Emmen,  Grote kerk

Informatie over de kerk


Situatie voor 1855

Voor 1872 was in de kerk geen orgel aanwezig. (2) Wel zijn er vermoedens over een orgel dat in de 17e eeuw aanwezig geweest zou kunnen zijn. Van der Aa vermeldt een nis waarin een orgel zou kunnen hebben gestaan.

1855: Bouw van een nieuwe kerk

Provinciale Drentsche en Asser courant 18-04-1855

1872: Op 8 maart vergadert de kerkvoogdij en besluit een orgel in de kerk te plaatsen op een nog te vervaardigen orgelzolder. De kosten worden begroot op f 4000,- Financiering vindt plaats door een lening. (3).Als bouwer van dit orgel zal worden aangetrokken de orgelmaker R. Meijer uit Veendam.


Foto http://www.kerkeninbeeld.nl

1873: In april verwacht men dat het orgel klaar is, daar men op de 2e paasdag het orgel met een concert zal inwijden. Men zal f.0.25 per persoon als entree vragen ten voordele van de kerkenkas en de diaconie. Op 14 april wordt het orgel ingewijd met een concert door dhr. Bos. organist te Veendam.(6). De foto hierboven  dateert nog voor de modernisering van het kerkinterieur


Provinciale Drentsche en Asser courant 04-04-1873


Provinciale Drentsche en Asser courant 10-04-1873

De dispositie van het orgel is niet vermeld in de archiefstukken, maar kan aan de hand van later archiefstukken en aan onderzoek van instrument als volgt worden afgeleid (Stef Tuinstra) Opmerkingen W.D. van der Kleij (5):

Manuaal I C-e3   Manuaal II C-e3   Pedaal c-g
Prestant 16' Salicionaal 8' Aangehangen
Bourdon 16' Open fluit 8'  
Prestant 8' Holpijp 8'  
Gemshoorn 8' Viool prestant 4'  
Roerfluit 8' Fluit d'amour 4'  
Gamba 8' Woudfluit 2'  
Octaaf 4' Open plaats    
Gemsfluit 4'      
Quint 2 2/3'      
Octaaf 2'      
Mixtuur III      
Trompet 8'      
         

Opmerkingen:
Volgens de rekeningen kostte het orgel totaal f 4180,- (4).
R. Meijer garandeert het orgel voor de tijd van 5 jaar. Het jaarlijks onderhoud en het stemmen verzorgt hij voor f.20.-.(7) W. Koopman wordt voor f15,- per jaar orgeltrapper. Zijn zoon neemt het later van hem over tot de aanschaf van de windmotor in 1931.

1885: Na het overlijden van R. Meijer wordt de stemming van het orgel verricht door Henricus van Oeckelen, in opdracht van de weduwe Meijer te Veendam. (7).

1896: Wanneer ook van Oeckelen overleden is gaat de stemming en het onderhoud over op W.K. Beukema, orgel- en pianostemmer te Groningen. (8).

1919: Na Beukema volgt P. v. Dam, orgelmaker te Leeuwarden hem op. (9). In hetzelfde jaar informeert men nog naar de kosten van een herstelling. (10).

1919: Advertentie voor een nieuwe organist.

Bericht uit tijdschrift "Het Orgel"mei 1919


Naar aanleiding van deze advertentie (en ÚÚn voor Harderwijk) onstaat er in bovenstaand tijdschrift (juni 1919) een hele discussie of dit een aanvaardbaar salaris is.
men acht een salaris tussen de f1500,= en f2000,= wel het minimum.


Bericht uit "Het Orgel" van oktober 1919 over de slaraiskwestie.

1931: In dit jaar volgt een reparatie door de firma H.W. Flentrop te Zaandam. Op een kerkvoogdijvergadering van 24 april 1931 komt de offerte van Flentrop aan de order. men besluit de delen 1, 2 en 3 uit te voeren. (kosten f 1570,-) Op 24 augustus 1931 wordt tot een bijbouw van f100,- en een uitbreiding van f 765,- besloten.  Op 26 augustus 1931 wordt f 2.000,- geleend. Er zijn echter geen archiefstukken met de offerte meer te vinden. Onderstaande werkzaamheden  zijn dan ook afgeleid uit enige indirecte bronnen en het instrument zelf (Stef Tuinstra):

