Coevorden, Hervormde kerk

Al in de zestiende eeuw moet Coevorden een orgel gehad hebben. In een akte uit 1510 wordt genoemd dat er een priester nodig is die ook orgel kan spelen. De kerk heeft zwaar te lijden in de Tachtigjarige Oorlog en in 1647 wordt er een nieuwe kerk gebouwd. In 1658 bouwt Theodorus Faber een nieuw orgel dat wordt gefinancierd uit een loterij. De bestuurders van Coevorden, de drost van Drenthe en de commandant van het garnizoen moeten toestemming geven voor deze loterij. In 1897 wordt het orgel vervangen door een nieuw tweeklaviers orgel van Jan Proper. Het oude orgel wordt verkocht aan de Remonstrantse Kerk van Hoogeveen. Als daar in 1926 een nieuw orgel van Standaart wordt gebouwd, wordt het oude Faber-orgel verkocht naar Rekken. In Rekken 'verdwijnt' het orgel in 1934 als daar een nieuw orgel wordt geïnstalleerd. Het Proper-orgel wordt in 1949 enigszins gemoderniseerd door orgelmaker Johann Reil. Vanaf de jaren '60 zijn er plannen om het orgel te vervangen door een modern instrument. Hiervoor kan men echter geen subsidie krijgen. Men besluit dan een nieuw orgel te bouwen in de kas van Proper en het balkon te restaureren naar de toestand uit de tijd van het Faber-orgel. Het werk wordt gegund aan de orgelmaker Van den Berg & Wendt. Het orgel wordt in 1972 in gebruik genomen. In 1975 start een concertserie die doorloopt totdat de kerk in 2022 aan de eredienst onttrokken wordt.

Concertoverzicht sinds 1975

Fotoreportage door Ronald IJmker

Informatie over de kerk

Kerk:
De stad Coevorden wordt al in een oorkonde van de twaalfde eeuw genoemd (01). Al in de 13e eeuw moet er een kerk gestaan hebben. Begin 15e eeuw wordt er een hoofdkerk gewijd aan St. Joris en er zijn er drie kapellen. Omstreeks 1508 wordt de hoofdkerk verwoest, maar is in 1512 weer herbouwd. In 1588 staat deze kerk er nog, omdat er luidklokken voor zijjn besteld. In de 16e eeuw heeft de kerk veel te lijden van beschietingen door de legers in de Tachtigjarige Oorlog. In 1592 verovert prins Maurits de stad en in 1597 krijgt Coevorden het zware dubbele bolwerk waardoor het één van de sterkste vestingen van de Republiek wordt (02). In de jaren 1624 en 1638 komen er veel klachten bij de synode over de slechte toestand van het kerkgebouw. Door allerlei heffingen, collecten en giften ook van buiten Drenthe wordt er geld ingezameld om de bouw van een nieuwe kerk te financieren. Bij de bouw wordt waarschijnlijk de hulp ingeroepen van bouwmeester Pieter Post, zoals blijkt uit een schrijven van Constantijn Huygens van 25 februari 1641 (03). In 1645 is de kerk klaar. Het is een typisch protestants kerkgebouw met als grondslag een Grieks kruis, naar het voorbeeld van kerken in Emden, Groningen en Amsterdam (04). Tijdens de belegeringen in 1672 kregen kerk en pastorie het zwaar te verduren. De kerk wordt als gevangenis gebruikt (05). In 1890 ontstaat er grote schade door blikseminslag aan het torentje op de as van het kruis. Van 1953 tot 1954 wordt de kerk inwendig gerestaureerd. Tijdens de bouw van het orgel in 1970-1972 worden nog, zowel in- als uitwendig, verbeteringen aangebracht (06).

Orgel:

1510
Er is een brief bewaard gebleven gedateerd 28 juli 1510 waarin de Schepenen en 'Geschworen meente ende gemeijne meente' te Coevorden verklaren, met toestemming van de drost Rudolf van Munster en pastoor Cornelis Decker, te hebben gesticht een altaar ter ere van het Heilig Sacrament en de Heilige moeder St. Anna. Voorwaarde is dat de priester die dit altaar bedient een burger van Coevorden moet zijn en op het 'Orgaen' kan spelen, of belooft binnen twee maanden na zijn aanstelling het orgelspel beheerst. Het altaar wordt speciaal gesticht om de priester op het orgel te laten spelen en om in de week drie missen te bedienen (07). Hieruit volgt dat er al een orgel moet zijn geweest of dat er toen een orgel is aangeschaft. Het gaat waarschijnlijk om een positief of portatief De verdere geschiedenis is onbekend.

Fragment: In den Namen godes Amen Wy Schepene, Gesworene meente end gemeyne Meente der stadt van Covorden, Bekenne end maken kundt van ons end onsen nacomelinge dat wy myt gsint des Eerbare Roloffs van Munster, Drost to Covorden ende myt gsint des Eersame heer Corneliuns Decker inder tydt pastoer to Covorden ter eren end to love goits almachtich ende synre gebenedyde lieve moder maria hebben begunt inder kercken bynnen der stadt van Covorden to funderen end to stichten een altaer in die ere des Eerweerdyge hillyge Sacrements ende des hillyger moder Sunte Anna. In maniere en vorwarden dat die priester, den dyt altaer mach gegund worden, sal eynes borgeren sone bynnen Covorden wesen, end sal opt Orgaen konne spelen, offt sal sekeren en loven bynnen tween Maent tydts, na der tyt dat hem dyt voers Altaer gegeven ys op dat Orgaen te leren spelen des soelen hem die Schepene end gesworene meente to Covorden alsdan, myt gsint des Drosten indertydt wth der gemeynten marcken van Covorden wysen ten mynesten twe dachwerk hoylants, die tot ewygen tijds tot dat Orgaen soelen blyven Ende als dyt Altaer vaciert end ledich sunder priester ys Werden dan gheven borger kynderen die bequeme werden, dyt voers Altaer te bedienen ende opte Orgaen konden spelen, en oick nyet wolen loven opte Orgaen te leren spelen als voers ys so moeghen Schepene end gesworene meente myt gesynt des Drosten and pastoer te Covorden dat Altaer voers. wal ene guden eerlijk priester geven die opt Orgaen kan spelen, oft willen loven binnen twee maent tyts als voers opte Orgaen te leren spelen, Want dyt voers Altaer principalyk daer mede ome gefundeert ys dat die priester op Orgaen sal spelen End sal verbonden wesen alle weke tot drie myssen op dyt voers Altaer te doen, Die ene Mysse opten Donredach solempniter te singen vande weerden hillyge Sacrament Die ander Mysse opte Maendach van Requiem voer alle geloevige zielen, end die derde mysse op ene bequeme dach inder weken. (. . . . . . . ) Gegeven inde Jaer onses heren Dusent vijffhondert end thyne, opten eersten Sondach na Sunte Jacobs dach.

Klik op de afbeelding voor een vergroting


1657
Tien jaar na de bouw van de nieuwe kerk worden door het stadsbestuur plannen gemaakt voor de bouw van een orgel.
Voor de financiering wordt een loterij georganiseerd. Op 15 april 1657 wordt een reis gemaakt naar Amsterdam om inkopen te doen voor de prijzen van deze loterij. (62)


1. In‘t afreysen met die voerman als oock andere verteert an t ontbyten en brandewijn 1. --. --
Klik op de afbeelding voor een vergroting (62)
2. Ten Hardenbergh 1. 5. --
3. In der Arenshorst voor eten, drinken ende paerdevoer 1. 14. --
4. Des nachts an die Barkemerbruggh voor eten, drinken ende paerdevoer voor mij ende die voerman 2. 10. --
5. An die Swolse veerman 0. 12. --
6. Met de veerman gegeten ende gedroncken 0. 10. --
7. Tot Amsterdam voor vertering in drie dagen 7. 10. --
8. Voor slepers ende crujers 0. 18. --
9. In ‘t wederom reysen an die schipper voor spijse, drank, vracht in twe dagen en twe nachten ende uitsetten en wagenvracht 2. 15. --
10. Tot Gelmujen verteert 0. 14. --
11. Voor d’vracht van‘t goet an die schipper ende an die krane 3. 9. --
12. An Vriesemans Willem van vracht 6. --. --
13. Voor willems verteringe end d’paerden tot Swolle 1. 14. --
14. Mijn eigen verteringe tot Swolle voor drie à vier maeltijden 4. 1. --
15. In der Arentshorst des‘s nachts voor verteringe 1. 5. --
16. Ten hardenbergh middachmael geholden 1. 10. --
17. Voor d’voerman van Swolle op Coevorden 11. -5. --
18. Voor 9 dagen vacatij, stelle 9. --. --
--------------
Summa 57. 12. --

In het archief zijn meerdere declaraties te vinden die betrekking hebben op de loterij.

Op 4 mei keuren drost Rutger van den Boetselaer, de kolonel en de gouverneur van de stad Balthasar van Beyma, burgemeesters en de raad van de stad goed dat er een loterij wordt gehouden (09).
Alles wordt reglementair vastgelegd en de trekkingslijsten geven de gang van zaken weer.

1658
Het orgel wordt gebouwd door de Groningse orgelmaker Theodorus Faber, die leefde van circa 1600 tot 1659. Hij heeft ook het orgel van Zeerijp gebouwd.
Onderstaand enkele rekeningen die betrekking hebben op de bouw van het orgel (62).

Rekening van Lucas Hansen Smyt ten bedrage van 25. 1. 8 Car. gld. , getekend door Jan Luyntiens, Berendt Bartlinck en Arent Hoch. Order tot betaling 26 october 1658.
De rekening betreft geleverde schotspijkers, ankernagels, latspijkers, hantspijkers en tengenagels.

Op de achterzijde blijkt dat B: Onias [burgemeester] de rekening op 27 oktober 1658 betaald heeft. Klik op de afbeelding voor een vergroting

Rekening 8-2-1658. Ontfangen van Borgemester Bern. Onias op rekeninge van leun of tralij-wark om het orgel vijftich car: gl. Coevorden den 8 Febr. 1658 (getekend: Tomas Aman).


13 oktober 1658 een door Faber ondertekende nota van 100 car. gulden als afbetaling op de derde termijn.  Klik op de afbeelding voor een vergroting (62)

Het uiterlijk van het orgel is vastgelegd op enkele glasplaatnegativen, die bewaard zijn gebleven in het Provinciaal Museum van Drenthe. De foto's zijn vermoedelijk kort voor de verplaatsing van het instrument in 1897 gemaakt door Johannes Gerhardus Kramer (1845-1903) en tonen een haarscherp beeld van orgel en inventaris van de kerk. (11)
De uiterste velden van de luiken zijn voorzien van emblemen. De frontpijpen zijn gedeeltelijk geciseleerd. Het opschrift onder het middenschot vermeldt de maker: '1658. Gemaeckt door T. Faber, S. S. T. Cand.'.

Overzichtsfoto met het Faber-orgel


Beeldbank Drents Archief links: foto nr. MZ10502120807 rechts nr. DM3202530 Klik op de afbeeldingen voor een vergroting

Beeldbank Drents Archief Foto: Johannes Gerhardus Kramer (1845-1903)


Van 6 december dateert een afrekening van Lucas Steenhuis, een vrachtrijder uit Groningen, die 'uth last van Munsr. Faber' vervoer en vracht verrekende met Jan Luyntiens, de betaalmeester van de stad Coevorden (62).

In het Gemeentearchief van de stad Groningen is een brief bewaard van burgemeester Bernardus Onias te Coevorden van 16 november 1658 waarin deze zijn collega's te Groningen informeert over de ziekte van Faber tijdens zijn verblijf in Coevorden.
'Edl: Moog: Heeren Borgemesteren ende Raadt der Stadt Groningen. Wij hebben U. Edl: moogende niet willen veronthouden, den toestant van Mr. Faber bekent te maken; bij wat ocasie sijn E. alhijr booven belofte ende gissinge tot onse groete scade ende leedtwesen, heeft moeten verblijven; Het is seker, dat vorn: Mr. Faber soo seer Febre Hectiea, van t’begin sijner ancomst alhijr, tot het af sceiden van hijr als noch is laborerende, immers soo seer, dat die selve naulijcks crachten hebbe gehadt, om van sijn bedde op te staan, veel min na sijn affairen te gaan; ja, geheele weken lang niet eens, een handt an t’werk heeft konnen slaen; waer over wij U. Edl: moogende sijnen t’halven willen gebeden hebben, sijn E. verexcuseert te houden; ende voort hartelijck gedanckt hebben, over die goede gratie ende toelatinge, dat sijn E. het orgel tot Coevorden wel ende curieuselijck tuschen tijden, heeft moogen leveren ende in statum te brengen. Weswegen wij oock in alle voorvallende occasien, na onse kleine vermoogen, wederom verobligeert sullen sijn met sculdige danckbaerheit; Godt biddende, om continuatij van U. Edl: Moog: gelucklijcke ende voorsichtige regeringe, met recommendatij, om ons voortaen antenemen in U. Edl: Moog: gode gratie. Coevorden den 16. Nov: MDCLVIII. ter vergaderinge van Borgm(n). ende raadt.
Nomime Collegijgetekend (Bern: Onias) praeses'. (14).
Faber overlijdt in 1659 .

In de volgende jaren van 1660 tot 1666 zijn er nog steeds stukken te vinden die handelen over de afrekening van de loterij.
Uit een stuk gedateerd 26 januari 1660 blijkt dat er in totaal 4832. -. - caroligulden is opgebracht. Dat dit de prijs voor het orgel alleen was, is niet waarschijnlijk. Van dit bedrag zullen waarschijnlijk ook de tribune en alles wat zich bij de bouw voordeed aan kosten zijn betaald. Het lijkt erop dat de prijs van het orgel ongeveer 685 caroligulden was (62).

