Meppel,
Gereformeerde kerk Thorbeckelaan
In 1963 bouwt orgelmaker Leeflang een tweeklaviersorgel met zelfstandig
pedaal voor de in 1959 gebouwde kerk. De Orgelcommissie van de Gereformeerde
Organisten Vereniging treedt op als adviseur. Rond dezelfde tijd bouwt Leeflang
ook orgels voor de Remonstrantse Kerk van Meppel en de Gereformeerde Kerk in
Beilen. De orgelcommissie bezoekt dan ook deze orgels. In 1994 wordt het
kerkgebouw verkocht aan de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerk. In 2012 reviseert
orgelmaker Van den Heuvel het instrument met als adviseur Wietse Meinardi. Op
het Hoofdwerk wordt de samenstelling van de Mixtuur gewijzigd en krijgt de
Trompet nieuwe metalen koppen. Op het Rugwerk wordt de Scherp vervangen door een
Nasard 2 2/3' en de Tertiaan door een Sesquialter. De intonatie wordt herzien,
met als doel een milder klankbeeld en meer draagkracht.
1959
Er wordt een tweede Gereformeerde Kerk voor Meppel
gebouwd.. In 1994 wordt de kerk verkocht aan de Gereformeerd
Vrijgemaakte Kerk.
Op
21 mei beantwoordt de
Orgelbouwadviescommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV) een
brief van 13 mei van de Commissie van Beheer (CvB) waarin om advies wordt
gevraagd voor een te plaatsen orgel. De heren Milo en Houtman
zullen namens de GOV optreden als adviseurs. Op 26 juni wordt de kerk bezocht en
worden de gegevens van het gebouw
genoteerd. De bouw is bijna afgerond. Er is al een orgelgalerij aanwezig. Er
wordt een schets van het gebouw gemaakt. (09)


Links schets van de kerk van 26 juni 1959, rechts schets van het orgel gedateerd juli '59.
Op
30 juni stuurt Milo zijn
aantekeningen en een schets door aan zijn collega Houtman. De akoestiek is gunstig
en een orgel van ongeveer 20 stemmen is voldoende. Hij stuurt een
tweetal dispositievoorstellen met Hoofdwerk, Rugwerk en Pedaal en een voorstel
met Hoofdwerk, Zwelwerk en Pedaal.
Op
7 juli reageert Milo op een
ontwerp en een schets van Houtman. Op hoofdlijnen zijn ze het eens.
Van iets later dateert een
brief met een dispositieontwerp
van Houtman, dat hij vermoedelijk maakt op de terugweg in de trein vanuit
Meppel.
Op 15 juli komt het
eerste voorstel van de GOV. De kerk heeft een gunstige akoestiek. De orgelgalerij is uitstekend geschikt voor een orgel met Hoofdwerk, Rugwerk en een
zelfstandig Pedaal. Toegevoegd wordt een schets van het orgel. Er zijn drie
registers nodig per honderd zitplaatsen. De kerk heeft 750 zitplaatsen en er is dus een
orgel nodig met 21 stemmen.
Voorgesteld wordt de volgende dispositie:
| Hoofdwerk | Rugwerk | Pedaal |
| Prestant 8' | Holpijp 8' | Subbas 16' |
| Quintadena 8' | Spitsgamba 8' | Prestant 8' |
| Octaaf 4' | Prestant 4' | Gedekt 8' |
| Nachthoorn 4' | Roerfluit 4' | Octaaf 4' |
| Octaaf 2' | Sesquialter I-II | Fagot 16' |
| Quint 2 2 /3' | Flageolet 2' | Cornet 2' |
| Mixtuur V | Quintfluit 1 1/3' | |
| Trompet 8' | Dulciaan 8' |

| Manuaal | Rugpositief | Pedaal | |||
| Prestant | 8' | Holpijp | 8' | Bourdon | 16' |
| Roerfluit | 8' | Prestant | 4' | Prestant | 8' |
| Octaaf | 4' | Koppelfluit | 4' | Quintaaf* | 4'+2' |
| Gedekte Fluit | 4' | Octaaf | 2' | Fagot | 16' |
| Vlakfluit | 2' | Scherp | III | ||
| Mixtuur | V | Tertiaan | II | ||
| Trompet horizontaal | 8' | Dulciaan | 8' |
* De Quintaaf is een Quintadena 4’ en Octaaf 2’ als één register.