  1. Gedeeltelijk de- en remontage.
  2. Het aanbrengen van een nieuw vrij pedaal op een pneumatische lade, waarop: Subbas 16' en Violoncel 8'.
  3. Het plaatsen van een elektrische windvoorziening.
  4. Nazien van balgen, windladen en mechaniek.
  5. Verwijdering hoogste koor van de mixtuur.
  6. Misschien vervanging van de quint 3' van het hoofdwerk.
  7. Herintonatie van al het pijpwerk. Octaaf 2' van het hoofdwerk voorzien expressions.
  8. Op de open plaats van het bovenwerk werd een voix celeste 8' vanaf d0 toegevoegd.
  9. De frontpijpen werden opnieuw gepolijst.
  10. Kas opnieuw gevernist. Kleurstelling gehandhaafd (11).

Hierna regulier onderhoud door Flentrop voor F50,- per jaar.


Provinciale Drentsche en Asser courant 04-05-1931


Krantenbericht uit het Nieuwsblad van het noorden d.d. 18-08-1931


Tijdschrift "Het orgel" 1931-mei

1946: In dit jaar wordt een restauratieplan opgesteld. Dit plan wordt toegelicht door Dr. G.Das, de toenmalige organist.(14).

1947: Na correspondentie met de fa. Flentrop besluit men wegens de hoge kosten het orgel niet te laten restaureren. Uit deze tijd dateert ook een rapport over het orgel van Dr. Maarten Albert Vente (20 januari 1947) (15).

1948: Uit de opbrengst van een collecte zal de fa. Flentrop het orgel reviseren.(16).


Provinciale Drentsche en Asser courant 09-07-1948

1949: De firma Flentrop herstelt het orgel. De uiteindelijke kosten bedragen f3.370,- Van deze werkzaamheden is geen bestek bewaard gebleven. Wel bleef het rapport van Dr. Maarten Albert Vente bewaard.  Bovendien is er een gespecificeerde rekening beschikbaar van de timmerman J. Kuper. Vanuit deze gegevens en het instrument kunnen de volgende werkzaamheden worden afgeleid: (Stef Tuinstra) Zie ook noot (12).

Orgelkas:

Windvoorziening:

Mechaniek en klaviatuur

Pijpwerk:

Prestant 16' Nieuw gedekt pijpwerk voor C-Dis van electrolytisch staal, Krupp Essen, E-Bes transmissie oude Prestant 16'-pijpen van het hoofdwerk
Subbas 16' 1930 oregon
Cello 8' 1930 zink
Koraalbas 4' nieuw, metaal

Dispositie na deze werkzaamheden: (13)

Manuaal I C - e''' Manuaal II C - e ''' Pedaal C - d'
Prestant 8' Holpijp 8' Prestant 16'
Quintadeen 16' Open fluit 8' Subbas 16'
Roerfluit 8' Salicionaal 8' Cello 8'
Gemshoorn 8' Viola di Gamba 8' Koraalbas 4'
Octaaf 4' Vioolprestant 4'    
Gemsfluit 4' Fluit d'amour 4'    
Quint 2 2/3' Woudfluit 2'    
Octaaf 2' Sesquialter II-III    
Cornet V disc.        
Mixtuur II-III        
Trompet 8'        

Systeem: Mechanisch, behalve het pedaal, dat pneumatisch was aangelegd. Na deze restauratie treden reeds snel allerlei storingen op. Oorzaken: Droogte door een nieuwe schoorsteen naast het orgel voor de nieuwe centrale verwarming. Zowel de organist dhr. G. Das als D.A. Flentrop maken hier melding van. Voornaamste reden van het slechte functioneren van het orgel was onoordeelkundig stoken. Tot 1966 heeft Flentrop het orgel in onderhoud.

Een alternatieve en licht afwijkende bron van de dispositie na de werkzaamheden van Flentrop is van Meurs:
Man I, Prestant 16 (C-E in B 16), Bourdon 16’, Prestant 8, Gemshoorn 8, Roerfluit 8, Octaaf 4, Fluit 4, Quint 2 2/3, Octaaf 2, Cornet V, Mixtuur II-IV, Trompet 8
Man II, Openfluit 8, Holpijp 8, Gamba 8, Vox Celeste 8 (af d), Vioolprestant 4, Flute d’amour 4, Wourfluit 2
Pedaal, Cello 8, Subbas 16’ (transmissie Bourdon 16) (19)