1733
Op 23 juni schrijft orgelmaker Dierich Marttens uit Vreden (Duitsland) een reparatierapport. Het is niet bekend of deze reparatie is uitgevoerd.
Uit de tekst blijkt de de volgende dispositie:

1. Prestant 4 voet (enkele pijpen spreken niet meer)
2. Quintadeen 8 voet (idem)
3. Holpijp 8 voet (is onbruikbaar)
4. Octaaf 2 voet (idem)
5. Fluit 2 voet (is niet naar behoren)
6. Mixtuur 1 voet (idem)
7. Quint 4? voet (idem)
8. Cimbaal 1/2 voet (onbruikbaar)
9. Trompet 8 voet (het meest onbruikbaar)

'Anno 1733 Den 23 Junij
Hebbe ik ondergeschrevene het orgel tot Coevorden gevisiteert en bevonden dat het gantsch nootsakelijk is om gerepareert te worden welke reparatie bestaat in dit navolgende.
Voor eerst moeten de navolgende Registers gerepareert worden als de:
Eerste de Praestant zijnde vier voet waar in verscheijde pijpen bevonden die niet meer konnen gebruikt worden.
ten tweden de quintadeena zijnde agt voet is van gelijken.
ten darden de Holtpijpe zijnde ook agt voet is ook onbruikbaar.
ten vierden de octava zijnde twe voet is desgelijken bevonden.
ten vijfden de fluute zijnde ook twe voet is ook niet na behooren.
ten sesden de mixtuur zijnde eenen voet is ook bevonden gelijk als die voorheene zijn genoemt.
ten sevenden de quinta zijnde vier voet is van gelijken.
ten agsten de Cimbaal zijnde een halven voet is ook onbruikbaar.
ten negenden de trompette zijnde agt voet welke boven alle andere Registers onbruikbaar is bevonden.
hier bij komen nog de puisters dewelke lek bevonden zijn waar van de eene agter gantsch los genomen moet worden.
de lade moet ook los genomen worden dewijle deselve door spreekt.
nog moet het pedaal dat ook heel onbruikbaar is, weder nieuws angehangen worden.
tot welke nodige reparatie ik alle materialen zal beschaffen en op mijn eijgen kost en drank ook sal repareeren waar van ik dan moet hebben /: mits dat mij de puister treder daar bij beschaffet moet worden: / op het Civijlste gestelt, de somma van hondert Carolij gulden, waar na die Heeren Borgemeesters haar gelieven te reguleeren. Getekend
(Dierich Marttens, orgelmacker, zu Vreden)'. (17)

1745
Op 5 juli maakt de orgelmaker Albert Anthony Hinsz uit Groningen een bestek met 6 artikelen. Ook hieruit is de dispositie af te leiden:

1. Prestant 8 voet
2. Quintadeen 8 voet
3. Holpijp 8 voet
4. Quintfluit 3 voet
5. Super Octaaf 2 voet
6. Fluit 1 voet
7. Mixtuur 3-4-5 sterk
8. Scherp 2 sterk
9. Trompet 8 voet

'Bestek van het Orgel te Coevorden zoals het zelve moet gerepareert en verbetert worden, om bestandigte blyven: hier onder gespecificeert.
1. De windlade is een Sprinklaad, verdeelt in korte Octaav: Woorop volgende Stimmen staan.
1. Praestant 4 Voet
2. Quintadeen 8 Voet
3. Holpijp 8 Voet
4. Quintfluyt 3 Voet
5. Super Octaav 2 Voet
6. Fluyt 1 Voet
7. Mixtuuir 3-4 a 5 Sterk
8. Scherp 2 Sterk
9. Trompet 8 Voet
Deese stemmen moeten van de Windlaad worden afgenomen en van stof en vuiligkeit gesuivert die lek zijn moeten soldeert, en dy van de Mixtuuir te swak en verbogen zijn moeten nieuwe van Metal voor worden gemaakt; als ook voor het corpus van groot C in de Trompet 8 voet, hetwelk te dun en reets seer gelapt is, en de toon na behoren niet kan geeven; insgelijks een nieuwe corpus voor een van de kleinen dat weg is. Verders de mondstukken schoon gemaakt en met eenige nieuwe tongen en stemkrukken verbetert, en met andere stimmen weer op de Laad gebragt en ingestimpt worden.
2. Moeten de uittreksels met de kleine sprinkklapjes van de Windlaad worden genomen en schoongemaakt; en terwyl eenige veeren te swak zijn, het welk een doorspraak of bijklank veroorzaakt, moeten nieuwe van coper voor worden gemaakt: gelyk meede moet worden verholpen verscheyden pompeten dy in stukken zijn; en de Windlaad van alle lekkasie digt gemaakt worden.
3. Het HandClavier hetwelk eens zo diep kan neer drukt worden, als het behoort, moet op behoorlyke maate worden verandert; aan het Welbort zijn verscheyden angehenk versleten, moeten nieuwe van coperdraat voor. Insglijks moet het pedaal Clavier woorvan de meesten lam neerleggen, tot een goed gebruik worden bequaam gemaakt, en alles in goede order herstelt worden.
4. De twee blaasbalgen dewelke zeer gelapt egter nog geheel lek zijn, en met meerder lappen van geen duuirzaamheid konnen worden; daar en boven zijn mijns oordeels zulke twee blaasbalgen te weinig om na vereys wind te konnen geeven, behalven dat het nadeelig is voor het Orgel en de blaasbalgen vermits dy in een geduirige bewegung moeten worden gehouden. Dierhalven moet nog een nieuwe blaasbalg worden daartoe gemaakt, van zelve grote als de anderen van droeg Eyken Wagenschot, gelijk ook de nog vereyste Canalen daarvan zullen worden gemaakt. De beyden ouden blaasbalgen moeten worden uitgenomen, en geheel van malkanderen worden gemaakt; het oude leer afgetrokken en de voegen van binnen, als ook geheel van buiten met nieuw leer beleedert en zo digt als nieuwe gemaakt worden.
5. Blijft tot last van de Respective Heeren Besteederen, het bezorgen van een bequame werkplaats en de benodigde vuirung; de verhogung van het beschot weegens de nieuwe blaasbalg; als ook de kosten om de Orgelmaker met zijn goet heen en weer naer Groningen, een handlanger geduirend het werk,
6. Wanner de Orgelmaker A: Anthoni Hinsz de benodige materialen bezorgt, verders trouwe en eerlyk verveerdigt, en gevisenteert en na dit opstel voor goet is bevonden; moet het kosten, 170 guld: De heeren Borgem(ren) nevens de Kerkvoogden sijn met bovengenoemde A: Anthonij Hinsz: Orgelmaker veraccordeert en overeengekomen dat denselven het orgel alhier wederom goet en in staat te brengen dat daar uit weg is wederom in te maken en alles te maken en repareren dat nodig is waar voor Borgem(ren) en Kerkvoogden daar voor aanemen te betalen volgens de orgelmaker eijgen oordeel dat daar aan verdient en heeft en na gedaan werk voort betalinge, Actum ter vergaderinge Coevordenden 5 Julij 1745
M: ter Poorten
H: Wessels, ter ordonn: van Haar Agtbaarheden
G. Wildrick Secretaris
Ondergeschreven bekenne ontfangen te hebben, van de Praesiderende Kerkvoogd Mijn Heer Wesselde Som(e): 170 guld: Volgens de accoord van dit bestek als meede 12 guld voor het verfolien van de toonpijpen en nog vijf gulden voor het veranderen en verbeteren van de Scherp tot een Sexquialter bedragende zamen een hondert en zeeven en taggentig guld: passere deesen voor Quitantie. Coevorden 1745 den 14 Octob(r):
getekend (Alb: Anthoni Hinsz: )Orgelmaker.'
Uit dit bestek blijkt, dat de gebreken die door Martens zijn genoemd nog aanwezig zijn. De disposities verschillen enigszins. Martens noemt de Scherp een Cimbaal uit 1/2 voet en geeft voor de Mixtuur en de Cimbaal geen sterkte op. Verder zijn de voethoogten van de Fluit en de Quint afwijkend. Waarschijnlijk heeft Hinsz het orgel na 1745 in onderhoud.

1748
In onderstaand krantenbericht uit de Provinciale Drentsche en Asser courant van 29 januari over de situatie in 1748 wordt de organist als ambtenaar aangemerkt. Hij ontvangt f 50,-, aangevuld met f 100,- van de provincie, zodat zijn salaris f 150,- bedraagt.

1776
In 1776 is er sprake van een akkoord voor het schoonmaken van het orgel (19).

1785
Na 1785 wordt het onderhoud waarschijnlijk uitgevoerd door Frans Caspar Schnitger en Heinrich Hermann H. Freytag.

1812
In 1812 wordt Johan Christoff Scheuer organist. Hij is tevens orgelmaker, zodat onderhoud en stemwerk door hem kunnen worden uitgevoerd. Als Scheuer in 1823 naar Zwolle vertrekt om zich daar als orgelmaker te vestigen blijft hij het onderhoud en stemwerk doen, zoals blijkt uit posten van 1824 tot 1826 voor stemwerk door Scheuer.
 
1821
Uitbetaling aan de organist f 150,-, de voorzanger krijgt f 35,- en de kerkdienaar f 25,- (69)

1847
Op 20 december schrijven de kerkvoogden aan het College van Toezicht dat het orgel in slechte staat is en hersteld moet worden. (69)
De kerkvoogden maken een inzamelingslijst voor het herstel van het orgel met als titel 'Inteekening voor de Reparatie aan 't Orgel'. Onder de titel van het document staat aangetekend: 'In maart april 1858 hersteld'.
De lijst wordt gemaakt omdat de eigen middelen niet toereikend zijn voor het herstel. De kosten worden ingeschat op f 250,-. Bijeengebracht wordt f 274,20.
Het herstel is nodig omdat er een nieuwe organist benoemd wordt. Op een slecht functionerend orgel kunnen de capaciteiten van de kandidaten slecht worden beoordeeld. (66)

1848
In de maanden maart/april vindt de herstelling plaats. Het is onbekend wie de werkzaamheden uitvoert. (20)

1858:
Er wordt een advertentie geplaatst voor een koster-voorzanger. Benoemd wordt M. IJppema. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (26-06-1858), (17-08-1858).

1862
In de jaren 1862 tot 1868 wordt er door J. Poestkooke gerepareerd en gestemd.

1872
De zoldering en het orgel worden geverfd.
Op 13 maart berichten de kerkvoogden dit aan het College van Toezicht. Ook melden ze het plan om gaslicht aan te brengen bij het orgel en de preekstoel.
Op 7 april wordt aan het College van Toezicht geschreven dat de kosten f 800,- zullen bedragen. Financiering vindt plaats door een geldlening.
In juni en juli verstrekt de kerkvoogdij meer details over de werkzaamheden aan het College van Toezicht. (69)
De zoldering van de kerk wordt 'helderwit' in plaats van een 'verschoten blaauwe kleur'. Het orgel krijgt een 'donkerpalissanderhout-kleur'. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (05-12-1872).

1876
Het orgel wordt volgens accoord schoongemaakt. J. Wallis stemt het orgel voor f 10, -.

1877
Stemming door P. van Oeckelen en Zn voor f 12,-.

1879
Stemming door W. Imkes voor f 6, -.

1884
Orgelconcert door de blinde organist Oord uit Amsterdam. Hij heeft hier al twee keer eerder gespeeld. In het bericht wordt gemeld dat 'Vele der registers zijn verkouden of hebben valsche kwinten in de keel'. 'Thans is het oud en zwak geworden en heeft dus zeker wel verdiend om eervol te worden ontslagen'. Deze uitspraak 'valsche kwinten' zou kunnen duiden op het feit dat het orgel nog een middentoonstemming had. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (17-03-1884).

1885:
Aleida Gerridina Kramer (1835-1902) schenkt f 1.800,- aan de kerk in Laar in Duitsland voor de aanschaf van een orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (09-03-1885), (05-10-1885).

1887
H. van Oeckelen voert een stembeurt uit namens de Weduwe Meijer uit Veendam.

Beeldbank Drents Archief Foto: Johannes Gerhardus Kramer (1845-1903)

1890
Een damescomité wil begin 1891 een verloting organiseren om geld in te zamelen voor een nieuw orgel. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (28-10-1890).

1894:
Volgens de Provinciale Drentsche en Asser courant van 9 januari wordt het orgel gerestaureerd door dhr. Koch uit Dedemsvaart voor f 600,-.

1895:
De toren van de kerk wordt door bliksem getroffen. Bij het blussen veel waterschade. Het orgel wordt niet beschadigd.
De verzekeringsmaatschappij keert een bedrag van f 2250, - wegens brand- en waterschade uit. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (17-06-1895), Nieuwe Groninger courant (17-06-1895).

1896
Op 12 augustuswordt in de kerkvoogdijvergadering gemeld dat op zondag 2 augustus in het kerkzakje een gift in een enveloppe is gevonden van f 2.500,- 'voor een nieuw orgel'. De gift is afkomstig van Aleida Kramer, Zij schonk ook een orgel aan de kerk in Laar, haar geboorteplaats. ((611)
De f 2.500,- wordt belegd tegen 3 %, totdat het orgel betaald moet worden. ((700) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (08-06-1896), Meppeler Courant (10-06-1896), Provinciale Drentsche en Asser courant (08-08-1896), Nieuwsblad van het Noorden (20-06-1896), De grondwet (08-09-1896), De Kleine Courant (17-06-1896).
In de kerkvoogdijvergadering van 27 novemberwordt een brief van organiste Mej. J.A. Meyer behandeld. Ze neemt per 1 april 1897 ontslag als organiste. Er wordt besloten een advertentie voor een organist te plaatsen in de Coevorder Courant. Het salaris wordt bepaald op f 100,-..
Op 30 december worden de binnengekomen sollicitaties behandeld::
- R.J. Roos onderwijzer alhierr
- H. Mulder leerling-organist van het blindeninstituut te Amsterdamm
- C. Geerts zadelmakersknecht te Coevordenn
Van de eerste twee sollicitanten zullen inlichtingen ingewonnen worden.Van de eerste twee sollicitanten zullen inlichtingen ingewonnen worden.

1897
Op 27 januari wordt met algemene stemmen Hendrik Mulder benoemd als organist voor een periode van 1 jaar. Er is wel een mogelijkheid hem tussentijds te ontslaan bij disfunctioneren.  (70)
Orgelmaker Jan Proper krijgt opdracht om een nieuw orgel te leveren. Op zondag 29 augustus 1897 wordt het orgel met 'een keurige rede' door Ds. Van der Vlugt ingewijd. Keurmeester J. C. van Apeldoorn, organist van de Grote kerk te Zwolle, bespeelt het orgel. ((222)..
Het tijdschrift 'Het Orgel' uit 1897 zegt over het ingebruiknameconcert: 'Bijzonder in de smaak vielen het adagio van Mendelssohn, de Variatiën op 'Wien Neêrlands bloed' van de Lange en het Halleluja van Händel'. ((522)
Zie Nieuwsblad van het Noorden (31-08-1897), Provinciale Drentsche en Asser courant (31-08-1897), Het Orgel (1897/08 oktober).
Jan. Proper geeft tien jaar garantie. (233).).
Onder het orgel staat de volgende tekst: 'Met dankbare erkentelijkheid voor de milde gave van Mejuffrouw A. G. Kramer te Coevorden. Het nieuwe orgel ingewijd op Zondag 29 Augustus 1897'. (75)

Proper orgel voor de ombouw van 1972

Dispositie:

Manuaal I C-f''' Manuaal II C-f''' Pedaal C-d
Bourdon 16' Salicionaal 8' Aangehangen
Prestant 8' Viola di Gamba 8'  
Holpijp 8' Voix Celeste 8'  
Octaaf 4' Fluit Dolce 4'  
Speelfluit 4' Fluit Harmonie 4'  
Quint 2 2/3'      
Octaaf 2'      
Cornet 4 sterk      
Trompet 8' (gehalveerd)      

Het groot octaaf van de Viola di Gamba is gecombineerd met de Fluit Dolce.
Manuaalkoppel als trede.
Afsluiter als trede. Ventiel.
Loze registers: op Manuaal I: Clarinet 8' en op Manuaal II: Dulciaan 8'.
Samenstelling van de Cornet: C': 4 - 2 2/3 - 2 - 1 3/5.

Jan Proper plaatst het Faber-orgel voor f 800,- in de Remonstrantse kerk van Hoogeveen. Als afmetingen worden genoemd 5 meter breed, 4 meter hoog en 2 meter diep.
In 1926 wordt het Faber-orgel vervangen door een instrument van orgelmaker A. Standaart uit Schiedam. Het Faber-orgel wordt voor f 500,- verkocht aan de heer J. Kroon uit Winterswijk. Het wordt daarna geplaatst in de kerk van de Rekkense Inrichtingen te Rekken, waar het in 1934 wordt vervangen door een orgel van de firma Valckx en van Kouteren te Rotterdam. De bestemming daarna is onbekend. (24).
Zie Het Orgel (1934 januari), (1934-mei).


