welmers dat wat kleine storingen zullen worden verholpen en dat het orgel wordt gestemd voor het concert door Vetter.
Op 14 november schrijft Vetter aan Reil dat zijn concert op 23 november door de NCRV zal worden opgenomen.
Op 19 november stuurt de kerk een brief van organist Welmers naar Reil met een aantal klachten omtrent hangers. 
Bij de ingebruikname van het orgel wordt het instrument bespeeld door adviseur Joh. Vetter en de eigen organist Sybe Welmers. (01) (05) (07) (15)




Foto: Reil (10)

Dispositie:

Hoofdwerk   Rugpositief   Pedaal  
Prestant 8' Holquintadena 8' Prestantbas 16'
Holpijp 8' Roerfluit 8' Subbas 16'
Octaaf 4' Prestant 4' Octaafbas 8'
Koppelfluit 4' Open Fluit 4' Gedekt 8' 
Quint 2 2/3' Nasard 2 2/3' Koraalbas 4'
Octaaf 2' Fluit 2' Fagot gereserveerd (03)
Mixtuur IV-V Terts 1 3/5'    
Trompet 8' Scherp III    
    Dulciaan 8'    
Koppelingen: Hoofdwerk-Rugwerk; Hoofdwerk-Pedaal; Rugwerk-Pedaal.


Tekeningen van het orgel zonder rugwerk en rugwerk alleen. Klik op de afbeelding voor een vergroting. (07)


Detailtekeningen. Klik op de afbeelding voor een vergroting (07)

1952
Op 5 januari wordt een brief aan Reil gestuurd met de vraag om de tongwerken te komen stemmen en zich in verbinding te stellen met organist Welmers.
Op 21 januari antwoordt Reil dat de organisten de tongwerken zelf moeten stemmen. Dit is namelijk alleen zinvol bij een verwarmde kerk.
Op 24 januari beantwoordt de kerk de brief van Reil van 21 januari. Men heeft overlegd met Welmers en deze zal een brief schrijven.
Eveneens op 24 januari schrijft Welmers aan Reil dat hij elke zaterdagavond, als de kerk op temperatuur is, de tongwerken stemt. Het betreft een heel andere kwestie. Het klankverloop van de Dulciaan is veel te onregelmatig en daardoor niet goed bruikbaar. Tevens zijn er nog enkele andere kleine onregelmatigheden. Hij vraagt Reil om langs te komen voor het verbeteren van de Dulciaan.
Op 16 februari vraagt het transportbedrijf van Van Anken aan Reil waarom de nota nog niet volledig is betaald.
Op 1 maart schrijft Reil aan van Anken, waar de nota voor het vervoer van het orgel blijft.
Op 26 mei schrijft Welmers dat hij, op de Dulciaan 8' na, nog steeds zeer tevreden is over het orgel. In juli geeft hij een tweede concert. Ook meldt hij dat dhr. Legêne uit Lochem langs is geweest om het orgel te bekijken.
Op 2 september stuurt de kerk een vraag van organist Jan Pottjewijd door naar Reil of de Open Fluit 4' van het Rugwerk kan worden vervangen door een Viola da Gamba 8'. (GJP: Jan Pottjewijd is de oudste broer van mijn opa)
Op 9 september beantwoordt Reil deze brief. In principe is dit mogelijk, maar het gaat in tegen de geest van deze tijd. De kosten zouden f 60,- bedragen. De pijpen van het groot octaaf kunnen echter niet worden geplaatst omdat de pijpen daarvoor te lang zijn. (07) (05)

1953
In oktober schrijft organist Welmers op verzoek van de kerkenraad aan Reil om naar de volgende zaken te kijken: verbetering van de Dulciaan 8', verbeteren van de mechaniek van het Pedaal, de werking van de koppelingen en de wat stroeve speelaard. (07)

1954
In januari schrijft Welmers weer over de Dulciaan 8'. Reil heeft tot nu toe niet gereageerd op de klachten. Het orgel wordt redelijk vaak bezocht en de kwaliteit van de Dulciaan 8' is niet bevorderlijk voor de reputatie van Reil. Hij verzoekt dan ook deze kwestie op te lossen.
Op 20 december wordt Reil door de kerkenraad verzocht om te reageren op de door Welmers opgestelde lijst met klachten.