Provinciale Drentsche en Asser courant 08-11-1949

1961: Bericht uit het Nieuwsblad van het Noorden omtrent de slechte staat van het orgel

Krantenbericht uit het Nieuwsblad van het noorden d.d. 05-08-1961



1964-1966: Tegelijkertijd met de inwendige veranderingen in het kerkgebouw, wil men ook het orgel onder handen nemen. Men neemt daartoe contact op met de orgelmaker R. Ottes te Roden, die in een offerte de restauratie toelicht. De organist Vic de Val heeft toezicht op de werkzaamheden (17) Helaas was de orgelmaker Ottes niet in staat om geheel aan de aangegane verplichtingen te voldoen, desondanks werd meer op bepaalde punten meer gedaan, dan oorspronkelijk in de offerte stond vermeld. Deze offerte bevatte behalve de gewone revisie-handelingen het volgende:

Na deze restauratie ontstaat de volgende dispositie:

Manuaal I C - e'''   Manuaal II C - e'''   Pedaal C - d'  
Prestant 8'   Holpijp 8'   Prestant 16' 1949
Quintadeen 16' 1949 Salicionaal 8'   Bourdon 16' 1966
Roerfluit 8'   Open fluit 8'   Octaaf 8' 1931
Gemshoorn 8'   Octaaf 4'   Schalmei 4' 1966
Octaaf 4'   Gedekte fluit 4'        
Gemsfluit 4'   Woudfluit 2'        
Quint 2 2/3' 1931? Nasard 1 1/3' 1966      
Octaaf 2'   Sesquialter II-III 1931/1949      
Nachthoorn 1' 1949/1966            
Mixtuur II-IV 1966            
Trompet 8' 1966            

Speeltafel van het orgel voor de laatste restauratie

Na de oplevering van het orgel doen zich veel problemen voor. Ottes tracht dit te herstellen, maar slaagt daarin onvoldoende. Enige tijd later gaat hij failliet. Vanaf 1968 is Vierdag uit Enschede verantwoordelijk voor het onderhoud.




1973 Foto vanuit http://www.kerkeninbeeld.nl

1968-2004: Het orgel blijft constant veel gebreken vertonen. Subsidie-aanvragen stuitten af de voorafgaande onordeelkundige restauraties, waarbij veel authentiek materiaal verloren ging. Vierdag verricht reparaties aan de manuaalkoppel, schalmei 4' van het pedaal, houten pijpen van de open fluit 8'. In het midden van de jaren '70 worden de toren gerestaureerd. Het orgel wordt pas ingepakt als er reeds veel vuil tot het orgel doorgedrongen is. In 1978 dient Vierdag een restauratieplan in. Het voorstel, waarbij opnieuw authentiek materiaal verloren zou zijn gegaan, strandt op gebrek aan financiën. Kort hierna overlijdt Vic de Val. In 1979 schrijft Hans van der Harst een restauratieadvies. Ook deze poging loopt op niets uit. Ook de orgelmaker de Graaf brengt een plan in, wat echter ook stuk loopt op afwijzing van een subsidie-aanvraag.


Foto Etto Huizinga

Herkomst huidige pijpwerk:

Hoofdwerk (I) Volgorde op de laden, nomenclatuur van de klaviatuur, omvang C - e3. Het pijpwerk uit 1873 heeft geen expressions. De C-kant is, voor het orgel staande, aan de linkerzijde.
Quintadeen 16 voet 1949. C - H pneumatische transmissie van de Subbas 16vt van het pedaal. Deels afgevoerd, deels op de lade. Klein octaaf elektrolitisch staal, rest orgelmetaal. Geheel met baarden, deels rolbaaarden.
Prestant 8 voet Frontpijpen 1873, zink-orgelmetaallegering, bekleed met tinnen platen; labia rond opgeworpen, geen baarden. C - c: pneumatische transmissie uit Prestant 16vt. c-c': oorspr - eiken-binnen, open, afgevoerd;werk geen steminrichting.
Gemshoorn 8 vt 1873. Groot octaaf gecombineerd met Roerfluit. c: 1949. Op cis oude c van 1873, enge mensuur, flauw cilindrisch. Halve toon opgeschoven. e3 verdwenen. Klein octaaf stemkrullen, rest op toonlengte afgesneden. Geen baarden.
Roerfluit 8 vt 1873. C-h eiken, rest metaal. Niet verschoven. Geheel met baarden, vrij enge roeren, gemiddelde mensuur.
Octaaf 4 vt 1873. Metaal. C:1949. Cis is oude C. Rest ook een halve toon verschoven. Groot octaaf met  baarden. Nu onderste 2 oktaven met stemkrullen (oorspr. C-cis met stemlappen). Rest op lengte; e3 weg.
Gemsfluit 4 vt 1873, metaal, wijde mensuur, licht conisch, fis2-e3 open cylindrisch. C uit 1949. Cis is oude C. Rest 1/2 toon verschoven. e3 weg. C-dis met stemkrullen. Geen baarden.
Quint 3 vt 19e eeuw, niet van Meijer. 2 verschillende facturen: 32/21 pijpen. De te grote roostergaten in de bas wijzen op een mensuurwijziging voor 1949. C is van 1949. Rest een halve toon opgeschoven. Vanaf Cis 13 pijpen met stemkrullen, dan 18 met expressions, de rest op lengte.  Mogelijk in 1931 geplaatst.
Octaaf 2 vt 1873. metaal. C van 1949. op Cis de oude C. Rest een 1/2 toon opgeschoven. C-H expressions (1931?). Rest op lengte. Geen baarden.
Nachthoorn 1 vt 1966/1949. Fabriekspijpwerk uit 1966 en 1949, omdat pijpwerk uit de Cornet voor dit register werd gebruikt. Gedeeltelijk stemkrullen.
Mixtuur II-IV 1966. Fabriekspijpwerk. Rooster is van 1873. Stemkrullen t/m half voets lengte. Te enge mensuur.
Trompet 8 vt 1966. Fabriekspijpwerk, opslaand. Bekers in groot octaaf met meer dan de helft verkort. Te enge mensuur. Rooster 1873, opgevuld met vilt.
     
Bovenwerk (II)  
Openfluit 8 vt 1873. C-H metaal, gedekt; c-h1 eiken. ) Open. c2-e3 uit 1949 van metaal. Cylindrisch.
Salicionaal 8 vt 1873. C-H gecombineerd met de holpijp 8vt, rest metaal. Niet verschoven, gedeeltelijk met baarden.
Prestant 4 vt 1873. C-Dis uit 1949. E is oude C. Rest ook 2 tonen opgeschoven. Oorspronkelijke baarden in 1966 verwijderd. cis3-e3 weg.
Holpijp 8 vt 1873. Gedekt. C-h eiken. Rest metaal. Niet verschoven. Geheel met baarden.
Fluit d'amour 4 vt 1873. C-H eiken. Gedekt. c-e2 metaal. Gedekt. Rest open, conisch.
Woudfluit 2 vt 1873; metaal, conisch. C van 1949. Cis is oude C. Rest 1/2 toon opgeschoven. C-h met stemkrullen. Rest op lengte.
Sesquialter II 1949. Oorspronkelijk II-III sterk. In 1966 is het 2vts discantkoor verwijderd. Stok 1873 met opdik.
Nasard 1 1/3 vt 1966, in de plaats van de Vox Celeste uit 1931. Op pneumatische lade (1931) afgevoerd
     
Pedaal   Pneumatische lade, chromatisch, 1949 C~1.
Prestant 16 vt 1949/1966. C-Dis zelfstandig, gedekt, elektrolitisch staal, Krupp-Essen. E-b pneumatische transmissie uit voormalige prestant 16' van het hoofdwerk. (frontpijpen). Rest electrolitisch staal.
Subbas 16 vt 1966. Roodkoper. Gedekt.
Octaaf 8 vt 1931/1966. afgesneden cello. Groot octaaf van zink, rest metaal.
Schalmei 4 vt 1966. Fabriekstongwerk.

Speeltafel na de restauratie van 2003/2004
Foto Etto Huizinga

1992: Stef Tuinstra brengt een advies uit ter verbetering van de situatie. Veel van de bovenstaande informatie is afkomstig uit dit rapport.

1999: Op dit moment lopen er allerlei acties om geld in te zamelen voor het uitvoeren van de restauratie.

2003-2004: Restauratie door Mense Ruiter. Oplevering in juni 2004. Voor meer informatie zie het programmaboekje.