Ansichtkaart: Het Faber-orgel in vereenvoudigde vorm in de kerk van de Rekkense Inrichtingen (53)

1898
Op 1 januari wordt de benoeming van organist Hendrik Mulder met een jaar verlengd. (70)

1904
Het orgel loopt schade op vanwege het niet uitzetten van de gasverlichting. Een reparatie is nodig (25).
Concert door organist J.H. Secrève, mej. W. van Emminckhoven zang en Bram Alt Wigleven viool. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (26-09-1904).

1906
Concert door organist J.H. Secrève, mej. W. van Emminckhoven en Adr. Liefferink viool. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (21-09-1906).

1907
Proper meldt dat dit jaar het laatste jaar is voor de garantie. Het orgel wordt nog eens geheel nagezien (26).
Concert door organist J.H. Besselaar, mej. Hermina Scholten zang en L. van der Tand viool. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (29-08-1907).

1915
Uitvoering voor militairen door het zangkoor 'Nieuw Leven' uit Dalen. Verder werkten mee organist Secrève, en Mej. A. Hilarius zang. Emmer courant (06-03-1915).

1920
De Nederlandse Organisten Vereniging (NOV) voert actie om de salarissen te verhogen. De organist van Coevorden krijgt f 75,- verhoging van zijn salaris. Dat is een verhoging van 75%. Zie Het Orgel (1920 november).

1932
Op 21 januari vraagt de kerkvoogdij aan Mense Ruiter wat het kost om het orgel na te kijken. Onderaan de brief noteert Ruiter dat op 22 februari is doorgegeven dat dit f 35,- kost.
Op 30 januari schrijft Mense Ruiter dat hij te weinig van het orgel weet om een prijs te kunnen geven. De onderhoudstoestand en de grootte van het orgel zijn belangrijk. Hij is van plan om over 3 weken langs te komen.
Op 26 oktober vraagt de kerkvoogdij aan Mense Ruiter of hij nog deze week kan langskomen. (71)

1935
Op 1 november stuurt Mense Ruiter een offerte voor het plaatsen van een windmachine. Hij beveelt aan om een Meidinger windmachine te plaatsen. Hij kiest voor een machine met een laag toerental. Deze is geruisloser dan één met een hoog toerental. De windmachine staat in Coevorden op een akoestisch ongunstige plaats. Het orgel in Coevorden heeft 14 registers, maar Ruiter kiest toch voor een windmachine voor 19 registers om wat capaciteit over te hebben. De kosten zijn f 195,- exclusief de elektrische aanleg. Voor een mogelijke uitbreiding van het orgel heeft Ruiter extra gegevens nodig. Hij komt naar Coevorden om het een en ander op te meten. (71)

1936
Op 30 mei schrijft de kerkvoogdij dat ze Ruiter verwachten voor een stembeurt. Graag willen ze eerst weten wat de kosten zijn.
Op 13 juni geeft Mense Ruiter antwoord. Van het antwoord is ook een kladbrief bewaard. De prijzen zijn de laatste paar jaar gedaald van f 35,- naar f 30,- per jaar. Er is per jaar een grote stemming en een aantal kleinere stemmingen voor de feestdagen nodig. Daarna geeft hij informatie over de methodiek van het in rekening brengen van de kosten.
Op 27 juni krijgt Mense Ruiter de opdracht het orgel in 1936 en 1937 te stemmen voor f 30,- (71)

1940
Op 30 april schrijft de kerkvoogdij dat ze in 1935 een prijsopgave hebben gekregen voor het plaatsen van een windmachine voor f 195,- Is deze prijs nog steeds geldig?
Op 1 augustus schrijft Ruiter dat hij de bedoelde windmachine nog kan bestellen. De prijs is nu f 25,- hoger. Hij adviseert snel een beslissing te nemen omdat niet zeker of de windmachines leverbaar blijven in deze tijd. (71)

1941
Er wordt besloten het orgel geheel te laten nazien en een windmotor aan te schaffen. De firma Valckx en van Kouteren te Rotterdam levert een windmachine voor f 225,- en geeft aan dat het orgel nodig gerepareerd moet worden. De kosten worden geschat op f 475, -. Een jaarlijkse stembeurt komt op f 32,50. De firma Ruijf te Dedemsvaart kan de reparatie voor f 225, - uitvoeren. Een jaarlijkse stemming kost f 20, - Ruijf geeft 10 jaar garantie op het geleverde werk. Ruijf kan de werkzaamheden gaan uitvoeren. (27)

1944:
Wijdingsdienst met ds. Van der Ven, zang van mej. peters en orgelspel door Van Bijnen. Zie Drentsch dagblad : officieel orgaan voor de provincie Drenthe (17-03-1944).

1945
Op 5 aprilwordt de toren getroffen door oorlogshandelingen. Drie van de acht stijlen zijn vernield. Het kerkgebouw kan voorlopig niet worden gebruikt. Het orgel is niet beschadigd. ((677)

1946
De firma Vierdag uit Enschede maakt een begroting op voor een reparatie van f 1297,50 met f 250, - voor logies en f 195, - werkzaamheden aan het Pedaal.

1947
Vierdag voert een gedeeltelijke reparatie uit. Er wordt een nieuw pedaalklavier van C-f' geïnstalleerd voor f 303,75. De jaarlijkse stemming kost f 35,-. (28). Er wordt een tremulant toegevoegd. (56)

1948
Er verschijnt een boekje over de geschiedenis van de kerk in Coevorden. (74) De bouw van het eerste orgel wordt beschreven op de pagina's 9 en 10. Het Proper-orgel van 1897 wordt niet genoemd.
Orgelconcert door Willem Hendrik Zwart. Er wordt geconstateerd dat de mechaniek van het orgel rammelt. Het wordt tijd voor een restauratie. Zie Emmer courant (19-01-1948).

1949:
Orgelmaker Johann Reil uit Heerde dient een rekening in van f 614,30 voor het toevoegen van een Mixtuur 3-4 sterk op Manuaal I. De Voix Celeste 8' en de Fluit Dolce 8' worden vervangen door een Quintadeen 8' en een Nasard 2 2/3'. De Fluit Harmonie 4' wordt omgebouwd tot een Fluit 4'. (29)
Dispositie na deze wijzigingen:
Hoofdwerk Bovenwerk
Bourdon 16' Salicionaal 8'
Prestant 8' Viola da Gamba 8'
Holpijp 8' Quintadeen 8'
Octaaf 4' Fluit 4'
Speelfluit 4' Woudfluit 2'
Quint 3' Nasard 2 2/3'
Cornet IV (discant)  
Octaaf 2'  
Mixtuur 1 1/3'  
Trompet 8' b/d  

1950
Op 28 januari schrijft de Hervormde Commissie (HOC) aan de kerkvoogdij dat er een gesprek is geweest met dhr. Hendrikse van de HOC. Toen is gevraagd om eens naar het orgel te kijken. Is het mogelijk dit schriftelijk te bevestigen?
Op 1 februari wordt het gesprek met dhr. Hendrikse bevestigd. Blijkbaar is er al eens een advies uitgebracht door de 'Aconov'? Dit advies is aangevraagd op aanraden van de Vereniging van kerkvoogdijen. Op dit moment is er geen geld voor het orgel vanwege de kosten voor de kerkrestauratie en een catechisatielokaal. De vereniging van Christelijke Belangen heeft f 1.000,- in kas voor de aanschaf van harmonium in het verenigingsgebouw. Weet de HOC soms of er een tweedehands orgel beschikbaar is?
Op 2 februari schrijft de HOC dat ze graag advies geven bij de restauratie van het orgel. De HOC wil ook advies geven bij de aankoop van het harmonium. Hoe groot is dit lokaal en hoeveel zitplaatsen zijn er. Aan een advies zijn wel kosten verbonden. (76)

1953
De kerk is gerestaureerd. De restauratie van het orgel staat later gepland. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (31-08-1953).

Bij de restauratie van de kerk wordt het orgel wit geschilderd.

Links: Beeldbank Drents Archief, midden: ansichtkaart rechts: Stichting Orgelcentrum Kl. 808

1962
Op 11 januari beantwoordt Reil een vraag van de kerkvoogdij wat de mogelijkheden zijn voor het huren van een pijporgel. Hij heeft een orgel tot zijn beschikking met de volgende afmetingen: diepte 80 cm, hoogte 200 cm en breedte 180 cm. De huurprijs is f 95,- (60)

1963
In de Nieuwe provinciale Groninger courant van 18 februari verschijnt een artikel over Aleida Gerridina Kramer. De schenking van het orgel wordt genoemd.

1965
De organist van de kerk Henk Plasman vraagt aan Reil om een offerte uit te brengen voor een nieuw orgel. Hij doet een voorstel voor een dispositie. Er wordt gevraagd wat de meerprijs is om het Bovenwerk in een zwelkast te plaatsen.
Reil komt op 10 april met een voorstel. Hij neemt de opgestelde dispositie over. Zowel een versie met een Rugwerk als de versie met een Bovenwerk komen uit op ruim f 87.000,-. Een zwelkast voor het Bovenwerk komt op f 1.500,-.

1966
Op 31 oktober vraagt Reil naar de stand van zaken van de offerte.
Op 22 november schrijft Plasman dat de financiële middelen nog niet toereikend zijn voor de bouw van een nieuw orgel. (60)

1968:
Uit een telefoonnotitie van 8 maart van het Bureau Monumentenzorg (BM) van een gesprek met de gemeente Coevorden blijkt dat er plannen zijn om het orgel te slopen. Misschien zijn er mogelijkheden voor een restauratie van de orgelkas.
Op 14 maart schrijft de kerkvoogdij aan het ministerie dat volgens een rapport van de HOC het niet verantwoord is het orgel te restaureren. Men is nu van plan een nieuw orgel te laten bouwen. Het oude front zou behouden kunnen blijven. Misschien in een andere opstelling. Zijn er bezwaren tegen het slopen van het bestaande orgelfront? Is het mogelijk een subsidie te ontvangen als het front wordt gehandhaafd?
Op 1 juni vraagt de kerkvoogdij aan de HOC of ze een voorlopig advies willen geven.
Op 30 juni verschijnt het voorlopige rapport van de HOC. Na het noemen van de dispositie wordt gemeld: 'De dispositie is niet meer de oorspronkelijke. De registers Mixtuur, Quintadeen, Fluit 4', Woudfluit 2' en Quint zijn in later tijd aangebracht. Het pijpwerk van het instrument is weinig waardevol (geperste labia), het is geïntoneerd met behulp van kernsteken (inkepingen in de kernen der pijpen) en expressions (overlengten). Beide intonatie-hulpmiddelen beïnvloeden de toon op zodanige wijze, dat deze aan karakter en glans inboet. Ook over het in later tijd aangebrachte pijpwerk kan het oordeel niet onverdeeld gunstig luiden.' De windladen bevinden zich in een slechte staat. Waarschijnlijk door de invloed van de kerkverwarming. De mechaniek vertoont ook een aantal mankementen. Door de kerkrestauratie is er veel gruis en stof in het orgel terecht gekomen.
'Het algemeen oordeel over het orgel kan helaas niet gunstig luiden: het instrument, dat weliswaar vrij solide is gebouwd, is -artistiek gesproken- van weinig waarde. Daarbij komt, dat de toestand, waarin het zich thans bevindt, verre van rooskleurig is, en wel in het bijzonder wat betreft de windladen. [...] Een restauratie van het huidige instrument moeten wij U met klem ontraden, daar het orgel zulks stellig niet waard is. Weliswaar kan bij een restauratie gerekend worden op een instrument, dat goed zal blijven functioneren, doch het belangrijkste gedeelte - het pijpwerk - is van zodanig slechte kwaliteit, dat een louter technisch herstel niet gewettigd is.' Beter is het een nieuw orgel in de bestaande kas te bouwen.
Op 21 juli stuurt de HOC een rekening voor het voorlopig advies.
Op 23 juli schrijft het ministerie dat ze vanwege de architectonische kwaliteit prijs stellen op het behoud van het orgelfront. Mogelijk kan een nieuw instrument in de bestaande orgelkas worden geplaatst.
Op 14 augustus informeert de gemeente Coevorden bij het BM wat de stand van zaken is rond het orgelfront.
Op 24 september belt rijksorgeladviseur Oussoren met het BM. De orgelkas is de moeite waard om te behouden. Het instrument niet.
Op 21 oktober schrijft het ministerie dat het orgel geen monumentale waarde heeft. Vervangen is toegestaan. De orgelkas dient behouden te blijven. Er moet contact met de dienst monumentenzorg worden opgenomen hoe het nieuwe instrument in de bestaande kas in te passen.
Op 21 november vraagt de HOC naar een reactie op het voorlopige advies. (73) (76)

1969
Op 2 april komt orgelmaker Van den Berg & Wendt met een voorstel over de mogelijkheden voor de bouw van een nieuw orgel. Op 12 maart is er een bezoek aan de kerk gebracht en is het orgel opgemeten.
- Het orgel is totaal versleten. Bespeling is een zware opgave.
- Enkele registers zijn na restauratie en vernieuwing van de kernen herbruikbaar.
- De bestaande orgelkas is nog vrij gaaf.
- De balustrade waarop het orgel staat is in het midden doorgezakt.
Uitgangspunten:
- Uit piëteit voor de schenkster en een mogelijke subsidie wordt de orgelkas in zijn huidige vorm gehandhaafd.
- Aanpassingen aan de orgelkas zullen in stijl worden uitgevoerd.
- Er zal genoeg ruimte moeten zijn voor de opstelling van een koor.
- De constructie en uitvoering van het balkon moet worden gewijzigd en verbeterd.
Uitvoering:
- De kas is nu 179 cm diep. Voor een goede klankuitstraling is een diepte van 110 cm voldoende.
- De speeltafel verhuist naar de voorkant.
- De orgelkas wordt 75 cm naar achteren verplaatst.
- Toevoeging van een Rugpositief in stijl.
Op deze manier ontstaat een orgel met Hoofdwerk, Bovenwerk, Rugwerk en een zelfstandig pedaal van 30 registers voor een prijs van f 108.300,-. Ook in een tweeklaviers variant van f 91.200,- wordt uitgegaan van een Rugwerk. Bij een spoedige opdracht kan het orgel eind 1970 worden opgeleverd.