Tremulant
op het Rugwerk (01).

Foto nr. Pu
25687 (1963) (08)
1964
Op
14 januari schrijft de CvB aan Nico
Verrips dat ze akkoord zijn met zijn vraag om op het orgel te studeren.
Op
16 januari schrijft Leeflang aan
de CvB dat dhr. Keijzer van Leeflang op 20 januari langs zal komen om naar een
aantal gebreken te kijken.
Op
14 maart schrijft de CvB aan de
orgelcommissie. Ze ontvangen graag een advies voor het afsluiten van een
onderhoudscontract. De aanschaf van een hygrometer is akkoord. Graag willen ze periodiek
een rapport over de toestand van de orgels. De orgels in de gereformeerde kerken
van Meppel zijn verzekerd.
Op
22 juli vraagt Van der Wedden van
de orgelcommissie aan
Leeflang wat de kosten zijn van een onderhoudscontract.
Op
7 augustus schrijft Leeflang dat
een stembeurt tussen de f 160,- en f 225,- zal gaan kosten. Rond die tijd
schrijft de orgelcommissie dat het
onderhoud door de fa. Leeflang moet worden uitgevoerd, omdat anders de
garantie van 10 jaar vervalt.
Op 17
augustus meldt Van der Wedden aan Leeflang dat er een positief antwoord
komt, maar dat dit pas in september mogelijk is. Binnenkort geeft Nico
Verrips een concert op het orgel. Is het mogelijk nog voor 26 augustus te kijken
naar een aantal kleine onvolkomenheden?
Iet Witvoet heeft sinds 5 jaar
les van Nico Verrips en wil graag
oefenen op het orgel van de nieuwe kerk.
Op 26 augustus geeft Nico
Verrips een orgelconcert. Zie Meppeler Courant
1964-08-21
Op
8 september schrijft Van der
Wedden aan Leeflang dat het onderhoud wordt toegekend aan Leeflang. Er dient
tweemaal
per jaar te worden gestemd voor f 160,-
Op
24 oktober schrijft Van der Wedden
dat er tijdens het bespelen het een en ander van het registerpaneel is losgeschoten. Dit paneel is niet goed bevestigd. Het is ter plaatse provisorisch
hersteld, maar Leeflang had dit beter moeten bevestigen. De betreffende speler
was ook enigszins wild, maar het had niet mogen gebeuren.
Op
28 oktober schrijft Leeflang dat
dhr. Keijzer de volgende week het orgel zal bezoeken.
Op
6 november schrijft Van der Wedden
aan de CvB dat Leeflang de gemelde gebreken heeft verholpen, maar de koppeling
werkt nog onvoldoende.
1965
Op 23 maart maakt Van der Wedden een
rapport over de toestand van beide
orgels. Het orgel in de nieuwe kerk vertoont wat kinderziekten. Hierover is een
brief geschreven naar Leeflang. Er is nog geen antwoord.
In Trouw van 23-03-1965
wordt geschreven over het beroep van kerkorganist. In het artikl een afbeelding
van het orgel in Meppel. Het artikel is bewaard in het archief van de Gereformeerde kerk van
Meppel met rechtsonder een geschreven commentaar: 'Een tikkeltje overdreven reclame voor Leeflang
W.'' (Van der Wedden?)
Op
29 september stuurt Leeflang een
rekening voor stemmen en revisie van f 258,75.
Op
12 oktober schrijft Van der Wedden
dat ze graag een specificatie van de rekening willen ontvangen.
Op
30 november vraagt J.F. Seydell of
hij op het orgel mag studeren. Hij heeft les van Nico Verrips.
Op
11 december is er een soortgelijke
brief van de vader van Rindert van der Valle. Zijn zoon lest ook bij Nico
Verrips. Op 20 december dankt hij
voor de toestemming om te mogen studeren.
1966
Op
4 februari komt een aanvraag
binnen voor studie op het orgel door A.G. Schreurs. Ook een leerling van Nico
Verrips.
Op 24 februari
schrijft de orgelcommissie aan de CvB dat beide orgels in goede staat zijn en veel
worden bespeeld door leerlingen. Veel meer leerlingen zou een probleem worden.