Meijer-orgel Grote Kerk Emmen gerehabiliteerd
Na een halve eeuw een kwakkelend bestaan te hebben geleid, straalt het orgel in de Grote Kerk van Emmen weer. Roelf Meijer (1827-1884) bouwde het instrument in 1873. Het telde 18 registers, het pedaal was aangehangen. Orgelmaker Flentrop restaureerde het orgel in 1931 en in 1949 en wijzigde daarbij dispositie en klank. Na die tijd ging het bergafwaarts met het instrument. Kerkverwarming, strenge winters, een kerkrestauratie en een mislukte restauratiepoging door Ottes uit Roden: wat overbleef was een futloos en onsamenhangend klinkend instrument.
Pas toen het orgel eind jaren negentig als monument werd aangemerkt, ontstond de mogelijkheid het door adviseur Stef Tuinstra opgestelde restauratieplan te realiseren. Orgelmaker Mense Ruiter klaarde de klus. Het restauratieplan ging uit van een complete re´ntegratie van al het aanwezige oude materiaal, ook dat van latere tijd als dat zinvol inpasbaar was. Doel was ook om een instrument te maken waarop een breed scala van orgelliteratuur uitvoerbaar is. De originele manuaaldispositie is enerzijds hersteld, anderzijds ook enigszins uitgebreid. Een geheel nieuw mechanisch vrij pedaal werd toegevoegd.
Het karakter van het orgel ademt een samenvloeien van de Groningse en de Rijnlandse orgelbouw uit de tweede helft van de negentiende eeuw. De klankopbouw is geheel klassiek van opzet, met kenmerken uit zowel de achttiende als de negentiende eeuw. Door het handhaven van de pijpverschuivingen klinkt het orgel enigszins voller en robuuster dan in Meijers dagen, echter wel met behoud van de hoofdkenmerken van diens klankkarakteristiek. Een uitzondering vormt de Mixtuur. Deze geeft het orgel in de nieuwe samenhang een ranke, vroegnegentiende-eeuwse schittering mee.
Het orgel is inmiddels in gebruik genomen. Voor de komende maanden zijn er verschillende orgelconcerten in de Grote Kerk georganiseerd.
Dispositie:
Hoofdwerk: Prestant 16'', Bourdon 16'', Prestant 8'', Gemshoorn 8'', Roerfluit 8'', Octaaf 4'', Gemsfluit 4'', Quint 2 2/3'', Octaaf 2'', Cornet 5 sterk, Mixtuur 2-4 sterk, Trompet 8''.
Bovenwerk: Open Fluit 8'', Viola di Gamba 8'', Lieflijk Gedakt 8'', Viool Prestant 4'', Fluit d''amour 4'', Woudfluit 2'', Fagot-Hobo 8''.
Pedaal: Subbas 16'', Violoncello 8'', Bombardon 16''. De registers Violon 16'', Octaaf 4'' en Trombone 8'' worden binnen enkele jaren geplaatst.
Reformatorisch Dagblad, 28 juni 2004, p. 15.

2006: De gereserveerde registers van het pedaal Violon 16 vt, Octaaf 4 vt en Trombone 8 vt zijn door Mense Ruiter geplaatst.

Bronvermelding:

  1. Zie beschrijving kerk
  2. A.J. v.d. Aa: Aardrijkskundig Woordenboek van Nederland meldt: te Emmen geen orgel (editie 1843).H.T.Buiskool: "Ecclesia Emmensis" , Assen 1933, vertelt op pagina 15 dat volgens overlevering Berend van Galen op zijn tocht in 1672 het orgel vernield zou hebben.
  3. Notulen kerkvoogdij van 8 mrt. 1872. Emmen, archief kerkvoogdij, kerkelijk bureau aldaar. De gelden wil men "negotieeren" uit kooppenningen der pastorijgoederen en bij inschrijving: resp. f 500.- plus nog f1700.- en f1800.- samen f 4000. Rente 4 1/2%. Het aflossingstijdperk ligt echter nog al ver weg. In verband hiermee blijkt uit de notulen van 12 november 1872, na ontvangen schrijven van het college van toezicht per 29 oktober 1872 nr 60/7, dat dit college wel toestemming verleent tot het plaatsen van een orgel, mits het tijdperk van aflossing niet te ver verwijderd zal zijn. meen besluit nu het gehele bedrag te lenen tegen 4 1/2% per jaar en af te lossen over 20 jaren, beginnend 31-12-1880.
  4. Voor de stukken betrekking hebbend op de bouw van het orgel, zie de bijlagen. Helaas is er geen bestek gevonden. De in deze stukken genoemde bedragen zijn:
  5. 1e termijn