Ontwerpen van 28 maart door Van den Berg & Wendt (Klik op de afbeeldingen voor een vergroting)

Op 16 april schrijft het Provinciaal Museum dat de kerkvoogdij een provinciale subsidie heeft aangevraagd omdat de vernieuwing van het orgel niet door het rijk wordt gesubsidieerd. De provincie zou een subsidie kunnen geven op basis van cultuurbevordering. De opdracht zou dan echter niet moeten gaan naar een op zichzelf bekwame Nederlandse orgelmaker maar naar een vooraanstaande Europese orgelmaker zoals bijvoorbeeld Metzler, Ahrend & Brunzema of Marcussen. Er ontstaat dan een concertwaardig instrument.
Op 26 juni vraagt de orgelcommissie aan Corneille F. Janssen van het BM wat de stand van zaken is met betrekking tot subsidies van rijk of provincie.
Op 30 juni antwoordt Janssen dat hij probeert een subsidie te verkrijgen voor het stimuleren van de cultuur. Een overleg met monumentenzorg heeft geen zin omdat het rijk geen subsidie geeft voor een nieuw orgel.
Op 12 september geeft de kerkvoogdij aan het BM door dat er f 45.000,- beschikbaar is voor het nieuwe orgel. Er wordt gestreefd naar een bedrag van f 90.000,-.
Op 25 november schrijft de provincie aan het BM dat er geen subsidie wordt verleend. (73) (76)

1970
Op 18 februari schrijft de kerkvoogdij aan de HOC. Sinds het advies van de HOC uit 1967 zijn de financiële middelen van de kerk aanmerkelijk verbeterd. Er kan opdracht worden gegeven voor een tweeklaviers-orgel aan Van den Berg & Wendt. Kunt U akkoord gaan met deze keuze? Monumentenzorg wil de oude orgelkas behouden, maar gaat niet akkoord met de tekening van de orgelmaker. Kan er binnenkort een overleg plaatsvinden tussen alle betrokkenen?
Op 26 maart schrijft de HOC dat de brief van 18 februari inmiddels besproken is. De keuze voor de van orgelmaker Van den Berg & Wendt is geen bezwaar. De prijzen uit voorstel zijn uitermate redelijk. Het zou goed zijn een adviseur aan te stellen.
Op 13 april schrijft de kerkvoogdij aan de HOC dat ze graag willen worden bijgestaan door Willem Retze Talsma als adviseur. Kan er een overleg plaatsvinden met Corneille F. Janssen van het BM en architect van Bruggen?
Op 17 april schrijft de HOC dat ze akkoord gaan met de keuze voor adviseur Talsma. Willem Hülsmann zal het geplande overleg op 29 april ook bijwonen.
Op 14 mei bericht Van den Berg & Wendt over een bespreking op 29 april met monumentenzorg in Assen. De voorkant van het orgeloxaal lag vroeger meer naar achteren tegen de ligger van het onderliggende portaal. Het oxaal was naar voren uitgewerkt. Dit houdt in dat een orgel met Hoofdwerk en Bovenwerk de voorkeur heeft. Er is er dan geen ruimte voor de opstelling van een koor op het orgelbalkon. Op basis van een eerdere offerte zou de prijs van een orgel zonder Rugpositief f 83.350,- hebben bedragen. Stijging van de kosten sindsdien laten de prijs nu oplopen naar f 91.650,-. Het is mogelijk op het Bovenwerk naast de Quintadeen 8' voor f 1.650,- een Salicionaal toe te voegen. Als er niet voor de bestaande Salicionaal wordt gekozen kunnen nieuwe frontpijpen worden gemaakt in een passende mensuur. Een continuo-orgel beneden in de kerk met Eikenfluit 8', Roerfluit 4', Prestant 2' en Quint 1 1/3' komt op f 11.900,-. Een vergrote versie met 6 registers komt op f 15.850,-.
Op 15 mei wordt er vergadert over de balustrade en het trappenhuis. De kosten voor het orgel mogen de f 100.000,- niet overschrijden.
Op 20 mei schrijft de orgelmaker aan het BM dat het een orgel wordt met Hoofdwerk en Bovenwerk. Het oxaal wordt in zijn oorspronkelijke vorm hersteld.
Op 3 juni stuurt de kerkvoogdij een getekende orderbevestiging van 25 mei naar het BM. De kerkvoogdij bevestigt hiermee dat de werkzaamheden aan orgelkas, orgelbalkon, balustrade, trapopgang, buitendeur met tochtportaal en blindraam boven de ingang voor 95% worden gesubsidieerd en worden aangestuurd door het BM.
Op 18 juni stuurt de HOC de gegevens van het bestek van Van den Berg & Wendt voor een nieuw orgel in de bestaande orgelkas met 25 register en 2 reserveringen. De kosten worden geschat op f 100.900,-. De kosten voor het later invoegen van een Ruispijp en een Sesquialter bedragen f 5.450,-. Ook de gegevens voor het contract worden meegestuurd.
Op 18 juni stuurt Van den Berg & Wendt een rekening voor de eerste termijn.
Op 22 juni schrijft de HOC aan Van den Berg & Wendt dat de kerkvoogdij in principe akkoord gaat met de offerte van 18 juni. Zou het loodpercentage voor het prestantenkoor een hoger loodpercentage kunnen krijgen? De Cornet laten beginnen tussen c' en cis' in plaats van tussen h en c'.
Ook adviseurTalma gaat akkoord met de offerte van 18 juni.
Op 26 juni stuurt het BM een begroting voor de herstelwerkzaamheden aan orgelbalkon en ingangspartij. De begroting bedraagt f 100.000,-. Het wijzigen en herstellen van de orgelkas kost f 2080,-, het plaatsen van de orgelkas f 2820,-, bekroning orgel f 3180,-, het herstellen van de beeldjes f 320,-, de orgelkas impregneren f 470,-, orgelkast vergulden f 6000,-. Rijk, provincie en gemeente geven 50%, 15% en 30% subsidie.
Op 1 juli schrijft de HOC de kerkvoogdij over de consequenties van het herstel van de orgelgalerij. Hierdoor is een orgel met Rugpositief niet meer mogelijk. De HOC gaat akkoord met de voorgestelde dispositie, maar zou graag zien dat de Cornet van III sterk wordt vergroot naar V sterk. Een Quartaan II op het Bovenwerk lijkt niet zo zinvol. Beter zou zijn een Scherp. De gereserveerde registers zouden beter direct kunnen worden geplaatst. De bouwkosten zijn alleszins redelijk.
Op 21 augustus stuurt Van den Berg & Wendt de maten van de orgelkas naar orgeladviseur Talsma en een kopie naar het BM. Om een zo ondiep mogelijke orgelkas te krijgen is het kleine pijpwerk van het Pedaal geplaatst tussen het grote pijpwerk. De bestaande Prestant 8' zal gebruikt worden voor het Pedaal. Er komt een nieuwe Prestant voor het Hoofdwerk. De orgelkas wordt 136 cm diep. Achter het orgel is minimaal 30 cm nodig. De ruimte voor de organist aan de voorkant is minimaal 90 cm. De afstand tussen de muur en het vooruitstekende deel van het orgelbalkon bedraagt 30 + 136 + 90 = 256 cm.
Op 4 september schrijft de HOC dat ze van Talsma hebben gehoord dat de opdracht inmiddels is verleend.
Op 5 november schrijft het BM aan de Rijksdienst Monumentenzorg over de restauratie van het orgelbalkon. Om reden van muzikale aard moet de speeltafel worden verplaatst van de zijkant naar de voorkant. Bij de plaatsing van het orgel in 1897 is de bestaande zeventiende-eeuwse balustrade doorbroken voor de orgelkas. Ook is het orgelbalkon toen veel dieper gemaakt. Door het naar achteren verplaatsen van de orgelkas kan het orgelbalkon worden gereconstrueerd naar de oude situatie, die nog goed zichtbaar is op de foto van het orgel voor 1897.
In de vergadering van de Provinciale Monumentencommissie van 10 december wordt betreurd dat het rijk niet bereid is de bouw van het orgel te ondersteunen. Het rijk acht een nieuw orgel niet noodzakelijk.
Op 21 december brengt de HOC de eerste termijn van het honararium en kosten in rekening (72)  (73) (76)

1971
Op 15 maart schrijft het ministerie aan de kerkvoogdij dat ze akkoord gaan met het restauratieplan voor de orgelgalerij en het ingangsportaal voor f 100.000,-. Een aantal onderdelen komt niet voor subsidie in aanmerking. Het subsidiabel bedrag wordt vastgesteld op f 80.219,-.
Op 2 april schrijft het BM aan Van den Berg & Wendt. Er is onduidelijkheid over het tekenwerk van orgel en orgelbalkon. Graag alle maten controleren.
Op 20 april stuurt Van den Berg & Wendt een tekening van de nieuwe onderkas naar het BM. Het grondraam staat apart aangegeven.
Op 7 mei bevestigt orgeladviseur Willem Retze Talstra aan de orgelcommissie van Coevorden de beslissing voor de bouw van een orgel. Hij beschrijft het belang van het orgel bij gebruik in de eredienst, voor het geven van orgellessen en als concertinstrument.
Op 10 mei brengt de HOC reiskosten in rekening.
Op 21 mei schrijft het BM aan de orgelcommissie in Coevorden dat de kerk van Coevorden een belangrijk voorbeeld is van de zeventiende-eeuwse kerkbouw en een goed orgel verdient. Ook wordt het herstel van het orgelbalkon in de oude vorm toegejuicht.
Op 8 juni stuurt het BM Van den Berg & Wendt een tekening van de stalen onderbouwconstructie van het orgel. De bestaande constructie is te zwak voor een orgel van circa zeven ton. Ook dient er nog te worden overlegd over de bovenbouw van het orgel.
Op 9 juni adviseert het BM de provincie subsidie te verlenen voor de reconstructie van het orgelbalkon en de ingangspartij.
Op 17 juni vraagt de orgelcommissie aan de provincie of er alsnog een subsidie van f 25.000,- kan worden verleend voor het nieuwe orgel. Het BM ondersteunt de aanvraag met een brief van 5 augustus. Op 16 augustus komt er bericht van de provincie dat er geen subsidie wordt toegekend.
Op 22 juni vraagt het BM aan G. van Duuren uit Amsterdam en G. de Jager uit Nieuwe Brug om prijsopgave te doen voor het herstel van het snijwerk van het vooruitspringende deel van de orgelbalustrade. Foto's van de oorspronkelijke situatie worden meegestuurd.
Op 30 juni wordt de tweede termijn door Van den Berg & Wendt in rekening gebracht.
Op 11 juli schrijft Talsma aan de kerkvoogdij dat hij akkoord gaat met een rekening van Van den Berg & Wendt. Hij heeft de vorige maand nog de werkplaats bezocht. Hij twijfelt of het orgel in augustus gereed zal zijn. Is er nog nieuws over mogelijke subsidies?
Op 24 augustus kent de provincie subsidie toe voor de reconstructie van het orgelbalkon en de ingangspartij.
Op 27 augustus belt Van den Berg & Wendt naar het BM en vraagt wanneer het orgelbalkon klaar is. Zij willen beginnen met de opbouw van het orgel. De opdracht voor het maken van de staalconstructie is gegeven. Voor andere werkzaamheden is nog geen opdracht verleend.
Op 7 oktober worden de werkzaamheden voor het orgelbalkon en de ingangspartij voor f 57.322,- gegund aan J. Nijboer in IJhorst.
Op 2 november brengt Van den Berg & Wendt de tweede termijn in rekening en stuurt een rekening voor de gereserveerde registers Ruispijp en Sesquialter.
Op 5 november doet schildersbedrijf A.H. van Engen een prijsopgave voor het schilderwerk voor f 14.100,-. De gunning door het BM volgt op 26 november.
Op 18 november gaat de opdracht voor het snijwerk van het orgelbalkon naar J. van Duuren op basis van zijn offerte van 13 juli voor de prijs tussen de  f 1.500,- en f 2.000,-. (73) (76)

1972
|Op 11 januari schrijft Van den Berg & Wendt dat ze van het BM de tekening van de fronton op de middentoren hebben ontvangen. Deze zou eerst worden gemaakt zonder beeldhouwwerk. Het snijwerk zou worden gemaakt in Amsterdam. Het maken van een fronton is vooraf nauwelijks te calculeren en het is gebruikelijk om dit op basis van nacalculatie te doen. Het aantal uren ligt tussen de 120 en 250 tegen een tarief van f 14,35. Kan de opdracht worden gegund op basis van dit schrijven?
Op 1 maart brengt de HOC kosten in rekening.
Op 2 mei stuurt schilder A.H. van Engen de rekening van de tweede termijn. De werkzaamheden hebben ook betrekking op het orgelbalkon en de ingangspartij.
Op 7 juni schrijft de orgelcommissie van Coevorden aan de HOC dat het orgel op 23 juni in gebruik wordt genomen met een concert door orgeladviseur Willem Retze Talma. De restauratie van het orgelbalkon en de ingangspartij is ook voltooid. Het orgel met 27 stemmen is gebouwd voor f 140.000,-.
Op 15 juni dankt de HOC de kerkvoogdij voor de uitnodiging de ingebruikname bij te wonen. Willem Retze Talsma zal het orgel bespelen. Willem Hülsmann is aanwezig namens de HOC.
Een restauratieverslag van Willem Retze Talsma dateert van 21 juni. Hij memoreert kort de geschiedenis van de kerk en het eerste orgel. Het Proper-orgel van 1897 had veel gebreken en het was niet verantwoord een restauratie uit te voeren. Besloten wordt een nieuw orgel te bouwen in de bestaande orgelkas. De frontprestanten zijn hergebruikt. Bij het ontwerp van het orgel is rekening gehouden met zowel concertant gebruik als de functie in de eredienst. Gekozen is voor een Werckmeister-stemming. Het orgelbalkon is gereconstrueerd naar de situatie van voor 1897. Daarna volgt een opsomming van de betrokken partijen.
Op vrijdag 23 juni wordt het orgel in gebruik genomen. Willem Retze Talsma bespeelt het orgel. Zie programmaboekje.
Op 27 juni stuurt Talsma een lijst met een behoorlijk aantal bevindingen omtrent intonatie, mechaniek en windvoorziening naar Van den Berg & Wendt. Hij sluit af met: 'Er zal tenslotte in overleg met de opdrachtgevers, de gecommitteerde van de Orgelcommissie der Nederlands Hervormde kerk en ondergetekende een oplossing voor de afwerking gezocht moeten worden bijvoorbeeld door het aantrekken van een intoneur van elders, zeker wanneer het juist is dat de heer Vlaanderen niet meer beschikbaar is. Overigens zal een dergelijke oplossing naar mijn mening onvoorwaardelijk nodig zijn voor het oplossen van het nu eenmaal niet eenvoudige tongwerken-probleem. Gezien het laatste genoemde punt zou een dergelijke goede en zeer ervaren intoneur alleen al uit kwaliteitsoverwegingen ook het labiaalwerk verder moeten afwerken. Het spijt mij bovenstaande kritische aantekeningen te moeten maken; de belangrijkheid van het orgelproject te Coevorden noodzaken mij echter betrekkelijk hoge criteria aan te leggen.'
Op 27 juni factureert Van den Berg & Wendt een aantal werkzaamheden buiten bestek:
-Deling van de Trompet in bas en diskant.
-Scherp IV in plaats van Quartaan II.
-Completeren groot octaaf van de Salicionaal 8'.
-Nachthoorn 2' uitgevoerd als Roerfluit.
-Transmissie van de Subbas 16' naar het Hoofdwerk voor C-F.
Daarnaast factureert de firma de laatste termijn.
Op 29 juni reageert Van den Berg & Wendt als volgt: 'Uw brief dd 27 juni kwam in ons bezit. Het zal U niet bevreemden, dat wij van de inhoud van Uw brief met verwondering kennisnamen. Wij waren van mening, dat wij in alle opzichten rekening hebben gehouden met Uw speciale wensen, vooral waar dit de intonatie betreft. Het lijkt ons niet zinvol om op Uw bemerkingen zoals deze in Uw brief weergegeven zijn, schriftelijk in te gaan. Het komt ons voor dat een bespreking ter plaatse, tussen U en ons, en in tegenwoordigheid van de heer Hülsmann als gecommitteerde voor orgelzaken en de leden van de OC der Herv. Gem. COEVORDEN van nut zal zijn om over eventuele verschillen van mening in alle openheid te spreken. Wij zullen het op prijsstellen, indien dit overleg zo spoedig mogelijk zal kunnen plaatsvinden, het liefst in de week van 10-15 juli. Uw suggesties ter zake datum en tijd zien wij graag van U tegemoet.'
Op 11 juli wijst de provincie de aanvraag voor subsidie voor de bouw van het orgel af
Op 3 oktober stuurt de provincie de adviezen van de orgeldeskundige en de directeur van het Provinciaal Museum door naar de kerkvoogdij van Coevorden.
Op 3 november schrijft de kerkvoogdij aan de HOC over een brief van de HOC van 6 oktober. Deze brief gaat over het rapport van Talsma van 27 juni. De afwerking van de intonatie heeft nog meer zorg nodig. Voordat dit kan plaatsvinden dienen eerst de problemen met de mechaniek en windvoorziening te zijn opgelost. Talsma is in overleg met Verschueren om de intonatieproblemen op te lossen, nu de intonateur van Van den Berg & Wendt ontslag heeft genomen. (73) (31) (76)

Dispositie:

Hoofdwerk   Bovenwerk   Pedaal  
Bourdon 16' Holpijp 8' Bourdon 16'
Prestant 8' Salicionaal 8' Octaaf 8'
Roerfluit 8' Prestant 4' Octaaf 4'
Octaaf 4' Roerfluit 4' Nachthoorn 2'
Fluit 4' Nasard 3' Ruispijp IV
Quint 2 2/3' Octaaf 2' Bazuin  16'
Octaaf 2' Woudfluit 2' Trompet 8'
Cornet III disc Sesquialter  II    
Mixtuur IV-VI  Scherp  IV    
Trompet 8' b/d  Dulciaan  8'    

Koppelingen: Pedaal-Hoofdwerk; Pedaal-Bovenwerk en Hoofwerk-Bovenwerk;
Tremulant op het Bovenwerk;
Mechanische sleeplade;
De pedaallade is gedeeld in C en Cis.