1955
Op 19 maart vraagt de kerk aan Reil om een rapport te maken over de toestand van het orgel. Een tijdje geleden heeft Reil enkele reparaties verricht.
Door grote drukte is de brief van 20 december bij Reil blijven liggen. Reil constateert op 2 april dat organist Welmers graag wil dat het orgel twee keer per jaar wordt gestemd. Om Reil naar Zuidlaren te krijgen somt Welmers dan allerlei kleine gebreken op. De schade aan het pedaalklavier is ontstaan toen voor een schoonmaak het pedaal onoordeelkundig is weggehaald.
Op 28 oktober schrijft Welmers dat er over enkele dagen een kerkdienst via de radio wordt uitgezonden. Hij verzoekt Reil langs te komen voor een stemming en enkele kleine reparaties. (07)

1958
Organist Sybe Welmers overlijdt (1901-1958) (09) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (22-07-1958).

1961
Op 30 januari schrijft Reil dat hij onder garantie bij de voorjaarsstembeurt nieuwe pulpeten in het orgel wil plaatsen. (07)

1962
Op 27 maart schrijft de kerk aan Reil dat het orgel nodig gestemd moet worden. Ook zijn er bij het verven van de kerk verfspatten op het orgel terechtgekomen. (07)

1963
Op 8 juli? wordt aan Reil geschreven dat na de stembeurt op 9 en 10 juli nog de volgende constateringen zijn gedaan: onzuiverheid in de Mixtuur, de Cis koppelt niet met het Rugwerk, Op het Pedaal zijn de E en de F niet goed, onregelmatigheden in de Dulciaan en een niet correcte las.
Op 15 juli antwoordt Reil dat wegens drukke werkzaamheden en vakanties de geconstateerde zaken pas in augustus kunnen worden aangepakt. (07)

1964
Op 23 januari maakt Reil een rapport over de toestand van het orgel zoals die is aangetroffen bij een bezoek op 10 januari.
 - De algehele toestand is niet slecht met de volgende bemerkingen:
 - Trompet 8': Ruw en hard (intonatie-inzichten van toen), vervuiling, schoonmaken, herintoneren en tongen aanpassen.
 - Dulciaan 8': onegaal; dit is onder andere veroorzaakt door onoordeelkundig stemmen door één van de vroegere organisten.
 - Het labiale pijpwerk verkeert in goede toestand
 - Windladen in goede toestand
 - Mechaniek in goede toestand
 - Aangeraden wordt een zwevende mechaniek aan te brengen.
Op 18 februari gaat de kerkenraad in op het rapport van Reil. Voor een zwevende mechaniek heeft men op dit moment geen budget. Voor de overige werkzaamheden kan Reil een offerte uitbrengen.
Op 6 april stelt Reil de volgende werkzaamheden voor: Trompet 8' schoonmaken en zwakker intoneren, Dulciaan 8' herintoneren, enige stiften in de pedaallade vervangen. De kosten worden ingeschat als een dubbele stembeurt.
Op 8 mei volgt de opdracht door de kerkenraad.
Op 29 augustus schrijft de kerkenraad dat men na de werkzaamheden nog een groot aantal gebreken in het Rugwerk heeft aangetroffen: de mechaniek van het Rugwerk is niet afgeregeld, de koppeling is niet bijgeregeld, de pijpen zijn inwendig niet schoongemaakt, de dulciaanpijpen zijn slecht gesoldeerd, enkele pijpen hangen aan spijkers in plaats van aan beugels en er zijn beschadigde pijpen (07)