    F 2425,-

    2e termijn

    F 1640,-

    Overbouw en verven

    69,-

    Rente (van f.1525.- à 5% over 7 mnd.)

    f. 46.-

    Totaal

    F 4180,-

    Uit rekeningen en kwitanties blijkt:
    1872 De kerkvoogd Jan Iken Haasken reist naar Veendam (kwitantie 5-12-1872 groot f.2.-).
    1873 Dhr. J. Strating reist naar Veendam. (kwitantie 30-12-1873 groot f.4.75).
    1873 de jaarrekening is opgevoerd met een bedrag van f.4000.-. Archief kerkvoogdij Emmen. kerkelijk bureau.

  6. Deze dispositie is afgeleid uit latere veranderingen. Er zijn dus foutieve interpretaties mogelijk. Bovendien moeten we er rekening mee houden, dat het orgel wellicht niet nieuw werd geleverd. Zo zijn de windlade van Manuaal I, de registers Gemshoorn 8', fluit 4' en op Manuaal II de Woudfluit 2' ouder dan het bouwjaar 1873.- De inscripties op de pijpen zijn van een verschillende hand
  7. In eenperiodiek uit de vorige eeuw "Stemmen voor Waarheid en vrede" van 1873 staat op pagina 591: "Emmen, 14 april, heden werd het kerkorgel, dat in een lang bestaande behoefte voorziet, aan het doel gewijd. Door den heer R. Meijer te Veendam gemaakt, munt het uit door sierlijk uiterlijk, kracht en liefelijkheid van toon, dat het werk des fabrikants vereert. De heer Bos, organist te Veendam, begeleidde voor 't eerst het gezang der gemeente. Het kerkelijk archief der Hervromde gemeente te Emmen bevestigde dit laatste door verschillende gevonden archiefstukken.
  8. In het archief te Emmen aanwezige kwitanties, meestal gedateerd in april.
  9. Idem als (7) Het bedrag is nu f.18.-.
  10. Idem als (7) Het bedrag is nu f.45.-. Vermoedelijk had P. van Dam het orgel tot 1930 het onderhoud, hoewel P. v. Dam reeds in 1927 overleed. De fa. werd echter nog voortgezet.
  11. Notulen kerkvoogdij Emmen. Men vraagt aan de predikant dit te willen doen. Het is niet bekend of een dergelijke herstelling is uitgevoerd.
  12. Op 28 april dient de fa. H.W. Flentrop, orgelmakers te Zaandam een begroting in groot f 1570,- Notulen kerkvoogdij Emmen. Vergadering 24-3-1931 tot onderzoek besloten. Het Orgel 1930/31, nr 8 pagina 57 (mei): "Emmen Ned Herv.kerk, uitbreiding en herstel van het orgel. fa.H.W.Flentrop". Het pedaal werd pneumatisch. In verband met het aanbrengen van de electrische windvoorziening krijgt de orgeltrapper J.Koopman eervol ontslag per 21 september. Notulen kerkvoogdij Emmen 24 augustus 1931: men besluit om voor de bijbouw aan het orgel f 100.- en voor de overbouw ervan door de uitbreiding f.765.- uit te trekken. Hierbij waren aanwezig dhr. Franke (timmerman/aannemer) en de predikant. Dit betreft wellicht het plaatsen van een register de Voix Celeste 8'? en de vergroting van de kast naar achteren voor het plaats maken voor de pedaallade
  13. De Voix Celeste kan ook reeds in 1931 geplaatst zijn, zie aant.11. De Prestant 16' was vervaardigd uit elektrolytisch staal. Merk:: fa. Krupp Essen!
  14. Ook deze dispositie is samengesteld uit voorhanden zijnde gegevens. In elk geval was deze dispositie tot 1966 nog op het orgel af te lezen, met dit verschil, dat de mixtuur aangegeven stond als 2-4 sterk.
  15. Notulen kerkvoogdij 11-6-1946. Het orgel is niet in orde, volgens een opgemaakt rapport door de fa. Flentrop moet het orgel worden opgezonden, in elk geval delen ervan. De kosten op basis van mei 1940 bedragen f 3250,- (prijspeil 1940) Men verzoekt Dr. Das, de organist, de zaak toe te willen lichten. Voor de kosten zal een collecte nodig zijn. Notulen kerkvoogdij 13-6-1946. Dr. Das geeft het volgende door aan de vergadering: 1. revisie van de windladen. 2. verbetering van de mechaniek. 3. wijziging van de dispositie. 4. Toevoeging van een register op het 2e klavier.
  16. De te hoge kosten van f 17.000.-, doen de kerkvoogdij besluiten nu de restauratie niet te doen plaats vinden. Notulen kerkvoogdij 19-6-1947. Eveneens correspondentie met fa. Flentrop.
  17. Notulen kerkvoogdij 10-9-1948. Een gehouden collecte zal ten dele gebruikt worden voor een revisie van het orgel door de fa. Flentrop.
  18. Correspondentie met de fa. R. Ottes te Roden. Archief kerkvoogdij Emmen. De organist Vic de Val functioneerde als adviseur bij deze restauratie. Hij lichtte het een en ander toe, zodat het beeld van veranderingen aan het orgel kon leiden tot de genoemde dispositie van 1966. Oorzaak van alle problemen met het orgel sinds 1946 moet gezocht worden in de verwarming van de kerk met hete lucht. Bovendien werd een schoorsteen gebouwd tot vlakbij het orgel.
  19. E-Mail van Jaap Brouwer d.d. 29-12-2002
  20. Boek: Het Nederlandse historische orgel 1872-1878 blz. 92-95
  21. Tijdschrift: de Mixtuur 11 oktober 1973 De orgels te Nunspeet, Diever en Emmen door W.D. van der Kleij
  22. Tijdschrift: De Orgelvriend 2004/09 Orgelbouw in kort bestek door Dirk Molenaar
  23. Tijdschrift: De Orgelvriend 2007/03 Orgelbouw in kort bestek door Dirk Molenaar
  24. Brochure: Groninger Orgelagenda 2003 Voorbereidingen voor nieuwe restauraties in de verdere toekomst door Stef Tuinstra
  25. Brochure: Groninger Orgelagenda 2005 Orgelrestauratienieuws door Stef Tuinstra
  26. Brochure: Groninger Orgelagenda 2006 Restauraties in 2005 en 2006 in Groningen en Drenthe door Stef Tuinstra
  27. www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Emmen,_Schoolstraat_5_-_Grote_Kerk
  28. Aantekeningen van dhr. W.D. van der Kleij en restauratierapport van Stef Tuinstra