Proper-orgel na de ombouw van 1972

 


Foto Geert Jan Pottjewijd

1973
Op 10 september schrijft Talsma aan de kerkvoogdij: 'Mijne Heren, Hieronder moge U mijn bevindingen aantreffen over het orgelproject ten Uwent. Ten aanzien van het uiterlijk van het orgel kan gezegd worden dat door het reconstrueren van de balustrade en het verplaatsen, corrigeren en schilderen van de orgelkas het interieur van het kerkgebouw aanzienlijk is verfraaid. Wat het binnenwerk betreft is mijnerzijds al het mogelijke gedaan de door U aangetrokken firma te brengen tot de vervaardiging van een zo goed mogelijk klinkend en functionerend instrument. Aangezien met het bereikte resultaat ook de grenzen van het kunnen en kennen van de betreffende firma zijn aangegeven meen ik juist te handelen U voor te stellen het orgelproject nu als beëindigd te beschouwen. In de verwachting dat het orgel zowel voor zijn kerkelijke als concertante functies bruikbaar zal zijn en U toewensen dat een en ander aanleiding kan zijn tot ontplooiing van muzikale mogelijkheden in en rondom de stad Coevorden.'
Eind 1973 vraagt Corneille f Janssen van het BM aan W.D. van der Kleij uit Emmen of hij gegevens heeft over het voormalige Faber-orgel van Coevorden.  In een brief van 4 januari 1974 beschrijft Van der Kleij de geschiedenis van dit orgel. (73) (76)

1974
In januari verschijnt het eindrapport van de HOC. Zij komen hier weer terug op de opmerkingen van adviseur Talsma over de intonering: 'Eerwaarde Heren, Mede ter voldoening aan het gestelde in artikel 5 der Generale Regeling werd op 20 december j.l. vanwege onze commissie een hernieuwde eindkeuring verricht van het orgel, dat de orgelmakers v.d. Berg & Wendt bouwden in de oude orgelkas in de Grote kerk te Uwent, tezamen met Uw adviseur de heer W.R.Talsma. Wij berichten U hieromtrent het volgende: De orgelmakers hebben aan hun verplichtingen volledig voldaan; het instrument is gebouwd van goede materialen en volgens constructies, die de verwachting rechtvaardigen, dat het gedurende vele jaren zonder storing zal functioneren. Aan de intonatie van het pijpwerk is bijzondere aandacht besteed, niet in het minst ook door de Heer Talsma, die aan dit onderdeel van de totstandkoming van het orgel zeer veel tijd en moeite heeft besteed. Dat zijn intenties niet ten volle zijn gerealiseerd is begrijpelijk, waar de orgelmakers op dit gebied andere ideeën hadden en zich -teneinde te voldoen aan de wensen van de Heer Talsma- volledig moeten omschakelen. Een en ander is -zoals U bekend is- niet geheel zonder fricties verlopen. Stellig mag worden erkend, dat de orgelmakers ten aanzien van de intonatie hun uiterste best hebben gedaan en dat een resultaat is ontstaan, dat in hun oeuvre een eerste plaats inneemt. Dat zij het niveau, dat verscheidene andere binnenlandse orgelmakers hebben bereikt (nog) niet hebben gehaald moet worden vastgesteld, doch tevens moet worden erkend, dat het orgel desalniettemin stellig voor haar taak is berekend. Resumerend kan worden opgemerkt, dat U een goed en degelijk orgel hebt verkregen, dat wij echter nog boeiender van klank hadden gewenst. Wij hopen, dat U gedurende vele Jaren vreugde aan het instrument zult mogen beleven en dat het zijn taak in Eredienst en concert op waardige wijze zal vervullen.
De HOC brengt de tweede termijn van het honorarium en gemaakte onkosten in rekening.
Op 16 september schrijft het BM aan de provincie dat voor een aantal werkzaamheden aan de orgelkas ten onrechte geen subsidie is verleend. De orgelkas is op last van de rijksdienst hergebruikt. (73) (76)

1975
De Stichting Orgelconcerten Coevorden wordt opgericht, met als doel jaarlijks een vijftal concerten te organiseren.

1983:
In een brochure over de kerk wordt door Corneille F. Janssen van het BM op de pagina's 11 en 12 de laatste vier restauraties van de kerk beschreven.

1993
Orgelmakers Kaat en Tijhuis uit Kampen plaatsen een nieuwe tremulant.

2002:
In Bremen-Walle wordt een nieuw orgel gebouwd naar voorbeeld van het oude Faber-orgel in Coevorden.

2012
Op 27 juli maakt orgelmaker Mense Ruiter op verzoek van de kerkvoogdij een offertevoor groot onderhoud. Het orgel vertoont enkele mankementen en is sterk vervuild. ((655)

2014
Op 4 aprilschrijft Ruiter dat er op 28 maart onderzoek is gedaan naar piepgeluiden in de pedaalmechaniek. Vermoedelijk ligt de oorzaak in de laatste restauratie van het pedaalklavier.Ruiter dat er op 28 maart onderzoek is gedaan naar piepgeluiden in de pedaalmechaniek. Vermoedelijk ligt de oorzaak in de laatste restauratie van het pedaalklavier.
Het probleem zit in de draaipunten van het walsraam. Dit is door de compacte bouwwijze lastig bereikbaar. Waarschijnlijk is de grafietsmering uitgesleten. Misschien is het mogelijk deze smering in eigen beheer te verbeteren.
In oktober voert orgeladviseur Peter van Dijk eenn quickscannuit..
In de quickscan wordt de orgelhistorie kort behandeld en daarna wordt de staat van het orgel beschreven. De orgelkas vertoont krimpscheuren en sommige panelen klemmen. Het orgel is behoorlijk vervuild..
De windladen hebben geen door- of bijspraak. Het verend sleepsysteem kan pas worden beoordeeld na demontage van de pijpstokken. De mechanieken zijn in goede staat..
De leermoeren zijn uitgedroogd. De celeron-delen van de welarmpjes van het pedaal zijn uitgesleten waardoor de pedaalmechaniek piept. Het pijpwerk is in goede staat. Enkele subbaspijpen hebben scheuren. ((655)

2016
Op 4 januarischrijft de kerkvoogdij aan Mense Ruiter of de offerte van 27 juli 2012 kan worden aangepast op de resultaten van deze quickscan..
De volgende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd::
- Reiniging van het gehele instrumentt
- Pijpen uitnemen, reinigen en waar nodig repareren..
- Windlade: pijpstokken afnemen en sleepbanen reinigen, windladen uitzuigen en ventielen reinigen. Sleepsysteem controlerenn
- Intonatie controlerenn
- Vervangen van de leermoeren. ((655)

2017
In novemberworden door Mense Ruiter de volgende werkzaamheden aan het orgel uitgevoerd: herstel van Dulciaan 8', herstel van de ijzeren walsen achter het orgel en opheffen van de piepgeluiden in de pedaalmechaniek. ((655)

2018
Op 25 meibericht Ruiter over de in november 2017 uitgevoerde werkzaamheden. Organist IJmker heeft nog twee tonen die verbetering behoefden.en.
Dit is inmiddels gebeurd. In de pedaalmechaniek zullen de lageringen nog een keer worden gesmeerd. (655)

2019
De kerkvoogdij vraagt orgelmaker Mense Ruiter om het orgel te stemmenvooraf aan de concertserie. ((655)

2022
De fusie tussen de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Kerk leidt ertoe dat de Hervormde Kerk aan de eredienst wordt onttrokken. Er worden plannen gemaakt hoe het kerkgebouw in de toekomst te gebruiken. De toren is eigendom van de gemeente.
Verbouw voor appartementen is niet aan de orde. De orgels blijven op hun plaats. Gedacht wordt aan culturele en historische activiteiten. Ook kerkelijk gebruik blijft mogelijk.
De kerk staat inmiddels te koop en de Stichting Orgelconcerten is opgeheven. Het laatste concert is op 14 september met Canto Ostinato door Toon Hagen. (63)
Zie Dagblad van het Noorden (05-01-2022).

 

 

Organisten.

1658-1677
Pieter Racquet: De eerste organist op het Faber-orgel wordt in het archief 'auditeur' genoemd. Deze functie wordt waarschijnlijk in het garnizoen te Coevorden uitgeoefend. Al in 1657 wordt hij in verband met de loterij voor het orgel genoemd. Hij ontvangt voor zijn organistschap 60. -. -. caroli gulden zoals de Landschap per resolutie had vastgesteld. Tijdens de woelige dagen van 1672 tot 1674 blijkt er achterstallig salaris te zijn ontstaan, immers 'met de oorloch alle subsidien, en giften aen organisten in dese Landschap zijn komen te cesseeren'. In 1661 ontvangt hij 100 caroli gulden daar hij meer te doen had: 'vermits de labeuren die hij moet doen binnen Coevorden, alwaer meer gepredigt wordt als ten platten lande, veel grooter, jae meer als noch eens soo groot zijn als respective dorpen deser Landtschap'. Hij overlijdt in 1677, omdat op 19 februari 1678 zijn weduwe genoemd wordt. (33).

1677-1717
Jonas Gerardy á Welt: De naam á Welt of van Welt komt ook te Groningen voor. In Loppersum wordt ene Jonas á Welt als organist genoemd. Of hij dezelfde persoon is, kan niet worden aangetoond. In 1717 staat hij zijn organistenplaats af (34)

1717-1745
Gerardus á Welt: Deze organist, een zoon van de vorige, heeft al enige tijd waargenomen voor zijn vader. Bij zijn benoeming wordt als voorwaarde gesteld dat hij op zich zou nemen zijn vader en moeder te onderhouden. In 1745 staat hij zijn plaats af aan Harm Hartman wegens verval van krachten. Hij behoudt echter zijn salaris. (35)

1745-1765
Harm Hartman: Ook deze organist is al enige tijd voor zijn voorganger ingevallen. Hij ontvangt geen salaris gedurende de tijd dat zijn voorganger nog leeft. Bovendien moet hij 150 car. gld. aan de kerk betalen voor de reparatie van het orgel dat niet meer bespeeld kan worden. De kerk was niet in staat dit geld te betalen. Hij behoeft dit echter pas te doen na het overlijden van Gerardus á Welt. Harm Hartman overlijdt in 1756. (36)

1765-1812
Harman Kosters: Deze organist is afkomstig van 'Noorthoorn' in het graafschap Bentheim. Hij heeft al blijk gegeven van zijn vaardigheden zowel als organist als in het schrijven en 'cijfferen'. In 1774 maakt hij bezwaar tegen diensten die hij moet spelen voor de Lutherse gemeente en vraagt twee gulden. Wegens dit verzet ontslaat men hem voor zes weken met verlies van salaris. De dienst wordt waargenomen door de 'Custos' H. Hoyting. In 1799 vraagt hij om uitbetaling van achterstallig salaris. Hij overlijdt 8 mei 1812 als weduwnaar van Johanna Palthe, oud 68 jaar. (37)

1812-1823
Johan Christof Scheuer: Hoewel hij niet door een benoemingsbesluit tot organist staat aangegeven, blijkt uit de opgave van zijn beroep in 1815 en 1818, dat hij organist is in Coevorden. Hij komt al in 1801 te Coevorden en is afkomstig van Emlichheim waar hij geboren werd op 27 december 1776. Hij trouwt 1803 met Johanna Hendrika Eek, geboren 1785 te Coevorden, dochter van een meubelmaker, de werkgever van Scheuer. Tijdens zijn verblijf te Coevorden staat hij vermeld als organist en als orgelmaker. In 1823 vestigt hij zich te Zwolle als orgelmaker. (38)

1823-1824
Hendrik Clewitz: In 1816 wordt Hendrik Clewitz tot onderwijzer en koster benoemd. Hij is afkomstig van Schiermonnikoog. In 1823 wordt hij met algemene stemmen tot organist benoemd maar vraagt een jaar later alweer ontslag. Hij overlijdt op 26 oktober 1847. (39)

1824-1827
D. Blank: In de vergadering van de kerkvoogdij van 16 juli 1824 wordt besloten D. Blank afkomstig uit Elst tot organist te benoemen op een salaris van f 120, -. Hij overlijdt echter al op 22 augustus 1827 zijn vrouw Susanne Elisabeth Luinge en een kind nalatend. (40)
Zie Drentsche courant (09-10-1827).

1828-1847
F.A. Beins: Nadat Hendrik Clewitz de orgeldienst tot 30 mei 1828 heeft waargenomen, wordt op die datum F.A. Beins benoemd. Deze organist zal begin 1847 vertrokken zijn. Na zijn vertrek neemt Hendrik Clewitz opnieuw waar, Clewitz overlijdt in oktober 1847. (41)

1848-1871
F. Huis: Na eerst nog te hebben waargenomen vraagt deze organist per schrijven van 9 mei 1848 of hij de betrekking van organist voor vast kan krijgen. Hij is organist tot zijn overlijdenop  6 november 1871, 79 jaar oud. Hij is gehuwd met Wilhelmina Ottens. (42) (68)
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (08-11-1871).

1871-1890
Lucas Meijer: Deze organist blijkt al een tijd de vorige organist te hebben vervangen. In een schrijven van 7 juni 1871 verzoekt hij als organist te worden benoemd. Nadat F. Huis 21 juni 1871 bedankte als organist wordt L. Meijer benoemd op een salaris van f 100, - per jaar. Hij is tevens hoofd der school te Coevorden. Hij overlijd 23 april 1890, oud 59 jaar Hij is gehuwd met Hendrika Maria Rebenscheidt. (43)
Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (29-04-1890).