1965
Op 2 oktober vraagt de CvB aan Mense Ruiter of het mogelijk is dat organist Siebesma aanwezig is bij het bezoek van Ruiter aan het orgel. Dhr. Siebesma zal per telefoon contact opnemen met Ruiter. (16)
De kerkenraad besluit per brief van 21 oktober de relatie met Reil op te zeggen. (07)
Op 21 oktober verzoekt de CvB Mense Ruiter om het orgel te gaan stemmen. De opzegbrief aan Reil wordt bijgesloten.
Op 11 november schrijft Mense Ruiter dat het orgel door zijn bedrijf voor de eerste keer is gestemd. 'De eerste indruk is dat het niet onaardig klinkt.' De mechaniek is niet goed aangelegd waardoor mechaniekdelen overbelast zijn. Ook is er doorspraak geconstateerd. Er zijn twee mogelijkheden:
- Het orgel laten zoals het is en defecten oplossen als die zich voordoen.
- De mechaniek vervangen. De kosten hiervan bedragen tussen de f 15.000,- en f 20.000,-. (16)

1966
Op 23 januari beantwoordt de CvB een brief van Mense Ruiter van 11 november 1965. Op dit moment kan er geen geld worden vrijgemaakt om de voorgestelde werkzaamheden uit te voeren. (16)

1967
Op 16 september schrijft Mense Ruiter dat de stemmer heeft geconstateerd dat het orgel nog verder is achteruitgegaan vergeleken met de vorige stemming. Verschillende mechaniekdraden staan op breken. De koppelingen zijn moeilijk af te stellen omdat de stelmoeren te ruim zijn. De moeren vervangen kan alleen als er veel gedemonteerd wordt. Een paar frontpijpen spreken niet meer. Vermoedelijk spraken deze pijpen door en daarom is er met een schroevendraaier onder de kern gedrukt zodat de pijpen stom werden.
Op 28 september beantwoordt de CvB een brief van 16 september en een telefoongesprek met Mense Ruiter. Kan Mense Ruiter het orgel inspecteren en een kostenopgave maken? Is er een mogelijkheid dat het orgel bespeelbaar blijft bij de restauratie?
Op 27 november schrijft mevrouw Ruiter aan organist Siebesma dat haar man de hele week werkt aan het orgel in Meppel. Zou Siebesma op zaterdagavond naar Groningen kunnen komen om te overleggen over het orgel in Zuidlaren?

1969
Op 18 maart beschrijft Mense Ruiter hoe het orgel verbeterd kan worden. De speeltafel, mechaniek en registratuur zijn van een dusdanig inferieure kwaliteit dat een verbetering geen afdoend resultaat zal geven. Het is nodig deze geheel te vernieuwen. De windvoorziening is op zich nog niet zo slecht, maar de windkanalen en de balgen van Hoofdwerk en Pedaal zijn veel te groot en moeten vervangen worden. De balg voor het Rugwerk kan worden gehandhaafd. De windladen maken een redelijk goede indruk. Installatie van een verend slepensysteem en nieuwe pulpeten is wel nodig. Het pijpwerk behoeft alleen wat herstel vanwege stembeschadigingen. De kosten worden ingeschat op f 33.335,68.
Op 30 april stuurt dr. E.W. Dijk het orgeladvies van 25 april dat de technische orgelcommissie heeft geschreven naar Mense Ruiter.
In dit advies wordt gememoreerd dat er in 1967 een technische orgelcommissie werd opgericht met als leden de heren Bokhorst, Dijk, den Hartog, van der Munnik, Rippen en organist Siebesma. Deze commissie adviseerde raad te vragen aan orgelmaker Mense Ruiter. Het advies van Ruiter dateert van 18 maart. Het orgel verkeert, behalve het pijpwerk, in een deplorabele staat. De kosten van herstel schat Ruiter op f 33.000,-. In een gesprek van de commissie met dhr. Ruiter werd besproken of het orgel deze investering wel waard was of dat er beter een nieuw orgel gebouwd kon worden. Dhr. Ruiter is ervan overtuigd dat er na deze restauratie een goed instrument zal ontstaan.
Op 19 mei geeft de kerkenraad aan Mense Ruiter de opdracht het orgel te restaureren en het orgel uit te breiden met een tremulant op het Rugwerk en een Bazuin 16' op het Pedaal.
Op 30 september wordt een contract met Mense Ruiter gesloten voor een vergroting en herstel van het orgel. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd in 1970. De overeengekomen prijs is f 38.152,-
Bijgesloten is een werkplan. De volgende werkzaamheden zullen worden uitgevoerd:
- totale vernieuwing van de speeltafel
- nieuwe aanleg van de abstractuur
- nieuwe aanleg van de registratuur
- gedeeltelijke ombouw van de windladen
- gedeeltelijke ombouw van de windvoorziening
- volledig maken van de dispositie: tremulant op het Rugwerk, Bazuin 16' op het pedaal
- enig herstel van pijpwerk en geheel opnieuw instemmen
Op 17 december schrijft dr. E.W. Dijk dat het tekenen van het contract lang heeft geduurd. Men heeft Dijk verzekerd dat de eerste betaling geregeld is. (12) (16)