     


Foto Door Etto Huizinga

 

Voorlopige lijst van organisten:
19xx-19xx:  G. Das
19xx-19xx: Vic de Val
19xx-19xx Mej. F. Postma
19xx-19xx Jan van Laar
19xx-20xx Henk van Stekelenburg
19xx-2011 Etto Huizinga
2011-xxxx

Bijlagen:

Archiefstukken Hervormde kerk Emmen uit 1873

Ontvangen van H.H. Kerkvoogden der hervormde Gemeente te Emmen de somma van twee duizend vierhonderd en vijf en twintig Gulden, zijnde de gedeeltelijke betaling van het Orgel, door ondergeteekende geleverd, voor de aannemingssom van vierduizend en vijf- en zestig Guldens, wordende het resteerende af geeheele uitbetaling gedaan in maand November 1373.

Zegge f.4025.-. Emmen den 13 April 1873

get. R.Meijer. (Handtekening)

2425
1640
4065

Ontvangen van Heeren Kerkvoogden der Hervormde Gemeente te Emmen de somma van vier duizend Gulden tot geheele afbetaling van het Orgel in de kerk, door ondergeteekende geleverd voor de aannemingssom van vierduizend Guldens.

Zegge f.4000.-. Emmen den 2 Dezember 1873

get. R. Meijer (eigen handtekening)

Orgelmaker te Veendam.

Ontvangen van H.H. Kerkvoogden te Emmen de somma voor overbouw en verven van het Orgel de somma van negenzestig Gulden

Zegge f.69.-. Emmen den 2 Dezember 1873

get. R. Meijer (eigen handtekening)

Orgelmaker te Veendam.

Ontvangen van de Kerkvoogden te Emmen zesenveertig Gulden, zijnde zeven maanden interest van het jaar 1873.

Zegge f.46.-. Emmen den 2 Dezember 1873

get. R.Meijer (eigen handtekening

Orgelmaker te Veendam.

 

emmen03f.jpg (27353 bytes)emmen03c.jpg (25989 bytes)emmen03e.jpg (24060 bytes)
Foto's Door Etto Huizinga