1890-1897
Jantine Aline Meijer: Jantine Aline Meijer, wordt geboren 21 oktober 1870 en is de dochter van de vorige organist. Zij is de laatste die het oude Faber-orgel zou bespelen. Zij bedankt als organiste op 27 november 1897. (44)

1897-1940
H. Mulder: Bij de benoeming van de nieuwe organist waren er drie kandidaten: R. J. Roos, onderwijzer te Coevorden, C. Geerts zadelmakersknecht aldaar en H. Mulder, leerling van het blindeninstituut te Amsterdam. De laatste werd met eenparigheid van stemmen per 1 mei 1897 op een salaris van f 100, - benoemd. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (01-02-1897), (23-05-1898).
Op 2 september wordt na afloop van de kerkdienst een collecte gehouden zodat de organist een piano kan aanschaffen. De opbrengst is f 64,78. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (05-09-1898).
In 1911 verhoogde men het salaris tot f 225, -.
In 1916 speelt hij piano met een eigen compositie bij het afscheid van de heer Kropveld. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (01-03-1916).
In 1927 krijgt hij bij zijn 30-jarig jubileum een piano en een spaarbankboekje aangeboden. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (04-06-1927).
In 1930 wint hij een compositieprijsvraag uitgeschreven door de Nederlandse Blindenbond. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (29-11-1930,).
In 1937 viert hij zijn 40-jarig jubileum als organist. Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (03-04-1937), Emmer courant (06-04-1937).
H. Mulder overlijdt in 1940. (45).

1940-1944
J. B. van Lintel: Deze organist heeft als beroep administrateur. In september 1944 is hij plotseling verdwenen. In april 1945 wordt hij gearresteerd en officieel ontslagen. Op 21 maart 1940 worden de instructies voor de organist opgesteld in acht artikelen. Er is dan nog steeds sprake van een blaasbalgtrapper (46).

1944-1945
Dhr. Bolder: Deze plaatsvervangende organist was leraar aan de H. B. S. te Coevorden. Door de oorlogsomstandigheden wordt er geen vaste organist benoemd. (47)

1945-1954
Willem Hendrik Zwart: Zwart solliciteert samen met W. Zorgman te Velp, B. Hollander te Zwolle. J. Zijlstra te Leeuwardenen C. J. de Koning te Meppel. Hij wordt op 15 november 1945 benoemd. Behalve organist wordt hij dirigent van het kerkkoor en van diverse koren in de omgeving. Ook aanvaardt hij een benoeming als muziekleraar aan het Chr. Lyceum en de Kweekschool te Emmen. In 1946 tijdens de vervulling van zijn militaire dienstplicht wordt hij vervangen door zijn broer Piet Zwart. De opbrengsten van orgelconcerten worden besteed aan de verbetering van het orgel. Willem Hendrik Zwart wordt geboren te Zaandam 26 mei 1925 als zoon Jan Zwart, organist van de Hersteld Evangelisch Lutherse kerk te Amsterdam.
In 1954 wordt hij benoemd als organist van de Sionskerk te Groningen en in 1955 als organist van de Bovenkerk te Kampen. (48) Zie Provinciale Drentsche en Asser courant (01-12-1954).

1954-1964:
J. C. de Koning: Deze organist, bekend onder de naam 'Co' de Koning wordt eveneens koorleider te Coevorden en omgeving.
In 1961 slaagt hij in Den haag voor de akte Orgel B. Zie Nieuwsblad van het Noorden (15-07-1961).
Hij vertrekt in 1964 en wordt organist te Harderwijk (49).

1964-2010: Henk Plasman (50).
In zijn eerste jaar slaagt hij voor het conservatorium. Zie Het Rotterdamsch parool (09-07-1964).

Uit www.coevordenhuisaanhuis.nl van 4 februari 2010
Na maar liefst 46 jaar cantororganist van de Nederlandse Hervormde kerk te zijn geweest neemt Henk Plasman afscheid in een speciale kerkdienst op zondag 7 februari. Plasman, geboren en getogen in Coevorden, is alleen voor zijn studie in Utrecht weggeweest. 'Ik ben bezeten van orgel en piano. En ja, musici kunnen onderling nauwelijks ergens anders over praten.'
Plasman kijkt met grote tevredenheid terug, maar 'ik ben in mijn vak wel altijd alleen geweest, als organist, als docent en als dirigent. Soms ben ik wel eens jaloers geweest om mensen, die samenwerkten.'
Henk Plasman is tot zijn besluit om te stoppen gekomen, door wat onvrede. 'Daardoor voel ik me niet thuis in de kerk. Ik ben het met diverse besluiten van de kerkenraad niet eens, zodat ik heb besloten weg te gaan.'
Liefde voor muziek
Al op jonge leeftijd vatte Plasman liefde op voor het orgel en de piano. 'Wij hadden thuis, zoals zoveel gezinnen, een harmonium. Dat werd ook wel een psalmpomp genoemd.' Hij kreeg eerst les van een juffrouw uit Nieuw-Amsterdam, daarna van Willem Hendrik Zwart, de toenmalige organist van de hervormde kerk in Coevorden. Na zo'n negen jaar werd Co de Koning zijn leraar. De Koning volgde Zwart op en leidde Plasman op voor het conservatorium. Toen Plasman op de hbs zat, vatte hij het plan op naar het conservatorium te gaan. Mijn moeder stond er eerst wat sceptisch tegenover, maar toen bij mijn toelatingsexamen het oordeel was: 'dat zit wel goed', heeft zij mij altijd gestimuleerd. Ik had in die tijd een heel oude piano, zo'n tingeltangel, maar voor mijn studie had ik een andere nodig. Ik heb zo'n driekwart jaar gewerkt, tot ik het geld daarvoor bij elkaar had.'
Militaire dienst en studietijd
In 1957 ging Henk Plasman naar het conservatorium, maar hij werd drie maanden later opgeroepen voor militaire dienst. Hij kreeg geen uitstel, omdat hij door driekwart jaar te werken zijn studie had onderbroken. Na het vervullen van de militaire dienst ging hij verder naar zijn studie. 'Ik studeerde onder andere in de Dom in Utrecht. Ik liet de moed wel eens zakken, maar mijn moeder stimuleerde mij dan weer. Wij woonden aan de Sallandsestraat 7. Daar had eerder een kapperszaak gezeten en de kamer aan de voorzijde noemden wij daarom de salon. Daar musiceerde ik altijd. Dan ging mijn moeder stilletjes zitten luisteren. Daar heb ik mooie momenten aan.' Tijdens zijn studie kreeg Henk Plasman orgelles van Stoffel van Viegen en Cor Kee en pianoles van Ludwig Schonk. Henk Plasman: 'Ludwig wist precies hoe het moest, maar zei altijd 'Jullie spelen veel beter'. Van hem heb ik erg veel geleerd. Van Viegen was een leeuw aan het orgel, geweldig was dat. Verder studeerde ik kerkmuziek en behaalde mijn diploma Gregoriaans. Daar heb ik veel aan gehad. 'Dat valt mee'
Nog tijdens het conservatorium werd Plasman organist in Wierden. 'Ik werd gekozen uit dertien kandidaten en ik werd gekozen om er op een groot drieklaviersorgel te spelen. Het was nogal een 'zware' kerk. Na een kwartier preken gingen de mensen zingen en ik dacht 'Nou, dat valt wel mee', maar daarna ging de preek verder.... Er zaten in zo'n dienst wel 1.400 mensen in de kerk.'
Leraar
Een tijdje erna vroeg Co de Koning of Henk hem wilde helpen bij het lesgeven in Coevorden. 'Ik gaf toen twee middagen per week pianoles. In 1962 of 1963 werd de muziekschool opgericht, waarvan Piet Santing de eerste voorzitter was. Iedereen die muziekles gaf, werd gevraagd naar de muziekschool te komen. Vanaf dat moment was ik leraar aan de muziekschool. Eerst was dat voor piano en orgel en later kwam daar muziektheorie bij. Ik leidde de leerlingen op voor het toelatingsexamen van het conservatorium.' Naast leraar was Plasman gedurende dertien jaar adjunct-directeur. Daarenboven was hij dirigent van het kerkkoor, het Coevorder Mannenkoor en twee jeugdkoren van de kerk. Uiteindelijk was ik 40 uur werkzaam in de muziekschool. Het kerkkoor heb ik vanaf het begin tot 2004 -ruim veertig jaar- geleid. We hebben bij dat afscheid het oratorium 'Als de graankorrel sterft' uitgevoerd.' Daarmee was hij cantororganist af en bij zijn pensionering werd Plasman aangenomen als organist; hij speelde sindsdien zo'n dertig diensten per jaar.
Plasman antwoordt desgevraagd. 'Ik heb overal in den lande gespeeld. De mooiste orgels zijn die in de Dom in Utrecht, de St. Bavo in Haarlem en de Martinikerk in Groningen.' Op de vraag welk werk hij het liefst speelt, zegt Plasman: 'Het liefst speel ik de Triosonates van Bach, maar ik houd ook van moderne orgelmuziek. Bach heeft zes Triosonates geschreven, het is voor mij de hogeschool van de orgelmuziek. Nu ik afscheid neem, ga ik me daar helemaal op storten.' Wat dat betreft kan Plasman vooruit, want hij heeft thuis zo'n 1.200 muziekboeken. Henk Plasman heeft altijd genoten van de concerten en van de begeleiding van solisten. Leerlingen noemden mij vrij streng, maar rechtvaardig. Ja,' zegt hij, 'ik heb leerlingen gehad, die het ver geschopt hebben. Zij zijn in het hele land terechtgekomen als organist of pianist. En wat mooi is: van mijn leerlingen is niemand gezakt voor het conservatorium.

Vanaf 2010: Organisten zijn Johan Westerbeek, Geert Meendering en Ronald IJmker.