Op
22 augustus vraagt Fennie van der
Weide (leerling van Nico Verrips) of ze op het orgel mag spelen, omdat ze nu het
pedaal gaat gebruiken.
1967
Op 23
januari beantwoordt de Orgelbouw Adviescommissie van de Gereformeerde
Organisten Vereniging (GOV) een
vraag van de CvB over de bouwkosten van het orgel.
Op
24 januari dankt de
orgelcommissie de GOV voor het antwoord.
1968
Op
3 augustus schrijft Van der Wedden
aan Leeflang. Tijdens een stembeurt heeft de stemmer van Leeflang toegegeven dat
het orgel windziek is. Wanneer wordt daar nu eindelijk iets aan gedaan?
1969
Op 27 maart
beschrijft Van der Wedden de toestand van de beide orgels. Het orgel in de oude
kerk is nu 32 jaar oud. Het tongwerk heeft veel te lijden gehad van vallend gruis en
stof van de zolder. Het orgel in de nieuwe kerk heeft veel last van de droogte
gehad.
1971
Voorbeeld van een
orgelrooster. Er speelden in deze
periode vier organisten: de heren Van der Wedden, Visscher en de Vries en mej. Van
der Weide.
1973
Op
23 mei schrijft Van der Wedden aan
Leeflang dat de organisten nog steeds klagen over een windziek Rugpositief. De
tremulant functioneert nauwelijks. Bij het gebruik van slechts één register zijn er
bijgeluiden. Bij gebruik van meer registers treedt dit euvel niet meer op.
Op 1 oktober meldt de
orgelcommissie dat er weer waterschade is ontstaan in het orgel van de oude
kerk door een
probleem met een dakpan en de dakgoot. Het euvel is provisorisch hersteld. Het
orgel van de nieuwe kerk is nog steeds windziek. De garantietermijn is inmiddels
verlopen.
1974
Op 5 juni
meldt Van der Wedden dat er door onbekende oorzaak schade is ontstaan aan het
Rugwerk. Er is een fluitpijpje 'gemold' en de tractuur is beschadigd, waardoor
het Rugwerk nauwelijks bruikbaar is. Van der Wedden herstelt zelf de schade.
1975
Op 23 oktober
vragen Jan Meijer en Stef Keep of ze op het orgel kunnen oefenen. Ze hebben respectievelijk
les van dhr. Worst en mevr. Verrips. Op
27 oktober wordt de toestemming
gegeven.
1976
In maart 1976
beschrijft Van der Wedden de
toestand van de orgels. Het orgel in de nieuwe kerk heeft zeer te lijden gehad door de lage
luchtvochtigheid in de kerk.
Op 29
april schrijft Van der Wedden aan Leeflang dat het orgel voor f 1.400,-
gerepareerd en gestemd kan worden.
1977
Op
27 januari vraagt B. Dokter of
hij op een van de orgels kan studeren. Hij heeft les van dhr. Straatman op de
Meppeler Muziekschool.
Op 10
februari vraagt Van der Wedden aan Leeflang waarom ze nog steeds niet langs
zijn geweest om de afgesproken werkzaamheden van 1976 uit te voeren.
Op
14 februari meldt Leeflang dat ze
pas langs komen als een oude rekening uit 1975 is voldaan. Uit de notulen van de
orgelcommissie van 3 maart blijkt
dat de rekening van Leeflang betrekking heeft op een niet afgesproken stembeurt.
Op 25 februari zegt Walcker toe
dat ze ook het orgel van de nieuwe kerk kunnen stemmen.
In de
orgelcommissievergadering van 31
maart wordt gemeld dat beide orgels onderhanden zijn genomen door Walcker.
In de oude kerk zijn enkele magneten en membranen vernieuwd en is een
probleem hersteld dat is ontstaan bij foutief gebruik van het orgel. In de nieuwe
kerk is de tractuur bijgesteld en de windvoorziening verbeterd, zodat de
windziekte nu redelijk onder controle is.
Op
15 november vraagt Fred Meinen of
hij op het orgel kan studeren.
1978
Op
21 januari wordt de toestand van
de orgels weer geďnventariseerd. Door onoordeelkundig gebruik door een onbekend
organist bij een koorconcert zijn allerlei contacten van het orgel in de oude
kerk beschadigd. Een en ander is nu provisorisch hersteld.