1970
Op 6 januari brengt Mense Ruiter de eerste termijn in rekening na het ontvangen van het getekende contract.
Op 15 april schrijft Mense Ruiter dat de werkzaamheden zover zijn gevorderd dat de tweede termijn in rekening wordt gebracht.
Op 13 november schrijft Mense Ruiter dat de kist met de nieuwe speeltafel is aangekomen. De nieuwe bazuin zal begin december worden geleverd. Aanstaande maandag komt er een jongste medewerker in dienst. De nieuwe speeltafel kan niet meer voor de Kerst worden ingebouwd. (16)

1971
Door Mense Ruiter wordt een revisie uitgevoerd waarbij in hoofdzaak de tractuur onder handen is genomen. De windladen zijn iets verbeterd en het pijpwerk is opnieuw geïntoneerd. De Dulciaan 8’ blijkt niet van goede kwaliteit te zijn. Verder is de windvoorziening anders georganiseerd. Er is een nieuwe speeltafel geïnstalleerd met een geheel nieuwe speelmechaniek en registratuur. Zo is het orgel weer gebruikszeker gemaakt.
Op de plaats van de gereserveerde Fagot 16' is een Bazuin 16' geplaatst. Op het Rugwerk is een tremulant toegevoegd. De restauratie heeft f 38.949,70 gekost. (01) (03)
Op 21 januari schrijft Mense Ruiter dat op 18 december het getekende contract is ontvangen. Dit contract werd op 30 september opgemaakt. In goed vertrouwen dat het contract in orde zou komen werd op 30 november 1969 een order geplaatst voor nieuwe klavieren. Het bedrag dat betaald zou worden bij de contractondertekening is nog niet betaald. In maart wordt met het tekenwerk begonnen. De tweede termijn zal dan ook vervallen.
Op 6 april schrijft Mense Ruiter dat de aanneemsom van de offerte van 18 maart 1969 is gestegen van f 34.066,- naar f 38.949,70 vanwege loonkostenstijgingen. De oplevering is vertraagd door het verdrinken van een personeelslid en die plek is nog niet opgevuld. Ook was er veel ziekte onder het personeel. Kan daarom het nieuwe Btw-tarief van 14% betaald worden?
Op 6 april beschrijft Mense Ruiter ook de voortgang van de restauratie: De rugwerklade is gemonteerd met daarop het pijpwerk. De Dulciaan van het Rugwerk wordt in de werkplaats hersteld. De registratie is bijna klaar. Het welbord gaat morgen naar de kerk om gemonteerd te worden. In de week van 19-23 april wordt de oude speeltafel gedemonteerd en de nieuwe geïnstalleerd. De zondag daarna zullen enkele stemmen bruikbaar zijn.
Op 5 mei schrijft Mense Ruiter dat bij de demontage van de Dulciaan bleek dat deze stem niet geheel nieuw gemaakt is. Het bleek een allegaartje te zijn: de stevels passen niet op de koppen en de tongen passen niet bij de lepels. Om deze stem goed te krijgen is er veel extra werk nodig. De kosten zijn circa f 500,-.
Op 6 april schrijft Mense Ruiter dat door loonkostenstijgingen de prijs hoger is geworden.
Op 6 oktober schrijft Mense Ruiter dat hij had gehoopt dat zijn werknemer Leemhuis weer zou zijn hersteld, zodat het werk weer hervat kon worden. Dit is helaas niet het geval. Ook Ruiter zelf is niet in orde. Hij is in Zuidlaren geweest om de zaak in ogenschouw te nemen. De twee nieuwe balgen en de regelaar voor het pedaal komen deze week gereed. (16)