Noten

  1. Boek A. Veenhoven, Historie van Coevorden, Wolters Noordhoof, 1969 10.
  2. Idem, pag. 50-52, 58-61 en 70-71. De brief van Willem Wegewart, klokkengieter, is afgedrukt in de Nieuwe Drentsche Volksalmanak (1895) 178-179.
  3. idem, pag. 72.
  4. idem, pag. 72.
  5. idem, pag. 74.
  6. AHKC. Notulen Kerkvoogdij 1856-1908, 20-12-1895. Zie ook noot 32.
  7. 07 Cartago coe0848 Archief Coevorden, inv.nr. 0848 Drents Archief: 0116 Burgerlijk bestuur van de stad Coevorden 848 Akte waarbij het stadsbestuur de opbrengst van twee dagwerken hooiland bestemt tot het onderhoud van een altaar van het Heilig Sacrament en de bijbehorende priester; 1510
    Annotatie Geschiedenis Drenthe Redactie J. Heringa e. a. (1985) 221 en noot 170.
    Talstra,Langs Nederlandse orgels – Groningen, Friesland, Drenthe, Baarn: Bosch & Keuning, 1979 blz. 16 Volgens Talstra kwam de organist van de Jacobijnerkerk, Petrus Christiani in 1580 naar Coevorden, dat toen weer Katholiek geworden was. Wellicht was toen het orgel nog aanwezig en werd het in 1592 verwoest.
  8. 08 zie 62 RAD. OAC. Inv. 844. 26 april 1657.
  9. 09 RAD. OAC. Inv. 657. Pertinent Register. Begonnen 4-5-1657.
  10. 10 zie 62 idem als aant. 9. en RAD. OAC. Inv. 820 en 844. De lijst loopt van 28 oktober 1657 tot 3 december 1657. Bijlage 2.
  11. 11 Drents Archief Beeldbank MZ10502120809 Het glasplaatnegatief werd gemaakt door Johannes Gerhardus Kramer (1845-1903) in de jaren '90 van de negentiende eeuw (formaat 24,5 x 30 cm).
  12. 12 Zie vervallen
  13. 13 RAD. OAC. Inv. 844.
  14. 14 Groninger archieven: 2041 Register Feith-stukken Stadsarchief Groningen 1902 Brief van Bern. Onias te Coevorden aan burgemeesteren en raad van Groningen over Mr. Faber en het orgel te Coevorden, 1658-11-16
  15. 15 RAD. OAC. Inv. 844. 26 januari 1660; 16 juni 1663 en 13 augustus 1666.
  16. 16 vervallen RAD. OAC. Inv no 6. Resoluties van Ridderschap en Eigenerfden, folio 258, 18 febr. 1649.
  17. 17 Drents Archief: 0116 Burgerlijk bestuur van de stad Coevorden 837 Rapport over de toestand van het orgel en offerte voor reparatie door de orgelbouwer Dierich Martens; 1733
  18. 18 RAD. OAC. Inv. no 846. Bestek van A. A. Hinsz, orgelmaker, 5 juli 1745. Bijlage 5. Het orgel werd in 1558 door Andreas de Mare omgebouwd. In 1656 is er sprake van dat het oude orgel in de A-Kerk werd weggenomen. OAGG. Rekeningboek 1656-1659. Zie verder onder organisten bij Harm Hartman.
  19. 19 RAD. OAC. Inv. 83.
  20. 20 Al in 1808 komt Scheuer als orgelmaker voor. Zie ook Wullink, Scheuer, pag. 4. RAD. NAC. Inv. 385. Notulen kerkvoogdij 1821-1855, folio 270, 20 december 1847. Inv. 393. Intekenlijst tot een bedrag van f 247, 20. Achterop de lijst staat: 1848. In Maart en April hersteld.
  21. 21AHKC. Rekeningboeken. Datum resp. : 1862-1868; 29-7-1869; 3-3-1869; 13-3-1872; 23-7-1874; 1874; 1876; 1877; 1879; 1-1-1878; 19-8-1880; 15-8-1882; 2-8-1885; 1887; 1890; 12-12-1894; 1895. Notulen kerkvoogdij 1856-1908, 12-8-1896.
  22. 22 Het opschrift is op een oude foto nog te lezen, maar is later verdwenen. Zie ook Belonje, Gedenkwaardigheden (1937). Aleida Gerridina Kramer, geboren Coevorden, 20-8-1835 en overleden aldaar 3-6-1902, was een dochter van Jan Hesterus Aleidanus Kramer (1801-1873) en Jantien Brink (1803-1844). Zie zerk 16 t/m 23, Belonje, Gedenkwaardigheden (1937).
  23. 23 Het Orgel (1897)130.
  24. 24 Zie hiervoor ook onder Hoogeveen, Remonstrantse kerk. Deze gegevens verkregen door eigen onderzoek en door mededeling van J. R. Nienhuis predikant van de Remonstrantse gemeente te Hoogeveen, waarvoor onze dank.
  25. 25 AHKC. Notulen kerkvoogdij 1856-1908, 3-9-1904.
  26. 26 idem. 11-12-1907. Hierna heeft J. Proper het onderhoud tot 1922.
  27. 27 AHKC. Map kerkorgel. In 1935 werden offertes gevraagd om het orgel te komen nazien aan de firma's M. Spiering te Dordrecht, M. Ruiter te Groningen en J. de Koff te Utrecht. Hierbij werd ook gevraagd naar de kosten van een electrische windvoorziening. Er is ook een rapport van 20-4-1939 door K. M. Luiten organist te Delden waarin de gebreken van het orgel worden opgesomd. Verder brieven van Valckx en Van Kouteren 4-2-1941 en firma J. Th. Ruijf 15-11-1941 en opdracht aan hem door kerkvoogdij 20-11- 1-1941. Hierna heeft Ruijf het onderhoud en stemwerk.
  28. 28 Brieven firma H. J. Vierdag 27-7-1946; 2-10-1946; 15-10-1946; 13-1-1947; 27-1-1947; 8-2-1947; 26-6-1947 en 1-10-1947. Hierna echter stemwerk door de firma Madern's orgelbouw Oldenzaal.
  29. 29 Rekening 20-10-1949. Advies Jan Matter, namens N. O. V. , f 40, -.
  30. 30 Zie artikelen in Drenthe, provinciaal maandblad (1965)90 en (1968)105 en in Emmer Courant 13-8-1969.
  31. 31 Bijlage 6. Bestek firma Van den Berg en Wendt, Zwolle-Nijmegen 18-6-1970.
  32. 32 Het Orgel (1972) 300-301.
  33. 33 RAD. OAC. Inv. no 652-658. 'Junij 1657, P. Raquet, Auditeur op Credijt an lotten 2. 10. -. 'Idem Inv. no 820 en Inv. no 77, folio 37. Inv. no 628-633 Stadsrekeningen 14-1-1674. RAD. Statenarchief Inv. no 6(IV) Resoluties Ridderschap en Eigenerfden, folio 34, 19-2-1678.
  34. 34 RAD. Inv. 628-633 Stadsrekeningen 1679-1717. Zie voor de familie á Welt, Feith e. a. Grafschriften (1910). Loppersum graf no 21, Toebyna Derks, overl. 6-3-1674 huisvrouw van Jonas á Welt, organist te Loppersum. Deze was organist, instrumentmaker en uurwerkmaker. Huwde 12-12-1675 voor de tweede maal met Sara Venhuizen en kreeg 8 kinderen. Onder wie Jonas á Welt jr. , geboren 31-3-1678. Nederlandsche Leeuw(1914): Welt, Stamboom Welt.
  35. 35 RAD. OAC. Inv. no 77. Resoluties Burgemeesters en Raad Coevorden, folio 120, 28-1-1717; en idem, folio 206-207, 26-1-1717.
  36. 36 RAD. OAC. Inv. no 82, folio 1908-111, 5-1-1745; idem, folio 320-321, resolutie 20-4-1745. De reparatie van het orgel, die zeer noodzakelijk was, kwam op rekening van de organist! Het betreft hier de reparatie uitgevoerd door de orgelmaker A. A. Hinsz. Hij werd 150. -. - car. gld. gekort op zijn salaris. In 1748 kreeg hij er 50. -. - car. gld. bij.
  37. 37 RAD. OAC. Inv. 83, folio 319, 204-1765; idem folio 259, 13-5-1774. RAD. Joosting 1910, stuk no 218. 1799 Beschikking van de eerste Kamer van het vertegenwoordigend Lichaam des Bataafschen Volks op het request van H. Koster, organist bij de Gereformeerde Gemeente te Coevorden, een bevel op het plaatselijk bestuur aldaar tot uitbetaling van zijn Tractement over den tijd van 3 jaren, hem verwijzend naar 'den duidelijken letter der publikatiebetrekkelijk de betaaling der kerkelijke beampten geëmaneert'. Idem, no 207, Notulen van de kerkeraad 12-6-1812: Harm Koster blijkt dan te zijn overleden.
  38. 38 Het is niet duidelijk waar Scheuer het orgelmaken geleerd heeft. Gezien zijn later gebouwde orgels blijkt hij onder invloed geweest te zijn van de in het Graafschap Bentheim voorkomende orgelmakers, zoals Wilhelm Schröder uit Neuenhaus, die evenals G. H. Quellhorst weer invloed onderging van Jacob Courtain. Scheuer had in 1808 het onderhoud van het orgel in de kloosterkerk te Frenswegen (zie Schlepphorst, Niedersachsen, pag. 266).
  39. 39 RAD. NAC. Inv. no 168. Brief 12-4-1816. Hij werd voor onderwijzer en koster gekozen uit 12 sollicitanten. Vergelijkend examen 4 en 5 juli 1816, uitslag 8-8-1816. Brief 16-11-1816. Deze benoeming hield verband met het vertrek van de onderwijzer J. K. Meis naar Java in 1816. In Inv. no 167, is een stuk opgemaakt 25-2-1842 waaruit blijkt dat Clewitz onderwijzer, koster en voorzanger is.
  40. 40 RAD. NAC. Inv. no 385 Notulen Kerkvoogdij 1821-1855, 30-3-1824. Het salaris zou f 120, - bedragen. Een oproep werd geplaatst in de Haarlemse Courant. Idem, vergadering 16-7-1824 uit 2 sollicitanten werd D. Blank benoemd.
  41. 41 RAD. NAC. Inv. no 385. Vergadering 15-11-1827. Er kan een tweede onderwijzer benoemd worden voor f 200, - per jaar en wil deze post combineren met die van organist. Voor deze laastste post werd f 60, - vastgesteld (verg. 20-5-1828). In 1830 krijgt hij echter f 75, -. Of hij in het voorjaar van 1848 overleed of vertrok is niet bekend.
  42. 42 RAD. NAC. Inv. no 385. Brief 9-5-1848. f Huis verzoekt om een vaste aanstelling. In 1868 ontvangt hij f 100, - voor deze baan.
  43. 43 RAD. NAC. Inv. no 386. Notulen kerkvoogdij 1856-1908. Hij werd per 1 juli 1871 benoemd.
  44. 44 RAD. NAC. In. no 386. Vergadering 27-11-1896 ontslagaanvrage en bedanken voor de post van organiste per 1-4-1897.
  45. 45 RAD. NAC. Inv. no 386. Vergadering 30-12-1896 en 27-1-1897.
  46. 46 J. B. van Lintel, solliciteert naar de betrekking per brief van 27-1-1940.
  47. 47 Na de kwestie met Van Lintel werd de heer Bolder tijdelijk organist van 28-9-1944 tot 15-11-1945.
  48. 48 AHKC. Brief 17-7-1945 van George Stam, organist te Leeuwarden, waarin hij drie mogelijke candidaten noemt. De kerkvoogdij stelt een brief op waarin eventuele sollicitanten wordt aangeboden: Als organist f 240, - per jaar; als dirigent van het kerkkoor f 300, - per jaar; mogelijkheid tot benoeming als dirigent Harmonieorkest Coevorden, Dalen en Hardenberg en mogelijkheden als leraar piano, orgel en viool. De door Stam genoemde sollicitanten haken na inlichtingen af Cornelis J. de Koning, die ook solliciteerde, werd benoemd te Vollenhove. W. H. Zwart, geboren 26-5-1925 solliciteerde per brief 9-10-1945. Hij werd benoemd 15-11-1945.
  49. 49 J C. de Koning werd geboren 20-9-1932.
  50. 50 H. H. Plasman werd geboren 27-2-1938.
  51. 51 Foto uit de verzameling van Aart de Kort. Aangeleverd op 5-8-2010
  52. 52 Uit 'Herziene en uitgebreide werklijst Properorgels' door R. Walsma april 2011
  53. 53 E-mail d.d. 23 januari 2014 Bart van Buitenen ansichtkaart
  54. 54 www: http://commons.wikimedia.org/wiki/Category:Kruiskerk_%28Coevorden%29
  55. 55 www: http://reliwiki.nl/index.php?title=Coevorden,_Kerkstraat_6_-_Kruiskerk
  56. 56 Boek: Het historische orgel in Nederland 1894-1901 blz. 155-157
  57. 57 Tijdschrift: Het Orgel 1970/11 Orgelbouwnieuws
  58. 58 Tijdschrift: Het Orgel 1972/12 Orgelbouwnieuws door Henk Plasman
  59. 59 Tijdschrift: Het Orgel 1973/02 Orgelbouwnieuws
  60. 60 Archief orgelmaker Reil
  61. 61 Provinciale Drentsche en Asser courant 05-10-1885
  62. 62 Drents Archief: 0116 Burgerlijk bestuur van de stad Coevorden 836 Stukken betreffende de financiering en bouw van een orgel in de kerk; 1657-1666
  63. 63 www: https://www.rtvdrenthe.nl/nieuws/14895620/stichting-orgelconcerten-coevorden-gooit-handdoek-in-de-ring (17-08-2022)
  64. 64 Boek: Jaarverslag Provinciaal Museum van Drenthe 1971, Nieuwe Drentsche Volksalmanak 1973, blz. 186
  65. 65 Archief Mense Ruiter
  66. 66 Drents Archief: 0337 Nederlands Hervormde Gemeente Coevorden 248 Lijst van intekening ter bestrijding van de kosten voor reparatie van het orgel; 1847
  67. 67 Drents Archief: 0337 Nederlands Hervormde Gemeente Coevorden 288 Stukken betreffende het herstel van de oorlogsschade aan het kerkgebouw; 1945-1954
  68. 68 Drents Archief: 0337 Nederlands Hervormde Gemeente Coevorden 238 Ingekomen brieven 1843-1855
  69. 69 Drents Archief: 0337 Nederlands Hervormde Gemeente Coevorden 236 Register van notulen en van verzonden brieven; 1821-1855
  70. 70 Drents Archief: 0337 Nederlands Hervormde Gemeente Coevorden 272 Notulen van kerkvoogden en notabelen 1856 - 1903
  71. 71 Mense Ruiter oude archief
  72. 72 Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 3 Provinciale Commissie behoud landelijke monumenten, correspondentie en vergaderstukken; 1954-1972
  73. 73 Drents Archief: 0913 Archief van de afdeling Monumentenzorg van de provincie Drenthe 296 Coevorden, Kerkstraat 6 (NH kerk); 1964-1984
  74. 74 Boek: Korte kroniek van kerkelijk Coevorden, Kerkblad der Ned. herv. Gem. Coevorden, 7 augustus 1948
  75. Boek: J. Belonje en J. Westra van Holthe, Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Drenthe, Assen: Van Gorcum, 1937.
  76. Utrecht, Het Utrechts Archief, 1445 Orgelcommissie, 316. Coevorden, 1950-1975

 

Bijlagen:

Bijlage 1.

Bijlage 2.

Idem.

Rekening van Lucas Hansen Smyt ten bedrage van 25. 1. 8 Car. gld. , getekend door Jan Luyntiens, Berendt Bartlinck en Arent Hoch. Order tot betaling 26 october 1658. (de rekening gaat over geleverde schotspijkers, anker nagels, latspijkers, hantspijkers en tengenagels. Op de achterzijde blijkt dat B: Onias [burgemeester] de rek. 27-10-1658 betaald heeft).

Idem. Inv. 820.

Rekening 8-2-1658. Ontfangen van Borgemester Bern. Onias op rekeninge van leun of tralij-wark om het orgel vijftich car: gl. Coevorden den 8 Febr. 1658 (getekend: Tomas Aman).

Idem.

Anno 1660. Den 26: Jan: Heeft Borgmr. Bern: Onias, voor ons ondergescrevene Borgemesteren ende gesworen gemeente, rekeninge gedaan, van die lotterije; als mede van eenige kerken-restanten, ende in summa van d’geheele ontfangh ende uijtgave van het tegenwoordige niewe orgel, in voegen als volgt.

1. Eerstelijck D’ontfanck van die penningen soo uijt getrockene lot seedeltjes sijn geprocedeert bedragen in alles f 1776. 6. --
2. D’Ontfanck van vercofte lotwaren 581. 19. 6
3. D’Ontfanck van beloften 1010. 6. 8
4. D’Ontfanck van Eenige olde Kerkenrestanten 119. 17. --
5. D’Ontfanck van D’gecollecteerde penn. 144. --. --
6. D’opgenomene Penningen, tot d’lotterije 1200. --. --
--------------
Summa totalis f 4832. 8. 14

 

Waer ende tegens, die uijtgave ende ter summ’ 665. 1. --
Drie restant seedullen, (: an ons overgelevert: ), na gesien sijnde bevint sich, Dat Borgmr. Ber: Onias, noch souden Competeren In alles, van t’gefourneerde nije Orgel soo hij meeder uijtgegeven als ontfangen 13. --. --
--------------
f 685. --. --

 

Hem D’Heer Huijsinck, een obligatie met twe Jaren intresse, op maij 1660 672. --. --

Actum ter vergaderinge ut supra getekend

(Nicolas Remthoffen, Berendt[ter Loen?],

Gerrit Wilms, Berendt Bartlinck, Bartelt Roeloffs[hacht]).

Idem. Inv. no 657.

Pertinent Register.

Van alle lotten en waeren soo in dese Lotterie ingelecht ende volgens het welcke alle prisen uijt gelanget sullen worden: Aengestelt ende opgerichtet, met Consent ende Approbatie van sijn HoochEd: Gestr. den Heere Drost van den Boetzelaer, en oock sonderlinge aenraeden ende goetvindenvan sijn Hooch Ed: Gestr. den Heere Colonnel ende Gouverneur Bijma, ende Bij Borgmren en Raedt der Stadt Covorden, ten profijt van de Kercke, ende specialijcken, tot opbouwinge van een Orgell. Godt die Heere will sijns segen darto verleenen, begonnen op den 4 Meij Ao. 1657.

(Volgen 180 lotnummers met daarachter de prijzen).

Conditiën waer op d’ Bewinthebbers, van die lotterij, sullen vercoopen all soo danige waren alsaldaer noch sijn overgebleven, op de na volgende maniere.

1. Sal men vercoopen bij Car: Gl: St: en Penn:
2. Sal den cooper geholden sijn alles wat onder een Gl: gemijnt wordt met gereeden gelde betalen.
3. Sal den cooper alles wat over een Car: Gl: gemijnt wort geholden sijn over ses weken praijse te betalen.

 

 

Bijlage 3.  Vervallen

 

 

Bijlage 4.

vervallen (staat in de lopende tekst)

 

Bijlage 5.

Rijks Archief Assen. Oud Archief Coevorden. Inv. no 846.

Bestek van het Orgel te Coevorden zoals het zelve moet gerepareert en verbetert worden, om bestandigte blyven: hier onder gespecificeert.

1. De windlade is een Sprinklaad, verdeelt in korte Octaav: Woorop volgende Stimmen staan.

1. Praestant 4 Voet
2. Quintadeen 8 Voet
3. Holpijp 8 Voet
4. Quintfluyt 3 Voet
5. Super Octaav 2 Voet
6. Fluyt 1 Voet
7. Mixtuuir 3-4 a 5 Sterk
8. Scherp 2 Sterk
9. Trompet 8 Voet

Deese stemmen moeten van de Windlaad worden afgenomen en van stof en vuiligkeit gesuivert die lek zijn moeten soldeert, en dy van de Mixtuuir te swak en verbogen zijn moeten nieuwe van Metal voor worden gemaakt; als ook voor het corpus van groot C in de Trompet 8 voet, hetwelk te dun en reets seer gelapt is, en de toon na behoren niet kan geeven; insgelijks een nieuwe corpus voor een van de kleinen dat weg is. Verders de mondstukken schoon gemaakt en met eenige nieuwe tongen en stemkrukken verbetert, en met andere stimmen weer op de Laad gebragt en ingestimpt worden.

2. Moeten de uittreksels met de kleine sprinkklapjes van de Windlaad worden genomen en schoongemaakt; en terwyl eenige veeren te swak zijn, het welk een doorspraak of bijklank veroorzaakt, moeten nieuwe van coper voor worden gemaakt: gelyk meede moet worden verholpen verscheyden pompeten dy in stukken zijn; en de Windlaad van alle lekkasie digt gemaakt worden.

3. Het HandClavier hetwelk eens zo diep kan neer drukt worden, als het behoort, moet op behoorlyke maate worden verandert; aan het Welbort zijn verscheyden angehenk versleten, moeten nieuwe van coperdraat voor. Insglijks moet het pedaal Clavier woorvan de meesten lam neerleggen, tot een goed gebruik worden bequaam gemaakt, en alles in goede order herstelt worden.