1979
Op
22 oktober komt de orgelcommissie bijeen. Het orgel is nu enkele jaren
onderhouden door de firma Walcker, omdat Leeflang dit niet meer wilde doen na een
verschil van mening. Men is van plan het onderhoud nu weer bij Leeflang te
beleggen.
Op 5 november
schrijft Van der Wedden aan Walcker dat de windkanalen van het orgel slecht
gemaakt zijn en dat Leeflang dit gaat verbeteren. Van der Wedden dankt voor het
onderhoud van de laatste jaren. (05)
1980
Begin
maart schrijft Van der Wedden dat is besloten om alle abstracten te laten
vervangen door Walcker.
Op 30
september vergadert de orgelcommissie. Een aantal abstracten is geknapt.
Deze zijn vervangen. (05)
1981
Op
10 december rapporteert Van der
Wedden uitgebreid de toestand van beide orgels. Sinds de abstracten zijn vervangen is het aantal hangers
sterk afgenomen. Walcker zal bij de volgende
onderhoudsbeurt de wellenborden verbeteren.
1982
In de
orgelcommissie van 12 januari komt
de windziekte van het orgel in de nieuwe kerk weer aan de orde. Men besluit dit
aan te kaarten bij de orgelmaker. (05)
Op 22 april
beschrijft Cornelissen van de orgelcommissie de toestand van het orgel. Een deel
van de Leeflang-abstracten is nog niet door Walcker vervangen. De
windvoorziening is nog steeds niet volledig op orde. Walcker adviseert een
nieuwe magazijnbalg, maar Cornelissen deelt die mening niet. De pedaaltorens
zouden beter toegankelijk gemaakt moeten worden door een luik. De schalbekers van
de Trompet moeten opnieuw gericht worden.
Eind december spelen de eerste
gedachten om het kerkgebouw te verkopen aan de Gereformeerd Vrijgemaakte Kerk.
Zie krantenartikel door VdW. (06)
1984
In de orgelcommissie van
15 oktober komt aan de orde of het
onderhoud van beide orgels bij Walcker moet blijven. Er wordt nog geen
definitieve beslissing genomen. (05)
1985
In
mei schrijft de CvB aan Walcker dat er over wordt gedacht het onderhoud bij
een Nederlandse orgelmaker onder te brengen.
1994
Het kerkgebouw wordt verkocht aan de Gereformeerd Vrijgemaakte
Kerk. De naam van de kerk wordt veranderd in Kruiskerk.
1996
Op verzoek van de organist heeft orgelmaker Mense
Ruiter het orgel onderzocht. Het
rapport dateert van 27 februari. De windtoevoer naar het
Rugpositief blijkt bijna te zijn afgeknepen. Dit is provisorisch verholpen. Voor
een afdoende herstel is veel demontagewerk nodig. De touwtjes van de windtoevoer
zijn versleten. Deze dienen vervangen te worden.
De loden koppen van de
Dulciaan 8' en de Fagot 16' zijn geoxideerd en daardoor zijn de stemkrukken gaan
vastzitten. Voorgesteld
wordt de loden koppen te vervangen door exemplaren van hout. De horizontale Trompet is gemaakt van te zacht materiaal waardoor
de bekers te veel vervormen. De
duurste oplossing is de bekers te vervangen. Een andere mogelijkheid is herstel
en een betere ophanging. (07)
2003
Op 16 december beantwoordt Mense
Ruiter een vraag of het mogelijk is het Mense Ruiter-orgel uit de
vorige kerk te
verplaatsen naar de huidige Kruiskerk. Technisch is dit mogelijk, maar dan moet
er
wel een oplossing gevonden worden voor de trekstang, die zeer ontsierend werkt. Het
instrument is met zijn 11 registers wel aan de kleine kant voor deze ruimte. Het
orgel zou eigenlijk gecompleteerd moeten worden. Als besloten wordt het orgel te
verplaatsen zullen ook de wat ingezakte frontpijpen kunnen worden hersteld.
In het orgel is nog plaats voor drie registers: Holpijp 8', Terts 1 3/5' en een Vox
Humana 8'. Het huidige orgel in de Kruiskerk is echter van goede kwaliteit. (07)
De verplaatsing wordt niet doorgezet.