Dispositie na bovenstaande werkzaamheden:
Hoofdwerk   Rugpositief   Pedaal  
Prestant 8' Holquintadena 8' Prestantbas 16'
Holpijp 8' Roerfluit 8' Subbas 16'
Octaaf 4' Prestant 4' Octaafbas 8'
Koppelfluit 4' Open Fluit 4' Gedekt 8' 
Quint 2/2/3' Nasard 2 2/3' Koraalbas 4'
Octaaf 2' Fluit 2' Bazuin 16'
Mixtuur IV-V Terts 1 3/5'    
Trompet 8' Scherp III    
    Dulciaan 8'    
    Tremulant      
Koppelingen: Hoofdwerk-Rugwerk, Hoofdwerk-Pedaal, Rugwerk-Pedaal (03)

1972
Op 23 juni stuurt Mense Ruiter de eindafrekening. Er is nog een bedrag van f 6376,10 te betalen. Dit is inclusief de later opgedragen verbetering van de Dulciaan voor f 70,-. Voor het mondeling besproken overwerk is er een andere rekening. Die moet waarschijnlijk nog besproken worden.
Op 24 juni schrijft Mense Ruiter dat de registratiedelen van het Hoofdwerk en het pedaal zijn ingeladen. Op 25 juni kan dan met de inbouw worden begonnen. De windladen zijn al in de kerk. Door de slechte maatvoering was er veel extra werk. Voor de pedaalladen moesten er zelfs een paar nieuwe slepen gemaakt worden.
Op 25 juni dankt Dr. E.W. Dijk Ruiter voor de brief van 24 juni Hij heeft begrip voor de tegenslag. Dijk zag de deur van de kerk openstaan en heeft een praatje gemaakt met een medewerker van Ruiter. Is het mogelijk het werk aan de Dulciaan af te maken zodat deze weer gebruikt kan worden? Wanneer is de restauratie afgerond? Hij blijft vertrouwen houden in Ruiter.
Op 30 juni schrijft Mense Ruiter dat de rekeningen door Hartog en Dijk zijn goedgekeurd. Zouden deze rekeningen vanwege de vakantie betaald kunnen worden?
Op 14 december nodigt de scriba Mense Ruiter uit om de ingebruikname van het orgel op zondag 19 december om 19:00 bij te wonen. Kan Ruiter met zijn medewerkers 10 minuten van tevoren in de kerkenraadskamer aanwezig zijn? Na de dienst zal er gezamenlijk koffie worden gedronken. (16)
De organisten van 19 december waren Peter Siebesma en Peet den Hartog. (12)

1973
Op 22 februari schrijft organist Den Hartog aan Ruiter dat het alweer ruim een jaar geleden is dat het gerestaureerde orgel in gebruik is genomen. De verbetering van de Prestant 16' van het Pedaal is nog steeds nodig. De kosten zijn geschat op f 2.000,-. Financieel is het nu niet mogelijk maar misschien in de toekomst. Ook de verbetering van de akoestiek is voorlopig geen haalbare kaart. De wens om de Koraalbas 4' door een Schalmei 4' te vervangen staat ook nog steeds, maar misschien is er een beter idee? In een bijlage is een overzicht van de temperatuur en de relatieve vochtigheid te vinden van de periode juni 1972 tot februari 1973. In een tweede bijlage een overzicht van de in de loop van de tijd geconstateerde kleine gebreken. De toevoeging van de Bazuin 16' is een verrijking.
Op 10 juni schrijft Ruiter dat een aantal schoonheidsfoutjes zijn opgelost. Dat de e3 van de Trompet niet klonk lag aan een gebroken tong. Een van de organisten heeft bij het stemmen de tong over de kop geslagen, waarbij de tong afbrak. De hoogste tonen dienen voorzichtig te worden gestemd. Er kan van gedachten worden gewisseld over een kleine dispositiewijziging. (12)