4. De twee blaasbalgen dewelke zeer gelapt egter nog geheel lek zijn, en met meerder lappen van geen duuirzaamheid konnen worden; daar en boven zijn mijns oordeels zulke twee blaasbalgen te weinig om na vereys wind te konnen geeven, behalven dat het nadeelig is voor het Orgel en de blaasbalgen vermits dy in een geduirige bewegung moeten worden gehouden. Dierhalven moet nog een nieuwe blaasbalg worden daartoe gemaakt, van zelve grote als de anderen van droeg Eyken Wagenschot, gelijk ook de nog vereyste Canalen daarvan zullen worden gemaakt. De beyden ouden blaasbalgen moeten worden uitgenomen, en geheel van malkanderen worden gemaakt; het oude leer afgetrokken en de voegen van binnen, als ook geheel van buiten met nieuw leer beleedert en zo digt als nieuwe gemaakt worden.

5. Blijft tot last van de Respective Heeren Besteederen, het bezorgen van een bequame werkplaats en de benodigde vuirung; de verhogung van het beschot weegens de nieuwe blaasbalg; als ook de kosten om de Orgelmaker met zijn goet heen en weer naer Groningen, een handlanger geduirend het werk,

6. Wanner de Orgelmaker A: Anthoni Hinsz de benodige materialen bezorgt, verders trouwe en eerlyk verveerdigt, en gevisenteert en na dit opstel voor goet is bevonden; moet het kosten, 170 guld: De heeren Borgem(ren) nevens de Kerkvoogden sijn met bovengenoemde A: Anthonij Hinsz: Orgelmaker veraccordeert en overeengekomen dat denselven het orgel alhier wederom goet en in staat te brengen dat daar uit weg is wederom in te maken en alles te maken en repareren dat nodig is waar voor Borgem(ren) en Kerkvoogden daar voor aanemen te betalen volgens de orgelmaker eijgen oordeel dat daar aan verdient en heeft en na gedaan werk voort betalinge, Actum ter vergaderinge Coevordenden 5 Julij 1745

M: ter Poorten

H: Wessels, ter ordonn: van Haar Agtbaarheden

G. Wildrick Secretaris

Ondergeschreven bekenne ontfangen te hebben, van de Praesiderende Kerkvoogd Mijn Heer Wesselde Som(e): 170 guld: Volgens de accoord van dit bestek als meede 12 guld voor het verfolien van de toonpijpen en nog vijf gulden voor het veranderen en verbeteren van de Scherp tot een Sexquialter bedragende zamen een hondert en zeeven en taggentig guld: passere deesen voor Quitantie. Coevorden 1745 den 14 Octob(r):

getekend (Alb: Anthoni Hinsz: )Orgelmaker.

 

 

Bijlage 6.

Bestek van de restauratie en uitbreiding van het orgel in de Nederlandse Hervormde kerk te Coevorden door Van den Berg en Wendt orgelbouw Zwolle-Nijmegen. 18 juni 1970.

 

Dispositie en omschrijving van het pijpwerk.

Hoofdwerk C-g’’’
Prestant 8  56 stuks, de bestaande frontpijpen te restaureren. Deze pijpen zullen voorzien worden van nieuwe kernen, de expressions zullen uitgewerkt worden tot grotere openingen, de buitenzijde van de pijpen zullen worden gepolijst. Voor de binnenpijpen zullen nieuwe pijpen gemaakt worden van 40% tin.
Bourdon 16 G-g’’’ 49 stuks te maken van 15% tin.
Roerfluit 8  56 stuks, C-H van eikenhout, c-g’’’ van 15% tin.
Octaaf 4  56 stuks van 40 % tin.
Fluit          4          56 stuks van 15% tin.
Quint 3  56 stuks van 40% tin.
Octaaf 2  56 stuks van 40% tin.
Cornet III  96 stuks van 15% tin.
Mixtuur 1 1/3 IV-VI  28 stuks van 40% tin.
Trompet 8  56 stuks, tongen en kelen te monteren in eikenhouten koppen en stevels van 40% tin.
Bovenwerk. C-g’’’
Prestant 4  56 stuks van 40% tin.
Salicionaal 8 C-H combinatie met Holpijp 8, c-g’’’ = 44 stuks van bestaande pijpen welke gerestaureerd zullen worden.
Holpijp 8  56 stuks van 15% tin.
Roerfluit 4  56 stuks van 15% tin.
Nasard 3  56 stuks van 15% tin.
Octaaf 2  56 stuks van 40% tin.
Woudfluit 2  56 stuks van 15% tin.
Sesquialter II  96 stuks van 40% tin.
Quartaan 1 1/3-1 II  112 stuks van 40% tin.
Dulciaan 8  56 stuks, tongen en kelen gemonteerd in houten koppen en stevels, bekers van 40% tin.
Pedaal C-f’
Bourdon 16  30 stuks van eikenhout, de bestaande voorhanden zijnde pijpen hiervoor te gebruiken en te restaureren, de ontbrekende 3 stuks nieuw bij te maken in aansluitende mensuur.
Octaaf 8  30 stuks van 40% tin.
Octaaf 4  30 stuks van 40% tin.
Nachthoorn 2  30 stuks van 15% tin.
Ruispijp 2 2/3 IV  120 stuks van 40% tin.
Bazuin 16  30 stuks, tongen en kelen te monteren in eikehouten koppen en stevels, bekers halve lengte van 40% tin.
Trompet 8  30 stuks, tongen en kelen te monteren in eikehoutenkoppen en stevels, bekers van 40% tin.

Speelhulpen.
Koppeling Pedaal-Hoofdwerk
Koppeling Pedaal-Bovenwerk
Koppeling Hoofdwerk-Bovenwerk
Tremulant Bovenwerk.

Systeem.
Het orgel zal worden gebouwd volgens het mechanisch sleeplade systeem waarbij alle delen wat betreft hun maatgeving nauwkeurig zijn berekend. De voor hun doel meest geschikte materialen, alle in de best verkrijgbare kwaliteit, zullen voor de bouw van het instrument gebruikt worden. Het technisch maaksel en de afwerking daarvan zal met zorg en vakbekwaamheid uitgevoerd worden. Aan de intonatie van het orgel in het kerkgebouw zal de grootst mogelijke zorg worden besteed, en in nauw overleg met uw adviseur te werk worden gegaan.

Windladen.
Voor het orgel zullen 4 sleepladen gemaakt worden, te weten één windlade voor het Hoofdwerk, één windlade voor het Bovenwerk en twee windladen (C en Cis zijde) voor het pedaal. De sleepladen zullen gemaakt worden van quartier gezaagd Slavonisch eikenhout en volgens een constructie welke bestand is tegen alle hier te lande voorkomende klimatologische omstandigheden. Hiertoe worden de windladeramen aan de onderzijde voorzien van houten sponseldelen tussen de dammen, ter hoogte van de ventieleinden, waarvan de houtnerven in de lengterichting van de windladen lopen. Deze sponseldelen zijn zo ver mogelijk in de ladedammen ingelaten Bovendien worden meerdere dikkere dammen voorzien van ingezaagde expansie-sleuven, waardoor de windladeramen nog weer in afzonderlijke compartimenten worden onderverdeeld, welke ten opzichte van elkaar kunnen krimpen en zwellen. De bovenzijden van de windladen worden voorzien van trekvrije dekplaten van Supra hechthout in een dikte van 7 mm. Deze dekplaten worden op de windladen gelijmd met een speciale 'Racol' lijm, en bovendien met koperen nagels in de ladedammen vernageld. Ook de constructie van de slepen is aangepast aan de klimatologische eisen. Hiertoe wordt gebruik gemaakt van dubbele, verend gemonteerde dekplaatdelen, deze verende delen worden doormiddel van fosforbrons veren onder alle omstandigheden met een gelijke kracht tegen de slepen gedrukt. Een absolute dichtheid zonder kans op door- of bijspraak wordt onbeperkt gegarandeerd. De pijpstokken en pijproosters worden in verband met de invloed van looizuur in eikenhout, niet van eikenhout doch van sipo mahonie gemaakt, zodat het metaal van de pijpvoeten niet door looizuur aangetast kan worden. De voorslagen en ventielkasten worden weer gemaakt van Slavonisch eikenhout. De voorslagen worden voorzien van messing voorslaghaken. De ventielen worden voorzien van eerste soort leer en vilt. Voor de pulpeten wordt gebruik gemaakt van Celeron pulpeetschijven. De fosforbrons mechaniek-draden worden aan binnen- en buitenzijde van de windladen voorzien van zware tuig-lederen schakels, om een soepele en rechte geleiding door de pulpeet te verzekeren.

Toets- en Registermechaniek.
De klavieren hebben en omvang van C-g’’. Het klavierbeleg zal bestaan uit dik ongebleekt ivoor. De verhoogde toetsen zullen gemaakt worden van Ebbenhout. De bakstukken naast de klavieren zullen evenals de omlijsting van de klavieren onder en boven gemaakt worden van Ebbenhout, om aan te passen bij de stijl van de orgelkas. De registerknoppen zullen worden gemaakt van massief Coromandel met ivoren registerplaatjes in de knoppen.

Het pedaalklavier met een omvang van C-f’, heeft ondertoetsen gemaakt van slijtvast Roemeens eikenhout, de verhoogde toetsen zullen worden gemaakt van donkerkleurig Wengé.

De omlijsting van het pedaalklavier wordt evenals de orgelbank gemaakt van eikenhout.

De gehele mechaniek van het orgel wordt zuiver uitgebalanceerd geconstrueerd. Hierbij wordt gebruik gemaakt van z. g. zwevende hefboom- en winkelhaakregels welke er toe dienen, ontregeling van de klavieren te voorkomen, en bovendien de gehele mechaniek onder een gelijk blijvende spanning te houden.

Voor de draaipunten in de mechaniek wordt gebruik gemaakt van zeer slijtvaste materialen zoals Delrin en Celeron. De hefbomen in de mechaniek worden gemaakt van eikenhout, en op de draaipunten gepropt met Celeron waarin de vaste fosforbrons stiften geperst worden. De winkelhaken in gesloten driehoek constructie worden gemaakt van tropen pertinax, de winkelhaken en hefboomregels van teakhout. De abstracten van Red Cedar worden aan de einden waar de messing vernikkelde abstractdraden ingehangen worden omlijmd met linnen.

De wellenborden, gemaakt van 18 mm watervast verlijmd en tropenbestendig mahonie plaatmateriaal, worden voorzien van gemoffelde hoogwaardig stalen precisie walsen uit staal no 55. In deze walsen worden de messing vernikkelde walsarmpjes geklonken. Op de wellenborden worden Delrin nokjes gemonteerd. Ook in de wellen worden Delrin proppen geperst, zodat de vernikkelde fosforbronzen asjes volgens een zuivere passing in Delrin lopen waarbij slijtage, ook na vele tientallen jaren van intensief gebruik niet kan voorkomen. Alle te gebruiken stiften - veren - mechaniekdraden enz worden gemaakt van fosforbrons en/of hardmessing, ten dele vertint, ten dele vernikkeld.

De registermechaniek bestaat uit een stelsel van gemoffelde hoogwaardig stalen walsen uit staal 55, waaraan de hefbomen zijn bevestigd. In de armen der walsen komen Nylon proppen waarin passende gaten worden gemaakt voor bevestiging van registertrekkers en slepen.

Windvoorziening.
Voor de windvoorziening wordt gebruik, gemaakt van een Meidinger of Ventus orgel-ventilator, geplaatst in een dubbelwandige ventilatorkast met ingebouwde reguleer-kastjes, één voor elk der aanwezige windladen. Onder de windladen worden regulateurs gebouwd met enkele inspringende vouw, de regulateurs zullen van voldoende capaciteit zijn, worden gemaakt van eikenhout en zwaar beleerd. De regulateurs worden voorzien van speciale veren uit verenstaal. De windkanalen worden gemaakt van sipo mahonie. In de windkanalen zullen op verschillende plaatsen regelschuiven gemaakt worden. De gehele aanleg van de windvoorziening, de afmetingen van de windkanalen, de maten van de cancellen in de windladen, alsmede de constructie van de regulateurs zijn er op gericht om een soepele en ademende windvoorziening naar het pijpwerk te verzekeren.

Orgelkas.
De orgelkas zal, nadat het oude binnenwerk daaruit weggenomen is, ondieper gemaakt worden, en zoveel mogelijk naar de kerkmuur achter het orgel worden geplaatst. Een nieuwe onderkas van eerste soort grenenhout zal onder de bestaande kas gebouwd worden. Door de toepassing van gescheiden pedaal windladen zal dit nieuwe onderkas gedeelte in de breedte ingesnoerd worden, doch vertikaal naar beneden lopen. Bij het ondieper maken van de oorspronkelijke kas, en het maken van een aanvullend onderdeel zal alles gedaan worden om tot een goed en verantwoord constructie geheel te komen.

Pijpwerk.
Het pijpwerk zal worden gemaakt overeenkomstig de omschrijving zoals die bij de dispositie en omschrijving van het pijpwerk aangegeven is. De pijpen zullen gemaakt worden van voldoende wanddikte en van een lood - tin legering zoals die bij de dispositie is aangegeven. De constructie van de pijpen zal klassiek en deugdelijk zijn. Bij het intoneren zullen geen kernsteken aangebracht worden. De kerndikte en kernfase zullen overeenkomstig toonhoogte en registersoort worden gemaakt.

Levertijd.
Aannemende, dat het contract voor de bouw van het orgel zoals besproken uiterlijk op

1 juni 1970 in ons bezit zal zijn, wordt de bouw van het orgel volgens hewt besproken schema gerealiseerd, te weten:

Onmiddellijk na 1 juli wordt begonnen met het uitwerken van de benodigde tekeningen. Op diezelfde datum worden ook de voor de bouw van het orgel benodigde materialen gereserveerd, en worden de nog ontbrekende materialen zoals grenenhout voor de orgelkas en tin voor het pijwerk ingekocht.

Nadat alle tekeningen voor het orgel gemaakt zijn, wat ongeveer 2½ maand in beslag zal nemen, zullen naar de te maken houtstaten, in de werkplaats alle delen voor het orgel uitgezaagd en machinaal voorbewerkt worden. Na een acclimatiserings-periode van ca. 3 maanden voor de uitgezaagde en voorbewerkte delen, wordt omstreeks half december 1970 met het maken van de onderdelen begonnen.

Op 1 februari 1971 zal daarna het oude orgel worden gedemonteerd, de orgelkas aan de bovenliggende balklagen worden opgehangen, en wordt verder gegaan met de onderdelen voor het orgel in de werkplaats en verbouwing van de orgelkas. Bij demontage van het orgel zal ook het blinderings- en snijwerk van de orgelkas worden genomen en veilig opgeborgen.

In augustus 1971 wordt een begin gemaakt met de montage van het orgel in de kerk. Het schilderen van de orgelkas na montage van het orgel, doch voor de intonatie zal omstreeks begin oktober dienen plaats te vinden. Na beëindiging van de montage volgt de intonatie. Het orgel zal volgens dit schema op of omstreeks 1 december 1971 opgeleverd kunnen worden.

 


Ansichtkaart kerkgebouw

Fotoreportage door Ronald IJmker

 


Foto uit de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw door C. van 't Wout uit Wateringen (51)