2006
De kerk aan de Vos van Steenwijklaan
is inclusief orgel verkocht aan de Rooms-Katholieke Kerk.
2006
De kerk wordt verbouwd en uitgebreid.
Organist Wietse
Meinardi uit Assen wordt gevraagd om het orgel te onderzoeken en te adviseren of
het orgel verbeterd kan worden. Zijn rapport dateert van
27 maart met een enkele aanpassing
uit 2009. Hij bezoekt het orgel op 25 maart.
De hoofdwerkkas is helaas
afgesloten en kan niet worden geďnspecteerd. In de stijl van de bouwtijd is het
een goed orgel en het functioneert bij bespeling goed.
De registers Tertiaan,
Scherp en Quintaaf passen prima in het concept, maar hebben beperkte
gebruiksmogelijkheden. Vanuit de kerk heeft men twijfels over de geschiktheid voor
de begeleiding van de gemeentezang.
Meinardi's inschatting is dat het orgel
hiervoor prima geschikt is. Er zijn echter wel een paar mogelijkheden het orgel
binnen de stijl aan te passen:
- De Tertiaan vervangen door een Sesquialter.
- Een andere mogelijkheid is de Scherp vervangen door een Sesquialter en
op de plek van de Tertiaan een Quintfluit 3' te plaatsen.
Ook zou de
intonatie kunnen worden aangepast zodat er minder spuck is en wat meer
grondtonigheid.
De horizontale Trompet is voor de bespeler zeer onaangenaam,
maar een verhuizing naar een plek in de orgelkas is zeer moeizaam. Hiervoor
dient de kas te worden verdiept en dat zal een kostbare operatie worden.
De
Quintaaf van het pedaal is niet erg bruikbaar. Hier zou een ander register
kunnen worden geplaatst.
Op 12 oktober wordt de mening van orgelmakerij Mense Ruiter
gevraagd over het laten schilderen van het orgel door
vrijwilligers. Mense Ruiter antwoordt op 7 november dat zij daar slechte
ervaring mee hebben en raadt aan dit door een restauratieschilder te laten doen. (07)
2007
Op 14 september wordt de kerk na de verbouwing weer officieel in gebruik genomen.
2009
Orgelmakerij Mense Ruiter geeft op
28 augustus commentaar op het
rapport van Meinardi uit 2006/2009.
Op de plek van de Tertiaan is te weinig
ruimte om een Sesquialter te plaatsen.
Het vervangen van de Scherp door een
Sesquialter in prestant mensuur is qua ruimte geen probleem. De Quintfluit mote
dan gemaakt worden in de mensuur van de Blokfluit van het Hoofdwerk.
Het aanpassen van de
intonatie is gezien de makelij van het pijpwerk alleszins de moeite waard.
De Vlakfluit en de Octaaf 2 op hun plaats laten.
Het verplaatsen van de
Trompet is kostbaar en ook architectonisch niet mooi. Het aanbrengen van een
plexiglasplaat onder de pijpen zou het probleem grotendeels oplossen.
De
technische toestand kan op enkele punten worden verbeterd:
-algehele
schoonmaak
-vervanging van de lawaaiige windmachine en dempkist
-verbetering
van de
windvoorziening van het Rugpositief
-verbetering van de afdichting van de cancellen
-verbetering
van de
koppelingen
-aanbrengen van stemschotjes bij de Mixtuur, die lastig te
stemmen is
-herstel van de niet werkende tremulant
-het verwisselen van de
manualen is zeer kostbaar. Voor een betere speelhouding zou het pedaalklavier
iets dienen te worden verhoogd en de bank aangepast.
-Er is te weinig ruimte
om de Quintaaf van het Pedaal te vervangen. (07)
2010
Op 1 november
gaat er een brief met een
specificatie van de uit te voeren werkzaamheden naar een aantal orgelmakers om
een offerte uit te brengen.
2012
Orgelmaker van den Heuvel krijgt de opdracht en voert een
revisie uit onder advies van
Wietse Meinardi.
Het orgel wordt in gebruik genomen met een concert door
adviseur Wietse Meinardi. Zie
ingebruiknameboekje. Zie Eredienst (2012-02),
Meppeler Courant (27-01-2012).