1974
Op 27 december schrijft organist Den Hartog over het stemmen van de tongwerken naar aanleiding van een gesprek met Mense Ruiter aan de speeltafel in Zuidlaren. In dat gesprek is ook een aantal dispositiewijzigingen aan de orde gekomen. Een verbetering van de Prestant 16' en een mildere intonatie van de Mixtuur zouden de restauratie afmaken. Daarna worden nog een aantal andere wensen geuit. Kan Ruiter een calculatie maken van de kosten? (12)

1975
Op 24 februari komt Ruiter met een antwoord op de vragen van organist Den Hartog. Hij voegt er nog aan toe om een dak te maken op het Rugwerk. Kosten: f 3950,-.
1. Verbeteren intonatie van de Mixtuur en Scherp. Voor een beperkt bedrag zou dit kunnen worden uitgeprobeerd. Beter is het beide registers te vervangen. Kosten: Mixtuur IV-V f 6350,- en Scherp II-IV f 4300,-.
2. Hoofdwerk: Salicionaal 8' op de plek van de Quint 3' f 3480,-.
3a/3b. RW Sesquialter op basis van de Quint 3' van het Hoofdwerk en de Terts 1 3/5' van het Rugwerk en de Nasard 3' van het Rugwerk wijzigen in 1 1/3' f 4350,-.
4. Verbeteren Prestant 16' f 2000,-.
5a/5b. Rugwerk: Holquintadena 8' als 16' naar het Hoofdwerk verplaatsen f 4600,- en het vervangen van de Holquintadena op het Rugwerk door een nieuw exemplaar f 4600,-
6. Dulciaan 8' vermaken tot 16' is niet aan te bevelen.
7. Fluiten 4' van Hoofdwerk en Rugwerk verwisselen f 2700,-
8a. De Koraalbas 4' uitbreiden met een 2 ' en een 1 1/3' f 5500,-
8b. Toevoegen van een Ruispijp II op een kantsleep f 7400,-
8c. Op de lade is geen ruimte voor een tongwerk 4'. Een kantsleep zou kunnen, maar is niet raadzaam.
Bij een combinatie van werkzaamheden zullen de kosten afnemen.
Op 12 maart stuurt Mense Ruiter een offerte voor een aantal voorstellen uit de brief van 24 februari.
1. Verbeteren van de Mixtuur f 500,-
2. Op het Hoofdwerk een Salicionaal in plaats van de Quint 3' met gebruikte pijpen van een Viola da Gamba f 2580,-
3. Verbeteren van de Prestant 16' f 2.000,-
Het is niet aan te raden de Quint 3' van het Hoofdwerk naar het Rugwerk te verplaatsen. De huidige Nasard 3' voldoet beter.
Op 1 april bevestigt Ruiter de opdracht tot het uitvoeren van de beschreven werkzaamheden in de offerte van 12 maart. Met het werk kan in de eerste week van april worden begonnen.
Op 29 april zijn de werkzaamheden afgerond:
1. Herintonatie Mixtuur. Afgesproken was dit experiment aan te gaan voor f 500,- Het bleek mogelijk te zijn. De kosten bedragen f 1.172,67, maar het resultaat is goed.
2. Door de werkzaamheden aan de Mixtuur moest ook de Octaaf 2' worden bijgewerkt. Kosten f 98,60
3. Verhelpen van een storing in het Rugwerk f 63,80 (12)

1996
Op 23 april maakt Mense Ruiter een rapport over het orgel. (16)
Op 3 oktober wordt er een overeenkomst gesloten met de GOV voor een orgeladvies door Victor Timmer en Anco Ezinga. (15)

1997
Op 10 januari verschijnt het rapport van de GOV. Op 12 december is een bezoek aan het orgel gebracht. Ook zijn de offertes van Mense Ruiter, Steendam en Pels & van Leeuwen bekeken die zijn uitgebracht voor de verbetering van het orgel.
De conclusie is dat het orgel toe is aan een grote onderhoudsbeurt. Na deze beurt zal het orgel weer een tijd lang betrouwbaar kunnen functioneren, maar dat wil niet zeggen dat er nog geen sprake is van 'een zowel in technische als in klankopzicht gaaf instrument.'
De offerte van Steendam voldoet het beste en is tevens de laagste in prijs.
Op 24 maart stuurt de GOV een nota voor het uitgebrachte advies. (15)
Er wordt een Commissie Orgelrestauratie ingesteld bestaande uit: Peet den Hartog, Geuko Tiggelaar en Tjeerd Bosklopper (vrijetijds orgelmaker), die offerte aanvraagt bij drie orgelmakers. Daarnaast komt er vanuit de Commissie van Beheer de indringende vraag om een elektronisch orgel als alternatief te overwegen, waartegen de organisten onder leiding van Wim Opgelder zich ernstig verzetten.
De offertes worden vergeleken en beoordeeld. De werkwijze en prijsstelling van Sicco Steendam uit Roodeschool blijkt de meest passende te zijn. Daarna volgen gesprekken met het moderamen en tenslotte nog een gemeenteavond over dit onderwerp. Twee voorstellen komen ter sprake:
Plan A: Alleen het noodzakelijk technisch herstel uitvoeren, waaronder de 4 grootste, verzakte Bazuinpijpen herstellen, afdichting van de windlade en het verharde schapenleer vervangen.
Plan B: Als het vorige plan, maar uitbreiding met een algehele herintonatie, d.w.z. alle 1444 orgelpijpen worden stuk voor stuk onder handen genomen en tot een optimale klank gebracht. Dit is een zeer arbeidsintensief karwei. De diverse registers worden met elkaar in balans gebracht en de enigszins brutale, schreeuwerige klank zal daardoor verdwijnen. De verwachting is dat het instrument daardoor ook beter zijn taak als begeleidingsinstrument zal kunnen vervullen.
Daarnaast moet er een grotere balg komen: de huidige windvoorziening is te klein, veroorzaakt volgens de orgelbouwer 'een jankende aanspraak in het pijpwerk' en vormt onvoldoende basis voor een herintonatie.
De kerkenraad gaat akkoord met plan B, dat f 47.963,50 kost. Tevens wordt bepaald dat de volledige opbrengst van de traditionele rommelmarkt in de Bernardhoeve kan worden besteed aan de restauratie en herintonatie van het orgel. Dit levert een bedrag op van f 30.000,-. Geuko Tiggelaar en Tjeerd Bosklopper organiseren een pijpenadoptie-actie die f 1.100,- oplevert. (08)
Op 9 juli schrijft de CvB dat er geen gebruik zal worden gemaakt van de offerte van Mense Ruiter. (16)

1998
In maart start de restauratie. Er zijn onvoorziene kosten van f 1.000,- voor de 'belering' van de trompettongen. Deze kosten neemt organist Peet den Hartog voor zijn rekening. Eind mei zijn de werkzaamheden voltooid. Slotconclusie van de restauratiecommissie: 'De commissie is zeer voldaan met het bereikte resultaat. Orgelmakerij Steendam heeft hiervoor zonder meer een compliment verdiend, want het instrument leverde soms grote problemen op, die met veel vakmanschap en creativiteit overwonnen zijn'. (08)

2011
Tjeerd Bosklopper schrijft een brochure: 'Kleine orgelgeschiedenis van de Laarkerk aan de Stationsstraat te Zuidlaren'. (10)
Vanuit de voorraad van orgelbouwer Sicco Steendam wordt een gebruikte Trompet 8' geïnstalleerd als vervanging van de Trompet 8' van Reil. (03) Zie ook een kopie van het artikel in het kerkblad Samenklank.
Op vrijdag 29 mei draagt orgelmaker Sicco Steendam het instrument over aan de voorzitter van de kerkenraad. De openingswoorden worden uitgesproken door ds. A. van Zuylen en de organisten Wim Opgelder, Geuko Tiggelaar, Peet den Hartog, Fred Lugtenborg en Wim Zuidersma presenteren het instrument in een met samenzang afgewisseld programma. (08)