De volgende wijzigingen zijn aangebracht: (02)
| Manuaal | Rugpositief | Pedaal | |||
| Prestant | 8' | Holpijp | 8' | Bourdon | 16' |
| Roerfluit | 8' | Prestant | 4' | Prestant | 8' |
| Octaaf | 4' | Koppelfluit | 4' | Quintaaf* | 4'+2' |
| Gedekte Fluit | 4' | Octaaf | 2' | Fagot | 16' |
| Vlakfluit | 2' | Nasard | 2 2/3' | ||
| Mixtuur | V | Sesquialter | II | ||
| Trompet horizontaal | 8' | Dulciaan | 8' |
Samenstelling vulstemmen
Mixtuur V sterk C: 1 1/3' - 1' - 2/3' - 1/2' - 1/3'. Gis: 2' - 1 1/3' - 1' -
2/3' - 1/2'. fis: 2 2/3' - 2' - 1 1/3' - 1' - 2/3'. c': 4' - 2 2/3' - 2' - 1
1/3' - 1'. fis'': 4' - 2 2/3' - 2 2/3' - 2' - 1 1/3'. c''': 8' - 4' - 2 2/3' - 2
2/3' - 2'.
Sesquialter I-II sterk C: 1 1/3'. f: 2 2/3' - 1 3/5'. (02)
Bronvermelding:
Tekst website
https://gereformeerdekerken.info/2017/03/21/de-nieuwe-kerk-in-de-wijk-haveltermade-te-meppel/
(17-01-2025)
Het orgel.
In overleg met de Adviescommissie van de Vereniging van
Organisten werden vijf orgelbouwers uitgenodigd aan de inschrijving voor de bouw
van het orgel mee te doen. Uiteindelijk stuurde alleen de fa. Leeflang uit
Apeldoorn een offerte. Deze firma zou een orgel bouwen van tweeëntwintig stemmen
voor een bedrag van fl. 55.000. De Adviescommissie vond die prijs echter te hoog.
Na verder overleg bleek de heer Leeflang van oordeel dat, hoewel een orgel van
tweeëntwintig stemmen meer mogelijkheden bood en gemakkelijker bespeelbaar was,
een instrument van achttien stemmen ter waarde van fl. 46.000 óók ruim voldoende
zou zijn voor deze kerk. De Adviescommissie was het daarmee eens. De levertijd
was 2 tot 2 ˝ jaar. Wel wilde men de speeltafel zo opstellen dat de organist
zicht had op een in de kerk opgesteld zangkoor. De scriba was overigens
voorstander van een orgel met tweeëntwintig stemmen: hij vond het niet juist ‘de
vier stemmen, die leidden tot verfraaiing van het geluid’, weg te laten, en van
latere aanbouw kwam tóch niets terecht, zo meende hij. Ds. Vellenga was het op
zich wel met de scriba eens, ‘maar door het niet beschikken over goede
organisten zullen die vier extra stemmen tóch niet tot hun recht komen’.
Besloten werd toen het voorstel van de commissie uit te voeren.
In maart
1960 waren twee van de drie benoemde organisten teleurgesteld dat ‘zij niet
betrokken waren bij de plannen voor de aanschaf van het orgel in de nieuwe kerk’.
De organisten hadden echter inzage gehad in de dispositie van het orgel en waren
daarmee geheel akkoord gegaan’, aldus de kerkenraad.
De orgels en de
organisten.
Maar hoe moest de gemeentezang begeleid worden zolang het orgel
er nog niet was? Aanvankelijk werd gebruik gemaakt van een tijdelijk afgestaan
harmonium; het voorstel om een eigen harmonium of piano aan te schaffen werd
afgeraden ‘omdat de middelen hiertoe ontbreken’. Gelukkig plaatste de
leverancier van het kerkorgel in december 1960 tijdelijk een gebruikt orgel in
de Nieuwe Kerk. Ds. Van Tuinen schreef in het Kerkblaadje van 7 januari 1961: ‘Er
is zóveel vaart achter de opstelling van het [tijdelijke] orgel gezet, dat zij
vóor de jaarwisseling gereed was, en we verleden zondag door nieuwe klanken
verrast konden worden, ‘nieuw‘ in onze oren dan. Voor onze organisten is dit een
overgang als van een gewone fiets naar een bromfiets, in die zin dat ze niet
meer behoeven te trappen en in hun werk door een motor gedragen worden. (…) Voor
de gemeentezang is de ingebruikneming van het orgel verblijdend. Het geluid van
het bejaarde instrument ondersteunt de zang aanmerkelijk krachtiger dan dat van
het tot nu toe gebruikte harmonium. Al hebben we ook daarvan dankbaar gebruik
gemaakt!’