2017
Op 9 mei beschrijft Mense Ruiter de oorzaak van het windgebrek in het Rugwerk. De regelaar maakt de helft minder "gang" dan nodig is. Dit kan worden opgelost door een nieuw katrol en het opnieuw afstellen. Ook is geconstateerd dat de aansluiting van de balguitlaat op de windlade lekt. Dit kan provisorisch worden verholpen door het aanbrengen van leerstroken. De oplossing zal 1 werkdag vergen. Op 7 december maakt Mense Ruiter een rapport over de toestand van het orgel. De tekst is nagenoeg gelijk aan het voorstel van 29 mei 2018. (16)

2018
Op basis van een technisch onderzoek op 27 juni 2017 en een pijpwerk- en klankonderzoek op 19 oktober 2017 schrijft Mense Ruiter op 29 mei een voorstel voor groot onderhoud.
Op 27 juli maakt Mense Ruiter instructies voor het uitvoeren van timmerwerk in beheer bij de kerk. De verankering in de muur graag uitvoeren met chemische ankers. De dragers en leuningen bevestigen met slotbouten. De vloerdelen graag met sleufschroeven bevestigen zodat deze ook goed demontabel zijn. De schroeven voorboren.
Op 21 november wordt een rekening gestuurd voor werkzaamheden om de frontpijpen beter te kunnen bereiken, het verlengen van 8 houten pijpen en het beleren van een balg. Dit conform het voorstel van 29 mei. (16)

2020
Op 22 juni stuurt Mense Ruiter een rekening voor het herstel van de stemkrullen op basis van de offerte van 29 mei 2018. Het werk kostte minder uren dan begroot, zodat er ook een generale stemming kon worden uitgevoerd. (16)

2021
Op 21 juni stuurt Mense Ruiter een bijgewerkt voorstel van de offerte van 29 mei 2018 voor groot onderhoud. (16)

2022
De werkzaamheden worden voorlopig niet uitgevoerd. (16)


Fotograaf onbekend (10)

Bronvermelding:
  1. E-Mail van Jaap Brouwer d.d. 12-11-2006
  2. Tijdschrift Tjeerd Bosklopper, Laarkerk Zuidlaren, kleine orgelgeschiedenis, De zeven Brinken 2011-02 24-29
  3. E-Mail Peet den Hartog 03-02-2012
  4. www: https://reliwiki.nl/index.php/Zuidlaren,_Stationsweg_159_-_Laarkerk (12-03-2025)
  5. Drents Archief: 0425 - Gereformeerde Kerk te Zuidlaren 3. Archief van de commissie van beheer 3.2. Stukken betreffende afzonderlijke onderwerpen 3.2.1. Beheer van bezittingen 37. Stukken betreffende de aanschaffing van een nieuw orgel, 1950-1951.
  6. Boek: D. Drenth, 50-jarige herdenking van de Gereformeerde kerk te Zuidlaren 1898-1948, Zuidlaren: 1948 blz. 35-40
  7. Archief Reil
  8. www: https://www.pknanloozuidlaren.nl/images/doc/laarkerk/laarkerk-zuidlaren-orgelgeschiedenis.pdf (12-03-2025) PDF
  9. www: https://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Welmers (13-03-2025)
  10. Archief Jaap Brouwer
  11. E-Mail Peter van Dijk d.d. 26 juni 2021
  12. Mense Ruiter oude archief
  13. www: https://gereformeerdekerken.info (12-03-2025)
  14. www: https://reliwiki.nl/index.php/Zuidlaren,_Hoofdlaan_-_Gereformeerde_Kerk(1900-1939) (12-03-2025)
  15. VU-Archief: 669 Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) - Orgelbouwadviescommissie 1-780 Doos 66 762. Zuidlaren, Gereformeerde Kerk, 1950-1951, 1996-1997
  16. Ten Post Archief mense Ruiter hangmap Zuidlaren Gereformeerde Kerk

Organisten:




De kerk uit 1900 (01)



Ansichtkaarten van de kerk uit 1939 rechts foto uit: 1965 (04)