Het orgel van de Nieuwe Kerk te Meppel.
In mei 1963 kwam
ook een eind aan het gebruik van het oude vervangende orgel: ds. Vellenga
schreef in het Kerkblaadje van zaterdag 25 mei 1963: ‘Het oude orgel in de
Nieuwe Kerk was zondag geheel verdwenen. (…) Met veel kundigheid wisten de
organisten de stramme spieren nog wel wat lenigheid te geven en de oude stem wat
op te jutten, maar ieder kon bemerken dat de gebreken van de oude dag de
overhand begonnen te krijgen. Verleden week is het vakkundig ontleed, in zijn
delen de orgelgalerij af en de consistorie in gedragen en te ruste gelegd. En nu
is het weg. Maar vandaag – ik schrijf dit op maandag – stond er bij het
ochtendkrieken al een vrachtauto voor de kerk. Zeven vaardige mannen laadden
alle mogelijke houtwerk uit, vulden er een goed deel van de gang en van de
consistorie mee, pakten alles, dat tot het oude orgel behoord had, in de
vrachtauto en begonnen meteen aan de opbouw van het nieuwe. (…) De orgelbouwers
zeiden dat het nog wel enige weken zou duren voordat het orgel zich zal kunnen
doen horen. Intussen kunnen we dan zondag vijf dingen tegelijk doen: horen naar
de piano [die de gemeentezang een paar weken begeleidde], kijken naar de kast
van het nieuwe orgel, geven in de collectezak, een melodie zingen, en denken aan
wat we zingen. (Misschien kan iemand ondertussen ook nog een pepermunt in de
mond houden. Dat zou dan het zesde, maar het minst-waardige zijn in de rij)’.
Het orgel in gebruik genomen.
De Nieuwe Kerk in de wijk Haveltermade.
Op dinsdag 2 juli 1963, ’s avonds om acht uur, werd het echte nieuwe orgel van
de fa. Leeflang in gebruik genomen.
De dispositie was als volgt:
Hoofdwerk: Prestant 8’, Roerfluit 8’, Octaaf 4’, gedekte Fluit
4’, Vlakfluit 2’, Mixtuur 1 1/3, 5 st., Horizontale trompet 8’.
Rugwerk: Holpijp 8’, Prestant 4’, Koppelfluit 4’, Octaaf 2’, Scherp 1’,
3 st., Tertiaan 2 st., Dulciaan 8’, Tremulant.
Pedaal:
Subbas 16’, Prestant 8’, Quintaaf 4’-2’, 2 st., Fagot 16’.
Ds. Vellenga
schreef: ‘Het mooie uiterlijk van dit instrument schept goede verwachtingen voor
de klank! Deze verwachtingen worden nog versterkt door de naam van bouwer: de fa.
Leeflang te Apeldoorn. Naast een paar korte toespraken, waaronder een (populaire)
toelichting door de orgelbouwer, zal de zeer bekende organist Simon C. Jansen
het orgel bespelen. Hij zal enige bekende stukken van Bach spelen en daarna veel
gevraagde liedbewerkingen en koralen. Het geheel wordt afgewisseld met
gezamenlijk zingen (psalmboek meenemen!). Het programma zal niet langer duren
dan 1 ˝ uur. (…)’. Dat was te doen.
Bronnen:
- Archief van de
Gereformeerde Kerk te Meppel. Drents Archief, Assen.
- G.J. Kok, ‘… Die
verenigde wat gescheiden was …’. Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk te
Meppel (1835-2005) met inventaris van het Archief. Groningen, 2014
Onderstaande foto's zijn afkomstig van orgelmaker Kaat en Tijhuis te Kampen
(01).






Ansichtkaarten,
jaren '60 van de 20e eeuw

Foto (03)